Bijlage 4.1 Het MRDH verhaal over Brede Welvaart
Tekst van het document
Het MRDH verhaal over brede welvaart Position paper Op verzoek van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Deelrapport I 21 mei 2024
Walter Manshanden (NEO Observatory) Frank van Oort (EUR) Henri L.F. de Groot (Vrije Universiteit Amsterdam)
Brede welvaart: de som van welvaart en welzijn
Inleiding Er is de afgelopen jaren een sterk toenemende aandacht voor brede welvaart in Nederland ontstaan. In het discours over economie en maatschappij van het laatste decennium is ‘beyond GDP’ een bekende term. Dat betekent dat het bij economische groei om meer gaat dan geld alleen. Dat wordt aangeduid met ‘brede welvaart’. Brede welvaart is echter niet nieuw. Er zijn verschillende concepten beschikbaar die al decennia in gebruik zijn, die bedoeld zijn om breder te kijken dan het financiële brp alleen. Voorbeelden zijn de Human Development Index (voor het eerst gepubliceerd in 1990 door het United Nations Development Programme), die focust op levensverwachting en opleiding. Recenter is de Regional Competitiveness Index van DG Regio/EC, waarvan de laatste uit 2023 dateert (Dijkstra et al 2023). Deze laatste omvat een groot aantal variabelen die de kwaliteit van het vestigingsmilieu van Europese regio’s meet door middel van een samengestelde index. Concepten als het vestigingsklimaat en concurrentiepositie omvat indicatoren die ook over welzijn en leefkwaliteit gaan. Zulke omstandigheden maken ook deel uit van de aantrekkelijkheid van regio’s: inwoners willen ook schone lucht en recreëren in schone en biodiverse natuur in de nabijheid. Een goed opgeleide beroepsbevolking is ook van belang.
Het World Economic Forum (2017) heeft daarvoor een definitie van human capital gegeven die is benut voor een studie naar de effecten van een investeringsimpuls van de Groeiagenda MRDH (Van Oort ea 2020). Brede welvaart is ook van belang voor de MRDH, maar wat is het? Hoe kan brede welvaart de doelen van de MRDH dichterbij brengen? Hoe draagt brede welvaart daar aan bij? Het uitgangspunt van de MRDH is de OECD 2016: 1-2% extra groei van het bruto regionaal product, te realiseren door extra agglomeratievoordelen vanuit het mobiliteitsdomein, ruimtelijke ontwikkeling en innovatie, waarvoor InnovatieQuarter aan de lat staat. De effecten van de extra groei van het brp op de inkomensverdeling, milieu, natuur, inclusiviteit werden daarin niet benoemd vanuit het idee dat extra brp door agglomeratievoordelen een primair doel was. Dit project ‘brede welvaart in de MRDH’ gaat over het verbreden van de doelstelling 1-2% extra groei bovenop het landelijke gemiddelde. Het discours over brede welvaart gaat namelijk juist over de effecten van extra groei van het brp, het nut ervan voor andere domeinen de MRDH, de voor- en nadelen voor deze andere domeinen zoals het milieu, maar ook over de effecten op andere regio’s buiten de MRDH, zoals de buurregio’s in Zuid-Holland.
Samengevat: de Strategische Agenda gaat over economie, namelijk het bereiken van 1-2% extra groei via agglomeratievoordelen, met mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling als belangrijkste instrumenten. Brede welvaart gaat over de effecten van extra groei op andere beleidsdomeinen, in het bijzonder het ‘milieu’ en ‘sociaal’. Het volgende gaat in op een definitie van brede welvaart aan de hand van de bestaande begrippen welvaart en welzijn.
Welvaart – als het om geld gaat In de politiek en de beleidseconomie is de laatste jaren meer belangstelling ontstaan voor brede welvaart. Gewoonlijk was de aandacht hoofdzakelijk gevestigd op financiële welvaart: groei van het bruto nationaal product, koopkrachtplaatjes, inkomen, rente, inflatie en het begrotingstekort. In economische verkenning van landen en regio’s speelt het bruto binnenlands product (bbp), of bruto regionaal product (brp), daarom altijd een hoofdrol. Het bruto binnenlands product (bbp) is de som van de marktprijs van alle verkochte geproduceerde goederen en diensten van een land of regio in 2
een jaar tijd. Economische groei is het verschil van die som, gecorrigeerd voor inflatie, tussen twee opeenvolgende jaren. Het grote voordeel van deze benadering van welvaart door middel van de marktprijs is dat dit zeer goed meetbaar is. De samenhang met allerlei andere begrippen, zoals loon, inkomen per hoofd van de bevolking enzovoort is eveneens goed meetbaar. Productieketens, toelevering en uitbesteding kunnen goed beeld worden gebracht, zodat bijvoorbeeld de betekenis van de Rotterdamse haven voor de gehele stedelijke regio geanalyseerd kan worden. Eenvoudig gesteld: de benadering van welvaart via de marktprijs van goederen en diensten dient onderzoek en beleid. Welzijn – als het om waarde gaat Echter, er is meer dan welvaart uitgedrukt met behulp van geld. Dat wordt brede welvaart genoemd. In de economische wetenschap worden dan twee beperkingen van de prijs in termen van geld onderscheiden. Ten eerste hoeft de hoeveelheid en kwaliteit van goederen en diensten niet optimaal te zijn ten opzichte van de behoefte. Ten tweede gaat de productie en consumptie van goederen en diensten gepaard met allerlei effecten die niet in de prijs verwerkt zijn. Dat is schade die bij de productie en consumptie ontstaat, zoals vervuiling van de natuur en natuurlijke hulpbronnen, of nadelen voor andere mensen die er niet om vragen.
Dit zijn negatieve effecten die niet in de prijs verwerkt zijn. In de economische analyse wordt het eerste punt aangeduid met marktfalen en het tweede punt met externe effecten (die negatief of positief kunnen zijn). Een voorbeeld van positieve effecten is het voordeel dat door onderlinge nabijheid van huishoudens en bedrijven in grote steden ontstaat. Met deze twee punten zijn we niet volledig, omdat er ook een herverdelingsvraagstuk en er gevolgen voor natuur en milieu zijn. De geproduceerde goederen en diensten dienen bij voorkeur rechtvaardig verdeeld te worden, waarbij rechtvaardigheid een uitkomst is van politieke voorkeuren. Bovendien willen mensen ook toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, bescherming en veiligheid, schone lucht, geluid, ongerepte natuur, water, groen en een stabiel klimaat. Dat zijn allerlei diensten waar de vrije markt niet zomaar in voorziet. Definitie brede welvaart Bij elkaar komen we tot de volgende definitie van brede welvaart: “de kwaliteit van leven in het hier en nu, en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of die van mensen elders“, ofwel “wat mensen waarderen”.
Een terugblik De aandacht voor welzijn benadrukt de beperkingen van het bbp als meest gebruikte indicator voor bredere economische ontwikkeling en wordt, veelzeggend, ook wel geduid als de ‘Beyond GDP’ (letterlijk voorbij bbp, dat is bbp plus welzijn) beweging. De prijs van goederen en diensten zegt dus niet alles; het begrip waarde zegt meer. Het begrip van welvaart voor zover dat in het bbp e.d. wordt uitgedrukt wordt dan verbreed met welzijn. Hoewel veel vakgebieden zich meer en meer richten op brede welvaart, zoals sociologie, psychologie (geluk) en filosofie, ontstond deze hernieuwde belangstelling oorspronkelijk juist in de politiek, en dan vaak gerelateerd aan de beleidseconomie. De economische wetenschap zelf gaat juist over brede welvaart – dat wat mensen waarderen. In economie gaat het om waarde, hetgeen meer is dan de prijs. Verdienvermogen en werk waarderen mensen ook, dus ‘bbp’ is daarom altijd een onderdeel van de brede-welvaart gedreven economische wetenschap. Sinds de jaren tachtig was de balans economie-milieu-sociaal sterk opgeschoven in de richting van gehecht belang aan materiële aspecten van welvaart, wat relatief goed door bbp wordt gemeten. De focus bij nationale beleidskeuzen wordt hierbij geleid door macro-economische financiële kaders, tegenwoordig met de richtlijnen voor de euro als ankerpunten. Dat zijn een jaarlijks begrotingstekort 3
van maximaal 3% en een nationale schuld van niet meer dan de 60% van het bbp. Echter, we constateren dat de politiek beschikt over dergelijke strakke normen als het om overheidsfinanciën gaat. Maar beschikken we ook over zulke strakke normen als het om brede welvaart gaat? Bijvoorbeeld, maatstaven voor gelijke toegang tot kansen en middelen voor iedereen, aangeduid met inclusiviteit, voor waterkwaliteit en verkeersveiligheid? Zulke normen bestaan, maar zijn het resultaat van politieke voorkeuren, hoewel het ook duidelijk is dat de genoemde financiële normen bloot kunnen staan aan politieke voorkeuren.
Beleid over brede welvaart: welke overheid is aan zet? In het Nederlandse economisch beleid is ook steeds meer aandacht voor brede welvaart; zie het Centraal Planbureau (Manders et al 2022), het Planbureau van de leefomgeving en het CBS (bv. Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2022) daarover. Ten aanzien van de woningmarkt streeft de nationale overheid naar het herwinnen van de aansturende rol. Tevens stelt het CPB ook wel ex post (achteraf) studies op over investeringen in infrastructuur en mobiliteit die zijn gericht op welzijn, zoals de ondertunneling van de A2 bij Maastricht. Deze studie liet zien dat deze ondertunneling veel waardevoller bleek dan vooraf werd gedacht. De E-lijn en Hoekse lijn sorteren eveneens positief effect op economie, milieu en op het sociale domein. Behalve de genoemde strakke financiële kaders werd het overige, dat dus ook over brede welvaart gaat, vanuit de nationale overheid steeds meer aan de markt en lagere overheden overgelaten, of vanuit Europese beleidskaders aangestuurd. Nationaal geleid regionaal beleid werd afgebouwd (Pieken in de Delta etc.), en afgezien van al bestaande regionale samenwerkingen, werden vanaf 2012 meer taken naar de gemeenten en regio’s gedelegeerd, terwijl de Europese markt verder integreerde en de Europese Commissie verschillende beleidsvelden in de lidstaten centraal aanstuurde.
Per saldo kregen lagere overheden meer verantwoordelijkheid in een grotere wereld voor hun eigen regionale economie, voor welvaart en welzijn van henzelf en van anderen. De provincies en gemeenten zijn zo meer aan zet als het om beleidskeuzen, -vorming, en -uitvoering gaat en moeten daarom met een meer integrale blik werken. Beleidsvelden komen namelijk op regionaal niveau samen; zo ook bij de MRDH. De MRDH heeft dan ook oog voor deze overwegend nationale ontwikkeling waarbij er meer aandacht is voor brede welvaart. De Strategische Agenda heeft vanuit de OECD 2014 focus op extra groei van het bruto regionaal product, maar ook oog voor brede welvaart: met elkaar, voor elkaar. Echter, bij de focus op verdienvermogen en productiviteit (de extra groei van het brp), in de MRDH verankerd in de Strategische Agenda en de Groeiagenda, is het project brede welvaart in de MRDH bedoeld om verder na te denken over: (i) (ii) (iii) (iv) (v)
wat voor soort groei dat zou moeten zijn (nadere invulling economie, welke bedrijfstakken), aan wie die groei toevalt (sociaal, herverdeling), de gevolgen voor het milieu (en omgekeerd: het nut van recreatie en natuur), de lange termijn en toekomstige generaties, en implicaties voor en samenhang met ontwikkelingen elders.
Daarbij geven we aan de waardering en het beleid over deze onderdelen van brede welvaart afhankelijk is van het politieke gewicht dat er aan wordt toegekend. Dan gaat het om het inzichtelijk maken van de consequenties van politieke keuzes voor brede welvaart; de keuzes zijn niet
4
noodzakelijkerwijs ‘goed’ of ‘fout’. Dat houdt in dat de vijf punten in samenspraak met de stakeholders (niet de shareholders!) van de MRDH uitgewerkt in ingevuld worden. Brede welvaart in de MRDH: bouwen op de Strategische Agenda 2023-2026 De Strategische Agenda van de MRDH heeft op basis van een economische analyse 1-2% extra groei van het bruto regionaal product als doel. Dat gaat over materiële welvaart. Waar komt dat getal vandaan? Dat is gebaseerd op de analyse van de bronnen van welvaart in de MRDH. Een vergelijking met Europese grootstedelijke regio’s liet zien dat die van de MRDH doorgaans onder het gemiddelde van die grootstedelijke regio’s ligt. Dat heeft twee oorzaken: 1) de sectorstructuur en 2) de ruimtelijke concentratie van verschillende economische activiteiten, huishoudens en bedrijven genereert onvoldoende extra welvaart. De ontwikkeling van het bruto regionaal product (brp: de som van de verkoopprijs van alle goederen en diensten minus de kosten daarvoor, zoals grondstoffen etc) van de MRDH verschilt weinig van de landelijke groei van het bbp. Gezien de mogelijkheden van de welvaartsbronnen in de MRDH kan dat meer zijn, hetgeen meer agglomeratiekracht vergt. Het benutten van deze mogelijkheden is een belangrijke doel van de MRDH.
Qua beleid gaat het dan om de onderlinge samenhang van de doelstellingen en indicatoren van de opdrachten die in de Strategische Agenda zijn opgesteld, en hoe die de onderdelen economie, milieu en sociaal raken. Daarmee ontstaat het inzicht om afwegingen te maken over onderdelen van brede welvaart: hoe beïnvloeden ze elkaar, positief en/of negatief? De sectorstructuur in de MRDH wordt gedomineerd door bedrijfstakken en clusters die in latere fasen van de productcyclus zitten. Op afzienbare termijn dient er in zulke bedrijfstakken opnieuw geïnvesteerd te worden, waardoor meteen een slag met bijvoorbeeld de energietransitie gemaakt kan worden. Echter, dan gaat het om het soort industrie of specialistische zakelijke diensten dat in de MRDH gevestigd is. Daarnaast zijn er hoogwaardige en innovatieve bedrijfstakken, zoals delen van de glastuinbouw en high-tech bedrijven, maar is het de kunst deze (nog) meer met de regionale economie te verbinden. De fossiele industrie en chemie staan aan de vooravond van de energietransitie, hetgeen een nieuwe investeringscyclus (bijvoorbeeld voor de productie van Sustainable Aviation Fuel, de waterstof-hub enz.) betekent. Momenteel zijn verschillende waterstofprojecten echter uitgesteld, onder andere vanwege de hoge elektriciteitsprijs in Nederland (en hogere rente).
Hoewel de nationale overheid een rol heeft op de energiemarkt, zijn dit uitdagingen voor de MRDH. Qua sectorstructuur maken ICT en creatieve industrie opgang, maar wat is de positie van toerisme en horeca? De samenstelling van de arbeidsmarkt laat bovendien zien dat er relatief veel kwetsbare banen zijn: lagere inkomens in deeltijd en/of flexibele arbeidscontracten. De industrie daarentegen heeft relatief veel vaste banen in voltijd, maar de werknemers in de industrie zijn overwegend 45 jaar of ouder (bron: CBS). Economische vernieuwing drijft op ruimtelijke spillover en agglomeratiekracht, maar kan via de sectorstructuur bijdragen aan meer vaste voltijdbanen voor praktisch geschoolden. Dit zijn elementen van het soort groei als het over 1-2% per jaar aan extra brp gaat. Het tweede punt, de extra welvaart die ontstaat door onderlinge leveringen van bedrijfstakken en bestedingen van huishoudens en bedrijven aan allerlei diensten in de eigen regio, is nog onvoldoende ontwikkeld in de regio. Dit zegt echter nog niets over samenwerkingen tussen bedrijven, of infrastructurele verbindingen. Algemeen komt de toegevoegde waarde van een regio of voort uit export of uit de interne economie.
De interne dynamiek is afhankelijk van human capital, innovatie, importsubstitutie, politieke stabiliteit en ruimtelijke voorwaarden: nabijheid, dichtheid, onderlinge bereikbaarheid en ‘matching, sharing, learning’. Bij ‘matching’ gaat het om elkaar tegenkomen, zodat de werkgever de juiste werkzoekende treft, bij ‘sharing’ om het delen van informatie en kennis in een 5
lokale ondernemersvereniging, bijvoorbeeld over productietechniek of een nieuwe productniche, en bij ‘learning’ om het verwerven van specifieke kennis van elkaar in gezamenlijke bedrijfsscholen. Elk van deze bronnen van welvaart vraagt om afzonderlijk beleid, maar ook een gedeelde visie van de gemeenten van de MRDH en de partners, zoals bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen. Een belangrijk uitgangspunt is dat de export en het internationale vestigingsmilieu afhankelijk zijn van de kwaliteit van de interne regionale economie, qua welvaart én welzijn: daar komen buitenlandse bedrijven op af. Hoe beter de interne dynamiek is, hoe aantrekkelijker de regio is voor buitenlandse investeringen. Hieruit vloeien twee pijlers in de Strategische Agenda voort: betere verbindingen en innovatie. Agglomeratievoordeel leidt tot een vliegwieleffect, maar kan ten koste gaan van de dimensies duurzaamheid en inclusiviteit. Dan worden het agglomeratienadelen. Deze zijn ongewenst. Ook zulke nadelen komen in beeld bij het monitoren van brede welvaart. Dit vraagt echter overzicht op tal van indicatoren over milieu en sociaal waar extra groei van het brp effect op heeft – of niet, of positief, of negatief.
De Strategische Agenda MRDH in het perspectief van Brede Welvaart De Strategische Agenda 2023-2026 gaat over groei van de regio, vernieuwen van de economie, kwaliteit van de regio en herstel van de regio. Dat is vertaald in vijf opdrachten (de zesde, herstel van de regio, is afgerond, hoewel er nog enige werkzaamheden uit voortvloeien): investeren in bereikbaarheid, een toekomstbestendige economie stimuleren, collectieve vormen van mobiliteit, vernieuwen van werklocaties, en het versterken van het regionaal mobiliteitsnetwerk. Algemeen gaat het over vernieuwen van de economie en verbindingen. De doelstelling van de investeringen in bereikbaarheid is immers extra infrastructurele verbindingen aanleggen tussen de onderdelen van de MRDH, zodat dat voordelig is voor innovatie en agglomeratiekracht. Ruimtelijke spillover en agglomeratiekracht worden dan vergroot. Dichtheid, menging van goed geschoolde inwoners en diverse bedrijvigheid dragen daar sterk aan bij. Dat is waar de Strategische Agenda 2023-2026 op inzet en waar de MRDH verder wil: het realiseren van brede welvaart gaat om meer. Dan gaat het om het verder doordenken en uitwerken in beleid van de eerdergenoemde vijf punten over het soort brp-groei, herverdeling, de lange termijn en implicaties voor ontwikkeling elders. Dit levert inzicht.
Beleidskeuzes: van extra brp naar brede welvaart in drie dimensies Brede welvaart gaat over economie (brp, productiviteit, innovatie), sociaal (inclusief) en milieu (luchtkwaliteit, schoon water, biodiversiteit). De Strategische Agenda 2023-2026 beschouwen we als het hart van het realiseren van brede welvaart, maar is mogelijk (nog) niet evenwichtig op alle drie onderdelen daarvan gericht. Daarbij gaat het niet om te kiezen tussen de drie onderdelen, maar hoe aan de hand van brede welvaart effectieve keuzes worden gemaakt – het handelingsperspectief. De driehoek sociaal, duurzaamheid en economie (figuur 1, z.o.z.) laat zien dat hoe kleiner deze is, de brede welvaart groter wordt (de afstand van de uitgangspositie tot de drie doelstellingen wordt kleiner). Om dit inzichtelijk te maken vraagt om de juiste data (overzicht), interpretatie, inzichten, handelingsperspectief, resulterend in vervolgacties. Doorvertaald naar de Strategische Agenda is dan de vraag, aan welke knoppen binnen de 5 opdrachten gedraaid kan worden om deze driehoek zo compact mogelijk te maken? Dat wil zeggen, de afstand tot het doel te verkleinen? Dit levert allerlei inzichten, vragen en effecten op ten aanzien van het beleid over brede welvaart. Daarbij benadrukken 6
we dat de keuzes niet altijd een afruil betreffen: de aanleg van het Randstadrail-traject RotterdamDen Haag scoort positief op alle drie hoekpunten economie, milieu en sociaal. Er zijn in de Strategische Agenda 2023-2026 raakvlakken met brede welvaart, maar dekt dit niet geheel, zoals het soort groei, de herverdeling en het milieu. De focus op economie en verbindingen (de 1e, 3e en 5e opdracht in de Strategische Agenda) heeft raakvlakken met alle onderdelen van brede welvaart. Het gaat dan om de uitwerking in indicatoren (monitoring brede welvaart), en hoe dat wordt vertaald in inzicht en handelingsperspectief, ofwel, van opdracht naar beleid. Daarbij is het niet meer genoeg om naar de groei van het brp te kijken, maar nu ook naar het effect op brede welvaart. De overlap tussen de Strategische Agenda 2023-2026 en het begrip brede welvaart bevindt zich hoofdzakelijk bij het onderdeel economie (2e en 4e opdracht) en milieu (via hoogwaardig openbaar vervoer en emissie-loze mobiliteit). Milieu is echter breder; zie bijvoorbeeld de recente doorrekening van klimaatneutraliteit in 2050 (Daniëls en Strengers, PBL, 2024), de noodzaak van biodiversiteit en voldoende zoet water. Figuur 1. Brede welvaart: afruilen in het hier en nu (toelichting z.o.z.)
TOELICHTING: Elk economisch systeem bevindt zich op een bepaald moment op een punt in de driehoek, met daarmee samenhangende afstanden tot de doelstellingen van beleid. Dit vertrekpunt is geen statisch gegeven. Onder invloed van onder andere wijzigende voorkeuren, exogene economische ontwikkelingen en beleid, kan er sprake zijn van een nieuwe balans tussen de drie dimensies van ontwikkeling (zie figuur 2). Steviger inzetten op verduurzaming zal de afstand tot het duurzaamheidsdoel verkleinen. Dit zal zeker op korte termijn ten koste gaan van economische groei (door aanpassingen van productieprocessen, mogelijke verplaatsing van economische activiteit, et cetera). En zonder aanvullend beleid zal er naar verwachting ook meer energie-armoede ontstaan gegeven het relatief grote aandeel dat huishoudens met lage inkomens uitgeven aan energie waarvan de prijs op korte termijn hoger zal worden. Afruilen en synergie tussen economie, milieu en sociaal Bij brede welvaart gaat het bovendien om synergie dan wel afruilen tussen de onderdelen. De afruil gaat dan over de hoge kosten van investeringen; welke investering in welk onderdeel van brede welvaart is het effectiefst en efficiëntst? Dan gaat het om het soort effecten en de onderlinge samenhang van de effecten.
Bepaalde investeringen kunnen voordelen hebben voor zowel de economie, als het milieu én sociaal zijn; zie bijvoorbeeld de E-lijn, maar de vraag is of de schaal 7
hiervan voldoende is voor relatief grote doelen, en of de uiteindelijke baten opwegen tegen de kosten. Een maatschappelijke kostenbaten-analyse kan daar licht op werpen. Er is ook een dieper, regionaal economisch vraagstuk: 1-2% extra groei bovenop het landelijke groeicijfers, te realiseren door agglomeratievoordelen, bereikt een deel van de inwoners niet als daar geen beleid op gevoerd wordt. Een sneller groeiende economie geeft enerzijds meer kansen aan werkzoekenden, maar verkleint anderzijds de kansen van mensen met weinig skills. Zij vloeien sneller af. Bij hogere economische groei komt het namelijk ook aan op meer productiviteit. Vanwege zulke mechanismen op de arbeids- en woningmarkt is er in een relatief snel groeiende stedelijke economie toch structurele werkloosheid en beroep op de bijstand. Er blijven mensen ‘langs de kant’ staan, of de economie nu traag of snel groeit. Meer welvaart bereikt een groep mensen in achterstandspositie juist niet. Dit vergt extra beleid, gericht op herverdeling van de 1-2% extra groei van het brp. Dan gaat het om samenhang van verschillende disciplines om via innovatie, vernieuwing van bedrijfstakken, ontwikkeling van de dienstensector, ruimtelijke voorwaarden, hoogwaardig openbaar vervoer etc. Meer agglomeratiekracht en betere verbindingen leiden tot meer brp, maar hoeven brede welvaart toch niet volledig te dienen.
Juist in grote steden is dat een probleem. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar aan de lagere participatiegraad onder lagere inkomensgroepen in grote steden. Dat speelt zowel in Amsterdam, als in Rotterdam en in Den Haag. De hoogte en groei van het brp hebben daar kennelijk geen vat op. Het gaat dan om de herverdeling van de kansen die voortkomen uit agglomeratiekracht, betere verbindingen en innovatie. Dat vergt beleid op wijk- en buurtniveau, zodat vanuit de basis een bijdrage aan het totaal wordt geleverd. Dan gaat het bijvoorbeeld om toegang tot de arbeidsmarkt en voorzieningen. Door uitsortering op de woningmarkt hebben de lage inkomensgroepen naar verhouding hogere kosten voor woon-werkverkeer, daardoor minder toegang tot de beschikbare banen en voorzieningen. Nu hebben lagere inkomens al veelal kwetsbare banen (tijdelijke en/of flexibele banen). Het realiseren van een hogere participatiegraad voor deze groepen, veelal praktisch opgeleiden, wordt door deze ruimtelijke uitsortering gehinderd. Het komt erop neer dat er ruimtelijke processen zijn die het realiseren van de doelstellingen van de Strategische Agenda hinderen. Dit raakt brede welvaart.
De aansluiting van de Strategische Agenda MRDH bij de Monitor Brede Welvaart Om de Strategische Agenda aan te laten sluiten bij Brede Welvaart dient er aanvullende aandacht te zijn voor de herverdeling van kansen die ontstaan door agglomeratiekracht, voor betere verbindingen met het oog op toegankelijkheid van werk en voorzieningen voor alle inkomensgroepen, en juist ook ook de lagere. Het gaat om de bijdrage van de uitkomsten van meer agglomeratiekracht aan brede welvaart: zijn alle inkomensgroepen ermee gediend, en hoe vallen de regionale effecten uit? Dat betekent het benaderen van de brede welvaart driehoek en deze zo klein mogelijk maken, waarbij het alle doelgroepen in de metropoolregio dient. De MRDH kan niet alle aspecten van brede welvaart volledig dekken. Dat hangt af van de kerntaken van de MRDH. Uitvoering van de Strategische Agenda dient brede welvaart, maar niet op alle aspecten daarvan. Bij brede welvaart gaat daarentegen ook over de implicaties voor, en samenhang met, ontwikkelingen elders (zie het eerdere vierde en vijfde punt op p3). Waar het om gaat is het benoemen van de raakvlakken van de Strategische Agenda met brede welvaart, het doordenken en qua beleid daarin keuzes te maken, via de drieslag overzicht, inzicht en handelingsperspectief. .
Om vanuit deze visie de stap naar ‘het MRDH-verhaal brede welvaart’ te kunnen zetten is een ‘monitor brede welvaart MRDH’ noodzakelijk. Alleen op basis van data worden inzichten verkregen 8
om vervolgens beleid te maken dat neerslaat in de Strategische Agenda. Uiteindelijk zullen de uitkomsten en inzichten in deze monitor (data over brede welvaart – zie figuur 2 - en het zichtbaar maken van keuzen en mogelijkheden zoals de driehoek die schetst – figuur 1) in de toekomst moeten leiden tot acties in de vijf opdrachten uit de Strategische Agenda. Zo kunnen we de sprong van de Strategische Agenda naar brede welvaart maken. Figuur 2 indicatoren van brede welvaart voor sociaal, duurzaamheid en economie in de MRA (voorbeeld)
De Monitor Brede Welvaart MRDH zal focussen op de aansluiting van de Strategische Agenda op brede welvaart en op de totstandkoming en herverdeling van de kansen uit agglomeratiekracht, verbindingen en economische vernieuwing. Dan gaat het om de ruimtelijke uitsortering van de verschillende inkomensgroepen en hoe economische vernieuwing, agglomeratiekracht en betere verbindingen effect hebben op de drie dimensies van brede welvaart: economie, duurzaam en sociaal. Dat vindt in twee stappen plaats: 1 een set aan data (zie bv het ‘spinnenweb’), vergelijkbaar met de Monitor Brede Welvaart (CBS), over economie, sociaal en milieu, en aangevuld met indicatoren over onderwerpen die er toe doen voor de MRDH. Dan gaat het om indicatoren over bv selectief vestigingsklimaat, recreatie, de bereikbaarheid ervan, geluid, bos en natuur, effecten op deelregio’s buiten de MRDH, etc. Deze indicatoren bieden overzicht.
9
2 De uitkomsten van de eerste stap hebben interpretatie en analyse nodig en resulteren in inzicht. Dat is behulpzaam bij het prioriteren van investeringen, zoals in hoogwaardig openbaar vervoer, en het maken van afwegingen tussen economie, sociaal en het milieu (de ‘driehoek’). Dit inzicht en het daaruit voortvloeiende handelingsperspectief worden neergelegd in een essay. Kortom, het realiseren van brede welvaart, van welvaart en welzijn zoals de Strategische Agenda 2023-2026 stelt, vergt meer dan agglomeratiekracht voor 1-2% extra brp-groei alleen. Het MRDHverhaal Brede Welvaart gaat dan ook om het effect van agglomeratiekracht, vernieuwing en verbindingen op herverdeling van welvaart en welzijn. Zoals de Nederlandse econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen stelde: ‘van de verdeling komt de winst’.
10
Literatuur Centraal Bureau voor de Statistiek (2022), Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2022. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek Daniëls, B., B. Strengers (2024), Trajectverkenning klimaatneutraal 2050. Trajecten naar een klimaatneutrale samenleving voor Nederland in 2050. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving Dijkstra, L., E. Papadimitriou, B. Cabeza Martinez, L. de Dominicis and M. Kovacic (2023), EU Regional Competitiveness Index 2.0 2022 edition. Brussels: European Commission, DG Regional and Urban Policy/Joint Reserach Centre Manders, T., Stefan Thewissen, Marcel Timmer (2022), Brede welvaart: het CPB voorbij het bbp. Den Haag: Centraal Planbureau MRDH (2023), Met elkaar, voor elkaar. Strategische Agenda 2023-2026. Rotterdam: Metropoolregio Rotterdam Den Haag OECD (2016), Territorial Reviews: The Metropolitan Region of Rotterdam-The Hague, Netherlands. Paris: OECD Oort, F. van, W. Manshanden, O. Koops en J. van Haaren (2020), Effecten investeringsprojecten Groeiagenda Zuid-Holland. Rotterdam: NEO Observatory/Erasmus Universiteit United Nations Development Programme (1990) Human Development Report. New York/Oxford: Oxford University Press United Nations Development Programme (2024) Human Development Report 2023-24: Breaking the gridlock: Reimagining cooperation in a polarized world. New York.
World Economic Forum (2017), The global human capital report 2017. Preparing people for the future of work. Davos: World Economic Forum
11