Bijlage 6 Afwegingskader Nota Verbonden Partijen jeugdtaken OL Rogplus
Tekst van het document
Afwegingskader Nota Verbonden Partijen
Bijlage 21BIJ01745
Uitwerking jeugdtaken Openbaar Lichaam Rogplus
De Nota Verbonden Partijen stelt de raad in staat haar kader stellende en controlerende taak uit te voeren. Hierin is benoemd dat het college bij het initiatief tot het aangaan of wijzigen van een relatie met een (nieuwe) verbonden partij de volgende punten inzichtelijk maakt: 1. Welk publiek belang wordt behartigd? De gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg en voor de transformatie van de jeugdhulp. De invoering van het Jeugdmodel MVS maakt onderdeel uit van de transformatie doelstellingen binnen het Sociaal Domein en heeft als doel om de juiste passende hulp te kunnen bieden aan onze jeugdigen in Schiedam, tegen beheersbare kosten. Vanuit het perspectief om te komen tot meer samenhang in het sociaal domein heeft het de voorkeur om de nieuwe taken onder te brengen bij een bestaande gemeenschappelijke regeling en niet een nieuwe gemeenschappelijke regeling op te richten. 2. Waarom is betrokkenheid van de gemeente noodzakelijk? De uitvoering van de Jeugdtaken is een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. De betrokkenheid is dus noodzakelijk en een wettelijke verplichting. 3. Waarom wordt niet volstaan met een rol als facilitator, subsidieverstrekker of opdrachtgever? Zoals hierboven aangegeven is de uitvoering van jeugdtaken een wettelijke verplichting van de gemeente.
Betrokkenheid is daarnaast belangrijk vanwege het maatschappelijk belang van jeugdzorg. 4. Wat zijn de voor- en nadelen van het aangaan van de verbonden partij? De voorgestelde regeling biedt inkoopvoordelen, het gezamenlijk met Maassluis en Vlaardingen inkopen van jeugdhulp zorgt voor een sterkere positie. Het nadeel van een verbonden partij is dat het maatwerk (‘couleur locale’ per gemeente) in de weg kan staan. Ten opzichte van de GRJR kan echter in de UOJ veel meer worden gekeken naar lokaal maatwerk, gelet op de beperkte deelnemers in de UOJ en overige samenwerkingsverbanden die al bestaan met Maassluis en Vlaardingen. 5. Welke taken (beleid of uitvoering) worden overgedragen, op welke wijze (delegatie of mandaat) en welke consequenties heeft dit voor de gemeente? De taakstelling jeugd aan Openbaar Lichaam Rogplus is als volgt: Contractmanagement van de taakgerichte opdracht, waarin de gezamenlijke transformatieopgave geborgd wordt. De inkoop van jeugdhulp staat in het MVS Jeugdmodel niet op zichzelf. Er ligt een gezamenlijke opgave voor verschillende maatschappelijke partners, de MVS-gemeenten en de uitvoeringsorganisatie. Elke partij heeft hierin vanzelfsprekend wel zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. De contractmanager vervult een belangrijke spilfunctie in dit samenspel. Administratieve taken die voortvloeien uit de contractering.
Sturings- en beleidsinformatie. Toekomstige inkooptaken, zoals contractverlengingen en te zijner tijd de nieuwe aanbesteding In voorgestelde regeling worden de taken aan Rogplus gedelegeerd. Reden om te kiezen voor delegatie, en niet voor mandaat, is dat bij mandaat de mandaatgever – in dit geval het college – formeel verantwoordelijk blijft voor wat het bestuur van het openbaar lichaam uitvoert. Door de bevoegdheid betreffende beleidsregels voor Rogplus te beperken behouden de gemeenten hun sturende positie op de gedelegeerde taken. Bij mandaat het college nog zelf besluiten in een individuele casus van een cliënt, dit kan niet met delegatie. 6. Welk financieel belang wordt in de nieuwe verbonden partij belegd?
De concrete financiële consequenties worden uitgewerkt in de Notitie Jeugdzorgbudgetten (MEM0041989), dat op 3 november reeds aan u is verzonden en thans wordt aangevuld met informatie over de toekomstige situatie. 7. Hoe zullen financieringsstromen gaan lopen? De integrale opdracht Jeugdhulp brengt 1 integraal budget voor de gehele contractperiode met zich mee. De verdeelsleutel voor dit budget is gebaseerd op de verleende (specialistische) jeugdhulp in 2019. De verdeelsleutel is als volgt: • Maassluis: 16,01% • Vlaardingen: 40,82% • Schiedam: 43,17% Deze verdeelsleutel geldt ook bij het bepalen van de uitvoeringskosten en de implementatie- en frictiekosten. 8. Hoe is de bestuurlijke invloed geborgd (rol in dagelijks of algemeen bestuur)? Bij een samenstelling met een Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur (AB en DB) is AB verantwoordelijk voor het gevoerde bestuur van het Openbaar Lichaam en heeft een opdrachtgeversrol. Het DB is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur. Zij zien er ook op toe dat het Openbaar Lichaam in staat is om de opdracht uit te voeren. Het DB heeft hiermee een eigenaarsrol. De belangen van de deelnemende colleges en het belang van het Openbaar Lichaam zullen niet altijd hetzelfde zijn. Het is daarom goed om deze verschillende rollen scherp in beeld te houden. In het AB kunnen per gemeente twee portefeuillehouders worden afgevaardigd.
Het AB kiest vervolgens uit haar midden het DB. In het DB zitten in de huidige praktijk altijd de inhoudelijk verantwoordelijke portefeuillehouders. 9. Welke risico’s zijn aan de deelname verbonden? In de gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Rogplus is geanticipeerd op de wijziging van de Wgr. Deze wetswijziging ligt op dit moment ter behandeling bij de Eerste Kamer. De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken en noemt hiervoor diverse instrumenten die terugkomen in voorgestelde regeling. Het risico in deze bestaat uit de mogelijkheid dat een gewijzigd voorstel van de wet wordt aangenomen, waardoor de tekst van de gemeenschappelijke regeling toch moet worden aangepast. Verder zijn de risico’s zeer beperkt. Er wordt namelijk in meer samenwerkingsverbanden succesvol samengewerkt met Maassluis en Vlaardingen. Zie voor de financiële risico’s de antwoorden bij punt 6 en 7. 10. Waarom is gekozen voor de specifieke organisatievorm (privaat- of publiekrechtelijk)? Op grond van de gemeentewet en jurisprudentie is sprake van een voorkeursvolgorde. Deze voorkeursvolgorde houdt in een zware privaatrechtelijke vorm zoveel als mogelijk moet worden voorkomen. Hierbij geldt dat als hetzelfde resultaat kan worden bereikt, gebruik gemaakt moet worden van de publiekrechtelijke weg.
Dit betekent dus dat de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dan de voorkeur heeft. Met de vorm van een GR (AB/DB) is er ook meer sprake van directe invloed op de verbonden partij. Vanwege de wettelijke taken die hierin worden belegd, is de voorkeur duidelijk voor het oprichten van een gemeenschappelijke regeling. 11. Hoe wordt verantwoording afgelegd door de verbonden partij aan het college en de gemeenteraad? De wijze van verantwoording aan het college en de gemeenteraad is vastgelegd in de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Rogplus en verder uitgewerkt in het Governancedocument Rogplus en de Nota Verbonden Partijen van de gemeente Schiedam.