CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Raadsinformatiebrief kaderbrieven GR 2023

Overige evenementen 17 mei 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: GGD Rotterdam-Rijnmond8.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Schiedam

team Financiën en Control

Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam

Aan de gemeenteraad van Schiedam

14 010 schiedam.nl

uw kenmerk

uw brief van

ons kenmerk

datum

22UIT02287

30 maart 2022

doorkiesnummer

e-mail

14 010

contact@schiedam.nl

onderwerp

Kaderbrieven 2023 gemeenschappelijke regelingen

Geachte leden van de gemeenteraad, De gemeente Schiedam werkt voor het uitvoeren van de publieke taak met andere gemeenten in de regio samen in een aantal gemeenschappelijke regelingen. Hoe deze samenwerking vorm is gegeven, is uitgewerkt in de door de raad vastgestelde Nota Verbonden Partijen 2018. Wij verzoeken op basis van deze nota de gemeenschappelijke regelingen om ons ieder jaar een kaderbrief te doen toekomen. In de kaderbrief geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de voor de begroting relevante ontwikkelingen. Deze informatie kan het college en de gemeenteraad van Schiedam dan meenemen in de beoordeling van de begrotingen die later in het proces voor zienswijze worden voorgelegd. Opvolgend aan de kaderbrief worden vóór 15 april a.s. de begrotingen 2023 ontvangen van de gemeenschappelijke regelingen. Bij deze begrotingen heeft uw gemeenteraad gelegenheid om een zienswijze in de dienen over de inhoud van de begroting. In de bijlage van deze brief treft u per gemeenschappelijke regeling een samenvatting en beoordeling aan van de kaderbrief. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de aandachtspunten zoals die verwoord zijn in de eerdergenoemde nota Verbonden Partijen 2018. Daarbij wordt aandacht besteed aan onder andere de belangrijkste ontwikkelingen en de bestuurlijke en financiële aspecten.

Daarnaast is opgenomen of de kaderbrief leidt tot wijziging van het risicoprofiel van de verbonden partij. Elke beoordeling is vervolgens voorzien van een standpunt en advies van het college. Binnenkort ontvangt u ook de kwartaalbrief met de terugkoppeling over de verbonden partijen over het eerste kwartaal 2022. Wij hanteren voor de kwartaalbrieven en deze brief over de kaderbrieven eenzelfde indeling: in hoofdstuk A treft u de gemeenschappelijke regelingen aan met een hoog/gemiddeld en hoog risicoprofiel. In hoofdstuk B treft u de overige gemeenschappelijke regelingen aan. Wanneer u klikt op de naam van de verbonden partij wordt u doorgelinkt naar het desbetreffende risicoprofiel.

*22UIT02287*

Wij hebben besloten de kaderbrieven voor kennisgeving aan te nemen. De kaderbrieven wijken inhoudelijk niet af van de financiële en beleidsmatige kaders van de gemeente Schiedam. Wij adviseren uw raad om kennis te nemen van de inhoud van de kaderbrieven en voor verdere detaillering en informatie de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen af te wachten. Voor wat betreft de per gemeenschappelijke regeling opgenomen adviezen zullen wij de desbetreffende gemeenschappelijke regelingen via een afschrift van deze brief informeren. Wij concluderen dat met deze cyclus van kaderbrieven de sturingsmogelijkheden voor gemeenschappelijke regelingen worden vergroot. De gemeenschappelijke regelingen zenden hun ontwerpbegrotingen omstreeks 15 april a.s. aan uw raad voor een zienswijzeprocedure. Bij de behandeling daarvan is er gelegenheid voor uw raad om eventuele zienswijzen in te dienen. Hierover ontvangt u te zijner tijd van ons een voorstel. Daarnaast zal dit jaar de Nota Verbonden Partijen geëvalueerd worden. Naar aanleiding van de resultaten van de evaluatie en de wettelijke wijzigingen op grond van de aangepaste Wet Gemeenschappelijke Regelingen wordt een geoptimaliseerde versie van de nota uitgewerkt. Uiteraard wordt uw raad in dit proces betrokken; ook hierover ontvangt u te zijner tijd een voorstel. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,

de burgemeester,

C.E. Bos

C.H.J. Lamers

Pagina 2 van 21

A. Gemeenschappelijke regelingen met een gemiddeld/hoog en hoog risicoprofiel Jeugdhulp Rijnmond Hoofdlijnen De kadernota bevat, naast de kaders voor de begroting van 2023, een uitvoerige beschrijving hoe de GRJR zich richt naar de regiovisie en welke ontwikkelingen er in de jeugdhulp op dit moment plaatsvinden. De verwachtingen betreffende deze nota worden in het voorwoord al wat getemperd, omdat een belangrijk aspect, de aanbesteding van de regionaal ingekochte jeugdhulp, op het moment van schrijven nog in volle gang is. Vanaf 2023 gaan alle deelnemende gemeenten een groter deel van de specialistische jeugdhulp lokaal inkopen. Voor Schiedam geldt dit in een veel sterkere mate, omdat vanaf 1 januari 2023 alle specialistische jeugdhulp lokaal zal worden ingekocht. Schiedam werkt dan alleen nog samen met de GRJR op het gebied van jeugdbescherming en Veilig Thuis en voor wat betreft de verrekening van de landelijk ingekochte hoog-specialistische jeugdhulp. In het kader van de inkoopaanpak wordt er mogelijk voor gekozen om LTA aanbieders vanaf 2023 te bekostigen door de gemeenten zonder tussenkomst van de GRJR. De Uitvoeringsorganisatie GRJR zal wel de bovenlokale belangenbehartiging naar de VNG en de landelijke gecontracteerde aanbieders blijven verzorgen.

Schiedam zal samen met Maassluis en Vlaardingen ook blijven participeren in het “samen leren” met de andere 12 gemeenten, onder andere door de verschillende vormen van inkoop van jeugdhulp met elkaar te vergelijken. Financiële ontwikkelingen De begroting voor jeugdbescherming en Veilig Thuis is gelijk aan die van 2022. Deze bedragen worden via een subsidie verstrekt. Voor de hoog-specialistische jeugdhulp die wordt ingekocht middels het landelijk transitie arrangement (LTA) is ook hetzelfde bedrag begroot als in 2022. De grip op deze kosten is beperkt mede doordat de contractvoorwaarden landelijk worden bepaald en de betreffende aanbieders niet eenvoudig vanuit regionaal contractmanagement zijn te bereiken. Op het moment van schrijven zijn de gesprekken over wat de bijdrage van Schiedam zal zijn aan de uitvoeringskosten van de GRJR nog gaande. Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket Voor de hele Rijnmondregio wordt het takenpakket van de GRJR kleiner omdat een groter deel van de Jeugdhulp lokaal zal worden ingekocht. Voor de MVS-gemeenten is dit nog sterker het geval omdat bijna alle jeugdhulp lokaal zal worden ingekocht. Risico’s De risico’s zullen lager zijn dan in voorgaande jaren omdat we voor een kleiner gedeelte zullen participeren in deze GR.

Het grootste risico zit in de landelijk ingekochte hoog-specialistische zorg, omdat het hier altijd gaat om zeer kostbare behandelingen en omdat de GR hier zelf ook weinig invloed op heeft. Daarnaast zijn er ook landelijke ontwikkelingen die een risico kunnen gaan vormen. De ontwikkeling van de hervormingsagenda (ook al ligt deze op dit moment stil) kan betekenen dat er minder Rijksmiddelen beschikbaar komen, ook al zijn de aannames op welke wijze jeugdhulp efficiënter georganiseerd kan worden mogelijk niet realistisch. Ook is een wijziging van de Jeugdwet aangekondigd. Het grootste risico dat daaruit voort kan vloeien is dat door het Rijk een minimale grootte van een jeugdhulpregio voorgeschreven gaat worden; dit zou gevolgen kunnen hebben voor de bijzondere positie van de MVS-gemeenten binnen de GRJR. Pagina 3 van 21

Beoordeling  Bestuurlijk De kadernota leidt op zich niet tot een vermindering van de bestuurlijke risico’s, maar het feit dat we veel minder gebruik gaan maken van de diensten van de GRJR zorgt wél voor een vermindering van de risico’s.  Financieel De grootste risico’s bij deze GR zijn financieel van aard. Dit risico neemt af omdat het zorggebruik voortaan vooral zal zijn ondergebracht bij het consortium dat met ingang van 01-01-2023 de jeugdhulp voor de MVS gemeenten gaat verzorgen. Advies Deze kaderbrief is slechts voor een beperkt deel relevant voor Schiedam omdat de deelname aan deze GR zeer sterk wordt verkleind. Met ingang van 2023, als de definitieve kaders duidelijk zijn van de deelname van Schiedam is het wellicht mogelijk om het risicoprofiel te evalueren en naar benden bij te stellen. ROGplus Hoofdlijnen De Kadernota Ontwerpbegroting 2023 Rogplus onderscheidt drie zorginhoudelijke programma’s: WMO, Beschermd Wonen en Jeugdhulp. Programma WMO Tot de uitbraak van COVID-19 steeg over de hele linie het beroep op Wmo-voorzieningen en diensten. Deze stijging was het gevolg van verschillende factoren, zoals de vergrijzing van de bevolking, het beleid om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen en de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage.

Sinds de ingang van de coronamaatregelen in maart 2020 is de stijging van de zorgvraag gestagneerd, minder nieuwe cliënten doen een beroep op WMO-voorzieningen als Regiotaxi en Schoon Huis. Dat deze stagnatie doorzet in de winter van 2021/2022, na grootschalige vaccinatiecampagnes en het loslaten van de meeste coronamaatregelen, toont aan dat de stagnatie ook het gevolg is van nieuwe contracten, procedures en werkwijzen bij Rogplus. Ook het aanzuigende effect van de invoering van het abonnementstarief lijkt af te nemen. Voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2023 gaat Rogplus dan ook uit van het scenario dat in de loop van 2022 de COVID-19-maatregelen helemaal worden beëindigd en dat het beroep op Wmo-voorzieningen en -diensten in de MVS-gemeenten aantrekt, maar niet tot het niveau van vóór de COVID-19-uitbraak. Programma Beschermd Wonen Tot 2022 was Beschermd Wonen een taak van centrumgemeente Vlaardingen, waarbij Rogplus in opdracht van Vlaardingen werkzaamheden uitvoerde als indicatiestelling en financiële afhandeling. Met de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Rogplus is de taak Beschermd Wonen gedelegeerd aan Rogplus door de drie deelnemende gemeenten. Dit is in lijn met landelijk beleid, Beschermd Wonen wordt in de komende 10 jaar stapsgewijs doorgedecentraliseerd van de centrumgemeenten naar de afzonderlijke gemeenten.

Rogplus en de MVS-gemeenten werken aan een actieplan om op korte termijn de wachtlijsten weg te werken en op lange termijn balans te houden tussen het beroep op Beschermd Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen. In de begroting is geanticipeerd op de uitvoering van dit actieplan. Pagina 4 van 21

Programma Jeugdzorg Het MVS Jeugdmodel, de gezamenlijke visie van gemeenten en partners op jeugdhulp, is het kader voor de Jeugdhulpopdracht. Deze integrale opdracht, voor 1 opdrachtnemer, gaat in per 1 januari 2023. De MVS-gemeenten hebben bepaald dat met ingang van 2023 Rogplus de uitvoeringsorganisatie is voor de Jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten neemt Rogplus in de ontwerpbegroting 2023 de in de aanbestedingsleidraad opgenomen opdrachtwaarde over. (uitgelichte) Financiële ontwikkelingen  In het Regeerakkoord Rutte-4 is benoemd dat specifiek voor huishoudelijke hulp een ‘eerlijkere’ eigen bijdrage wenselijk is (bijvoorbeeld afschaffen van het abonnementstarief). Omdat besluitvorming op dit onderwerp nog niet voorzien is, is de ontwerpbegroting 2023 hierop niet aangepast.  Eind 2021 en begin 2022 kreeg Rogplus in een korte periode meerdere aanvragen voor Wmo-ondersteuning voor inwoners met de spierziekte ALS. Rogplus anticipeert in de ontwerpbegroting op het financieel effect van deze ‘piek’.  Het verwachte aantal cliënten Schoon Huis in 2023 is (onder andere) gebaseerd op de cijfers uit 2021.

MVS-breed is het aantal cliënten Schoon Huis in 2021 gestegen met 4,6%. Lokaal zijn de verschillen echter aanzienlijk. In Maassluis was de stijging 7,9%, in Vlaardingen 6,2% en in Schiedam 1,7%. Rogplus zal de verschillen tussen de gemeenten nader analyseren.  Stroomopwaarts is in 2022 gestart met een intensief traject waarin voor alle bijstandsgerechtigden met grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt gekeken hoe zij het beste kunnen participeren in de maatschappij. Dit traject kan leiden tot een groei van het beroep op begeleiding en dagbesteding op basis van de Wmo. Omdat de gevolgen van dit traject niet bekend zijn wordt hiermee in de ontwerpbegroting 2023 nog geen rekening gehouden.  In het Regeerakkoord Rutte-4 staat dat vanaf 2024 mogelijk een eigen bijdrage voor de jeugdzorg wordt ingevoerd en dat mogelijk de behandelduur aan banden wordt gelegd. Ook moet gespecialiseerde jeugdzorg (waaronder jeugd-GGZ) centraler worden ingekocht. Omdat onbekend is hoe het kabinet invulling gaat geven aan deze plannen is hier niet op geanticipeerd in de ontwerpbegroting 2023. Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket  Rogplus voert administratieve taken uit voor Jeugdhulp en leerlingenvervoer. De kosten hiervoor worden jaarlijks met de gemeentes afgesproken.  Rogplus is met ingang van 2023 de uitvoeringsorganisatie voor de Jeugdhulpopdracht.

Risico’s  Maatregelen COVID-19: onzeker is of coronamaatrelen zullen terugkeren in 2023. Rogplus acht het geschetste scenario als het meest waarschijnlijk.  Ontwikkeling van het aantal cliënten: onduidelijk is nog de invloed van de nasleep van de coronacrisis op de zorgvraag, binnen alle drie de zorginhoudelijke programma’s, bijvoorbeeld op de vraag om begeleiding. Pagina 5 van 21

De opdrachtwaarde van de Jeugdhulpopdracht is de waarde zoals benoemd in de aanbestedingsleidraad. Wijzigingen kunnen nog plaatsvinden naar aanleiding van de gevolgde onderhandelingsprocedure zonder aankondiging. Dit betreft geen wezenlijke wijzigingen. Waar mogelijk worden deze wijzigingen verwerkt in de definitieve begroting Rogplus 2023. De opdrachtwaarde van de Jeugdhulpopdracht kan nog worden herzien als gevolg van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet en actuele ontwikkelingen, zoals wetswijzigingen en afspraken over indexering. In alle zorgsectoren, dus ook de Wmo-zorg en de jeugdzorg, is sprake van een arbeidstekort. Dit kan financiële consequenties hebben, door het ontstaan van wachtlijsten of het moeten inhuren van derden.

Beoordeling  Stand van zaken risicoprofiel bestuurlijk & financieel Het beleggen van de uitvoeringstaken voor de Jeugdhulpopdracht bij Rogplus per 1 januari 2023 vraagt om een heroverweging van het risicoprofiel. Zoals vermeld in de Terugkoppeling Verbonden Partijen 4e kwartaal (22U1T00756) ontvangt u, met het raadsvoorstel betreffende de ontwerpbegroting Rogplus 2023, teven een raadsvoorstel over het wijzigen van het risicoprofiel. Advies U ontvangt de kadernota ter kennisname. Op basis van deze kadernota zal Rogplus de ontwerpbegroting 2023 opstellen. Rogplus wil deze ontwerpbegroting op 7 april 2022 aan de gemeenteraad aanbieden. De gemeenteraad kan vervolgens haar zienswijze op deze begroting bekend maken. In de definitieve begroting wordt rekening gehouden met ingebrachte zienswijzen. Stroomopwaarts Het dagelijks bestuur dient voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting van toepassing is, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de drie deelnemende gemeenten te zenden. Om hieraan te voldoen, heeft Stroomopwaarts deze kaderbrief opgesteld. De hoofdambities voor 2023 zijn afkomstig uit de recent vastgestelde Strategische visie Stroomopwaarts (21VR083). Deze ambities heeft Stroomopwaarts in de begroting 2023 vertaald in doelstellingen en wijzen van aanpak via de vier programma’s: 1. Inkomen. 2. Werk. 3. Werkleerbedrijf. 4.

Inburgering. Bedrijfsvoering wordt uitgewerkt in de paragraaf Bedrijfsvoering. Bijbehorende middelen maken deel uit van de Overhead. Financiële ontwikkelingen  Key Performance Indicators (KPI’s) Per programma worden de benodigde budgetten aangegeven in combinatie met de daarmee te bereiken prestaties, de KPI’s. Bij de opstelling en uitwerking van de conceptbegroting 2023 wenst Stroomopwaarts dat er constructief gekeken wordt naar de actualiteit, transparantie en relevantie van de door hen gehanteerde KPI’s. In de begroting 2023 zal daarom een aantal KPI’s komen te vervallen, zal er een aantal aansprekender ingevuld worden en zullen er nieuwe KPI’s worden geformuleerd. Pagina 6 van 21

Bij de herijking van de prestatie-indicatoren is de recent vastgestelde strategische visie Werk en Inkomen leidend. We stellen voor dat de herijking van de prestatieindicatoren, voor zover mogelijk, in het verlengde ligt van de gemeentelijke doelstellingen. 

Verdeelsleutel 2023 De kosten voor de uitvoering van de taken van Stroomopwaarts op het gebied van Werk en Inkomen worden verdeeld over de MVS-gemeenten op basis van eerlijke, actuele en transparante maatstaven. De definitieve verdeelsleutel voor het betreffende begrotingsjaar wordt met een begrotingswijziging in dat jaar aangepast. Voor de kaderbrief 2023 en voor de begroting 2023 wordt de definitieve verdeelsleutel voor 2021 als voorlopig uitgangspunt genomen. De verdeelsleutel wordt eens per vijf jaar1 herijkt. In de loop van 2022 wordt de verdeelsleutel herijkt en volgt er een begrotingswijziging voor 2023.

Maassluis Vlaardingen Schiedam

1

2021 Voorlopig 16,09% 38,37% 45,54%

2021 Definitief 16,28% 39,62% 44,10%

2022 Voorlopig 16,00% 39,22% 44,78%

2023 Voorlopig 16,28% 39,62% 44,10%

CAO Aan de Slag (Participatiewet) Vanaf 1 juli 2021 geldt de cao Aan de Slag, een geheel nieuwe cao waarbij sociale partners, werkgevers en werknemers pionieren. Deze cao geldt met name voor medewerkers met een loonkostensubsidie (beschut, interne en externe banen in het kader van de banenafspraak). Deze Cao geldt als uitgangspunt. De positie van betrokkenen verbetert hiermee. Op termijn zal dit een kostenverhogend effect hebben, waarbij wel extra rijksmiddelen te verwachten zijn (met name via de BUIG).

Regeerakkoord kabinet Rutte-4 Zeer recent is na een langdurige formatie het kabinet Rutte 4 aangetreden en is het regeerakkoord voor de periode 2021-2024 bekend geworden. Het regeerakkoord bevat de nodige middelen en ambities op het gebied van het sociaal domein, armoede- en schuldenaanpak, de Participatiewet en de arbeidsmarkt. In totaal wil het kabinet op termijn €500 mln. per jaar investeren in het hervormen van de arbeidsmarkt, reintegratie en het aanpakken van armoede en schulden. Gezien de concrete invulling van deze middelen en de verdeling over de beleidsvelden nog niet helder is adviseren we om de uitkomst hiervan af te wachten en pas dan na te gaan hoe deze middelen effectief in te zetten.

Ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden In de vorige kaderbrief (begroting 2022) ging Stroomopwaarts uit van een sterke stijging van het beroep op bijstandsuitkeringen door de economische schade vanwege de Covid-19 crisis. Dat effect valt voorlopig mee, mede door de steunmaatregelen vanuit de overheid.

In de Kaderbrief 2023 van Stroomopwaarts is een fout geslopen, de verdeelsleutel dient eens per vijf jaar te worden herijkt i.p.v. vier jaar.

Pagina 7 van 21

In de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau (september 2021) wordt aangegeven dat landelijk het aantal bijstandsuitkeringen in 2022 zal afnemen en wordt er een stabilisatie van het aantal uitkeringen in 2023 verwacht. Stroomopwaarts is er alles aan gelegen om de landelijke trend te verslaan door in te zetten op een hogere participatiegraad voor kwetsbare groepen, het terugdringen van (langdurige) afhankelijkheid van een bijstandsuitkering en het terugdringen van armoede. Ontwikkelingen omtrent het takenpakket  Verbreding doelgroep loonkostensubsidie In 2020 is Stroomopwaarts gestart met de verbreding van de doelgroep voor loonkostensubsidie (jonger dan 27 jaar en ouder dan 50 jaar). Door een wijziging van de verordening is het mogelijk zonder indicatie een tijdelijke loonkostensubsidie te geven. Deze cliënten krijgen hiermee de kans zich bij een werkgever te ontwikkelen en de afstand tot de arbeidsmarkt te overbruggen. In 2022 zal een voorstel worden gedaan om de mogelijkheden voor de verstrekking van een loonkostensubsidie verder te vergroten. Een van de bestaande eisen voor het verstrekken van de huidige tijdelijke loonkostensubsidie voor de niet-wettelijke doelgroep is dat er 5 jaar geen reguliere betaalde arbeid is verricht.

In de praktijk blijkt dat het gros van de kandidaten in het afgelopen jaar een aantal maanden heeft gewerkt waardoor het niet mogelijk is om in aanmerking te komen voor dit soort loonkostensubsidie. Die belemmering wil Stroomopwaarts opheffen en dit is in lijn met het verzoek van de MVS-raden bij de vaststelling van de Strategische visie Stroomopwaarts (21VR083). 

Kostendelersnorm De kostendelersnorm bepaalt dat een bijstandsuitkering steeds lager wordt naarmate de ontvanger met meer mensen op één adres woont. In de praktijk is gebleken dat de regeling tot financiële problemen leidt en een oplossing voor dakloosheid in de weg kan staan. In de commissievergadering van 9 maart 2021 is aan de raad toegezegd dat het aantal uitzonderingen op de kostendelersnorm voortaan geregistreerd worden. Hiervoor heeft Stroomopwaarts een systeem ingericht om afwijkingen op de kostendelersnorm te registreren. Het aantal afwijkingen met reden zal in de bestuursrapportages van Stroomopwaarts als vast onderdeel opgenomen worden. Om (verdere) schulden, armoede en mogelijk zelfs dakloosheid te voorkomen heeft Stroomopwaarts, conform de door de MVS-raden vastgestelde strategische visie, besloten om, binnen de grenzen van de wet, af te wijken van de kostendelersnorm. Daarbij wijzigt het kabinet de kostendelersnorm zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.

Uitwerking van het delegatiemodel in samenspraak met de gemeenten In de strategische visie wordt in het verband van de toekomstige zelfstandige bedrijfsvoeringsfuncties aangegeven dat dergelijke taken bij voorkeur zoveel als mogelijk in delegatie uitgevoerd worden. Delegatie betekent dat het college bevoegdheden overdraagt. Wij kunnen ons voorstellen dat delegatie op onderdelen in de bedrijfsvoering een aantal voordelen met zich meebrengt. Maar dit houdt dan in dat de gemeenschappelijke regeling gewijzigd dient te worden. Daar staat nu namelijk in dat een deel van de taken gemandateerd zijn. Voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts zal, conform de nota Verbonden Partijen, de wensen en bedenkingen procedure moeten volgen. Pagina 8 van 21

Als na uitwerking blijkt dat het inderdaad gewenst is om de bevoegdheden van Stroomopwaarts uit te breiden, zal daar een voorstel voor moeten worden opgesteld. In dat geval neemt het college pas een besluit nadat het de raad in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen te uiten. Risico’s In de kaderbrief heeft Stroomopwaarts een aanvullend risico opgenomen, namelijk:  Het stopzetten van de steunmaatregelen van het Rijk per 1 oktober 2021 Hoewel Stroomopwaarts een zeer gunstig beeld laat zien ten aanzien van de bestandsontwikkeling merken zij de risicofactor op dat veel steunmaatregelen van het Rijk per 1 oktober 2021 zijn gestopt. Dit terwijl de Covid 19-crisis zeker nog niet tot het verleden behoort. Zo ziet Stroomopwaarts bijvoorbeeld een aanzienlijke toename van het beroep op de BBZ (Bijstandsbesluit Zelfstandigen). Verder lezen we een aantal ontwikkelingen in de Kaderbrief 2023 dat onze aandacht heeft, namelijk:  Transitie Hosting De eventuele gevolgen van de transitie Hosting, meer specifiek de huisvesting, zijn nog onvoldoende inzichtelijk en nog niet verwerkt in de ontwerpbegroting Stroomopwaarts voor 2023. Wanneer de hostingsactiviteiten naar Stroomopwaarts overkomen, kan dit leiden tot een begrotingswijziging.  Hogere lasten door verhoging minimumloon en verruiming bijverdiengrenzen Het minimumloon wordt stapsgewijs met 7,5% verhoogd.

Het kabinet houdt de koppeling met de uitkeringen (behoudens de AOW) in stand om het bestaansminimum te verstevigen. Daarbij verruimt het kabinet de bijverdiengrenzen in de Participatiewet. Dit brengt gevolgen met zich mee voor de deelnemersbijdrage.  Stichting Sociaal Economisch Netwerk (SEN) Het Sociaal Economisch Netwerk (hierna: SEN) is een innovatief platform dat de MVSregio naar een hoger plan dient te tillen. Met partners uit het bedrijfsleven, de overheid, het onderwijs en het maatschappelijk veld. En met participatiebedrijf Stroomopwaarts als aanjager. Om zo met vereende krachten meer slagkracht te hebben om gunstige omstandigheden te creëren voor een beter vestigingsklimaat wat leidt tot meer werkgelegenheid. Dit draagt vervolgens bij aan de doelstelling om minder mensen langs de kant te laten staan. Dit alles vanuit het gemeenschappelijk belang: een inclusieve samenleving. SEN is vormgegeven als een stichting. Reden hiervoor is dat een stichting minder vrijblijvend is dan een netwerkorganisatie en daardoor meer bestendigheid zou geven om de doelstellingen van het SEN te behalen. Naast de jaarlijkse bijdrage voor het SEN (199 euro) heeft Stroomopwaarts in de begroting rekening gehouden met een extra bijdrage aan het SEN van maximaal € 15.000.

Pagina 9 van 21

De bijdrage van Stroomopwaarts zou in de komende jaren worden afgebouwd, zie onderstaande toelichting.

Aan de MVS-raden is in september 2019 gevraagd een zienswijze te geven op het verzoek van Stroomopwaarts om deel te nemen in de Stichting SEN per 1 januari 2020 (19UIT09289). De raad heeft hiermee ingestemd. Daarbij heeft de raad een aantal punten van aandacht en adviezen aan het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts meegegeven. De belangrijkste zijn: a. dat met de oprichting van een rechtspersoon nog steeds het risico van vrijblijvendheid bij de ondernemers en andere partijen zal bestaan. b. Dat de samenstelling van het SEN-bestuur en de daarbij meerjarig toegezegde (financiële) inzet niet evenwichtig is verdeeld. Aandacht hiervoor is geboden, gezien de oprichting van en deelname in deze stichting geen vrijblijvend karakter heeft. c. Het advies om twee jaar na oprichting van SEN een evaluatie te houden. Nu blijkt uit de Kaderbrief 2023 dat de eerder gemaakte afspraken over financiering van SEN door de leden moeilijk te realiseren is. Stroomopwaarts geeft aan dat door het ontbreken van een verplichting niet alle leden aan die wens voldoen. In de praktijk blijkt een bijdrage van Stroomopwaarts noodzakelijk waardoor de beoogde afbouw van die bijdrage daarmee niet realistisch is. In de 2e Begrotingswijziging 2022 van Stroomopwaarts, waar geen zienswijze op van toepassing is, blijkt ook dat de bijdrage van Stroomopwaarts aan het SEN nu op € 52.000 voor 2022 ligt.

Als Stroomopwaarts (het overgrote deel van) de kosten voor diens rekening neemt schiet het de rol als aanjager voorbij alsmede de doelstelling van het SEN. Daarbij is er bij aanvang van het SEN speciaal gekozen voor de oprichting van een stichting om vrijblijvendheid onder de leden te voorkomen. Op basis van voorgaande verzoeken we Stroomopwaarts om, op advies van de raad, het SEN te evalueren. Dit omdat oprichting van en deelname van partners in de stichting SEN geen vrijblijvend karakter beoogt. Beoordeling  Bestuurlijk De kaderbrief leidt op dit moment niet tot een wijziging van het risicoprofiel. 

Financieel De kaderbrief geeft geen aanleiding om het huidige risicoprofiel (hoog) te wijzigen. Pagina 10 van 21

Wij adviseren u:  om de kaderbrief voor kennisgeving aan te nemen. De raden van de deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om bij het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts hun zienswijze over de ontwerpbegroting 2023 naar voren te brengen.  Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zodat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Pagina 11 van 21

B. Overige gemeenschappelijke regelingen Metropoolregio Rotterdam Den Haag Hoofdlijnen Momenteel wordt de Strategische Agenda MRDH 2022 geactualiseerd. Het strategische kader wordt daarom voorlopig, net als in de begroting 2022, gevormd door de dertien doelstellingen uit de huidige Strategische Agenda MRDH 2022. De programma-opgaven worden, net als in de begroting 2022, gekoppeld aan deze dertien doelstellingen. Financiële ontwikkelingen onderdeel Economisch Vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat (van prijspeil 2022 naar prijspeil 2023) sluit aan op het indexeringskader dat de MRDH, namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten), heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd en dit kader is gericht aan alle gemeenschappelijke regelingen in de Haagse regio. De afgelopen jaren heeft de MRDH dit kader gevolgd. De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdam-Rijnmond gemeenten) sluiten zich hierbij aan. In voorgaande jaren is er door de gemeenten een onderscheid gemaakt tussen het indexcijfer voor loonkosten en het indexcijfer voor materiële kosten. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de indexcijfers die zijn opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau.

De eerdere inschattingen voor 2020, 2021 en 2022 worden geactualiseerd en betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2023. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de indexering voor 2023 ten opzichte van het basisjaar 2022: 0,6% voor de loonkosten en 2,3% voor de materiële kosten. Op basis van deze voorgeschreven indexering stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van € 2,77 voor de begroting 2022 met € 0,05 naar € 2,82 voor de begroting 2023. Financiële ontwikkelingen onderdeel Vervoersautoriteit Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH, is door de COVID-19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding. Daarmee wordt tot september 2022 een groot deel van de kosten van de vervoerders vergoed. Onderdeel van die afspraken is dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen blijft uitkeren aan de vervoersbedrijven. Daarnaast is een Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken.

In het programma is een pakket aan maatregelen opgenomen dat een gedeelte van de grote financiële opgave voor het openbaar vervoer op moet lossen. Vast staat dat COVID-19 een langjarig effect zal hebben op het OV in de MRDH. Daarom wordt het transitieprogramma de komende tijd meerdere malen herijkt, om zo elke keer bij te kunnen sturen als de situatie daar om vraagt. Dit met als doel om uiteindelijk het OV weer op het hoge niveau te krijgen zoals we dat voor COVID-19 gewend waren.

Pagina 12 van 21

Kader voor overbesteding BDU-middelen bedraagt maximaal drie achtereenvolgende kalenderjaren. De meest recente inzichten in de meerjarenraming op basis van de huidige projectenportefeuille laten zien dat er meerjarig sprake is van een positief saldo op de begroting. Er is beperkte ruimte om te investeren. Dit positieve saldo is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren, zoals blijkt uit de ontwikkeling van het financiële meerjarenbeeld BDU tot en met 2040. Dit meerjarenbeeld dient als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen en faciliteert het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Ontwikkelingen omtrent takenpakket onderdeel Economisch Vestigingsklimaat Geen wijzigingen. Ontwikkelingen omtrent takenpakket onderdeel Vervoersautoriteit Binnen de meerjarenbegroting (uitwerking/ realisatiefase) zijn er onder andere recentelijk de volgende projectbesluiten genomen welke (voor 2030) al een beslag gaan leggen op de investeringsmiddelen. Dit zijn:  Het Metronet en de Randstadrail, beide onderdeel van het gebiedsprogramma Mobiliteiten verstedelijking (MoVe) en onderdeel van het Nationaal groeifonds.

 De knooppunten Spijkenisse centrum en Zuidplein, R-net Ridderkerk-Rotterdam en doorstroming OV (in het kader van het Transitieprogramma OV en corona). Verkenningen en planstudies die in het meerjarenbeeld zijn opgenomen betreffen:  De MIRT-verkenningen uit het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking, zijnde de Oeververbindingen regio Rotterdam en CID-Binckhorst Den Haag om van 75% naar 100% van de bekostiging te komen ten opzichte van de eerste startbeslissing.  De MIRT-verkenning Oude Lijn en knopen in het kader van Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). In aanloop naar de nieuwe bestuursperiode 2022-2026 werkt MRDH aan de actualisatie van de Strategische Agenda (vast te stellen in Q1 2023) die als uitgangspunt dient voor de begrotingen in de periode 2024-2027. Risico’s onderdeel Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat organiseert, met een netwerkgerichte en faciliterende aanpak, op een zo licht mogelijk wijze impact voor de 23 gemeenten. Met een relatief beperkt budget en bijbehorend apparaat wordt bijgedragen aan het verbeteren van het economisch vestigingsklimaat in onze regio en worden de activiteiten van gemeenten en andere organisaties op dit terrein versterkt. Het grootste deel van het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat betreft (co)financiering voor projecten in de regio, via een bijdrage aan gemeenten.

Met dit co-financieringsbudget kunnen we gericht en snel urgente regionale projecten ondersteunen, zoals bijvoorbeeld digitalisering van de economie en de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Bij financiële problemen kan de cofinanciering worden teruggebracht. De inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat van € 6,8 miljoen per jaar is geen substantiële cofinanciering, maar kan wel dienen als aanjaagfinanciering. Een bezuiniging op de inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat zou, indien nodig wel mogelijk zijn, maar zou tegelijkertijd een tegengesteld signaal afgeven voor de noodzaak van het gezamenlijk investeren in het verdienvermogen van de regio. Pagina 13 van 21

In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) zijn de risico’s geanalyseerd. Grootste risico is dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van de apparaatslasten EV begroting benodigd is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. Dit risico is echter met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de GR MRDH en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte risicoreserve is daardoor niet meer nodig.

Risico’s onderdeel Vervoersautoriteit De in de begroting 2022 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2023. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDHgemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2022, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte. Beoordeling  Bestuurlijk Economisch Vestigingsklimaat Het bestuurlijk risicoprofiel voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Er is sprake van een laag risico.  Bestuurlijk Vervoersautoriteit Bestuurlijk gezien blijft het risicoprofiel wat betreft Vervoersautoriteit laag. Er zijn geen ontwikkelingen die leiden tot een ander oordeel. 

Financieel Economisch Vestigingsklimaat Het financieel risicoprofiel voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Er is sprake van een laag risico. De financiële bijsturing van het programma EV is hoog. Mochten er financiële problemen zijn, dan kunnen projecten en projectbijdragen worden stopgezet.  Financieel Vervoersautoriteit Covid-19 geeft in de periode tot 2030 een mogelijk forse extra financiële opgave. De transitieprogramma’s die in maart aan het Rijk worden aangeboden geven inzicht in de risico’s en de beheersing ervan op de korte en langere termijn. Pagina 14 van 21

De beheersmaatregelen werken echter mogelijk ook door op de gemeentelijke financiering via derving van subsidies (voor infraprojecten) en/of verschuiving van vervoervraag richting het sociale domein. Dit inzicht is er op dit moment nog onvoldoende. Advies Wij adviseren u om de kaderbrief voor kennisgeving aan te nemen. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond  Door de wijziging van de verdelingssystematiek is een aanpassing nodig van de Gemeenschappelijke Regeling. Hiervoor ontvangt uw raad een separaat voorstel. Hoofdlijnen Op 8 december jl. heeft het Algemeen Bestuur van de VRR het voorgenomen besluit genomen tot invoering van een nieuwe kostenverdeelsleutel voor de deelnemende gemeenten die gebaseerd is op een verdeling naar evenredigheid van de inkomsten uit het gemeentefonds. Ten aanzien van de scenario’s uit de Ontwikkelagenda heeft het Algemeen Bestuur erkend dat de basisdienstverlening van de VRR op orde gebracht moet worden om te voldoen aan de huidige eisen en is een voorgenomen besluit genomen tot uitvoering van scenario 2 (Basis op orde). Scenario 2 vergt een investering van de deelnemende gemeenten van € 9,45 mln. Daarbij is gevraagd om een gefaseerde opbouw van de kosten in de jaren 2023 tot en met 2026. De financiële consequenties van de Ontwikkelagenda en de gefaseerde opbouw zijn verwerkt in de Kadernota 2023.

Financiële ontwikkelingen De financiële consequenties van de ontwikkelagenda zijn eerder gepresenteerd aan de gemeenteraad. In de kadernota 2023 is een tabel aangegeven wat de komende jaren de gemeentelijke bijdrage van Schiedam zal zijn. Vanaf 2023 wordt gebruik gemaakt van de nieuwe kostenverdeelsystematiek. Het aantal inwoners per gemeente is niet langer de basis voor het bepalen van de primaire bijdrage. Vanaf 2023 is dat het evenredig aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds voor het cluster Brandweer en Veiligheid zoals opgenomen in de September circulaire (uitgavejaar 2022). Tevens zijn de kosten voor bluswatervoorzieningen uit de primaire bijdrage gehaald en worden deze vanaf 2023 separaat doorbelast, net als de Plustaken (voorheen DVO+). Voor Schiedam en Rotterdam worden de wijkbrandweermannen als Plustaak gezien vanaf 2023. Daarentegen wordt de Chemisch adviestaak en FLO met ingang van 2023 onderdeel van de primaire bijdrage. Deze methodiek leidt tot een andere opbouw van de primaire bijdrage per gemeente. Om de betrokken gemeenten niet direct met een grote kostenverhoging te confronteren is ervoor gekozen om deze geleidelijk te verhogen met een ingroeisleutel van 25% per jaar over de periode van 4 jaar (t/m 2026).

Gelet op de bijdrage aan de VRR zoals opgenomen in de begroting van Schiedam voor 2022 resulteert de nieuwe kostenverdeelsleutel voor Schiedam in een verhoging van de bijdrage aan de VRR in 2023 van € 134.701. Inclusief de indexeringskosten (€ 288.270) betekent dit een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 426.971. Deze verhoging wordt meegenomen in de zomernota 2023 van de gemeente Schiedam. De totale bijdrage van Schiedam aan de VRR voor 2023 bedraagt op basis van de kadernota € 6.432.602. Pagina 15 van 21

Echter, door een ondertussen ontdekte fout in de kadernota van de VRR blijkt dat de bijdrage verhoogd moet worden met € 75.000 euro voor de activiteit bluswater. Deze kosten zijn in de kadernota per abuis aan Rotterdam toegerekend. Dit betekent dat de bijdrage van Schiedam naar alle waarschijnlijkheid voor 2023 € 6.507.602 zal bedragen. De fout zal door de VRR in de begroting 2023 worden hersteld, zodat dit effect nog bij de Zomernota van Schiedam kan worden verwerkt en de juiste bijdrage wordt opgenomen in de administratie. Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket Het AB heeft ervoor gekozen om eerst de basisdienstverlening van de VRR op orde te brengen. De doorontwikkeling van de VRR leidt er vervolgens toe dat het takenpakket van de VRR wordt uitgebreid met activiteiten op het gebied van klimaat, techniek, een veilige leefomgeving, digitalisering, informatisering, regie- en coördinatietaken. Hierdoor blijft de VRR een kwalitatief hoogwaardige veiligheidsregio. Risico’s Uitvoering van scenario 2 van de Ontwikkelagenda VRR betekent een stijging van de gemeentelijke bijdrage aan de VRR. Het is echter onvermijdelijk om geen gevolg te geven aan de ontwikkelingen die geleid hebben tot een verbreding van de taken van de VRR. Beoordeling  Bestuurlijk De begroting van de VRR zal in de komende jaren stijgen naar een omvang van ca. € 110 miljoen.

Deze groei is noodzakelijk om voorbereid te zijn op de toekomst en te werken aan een robuuste veiligheidsregio en is gericht op een betere en veiligere veiligheidsregio voor de inwoners en de partners. 

Financieel De kaderbrief geeft nog geen aanleiding het huidige risicoprofiel te wijzigen, mogelijk dat de uitkomsten van de ontwikkelagenda VRR later dit jaar aanleiding geven tot een wijziging in de bijdrage die Schiedam levert aan de Veiligheidsregio. Op basis hiervan kan in 2022 een verhoging van de inwonerbijdrage worden verwacht.

Advies Wij adviseren u om de kaderbrief voor kennisgeving aan te nemen. Na behandeling van de conceptbegroting in het Algemeen Bestuur van de VRR zal deze voor zienswijzen aan de gemeente worden gezonden. GGD Rotterdam-Rijnmond Hoofdlijnen Beleidsmatig kader De GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD-RR) voert een uniform pakket van basistaken uit voor het gehele werkgebied. Aan de gemeenschappelijke regeling GGD-RR nemen alle gemeenten in de regio Rijnmond deel: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, GoereeOverflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. Omdat per 1 januari 2023 de gemeenten Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne de nieuwe fusiegemeente Voorne aan Zee zullen vormen is in de begroting reeds inzichtelijk gemaakt wat de bijdrage voor de nieuwe fusiegemeente zal worden. Pagina 16 van 21

De Wet publieke gezondheid (WPG) is het kader waarbinnen de GGD-RR namens de gemeenschappelijke regeling de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. Gemeenten kunnen verder bilateraal afspraken maken met de GGD-RR over de inkoop en uitvoering van zogenaamde (extra) plusproducten. Overeenkomstig de huidige cyclus, zou nu de nieuwe 4-jaarsbegroting voor 2023 – 2026 worden opgesteld. Met oog op de wisseling van bestuur (gezien de gemeenteraadsverkiezingen die dit jaar plaatsvinden), wordt op basis van besluit AB GGD 16 december 2021 de cyclus doorbroken en wordt er eenmalig een jaarbegroting 2023 gepresenteerd. Hierdoor krijgen de nieuwe colleges meer sturingsmogelijkheid op accenten in de nieuwe 4-jaars begroting 20242027. Dat wordt verder ondersteund door het feit dat het voor de GGD te vroeg is om nu al een adequate 4-jarenbegroting te presenteren, omdat er onvoldoende duidelijkheid is over de financiële bijdrage van het Rijk en invulling van nieuwe basistaken. Financiële ontwikkelingen Indexatie Conform de gemeentesecretarissenbrief van alle gemeenten in Rijnmond wordt de indexatie toegepast o.b.v. het door de gemeentesecretarissen vastgestelde indexatiepercentage. Voor 2023 betekent dit een index van 4,8% waardoor de inwonersbijdrage uitkomt op € 6,67.

Inspecties kinderopvang De bedragen voor kinderopvanginspecties per gemeente zijn afhankelijk van het aantal kinderopvanglocaties in een gemeente. Daarom worden per gemeente afspraken gemaakt over de gewenste inkoop en is er geen standaard inwonerbijdrage per gemeente te bepalen voor dit product. De gemiddelde inwonerbijdrage voor kinderopvanginspecties (het variabele gedeelte van het basistakenpakket) is € 2,26. Omgevingswet De Omgevingswet, die per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, verplicht gemeenten “een gezonde leefomgeving te bereiken en in stand te houden”. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt gezondheid een verplichte afweging bij alle besluiten over de fysieke leefomgeving. Op 10 maart jl. heeft het algemeen bestuur unaniem besloten, om de basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Per 1 januari 2023 wordt de nieuwe basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ uitgevoerd. De kosten voor deze nieuwe basistaak bedraagt in 2023 € 29.765,-. Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket Extra middelen voor toezicht en handhaving gastouderopvang Om het toezicht en de handhaving in de gastouderopvang te intensiveren, is structureel 6,4 miljoen euro extra beschikbaar gesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit zal per 2024 ingaan.

Vooruitlopend hierop heeft het AB op 16 december 2021 het voorstel aangenomen om vanaf 2023 te starten met de uitvoering van 50% per jaar extra inspecties gastouderopvang en de formatie hiervoor uit te breiden. Dit is verwerkt in de begroting voor 2023. Basistaak: collectieve advisering gezonde leefomgeving Implementatie van de Omgevingswet vereist, naast extra capaciteit, specifieke gezondheids- en milieu gerelateerde expertise. De Omgevingswet, die per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, verplicht gemeenten “een gezonde leefomgeving te bereiken en in stand te houden”. Pagina 17 van 21

Door het opnemen van de nieuwe basistaak collectieve advisering gezonde leefomgeving in de begroting 2023, beschikt de regio over adviseurs met specifieke expertise en ervaring (medisch-inhoudelijk en gemeentelijk-procesmatig) en over de tools en over het netwerk om inhoudelijk werkbare adviezen te geven voor een gezonde leefomgeving op regionale schaal. Het biedt een basiszekerheid voor inwoners van Rotterdam-Rijnmond, waar de regiogemeenten als collectief verantwoordelijkheid voor dragen. Risico’s Evaluatie en consequenties voor de meerjarenbegroting 2024-2027 GGD en gemeenten evalueren 2023, het eerste volledige jaar van het werken met de nieuwe basistaak en het plusproduct onder de Omgevingswet, in het eerste kwartaal van 2024. Indien de uitkomsten daarvan aanleiding geven tot het wijzigen van de inhoud en/of omvang van de basistaak en/of het plusproduct, wordt dat verwerkt in de begroting 2025. Deze wordt Q2 2024 voor zienswijzen bij de gemeenteraden aangeboden. Het betekent dat de meerjarenbegroting 2024-2027 (die Q2 2023 voorligt) op het punt Omgevingswet tussentijds gewijzigd kan worden. Beoordeling  Bestuurlijk Het opnemen van de nieuwe basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ in de begroting 2023 van de GR GGD-RR leidt tot geen verandering van het risicoprofiel. 

Financieel Het opnemen van de nieuwe basistaak ‘collectieve advisering gezonde leefomgeving’ in de begroting 2023 van de GR GGD-RR leidt tot geen verandering van het financiële risicoprofiel. Wel zal het budget voor de begroting 2023 verhoogd moeten worden met een bedrag van € 29.765,-.

Advies De begroting 2023 van de GR GGD-RR is met zorgvuldigheid tot stand gekomen. Wij zijn van mening dat onze inbreng voldoende erin is verwerkt. Hierdoor hebben we de meest gunstige scenario’s kunnen laten opnemen in de begroting 2023. Wij leggen dit daarom met een positief advies voor en vragen u om in te stemmen met de begroting 2023 van de GR GGD-RR. DCMR Milieudienst Rijnmond Hoofdlijnen In de DB vergadering van 16 februari 2022 van de DCMR zijn de uitgangspunten voor de begroting 2023 van de DCMR vastgesteld. Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van + 4,8 % op de werkplanbijdragen overeenkomstig de indexeringsbrief voor gemeenschappelijke regelingen die door de gemeenten aan de DCMR is gestuurd. Het structureel kader van de provincie Zuid Holland wordt met 2,2 % geïndexeerd op basis van de kaderbrief van de provincie. De prijsindexering van de provincie Zeeland voor de uitvoering van de BRZO taken in Zeeland is 1%. De provincie beslist hier op 1 juli 2022 definitief over. De totaal begroting van de DCMR is ong. 70 miljoen. Aandeel Schiedam in 2022 is 1,5 miljoen (1,9 %).

Pagina 18 van 21

Financiële ontwikkelingen DCMR gaat er vooralsnog vanuit dat de invoering van de Omgevingswet geen nadelig effect op de hoogte van de totale begroting 2023 zal hebben en binnen het totale financieel kader zal kunnen worden ingepast. Wanneer over de uitvoering meer duidelijkheid is en meer concrete afspraken zijn gemaakt over de financiële impact zal dit na afstemming in een begrotingswijziging 2023 worden verwerkt. Mogelijk kan het de eerste jaren leiden tot een financieel effect na implementatie van de Omgevingswet in de begroting 2023. De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de meerjarenraming zijn onzeker en moeten nader worden onderzocht, zodoende eventuele effecten mee te kunnen nemen in de meerjarenraming. De, door het AB DCMR, vastgestelde systematiek voor bepaling van de uurtarieven van de DCMR vormt de basis voor de financiële vertaling van uren naar geld. In de DB vergadering van april 2022 wordt de tariefstelling vastgesteld, rekening houdend met de kostenontwikkeling die voor 2023 wordt voorzien. Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket Op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) als onderdeel van de Omgevingswet dienen alle taken op het werkgebied van bodem ondergebracht te worden bij de DCMR. Een deel van de taken voerde de gemeente zelf uit. Per 1 januari 2022 zijn deze taken ondergebracht bij de DCMR.

Risico’s De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorlopig voorzien op 1 januari 2023. Welke kosten hier voor bij de DCMR gemoeid zijn is nog onzeker. De DCMR gaat er vooralsnog vanuit dat de invoering van de Omgevingswet geen nadelig effect op de hoogte van de totale begroting 2023 zal hebben en binnen het totale financieel kader zal kunnen worden ingepast. Wanneer de Omgevingswet is ingevoerd zal de DCMR de (financiële) impact hiervan op haar bedrijfsvoering nauwgezet monitoren. Vooralsnog is er geen aanleiding om het huidige risicoprofiel aan te passen. Beoordeling  Bestuurlijk Gelet op het risicoprofiel zijn er geen wijzigingen in de beoordeling van de criteria. Het bestuurlijke risico is laag/gemiddeld. Het bestuurlijke risico hoeft niet te worden aangepast.  Financieel Gelet op het risicoprofiel zijn er geen wijzigingen in de beoordeling van de criteria. De financiële risico’s zijn gemiddeld, maar de bedragen zullen waarschijnlijk laag zijn aangezien er ook een verdeling naar ratio over alle deelnemers zal worden vastgesteld . Het financiële risico hoeft niet te worden aangepast. Advies Naar aanleiding van de kaderbrief is er op dit moment geen aanleiding om een zienswijze in te dienen en kan de kaderbrief voor kennisgeving worden aangenomen.

Pagina 19 van 21

Regionale Belasting Groep Hoofdlijnen In deze kaderbrief staan de ontwikkelingen voor de komende jaren beschreven en worden de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2023 en het meerjarenperspectief van de RBG weergegeven. De komende jaren zal RBG naast externe/wettelijke ontwikkelingen ook aandacht blijven besteden aan ontwikkelingen die gericht zijn op de kwaliteit van gegevens, informatiebeveiliging, privacy en klantgerichtheid. Financiële ontwikkelingen In de voorbereiding van de begroting 2023 zullen de structurele voor- en nadelen uit de jaarrekening 2021 van RBG worden betrokken. RBG streeft naar een gelijkblijvende deelnemers-bijdrage en onderzoekt een mogelijke verlaging van deze bijdrage voor 2023. RBG houdt rekening met bepaalde ontwikkelingen in de toekomstige dienstverlening zoals de Wet digitale overheid en de Omgevingswet. Zo veel als mogelijk zullen deze ontwikkelingen binnen bestaande budgetten in de begroting opgevangen worden (‘verborgen efficiency’). Bij het opstellen van de begroting 2023 zal naar verwachting rekening gehouden worden met 2,5% stijging van de eigen personeelskosten (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever). Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten wordt gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). Voor 2023 wordt uitgegaan van een prognose van 1,9% voor de materiële kosten.

Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket RBG zal in de komende jaren nadrukkelijk blijven sturen op procesoptimalisatie. Hierbij moet de focus blijven op het realiseren van een volledige en juiste belastingopbrengst met een goede en maatschappelijk verantwoorde incasso van de opgelegde aanslagen. Risico’s Opbrengsten dwanginvordering Door de beperkende maatregelen in verband met corona (o.a. minder deurwaardersbezoek) en de verlaagde invorderingsrente (vanaf 23 maart 2020 verlaagd van 4% naar 0,01%) is de opbrengst dwanginvordering van RBG de afgelopen jaren gedaald. De komende jaren zal de invorderingsrente fasegewijs weer worden verhoogd. Dit begint op 1 juli 2022 met een verhoging naar 1%. Vervolgens op 1 januari 2023 naar 2%, op 1 juli 2023 naar 3% en op 1 januari 2024 naar 4%. De verwachting is verder dat de invorderingsopbrengst zal stijgen door het weer kunnen vervolgen van de dwanginvorderingsactiviteiten van RBG. Deze opbrengst zal echter niet meer op het niveau van voor 2020 uitkomen. Dit is ook het gevolg van de aanpak door RBG in het tegengaan van problematische schulden, waar een nieuwe werkwijze van invorderingswerkzaamheden zal worden geïmplementeerd. RBG komt bij de opstelling van de begroting 2023 in april met een actuele raming van de opbrengst dwanginvordering.

Samenhangende Objecten Registratie Er is nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Dit is de Samenhangende Objecten Registratie, een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. De VNG heeft hierover overleg met het ministerie van BZK.

Pagina 20 van 21

De insteek is dat er nieuwe financieringsafspraken nodig zijn, die tevens een oplossing bieden voor het feit dat de bronhouders zoals RBG momenteel een onevenredig groot deel van de kosten dragen. De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen en de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en de RBG. Koepelvrijstelling BTW Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zal RBG BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (voor de gemeenten compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. Beoordeling  Bestuurlijk De kaderbrief RBG 2023 leidt niet tot wijziging in het risicoprofiel. 

Financieel De kaderbrief leidt ook niet tot wijzigingen in het financiële deel van het risicoprofiel.

Advies Wij adviseren u om de kaderbrief voor kennisgeving aan te nemen.

Pagina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11482594/1