Bijlage 7. Reflectie gemeente Schiedam op EPP
Tekst van het document
gemeente Schiedam
team Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501
Rotterdam The Hague Airport T.a.v. mevrouw M. van Dijk Postbus 12025 3004 GA Rotterdam
Uw kenmerk
Uw brief van
3100 EA Schiedam 14 010 schiedam.nl
Ons kenmerk
Datum
22UIT08260
.. december 2022
Doorkiesnummer
010-2191738
info@schiedam.nl
Onderwerp
Reactie gemeente Schiedam Eindproduct Participatietraject LHB RTHA
Geachte mevrouw Van Dijk, Inleiding Rotterdam The Hague Airport (hierna: RTHA) heeft ervoor gekozen om de uitgangspunten en andere afspraken voor de aanvraag van een nieuw Luchthavenbesluit in samenwerking met haar omgeving op te stellen via een participatietraject. Doel van het (tweejarig) participatietraject was om te komen tot een zogenoemd ‘voorkeursscenario’ voor het nieuwe luchthavenbesluit met draagvlak onder de belanghebbenden in de regio. Wij willen hierbij allereerst onze waardering uitspreken voor uw intentie om de regio op deze intensieve wijze te betrekken bij de door u in te dienen aanvraag voor een nieuw Luchthavenbesluit. Ten aanzien van het Eindproduct van het participatietraject (hierna: eindproduct) onderschrijven wij een groot aantal voorstellen. Anderzijds zien wij nog een aantal mogelijkheden voor verbetering/aanvulling van de voorstellen voor uw in te dienen aanvraag Luchthavenbesluit. Wij verzoeken u onderstaande voorstellen in uw aanvraag voor een nieuw luchthavenbesluit mee te nemen. 1.
Openingstijden
a. Verder beperken openingstijden Voor het verder beperken van de openingstijden ten opzichte van het Voorlopig Pakket Participatietraject bleek geen draagvlak aanwezig te zijn. Tegelijkertijd erkennen wij dat het ontberen van een moment van rust onder omwonenden een punt van zorg en ergernis kan zijn. Vooral in de vroege ochtend en de avond gaat er geen dag zonder vliegverkeer voorbij. Daarom pleiten wij op zondagen voor een openingstijd van 8:00 uur in plaats van 7:00 uur. b. Tijdvak tussen 09.30 – 09.00 uur Tevens hebben wij geconstateerd dat er een discrepantie zit tussen het bevriezen van de slots tot 09.30 en de mogelijke extra vluchten tussen 09.00 – 21.00. Wij pleiten ervoor om het
*22UIT08260*
aantal slots tussen 09.30 – 09.00 uur ten opzichte van gebruiksjaar 2019 niet te laten toenemen (te bevriezen). 2. Grenswaarden emissies Ten aanzien van het beperken van emissies zijn wij mening dat het EPP met ‘het nieuwe Luchthavenbesluit moet leiden tot een reductie van emissies, mede in het licht van lopende landelijke trajecten’ te weinig concreet is. Wij benadrukken dat, conform de Luchtvaartnota en onze interpretatie van deze passage, groei alleen verdiend kan worden door niet alleen binnen de 56 Lden geluidscontour te blijven maar ook door een (sterke) reductie van de emissies ten opzichte van gebruiksjaar 2019. 3. Toekomstige innovatieve- en technische ontwikkelingen Verder moeten de mogelijkheden tot opname van innovatieve- en technische ontwikkelingen in het Luchthavenbesluit / het voorkómen dat het Luchthavenbesluit deze ontwikkelingen in de weg staat zodra het is vastgesteld, nog worden uitgewerkt. Hoe dit (juridisch) te realiseren is aan het bevoegd gezag. Wij vragen hier wel nadrukkelijk aandacht voor zodat deze ontwikkelingen ook op RTHA toepasbaar zullen zijn. 4. Spoedeisend verkeer Wij onderschrijven dat voor spoedeisend verkeer geen beperkingen in de nacht worden opgelegd, vanwege het maatschappelijke belang en de operationele inzetbaarheid. 5.
Geluidscontouren De uiteindelijke geluidscontouren in het Luchthavenbesluit kunnen nog afwijken van de door Adecs Infra opgestelde analyseberekeningen voor het eindproduct, alsmede de invoering van Doc’29. Wij wijzen nadrukkelijk op het belang dat de 56 dB(A)Lden geluidscontour de woningbouwplannen niet mag frustreren en ten aanzien van gemeente Schiedam tot uiterlijk aan het spoor bij Kethel mag komen te liggen. 6. Grenswaarden op handhavingspunten In het luchthavenbesluit wordt de geluidscontour van het zichtjaar op genomen. De grenswaarden op de handhavingspunten moeten echter stapsgewijs worden teruggebracht richting zichtjaar 2035. Hoe te komen tot de juridische uitvoering van deze maatregel wordt nog onderzocht door het ministerie van IenW. Wij benadrukken wel dat deze stapsgewijze beperking vanaf de inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit moet aanvangen. De luchtvaartsector is er immers al van deze maatregel op de hoogte en kan hier nu reeds op inspelen. 7. Hoogtebeperkingen Voor wat betreft de beperkingengebieden in verband met de vliegveiligheid verzoeken wij u aan het bevoegd gezag aan te geven om afwijkingen van (bouw)hoogtebeperkingen toe te staan op basis van een positief aeronautisch onderzoek conform advies ICAO (landelijke ontwikkelingen). 8. Groei van het aantal vliegbewegingen door inzet van ‘stillere’ vliegtuigen a.
Aantal vliegbewegingen Het eindproduct geeft aan dat in het zichtjaar een berekende groei mogelijk is tot maximaal 8.760 extra vliegtuigbewegingen in 2035. Feit is echter dat er nog onvoldoende inzicht is in de samenhang tussen het geluidsvolume, piekbelasting, de 22UIT08260
Pagina 2
frequentie van het aantal vluchten en het aantal vluchten per uur als het gaat om de ervaren hinder. Nader onderzoek is nodig voor het kunnen beoordelen en representatief kunnen berekenen van de ervaren hinder. Daarom vinden wij dat er terughoudendheid moet zijn voor wat betreft het aantal toe te voegen vluchten als gevolg van de inzet van ‘stillere’ vliegtuigen. Tegelijkertijd zien wij ook dat de luchtvaartsector perspectief geboden moet worden gelet op de investeringen. Daarom verzoeken wij u het aantal toe te voegen vluchten groothandelsverkeer te begrenzen op ca. 1 extra vliegbeweging per uur tussen 9:00 en 21:00 uur, derhalve ongeveer 4.000 vliegbewegingen per jaar (zijn ca. 2.000 vluchten). b. Aanvangstijdstip In het eindproduct is nog niet uitgewerkt het moment waarop de extra vluchten kunnen gaan plaatsvinden. Hoe dit juridische te vertalen moet nog door het ministerie van IenW en RTHA worden uitgewerkt. Wij verzoeken om dit moment niet op het moment van inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit te laten ingaan, maar stapsgewijs zodat de (beperking in de) ontwikkelruimte door toekomstige en nationale grenswaarden (emissies) kan worden betrokken. 9. Krimpscenario In het participatieproces is een krimpscenario wegens gebrek aan draagvlak geen onderwerp van gesprek geweest.
Wij verzoeken u en het Ministerie van IenW als bevoegd gezag desondanks om in de MER-procedure alsnog een geleidelijk krimpscenario naar 2035 als extra scenario te (laten) onderzoeken. 10. Routeafwijkingen Een belangrijke bron van hinder wordt veroorzaakt door van de route afwijkende vliegtuigen door interferentie van Schiphol verkeer. Partijen in de Rotterdam regio vragen al langer aandacht voor de ervaren hinder en bijkomende problematiek ten gevolge van de interferentie Schipholverkeer en RTHA-verkeer. Hoewel geen onderdeel van het Luchthavenbesluit, onderschrijven wij nogmaals de sterke wens van alle participanten richting de luchtverkeersleiding en het ministerie van IenW als bevoegd gezag om de mogelijkheden tot beperken interferentie Schipholverkeer en RTHAverkeer te laten onderzoeken, uitwerken en implementeren in luchtruimherziening. 11. Communicatie Wij erkennen de noodzaak dat toekomstige bewoners/gebruikers zich goed moeten kunnen informeren over de effecten van de aanwezigheid van de luchthaven en de impact daarvan op de leefomgeving. U wenst dat de overheden ervoor zorg dragen dat de hiervoor ter zake doende informatie volledig, toegankelijk en openbaar beschikbaar is voor derden op het moment dat het luchthavenbesluit van kracht wordt.
Wij kunnen hier als overheid niet aan voldoen om praktische redenen (privaatrechtelijke redenen) en complexe samenhang met andere geluidsbronnen. Wij stellen voor hier nader met u over in gesprek te gaan.
22UIT08260
Pagina 3
Wij verzoeken u bovenstaande in uw aanvraag voor een nieuwe Luchthavenbesluit te betrekken.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, {{esl:Signer1:capture:size(200,100)}}
de burgemeester, {{esl:Signer2:capture:size(200,100)}}
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
c.c. Ministerie van IenW
22UIT08260
Pagina 4