CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Overzicht ‘was-wordt’ regels en verbeelding bestemmingsplan

Gemeenteraad 30 mei 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Schieveste 2021"1.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen regels en verbeelding Schieveste 2021 (was-wordt) REGELS (rode tekstdelen verwijderd, groene tekstdelen nieuw)

Artikel 4

Woongebied

(…) 4.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 4.2.1 Algemeen a. de bebouwde oppervlakte bedraagt maximaal 50% van de totale oppervlakte van de bestemming; publiek toegankelijke dakoppervlakken tellen mee als onbebouwd oppervlak; 4.2.2 Regels ten aanzien van gebouwen a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. gebouwen zijn alleen toegestaan als wordt voldaan aan de in 'Bijlage 3 Situering en bouwhoogte gebouwen en geluidschermen' verbeelde situering en hoogte, met dien verstande dat geen sprake is van windgevaar in de openbare ruimte, waarbij het windgevaar wordt bepaald op grond van NEN 8100; c. de bouwhoogte (in meters) mag niet meer bedragen dan is aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; d. in afwijking van het bepaalde onder b. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding afwijkende bouwhoogte' tevens één gebouw met een maximale bouwhoogte van 90 meter toegestaan, met een maximale oppervlakte (b.v.o.) van 600 m² ter plaatse van de (eerste) bouwlaag op of boven 40 m + NAP; d. in afwijking van het bepaalde onder b. geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - 1' de bestaande bouwhoogte van de bestaande bebouwing als maximum.

4.2.3 Regels ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de hoogte van palen en masten mag maximaal 7 meter bedragen; b. de hoogte van geluidafschermende cq. geluidwerende voorzieningen mag maximaal 27 meter bedragen, met dien verstande dat geluidsafschermende c,q, -werende voorzieningen, zoals bedoeld in lid 4.1, sub s, alleen zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in 'Bijlage 3 Situering en bouwhoogte gebouwen en geluidschermen' verbeelde situering en hoogte, met dien verstande dat, voor zover dergelijke voorzieningen worden geplaatst ter hoogte van de perrons op het station, geen sprake is van windgevaar op de perrons op het station, waarbij het windgevaar wordt bepaald op grond van NEN 8100; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen. 4.2.4 Regels ten aanzien van geluid Daar waar de maximale ontheffingswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder wordt overschreden, mogen woningen alleen worden gerealiseerd indien zij worden voorzien van een dove gevel:, vliesgevel of een ander gebouwgebonden geluidscherm. 4.2.5 Regels ten aanzien van beschermingszone spoor a.

ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - beschermingszone spoor' zijn geen activiteiten toegestaan, uitgezonderd de activiteiten waarvoor ingevolge artikel 2 van de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen vrijstelling is verleend en hiervoor ingevolge artikel 5 van de Regeling een melding is gedaan bij de betreffende spoorwegbeheerder;

b. andere activiteiten zijn slechts toegelaten indien de hoofdspoorwegen onbelemmerd bereikbaar zijn voor de spoorwegbeheerder en hulpdiensten, mits hierover vooraf advies wordt gevraagd aan de spoorwegbeheerder. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Omgevingsvergunning afwijkende bouwhoogte en situering Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2, onder b voor wat betreft de bouwhoogte en/of situering van de gebouwen, mits aangetoond is dat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving, waarbij in ieder geval geldt: a. geluid (verleende hogere waarden), waarbij het niet is toegestaan dat ten gevolge van een gewijzigde situering en/of bouwhoogte, niet meer wordt voldaan aan de verleende hogere waarden; b. luchtkwaliteit, waarbij het niet is toegestaan dat niet wordt voldaan aan de grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 uit de Wet luchtkwaliteit; c. de NEN 8100 inzake windhinder en windgevaar, met dien verstande dat de gewijzigde situering en/of bouwhoogte niet mag leiden tot (1) windgevaar en (2) onaanvaardbare windhinder, rekening houdend met de belangen van grondeigenaren en grondgebruikers; d. bezonning (lichte TNO-norm); waarbij de gewijzigde situering en/of bouwhoogte niet mag leiden tot een significante toename van het aantal woningen, waar niet (geheel) wordt voldaan aan de lichte TNO-norm; e. trillingen, (SBR-richtlijn 'Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen', deel B) waarbij geen onaanvaardbare trillingshinder ontstaat. 4.3

Voorwaardelijke verplichtingen (artikel wordt hernummerd naar 4.4)

4.3.1 Voorwaardelijke verplichting situering en hoogte van bebouwing en geluidafschermende voorzieningen a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen', voor zover het betreft woningen en/of voorzieningen zoals bedoeld in lid 4.1, sub b t/m j, wordt alleen verleend als wordt gebouwd conform de in 'Bijlage 3 Situering en bouwhoogte gebouwen en geluidschermen' verbeelde situering en hoogte. b. In afwijking van het bepaalde onder a wordt een omgevingsvergunning voor een geluidafschermende- en –werende voorziening, zoals bedoeld in lid 4.1, sub s, die wordt geplaatst ter hoogte van de perrons alleen verleend indien op de perrons van het station, ten gevolge van deze bouwwerken, geen sprake is van windgevaar, waarbij het windgevaar wordt bepaald op grond van NEN 8100. c. In afwijking van het bepaalde onder a wordt een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen', voor zover het betreft woningen en/of voorzieningen zoals bedoeld in lid 4.1, sub b t/m j, alleen verleend indien geen sprake is van windgevaar in de openbare ruimte, waarbij het windgevaar wordt bepaald op grond van NEN 8100. d. In afwijking van het bepaalde onder a. kan een omgevingsvergunning ook worden verleend, als aangetoond wordt, dat rekening wordt gehouden met de geldende wet- en regelgeving op het gebied van: 1.

geluid (verleende hogere waarden), waarbij het niet is toegestaan dat ten gevolge van een gewijzigde situering en/of bouwhoogte, niet meer wordt voldaan aan de verleende hogere waarden; 2. luchtkwaliteit; 3. windhinder (NEN 8100); waarbij de gewijzigde situering en/of bouwhoogte niet mag leiden tot windgevaar; 4. bezonning (lichte TNO-norm); waarbij de gewijzigde situering en/of bouwhoogte niet mag leiden tot een significante toename van het aantal woningen, waar niet (geheel) wordt voldaan aan de lichte TNO-norm; 5. trillingen (SBR-richtlijn 'Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen', deel B). (…)

BIJLAGE BIJ DE REGELS Bijlage 3 – Situering en bouwhoogte gebouwen en geluidschermen Oud (aan te passen bouwvlakken rood omcirkeld):

paars = geluidschermen, hoogte in meters gemeten vanaf het maaiveld als bedoeld onder lid 1.53 onder a tot en met c. blauw = gebouw, hoogte in meters gemeten vanaf het maaiveld als bedoeld onder lid 1.53 onder a tot en met c.

Nieuw:

paars = geluidschermen, hoogte in meters gemeten vanaf het maaiveld als bedoeld onder lid 1.53 onder a tot en met c. blauw = gebouw, hoogte in meters gemeten vanaf het maaiveld als bedoeld onder lid 1.53 onder a tot en met c.

VERBEELDING Oud: rood gearceerde vlak verwijderd

Nieuw: blauw gearceerd vlak valt buiten bouwvlak groen gearceerd vlak aangepaste bouwhoogte (45 meter)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12743879/1