Bijlage 4a onderzoek Steenhuis Meurs
Tekst van het document
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht 536|2025
april 2025
Harreweg
Jo
r Ke
Jaa p
Park Kethel
de
Ra
atp
ad
eg kw
pp
ela
an
Inhoudsopgave Toelichting
5
Ontstaan en ontwikkeling Deel 1: een dorp in Midden-Delfland Deel 2: de stadsuitbreiding van Schiedam
7 24
Ruimtelijke typering
41
Waardering
49
Eindnoten en literatuur
52
Colofon
53
SteenhuisMeurs
3
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Luchtfoto van Kethel in 1944. [RAF, via WUR]
4
Toelichting Op luchtfoto’s van de Royal Air Force uit 1944 is Kethel een piepklein en compact dorp. Het bestond uit vijf wegen, die vlakbij de kerk samenkwamen: Nooreinde, Dorpsstraat, Kerklaan, Schiedamseweg en Vlaardingseweg. De bebouwing beperkte zich tot een paar dozijn huizen, enkele boerderijen en openbare gebouwen. Kethel lag gestold in de tijd, omgeven door het weidse landschap van MiddenDelfland met daarin boerderijen en de buurtschappen Kerkbuurt, Windas en Bijdorp. Drie jaar eerder was de gemeente Kethel en Spaland opgeheven en grotendeels in de gemeente Schiedam opgegaan. Ten stadhuize werden plannen gesmeed voor grote stadsuitbreidingen. Destijds waren er in de gemeente Schiedam 66.269 inwoners en 16.550 woningen.1 Het aandeel van Kethel beperkte zich tot 2.243 inwoners en 515 huizen, verdeeld over de dorpskern, Bijdorp, Kerkbuurt en verspreide bebouwing langs de Poldervaart.2 Het was de verwachting dat de gemeente Schiedam na de oorlog zou groeien tot 100.000 inwoners of meer. Voor die groei en de vervanging van slechte woningen was becijferd dat er 23.000 nieuwbouwhuizen nodig
SteenhuisMeurs
waren. Het leeuwendeel moest op het grondgebied van de voormalige gemeente Kethel en Spaland komen. Zo’n enorme uitbreiding betekende in feite dat er een dubbelstad aan weerszijden van rijksweg 20 zou ontstaan: het oude Schiedam met haar uitbreidingswijken in het zuiden en een compleet nieuwe polderstad in het noorden, met hier een daar een relict van het oude Kethel. In de wederopbouwperiode was een grote stadsuitbreiding als in Schiedam eerder de norm dan de uitzondering in Nederland. Wat wel uniek genoemd kan worden, is dat het oude Kethel de nieuwbouwtsunami opmerkelijk goed doorstond. Het dorp bleef dorps, met inbegrip van een stukje polderlandschap direct naast de kerk. Het is een planologisch wonder dat de ontwerpers van de grote stadsuitbreiding oog hadden voor het nietige dorp in het weidelandschap en het ze lukte om de stadsuitbreiding daar op enige afstand van te houden. Kethel werd in de jaren vijftig afgerond met een dorpse uitbreiding en kwam vervolgens in het hart van Schiedam-Noord te liggen. Op
een ingenieuze manier is winkelcentrum Spaland aan het dorp gekoppeld, zonder het dorpsgezicht te overstemmen. Het dorp Kethel, park Kethel en winkelcentrum Hof van Spaland geven Schiedam-Noord een functioneel centrum, een symbolisch hart en een gevoel van landschap en kleinschaligheid middenin de stad. Dit centrumgebied is met groene ‘uitlopers’ verbonden met Midden-Delfland, Windas en het achterliggende Beatrixpark, alsmede met de Kerkbuurt en de Joppelaan. Zo is een landschappelijke structuur uitgespaard in de stadsuitbreiding van SchiedamNoord, die als een groene voeg of parksysteem tussen de nieuwbouwwijken in ligt. Het dorp Kethel met zijn landschappelijke setting heeft een grote cultuurhistorische waarde. Het heeft bovendien waarde als hart van de stadsuitbreiding van Schiedam-Noord. Met de aanwijzing van dorp en park Kethel, inclusief zijn landschappelijke ‘uitlopers’, erkent Schiedam de kwaliteit en het grote belang van dit dorpsgezicht voor de gemeente.
5
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Bodemkaart van Kethel en omgeving. [WUR]
6
Ontstaan en ontwikkeling
Onderzoek van twee behuizingen uit de late ijzertijd achter de Kerklaan in Kethel, 1964. [GAS] Opgraving van Romeinse behuizing in de Hargpolder, z.j. [GAS]
Deel 1: een dorp in Midden-Delfland De geschiedenis van Kethel is uitgebreid beschreven door de Kethelse kunstenaar Jaap de Raat (1916-1996). Met zijn enthousiaste verhalen opende hij veel mensen de ogen voor de schoonheid van het dorp en de polder. Volgens De Raat ging Kethel driemaal ten onder, als gevolg van achtereenvolgens de Sint Julianavloed (1164), de Tachtigjarige Oorlog (1573-74) en de opheffing van de gemeente Kethel en Spaland (1941). Voor de historische beschrijving van Kethel is mede gebruik gemaakt van de publicaties van De Raat, aangevuld met andere bronnen en archiefmateriaal over de naoorlogse ontwikkeling van Kethel en Schiedam-Noord. Het veenmoeras Het landschap van Kethel en Midden-Delfland heeft zich in de loop van vele eeuwen gevormd. Het begon zo’n 5000 jaar geleden, nadat de Noordzeekust zich had gesloten. Erachter ontstond een groot veenmoeras, waar de zee bij hoog water binnendrong. In de bodem zijn nog steeds sporen te vinden van de kreken waardoor het zeewater wegliep. Toen de invloed van de zee afnam, verzandden de kreken. Zo ontstond een bodem van klei, veen en zand. Er vormden zich nieuwe rivieren en stromen voor de natuurlijke waterafvoer richting de Maas, zoals de Schie, de Zweth en de Vlaarding. De eerste bewoners Archeologische vondsten die rond Kethel zijn gedaan, wijzen op een vroege menselijke aanwezigheid.
Naast spullen van prehistorische jagers en verzamelaars gaat het om restanten van boerderijen uit de Romeinse tijd. Ze werden gebouwd op de verzande kreken, omdat de bodem daar het stevigst was. Het gebied was over water toegankelijk. De Vlaarding ontsprong in de omgeving van
SteenhuisMeurs
de Harreweg en mondde uit op de Maas. Aan de monding stichtten de Romeinen de nederzetting Flenio of Flenium, het tegenwoordige Vlaardingen. Het is aannemelijk dat de Romeinse boerderijen op Flenium waren georiënteerd. Harga en/of Kethel De ontginning van de veenwildernis werd vanaf de tiende eeuw door de graven van Holland ter hand genomen. Ze gaven grond uit aan kloosters of leenmannen, die deze doorverkochten of verpachtten en daarbij allerlei rechten behielden: het tiendrecht (belastingheffing), de lagere rechtspraak, vis-, jacht en waterrecht, etc.3 De verzande kreken waren de ontginningsbasis, haaks hierop werden sloten gegraven. Het gevolg van de ontwatering was dat het veen inklonk en de verlande kreken als hoger gelegen ruggen in het landschap kwamen te liggen. Aan het riviertje de Harch ontstond een nederzetting met een kapel, ‘een onderhorige kapel’ van de kerk in Vlaardingen.4 Deze plaats werd Harga genoemd. De naam Kethel komt voor het eerst voor in een schenkingsacte van de Abdij van Egmond uit de late tiende eeuw (ergens tussen 980 en 993).5 Een bron uit 1083 heeft het over ‘Harga sive Kethel’, oftewel ‘Harga of Kethel’. Watersnood In de twaalfde eeuw traden verschillende grote overstromingen op, die de wijde omgeving van Kethel onder water zetten.6 De schade was zo groot, dat de ontginning van voren af aan kon beginnen.
Bovendien was een dikke laag klei op het land afgezet. Bij het herstel werd de zeewering versterkt. Graaf Floris III liet het werk voor een deel door de abt van Egmond betalen, een aanwijzing dat het klooster nog grond in bezit had. Door extra belastingen te heffen kon het klooster de investering terugverdienen.
Er werd een dijk aangelegd vanaf de plaats van het latere Spierinkshoek naar de Schie ter hoogte van Overschie. Dit werd de Oude Dijk. Harga kwam nu buitendijks te liggen, reden om de nederzetting iets noordelijker te herbouwen – ter plekke van het huidige Kethel.7 Het buitendijkse gebied werd rond 1200 ingepolderd en kreeg de naam Nieuwlandschepolder.
7
Het Maasmondgebied in Romeinse tijd, met daarop aangegeven de bodemgesteldheid en archeologische vondsten. [Van der Ham, 2004, p. 17]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
De kerkelijke indeling van een deel van het bisdom Utrecht. [Van der Ham, 2004, p. 23]
8
De hervormde kerk van Kethel. Achter de muur is de begraafplaats. 1965. [GAS]
De kerk De bouw van de dorpskerk van Kethel begon rond 1225. De kerk staat op een kreekrug die voorafgaand aan de bouw nog eens twee meter werd opgehoogd. Volgens de in Kethel woonachtige architect Rikkert Wijk kan uit hoogtekaarten en bodemmonsters worden afgeleid dat in de dorpskom nog minstens drie terpen werden opgeworpen om huizen of boerenerven tegen overstromingen te beschermen.8 Het is een mogelijke verklaring voor het kronkelige stratenpatroon, dat om de terpen heen moest worden gebogen. Schiedam en de Poldervaart Een grote overstroming in 1248 was aanleiding om de Schie in de monding af te dammen. Zo werd Schiedam geboren. De stad is dus veel jonger dan Kethel en Vlaardingen. De handel rondom de dam bloeide direct op. Al in 1275 kreeg Schiedam stadsrechten. Het stadsdeel bij de Noordvest werd deels aangelegd in de Neuwlandschepolder, op Kethels grondgebied en bleef kerkelijk nog lang onder Kethel vallen. De overstroming van 1248 was ook de aanleiding om de Poldervaart te graven, wat in 1280 zijn beslag kreeg. De vaart, die in een rechte lijn van de Schie naar Vijfsluizen bij Vlaardingen loopt, zorgde voor een betere afwatering en leverde bovendien een korte vaarroute van de Delftse Schie naar de Maas op. Andere middeleeuwse watergangen in het gebied zijn de Slimme Watering en Polderwatering.
SteenhuisMeurs
9
De Poldervaart en de spoorweg, gezien richting het noordoosten. Links de Kerkbuurt met de St. Jacobuskerk. Foto 1928. [GAS]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
10
Kaart van de hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland en Schieland, door mr. Floris Balthasar, 1611. De Poldervaart en Oude Dijk zijn gemarkeerd. [NA]
Oude Dijk Poldervaart
SteenhuisMeurs
11
Kethel (omcirkeld) op de Kruikiuskaart, 1712. [TU Delft Library]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
12
Heren van Kethel Kort na de aanleg van de Poldervaart gaf de graaf van Holland in het jaar 1282 Kethel in leen aan de familie Van Wassenaer. Dirck van Wassenaer, die leefde tot ongeveer 1300, is de oudst bekende ambachtsheer van Kethel. De heer kreeg het recht om belastingen te heffen, recht te spreken (in kleinere zaken) en het bestuur te vormen, met een schout en schepenen. Daar stonden verplichtingen naar de graven tegenover. Ten westen van de Harchweg (Harreweg) was de ambachtsheerlijkheid Spaland, die voor de helft aan de heer van Kethel behoorde en voor de andere helft aan een andere leenman. Het geslacht van Wassenaer was een van machtigste adellijke families in Holland en grossierde in herentitels. Rond 1420 verloren ze veel macht, omdat Philips van Wassenaer in de Hoekse en Kabeljauwse twisten aan de verliezende (Hoekse) kant van Jacoba van Beieren stond. Zijn zoon Hendrick van Wassenaer droeg Kethel en het halve leen van Spaland in 1436 over aan Gerrit van Egmond.9 Elf jaar later ging het bezit over op het geslacht Van Zuylen van Nijevelt. De polders van Kethel De structuur van de polderverkaveling rondom Kethel is bepaald door de kreekruggen, die de ontginningsbasis vormden. Het verklaart de relatief bescheiden maat van de polders en de verschillende verkavelingsrichtingen. Opmerkelijk is ook dat veel sloten aan weerszijden
SteenhuisMeurs
van de Poldervaart in elkaars verlengde liggen, terwijl de vaart al uit 1280 dateert. Aan het einde van de middeleeuwen bestond Kethel uit zeven polders: de Noordkethelpolder, de Oostabtpolder, de Westabtpolder, de Harchpolder, de Nieuwlandschepolder, het Korteland (ten westen van Schiedam) en de ’s-Gravelandsepolder. De drie laatstgenoemde polders gingen in 1697 naar Schiedam, onder voorwaarde dat de zoon van de ambachtsheer van Kethel in Schiedam zou worden benoemd tot schout en baljuw voor het leven.10 De polder Spaland, direct ten westen van de Harreweg, hoorde bij de ambachtsheerlijkheid Spaland. De indeling van het polderland is sinds de middeleeuwen in hoofdzaak onveranderd gebleven. De Cruquiuskaart (Kruikiuskaart) van het hoogheemraadschap Delfland uit 1712 laat de historische landschapsstructuur prachtig zien. Deze kaart, met 25 bladen, is 2,3 bij 2,8 meter groot en heeft ongelooflijk veel details. Tachtigjarige Oorlog In 1573 hielden de Spaanse troepen huis in Kethel, waarbij veel panden in vlammen opgingen. Een jaar later werd het nog erger, toen in de aanloop naar het Leids ontzet, op last van de Staten van Holland dijken werden doorgestoken en sluizen opengezet.11 Rijnland, Delfland en Schieland stonden maandenlang onder water. Het duurde jaren voordat Kethel deze klap te boven was.
13
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
14
Vorige pagina: plattegrond van de ambachtsheerlijkheid Kethel en Spaland, 1769. [GAS] Weergave van kadastrale situatie in 1830. [hisgis.nl]
HR HR HR HR
JS
JS
HR
JEvR HR HvK HvK
HvK JB HvK
JB HR = Hendrik Roeling (bouwer) JS = Jacob Sonneveld JEvR = Johanna Elizabeth van Raalt (rentenierster) HvK = Heer van Kethel JB = Jacob Berkel (Bouwman)
SteenhuisMeurs
De gemeenschap in 1830 Na de Tachtigjarige Oorlog volgden eeuwen van (relatieve) rust in Kethel. De gemeenschap bestond uit boeren en ambachtslieden. De structuur met de vijf wegen, de kerk, boerderijen en straatjes veranderde weinig. Een bestuurlijke wijziging was dat de ambachtsheerlijkheid in de Franse tijd werd opgeheven. Kethel werd een gemeente, waar ook Spaland en Nieuw Mathenesse toe behoorden. De kadastrale kaart van 1830 geeft een kijkje in het Kethelse leven, omdat toen van iedere kavel werd opgetekend wie de eigenaar en wat het gebruik was. In Kethel behoorde nog steeds veel grond aan grootgrondbezitters en edelen, zoals Dirk Cornelis van Endegeest uit Oegstgeest, de Heer van Kethel, en Anne Maria de Roest van Alkemade uit Brussel, de baronesse Douanière Van Oudheusden. Andere weilanden waren van lokale boeren als Hendrik Roeling, Jacob Sonneveld en Jacob Berkel. De kleinere erven in het dorp waren in het bezit van winkeliers, timmermannen, metselaars, wagenmakers, kuipers, een smid, verwer en chirurgijn. Aan het kruispunt bij de kerk stond de herberg van Dirk Troost en was de bakkerij van Christiaan Schepp. Opvallend is dat ook het Dorp te Kethel, de Diaconie Armen, de Groote Armen en de Rooms Catholijke Armen verschillende huizen en erven in bezit hadden. De rand van het dorp bestond uit tuinen en boomgaarden.
15
De Kerklaanvaart in het dorp Kethel, richting de Poldervaart. Ca. 1900. [De Raat, 1981] Het dorp Kethel omstreeks 1900. [De Raat, 1981]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Tekening van het ontwerp voor het raadhuis van Kethel van architect H.J. Jesse, 1890. [HNI]
Tekening van het ontwerp voor de pastorie van de Hervormde Kerk van Kethel van architect H.J. Jesse, 1893. [HNI]
16
De Hervormde Kerk. [De Raat, 1981]
SteenhuisMeurs
17
Boerderij van Jac. Bijl aan de Groeneweg in Kethel, geschilderd door J.J. Verheul in 1927. [SAR]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Boerderij van J. de Jong aan de Kerkweg in Kethel, geschilderd door J.J. Verheul in 1927. [SAR]
18
Ontwerp van de Sint Jacobuskerk door A.C. Bleijs in 1890. [HNI]
De buurtschappen Rondom Kethel was in 1830 slechts hier en daar bebouwing. In de meeste gevallen ging het om boerenerven, zoals het lint van boerderijen langs de Groeneweg in de Noordkethelpolder. De buurtschappen van Kethel waren herkenbaar op de kadastrale kaart. Bij het Windas, de plek waar boten over een dam in de Poldervaart werden getrokken, stonden slechts enkele huisjes. Hetzelfde gold voor Bijdorp, zij het dat de huizen hier aan beide zijden van de brug over de Poldervaart waren te vinden. Ook de huidige Kerkbuurt was weinig meer dan een boerenerf en een katholieke begraafplaats. Toch was hier sprake van een eeuwenoud katholiek centrum, in de vorm van een schuilkerk. Kerkbuurt Na de reformatie veranderde de kerk van Kethel in 1578 van katholiek naar hervormd. Katholieken konden geen maatschappelijke functies vervullen. Maar daarmee was er nog geen eind gekomen aan het katholieke geloof. De gelovigen kwamen heimelijk bijeen en vierden de mis zo goed en zo kwaad als dat kon. Mogelijk gingen de ze daarvoor aanvankelijk naar een kapel bij Zouteveen, ten noorden van Vlaardingen. De naam van buurtschap De Kapel verwijst hier nog steeds naar. Vanaf 1648 konden de katholieken ook vlakbij Kethel terecht.
In dat jaar liet Arent Sijmons op zijn boerenerf bij de kruising van de Delfweg (nu: Kerkweg) en de Joppelaan een huis bouwen, waarvan al spoedig bekend was dat er een priester woonde en een schuilkerk functioneerde.
SteenhuisMeurs
19
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
20
Vorige pagina: de St. Jacobuskerk vanuit de lucht, 1939. [GAS]
Tot ongenoegen van de protestanten in Kethel werd deze kerk in de loop der jaren steeds groter en mooier. Deze ontwikkeling is uitgebreid beschreven door R.W. Poels.12 Bij een verbouwing in 1743 verhuisde de kerkruimte van een bovenkamer naar de begane grond en werd vergroot door bestaande bijgebouwen aan het hoofdvolume toe te voegen. Elf jaar later werd er een orgel geplaatst. In de kerk waren ruim 150 zitplaatsen. De pastorie werd in 1766 vernieuwd, in 1785 volgde een lang hekwerk langs de weg, waaraan kerkgangers tijdens de mis hun paarden konden vastbinden. Naast de kerk kwam een begraafplaats. In 1821 begon een grootschalige verbouwing, waarbij de kerk werd verlengd en voorzien van een toren. Met het plaatsen van zeven toogramen in 1834 was de transformatie van een als schuur vermomde schuilkerk tot een opvallend en herkenbaar kerkgebouw compleet. Gedurende de negentiende vonden nog kleine wijzigingen en verfraaiingen van het interieur plaats, zoals de vernieuwing van het altaar en het orgel. In de grondwet van 1848 werd de vrijheid van godsdienst en de scheiding tussen kerk en staat vastgelegd. Daarop begon het herorganiseren van de Rooms-Katholieke Kerk tot een katholieke zuil. Een belangrijke stap was de terugkeer van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland, die de paus in 1853 afkondigde.
In het kader van het roomse reveil werden overal in den lande meer en grotere katholieke kerken en kloosters gebouwd, die in hun architectuur een weerspiegeling vormden van de Middeleeuwen. Ook in Kethel werd gedacht aan nieuwbouw,
SteenhuisMeurs
omdat de uitgebouwde schuilkerk krap en bouwvallig was. Het leidde tot de bouw van splinternieuwe Sint Jacobuskerk met pastorie, aan de overzijde van de weg. De kerk werd in 1890 feestelijk ingewijd. Het monumentale ontwerp was van de bekende katholieke architect A.C. Bleijs. Twee jaar later werd er tegenover een katholieke school geopend. De oude kerk werd gesloopt en vervangen door een ander gebouw. Langs de Kerkweg ontstond geleidelijk een lint van woonhuizen. De erfenis van het oude Kethel Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de gemeente Kethel en Spaland op in Schiedam. Tot dat moment was Kethel een deel van Midden-Delfland, een polderlandschap dat werd doorsneden door de Poldervaart. Kethel bestond uit boerderijen, een piepklein dorp en de buurtschappen Kerkbuurt, Windas en Bijdorp, dat in de jaren twintig met een woonwijkje was uitgebreid. Ook in het dorp was op bescheiden schaal nieuwbouw gekomen. Aan het einde van de negentiende eeuw waren verschillende grote panden toegevoegd, zoals de pastorie van de dorpskerk, het raadhuis aan de Schiedamseweg en de dokterswoning aan het Noordeinde. In de naoorlogse periode zou Kethel veranderen in een stedelijk gebied: Schiedam-Noord. Opvallend evenwel is dat de erfenis van het oude Kethel, bestaande uit het dorp, de buurtschappen en de delen van de landschappelijke structuur in die stedelijke omgeving herkenbaar zijn gebleven.
Hoe dat zo kwam, wordt hieronder geschetst.
21
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
22
SteenhuisMeurs
23
Ontstaan en ontwikkeling
Kaart van de grenswijziging van Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen, 1941. De nieuwe grens van Schiedam is met de zwarte lijn aangegeven. [NA]
Deel 2: de stadsuitbreiding van Schiedam
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
24
Plan van Uitbreiding, september 1943. [GAS, inv. nr 542-2777]
Uitbreidingsplan Schiedam, 1943-45 Na het opheffen van de gemeente Kethel en Spaland in 1941, werd gedurende de oorlogsjaren gewerkt aan een Plan van Uitbreiding voor Schiedam. Een belangrijke constatering was dat de spoorlijn en de rijksweg zo’n barrière vormden dat Schiedam en Kethel als twee zelfstandige stedelijke gebieden moesten worden opgevat met daartussen recreatiegebieden. In Kethel werd gedacht aan tuindorpen met eengezinshuizen en ruime tuinen.13 Toen al bestond het idee om het groene recreatiegebied met fiets- en wandelpaden te verbinden met de binnenstad en het ‘omliggende landschapsschoon’ van het poldergebied van Midden-Delfland.14 Het uitbreidingsplan werd niet letterlijk uitgevoerd maar legde wel de basis voor Tuindorp Kethel, het Beatrixpark en het idee om het noordelijke deel van Kethel zo open en landschappelijk mogelijk te laten.
SteenhuisMeurs
25
Uitbreidingsplan Kethel, R. Fledderus, 1959. [GAS, inv. nr. 542-804] Schematische weergave van de planopzet uit de toelichting van Fledderus, 1959. [GAS, inv. nr. 542-804]
Uitbreidingplan Kethel, 1959-1961 De uitwerking van de stadsuitbreidingen in Kethel werd rond 1960 verzorgd door Rein Fledderus (1910-1970). Hij werd vooral bekend als architect van grote gebouwen als de Jaarbeurs in Utrecht, maar was ook betrokken bij de Lijnbaan in Rotterdam en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. In Kethel moesten 10.600 woningen komen, vanuit de ambitie om Schiedam te laten groeien van 80.000 inwoners in 1960 naar 120.000 inwoners in 1980. De Provinciale Planologische Dienst eiste dat het weidegebied tussen de Doenkade en Delft een landelijk karakter moest houden.15 Wel mocht de Doenkade iets naar het noorden opschuiven. Daarnaast zouden twee brede verkeerswegen de stadsuitbreiding in vier kwadranten opdelen. De kruising van beide wegen was vlakbij het oude Kethel gepland.
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
26
Het uitgangspunt voor het ontwerp van Fledderus was om het dorp Kethel in de stadsuitbreiding te integreren. Daartoe bedacht hij een bescheiden dorpsuitbreiding aan de oosten de westzijde van de kern met eengezinshuizen, villa’s en bungalows. De centrumbebouwing zou laag moeten blijven en aan de noordzijde kon de kerk vrij aan het groen blijven liggen. Fledderus: ‘Verwacht mag worden, dat hierdoor in dit gedeelte van het plan het stadsbeeld een minder urbaan karakter zal krijgen, zulks in tegenstelling met de woongebieden waar de economie tot een meer stedelijk karakter zal nopen’.16 Rondom de kern projecteerde Fledderus de kwadranten van de stadsuitbreiding: Woudhoek, Spaland, Groenoord en Kethel (met het oude dorp en het al bestaande tuindorp). De tekeningen illustreren dat Fledderus vooral op een schaalsprong van dorp naar stadsuitbreiding inzette. Hij had geen oog voor het landschap van Midden-Delfland binnen de stadsuitbreiding. De open ruimte bij de kerk was ingericht als een modern park met grote, organisch gevormde waterpartijen, die door zandwinning zouden ontstaan. Het ontwerp uit 1959 werd twee jaar later herzien in een iets vrijere opzet.
Deel van het uitbreidingsplan van Schiedam, 1961. [GAS, inv. nr. 542-804]
Woudhoek
Spaland
Kethel Groenoord
De gemeenteraad reageerde enthousiast op het uitbreidingsplan. Zowel de PvdA (J.J. Bieze) als de VVD (J. Houtman) prezen het idee om het oude Kethel als uitgangspunt te nemen en behalve het stedelijk karakter ook aandacht te hebben voor het landelijk karakter.17 De impact van het uitbreidingsplan op de latere structuur van Schiedam-Noord was groot, met de indeling in kwadranten en de kleinschalige afronding van de dorpskern. Ook de open ruimte naast de kerk werd vastgelegd, maar was vooralsnog als een park met waterpartijen gedacht.
SteenhuisMeurs
27
Kerklaanvaart, 1962. [Rotterdams Nieuwsblad]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Het oude dorp Kethel, met op de achtergrond de flats van Groenoord, z.j. [NA]
28
Uitbreidingsplan Kethel Centrum, 1964. [GAS, inv. nr. 542-2948]
Uitbreidingsplan Kethel Centrum, 1964 Voor de uitwerking van het centrum van Kethel maakte Fledderus een vervolgontwerp, dat in 1964 werd vastgesteld. De studie richtte zich op het winkelcentrum en de concretisering van de woonbebouwing met 18 bungalows, 335 eengezinshuizen, 17 woningen boven bedrijven en 85 woningen boven winkels. Fledderus benadrukte hoe belangrijk het gezicht op de kerk was: ‘Bovendien vormt het silhouet van deze kerk met de haar omringende bebouwing, dankzij het feit dat het dorp zich in hoofdzaak naar het zuiden ontwikkeld heeft, van het noorden uit gezien een interessante eenheid, welke representatief is voor de historiciteit van het dorp Kethel. Waarborgen voor conservering hiervan en goed uitzicht er op biedt een parkachtige strook met waterpartij in het noorden’. In het uitbreidingplan werd een nieuwe ringweg geïntroduceerd, die alle wijken van Schiedam-Noord onderling zou verbinden. Samen met de provinciale weg 15 en de oost-west radiaal, zou een ruit van brede wegen om de dorpskom ontstaan. Het winkelcentrum voor Schiedam-Noord werd achter de Schiedamseweg geprojecteerd. Het was een aanvulling op de winkels en bedrijven in het oude dorp, maar mocht in maat en schaal het dorpsgezicht niet overheersen. Fledderus koppelde de Schiedamseweg functioneel aan het winkelcentrum, zonder het dorpskarakter van de weg op te geven.
De looplijnen uit de nieuwe uitbreidingswijken kwamen samen op een plek achter de Schiedamseweg, waar Fledderus een pleintje bedacht, als een soort Brink. Dit werd het hart van het nieuwe winkelgebeuren. De ideeën kregen een uitwerking in winkelcentrum Hof van Spaland, dat in 1978 werd geopend. Het oude gemeentehuis aan de Schiedamseweg fungeert als ‘sluis’ tussen het oude en het nieuwe Kethel. SteenhuisMeurs
29
Structuurplan Schiedam, 1968. [GAS, inv. nr. 542-2565]
Structuurplan voor de gemeente Schiedam, 1968 In het structuurplan voor Schiedam, opgesteld door Fledderus in 1968, werd de koers voor de lange termijn bijgesteld. Het leverde voor het dorpscentrum van Kethel een grote wijziging op: beide doorgaande verkeerswegen door Schiedam-Noord werden geschrapt. Een tweede verandering was om in de nog te bouwen wijken Woudhoek en Spaland hogere woningaantallen na te streven.
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
30
Structuurschets Schiedam-Noord, 1976 In de structuurschets Schiedam-Noord uit 1976 werden de aanpassingen uit het structuurplan 1968 uitgewerkt. In de tussenliggende periode had zich een interessante ontwikkeling in het denken over het landschap voorgedaan. Er werd niet langer uitgegaan van een (moderne) parkenstructuur in Schiedam-Noord die zou aansluiten op Midden-Delfland. Het idee was nu om het landschap van Midden-Delfland door te laten lopen tot diep in de stad. Het polderland zou een groene contramal voor de wijken vormen en zorgen voor de verbinding met het omringende landschap. Alleen de wijken werden met zand opgehoogd. De structuurschets werd gemaakt door Bokelman en De Lange, een bureau voor ruimtelijke ordening en vormgeving. Frits Bokelman (1945-2016) was projectleider en werd ondersteund door landschapsarchitect Mariske PemmelaarGroot. In het plan werden de woningaantallen voor Schiedam-Noord naar boven bijgesteld, door het verdichten van de nog te bouwen wijken Woudhoek en Spaland en een verdere uitbouw in noordelijke richting.
Structuurschets Schiedam-Noord, 1976. [GAS, inv. nr A1970-2755]
op het open weidegebied en zichtlijnen op landschappelijk waardevolle herkenningspunten.’18 De kenmerkende eigenschappen van MiddenDelfland werden omschreven als: het open karakter, de middeleeuwse verkavelingsstructuur, de bebouwingslinten, de dorpskommen, houtopstanden, laan- en erfplanting, alsmede de waardevolle boerderijen in het groen. Het plan
voorzag in het integreren van landschappelijke structuren in de uitbreiding, zoals de Woudweg, Harreweg, Kerkweg en de Groeneweg (allen inclusief hun beplanting) en de Poldervaart. Voor Park Kethel, dat al in voorbereiding was, werd niet langer uitgegaan van de waterpartij van Fledderus, maar gold het bestaande landschap als uitgangspunt. Dit werd mogelijk doordat de geplande zandwinning niet door ging.
Het ontwerp van de stadsuitbreiding hield rekening met de bestaande bebouwing, het geplande winkelcentrum, het dorp Kethel en Kerkbuurt, alsmede de bestaande groenelementen en waterlopen in Midden-Delfland. De structuurschets benadrukte de ‘visuele en funktionele’ relatie van het dorp met het landschap van Midden-Delfland: ‘Het thema dat bij de opzet van de ruimtelijke ontwikkeling van SchiedamNoord centraal staat is de inpassing van de toekomstige woningbouw met de daarbij behorende voorzieningen in het landschap van Midden Delfland en de relatie met de bestaande woongebieden van Schiedam-Noord. (..) Vooral de zichtlijnen zijn hierbij van belang; (..), te weten zichtlijnen
SteenhuisMeurs
31
Maquette van winkelcentrum Hof van Spaland, 1979. [GAS]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
32
Park Kethel, 1974-87 Bij de uitwerking van Park Kethel zocht de gemeente financiële steun van het rijk, vanwege het lokaal overstijgend belang. In 1974 schreef de gemeente dat de vorm van het park zo was gekozen dat een relatie tussen Midden -Delfland en het Beatrixpark zou ontstaan.19 Het ontwerp werd twee jaar later door Gemeentewerken aan het College van B. en W. gepresenteerd. Opvallend is hoe het park was gedefinieerd, namelijk als een centraal gelegen deel ten noorden van het oude dorp en vier ‘uitlopers’, oftewel groene verbindingszones langs a) de Harreweg richting Midden-Delfland, b) de Kerkweg richting de Kandelaar, c) het Bachplein en de Laan van Spaland naar het zuiden (het ‘metropad’) en d) het huidige Jaap de Raatpad richting Windas, Poldervaart en Beatrixpark. Door de uitlopers werden Midden-Delfland en het Beatrixpark onderling verbonden door een groene (landschappelijke) as en ontstonden vanuit de (toekomstige) woonbuurten groene verbindingen naar de stad, het park en het buitengebied.20 Met het ‘weilandkarakter’ van het polderland als vertrekpunt werd het landschap aangevuld met wandel- en fietsroutes, recreatieve voorzieningen en beplanting. Het park werd in vier fases gerealiseerd. Om het weilandkarakter bij de kerk te behouden, was de gedachte om hier vee te blijven weiden. Er kwam een wandelpad tussen de weilanden door.
In fase 2 werd de boerderij aan de Hargweg opgeknapt en kreeg het erf een nieuwe inrichting. Fase 3 bestond uit de groene verbinding naar Midden-Delfland via de Harreweg. Het groen loopt tussen de achterkanten van het Bachplein en de Laan van Spaland tot de Vlaardingseweg door, waarmee de
SteenhuisMeurs
Schetsplan Park Kethel, 1974. [GAS, inv. nr. 543-4675]
westzijde van het dorp een groene afsluiting kreeg. Het centrale deel van de uitloper heeft het karakter van het landschap van Midden-Delfland, het is de schakel tussen het buitengebied en het weidelandschap naast de kerk van Kethel. In het ontwerp zijn bestaande gebouwen opgenomen en moestuinen en wilgenlaantjes toegevoegd. Aan de flanken is hoger opgaand groen en zijn recreatieve voorzieningen, direct toegankelijk vanuit de achterliggende wijken. Fase 4 bestond uit de rand van het centrale park en de uitlopers naar Windas/Beatrixpark en Kerkbuurt. De rand van het centrale park en de verbinding naar het Beatrixpark zijn niet op het open landschap geënt, maar vormen een doorgaande en hogere groene zoom langs de nieuwe woonwijken, met laanbeplanting, solitaire grote bomen, bosschages en open plekken. Ook de Dorpstraat en de Kerkweg liggen als een groene voeg tussen de stadswijken, deze verbindingszone opent zich bij Kerkbuurt en de Joppelaan naar het zuiden toe, waar een landschapsfragment van Midden-Delfland tot aan de spoorlijn is overgebleven. Met de realisatie van Park Kethel en zijn vier ‘uitlopers’ was de groene contramal van Schiedam-Noord compleet. In de navolgende jaren werden de nieuwbouwwijken afgebouwd, tot en met Spaland en Sveaparken.
De opzet van stedelijke wijken, van elkaar gescheiden door landschappelijke ‘voegen’, en gegroepeerd rondom een dorpscentrum met voorzieningen is tot de dag van vandaag gaaf bewaard, herkenbaar, geliefd en goed in gebruik gebleven. Het oude dorp Kethel in zijn landschappelijke setting is het ‘Central Park’ van Schiedam-Noord geworden.
33
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Schetsontwerp park en vier uitlopers, 1974. [GAS, inv. nr. 543-4675]
34
Parkinrichting fase 1, 1976. [GAS, inv. nr. 543-4675]
SteenhuisMeurs
35
Park Kethel fase 2, parkinrichting Harreweg en zuidelijke uitloper naar het winkelcentrum. [GAS, inv. nr. 544-2052]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
36
Park Kethel fase 2, inrichting boerenerf, 1976. [GAS, inv. nr. 544-2052]
SteenhuisMeurs
37
Park Kethel fase 3, parkinrichting gedeelte Harreweg, ca. 1978. [GAS, inv. nr. 544-2052]
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
38
Park Kethel fase 4, parkinrichting noordoostelijke rand centrale park en uitloper richting Windas, 1984. [GAS, inv. nr. 544-1139]
SteenhuisMeurs
39
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
40
Ruimtelijke typering Kethel heeft een in aanleg middeleeuwse dorpsstructuur met de samenkomst van vijf wegen, enkele terpen, de dorpskerk en de dorpsverkaveling. De bebouwing is jonger. De grote differentiatie in de bebouwing, voor wat betreft leeftijd, bouwtype en volume, alsmede de vrije plaatsing op de kavels, de daarmee samenhangende grillige rooilijn en de open ruimte van erven en tuinen versterken het dorpse karakter. In en om de kom is het agrarisch verleden van het dorp herkenbaar gebleven in de aanwezigheid van boerderijen, (resten van) erven, erfbeplanting, schuren en een enkele hooiberg of boomgaard. Aan drie zijden, het noorden uitgezonderd, is het dorp met dorpsuitbreidingen uit de jaren vijftig afgerond. Ook hierin is het dorpse nadrukkelijk aanwezig: grote tuinen, doorzichten en een geringe bouwhoogte. Ten noorden van de kom, direct grenzend aan de kerk, bleef het veenweidekarakter van Midden-Delfland aanwezig in een fragment van het slagenlandschap. Hierdoor is de landschappelijke setting van Kethel in een gave vorm beleefbaar, met de stedelijke bebouwing op de achtergrond. Vanuit het park zijn vier groene ‘uitlopers’, als landschappelijke verbindingen naar Midden-Delfland, het Beatrixpark, Kerkbuurt en het winkelcentrum.
Ze vormen de groene voegen tussen de verschillende nieuwbouwwijken en laten het landschap van Midden-Delfland tot ver in de stadsuitbreiding doordringen. Aan de zuidflank van Spaland/Sveaparken ontstond een groenzone langs de Kerkweg, die de historische band tussen Kethel en Kerkbuurt ruimtelijk bewaart. Het dorp Kethel is behalve als een historisch dorpsgezicht ook op te vatten als bouwsteen van een naoorlogse staduitbreiding. Het dorp en het park vormen het groene
SteenhuisMeurs
hart van Schiedam-Noord. Zowel de hoogbouw van de uitbreidingswijken als de verbindende ringweg en het bij het oude dorp gesitueerde winkelcentrum Hof van Spaland zijn vanuit het oude Kethel niet of slechts op de tweede lijn te zien, maar verbinden wel het oude Kethel met het nieuwe Schiedam-Noord. Het dorpsgezicht is een recreatief centrumgebied van de stadsuitbreiding. Het is een historische en landschappelijke element in een grootschalig naoorlogs gebied en bezorgt Schiedam-Noord een herkenbaar en geliefd beeldmerk. Om het dorp en het open landschap is een zoom van hoger opgaand groen, die de uitbreidingswijken afschermt en de stad op de tweede lijn plaatst. In de groene ‘uitlopers’ van Park Kethel zijn twee van de drie oude buurtschappen van Kethel opgenomen: Kerkbuurt en Windas. Ze zijn via het parksysteem verbonden met het dorp Kethel en het landschap van Midden-Delfland. De groenstructuur bij Windas werd in de jaren zeventig ontworpen als onderdeel van de parkstructuur. Bij de Kerkbuurt betreft het de eeuwenoude route van Kethel naar de Groeneweg en de Kandelaar. Opvallend is dat bij beide buurtschappen ook een fragment van het oude landschap is gespaard, waardoor zij in een landschappelijke setting zijn te ervaren.
In Windas gaat het om het groen langs de Poldervaart en bij Kerkbuurt om de zuidelijke punt van de Noord-Kethelpolder met de Joppelaan, inclusief de boerderij van J.G. van der Vlugt, tot aan de spoorlijn. Het landschap van de Kerkbuurt loopt door tot de spoorwegovergang en het begin van de Groeneweg. Windas en Kerkbuurt vormen samen een groene zoom tussen Spaland/Sveaparken, de Poldervaart en de spoorlijn.
41
Dorp Kethel
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
42
Centrale park
SteenhuisMeurs
43
Groene uitloper Harreweg
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
44
Groene uitloper ri. Windas (Jaap de Raatpad)
SteenhuisMeurs
45
Kerkbuurt en groene uitloper Kerkweg
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
46
Kerkbuurt en groene uitloper Kerkweg (vervolg)
SteenhuisMeurs
47
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
48
Waardering Dorp en park Kethel zijn van grote stedenbouwkundige en landschappelijke waarde. Het is een samenhangend geheel, waarin de historische kwaliteit van een dorp in het MiddenDelfland herkenbaar is gebleven en ook de buurtschappen Kerkbuurt en Windas zijn opgenomen. Daarnaast is Kethel het hart en beeldmerk van de naoorlogse stadsuitbreiding Schiedam-Noord (Tuindorp, Groenoord, Woudhoek en Spaland/Sveaparken). In Kethel is de middeleeuwse ontginning van het veenmoeras zichtbaar, kan de eeuwenlange strijd tegen het water worden gevoeld, herinneren de terpen aan duizend jaar bewoning en zijn vele sporen van de landbouwsamenleving in en om het dorp bewaard. Dorp en park Kethel zijn een vroeg voorbeeld van het opnemen van historische elementen in een stedenbouwkundige uitleg, waarbij het vrije zicht op de dorpskerk als een te koesteren waarde werd vrij gehouden. Tijdens de uitwerking van de plannen werd ervoor gekozen om in de groene zones het landschap van Midden-Delfland als uitgangspunt te nemen. Dit landschap is beleefbaar tot in de omringende woonwijken en schept een ruimtelijke relatie tussen het buitengebied, het oude Kethel en het Beatrixpark. De afronding met naoorlogse dorpsbebouwing en de geleidelijke overgang van de stedelijke schaal naar de dorpse schaal en de landschappelijke kwaliteit zijn met bijzonder veel zorg tot stand gekomen.
Het dorp en het parksysteem met het weidegebied bij de dorpskerk,
SteenhuisMeurs
de verbindende structuren naar Kerkbuurt, Windas en Midden-Delfland, alsmede de groene omzoming van de open gebieden zijn van grote landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde. Het oude Kethel levert een belangrijke bijdrage aan de herkenbaarheid, ruimtelijke identiteit, recreatieve ruimte, sociale ontmoetingsruimte en het groene karakter van de omringende stadswijken. Te koesteren waardes Het dorpse karakter van Kethel: • De middeleeuwse dorpsstructuur, met de samenkomst van vijf wegen, enkele verhoogd aangelegde terpen, de dorpskerk en de dorpsverkaveling; • De bebouwing: monumenten en beeldbepalende panden, bebouwingsbeeld, met kenmerkende dorpstypologie en volumes, de vrije plaatsing op de kavels, de daarmee samenhangende grillige rooilijn en de open ruimte van erven en tuinen versterken; • De groene ruimte, met tuinen en doorzichten, boerenerven, een boomgaard en groene erfafscheidingen; • Sporen van het agrarisch gebruik, in de vorm van boerderijen, inclusief (resten van) erven, erfbeplanting, schuren en een enkele hooiberg of boomgaard; • De naoorlogse beëindiging van het dorp, met kleinschalige bebouwing van villa’s, eengezinswoningen
• •
en woningen boven winkels of bedrijven; met tuinen, groene erfafscheidingen en doorzichten. De overgangen van de grote schaal en de stedelijke sfeer, naar de kleine schaal en dorpse sfeer; De kwaliteit van de buurtschappen, met lintbebouwing, doorzicht naar het landschap en een groen karakter.
Het landschappelijke karakter van Kethel: • Het weidekarakter van Park Kethel en het gebied tussen Kerkbuurt, Joppelaan en het spoor, met hun middeleeuwse verkaveling; • Het op Midden-Delfland geïnspireerde park Kethel, met een open karakter, de ruimtelijke relatie met de dorpskommen Kethel en Kerkbuurt, houtopstanden, sloten, laan- en erfplanting, wilgenlanen, historische wegen met hun beplanting (zoals de Harreweg, Kerkweg, Groeneweg en Joppelaan), de Poldervaart, alsmede de waardevolle boerderijen in het groen. • De zichtlijnen, zowel op Midden-Delfland, de dorpskerk, park Kethel, Kerkbuurt en Windas/Poldervaart. • De groene parkzomen, rondom Park Kethel en langs de uitlopers naar Kerkbuurt, Windas en het winkelcentrum, met hoger opgaand groen, en een kenmerkende recreatieve inrichting met speeltuinen, speelvoorzieningen, moestuinen, wandel- en fietspaden en dergelijke.
49
Uitsnedes van de waarderingskaart
Dorp Kethel
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Kerkbuurt
50
Begrenzing Het beschermde gebied omvat zowel het oude dorp Kethel, als Park Kethel met de groene verbindingszones naar Midden-Delfland, Kerkbuurt, Windas en het winkelcentrum. De dorpskom wordt begrensd door de Zwaluwlaan en winkelcentrum Hof van Spaland in het zuiden, de Meeuwensingel in het oosten en het Bospad in het westen. Park Kethel bestaat uit het veenweidegebied pal naast de dorpskerk, inclusief de groene omzoming, en voorts de vier groene ‘uitlopers’. De groene uitloper langs de Harreweg (1) loopt tussen Woudhoek en Spaland door tot waar het landschap van Midden-Delfland begint. De Kerkweg (2) wordt zowel aan de noord- als aan de zuidkant begrensd door Spaland/Sveaparken. Ter hoogte van de Kerkbuurt loopt het landschap door tot aan de spoorlijn en de Poldervaart. Deze uitloper eindigt bij de spoorovergang en Groeneweg 6. De uitloper via het Jaap de Raatpad (3) grenst aan de Vogelbuurt en Spaland/Sveaparken en loopt tot aan de Poldervaart. De bebouwing van Windas is samen met de groene ruimte langs de Poldervaart binnen de begrenzing gerbracht tot aan de Joppelaan en sluit daar aan op het landschap van Kerkbuurt. Hiermee valt de hele landschappelijke zone de Kerkweg, de spoorlijn, de Poldervaart en het Jaap de Raatpad binnen het beschermd gezicht.
De uitloper naar het winkelcentrum (4) is gelegen tussen de Laan van Spaland en het Bospad en eindigt bij het winkelcentrum ter hoogte van het De Biepad. Voor alle uitlopers geldt dat de begrenzing van het beschermd gezicht is gelegd op scheidingssloten, rooilijnen of de erfgrens van tuinen van de flankerende woonwijken.
SteenhuisMeurs
51
Eindnoten en literatuur Eindnoten 1 Toelichting UP Schiedam 1943-1945, 25-27 2 UP 1943-45, p. 27 en De Raat 1980, 149 3 Verburg 1996, 7. 4 De Raat 1980, 20 5 De Raat 1980, 20 6 De Raat 1980, 26 7 Verburg 1996, 8. 8 Wijk 2010 9 Verburg 1996, 12. 10 Scholte 1985, 291 11 De Raat 1980, 47. 12 Poels 1990, 46-57. 13 Uitbreidingsplan 1943-45, 27-29 14 Uitbreidingsplan 1943-45, 34 15 Gecombineerde vergadering van de Commissie Stadsonwikkeling en Stadsuitbreiding, de Commissie voor de Gemeentewerken en de Commissie voor de Gemeentelijke Woningdienst, 8 juni 1960 [archief Schiedam, 542-804] 16 Fledderus 1961, toelichting, p. 3 17 Notulen der vergadering van de gemeenteraad, vrijdag 24 februari 1961, 4 -5 18 Structuurschets 1976, 14 19 Brief van Schiedam aan staatssecretaris CRM, 28 mei 1974 20 Brief aan college BenW van gemeentewerken, 26 januari 1976
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
Literatuur Willem van der Ham (red.), Hoge dijken, diepe gronden. Land en water tussen Rotterdam en Gouda. Een geschiedenis van Schieland, Utrecht 2004 W.C. Hoogeweij, Park Kethel, Scyedam mrt. 1982 (p. 73-75) Louw Jongste, De Poldervaart, Schiedam 2002 Louw Jongste, Weerzien met Kethel, 1991. Boekje met historische foto’s beschrijvingen. W.J. van Liere, De bodemkartering van Nederland – Deel II De bodemgesteldheid van het Westland, 1948, kaart 3 – overzichtskaart van het Westland. R.W. Poels, 100 jaar Jacobuskerk en 1000 jaar Parochieleven in Kethel, Schiedam 1990 Laurens Priester en Henk Slechte, Historische atlas van Schiedam, 2014 (pp. 64-67). Jaap de Raat, Een dorp dat driemaal onderging, Kethel en Spaland, Schiedam 1980 Jaap de Raat, Een Kethelse reis, Kethel en Spaland, 1994 Jaap de Raat, In en om de dorpskerk van Kethel en Spaland, Schiedam 1975 Jaap de Raat. Kethel en spaland in oude ansichten, 1978 N.P.H.J. Roorda van Eysinga, De geboorte van het Hoogheemraadschap van Delfland, ontginning en bedijking in de Vroege Middeleeuwen, Alphen aan den Rijn 1988 Rikkert Wijk, Kethel, gebouwd op vier heuvels, Syedam 36 (2010) 5, 161-167 M.C.P. Scholte, De tienden van Kethel, Rotterdams Jaarboekje 1985, 290-343. A.M. Verburg, Grondbezit en bestuur in de laatmiddeleeuwse ambachten Kethel en Spaland, Heeswijk-Dinther 1996 (doctoraalscriptie).
52
Colofon
Dit onderzoek werd uitgevoerd door SteenhuisMeurs in opdracht van gemeente Schiedam. Projectteam SteenhuisMeurs: Dr. ir. Paul Meurs, Vita Teunissen MSc MA en Jelle Hettema MSc MA SteenhuisMeurs BV, Paterswolde Hoofdweg 255 9765 CH Paterswolde 050 3080100 www.steenhuismeurs.nl Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van SteenhuisMeurs. Let op: Op de afbeeldingen in deze rapportage kunnen auteursrechten van toepassing zijn. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit het ongeoorloofd gebruik van het beeldmateriaal in deze uitgave. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden met betrekking tot het beeldmateriaal in dit rapport te achterhalen. Als u denkt dat uw materiaal zonder voorafgaande toestemming is gebruikt, neem dan contact met ons op. © SteenhuisMeurs BV, Paterswolde
SteenhuisMeurs
53
Aanwijzing van Kethel tot beschermd dorpsgezicht
© SteenhuisMeurs, april 2025
54