CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Deelprogramma Klimaatadaptatie

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:13.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 25. Kansen in Kethel (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

30

B4 Stadsvernieuwing,Vinex en recente Nieuwbouw (1965-nu)

Kenmerken van stadsvernieuwing, Vinex en recente nieuwbouw In de wederopbouwperiode tussen 1945 en 1965 werd gekozen voor een radicale nieuwe koers ten opzichte van de gangbare stedenbouw. In plaats van de traditionele, door gebouwen omsloten, stedelijke ruimte vroeg de moderne stad om een open stadsweefsel. Een wijk met licht, lucht en ruimte en vooral veel groen rondom vrijstaande gebouwen. De grootschalige stadsuitbreidingen zijn gebouwd in de polder op met zand voorbelaste gronden. Ze werden efÏciënt geordend op basis van de ‘wijkgedachte’ met een strikte scheiding van functies (wonen, voorzieningen, verkeer, groen). De woningnood was hoog en zo ook het tempo van bouwen. De bebouwing uit deze periode bestaat overwegend uit gestapelde woningen, portiek- en galerijflats die in een stempelpatroon zijn neergezet, waarbij veel ruimte was voor groen. In de periode na de oorlog werden ook wijken aangelegd met de tuindorpgedachte. De tuindorpen in Schiedam zijn groene en redelijk schaduwrijke buurten. De inwonerdichtheid is fors lager dan in de andere voor- en naoorlogse wijken, evenals de opgave voor wateroverlast. Een goede grondwaterbeheersing is belangrijk, want de bebouwing is grotendeels op palen gefundeerd op een zettingsgevoelige ondergrond met risico op funderingsschade als gevolg van paalrot.

Er is veel openbaar groen aanwezig, maar de straten in de woonwijken zijn smal met ondiepe voortuinen. Er is weinig corporatiebezit.

31

Principe-oplossingen voor de Stadsvernieuwing, Vinex en recente nieuwbouw Ook in deze wijken is het uitvoeren van maatregelen met betrekking tot klimaatadaptatie noodzakelijk. De bebouwing is dan wel grotendeels op beton gefundeerd, waardoor er minder kwetsbare, verzakte, panden zijn dan in de oudere delen van Schiedam. Echter, de openbare ruimte zakt, en moet na verloop van tijd opgehoogd worden. Ook zorgt dit voor kortere levensduren van de riolering. De verschillende thema’s van klimaatadaptatie kunnen in een ophoging goed meegenomen worden. De Stadsvernieuwing, Vinex en recente nieuwbouw zijn ruim opgezet, met mogelijkheden om bovengronds groen en schaduw te versterken, en extra regenwater te bergen. Dit regenwater is ook beschikbaar, want de riolering is voor meer dan de helft van het gebied gescheiden aangelegd. Dit biedt mogelijkheden om regenwater naar bijvoorbeeld wadi’s te brengen. De volgende principe-oplossingen zijn leidend: • Infiltratievelden en wadi’s Er is ruimte voor infiltratievelden en wadi’s in het openbaar groen. Belangrijk is dat de wadi wordt gecombineerd met drainage-infiltratieleidingen voor een goede grondwaterbeheersing. Ook is een nood-afvoer van belang; zo worden overstromingen vanuit het infiltratieveld of de wadi voorkomen. De wadi kan worden gecombineerd met extra groen met als bijvangst meer schaduw, maar ook een verhoogde biodiversiteit.

Met het plaatsen van bankjes maken kan dit ook fungeren als een koele plek. • Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efÏciënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen. Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. • Gericht vergroenen in de openbare ruimte Er zijn veel mogelijkheden om groene doorgaande routes verder te versterken met schaduwrijke bomen. Fiets- en wandelroutes waar nodig verplaatsen naar de schaduw is ook een passende maatregel. Groenblauwe schoolpleinen Infiltrerende (water)speelplaatsen en groenblauwe schoolpleinen zijn kansrijke maatregelen, vanwege de vele scholen in deze wijken. • Waterstructuur verbeteren Versterken van het functioneren en de kwaliteit open water kan door af te koppelen en overstortingen te verminderen.

De waterstructuur wordt versterkt als het gaat om berging en doorstroming, en richten deze waar mogelijk natuurvriendelijk in, met koele verblijfsplekken langs het water. De bomen worden ver genoeg van de waterloop geplaatst om bladval in het water te voorkomen. • Vergroenen op en rondom gebouwen Versterken groen en schaduw rondom corporatiebezit, in samenwerking met woningcorporatie (met name in Woudhoek).

Figuur 26. Principe-oplossingen voor stadsvernieuwing, vinex en recente nieuwbouw (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

32

B4W8 Woudhoek De Woudhoek is tot stand gekomen tussen 1970 en 1990 als een van de vier kwadranten van Schiedam-Noord. De wijk is ontworpen op basis van een bloemkoolstructuur met hoofdzakelijk laagbouw woningen in de sociale- en goedkopere vrije-sector. De grondgebonden woningen hebben een voortuin en achtertuin. Langs de randen liggen vaak gestapelde woningen in 3 of 4 bouwlagen. De wijk Woudhoek is gebouwd in de polder als een aaneenschakeling van woonerven van zuid naar noord. Om het gebied bouwrijp te maken, zijn grote delen opgespoten. Als eerste is Woudhoek-Zuid ontwikkeld (de Toneelspelersbuurt, 1973 - 1977), ten zuiden van de destijds geprojecteerde metrobaan. Daarna is Woudhoek-Noord gebouwd (Botenbuurt, Ambachtenbuurt en Kastelenbuurt, 1980 - 1989). De oorspronkelijke geplande metrobaan is uiteindelijk niet gerealiseerd, maar de zone is nog wel deels herkenbaar. Deze is grotendeels vol gebouwd, waardoor het groene karakter is verdwenen. De woonerven zijn telkens gekoppeld aan de hoofdwegenstructuur en door middel van een doordachte groenstructuur verbonden met de ‘groene vingers’ of uitlopers van Midden Delfland, te weten de A4 in het westen en de Harreweg in het oosten. Door de waaiervormige uitloop van de bebouwing aan de noordwestrand ontstond een groene wig in het midden waar deze groenstructuur mee werd verbonden. Ook de waterstructuur is hieraan gekoppeld.

In de loop van de tijd is veel groen opgeofferd voor de bouw van woningen en voorzieningen, zonder al te veel rekenschap te houden met deze groenstructuur. Dit geeft de wijk in de huidige hoedanigheid een wat rommelige indruk. Figuur 27 toont de ruimtelijke kenmerken van Woudhoek. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.

• De gemiddelde hoogte van de Woudhoek is ongeveer 1.0 meter onder zeeniveau. Vanwege de afstand tot de Nieuwe Maas en de verschillende kerende elementen zijn de overstromingsrisico’s relatief klein.

• De ondergrond van veraarde bovengrond op diep veen maakt de Woudhoek gevoelig voor bodemdaling. • Ongeveer 33% is gemengd gerioleerd, een relatief hoog percentage vergeleken met het naastgelegen Sveaparken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn hierdoor hoger.

• Een onbekend percentage van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering, maar de verwachting is dat dit percentage laag is gezien de bouwperiode en de fysieke kenmerken van de bebouwing. In de praktijk komt funderingsschade nauwelijks voor. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Deze wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. • Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 15% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. • Met ongeveer 26% groen (privaat en publiek samen) is Woudhoek minder groen dan Sveaparken. De gemeente streeft naar een toename van dit percentage tot 35%. Het aantal bomen is met 8% relatief laag. • Ruim 60% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Ook liggen er kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 27%.

Figuur 27. Klimaatprofiel van Woudhoek (Nelen & Schuurmans)

33

Knelpunten op de kaart Figuur 28 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Woudhoek op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• De straten Praam, Boezemanstraat en Jan Kijnestraat zijn kwetsbaar voor wateroverlast in huizen bij een hevige bui van 60

millimeter in een uur, met berekende waterdiepten van meer dan 30 centimeter. Deze straten zijn sneller gezakt dan de andere straten; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. • Onder andere de Waterstrokerstraat, Slot Loevesteinstraat en fietsroutes langs de randen van de wijk hebben minder dan 30% schaduw. • Woudhoek is kwetsbaar voor te lage en te hoge grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte en grondwateroverlast. • Er bevinden zich enkele scholen en een zorginstelling in Woudhoek. Deze krijgen voorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk.

Figuur 28. Knelpunten voor Woudhoek (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

34

Kansen op de kaart Figuur 29 toont de ruimtelijke kansen voor klimaatadaptatie voor de Woudhoek op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat:

• In de Woudhoek zijn noord-zuid georiënteerde groenstructuren van stad naar buitengebied waar kansen liggen om deze te versterken, evenals oost-west verbindingen langs het water. Kansen liggen bij het Nijhoffplein en de Westlander

• Er zijn in het gebied kansen om extra koele verblijfsplekken langs het water te creëren. • Er ligt een kans om de straten Praam, Jacobus J.W. Boezemanstraat en Jan Kijnestraat weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar groen ingerichte bermen of naar het oppervlaktewater. Dit zorgt voor extra grondwateraanvulling. Met drainage-infiltratie leidingen wordt overtollig grondwater afgevoerd, en niet tot overlast leidt. • Er liggen nog veel kansen voor afkoppelen van regenwater in Woudhoek. Er is voldoende groen aanwezig om regenwater vertraagd in de bodem te laten zakken of af te voeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Infiltratie leidt tot extra grondwateraanvulling, wat de bodemdaling vertraagd. • Samenwerking met de scholen langs de Warmoezenierstraat biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen en groene daken. • In het midden van Woudhoek zijn platte daken aanwezig. Dit biedt kansen voor een groene, bio-diverse inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken. • Er liggen kansen om te verbinden met de parkenzone van het tunneldak en de Harreweg. Zo ontstaan groene verbindingen naar het buitengebied.

Figuur 29. Kansen voor Woudhoek (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

35

B4W9 Sveaparken De wijk Spaland-Sveaparken is ontwikkeld vanaf de jaren negentig en vormt het noordoostelijke kwadrant van de vier woonwijken die in de loop van de tijd rondom de oude dorpskern Kethel in Schiedam-Noord zijn ontstaan. Spaland is opgedeeld in Sveaparken, de Velden, de Akkers, de Vlinderhoven, de Gaarden en Windas. Spaland-Sveaparken is ontworpen en gebouwd in de jaren 90 en begin 21e eeuw, en is een typische Vinex wijk. Sveaparken is de meest recente uitbreiding die in Zweedse stijl is opgetrokken. De wijk Spaland is net als Woudhoek gerealiseerd in het oude en uitgestrekte polderlandschap tussen Schiedam en Delft (de Noord Kethelpolder). Omdat de polder ruim twee meter onder de zeespiegel ligt zijn grote delen opgespoten om het gebied bouwrijp te maken. Het principe van de woonerven is hier doorgezet. Veel laagbouw en lange gevels worden onderbroken met objecten om de kleinschaligheid te versterken. Alle woningen in Spaland hebben een kleine voortuin, achtertuin en parkeerplaats voor de auto. Straten zijn autodominant met opritten en parkeerplaatsen. Spaland-Sveaparken heeft een groenere opzet. chtertuinen lopen over in openbaar groen en de auto is minder dominant in het straatbeeld. Op deze manier ervaart men het wonen in het groen. Figuur 30 toont de ruimtelijke kenmerken van Spaland-Sveaparken.

Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.

• De gemiddelde hoogte van Spaland-Sveaparken is ongeveer 1,5 meter onder zeeniveau. Vanwege de afstand tot de Nieuwe Maas en de verschillende kerende elementen zijn de overstromingsrisico’s relatief klein.

• De ondergrond van kleidek op veen maakt Spaland-Sveaparken gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier minder aanwezig dan in de zuidelijk gelegen wijken.

• Ongeveer 20% van de wijk is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage vergeleken met de andere wijken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn relatief klein.

• Er zijn geen gebouwen met een zakkingsgevoelige fundering. Ook in de praktijk komt funderingsschade nauwelijks voor. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Er zijn in Spaland-Sveaparken verschillende pilots uitgevoerd met het ophogen van wegen met EPS schuim. De verzakte wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. • Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 16% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. • Met ongeveer 35% groen (privaat en publiek samen) is Spaland-Sveaparken relatief groen. De gemeente streeft naar behoud van dit percentage. Het aantal bomen is met 9% relatief laag. • Bijna 60% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Ook liggen er enkele kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 9%.

Figuur 30. Klimaatprofiel voor Sveaparken (Nelen & Schuurmans)

36

Knelpunten op de kaart Figuur 31 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Spaland-Sveaparken op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• Spaland-Sveaparken heeft geen risico op wateroverlast in huizen bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur. Er blijft wel water op straat staan, maar dit stroomt niet de huizen in.

• De ontsluitingsweg Slimme Watering is tijdelijk onbegaanbaar bij een hevige bui. Deze weg ligt bijna een meter lager dan het noordelijk gelegen Spaland, en ontvangt afstromend regenwater uit deze wijk.

• Onder andere Veldpad, Göteborg en Kerkweg zijn doorgaande fiets- en wandelroutes met minder dan 30% schaduw. • Spaland-Sveaparken is vooral kwetsbaar voor te lage grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte.

• Er bevinden zich scholen en zorginstellingen Spaland-Sveaparken. Deze verdienen voorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk.

Figuur 31. Knelpunten voor Sveaparken (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

37

Kansen op de kaart Figuur 32 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Spaland-Sveaparken. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• In Sveaparken zijn veel groenstructuren van stad naar buitengebied waar kansen liggen om deze te versterken, in combinatie met koelte en recreatie. Het gaat om de routes Poldervaart en Kerkweg, en de noord-zuid verbindingen langs de singels. • Voor de ronde singelstructuur in Sveaparken liggen kansen om deze te voeden met regenwater door in deze wijk meer regenwater af te koppelen van de riolering. Een doorstroompomp kan in tijden van droogte bijdragen aan behoud van een goede waterkwaliteit. • Er liggen kansen om extra koele verblijfsplekken langs het water te creëren, juist in de routes naar het buitengebied en langs de Poldervaart. • Langs de ontsluitingsweg Slimme Watering liggen kansen om ruimte te creëren voor bovengrondse regenwaterberging, zodat deze ontsluitingsweg minder belast wordt bij hevige neerslag. Ook ligt er een kans om langs deze weg extra koelte en groen toe te passen. • Samenwerking met de vele scholen in Sveaparken biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen. • In het zuidelijk deel van Sveaparken zijn platte daken aanwezig. Dit biedt kansen voor een groene, biodiverse inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken.

Figuur 32. Kansen voor Sveaparken (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

38

B5 Bedrijventerreinen Kenmerken van bedrijventerreinen De bedrijventerreinen vormen een aparte categorie. Deze inrichting wordt niet geleid door de bouwperiode, maar door het gebruik van het terrein. In Schiedam bestaan verschillende belangrijke bedrijventerreinen; • • • •

Bedrijventerrein Schiedamse Havens Bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse Bedrijventerrein ‘s-Graveland / Spaanse Polder Bedrijventerrein Kethelvaart (vanwege zijn geografische ligging onder het hoofdstuk B3W7 Kethel benoemd)

De bedrijventerreinen hebben een andere opzet en typologie dan de wijken. Ze bestaan uit grote kavels met grote bedrijf- en opslag loodsen en kantoren. De loodsen hebben vaak grote platte daken en de kavels beschikken over weinig groen, waardoor deze gevoelig zijn voor hittestress. De logistieke ontsluiting krijgt prioriteit en is vaak op een functionele manier in een orthogonaal grid aangelegd. De bedrijventerreinen worden ontsloten door een wegenstructuur en een waterstructuur. De bedrijventerreinen ‘s-Graveland & Spaanse Polder worden ontsloten door de Schie en de A20. Voor de Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse is de Nieuwe Maas een belangrijke waterstructuur, waarbij de Havens ontsloten worden door de A4. Op Nieuw-Mathenesse is er een hoofdontsluitingsweg, waaraan de bedrijven zijn gekoppeld. Nieuw-Mathenesse is het oudste bedrijventerrein en gaat terug tot de middeleeuwen. Op het bedrijventerrein is een kleine hoeveelheid erfgoed overgebleven. De Schiedamse Havens zijn pas aan het begin van de 20ste eeuw ontstaan toen de scheepsindustrie tot groei kwam. Beiden bedrijventerreinen liggen voor een groot deel buitendijks en sterk verbonden met het water. De bedrijventerreinen Spaanse Polder en ’s Gravelandse polder zijn na de oorlog gebouwd aan de Schie en zijn verbonden met de polders.

Deze bedrijventerreinen zijn meer gericht op stedelijk bedrijvigheid zoals bijvoorbeeld detailhandel, groothandel en bouwmarkten.

39

Principe-oplossingen voor bedrijventerreinen Hitte en een tekort aan groen zijn de grootste opgaven voor de bedrijventerreinen. Het creëren van groene en koele routes is hier belangrijk. Langs het water liggen volop kansen voor versterken van het groen en recreatie. Daarnaast is in de bedrijventerreinen de opgave voor het het stabiliseren van de grondwaterstanden belangrijk, vanwege de zettingsgevoeligheid van de gebieden. De volgende principe-oplossingen worden voorgesteld:

• Infiltratievelden en wadi’s

Er is ruimte voor infiltratievelden en wadi’s in het openbaar groen. Belangrijk is dat de wadi wordt gecombineerd met drainage-infiltratieleidingen voor een goede grondwaterbeheersing. Ook is een nood-afvoer van belang; zo worden overstromingen vanuit het infiltratieveld of de wadi voorkomen. De wadi kan worden gecombineerd met extra groen met als bijvangst meer schaduw, maar ook een verhoogde biodiversiteit. Met het plaatsen van bankjes maken kan dit ook fungeren als een koele plek. • Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efÏciënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen. Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. • Gerichte vergroening van de openbare ruimte Er zijn veel mogelijkheden om groene doorgaande routes verder te versterken met schaduwrijke bomen. Fiets- en wandelroutes waar nodig verplaatsen naar de schaduw is ook een passende maatregel.

• Vergroenen gebouwen/ Klimaatadaptief (ver)bouwen Groen-blauwe daken, groene gevels, tegels eruit en een groene inrichting rondom de bedrijven zijn kansen om op te pakken, in samenwerking met bedrijven. Vooral in het Schiedistrict zijn hier veel kansen voor, omdat hier veel ontwikkelingen plaatsvinden op het moment van ontwikkeling van dit omgevingsprogramma. • Overstromingsbestendige inrichting Schiedamse Havens ligt buitendijks en is kwetsbaar voor overstromingen. Het waterbergend vermogen van de straat kan gebruikt worden bij aanleg van verlaagde betrating ten op zichte van de vloerpeilen. Op openbaar terrein is het wenselijk waterberging te realiseren die lager ligt dan de vloerpeilen. Ook zijn natuurlijke oevers en getijdenparken hier een oplossing. Ten slotte kunnen de dijken versterkt worden als groene structuren.

Figuur 33. Principe-oplossingen voor bedrijventerreinen (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

40

B5W10 ‘s Gravelandse & Spaanse Polder De ’s-Gravelandse Polder en de Spaanse Polder liggen ingeklemd tussen het buitengebied en rijksweg de A20 en het station Schiedam Centrum. De Schie meandert door het bedrijventerrein heen. Aan de westkant wordt het gebied begrenst door de spoorlijn. Ten westen van het spoor ligt het Prinses Beatrixpark dat onderdeel is van het sport- en recreatieaanbod van Schiedam. De polders kennen een rationele opzet. De ’s-Gravelandseweg is de hoofdontsluitingsweg van het bedrijventerrein en is aangesloten op de A20. De ‘s-Gravelandseweg is een brede (groene) stadsstraat waar een reservering in het profiel is opgenomen voor een mogelijke toekomstige tramverbinding van Schiedam-Centrum via een nieuw Station Kethel naar Schiedam Noord. De Brauwweg is de belangrijkste oostwest verbinding. Op het moment is er een herstructurering gaande op de bedrijventerreinen als onderdeel van het SchieDistrict. De ambitie is om, samen met de ondernemers, te transformeren tot innovatieve, hoogwaardige, duurzame bedrijventerreinen. De Schie krijgt een groen en toegankelijk karakter, zodat wandelaars en fietsers van de binnenstad naar het buitengebied kunnen en andersom. Leegstaande en/ of oude panden worden gesloopt en grond wordt bouwrijp gemaakt om opnieuw in erfpacht uit te geven, zodat het bedrijventerrein uit toekomstigbestendige en duurzame gebouwen bestaat.

Daarnaast wordt parkeren uit de openbare ruimte verplaatst naar parkeerhubs, zodat er meer ruimte is voor groen en waterberging op het bedrijventerrein. Ten oosten van de ’s-Gravelandseweg wordt het Mechatronica Innovation Campus Schiedam (MICS) ontwikkelt met extra aandacht voor een duurzame en toekomstbestendige inpassing. Figuur 34 toont de ruimtelijke kenmerken van deze bedrijventerreinen. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.

• De gemiddelde hoogte van ‘s-Graveland en de Spaanse Polder zijn ongeveer rond zeeniveau. Vanwege de wat hogere ligging en de A20 als kerend element zijn de overstromingsrisico’s relatief klein.

• De ondergrond van klei op veen maken ‘s-Graveland en de Spaanse Polder gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier ook verspreid aanwezig.

• Ongeveer 10% is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage vergeleken met de andere wijken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn klein.

• Ongeveer 25% van de bebouwing heeft een zakkingsgevoelige fundering. In de praktijk komt funderingsschade nauwelijks voor. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Door zwaar vrachtverkeer gaat dit proces op de bedrijventerreinen ook sneller. Deze wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. • Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 16% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. • Met ongeveer 16% groen (privaat en publiek samen) zijn de ‘s-Gravelandse en de Spaanse Polder relatief versteend. De gemeente streeft naar een toename van dit percentage tot 20%. Het aantal bomen is met 6% relatief laag. • Ruim 60% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Ook liggen er kansen om met ondernemers en bedrijven samen te werken.

Figuur 34. Klimaatprofiel voor bedrijventerreinen ‘s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder (Nelen & Schuurmans)

41

Knelpunten op de kaart Figuur 35 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor de ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• De Koolhovenstraat is kwetsbaar voor wateroverlast in panden bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur, met

berekende waterdiepten van meer dan 30 centimeter. Deze straat is sneller gezakt dan de andere straten; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. • De ontsluitingsweg ’s-Gravelandseweg is op enkele plekken onbegaanbaar bij deze hevige bui: bij de onderdoorgang onder het spoor, en tussen Ringerstraat en Scholtenstraat (lokale verzakking). • De langzaamverkeersroutes op de ’s-Gravelandseweg beschikken over minder dan 30% schaduw. • Er zijn geen koele verblijfsplekken op loopafstand van de bebouwing op het bedrijventerrein. • De Spaanse Polder is kwetsbaar voor te lage en te hoge grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte en grondwateroverlast. • Er bevinden zich vooral bedrijven en kantoren in de ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder. Er zijn geen functies met prioriteit in geval van extreme weersomstandigheden. Wel is een aandachtspunt dat de productiviteit bij hitte sterk achteruit gaat.

Figuur 35. Knelpunten voor bedrijventerreinen ‘s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

42

Kansen op de kaart Figuur 36 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in de ‘s Gravelandse Polder en Spaanse Polder. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• De Schie wordt gezien als kans om als groene drager de binnenstad met het buitengebied te verbinden. • Er worden kansen gezien om drie nieuwe koele verblijfsplekken langs de Schie. • Er zijn kansen voor een nieuwe koele route in de groene zone tussen de s-Gravelandse polder en de polderweg. • Er is een kans om de Koolhovenstraat weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar groen ingerichte bermen.

Dit zorgt voor extra grondwateraanvulling. Met drainage-infiltratie leidingen wordt ervoor gezorgd dat overtollig grondwater wordt afgevoerd, en niet tot overlast leidt. • Langs de ontsluitingsweg ‘s Gravelandseweg wordt een kans gezien voor het creëren van ruimte voor bovengrondse regenwaterberging in de groene bermen, zodat deze ontsluitingsweg minder belast worden bij hevige neerslag. Ook zijn er kansen langs deze weg voor het toevoegen van extra koelte en groen. • Samenwerking met de bedrijven van de ’s-Gravelandse Polder en de Spaanse Polder biedt veel kansen voor groene daken. • Een groot deel van de ‘s-Gravelandse en Spaanse Polder wordt herontwikkeld. Dit biedt kansen voor het meenemen van klimaatadaptatie. In de herontwikkeling worden eisen gesteld voor het ontwikkelen zowel gebouw als openbare ruimte.

Figuur 35. Kansen voor bedrijventerreinen ‘s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

43

B5W11 Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse Het Schiedamse Havengebied strekt zich uit langs de Nieuwe Maas aan de zuidzijde van de stad en beslaat in totaal twee deelgebieden: Vijfsluizen en Wilhelminahaven. Aan de Maas ligt ook het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse. Dit lijkt in zijn bedrijvigheid op het Schiedistrict, maar vanwege zijn geografische locatiekenmerken wordt deze onder de Havens benoemd. Er zijn twee insteekhavens, de Wiltonhaven en de Wilhelminahaven waaraan het merendeel van de watergebonden bedrijvigheid is gevestigd. Daarnaast is er nog de Spuihaven, die gebruikt wordt voor de aanleg van plezierboten en aan de monding van de Schie ligt de Voorhaven die meer dient als doorvoerroute van en naar de Schie. De centrale ontsluitingsstructuur van de bedrijventerreinen loopt in ieder deelgebied door het midden en sluit op een aantal plaatsen in het noorden aan op het dijktrace langs de Nieuwe Waterweg. De primaire waterkering ligt langs de Vlaardingerdijk, de Westfrankelandsedijk, de Havendijk, de Maasdijk, de Nieuw Mathenesserstraat, Van Deventerstraat en Rotterdamsedijk. Dit zorgt voor hoogteverschillen tussen bedrijventerrein en woongebieden. Gelet op het bedrijfsmatige karakter is er niet veel groen in de Havens aanwezig. Langs de noordzijde ligt het Volkspark en op Vijfsluizen is ook een getijdenpark aanwezig.

Voor het slibdepot, dat wordt omsloten door een groene rand, ligt een kans om deze op termijn bij het bedrijventerrein te betrekken en hiermee het bedrijventerrein uit te bereiden. Figuur 36 toont de ruimtelijke kenmerken van Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid. Figuur 10.0 toont de ruimtelijke kenmerken van deze bedrijventerreinen. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.

• De gemiddelde hoogte van Schiedamse Havens is ongeveer 3,5 meter boven zeeniveau. Vanwege de buitendijkse ligging langs de Maas zijn de overstromingsrisico’s hier groot.

• De ondergrond van klei op veen maakt Schiedamse Havens gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier echter ook verspreid aanwezig.

• Ongeveer 10% van de Schiedamse Havens is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage vergeleken met de andere wijken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn klein.

• Ongeveer 20% van de bebouwing heeft een zakkingsgevoelige fundering. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere verzakking en schade. Bij hevige neerslag zijn ze kwetsbaar voor wateroverlast.

• Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 23% relatief hoog. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. • Met ongeveer 18% groen (privaat en publiek samen) is Schiedamse Havens relatief versteend. Er wordt gestreefd naar een toename van dit percentage tot 20%. Het aantal bomen is met 2% zeer laag.

• Ruim 50% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Er liggen veel kansen om klimaatadaptatie samen met bedrijven aan te pakken.

Figuur 36. Klimaatprofiel voor bedrijventerreinen Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse (Nelen & Schuurmans)

44

Knelpunten op de kaart Figuur 36 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor de Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• De omgeving van de Fortunaweg en de Berckenrodestraat zijn kwetsbaar voor wateroverlast in bedrijven bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur, met berekende waterdiepten van meer dan 40 centimeter. Deze straten zijn sneller gezakt dan de andere straten; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. Panden langs de Nieuwe Waterweg zijn verzakt, en daardoor extra kwetsbaar voor wateroverlast. • De ontsluitingswegen Nieuwe Waterweg en Maasdijk zijn op enkele plekken tijdelijk onbegaanbaar bij deze hevige bui (lokale verzakking). • Onder andere Nieuwe waterwegstraat, Buitenhavenweg en Nieuw Mathenesserstraat hebben minder dan 30% schaduw. • Er zijn weinig koele verblijfsplekken op loopafstand met name in Nieuw Mathenesse. • De Schiedamse Havens zijn vooral kwetsbaar voor te lage grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte.

Figuur 36. Knelpunten voor bedrijventerreinen Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

45

Kansen op de kaart Figuur 37 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet:

• Er zijn in het zowel Schiedam Havens als Nieuw-Mathenesse kansen om groene routes te versterken en te verbinden met de parken van West en Zuid. Het gaat hier om de Karel Doormanweg, de Nieuwe Waterwegstraat en de Maasdijk.

• Ook zijn er kansen om koele routes verder uit te breiden, en zijn er kansen voor het creëren een aantrekkelijke groene inrichting langs de havenboulevards.

• Er zijn kansen voor een koele verblijfsplek op het plein bij het metrostation Vijfsluizen ten noorden van de Schiedamse Havens. Ook liggen er kansen voor het creëren van groene routes vanuit het

• Er zijn kansen om een compacte en hoogwaardige koele verblijfplek op de kop het bedrijventerrein aan de oostkant van de voorhaven te creëren.

• Er zijn kansen om de straten in omgeving Fortunaweg en de Berckenrodestraat weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar groen ingerichte bermen. Dit zorgt voor extra grondwateraanvulling.

• Voor de ontsluitingswegen Nieuwe Waterweg en Maasdijk zijn er kansen om deze beter af te voeren naar de Nieuwe Maas zodat deze begaanbaar blijven. Hiermee worden de zakkingsgevoelige panden langs de Nieuwe Waterweg tegen wateroverlast beschermd. • Samenwerking met de bedrijven van Schiedamse Havens biedt veel kansen voor klimaatrobuuste terreinen en groenblauwe daken. • Een groot deel van Schiedamse Havens wordt herontwikkeld, met name het zuidelijk deel van Nieuw Mathenesse. Dit biedt kansen voor het meenemen van klimaatadaptatie. De gemeente kan via het Omgevingsplan regels stellen aan een klimaatadaptieve inrichting.

Figuur 37. Kansen voor bedrijventerreinen Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans)

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16807072/1