Bijlage 6 Participatieverslag omgevingsvisie (incl. bijlagen)
Tekst van het document
c.
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande stad. Dit staat op zich los van het meervoudig belang van het stedelijk water, zowel voor wat betreft de beleving als het goed functioneren van het (stedelijk) watersysteem. De tekst in de paragraaf ‘Groen’ is voor wat betreft dit meervoudig belang aangevuld. Het aspect waterkwaliteit wordt reeds benoemd in hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie. De Kaderrichtlijn Water zal, als gebruikelijk, worden betrokken bij de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven.
d.
In de paragraaf ‘gezonde leefomgeving’ wordt het belang van een gezonde leefomgeving benoemd, specifiek voor wat betreft de ‘klassieke’ milieuthema’s geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid. Een gezonde leefomgeving reikt, zoals u stelt, verder dan deze thema’s. Dit komt naar voren in hoofdstuk 5, specifiek het onderdeel ‘groene en gezonde stad’.
2. Provincie Zuid-Holland De provincie constateert dat de ruimtelijke ambities op veel vlakken, zoals historische windmolens, mobiliteit, warmtenetten en groen, gelijk lopen met de provinciale ambities. Verzocht wordt: a. onder regio ook te verwijzen naar de bijlage behorende bij het Woonwerkakkoord NieuwMathenesse; b. de omgevingsvisie voor wat betreft het aandeel sociale huurwoningen te laten aansluiten op het provinciale omgevingsbeleid; c. nieuwe detailhandel, gelet op het provinciaal beleid, te realiseren binnen of aansluitend op winkelconcentraties; d. aandacht te hebben voor de terreinen met een provinciaal archeologisch belang; e. de bestuurlijke afspraken inzake windenergie te respecteren.
2
Reactie gemeente a) In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie wordt onder ‘verder lezen’ verwezen naar regionale visies en beleidsstukken die door Schiedam zijn vastgesteld, of waarmee is ingestemd. In dit hoofdstuk wordt reeds verwezen naar het Woonwerkakkoord, waaronder als gebruikelijk ook de bijbehorende bijlagen wordt verstaan. b)
In onze omgevingsvisie wordt de ambitie genoemd om de sociale (huur)voorraad in stand te houden. Dit is ook als zodanig vastgelegd in het met u gesloten ‘Geactualiseerd Regioakkoord 2022 Woningmarktafspraken regio Rotterdam 2021-2030’. De in het regioakkoord gemaakte afspraken inzake de sociale voorraad en nieuwbouw hebben tot gevolg dat het aandeel sociale voorraad zal afnemen van 54,2% in 2021 naar 46,9% in 2030. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de provinciale ambities inzake de sociale woningvoorraad. Wij gaan er van uit dat u deze afspraken zal respecteren, zoals ook wij dat doen. Daarnaast wijzen wij u er op dat onze woningbouwplannen al eerder door u akkoord zijn bevonden en vastgelegd in de ‘planmonitor wonen’. Wij herkennen het door u genoemde percentage niet, aangezien het aandeel sociaal daarin ruim boven de 30% ligt.
c)
Wij zijn bekend met het restrictieve provinciale detailhandelsbeleid. Wij wijzen er op dat dit beleid onvoldoende aansluit bij de gezamenlijke ambities inzake de woningbouw. De bouw van nieuwe woonwijken, zoals Schieveste, vraagt ook ruimte voor een goed aanbod aan dagelijkse boodschappen voor de toekomstige bewoners. Dit sluit ook aan bij onze ambities dat bewoners op loopafstand kunnen voorzien in de dagelijkse behoeften. In dat kader wordt ook verwezen naar uw eigen ambities inzake gezonde verstedelijking in de door u in 2021 vastgestelde ‘Verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland 2021-2040’. Ten overvloede wordt er op gewezen dat de door u genoemde supermarkt aan de Horvathweg geen nieuwe supermarkt betreft, maar de verplaatsing van een bestaande supermarkt.
d)
De door u genoemde terreinen met een provinciaal archeologisch belang zijn ons bekend en als zodanig aangeduid op de gemeentelijke archeologische waardenkaart (2008). De betreffende locaties krijgen gelet hierop al geruime tijd, via het bestemmingsplan en thans het omgevingsplan, de bijbehorende bescherming.
e)
Met de omgevingsvisie benadrukt Schiedam dat restwarmte en het opwekken van energie uit zon de voornaamste toekomstige energiebronnen in de stad zijn. Anders dan veronderstelt sluit de omgevingsvisie windenergie niet uit. Windenergie is mogelijk, mits zorgvuldig ingepast in de stedelijke omgeving. Dit rekening houdend met alle wettelijke beperkingen die daarmee samenhangen, zoals geluid, slagschaduw, omgevingsveiligheid en hoogtebeperkingen samenhangend met vliegverkeer. Deze wettelijke beperkingen in ogenschouw nemende, wordt ingeschat dat grote delen van Schiedam ongeschikt zullen zijn voor windenergie. Dit in aanmerking nemende maakt dat de prioriteit voor wat betreft de energietransitie bij andere bronnen wordt gelegd.
3. Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) De MRDH geeft aan dat de omgevingsvisie goed aansluit bij de Strategische Agenda en blijk geeft van de gezamenlijke regionale opgaven, zowel op het gebied van economie als mobiliteit. Gelet op de belangen van de Metropoolregio wordt verzocht: a. te verwijzen naar de Strategische Agenda MRDH en de Strategie Kantoren MRDH; b. rekening te houden met aandachtspunten voor de genoemde nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer, zoals reizigersgroei, investeringen en exploitatie; c. rekening te houden met de grote afstand tussen de locatie aan de Hargalaan en de OV-haltes; d. bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen aandacht te hebben voor goede bereikbaarheid voor langzaam verkeer en openbaar vervoer; e. bij gezonde leefomgeving een koppeling te maken met verkeersveiligheid.
3
Reactie gemeente a) In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie wordt onder ‘verder lezen’ verwezen naar regionale visies en beleidsstukken die door Schiedam zijn vastgesteld, of waarmee is ingestemd. Hoewel dit geen uitputtende opsomming is, is een verwijzing naar de Strategische Agenda (2023) toegevoegd aan de omgevingsvisie. De Strategie Kantoren is, omdat deze nog niet definitief is, (nog) niet toegevoegd. b)
In de omgevingsvisie staan de wensen en ambities ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van Schiedam, waaronder de door u genoemde verbindingen voor openbaar vervoer. Wij begrijpen dat de planning en realisatie van dergelijke verbindingen onderdeel zijn van een gezamenlijke gebiedsgerichte verkenning naar de verbetering van de OVbereikbaarheid. Dit willen wij graag verder met u verkennen.
c)
Ambitie is nieuwe woningbouw zo veel als mogelijk te ontwikkelen op locaties die goed ontsloten zijn met openbaar vervoer. De schaarse ruimte en de grote vraag naar woningen maakt dat dit niet altijd optimaal mogelijk is. De locatie aan de Hargalaan ligt op loopafstand (10-15 minuten) van een tramhalte en metrostation. Een dergelijke afstand, in combinatie met goede verbindingen voor fietsers en wandelaars, is wat ons betreft acceptabel. Aanvullende zouden deeltweewielers gefaciliteerd kunnen worden, als aanvulling op het openbaar vervoersnetwerk.
d)
De bereikbaarheid van bedrijventerreinen wordt reeds meegenomen bij de (her)inrichting van deze gebieden. Graag verkennen wij samen met u, als eerder genoemd onder b, de mogelijkheden om de bereikbaarheid van deze gebieden verder te versterken.
e)
Een gezonde en veilige leefomgeving wordt gezien als een belangrijke randvoorwaarde voor het welzijn van de Schiedammers. In de omgevingsvisie worden de verschillende aspecten die daar mee samenhangen benoemd en, in hoofdstuk 5, samengebracht in een vijftal kernwaarden. Zo ook de door u genoemde verkeersveiligheid.
4. a.
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) In de omgevingsvisie ligt de nadruk meer op sociale veiligheid, terwijl ook aandacht moet zijn voor de fysieke veiligheid en omgevingsveiligheid. In de omgevingsvisie kan worden verwezen naar het Omgevingsbeleid van de VRR. Ook zou verwezen moeten worden naar de gemeentelijke Visie Externe Veiligheid 2012-2020. Bij het (verkeers)veilig inrichten van de openbare ruimte dient ook aandacht te zijn voor de belemmeringen die dit kan betekenen voor de bereikbaarheid door calamiteitenverkeer. De veiligheidsregio gaat niet over het beschermen en instandhouden van dijken en keringen. Afgeraden wordt bedrijven met een risicocontour als wenselijk te beoordelen.
b. c. d. e.
Reactie gemeente a) Een gezonde en veilige leefomgeving wordt gezien als een belangrijke randvoorwaarde voor het welzijn van Schiedammers. De in de omgevingsvisie gebruikte termen als veiligheid of leefkwaliteit dienen ruim te worden geïnterpreteerd, zowel sociaal als fysiek. Deze en het aspect omgevingsveiligheid zullen nader worden uitgewerkt in het omgevingsplan en/of omgevingsprogramma’s, waar wij u als gebruikelijk bij zullen betrekken. b)
In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie wordt onder ‘verder lezen’ verwezen naar regionale visies en beleidsstukken die door Schiedam zijn vastgesteld, of waarmee is ingestemd. Daarmee wordt niet beoogd een uitputtende opsomming te geven. Dit neemt niet weg dat hiervan kennis is genomen, en dat de deze zal worden betrokken bij de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsplan of omgevingsvergunning. De Visie Externe Veiligheid is niet
4
benoemd omdat deze gelet op diverse ontwikkelingen, zoals rond energietransitie en de komst van de Omgevingswet, om herziening vraagt. c)
De bereikbaarheid voor hulpdiensten is één van de belangen die wordt betrokken bij een (verkeers)veilige inrichting van de openbare ruimte. Wij zullen u gelet hierop, als gebruikelijk, betrekken bij projecten die zien op de (her)inrichting van de openbare ruimte. Mocht sprake zijn van concrete knelpunten voor wat betreft de bereikbaarheid, dan vernemen wij dit graag, om samen te zoeken naar gepaste oplossingen hiervoor.
d)
Zoals door u terecht wordt opgemerkt gaat u niet over het beschermen en instandhouden van dijken en keringen. U heeft wel een belang waar het gaat om het veiligheidsniveau, de beheersbaarheid en de hulpverlening in geval van een calamiteit met een dijk of waterkering. Zo is overstroming ook opgenomen in uw Regionaal Risicoprofiel 2022-2025. Om deze reden hebben wij de veiligheidsregio in dit kader als kennis- en gesprekspartner benoemd.
e)
In Schiedam zijn geen bedrijven gevestigd met een bijbehorende risicocontour die over de woongebieden reikt. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat deze situatie zich in de toekomst ook niet zal voordoen, gelet op de mogelijk gevolgen daarvan op een veilige leefomgeving. Het begrip risicocontour moet gelet daarop breed worden uitgelegd en betreft alle risico’s samenhangend met de omgevingsveiligheid (zoals brand, explosie en gifwolk).
5. Gemeente Midden-Delfland De gemeente Midden-Delfland hecht waarde aan het regionale belang dat wordt genoemd in de omgevingsvisie en het belang van behoud en versterken van de groenblauwe verbindingen. Verzocht wordt: a. in de omgevingsvisie te verwijzen naar de uitvoeringsagenda van de NOVEX Zuidelijke Randstad, de beheercoörperatie Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland en de Visie Gebiedstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland; b. in het kader van Midden-Delfland de in de gezamenlijke beleidsstukken gerelateerde term ‘open agrarisch veenweidelandschap’ te gebruiken; c. de tekst inzake Kerkbuurt en Polderweg aan te vullen voor wat betreft het agrarische cultuurlandschap en de spoorverdubbeling. Reactie gemeente a) In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie wordt onder ‘verder lezen’ verwezen naar regionale visies en beleidsstukken die door Schiedam zijn vastgesteld, of waarmee is ingestemd. Daarmee wordt niet beoogd een uitputtende opsomming te geven. De uitvoeringsagenda en beheercoöperatie betreffen de nadere uitwerking van de visies waarnaar wordt verwezen en zijn om deze reden niet benoemd. Het feit dat deze niet benoemd zijn betekent overigens niet dat wij in de uitvoering daar geen rekening mee houden. Omdat de Visie Gebiedstafel een regionale visie is, wordt hiernaar verwezen in hoofdstuk 3 en niet in hoofdstuk 4. b)
In relatie tot het gebied Midden-Delfland is de term polderland gewijzigd naar ‘open veenweidelandschap’.
c)
Met de wijziging van de terminologie, als voornoemd onder b, wordt verwezen naar het agrarische karakter van het gebied Midden-Delfland. De toevoeging “waar de koeien nog in de wei staan” is in dat kader overvloedig. De spoorverdubbeling is voor ons van groot belang gelet op de ambities inzake woningbouw en bereikbaarheid. Dit maakt dat wij vinden dat de spoorverdubbeling doorgang moet vinden. Omdat het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in dat kader daarbij voor ons niet prioritair is, wordt de omgevingsvisie niet in lijn met uw verzoek aangevuld. Dit neemt niet weg dat daarbij wel aandacht kan zijn voor een zorgvuldige inpassing in het landschap.
5
6. ProRail ProRail ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen. ProRail wil derhalve graag meedenken over nieuwbouw nabij het spoor. Gelet hierop en de belangen van het gebruik van het spoor wordt verzocht: a. bij nieuwe ontwikkelingen nabij het spoor rekening te houden met de aandachtspunten inzake omgevingsveiligheid, geluid en trillingen; b. de veiligheid op overwegen te waarborgen en deze niet te laten verslechteren; c. de stabiliteit van de spoorbaan te waarborgen; d. rekening te houden met de beperkingengebieden rond het spoor; e. de spoorfunctie van gronden waar railverkeer plaatsvindt te behouden en beperkingen inzake archeologie alleen te laten gelden indien sprake is van aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten; f. de gronden in eigendom van ProRail of Railinfratrust niet voor andere doeleinden te gebruiken; g. rekening te houden met het spoorbeeld van het Bureau Spoorbouwmeester, wat er op is gericht om uit het perspectief van reizigers en omgeving met zorg en ambities aan de opgaven op en rond het spoor te werken; h. bestaande onderstations en andere railgebonden gebouwen te behouden en bereikbaar te houden, alsmede bebouwing op voldoende afstand te plaatsen; i. zichtlijnen naar de entree van stations te waarborgen; j.
in geval van hoogbouw rekening te houden met de windbeleving, en mogelijke schaduwwerking op zonnepanelen, op stations; k. rekening te houden met elektromagnetische compatibiliteit en reflectie indien zonneparken worden gerealiseerd nabij het spoor. Reactie gemeente a) Wij erkennen dat het ontwikkelen in de nabijheid van het spoor extra aandachtspunten met zich meebrengt, zoals geluid, trillingen en omgevingsveiligheid. Dit zijn zaken die reeds worden afgewogen bij ontwikkelingen nabij het spoor. Net zoals wij u betrekken bij dergelijke ontwikkelingen, zoals gebeurt bij de woningbouw op Schieveste. Daarbij waarderen wij de constructieve samenwerking bij de MIRT-verkenning voor de vernieuwing van station Schiedam Centrum en de realisatie van station Schiedam Kethel. b)
Wij erkennen het belang van de veiligheid rond overwegen, los van de vraag of in dit geval daadwerkelijk sprake is van een onveilige situatie. Wij zien geen aanleiding dat de omgevingsvisie de veiligheids negatief zal beïnvloeden. De overweg bij de Kandelaarsweg is de enige ongelijkvloerse kruising in Schiedam. De veiligheid van deze overweg zou kunnen worden verbeterd door de overweg te vervangen door een onderdoorgang of tunnel, mits zorgvuldig ingepast. Wij maken graag gebruik van uw uitnodiging om hierover hernieuwd in gesprek te gaan.
c)
Bij plannen en/of werkzaamheden in de nabijheid van het spoor zal rekening worden gehouden met de potentiële effecten op de stabiliteit van het spoor. De gemeente zal aantonen dat in geval van infiltreren van hemelwater in de nabijheid van het spoor er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van het spoor.
d)
Wij hebben kennisgenomen van de regels over een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot het spoor. Deze worden in acht genomen bij activiteiten binnen het beperkingengebied, en voor zover wettelijke vereist, in het omgevingsplan.
e)
Gronden waaraan in het omgevingsplan een functie railverkeer is toegekend zullen deze functie behouden, zolang deze gronden voor het railverkeer worden gebruikt. Voornoemde staat los van het feit dat de gemeente de plicht heeft om potentieel aanwezige archeologische
6
waarden te beschermen. De gebieden waar regels gelden inzake archeologie zijn gebaseerd op de gemeentelijke archeologische waardenkaart. f)
In de omgevingsvisie hebben we geen rekening gehouden met de bestaande eigendomsposities. Dit omdat met de omgevingsvisie de gewenste toekomstige ontwikkeling van Schiedam wordt beschreven. Het is mogelijk dat wij, om dit te realiseren, gronden die nu nog niet bij ons in eigendom zijn zullen (moeten) verwerven. Dit neemt niet weg dat wij uw eigendomspositie zullen respecteren en indien nodig uw instemming zullen vragen over gebruik van de gronden.
g)
Wij hebben kennisgenomen van het spoorbeeld van het Bureau Spoorbouwmeester en gaan er van uit dat u dit zult betrekken bij onze lopende gesprekken over de vernieuwing van station Schiedam Centrum. Het spoorbeeld is één van de bronnen geweest voor de ‘Overkoepelende principes ruimtelijke kwaliteit Schiedam Centrum’, die in het kader van het MIRT SchiedamCentrum worden toegepast bij de plannen voor het station.
h)
Bij nieuwe ontwikkelingen zal, zoals gebruikelijk, rekening worden gehouden met de belangen van derden, zoals de genoemde onderstations en andere railgebonden gebouwen. Wij kunnen, gelet op de schaarse ruimte, op voorhand niet garanderen dat, mocht de situatie zich voordoen, wij de door u gewenste, niet-wettelijke, richtafstand zullen respecteren. Dit neemt niet weg dat in dergelijke gevallen wel met u afstemming hierover zal worden gezocht.
i)
De zichtbaarheid van en (loop)routes naar het station zijn aandachtspunten bij de plannen voor woningbouw op Schieveste en de vernieuwing van station Schiedam Centrum. Dit gezamenlijk belang wordt reeds besproken in onze gesprekken over woningbouw op Schieveste en de vernieuwing van station Schiedam Centrum.
j)
Het is gebruikelijk om bij hoogbouw onderzoek uit te voeren naar windhinder- en beleving. Daarbij wordt rekening gehouden met in de omgeving aanwezige functies, ook perrons. Eveneens wordt rekening gehouden met andere effecten op de omgeving, zoals schaduw en het effect daarvan op aanwezige zonnepanelen.
k)
Hoewel de omgevingsvisie geen locaties aanwijst voor zonneparken zullen wij, indien een dergelijk initiatief zich voordoet in de nabijheid van het spoor, bij de beoordeling rekening houden met de effecten op het railverkeer.
7. a.
Stedin De effecten op gas- en elektriciteitsnetten bij nieuwe ontwikkelingen en herinrichting van de openbare ruimte integraal en in samenhang te beoordelen, met bijzondere aandacht voor netcongestie, beheer en bereikbaarheid. Het boven elkaar leggen van kabels en leidingen is niet altijd mogelijk; Te helpen bij het vinden van adequate locaties voor stations en tracés.
b. c.
Reactie gemeente a) Uw belangen worden, als gebruikelijk, betrokken bij nieuwe ontwikkelingen en de herinrichting van de openbare ruimte. Dit neemt niet weg dat de druk op de ruimte groter wordt. Wij willen, in gezamenlijkheid, zoeken naar mogelijkheden om enerzijds het beheer en de bereikbaarheid van kabels en leidingen te waarborgen, maar anderzijds de ruimteclaim daarvoor te beperken. Dit gelet op de vele uitdagingen waar wij als stad en samenleving voor staan, zoals ruimte voor bijvoorbeeld groen, waterberging en parkeren. Hierover gaan wij graag met u in gesprek.
7
Wij willen in dat kader gebruik maken van de door ons beiden geleerde lessen bij de samenwerking rond de wijkaanpak in de warmtetransitie. Wij verzoeken u nadrukkelijk de benodigde inspanning te leveren, informatie tijdig uit te wisselen en ruimte te bieden voor het verzilveren van koppelkansen in de planning. Zoals ook wat dat zullen doen. b)
Onze ambities is om kabel- en leidingnetwerken zo compact mogelijk in te passen in de ondergrond. Wij begrijpen dat dit, gelet op mogelijke interferentie tussen leidingen, niet in alle gevallen mogelijk is. Anderzijds constateren wij dat in het verleden meer ruimte is gelaten tussen kabels en leidingen dan strikt noodzakelijk en dat de mogelijkheden voor het boven elkaar plaatsen van leidingen onvoldoende zijn gebruikt. Dit stelde onnodig beperkingen aan het gebruik van de bovengrond. Gelet op de schaarse ruimte verwachten wij van u dat wordt nagedacht hoe de verschillende kabels en leidingen op een zo compact mogelijke wijze in de ondergrond kunnen worden gelegd. Hierover gaan wij graag met u in gesprek.
c)
De energietransitie en netcongestie vraagt om een verzwaring van het netwerk, met bijbehorende voorzieningen, zoals transformatorhuisjes. Wij zijn hierover reeds met u in gesprek. Daarbij zijn voor ons van bijzonder belang een zorgvuldige inpassing in de openbare ruimte en het behoud van groen en bomen. Doorlooptijden kunnen worden versneld indien u bij uw locatiekeuzes hier op voorhand rekening mee houdt.
8. Tennet Tennet is de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet. Zij hebben als kerntaak het optimaal beheren, onderhouden en veiligstellen van dit netwerk. Gelet op dit belang wordt verzocht: a. op een passende wijze rekening te houden met dit netwerk en als zodanig te beschermen; b. ruimte te bieden voor de geplande toekomstige uitbreidingen van het netwerk; c. Tennet te blijven betrekken als gespreks- en vooroverlegpartner. Reactie gemeente a) Het belang van een goed functionerend hoogspanningsnetwerk wordt onderkend. Dit maakt dat wij het in de gemeente Schiedam gelegen gedeelte van dit netwerk zullen blijven beschermen. Deze bescherming gebeurt via het omgevingsplan, op een vergelijkbare wijze als voorheen gebeurde in de bestemmingsplannen. Wij zullen u gelet hierop betrekken bij het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. In dat kader hebben wij ook kennis genomen van de door u voorgestelde voorbeeldregels (Staalkaart NBNL). b)
Uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk is, blijkens uw investeringsplan, niet voorzien in Schiedam. Gelet hierop is er geen aanleiding om ruimte te reserveren voor een toekomstige uitbreiding van het netwerk. Mocht dit op enig moment veranderen dan verzoeken wij u om daar zo spoedig mogelijk met ons over in contact te treden. In dit kader wijzen wij wel op onze ambities om de in Schiedam aanwezige hoogspanningsverbinding volledig ondergronds te brengen.
c)
Wij zullen u, als gebruikelijk, blijven betrekken als gesprekspartner bij projecten en ontwikkelingen in de directe omgeving van de bestaande hoogspanningsverbindingen.
9. Woonplus Schiedam, Waterweg Wonen, SOR De woningcorporaties geven gezamenlijk aan belemmeringen te zien bij de voorgenomen aanpassing van de oppervlakte-eis voor woningen. Dit standpunt wordt onderschreven door de regiegroep. Verzocht wordt: a. de gemiddelde oppervlakte-eis niet te laten gelden voor woningcorporaties, ook indien deze nog niet actief zijn in Schiedam; b. de oppervlakte-eis niet van toepassing te verklaren op transformatie van gebouwen; c. de visiekaart een dynamische status te geven.
8
Reactie gemeente a) Het onderwerp oppervlakte woningen is, bij de vaststelling van het ontwerp van de zienswijze, uitgebreid besproken. In dat kader heeft u ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in te spreken. Geen aanleiding wordt gezien tegemoet te komen aan uw verzoek. Reden hiervoor is dat reeds ruimte wordt geboden om in de prestatieafspraken afwijkende afspraken te maken over de oppervlakte, waarbij de betaalbaarheid en de demografische behoefte worden meegewogen. Aangezien dergelijke prestatieafspraken jaarlijks moeten worden gemaakt zien wij niet in hoe dit vertragend zou kunnen werken. Het reguliere karakter van deze afspraken biedt immers de mogelijkheid om het voornemen om woningen te realiseren met een afwijkende oppervlakte tijdig te agenderen. De wijze van formulering maakt dat nieuwe corporaties die in Schiedam actief willen worden pas gebruik kunnen maken van de ruimte om af te wijken, op het moment dat men hen prestatieafspraken zijn gemaakt. Hoewel wij begrijpen dat dit als een belemmering kan worden gezien, hechten wij waarde aan een verantwoorde sturing van de sociale woningmarkt. Gelet op dat belang nodigen wij nieuwe corporaties uit om prestatieafspraken met ons te maken. Op dat moment kunnen ook afwijkingen van de eis worden besproken. b)
Gelet op de mogelijkheid om met de prestatieafspraken af te wijken, zien wij geen reden waarom de oppervlakte-eis niet ook zou moeten gelden voor de transformatie van gebouwen. Daarnaast wordt bij de toepassing van de eis, in de praktijk, reeds ruimte voor uitzondering geboden indien de constructie, de bestaande indeling of de monumentale status van een pand daartoe aanleiding geeft. Deze uitzondering zullen we blijven toepassen.
c)
De omgevingsvisie is een dynamisch document, dat op basis van nieuwe inzichten of maatschappelijke behoeften geheel of gedeeltelijk kan worden geactualiseerd. Dat geldt ook voor de visiekaart die daar onderdeel van is.
10. Regiegroep Schiedamse Versnellingstafel De regiegroep ziet de aanpassing van de oppervlakte-eis voor woningen als een goede stap, maar acht dit niet voldoende voor het sociale segment, specifiek voor wat betreft kleinere huishoudens. Reactie gemeente Verwezen wordt naar de reactie onder 9.a. 11. Kennisnetwerk Schiedam Het Kennisnetwerk Schiedam stelt een aantal vragen over de omgevingsvisie en doet suggesties om aan de omgevingsvisies toe te voegen. Opgemerkt wordt dat: a. onvoldoende inhoud is gegeven aan de participatie rond de omgevingsvisie; b. het belang van de winkelcentra Mgr. Nolenslaan en Groenelaan onvoldoende naar voren komt; c. onvoldoende invulling wordt gegeven aan de behoefte aan accommodaties voor binnensport en denksport; d. de locaties Gusto en Zwembad-Zuid voor woningbouw zouden kunnen worden gebruikt; e. aandacht wordt gevraagd voor (ouderen)huisvesting, zowel zelfstandig als met zorg; f. bij recreatieve routes aandacht wordt gevraagd voor veilige routes voor wandelaars; g. aansluiting van de A13 richting Oost-Abtspolder leidt tot verkeersdruk in Schiedam-Noord; h. de schaarse groene gebieden te koesteren, versterken en op te waarderen; i. onduidelijk is wat de bedoeling is met Thurlede en de sportvelden en volkstuinen; j. actieve grondpolitiek effectiever zou kunnen zijn dan ontwikkelingen aan de markt te laten; k.
onduidelijkheid bestaat over de in afspraak met de provincie te ontwikkelen bedrijventerreinen; l. het project ‘Schiedam Schoon’ niet wordt genoemd; m. niet wordt aangegeven op welke wijze wordt ingezet op zaken waarop Schiedam slechts scoort, zoals luchtkwaliteit en verduurzaming.
9
Reactie gemeente a) In 2019 is, ter voorbereiding op de omgevingsvisie, gekozen voor een interactief proces met de stad. In dat kader zijn stadsgesprekken gevoerd en heeft themagerichte participatie plaatsgevonden over wonen, economie, mobiliteit en groen. De ter inzage legging is het sluitstuk van dit proces, het delen van de opbrengsten. Het ontwerp van de omgevingsvisie is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt en toegezonden aan alle wijkverenigingen, ondernemersverenigingen en andere stakeholders. Op deze wijze heeft iedereen kennis kunnen nemen van de omgevingsvisie en zijn zij in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen, suggesties en vragen naar voren te brengen. b)
In de omgevingsvisie wordt het belang van het behoud en versterken van goed functionerende, aantrekkelijke detailhandelslocaties beschreven voor de stedelijke economie, en als voorzieningencentra voor bewoners. De binnenstad en Hof van Spaland zijn daarbij de belangrijkste winkelcentra. Deze worden ondersteund door compacte en aantrekkelijke wijkwinkelcentra, zoals de genoemde Groenelaan en Mgr. Nolenslaan. Voor deze wijkwinkelcentra wordt ingezet op een compleet aanbod aan dagelijkse boodschappen. Verwezen wordt naar de paragraaf ‘economie’ in hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie en de kaart ‘compacte en multifunctionele stad’.
c)
De omgevingsvisie zet in op het bieden van ruimte om te bewegen, sporten, ontmoeten en ontspannen. Zoals door u terecht wordt opgemerkt betreft dit niet alleen buitensport, maar ook locaties voor binnensport en denksport. Met de omgevingsvisie wordt de focus gelegd op het (mede)gebruik van scholen en schoolpleinen voor sport, ontmoeting en andere buurtfuncties (ook buiten schooltijden). Daarmee wordt in de wijken, zoals verzocht, de mogelijkheid geboden voor binnensport en denksport.
d)
Bij de voorbereiding van de omgevingsvisie zijn meerdere locaties als mogelijke toekomstige woningbouwlocatie beoordeeld. De locatie Gusto is afgevallen gelet op de behoefte aan bedrijventerreinen. De locatie Zwembad Zuid was eerder al afgevallen omdat het gelet op de waterveiligheid niet mogelijk is om op en nabij de dijk te bouwen.
e)
Het bouwen van voldoende en passende woningen is één van de belangrijkste opgaven uit de omgevingsvisie. Ambitie is om alle Schiedammers, afhankelijk van hun levensfase, een divers woningaanbod te bieden in een prettige, veilige en leefbare woonomgeving. Gelet op deze opgaven willen wij ouderen, anders dan u verzoekt, niet meer (of minder) prioriteit geven dan de andere doelgroepen. Dit neemt niet weg dat de huisvesting van ouderen, specifiek wonen en zorg, bijzondere aandacht heeft. Verwezen wordt naar de paragraaf ‘wonen’ in hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie en hoofdstuk 6 van de Woonvisie.
f)
Uw verzoek om meer aandacht te hebben voor veilige wandelpaden wordt gedeeld. Ambitie is om het fiets- en wandelnetwerk te verbeteren en uit te breiden, met als uitgangspunt breder, veiliger, toegankelijker en aantrekkelijker. De mate waarin dit mogelijk is, is afhankelijk van de locatie, de beschikbare ruimte en de behoeften van de gebruikers.
g)
De door u genoemde aansluiting van de A13 richting de Oost-Abtspolder wordt niet herkend en wordt ook niet benoemd in de omgevingsvisie. Wel is er de, in regionaal verband reeds langer bestaande, ambitie om een nieuwe OV-verbinding naar Zoetermeer te realiseren. De beoogde verbinding loop via de ’s-Gravelandsepolder en het Rotterdamse bedrijventerrein Noordwest, zoals aangegeven op de deelkaart ‘historische en bereikbare stad’.
h)
De stedelijke hoofdgroenstructuur die we willen behouden en versterken wordt aangegeven op de deelkaart ‘groene en gezonde stad’. Deze sluit aan op het door u genoemde open polderlandschap van Midden-Delfland. Bij nieuwe ontwikkelingen zal een afweging worden
10
gemaakt tussen de verschillende ambities uit de omgevingsvisie. Hoewel het belang van voldoende en kwalitatief groen zal worden meegewogen, is het niet uit te sluiten dat in de toekomst ontwikkelingen plaatsvinden in gebieden die geen onderdeel zijn van deze hoofdstructuur. i)
De locatie Thurlede is aangeduid als een potentiële woningbouwlocatie, die kan worden overwogen op het moment dat station Kethel wordt gerealiseerd. Op deze locatie kan, met behoud van het Beatrixpark en in combinatie met toekomstbestendige sportvoorzieningen, een bijzonder parkachtige woonlocatie ontstaan. De volkstuinen maken geen onderdeel uit van deze locatie.
j)
De hoofdlijnen van het gemeentelijk grondbeleid staat beschreven in hoofdstuk 7 van de omgevingsvisie. Daarin is aangegeven dat uw suggestie voor actieve grondpolitiek terughoudend wordt toegepast.
k)
Om woningbouw op Nieuw-Mathenesse Noord (de locatie van de voormalige glasfabriek en de Van Deventerdriehoek) mogelijk te maken zijn met de provincie afspraken gemaakt over de wijze waarop het verlies aan bedrijventerreinen zou worden gecompenseerd. Dit gelet op de provinciale regels inzake het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven. De afspraken over woningbouw en de compensatie van het oppervlak bedrijventerreinen zijn vastgelegd in het in 2021 door Schiedam en de provincie gesloten Woon-Werkakkoord Nieuw-Mathenesse.
l)
De inzet op het versterken van een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is wordt met de omgevingsvisie gecontinueerd. Het programma ‘Schiedam Schoon’ is een uitwerking van deze ambitie, die reeds in uitvoering is. Om deze reden, en het feit dat het geen omgevingsprogramma is als bedoeld in de Omgevingswet, is deze niet in de omgevingsvisie genoemd.
m) Een gezonde leefomgeving (luchtkwaliteit) en verduurzaming zijn belangrijke thema’s in de omgevingsvisie. In dat kader wordt verwezen naar paragrafen ‘klimaat’ en ‘gezonde leefomgeving’ in hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie. 12. GroenBlauwe Alliantie Schiedam a. Het belang van veilige fietspaden gaat ten koste van veilige wandelpaden. b. De schaarse groene ruimte in Schiedam moet behouden blijven en indien deze wordt aangetast gecompenseerd c. Verzocht wordt Park Kethel onderdeel te maken van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. d. Bij watergangen dient aandacht te zijn voor natuurvriendelijke oevers, flauwere taluds en meer variatie in beplanting. e. Verzocht wordt meer in te zetten op waterdoorlatende bestrating en ondergrondse waterberging. f. Op welke wijze wordt een afweging gemaakt tussen bebouwing en behoud van groene en blauwe kwaliteiten bij het Beatrixpark. g. Geadviseerd wordt een groenfonds in te stellen h. Om de beheerkosten te verlagen zouden de Alliantie en burgers kunnen worden ingezet voor beheeractiviteiten. De kosten kunnen ook worden verlaagd door het gebruik van gronden als voedseltuinen. i. Onvoldoende inhoud is gegeven aan de participatie rond de omgevingsvisie.
11
Reactie gemeente a) Verwezen wordt naar de reactie onder 11.f. b)
Met de omgevingsvisie wordt gezocht naar een balans tussen een prettige (groenblauwe) leefomgeving en het bouwen van voldoende woningen. De stedelijke hoofdgroenstructuur die we willen behouden en versterken wordt aangegeven op de deelkaart ‘groene en gezonde stad’. Deze gebieden worden beschermd. Deze ambitie sluit daarmee aan op uw verzoek.
c)
Net als u zien wij de waarde van Park Kethel, zowel in landschappelijke als historische zin. Gelet hierop zal het park als onderdeel van de stedelijke hoofdgroenstructuur en ook als onderdeel van het in voorbereiding zijnde beschermd dorpsgezicht Kethel worden beschermd. Omdat het plan onderdeel is van de stedelijke hoofdgroenstructuur zien wij geen aanleiding deze onderdeel te laten worden van het Bijzonder Provinciaal Landschap, die ziet op het buiten de stedelijk contour gelegen landschap.
d)
Het door u genoemde belang van natuurvriendelijke oevers wordt onderkend en waar mogelijk reeds uitgevoerd. Verwezen wordt naar het onderdeel ‘groene en gezonde stad’ in hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie.
e)
De door u genoemde zaken worden gezien als mogelijkheden voor een klimaatadaptieve inrichting van Schiedam, wat nader zal worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma ‘Klimaat’. Verwezen wordt naar het onderdeel ‘compacte en multifunctionele stad’ in hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie.
f)
In de omgevingsvisie wordt een voorschot genomen op een mogelijke ontwikkeling van dit gebied. Dit omdat de voorziene realisatie van station Kethel er voor zorgt dat dit deel van Schiedam een andere positie krijgt binnen de stedelijke structuur. De positie en omvang van het Beatrixpark zal daarbij niet worden aangetast. Het biedt kansen om de verbindingen langs de Poldervaart te versterken. Ook de volkstuinen blijven behouden. Indien woningbouw plaatsvindt zal dit zich beperken tot de oostzijde van de Parkweg, in combinatie met het toekomstbestendig maken van de sportvoorzieningen. Dit beidt mogelijkheden voor nieuwe woningen, maar ook aan het sociaal veiliger maken van het Beatrixpark.
g)
In voorbereiding op de omgevingsvisie is de gemeentelijke groenvisie vastgesteld. In het kader van de uitvoering daarvan is het bestande bomenfonds omgevormd naar een groenfonds. Daarmee is reeds tegemoetgekomen aan uw voorstel.
h)
De gemeente kent diverse mogelijkheden voor inwoners en organisaties om bij te dragen aan het onderhoud van de openbare ruimte, zoals door u voorgesteld. Geïnteresseerden kunnen zich melden, waarna in overleg afspraken worden gemaakt en vastgelegd in een wijkdeal.
i)
Verwezen wordt naar de reactie onder 11.a.
13. Bewoners tegen vliegtuigoverlast Rotterdam Airport De zienswijze betreft de overlast die wordt ervaren ten gevolge van het vliegverkeer van en naar Rotterdam The Hague Airport. Gelet hierop wordt verzocht dat de gemeente zich uitspreekt tegen groei van het vliegveld en voor krimp is. Aanvullend wordt verzocht de impact van het vliegverkeer te benoemen en minimaliseren, zowel op de stad als de polder Midden-Delfland. Reactie gemeente De omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van Schiedam. Omdat het vliegveld in een andere gemeente is gelegen, en de bevoegdheid daarover niet bij de gemeente Schiedam ligt, gaat de omgevingsvisie niet in op de toekomst van het vliegveld. In de
12
omgevingsvisie staan wel ambities met betrekking tot een gezonde leefomgeving. Daarbij wordt ingezet op het verbeteren van de luchtkwaliteit en het beperken van geluidhinder. Deze ambities zullen we blijven betrekken op het gemeentelijk standpunt inzake Rotterdam The Hague Airport. 14. Milieudefensie a. Onvoldoende inhoud is gegeven aan de participatie rond de omgevingsvisie. b. De omgevingsvisie vraagt om duidelijke keuzes over de inzet van de beperkte menskracht en financiële middelen. c. Een reflectie ontbreekt over waar Schiedam staat en functioneert voor wat betreft zaken als duurzaamheid, circulariteit, groen, biodiversiteit etc.. d. Schiedam moet een duidelijke mening vormen over de (negatieve) invloeden van buiten de gemeentegrenzen gelegen hinderbronnen en het doortrekken van de A13/A16. Reactie gemeente a) Verwezen wordt naar de reactie onder 11.a. b)
De omgevingsvisie heeft een strategisch karakter en geeft richting aan de toekomst van Schiedam. In de omgevingsvisie is geen rekening gehouden met mogelijke belemmeringen bij de uitvoering, zoals menskracht en financiële middelen. Deze aspecten zullen wel mee worden bij de uitwerking van de visie in omgevingsprogramma’s en gebiedsontwikkelingen.
c)
Bij de voorbereiding van de omgevingsvisie is gereflecteerd op waar Schiedam staat en welke uitdagingen dit stelt naar de toekomst. Dit is reden dat met de omgevingsvisie (mede) wordt ingezet op het behalen van de ambities met betrekking tot klimaat en groen. Deze zullen nader worden uitgewerkt met het in voorbereiding zijnde omgevingsprogramma ‘Klimaat’.
d)
De omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van Schiedam. Omdat het vliegveld en eventuele kerncentrales in andere gemeenten zijn gelegen, en de bevoegdheid daarover niet bij de gemeente Schiedam ligt, gaat de omgevingsvisie daar niet op in. Dit neemt niet weg dat in de omgevingsvisie wel ambities met staan betrekking tot een gezonde leefomgeving, die in het kader daarvan zullen worden betrokken. Het doortrekken van de A13/A16 wordt niet herkend, ook niet in de visies van andere overheden die daarover gaan.
15. a. b. c. d. e.
Stichting De Schiedamse Molen Voorgesteld wordt hoofdstuk 2 en paragraaf 4.2 aan te vullen met ambachtelijk vakmanschap. Voorgesteld wordt paragraaf 4.3 aan te vullen inzake de molens en het beschermd stadsgezicht. Voorgesteld wordt paragraaf 4.4. aan te vullen met de bereikbaarheid van de molens. Voorgesteld wordt paragraaf 4.5 aan te vullen met een beschrijving van het landschap. Verzocht wordt hoogbouw in meters te begrenzen in plaats van bouwlaag. Daarbij is de stichting geen voorstander van hoogbouw ten zuiden van de Burgemeester van Haarenlaan en nabij de Koemarkt
Reactie gemeente a) De tekst in hoofdstuk 2 is overeenkomstig uw verzoek aangevuld. Aan de 2 e alinea van de paragraaf ‘economie’ is gelet op uw verzoek ‘ambachtelijk’ toegevoegd. Uw verzoek om de laatste zin aan te vullen is niet overgenomen omdat het hier maakbedrijven in de breedste zin van het woord betreft. Ook uw verzoek om ‘ambachtscentrum voor praktische opleidingen’ toe te voegen wordt niet voldaan. Dit omdat het geen ambitie is om ons actief in te zetten voor realisatie van een dergelijk centrum. Dit staat los van het feit dat op het moment dat wij daarvoor een aanvraag krijgen, deze op haalbaarheid en uitvoerbaarheid wordt beoordeeld.
13
b)
In de paragraaf ‘erfgoed’ worden de vijf, met de historie van Schiedam samenhangende, verhaallijnen benoemd. Al deze verhaallijnen zijn van belang, niet alleen de verhaallijn ‘Jeneverstad van de wereld’ waarvoor u een voorstel doet. Uw voorstel is om die reden niet overgenomen. Wel wordt er op gewezen dat deze verhaallijn uitgebreider wordt beschreven in het gemeentelijk erfgoed- en monumentenbeleid, waar onder ‘verder lezen’ naar wordt verwezen. Deze beschrijving komt overeen met uw voorstel. Gelet op uw verzoek is aan de eerste alinea wel een tekst toegevoegd over het bijzondere ensemble van de stellingsmolens.
c)
De bereikbaarheid voor hulpdiensten is in alle gevallen een aandachtspunt. Wij zien geen aanleiding om de bereikbaarheid van de molens in dat kader specifiek te benoemen. In dat kader wordt aanvullend verwezen naar de reactie onder 2.c.
d)
In de paragraaf ‘groen’ wordt de stedelijke groenstructuur beschreven. Hoewel delen daarvan historisch gezien hun oorsprong vinden in het veenweidelandschap, is het gebied thans (grotendeel) niet meer herkenbaar als dan wel aan te merken als open veenweidelandschap. Uw tekstvoorstellen worden om deze reden niet overgenomen.
e)
Omdat de hoogte van een bouwlaag, gelet op wettelijke eisen, door tijdsverloop kan wijzigen is er voor gekozen om bij hoogbouw uit te gaan van aantal bouwlagen in plaats van aantal meters. De door u genoemde, op de visiekaart aangegeven, locaties voor hoogbouw liggen allen buiten de molenbiotoop van 400 meter. Hoogbouw op deze locatie doet derhalve geen afbreuk aan het functioneren van de molens. Gelet hierop, de woningbehoefte en de afwegingen die in de omgevingsvisie zijn gemaakt inzake de locaties van hoogbouw wensen wij vast te houden aan deze locaties.
16. Green Business Club Waterweg De Green Business Club Waterweg is een platform waarin verschillende partijen samenwerken aan de verduurzaming van bedrijventerreinen in de regio Waterweg. De volgende aanbevelingen worden gedaan om de duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen ambitieuzer te verankeren: a. verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen als afzonderlijke ruimtelijke en maatschappelijke opgave benoemen; b. ruimte in het omgevingsbeleid bieden voor maatwerk, experiment en co-creatie; c. een participatieaanpak voor bedrijventerreinen te formuleren; d. ambities te benoemen voor de verduurzaming van mobiliteit op bedrijventerreinen. Reactie gemeente a) De gevolgen van klimaatverandering en de daarmee samenhangende energietransitie, kimaatadaptatie en circulariteit worden in de omgevingsvisie benoemd als belangrijke opgaven. Dit heeft betrekking op de gehele gemeente, zowel de woongebieden als de bedrijventerreinen. Wij zien geen aanleiding om de bedrijventerreinen in dit kader afzonderlijk te benoemen. Dit neemt niet weg dat het reeds onderdeel is van de aanpak van onze bedrijventerreinen. In dat kader wordt verwezen naar de paragrafen ‘Schiedistrict’ en ‘Nieuw-Mathenesse’ in hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie en het ruimtelijk-economisch raamwerk ‘Haven van Schiedam’ als genoemd in de paragraaf ‘economie’ in hoofdstuk 4. b)
Met deze omgevingsvisie en het in voorbereiding zijnde omgevingsprogramma ‘Klimaat’ wordt richting gegeven aan de energietransitie en klimaatadaptatie in Schiedam. Het realiseren van deze ambities kunnen wij niet alleen. Wij zien daarbij een voorname rol voor bewoners en bedrijven. Daarbij past ook dat ruimte voor maatwerk wordt geboden aan initiatieven die bijdragen aan het realiseren van deze ambities, mits deze geen onnodige afbreuk doen aan de andere in de omgevingsvisie benoemde ambities.
14
c)
Bij ontwikkelingen op bedrijventerreinen betrekken en informeren wij bedrijven adequaat met accountmanagement en via nieuwsbrieven en onze sociale kanalen. Hiermee, maar ook via individueel contact, worden bedrijven betrokken bij ontwikkelingen die in de omgeving van hun bedrijf plaatsvinden. Naar onze mening is dit een adequate aanpak om bedrijven te betrekken.
d)
Onze ambities met betrekking tot de mobiliteit zijn benoemd in de paragraaf ‘mobiliteit’ in hoofdstuk 4. Dit sluit reeds aan op hetgeen door u wordt verzocht.
17. Energiek Schiedam a. De omgevingsvisie is een kans om het klimaatbeleid aan te scherpen en heldere keuzes te maken. b. De omgevingsvisie maakt geen duidelijke keuze inzake windenergie. c. De omgevingsvisie maakt geen duidelijke keuze inzake buurtbatterijen. Reactie gemeente a) Energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit zijn belangrijke opgaven waar wij als stad voor staan. Dit maakt ook dat deze als ambitie is benoemd in de paragraaf ‘klimaat’ in hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie wordt op hoofdlijnen richting gegeven aan de energietransitie en klimaatadaptatie in Schiedam. Dit betreft, zoals in de aanhef van hoofdstuk 4 is genoemd, een beleidsneutrale doorvertaling van de eerder vastgestelde beleidsvisies, genuanceerd op basis van maatschappelijke behoeften en ontwikkelingen. Vandaar dat in deze paragraaf onder ‘verder lezen’ wordt verwezen naar de van eerder vastgestelde van toepassing zijnde beleidskaders. U ziet de omgevingsvisie als een kans om deze punten aan te scherpen en heldere keuzes te maken. Zoals wordt beschreven in hoofdstuk 7 van de omgevingsvisie kunnen de ambities, doelen en opgaven uit de omgevingsvisie worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma. Gelet op de energietransitie en klimaatadaptatie is het omgevingsprogramma ‘Klimaat’ momenteel in voorbereiding.
Een omgevingsprogramma is, anders dan een omgevingsvisie, meer gericht op uitvoering en zal derhalve concrete keuzes en acties bevatten. Bewoners, bedrijven en instanties worden betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van het omgevingsprogramma. b)
Verwezen wordt naar de reactie onder 2.e
c)
Anders dan u veronderstelt willen wij met de omgevingsvisie juist ruimte bieden voor buurtbatterijen, zeker gelet op de bijdrage die deze kunnen leveren ten aanzien aan het oplossen van netcongestie. Het voorbehoud dat wordt gemaakt heeft specifiek te maken met de veiligheidsaspecten samenhangend met een dergelijke voorziening, waar ook de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond op wordt gewezen. Om dit te verduidelijken is de tekst in de omgevingsvisie aangepast zodat duidelijk is dat het de inpassing uit het oogpunt van omgevingsveiligheid betreft.
18. Convenant Windenergie Rotterdamse Regio Een deel van de leden van het convenant (de zienswijze is niet verstuurd namens de gemeenten Barendrecht, Lansingerland, Nissewaard en Ridderkerk) verzoeken de passage ‘en niet uit wind’ te schrappen uit de omgevingsvisie, zodat deze aansluit bij het convenant en de RES 1.0 en verzoekt het convenant expliciet te benoemen. Daarnaast wordt verzocht om in gesprek te gaan over het nakomen van de bestuurlijke afspraken.
15
Reactie gemeente Anders dan wordt gesteld wordt met de omgevingsvisie wind niet uitgesloten, maar wordt de prioriteit bij andere energiebronnen gelegd. Het convenant windenergie zullen wij niet benoemen in de omgevingsvisie, aangezien wij u reeds bij brief van 22 december 2022 hebben medegedeeld dat wij het convenant na afloop (eind 2025) niet zullen verlengen. Dit neemt niet weg dat wij in het kader van de Regionale Energie Strategie met elkaar in gesprek zullen blijven. Aanvullend wordt verwezen naar de reactie onder 2.e. 19. Energie Samen Zuid-Holland Energie Samen Zuid-Holland behartigt de belangen van Energie Coöperaties. Opgemerkt wordt dat wind een voorname toekomstige energiebron is en om die reden wordt verzocht de passage ‘en niet uit wind’ uit de omgevingsvisie te verwijderen. Reactie gemeente Verwezen wordt naar de reactie onder 2.e en 18. 20. Cumela Nederland Cumela Nederland is de branche-organisatie voor ondernemers die met mensen en materiaal in de groen-, grond en infrasector werken. Gelet op de belang van deze bedrijfsactiviteiten wordt verzocht: a. ruimte te bieden om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en uitbreiden, waaronder ook (buiten)opslag, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken; b. rekening te houden met de ontsluiting, voor met name zwaar materieel, bij cumelabedrijven; c.
ruimte te bieden voor energieopwekking op bedrijfslocaties van cumelabedrijven. Reactie gemeente a) Met de omgevingsvisie zet Schiedam in op een sterk, aantrekkelijk en toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat, waarin ondernemers optimaal kunnen ondernemen en willen investeren. De schaarste aan ruimte maakt dat daarbij wordt gekozen voor intensivering van het ruimtegebruik en beter benutten van bedrijfskavels. Binnen deze uitgangspunten is vestiging van bedrijven, ook cumelabedrijven, mogelijk. Nieuwvestiging van bedrijven is alleen wenselijk op de Schiedamse bedrijventerreinen. Het is niet wenselijk dat (cumela)bedrijven zich vestigen in het buitengebied, aangezien dit niet passend is bij het beschermde karakter van het open polderlandschap van Midden-Delfland. b)
Schiedam onderschrijft het belang van een goede bereikbaarheid op ons vestigingsklimaat en de concurrentiepositie. Bij de aanleg, verandering of onderhoud van (ontsluitings)wegen houden we rekening met de behoeften van alle beoogde weggebruikers, waarbij de bereikbaarheid en veiligheid van alle weggebruikers voorop staat passend binnen de geldende wet- en regelgeving.
c)
De gemeente staat positief ten opzichte van initiatieven voor de opwek en opslag van duurzame energie. Met name de bedrijventerreinen worden gezien als locatie om hernieuwbare energie op te wekken, op te slaan en te distribueren. Onze ambities sluiten daarmee aan op uw verzoek.
21. Ridge Development Ridge Development is voornemens een bouwplan te ontwikkelen op de locatie van de voormalige ambulancepost aan de Zoomweg 20. Het plan betreft een woongebouw met een hoogte van 22 bouwlagen. Gelet op deze plannen wordt verzocht de locatie Zoomweg 20 aan te duiden als een hoogbouwlocatie.
16
Reactie gemeente De zienswijze betreft een initiatief bestaande uit 22 bouwlagen dat in concept is voorgelegd aan de gemeente. De voorgestelde locatie voldoet niet aan de uitgangspunten die de gemeente hanteert voor stedelijke verdichting met hogere bebouwing. Hoogbouw (meer dan 8 bouwlagen) wordt uitsluitend overwogen op plekken die goed ontsloten zijn, zoals bij metro- of treinstations en bij belangrijke toegangswegen tot de stad. De locatie in kwestie voldoet niet aan deze voorwaarden. Derhalve zal deze locatie niet worden aangewezen als hoogbouwlocatie. 22. Stichting Nieuwe Maas Schiedam De Stichting Nieuwe Maas Schiedam (SNMS) is als eigenaar verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de wegen in het gebied Nieuwe Maas op het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse, evenals de aanwezige kabels en leidingen. Tevens heeft zij als taak het bewaken van de kwaliteit en het optimaal gebruik van het terrein en kan zij op grond van haar statuten de financiële, economische en ruimtelijke belangen van deelnemers behartigen. Gelet hierop wordt verzocht: a. het gebied Nieuwe Maas als separaat bedrijfscluster te benoemen; b. coherentie in de beleidsdocumenten inzake deze locatie te bewerkstelligen; c. de gronden in eigendom van de gemeente uit te geven voor bedrijvigheid; d. de visiekaart aan te passen voor wat betreft de aanduiding ‘nieuw groen te ontwikkelen’; e.
het Ruimtelijk Raamwerk fase 2 voor wat betreft het gebruik van de Fortunaweg als doorgaande route aan te passen Reactie gemeente a) De Schiedamse bedrijventerreinen worden aangeduid op basis van de voor die gebieden kenmerkende en door te ontwikkelen specifieke maakindustrieclusters: mechatronica, maritiem/offshore en distillateurs. Deze aanduiding neemt niet weg dat op alle bedrijventerreinen, naast de clusterbedrijvigheid, sprake is van een grote hoeveelheid aan andere bedrijven. Wij zien B2B-bedrijvigheid niet als een onderscheidend cluster, maat als een verzamelnaam voor een breed scala aan op andere bedrijven gerichte ondernemingen. Dit doet overigens geen afbreuk aan het belang van deze bedrijvigheid voor de (lokale) economie en regionale economische ketens, dan wel de wenselijkheid daarvan op deze locatie. b)
De beoogde verdere ontwikkeling is uitgewerkt in het Ruimtelijk Raamwerk NieuwMathenesse fase 2, die op 3 juni 2025 is vastgesteld. Gelet op de beoogde coherentie is een verwijzing naar het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 2 toegevoegd aan de omgevingsvisie. Dit raamwerk moet worden beschouwd als een nadere uitwerking van de in de omgevingsvisie beschreven opgave voor dit gebied.
c)
De betreffende gronden zijn op grond van het omgevingsplan bestemd voor bedrijvigheid tot en met categorie 3.2. De gronden kunnen derhalve, overeenkomstig uw verzoek, hiervoor worden uitgegeven en gebruikt. Na vaststelling van het Ruimtelijk Raamwerk NieuwMathenesse fase 2 is de voorbereiding voor de uitgifte gaande.
d)
De aanduiding ‘nieuw groen te ontwikkelen’ is gelet op uw verzoek op de visiekaart aangepast. De kaart is daarmee in lijn met het vastgestelde Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 2. De aanduiding reikt daarmee niet meer over gronden waarvoor u verantwoordelijk bent.
e)
Voor wat betreft de infrastructuur is naar aanleiding van de zienswijze van de SNMS inzake het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 2, bij de besluitvorming daarover, reeds aangegeven dat de huidige infrastructuur vooralsnog behouden blijft. Het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 2 is hier ook op aangepast. Kortheidshalve wordt voor de inhoudelijke afweging hier naar verwezen. De Schiedamse Omgevingsvisie is in lijn met die besluitvorming gebracht. De opmerking inzake de nieuwbrief valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie.
17
23. Volt Schiedam a. Het terugdringen van het autogebruik komt onvoldoende naar voren, zowel gelet op het vervuilende aspect als het ruimtegebruik. b. Voor tijdelijke bewoners, zoals seizoensarbeiders, dient veilige en betaalbare huisvesting te zijn. c. Een oplossing voor het bouwen in de nabijheid van de haven is het aanwijzen van een tussenzone waar minder geluidsintensieve bedrijven zich mogen vestigen. d. Een totaalvisie op de omgeving van station Kethel is gewenst om te zorgen dat dit een prettige woon- of verblijfsplek wordt. Reactie gemeente a) De ambities met betrekking tot mobiliteit staan beschreven in de paragraaf ‘mobiliteit’ van hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie. Uitgangspunt daarbij is niet het terug dringen van het autogebruik, maar het stimuleren van het gebruik van duurzame en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen, zoals lopen, fietsen, deelmobiliteit en een kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer. b)
De huisvesting van arbeidsmigranten is reeds onderdeel van ons woonbeleid. Dit beleid is vastgelegd in de gemeentelijke Woonvisie (2020) en reeds in uitvoering.
c)
De door u voorgestelde zonering tussen woningen en bedrijven is een goede oplossing voor nieuwe situaties, en wordt ook toegepast. Op bestaande situaties, zoals de Schiedamse havens, is dit minder goed toepasbaar. Om die reden is de ambitie daar geluidsreductie bij bedrijven in combinatie met betere geluidsisolatie van de woningen.
d)
In de omgeving van station Kethel zijn gebieden aangeduid als potentiële woningbouwlocatie, die kunnen worden overwogen op het moment dat station Kethel wordt gerealiseerd. Hier kan, met behoud van het Beatrixpark en in combinatie met toekomstbestendige sportvoorzieningen, een bijzonder parkachtige woon- en verblijfsplek ontstaan. Het is voorstelbaar dat, op het moment dat de plannen voor station Kethel concreter zijn, een meer gedetailleerde ontwikkelrichting voor dit gebied wordt toegevoegd door de omgevingsvisie te herzien.
24. Inwoner 1 25. Inwoner 2 26. Inwoner 3 Deze inwoners hebben een nagenoeg gelijkluidende zienswijze ingebracht. Gesteld wordt dat in de omgevingsvisie onvoldoende rekening wordt gehouden met de hinder ten gevolge van Rotterdam The Hague Airport en de beoogde groei daarvan, zowel op de stad als het poldergebied MiddenDelfland. Reactie gemeente Verwezen wordt naar de reactie onder 13. 27. Inwoner 4 a. Onvoldoende inhoud is gegeven aan de participatie rond de omgevingsvisie. b. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie dienen alle belangen in evenwichtige samenhang te worden meegenomen. c. Verzocht wordt meer en betere groene, ecologische verbindingen te realiseren, evenals de aanleg van natuurvriendelijke oevers. d. Verzocht wordt voldoende waterberging te realiseren om wateroverlast te voorkomen. e. Een calamiteitenplan is gewenst in geval van een dijkdoorbaak.
18
Reactie gemeente a) Verwezen wordt naar de reactie onder 11.a. b)
In hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie worden de kernwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van Schiedam beschreven. Aangegeven is dat er continu gezocht zal worden naar een juiste balans tussen wensen en ambities. Wetende dat het niet mogelijk is alle doelstellingen in dezelfde mate te kunnen nastreven, zullen er bij elke ontwikkeling keuzes en afwegingen gemaakt worden aan de hand van de bovenstaande vijf kernwaarden. Dit komt overeen met uw verzoek.
c)
Verwezen wordt naar de reactie onder 12.b en 12.d.
d)
Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat moet worden voorzien in voldoende waterberging. Daarbij moet zowel worden voldaan aan de gemeentelijke norm van 60 mm/uur, als aan de ‘watersleutel’ van het Hoogheemraadschap. Om wateroverlast in de bestaande wijken te voorkomen worden maatregelen getroffen om het waterbergend vermogen te vergroten. Dit zal nader worden uitgewerkt in het omgevingsprogramma ‘Klimaat’. Verwezen wordt naar het onderdeel ‘compacte en multifunctionele stad’ in hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie.
e)
De dijken zijn, mede gelet op een eventuele toekomstige verzwaring, voldoende sterk. De kans op overstroming is derhalve gering. Met de betreffende instanties, zoals de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), wordt gesproken over de wijze waarop gehandeld dient te worden in geval van een calamiteit. Door de VRR zijn, voor het scenario van een dreigende overstroming impactanalyses en een incidentbestrijdingsplan gemaakt. In dit kader wordt aanvullend verwezen naar de reactie onder 4.d.
28. Inwoner 5 In de zienswijze wordt de door het Kennisnetwerk Schiedam ingebrachte zienswijze herhaald. Aanvullend wordt opgemerkt dat, onder verwijzing naar het afwijzend standpunt inzake een windturbine op Vijfsluizen, geen ruimte wordt geboden voor windenergie. Reactie gemeente Met de omgevingsvisie benadrukt Schiedam dat restwarmte en het opwekken van energie uit zon de voornaamste toekomstige energiebronnen in de stad zijn. Anders dan u stelt sluit de omgevingsvisie windenergie niet uit. Windenergie is mogelijk, mits zorgvuldig ingepast in de stedelijke omgeving. Dit rekening houdend met alle wettelijke beperkingen die daarmee samenhangen, zoals geluid, slagschaduw, omgevingsveiligheid en hoogtebeperkingen samenhangend met vliegverkeer. Deze beperkingen hebben geleid tot het afwijzend standpunt inzake de windturbine op Vijfsluizen. Dit neemt niet weg dat, rekening houdend met deze beperkingen, inpassing van een windturbine op een andere locatie misschien wel mogelijk is. Aanvullend wordt verwezen naar de reactie onder 2.e en 18 Voor wat betreft de overige naar voren gebrachte zienswijzen, alsmede participatie, wordt verwezen naar de reactie onder 11.
19