Bijlage 3a bp Harreweg 63 Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Harreweg 63
Mei 2022
Versiebeheer Ontwerp 26 januari 2022 Vastgesteld 31 mei 2022 Besluitnr. 22VR015
RAPPORT C21-044-O Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek in bodem ter plaatse van de Harreweg 63 te Schiedam.
Capelle aan den IJssel, 22 februari 2021
Opdrachtnemer:
Arnicon B.V.
Opdrachtgever:
Contactpersoon:
Familie Korevaar Kralingseweg 406 3066 RC Rotterdam De heer B. Korevaar
Boormeester(s): Protocol: Boormeester(s): Protocol: Rapportage: Controle:
R.F. Engelse, A.J. Smits, BRL SIKB 2000-2001/2002 F.E. Fierens, A.J. van der Mark BRL SIKB 2000-2018 B. Tokyay E. Schoen
CAPELLE A/D IJSSEL Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel T. 010 2582300 APPINGEDAM Kanaalweg 1 9902 AX Appingedam T. 059 669 36 00
www.arnicon.nl
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Doel van het onderzoek Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid Rapportage
1 1 1 1
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK ................................................................................ 2 2.1 2.2
Inleiding Resultaten
2 2
3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ........................................................................ 5 3.1 3.2
Hypothese Onderzoeksstrategie
5 5
4. RESULTATEN BODEMONDERZOEK .............................................................................. 7 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Veldwerk Verkennend bodemonderzoek Veldwerk asbest in bodem Chemisch-analytisch onderzoek Meng- en analyseprogramma Toetsingskader Asbestonderzoek
7 7 8 9 9 11 14
5. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...............................................16 5.1 5.2 5.3
Samenvatting Conclusies Aanbevelingen
BIJLAGEN 1. Regionale overzichtskaart 2. Detailtekening 3. Boorstaten 4. Analysecertificaten grond 5. Analysecertificaten grondwater 6. Analysecertificaten asbest 7. Berekening asbestgehalte(n) 8. Toetsing conform BoToVa en toetsingswaarden 9. Foto’s 10. Arnicon, kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
16 17 17
1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK 1.1
Inleiding
Door de familie Korevaar is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en asbestonderzoek in bodem conform NEN 5707 ter plaatse van de Harreweg 63 te Schiedam. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de bijlagen 1 en 2. De locatie, met een oppervlakte van 1 ha, is momenteel in gebruik als woonboerderij. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aankoop van de locatie. 1.2
Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de locatie geleid kan hebben tot verontreiniging van de bodem. Het onderzoek wordt zodanig uitgevoerd, dat een milieuhygiënische beoordeling kan worden gegeven ten aanzien van het (toekomstige) gebruik van de locatie. Het doel van het verkennend asbestonderzoek in bodem is vast te stellen of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is. 1.3
Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Kwaliteitswaarborg Arnicon en haar medewerkers zijn sinds 2007 door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) erkend voor het verrichten van diensten vallend onder diverse BRL SIKB protocollen waarmee wordt voldaan aan de wet en regelgeving KWALIBO. Arnicon is eveneens gecertificeerd voor de kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals gesteld in de NEN-EN-ISO 9001:2015 en VCA**. Onafhankelijkheid Arnicon en haar medewerkers zijn op geen enkele wijze gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie. Arnicon heeft geen enkel (financieel) belang bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek. Voor meer informatie over de kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid wordt verwezen naar bijlage 9. 1.4
Rapportage
In dit rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoeksopzet (hoofdstuk 3) en de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 4) beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek en de (eventuele) aanbevelingen, die daaruit voortvloeien (hoofdstuk 5).
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
1
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5725, "Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek", oktober 2017. 2.2
Resultaten
Locatiebeschrijving De locatie wordt kadastraal aangeduid als gemeente Schiedam, sectie R, nr. 5. De locatie is gelegen in het agrarische buitengebied ten noorden van de bebouwde kom van Schiedam. De locatie heeft een oppervlakte van 10.000 m², waarvan ca. 650 m² verhard met grind en klinkers. Momenteel is de locatie in gebruik als woonboerderij.
Foto 1: Ingang onderzoekslocatie, ter hoogte van het erfpad,
Foto 2: tussen de panden op de onderzoekslocatie.
Historische ontwikkeling Op oude topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) is te zien dat de locatie van oudsher is gelegen in een landbouwgebied (Zouteveensche polder). De percelen ten westen van de Harreweg liggen evenwijdig aan de weg. Tussen de percelen liggen sloten. Van 1850 tot ca. 1939 zijn op de onderzoekslocatie een T-vormige woning en twee schuren zichtbaar. Na 1939 zijn de huidige woning en de schuren te zien op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van het weiland op het noordelijke en zuidelijke deel van het perceel is in het verleden geen sprake geweest van bebouwing. De huidige panden op de locatie dateren van 1935 (schuur, west midden), 1942 (schuur met asbestdak, schuur grenzend aan het weiland en de woning) en 1960 (overkapping, ten zuiden van de woning) (www.bagviewer.kadaster.nl). Voor zover bekend hebben zich in het verleden op de locatie en in de directe omgeving geen bodembedreigende activiteiten voorgedaan.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
2
Brandstoftanks Op de website van de DCMR worden op het adres van de onderzoekslocatie twee bovengrondse en een ondergrondse tank vermeld. Tijdens een bodemonderzoek in het kader van een verbouwing op de locatie in 2014 is hierover navraag gedaan bij de eigenaar en bij de gemeente Schiedam. Geen van beiden beschikte over nadere gegevens (Arnicon rapport C14-070-O). Verondersteld werd dat de tanks vermoedelijk nooit zijn geplaatst. Op 25 januari 2021 is opnieuw navraag gedaan bij de gemeente. Dit heeft geen informatie opgeleverd. Bij visuele inspectie van de locatie is geen vulpunt of ontluchting aangetroffen. Kabels en leidingen Volgens de KLIC-melding van 4 februari 2021 ligt er op de locatie een riool langs de zuidelijke sloot. Bij de woning liggen huisaansluitingen voor de nutsvoorzieningen. Ophogingen/slootdempingen Uit bestudering van historische en recente topografische kaarten blijkt niet dat op het perceel sloten hebben gelegen die later zijn gedempt (www.topotijdreis.nl). Door de opdrachtgever is aangegeven dat de watergangen recentelijk nog zijn gebaggerd. Gezien de gebruikshistorie van de locatie is het aannemelijk dat de locatie in het verleden is opgehoogd, in elk geval rond de bebouwing. De herkomst dan wel kwaliteit van het ophoogmateriaal is niet bekend. Maaiveldverhardingen Ter plaatse van het erf is de locatie verhard met grind en klinkers.
Voor het overige is de locatie grotendeel onverhard. Terreininspectie Het hieraan voorafgaande is mede gebleken bij de visuele inspectie van de locatie d.d. 4 februari 2021. Op het maaiveld zijn duidelijk puinresten te zien. Ter plaatse van de kale plek op het maaiveld is een asbestverdacht stukje plaatmateriaal gevonden. Voor het overige zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Asbest De erfverharding op de locatie is verdacht op verontreiniging met asbest. Het dak van de oostelijke gesitueerde schuur is waarschijnlijk asbesthoudend. Hierbij kunnen langs de afwateringszijden van het dak asbestvezels in de toplaag terechtgekomen. Actief bodembeheer De gemeente Schiedam heeft een bodembeheerplan (BBP) met bodemkwaliteitskaart opgesteld. De ontgravingskaarten voor de bovengrond geven voor de locatie de klasse ‘’industrie’’ aan (licht tot matig verontreinigd). De ontgravingskaarten voor de ondergrond geven voor de locatie de klasse ‘’volkstuinen en kinderspeelplaatsen’’ aan (niet verontreinigd). Bodemonderzoek Op www.dcmr.gisinternet.nl wordt voor de locatie en nabije omgeving alleen het volgende bodemonderzoek vermeld: 1)
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Harreweg 63 te Schiedam, Arnicon B.V., C14-070-O, 28 april 2014;
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
3
Het onderzoek is inpandig op het westelijk deel van de huidige woning uitgevoerd. De onderzoekslocatie bestond uit een oude schuur zonder vloer. De zandige toplaag van 10 à 20 cm dik was matig puinhoudend. Dit zand was licht verontreinigd met lood en PCB. De onderliggende klei tot 0,6 m-mv was licht verontreinigd met koper, lood en molybdeen. De ondergrond was licht verontreinigd met molybdeen en het grondwater was licht verontreinigd met xylenen en naftaleen. Voor het overige zijn in grond en grondwater geen verontreinigingen aangetroffen. Er is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Er is geen asbestonderzoek verricht conform NEN 5707. Dit is sinds 26 januari 2017 verplicht bij puinhoudende grond. Bodemopbouw De holocene deklaag heeft een dikte van 14 m en is opgebouwd uit slecht doorlatende kleien kleiig zand. Plaatselijk kan veen voorkomen. De freatische grondwaterspiegel kan worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 0,5 m-mv. Bovenstaande informatie is afkomstig van www.dinoloket.nl. Toekomstig gebruik en geplande werkzaamheden Voor zover bekend wordt het gebruik van de locatie niet gewijzigd (woonboerderij). De opdrachtgever is voornemens om na aankoop van het perceel de stallen aan de zuidkant af te breken en een nieuwe paardenstal te bouwen aan de noordkant. Het huidige erf wordt als tuin ingericht.
Op het meest noordelijke deel van het perceel komt een paardenbak. Het weiland aan de zuidzijde blijft ongewijzigd.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
4
3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET 3.1
Hypothese
Op basis van de beschikbare informatie worden de volgende delen van de locatie vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging beschouwd als verdacht: A) de erfverharding (zware metalen, PAK, asbest) B) de afwateringszijden van de schuur met asbestdak (asbestvezels in de toplaag) C) de kale plekken in het weiland (standaardpakket) Voor het overige worden op basis van de bodemkwaliteitskaart in de bovengrond matig verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of PCB verwacht. De ondergrond wordt als onverdacht beschouwd. 3.2
Onderzoeksstrategie
Het verkennend onderzoek op de verdachte deellocaties wordt uitgevoerd volgens de strategie “verdacht heterogeen niet lijnvormig” (VED-HE-NL) en het onderzoek voor het resterende deel van de locatie wordt uitgevoerd volgens de strategie ONV-NL (onverdacht niet lijnvormig). zoals omschreven in de NEN 5740:2009 en NEN 5740/A1:2016 “Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. Het verkennend asbestonderzoek in bodem wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2, “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, december 2017, volgens de onderzoeksstrategie voor diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
5
Boor-, graaf- en analyseprogramma In tabel 1 is het boor- en analyseprogramma gegeven in de vorm van aantallen uitgevoerde boringen en analyses. TABEL 1: BOOR-, GRAAF- EN ANALYSEPROGRAMMA Plaats
Aantal Diepte boringen/ (m-mv) inspectiegaten
Waarvan Analyses grond met peilbuis
Analyses grondwater
Opmerkingen
A) erfverharding (500-1000 m2)
5 i.g. 2 i.g.
0,5 2,0
-
2 x Asbest-G 3 x STAP-1 4 x zware metalen pakket
-
graven tot 0,5 m vanaf 0,5 m boren met Ø 12 cm
B) afwateringszijden asbestdak (< 100 m2)
3 sl.
0,1
-
1 x Asbest-G
-
ondiepe sleuven 0,3 x 1,5 m
C) kale plekken weiland (<100 m2)
2 (1 i.g.) 1
0,5 2,0
-
1 x STAP-1 1 x Asbest-G 1 x Asbest-AV
-
-
Verspreid over de locatie
12 4
0,5 1,0*
2 (n)
3 x STAP-1 2 x STAP-1
2 x STAP-W
TOTAAL
29
-
2 (n)
9 x STAP-1 4 x Asbest-G 4 x zware metalen pakket
2 x STAP-W
ONV: 20 boringen
*boring tot 0,5 m beneden de grondwaterstand, tenminste tot 1,0 m-mv en maximaal tot 2,0 m-mv (n) = bovenzijde filter tenminste 0,5 m-gws i.g.= asbest inspectiegaten 30x30 cm sl.= asbest inspectiesleuven 50x200x10 cm STAP-1= standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB (som 7) en minerale olie (C10-C40) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie asbest-G= asbest in grond (monster ± 12 kg) asbest-AV= analyse asbestverdacht (plaat)materiaal
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
6
4. RESULTATEN BODEMONDERZOEK 4.1
Veldwerk
4.1.1
Verkennend bodemonderzoek
Het veldwerk is op 4 februari 2021 uitgevoerd door A.J. Smits, R.F. Engelse en F.E. Fierens (erkende veldwerkers SIKB 2000 – 2001) van Arnicon B.V. Het verkennend bodemonderzoek is gecombineerd met het asbestonderzoek uitgevoerd, dat wordt beschreven in paragraaf 4.1.2. In totaal zijn verspreid over de locatie 26 handboringen verricht (de boringen nrs. 01 t/m 16, A01 t/m A07, C01 t/m C03). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. De boorgaten van de boringen 03 en 12 zijn benut voor de plaatsing van peilbuizen (peilbuizen 03 en 12). De situering van de boringen is weergegeven op bijlage 2. Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bovengrond tot een diepte van ca. 0,5 m-mv hoofdzakelijk bestaat uit zandige humeuze klei en plaatselijk veen. Ter plaatse van de erfverharding, het gras nabij de schuren en plaatselijk bij een kale plek in het weiland bestaat de bovengrond uit siltig zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde einddiepte uit zandige klei en plaatselijk uit kleiig veen. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,5 à 0,7 m-mv. Voor een meer nauwkeurige weergave van het bodemprofiel wordt verwezen naar bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen grond Bij zintuiglijk onderzoek zijn bijmengingen met baksteen, puin, kolengruis, resten beton en brokken asfalt waargenomen aan het opgeboorde bodemmateriaal.
Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het opgeboorde bodemmateriaal. De tijdens het veldwerk waargenomen afwijkingen en bijzonderheden zijn weergegeven in de volgende tabel. TABEL 2: ZINTUIGLIJK WAARGENOMEN BIJZONDERHEDEN Boring
Diepte boring (m-mv)
Traject (m-mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
07
2,00
0,05 - 0,45
Zand
matig baksteenhoudend
0,45 - 0,95
Zand
zwak baksteenhoudend
0,00 - 0,50
Zand
zwak baksteenhoudend
09
2,00
0,50 - 0,80
Klei
zwak baksteenhoudend
16
0,50
0,00 - 0,50
Zand
sterk puinhoudend
A01
2,00
0,00 - 0,50
Zand
0,50 - 1,00
Zand
1,00 - 1,30
Klei
resten baksteen, resten beton, matig kolengruishoudend brokken baksteen, resten beton, zwak kolengruishoudend resten baksteen, resten beton
0,00 - 0,40
Zand
0,40 - 0,70
Klei
resten baksteen, resten beton, zwak kolengruishoudend matig baksteenhoudend, resten beton
A02
0,70
A03
0,50
0,00 - 0,50
Zand
brokken baksteen, resten beton
A04
0,50
0,00 - 0,25
Klei
resten baksteen
0,25 - 0,50
Zand
resten baksteen, resten beton
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
7
Boring
Diepte boring (m-mv)
Traject (m-mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
A05
0,80
0,00 - 0,40
Zand
brokken baksteen, resten beton
0,40 - 0,80
Klei
brokken baksteen, brokken beton
A06
2,00
0,00 - 0,20
Zand
0,20 - 0,40
Zand
brokken asfalt, resten baksteen, resten beton resten baksteen, resten beton
0,40 - 0,60
Zand
0,60 - 1,00
Klei
sterk kolengruishoudend, resten baksteen, resten beton matig baksteenhoudend, resten beton
1,00 - 1,70
Veen
resten baksteen
A07
0,50
0,00 - 0,50
Zand
resten baksteen, resten beton
C02
2,00
0,00 - 0,15
Zand
zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend
Grondwater De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 11 februari 2021 door R.F. Engelse van Arnicon B.V. (erkend veldwerker SIKB 2000 - 2002). In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de peilbuisgegevens en zintuiglijke waarnemingen en metingen aan het grondwater. TABEL 3: METINGEN GRONDWATER Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH) (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
03
1,00 - 2,00
0,61
7,1
798
35
12
1,20 - 2,20
0,35
7,0
2124
27
Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. De gemeten waarde voor de troebelheid (NTU) in peilbuis 03 en 12 is groter dan 10 en is daarmee een afwijking van de geldende norm. De afwijking valt te relateren aan de grondslag ter plaatse van de onderzochte locatie (klei/veen). Ingeschat wordt dat deze afwijking niet significant van invloed is op de onderzoeksresultaten. Voor het overige zijn er geen afwijkingen. 4.1.2
Veldwerk asbest in bodem
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie door F.E. Fierens en A.J. van der Mark van Arnicon B.V. d.d. 4 februari 2021 is plaatselijk een fragment asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen op het maaiveld. Het plaatmateriaal is waargenomen op de kale plek in het weiland, ter hoogte van inspectiegat C02. De inspectie is uitgevoerd bij zonnig weer. Het maaiveld ter plaatse van het erf en de kale plekken in het weiland bevat weinig vegetatie. De inspectieefficiency wordt geschat op 75% - 85%. Het gevonden asbestverdacht materiaal bestaat uit eterniet plaat .
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
8
Inspectiegaten Op 4 februari 2021 zijn in totaal 8 inspectiegaten en 3 sleuven gegraven door F.E. Fierens en A.J. van der Mark (erkende veldwerkers SIKB 2000 – 2018) van Arnicon B.V. (nrs. A01 t/m A07, B01 t/m B03 en C02). Voor het graven is gebruik gemaakt van een minigraver. Van het materiaal uit de inspectiegaten is een inschatting gemaakt van het percentage puin. Hieruit blijkt dat, het percentage puin minder dan 50 % bedraagt en het materiaal als grond conform NEN 5707 onderzocht kan worden. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve (meng)monsters samengesteld van de fractie <20 mm (gezeefd). In het uitgegraven bodemmateriaal uit de inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Onderstaande foto’s geven een indruk van het uitgegraven bodemmateriaal.
Foto 3: bodemmateriaal uit inspectiegat A02
Foto 4: bodemmateriaal uit inspectiesleuf B02
Gedurende het veldwerk is het vochtgehalte van de grond geschat. Dit lag naar schatting tussen 40 en 45 %. Na inspectie en monstername zijn de gaten en sleuven gedicht met het uitgegraven materiaal. Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. Er zijn geen afwijkingen. 4.2
Chemisch-analytisch onderzoek
4.2.1
Meng- en analyseprogramma
Het meng- en analyseprogramma voor de onderzochte grond- en grondwatermonsters is weergegeven in tabel 4. In deze tabel corresponderen de monsternummers met de boringnummers en zijn de dieptetrajecten aangegeven, waaruit de monsters afkomstig zijn. Tevens is in deze tabel de samenstelling van de monsters vermeld.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
9
TABEL 4: (MENG-) EN ANALYSEPROGRAMMA GROND, ASBEST EN GRONDWATER (Meng-) Boring / inspectiegat / peilbuis monster- nummers met (filter-) diepte in code m-mv Deellocatie A. Erfverharding
Bodemmateriaal / bijzonderheden
Analyses grond (1)
Amm01-1 A01 t/m A04 (0,00 - 0,50)
Analyses grondwater (1)
Zand, klei, resten Asbest-G baksteen, resten beton, matig kolengruis Amm02-1 A05 t/m A07 (0,00 - 0,50) Zand, resten baksteen, Asbest-G resten asfalt, resten beton MM1 A01 (0,00 - 0,50), A02 (0,00 - 0,40) Zand, matig siltig, resten STAP-1 baksteen, resten beton, matig kolengruis MM2 A05 (0,00 - 0,40), A06 (0,00 - 0,20) Zand, siltig, resten/brokken STAP-1 A07 (0,00 - 0,50) baksteen, brokken asfalt, resten beton MM3 A01 (1,00 - 1,30), A02 (0,40 - 0,70) Klei, matig zandig, matig STAP-1 A05 (0,40 - 0,80), A06 (0,60 - 1,00) baksteenhoudend, resten beton Uitsplitsen mengmonster MM1 en aanvullende analyses
-
A01-1
A01 (0,00 - 0,50)
A02-1
A02 (0,00 - 0,40)
A01-2
A01 (0,50 - 1,00)
A02-2
A02 (0,40 - 0,70)
-
-
-
Zand, matig siltig, resten baksteen, resten beton, matig kolengruishoudend Zand, matig siltig, resten baksteen, resten beton, zwak kolengruishoudend Zand, zwak siltig, brokken baksteen, resten beton, zwak kolengruishoudend Klei, zwak zandig, matig baksteenhoudend, resten beton
Zware metalen
-
Zware metalen
-
Zware metalen
-
Zware metalen
-
Amm03-1 B01 t/m B03 (sleuf 01 t/m 03, 0,00 - 0,15) Deellocatie C. kale plekken weiland
Zand, matig siltig, resten baksteen, resten beton
Asbest-G
-
MM4
C01 (0,00 - 0,50), C03 (0,00 - 0,50)
Klei, zwak zandig
STAP-1
-
C02-1
C02 (0,00 - 0,15)
STAP-1
-
AV-1
C02 (0,00 - 0,01)
Zand, matig siltig, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend Eternietplaat 13 gram
Asbest-AV
-
Zand, matig siltig, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend
Asbest-G
-
Klei, matig zandig/siltig
STAP-1
-
Klei, zwak zandig
STAP-1
-
Klei, zwak zandig
STAP-1
-
STAP-1
-
-
STAP-W
-
STAP-W
Deellocatie B. afwateringszijden asbestdak
AMM04-1 C02 (0,00 - 0,15)
Algemene bodemkwaliteit MM5
16-1
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,20), 15 (0,00 - 0,30) 07 (0,95 - 1,30), 09 (0,80 - 1,30) 12 (0,50 - 1,05), C02 (0,55 - 0,75) 16 (0,00 - 0,50)
03-1-1
03 (1,00 - 2,00)
Zand, matig siltig, sterk puinhoudend Grondwater
12-1-1
12 (1,20 - 2,20)
Grondwater
MM6
MM7
(1) zie hoofdstuk 3 voor de samenstelling van analysepakketten
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
10
Het chemisch-analytisch onderzoek en het asbestonderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam en de analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 4 (grond), 5 (grondwater) en 6 (asbest). SYNLAB is geaccrediteerd volgens de door de Raad van Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform ISO/IEC 17025:2018 en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) voor 'Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek' (AS3000). 4.2.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn conform BoToVa voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675) en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247). In bijlage 8 zijn de toetsingswaarden weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof, 25% lutum). Om de mate van verontreiniging aan te geven, wordt de volgende terminologie gehanteerd: niet verhoogd: gehalte lager dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde (AW) of de Streefwaarde (S) licht verhoogd: gehalte hoger dan de Achtergrondwaarde of de Streefwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde (½{AW+I} of ½{S+I}) matig verhoogd: gehalte hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de Interventiewaarde (I) sterk verhoogd: gehalte hoger dan de Interventiewaarde Saneren Bodemverontreiniging veroorzaakt na 1987 dient volgens het zorgplichtartikel van de Wet bodembescherming zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk ongedaan te worden gemaakt. De mate van verontreiniging is in deze gevallen niet zo zeer van belang. Het tijdstip van veroorzaken is bepalend voor de verplichting tot saneren. Bodemverontreiniging die geheel of grotendeels is veroorzaakt voor 1987 wordt in het kader van de Wet bodembescherming beschouwd als “historisch”.
Voor een historisch geval wordt de saneringsnoodzaak beoordeeld aan de hand van het volumecriterium. Wanneer in een bodemvolume van meer dan 25 m3 of 100 m3 grondwater de interventiewaarde wordt overschreden voor één of meer stoffen is volgens de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige verontreiniging. Indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s dient de verontreiniging met spoed te worden gesaneerd. Ernstige verontreinigingen die niet met spoed hoeven te worden gesaneerd, dienen op enig moment te worden gesaneerd, meestal in het kader van herinrichting. Indicatieve toetsing Besluit Bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grond(meng)monsters zijn ter indicatie van de hergebruikmogelijkheden getoetst aan de normwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit behorende bij het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit kent voor toepassing van grond op landbodem de volgende bodemklassen: Altijd Toepasbaar / Wonen / Industrie / Niet Toepasbaar. Voor een definitieve vaststelling van de bodemkwaliteitsklasse is in veel gevallen een partijkeuring conform AP04 vereist. Een dergelijke keuring onderscheidt zich van het onderhavige onderzoek door een intensievere bemonstering en een aangepaste monstervoorbehandeling in het laboratorium, waarbij zowel monstername als analyse in duplo worden uitgevoerd.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
11
Asbest Sinds 1 januari 2003 is de interventiewaarde voor asbest van kracht. Het is een gewogen norm van 100 mg/kg (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Er bestaat geen achtergrondwaarde voor asbest in grond. De restconcentratie- of hergebruiknorm is per 1 maart 2003 eveneens vastgesteld op 100 mg/kg d.s. (gewogen concentratie). Voor bodemverontreiniging met asbest wordt geen volumecriterium gehanteerd. Analyseresultaten Aan de hand van de analyseresultaten (zie bijlagen 4, 5 en 6 voor de certificaten) en de voor grond omgerekende gehalten zijn overschrijdingstabellen samengesteld. In deze tabellen zijn per monster de overschrijdingen van de achtergrondwaarde (AW), de streefwaarde (S), de interventiewaarde (I) of de toetsingswaarde voor nader onderzoek (T) aangegeven. Voor de toetsingstabellen conform BoToVa wordt verwezen naar bijlage 8. TABEL 5: OVERSCHRIJDINGSTABEL GROND Analysemonster
Traject (m-mv)
> AW (+index)
>T
> I (+index)
BBK conclusie
Kobalt (0,16) Zink (0,08) Molybdeen (0,00) PAK (0,04) Zink (0,01) Lood (0,08) PAK (0,09) Koper (0,29) Molybdeen (0,00) Kwik (0,00) Lood (0,28) PAK (0,01)
Nikkel (0,94) Lood (0,85)
Koper (1,32)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
-
-
Klasse wonen
-
-
Klasse industrie
-
Nikkel (1,16) Koper (1,81)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Nikkel (0,54) Lood (0,52)
Koper (7,94)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Nikkel (0,58)
Koper (1,04)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
-
Koper (1,03)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
-
-
Altijd toepasbaar
Koper (0,78) Zink (0,52)
-
Klasse industrie
Deellocatie A. Erfverharding MM1
A01 (0,00 - 0,50) A02 (0,00 - 0,40)
MM2
A05 (0,00 - 0,40) A06 (0,00 - 0,20) A07 (0,00 - 0,50) A01 (1,00 - 1,30) A02 (0,40 - 0,70) A05 (0,40 - 0,80) A06 (0,60 - 1,00)
MM3
Uitsplitsen mengmonster MM1 en aanvullende analyses ondergrond A01-1
A01 (0,00 - 0,50)
A01-2
A01 (0,50 - 1,00)
A02-1
A02 (0,00 - 0,40)
A02-2
A02 (0,40 - 0,70)
Kobalt (0,17) Zink (0,14) Molybdeen (0,01) Lood (0,4) Kobalt (0,07) Zink (0,00) Molybdeen (0,00) Kwik (0,00) Kobalt (0,09) Molybdeen (0,00) Kwik (0,00) Lood (0,32) Kobalt (0,04) Nikkel (0,16) Zink (0,02) Molybdeen (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,26)
Deellocatie C. kale plekken weiland MM4 C02-1
C01 (0,00 - 0,50) C03 (0,00 - 0,50) C02 (0,00 - 0,15)
Molybdeen (0,00) Lood (0,04) PCB (0,01) Kobalt (0,04) Nikkel (0,4) Cadmium (0,02) Kwik (0,01) Lood (0,24) PAK (0,16)
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
12
Analysemonster
Traject (m-mv)
> AW (+index)
>T
> I (+index)
BBK conclusie
Koper (0,15) Zink (0,06) Molybdeen (0,00) Kwik (0,00) Lood (0,14) PAK (0,04) Zink (0,01) Kwik (0,00) Lood (0,06)
-
-
Klasse industrie
-
-
Klasse wonen
Lood (0,06)
-
-
Altijd toepasbaar
Kobalt (0,15) Koper (0,32) Zink (0,37) Molybdeen (0,01) Lood (0,45) PAK (0,05)
Nikkel (0,78)
-
Klasse industrie
Algemene bodemkwaliteit MM5
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,20) 15 (0,00 - 0,30) 07 (0,95 - 1,30) 09 (0,80 - 1,30) 12 (0,50 - 1,05) C02 (0,55 - 0,75) 16 (0,00 - 0,50)
MM6
MM7
16-1
> AW >T >I index
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW); GSSD = gestandaardiseerde meetwaarde (voor 10% o.s. en 25% lutum)
TABEL 1: OVERSCHRIJDINGSTABEL GRONDWATER Grondwatermonster
Filterdiepte (m-mv)
> S (+index)
>T
> I (+index)
03-1-1
1,00-2,00
-
-
-
12-1-1
1,20-2,20
-
-
-
>S >T >I index
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (MW - S) / (I - S); MW = meetwaarde
Deellocatie A. erfverharding Ter plaatse van het toegangspad zijn in de bovengrond en ondergrond sterk verhoogde gehalte aan nikkel en koper, matig verhoogde gehalten aan lood en licht verhoogde gehalte aan overige zware metalen gemeten (MM1). De gemeten sterk verhoogde gehalten komen zowel in het zand als in de klei voor en zijn te relateren aan de bijmengingen met baksteen, beton en kolengruis. Op basis van de analyseresultaten is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ingeschat wordt dat de verontreiniging verticaal is begrensd op 1,30 m-mv (zintuiglijk schone klei t.p.v. A01). De omvang van de sterke verontreiniging met koper en nikkel wordt voorlopig geschat op circa 80 m³ (20 x 3 x 1,3 m). De sterke verontreiniging met koper doet vermoeden dat er in het verleden grond is opgebracht afkomstig is uit de Schiedamse binnenstad. Koper is daar de meest voorkomende sterke verontreiniging.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
13
In de puinhoudende bovengrond (MM2) tussen de panden zijn licht verhoogde gehalten aan zink, lood en PAK gemeten. In de puinhoudende ondergrond van het erf (MM3) zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en PAK aangetoond. Het sterk verontreinigde monster van boring A02 (0,4-0,7 m-mv) maakt deel uit van dit mengmonster. Bij (indicatieve) toetsing aan de Bbk-normen voldoet de bodemkwaliteit ter plaatse van het erf aan klasse wonen voor de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en klasse industrie voor de ondergrond (0,4-1,3 m-mv). Deellocatie B: zie 4.2.3 Deellocatie C. kale plekken weiland Ter hoogte van boring C02 zijn matig verhoogde gehalten aan koper en zink en licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen en PAK aangetoond. Ter plaatse van de overige boorpunten (MM4: C01 en C03) zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan molybdeen en lood gemeten. Algemene bodemkwaliteit Ter plaatse van boring 16 zijn in de sterk puinhoudende zandige bovengrond een matig verhoogd gehalte aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en PAK gemeten. In de boven- en ondergrond ter plaatse van het weiland (MM5, MM6 en MM7) zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond.
Bij (indicatieve) toetsing aan de Bbk-normen voldoet de bodemkwaliteit in het weiland aan klasse industrie voor het noordelijke gedeelte en klasse wonen voor het zuidelijke gedeelte. 4.2.3
Asbestonderzoek
Interpretatie analyseresultaten In bijlage 6 zijn de certificaten van de asbestanalyses op grondmonsters en het plaatmonster opgenomen. Uit het analysecertificaat blijkt dat het plaatmonster 10 tot 15% chrysotiel bevat (serpentijn asbest).Voor het overige is geen asbest op het maaiveld waargenomen. Het aangetroffen asbest is omgerekend naar een concentratie in de toplaag van 1 cm (zie bijlage 7): TABEL 7: VISUEEL WAARNEEMBAAR ASBEST IN TOPLAAG 1CM Locatie
inspectie massa efficiëntie serpentijn(%) asbest (g)
massa amfiboolasbest (g)
bodem volume (m3 )
droge gewogen asbest massa concentratie toplaag(kg (mg/kg d.s.) )
toetsing aan hechtde gebonden interventie- (J/N) waarde
C
75
0
3,75
4141
-
3,7
0,89
J
TOETSING: de gewogen concentratie is kleiner of gelijk aan de interventiewaarde >I de gewogen concentratie is groter dan de interventiewaarde
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
14
Uit tabel 7 blijkt dat het gewogen asbestgehalte in de toplaag minder dan 1 mg/kg d.s. Dit gehalte ligt ruim beneden de toetsingswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) In tabel 8 is een overzicht gegeven van de gemeten gehalten en zijn de meetwaarden getoetst aan de interventiewaarde. TABEL 8: ASBEST IN GRONDMONSTERS (gehalten in mg/kg d.s.) Monster
concentratie serpentijnasbest
concentratie amfiboolasbest
gewogen concentratie
toetsing aan de interventiewaarde
hechtgebonden J/N
Amm01-1 1,3
<2
1,3
-
N
Amm02-1 21
<2
21
-
J
Amm03-1 <2
<2
<2
-
-
Amm04-1 12,3
<2
12,3
-
J
TOETSING: het gewogen gehalte is kleiner of gelijk aan de interventiewaarde >T de gewogen concentratie is kleiner dan de interventiewaarde maar groter dan 50% van de interventiewaarde >I het gehalte is groter dan de interventiewaarde
Uit tabel 8 blijkt dat in het mengmonster AMM01-1 een gering asbestgehalte is aangetoond van 1,3 mg/kg d.s. Uit het analysecertificaat blijkt dat in het mengmonstser 14 fragmenten asbest zijn aangetroffen, namelijk niet hechtgebonden bundels chrysotiel in de fracties 0,5-1, 1-2, 2-4 en 4-8 mm. Het betreft serpentijn asbest. Het gewogen gehalte aan asbest is 1,3 mg/ kg d.s. Het mengmonster is samengesteld uit het bodemmateriaal van de inspectiegaten A01 t/m A04. Het gewogen gehalte aan asbest in mengmonster AMM02-1 is 21 mg/kg d.s. Uit het certificaat blijkt dat het hier 1 fragment hechtgebonden plaatmateriaal betreft in de fractie 8-20 mm. Het betreft serpentijn asbest. Het mengmonster is samengesteld uit het bodemmateriaal van de inspectiegaten A05 t/m A07. In het mengmonster AMM03-1 is geen asbest aangetoond. Het mengmonster is samengesteld uit de drie sleuven bij de schuur met asbestdak (B01 t/m B03). In het monster AMM04-1 bedraagt het gewogen asbestgehalte 12,3 mg/kg d.s.. Uit het certificaat blijkt dat 2 fragmenten asbest zijn aangetroffen, namelijk hechtgebonden plaatmateriaal in de fracties 4-8 en 8-20 mm. Het betreft serpentijn asbest. Alle gemeten asbestgehalte liggen ruim beneden de toetsingswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s., de halve interventiewaarde).
De losse vezelbundels welke zijn aangetroffen in AMM01 zouden kunnen duiden op potentiële blootstelling aan respirabele vezels. In RIVM rapport 711701034/2003 wordt echter vermeld dat bij een asbestconcentraties in grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5 tot 10 mg/kg d.s. De risicogrens is gesteld op 10 mg/kg d.s.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
15
5. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5.1
Samenvatting
Aanleiding en doel Door de familie Korevaar is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en asbestonderzoek in bodem conform NEN 5707 ter plaatse van de Harreweg 63 te Schiedam. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aankoop van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de locatie geleid kan hebben tot verontreiniging van de bodem. Het doel van het verkennend asbestonderzoek in bodem is vast te stellen of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is. Vooronderzoek en hypothese Op basis van de beschikbare informatie worden de volgende delen van de locatie vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging beschouwd als verdacht: A) de erfverharding (zware metalen, PAK, asbest) B) de afwateringszijden van de schuur met asbestdak (asbestvezels in de toplaag) C) de kale plekken in het weiland (standaardpakket) Voor het overige worden op basis van de bodemkwaliteitskaart in de bovengrond matig verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of PCB verwacht. De ondergrond wordt als onverdacht beschouwd. Verkennend bodemonderzoek Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bovengrond hoofdzakelijk bestaat uit zandige klei.
Ter plaatse van het erf en één van de kale plekken in het weiland bestaat de bovengrond uit siltig zand. De ondergrond bestaat tot de geboorde einddiepte uit zandige klei en plaatselijk uit kleiig veen. De grondwaterstand is waargenomen op een diepte van 0,35 en 0,61 m-mv. Bij zintuiglijk onderzoek zijn bijmengingen met baksteen, puin, kolengruis, resten beton en brokken asfalt waargenomen aan het opgeboorde bodemmateriaal. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het opgeboorde bodemmateriaal. Deellocatie A. erfverharding Ter plaatse van het toegangspad zijn in de bovengrond tot 1,0 m-mv sterk verhoogde gehalten aan koper en nikkel gemeten. De verticale begrenzing van de verontreiniging is geschat op 1,30 m-mv (zintuiglijk schone klei). De omvang van de sterke verontreiniging met koper en nikkel is voorlopig geschat op circa 80 m³ (20 x 3 x 1,3 m) . Op basis van deze inschatting is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor het overige zijn ter plaatse van het pad en tussen de panden licht tot matig verhoogde gehalten aan overige zware metalen en PAK gemeten in de boven- en ondergrond. Deellocatie C. kale plekken weiland Plaatselijk zijn in de bovengrond (C02) matig verhoogde gehalten aan koper en zink en licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen en PAK aangetoond.
Voor het overige zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan molybdeen en lood gemeten.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
16
Algemene bodemkwaliteit Ter plaatse van de weilanden zijn overwegend (niet tot) licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. Plaatselijk komt nikkel matig verhoogd voor. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Asbestonderzoek Op het maaiveld van één van de kale plekken in het weiland is een fragment asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Voor het overige is geen asbesthoudend of asbestverdacht materiaal aangetroffen op of in de bodem. De gemeten asbestgehalten in de puinhoudende bovengrond liggen ruim beneden de toetsingswaarde voor nader onderzoek. Bij de afwateringszijde van het asbestverdachte dak is geen asbest aangetoond in de toplaag van 10 cm. Betrouwbaarheid De onderzoeksresultaten worden representatief geacht voor de bodemkwaliteit van de locatie. Voor de betrouwbaarheid van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 9. 5.2
Conclusies
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd, dat de hypothese "verdacht" voor bodemverontreiniging met zware metalen wordt bevestigd. Ter plaatse van de toegangsweg zijn sterk verhoogde gehalten aan koper en nikkel gemeten in de puinhoudende bodem tot 1 m-mv. Vermoedelijk is de toegangsweg in het verleden opgehoogd met grond uit de Schiedamse binnenstad. De geschatte omvang van de sterke verontreiniging bedraagt meer dan 25 m3. Op basis van de ingeschatte hoeveelheid is sprake van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). De aangetoonde verontreiniging is waarschijnlijk geheel of grotendeels ontstaan voor 1987 en wordt conform de Wbb derhalve beschouwd als historisch. Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek wordt geconcludeerd dat de verdenking van bodemverontreiniging met asbest kan worden verworpen. Er is wel asbest aangetoond, maar de gewogen gehalten aan asbest liggen ruim onder de interventiewaarde. 5.3
Aanbevelingen
De aangetoonde sterk verhoogde gehalten aan koper en nikkel in de bovengrond geven op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) in principe aanleiding tot het uitvoeren van een vervolgonderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen. Bij ongewijzigd gebruik en inrichting zijn er geen risico’s te verwachten als gevolg van de aanwezige verontreinigingen. Bij herinrichting van de locatie zullen saneringsmaatregelen nodig zijn. Afhankelijk van de aard van de herinrichting kan het voorafgaand aan het opstellen van een saneringsplan nodig zijn een nader onderzoek uit te voeren. De sanerende maatregelen kunnen bestaan uit:
(gedeeltelijke) Ontgraving van de verontreiniging;
Isolatie van de verontreiniging door middel van een leeflaag of afdeklaag;
Een combinatie van de bovengenoemde werkwijzen.
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
17
Het is afhankelijk van de wensen van de eigenaar/saneerder en afhankelijk van de mogelijkheden binnen de Wet bodembescherming, welke aanpak gekozen dan wel toegestaan wordt. Indien wordt gesaneerd door middel van ontgraving, is het geheel van de saneringsaanpak en –doelstellingen afhankelijk hoeveel grond daadwerkelijk ontgraven moet worden. Dit kan zowel méér als minder zijn dan de hoeveelheid sterk verontreinigde grond. Voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden kan er met behulp van een BUSmelding (gestandaardiseerd saneringsplan) het voornemen tot saneren worden ingediend bij het bevoegd gezag (DCMR). De saneringsmaatregel en/of het grondwerk zal uitgevoerd dienen te worden door een voor de BRL 7000 erkende aannemer en begeleid dienen te worden door een voor de BRL 6000 erkende milieukundig begeleider. Na beëindiging van de saneringswerkzaamheden dient er een BUS-evaluatie van de sanering te worden opgesteld. Dit verslag dient ter beoordeling aan het bevoegd gezag te worden overlegd, waarna de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen). Omdat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is het niet toegestaan om saneringswerkzaamheden in de ruimste zin van het woord te verrichten zonder voorafgaand een saneringsplan op te stellen. Het saneringsplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag (DCMR).
Rapport C21-044-O / 22-02-21 / Harreweg 63 te Schiedam
18
BIJLAGE 1 Regionale overzichtskaart
Bijlage bij rapport C21-044-O / Harreweg 63 te Schiedam
onderzoekslocatie Harreweg 63 Schiedam C21-044-O Bijlage: 1
Kaartbron: PDOK / NGR
BIJLAGE 2 Detailtekening
Bijlage bij rapport C21-044-O / Harreweg 63 te Schiedam
P
P
P
P
P
P
02 P
P
P P
P
01
R 69
03
P
04
P
R5
P
P
P
P
P
06
P
05 P
P
P
A03
08
07 P
63
A01 P
A02 A04 09
B01 as be std ak
P
16
B03
B02 P
P
10
A06
P
A07
C03 Harr
P
P
g
P
ewe
A05
11 C01
P
C02 P
12 P
P P
P P
13
14 61
P
R1
P P
15 P
P
LEGENDA
0m
P
P
kadastrale grens bebouwing
P
Harreweg 63 Schiedam
onderzoekslocatie boorpunt boorpunt, afgewerkt als peilbuis
weg
Woud
DETAILTEKENING
25,0 m
P
OPDRACHT : C21-044-O DATUM :
februari 2021
SCHAAL :
1:500 (A3)
BIJLAGE :
2
inspectiegat tevens boorpunt inspectiesleuf
P
P
P
P
P
P
02 P
P
P P
P
01
R 69
03
P
04
P
R5
P
P
P
P
P
06
P
05 P
P
P
A03
08
07 P
63
A01 P
A02 A04 09
B01 as be std ak
P
16
B03
B02 P
P
10
A06
P
A07
C03 Harr
P
P
g
P
ewe
A05
11 C01
P
C02 P
12 P
P P
P P
13
14 61
P
R1
P P
15 P
P
LEGENDA
0m
P
P
kadastrale grens bebouwing
P
Harreweg 63 Schiedam
onderzoekslocatie boorpunt boorpunt, afgewerkt als peilbuis
weg
Woud
DETAILTEKENING
25,0 m
P
OPDRACHT : C21-044-O DATUM :
februari 2021
SCHAAL :
1:500 (A3)
BIJLAGE :
2
inspectiegat tevens boorpunt inspectiesleuf
BIJLAGE 3 Boorstaten
Bijlage bij rapport C21-044-O / Harreweg 63 te Schiedam
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Pagina1 / 4
Boring: 01 Datum:
Boring: 02
4-2-2021 0
0
gras
Datum:
Klei, sterk siltig, matig humeus, zwak veenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
Boring: 04
4-2-2021 0
0
2
gras
Datum:
4-2-2021 0
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
1
50
Klei, matig zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin 50
50
Boring: 03 Datum:
gras
0
1
50
50
4-2-2021 0
gras
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin
1 50
50
60
Veen, geen olie-water reactie, bruinrood
3
100 4
150
130
Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs
5
6
200
200
Boring: 05 Datum:
Boring: 06
4-2-2021 0
0
gras
Datum:
Veen, brokken klei, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
Klei, zwak zandig, matig humeus, brokken veen, geen olie-water reactie, donker grijsbruin 50
50
Boring: 07 Datum:
gras
0
1
50
50
4-2-2021 0
Boring: 08
4-2-2021 0
0
grind
5
Datum:
4-2-2021 0
gras
0
Volledig grind 1 45
50 2 95
100 3 130
4
150
150
Klei, matig zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
1
50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin Veen, geen olie-water reactie, zwartbruin Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs
5
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin
200
Projectnaam: Harreweg 63 te Schiedam
Projectcode: C21-044
Pagina2 / 4
Boring: 09 Datum:
Boring: 10
4-2-2021 0
0
1 50
50 2
80
100
150
gras
Datum:
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
gras
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin
1 50
50 Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtgrijs
3
4
5
200
200
Boring: 11 Datum:
4-2-2021 0
Boring: 12
4-2-2021 0
0
gras
Datum:
1
gras
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
50
50
4-2-2021 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, bruinbeige
50
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruinbeige 2
100
105
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtgrijs
3
150 4 200
200 5
Boring: 13 Datum:
0
30
2
50
50
gras
Datum:
4-2-2021 0
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
gras
0
1
20
2
Klei, sterk siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, grijsbeige
50
50
Boring: 15
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin Klei, sterk siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, grijsbeige
Boring: 16
4-2-2021 0
0
1 30
2
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, brokken veen, bruingrijs
Boring: 14
4-2-2021 0 1
Datum:
220
50
gras
Datum:
4-2-2021 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs Klei, sterk siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, grijsbeige
Projectnaam: Harreweg 63 te Schiedam
gras
0
1
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
Projectcode: C21-044
Pagina3 / 4
Boring: A01 Datum:
Boring: A02
4-2-2021 0
0
1 50
50 2 6
100
100
3 130
150
4 160
7 5 200
200
grind
Datum:
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, resten baksteen, resten beton, matig kolengruishoudend, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, bruinzwart, 3.2 / 48 kg
4-2-2021 0
grind
0
1 40
50
2 70
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken baksteen, resten beton, zwak grindhoudend, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, geelbruin, 23 / 68 kg
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, zwak grindhoudend, resten baksteen, resten beton, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, bruinzwart, 9,8 / 72 kg Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, resten beton, geen olie-water reactie, groenbruin, 5,2 / 17,7 kg
Klei, matig siltig, sterk humeus, zwak veenhoudend, resten baksteen, resten beton, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, geelbruin Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, blauwgrijs
Boring: A03 Datum:
Boring: A04
4-2-2021 0
0
1 50
50
grind
Datum:
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, brokken baksteen, resten beton, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, groenbruin, 11.3 / 58 kg
grind
0
1 25
2 50
50
Boring: A05 Datum:
4-2-2021 0
Klei, matig siltig, sterk humeus, resten baksteen, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, zwartbruin, 0.5 / 31.6 kg Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten baksteen, resten beton, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, bruinzwart
Boring: A06
4-2-2021 0
0
1 40
50
weiland
Datum:
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, brokken baksteen, resten beton, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, groenbruin, 23 / 40 kg
4-2-2021 0
2
50
3
2 80
Klei, matig zandig, matig humeus, brokken baksteen, brokken beton, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, groenbruin, 20 / 20 kg
grind
0
1
20 40 60
4 100
100
150 170
7 200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, resten beton, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, grijsgeel Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk kolengruishoudend, resten baksteen, resten beton, geen olie-water reactie, bruinzwart
8 5
6
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken asfalt, resten baksteen, resten beton, geen olie-water reactie, bruingeel, 26 / 81 kg
Klei, matig zandig, sterk humeus, matig veenhoudend, matig baksteenhoudend, resten beton, geen olie-water reactie, zwartbruin Veen, zwak kleiïg, resten baksteen, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, zwartbruin
Boring: A07 Datum:
4-2-2021 0
0
1
50
Veen, sterk kleiïg, geen olie-water reactie, zwartbruin
Boring: C01
50
grind
Datum:
4-2-2021 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten baksteen, resten beton, geen olie-water reactie, geelbruin, 1.5/45 kg
Projectnaam: Harreweg 63 te Schiedam
gras
0
Klei, zwak zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin
1
50
50
Projectcode: C21-044
Pagina4 / 4
Boring: C02 Datum:
4-2-2021 0
Boring: C03 8 7 1
0
15
2
50
55
3
75
4
100
105
5
Datum:
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin
1
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijsbruin
200
Boring: sleuf 01 4-2-2021 0
gras
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtgrijs
6
Datum:
4-2-2021 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, bruinbeige
150
200
braak
Boring: sleuf 02 0
7
weiland Klinker
20
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, resten baksteen, resten beton, geen olie-water reactie, zwartbruin
Datum:
4-2-2021 0
weiland
0
15
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, resten baksteen, resten beton, geen olie-water reactie, zwartbruin
Boring: sleuf 03 Datum:
4-2-2021 0
0
15
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, resten baksteen, resten beton, geen olie-water reactie, zwartbruin
Projectnaam: Harreweg 63 te Schiedam
Projectcode: C21-044
BIJLAGE 4 Analysecertificaten grond
Bijlage bij rapport C21-044-O / Harreweg 63 te Schiedam
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
ARNICON BV. Busra Tokyay Molenbaan 7 2908 LL CAPELLE A/D IJSSEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 16
: Harreweg 63 te Schiedam : C21-044 : 13399249, versienummer: 1. : V9FM8D7N
Rotterdam, 12-02-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project C21-044. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 16 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
ARNICON BV. Busra Tokyay Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 16
Analyserapport Harreweg 63 te Schiedam
Orderdatum 05-02-2021 Startdatum 05-02-2021 Rapportagedatum 12-02-2021
C21-044 - 1
13399249
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
16-1 16 (0-50) C02-1 C02 (0-15) MM1 A01 (0-50) A02 (0-40) MM2 A05 (0-40) A06 (0-20) A07 (0-50) MM3 A01 (100-130) A02 (40-70) A05 (40-80) A06 (60-100)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 77.3 <1 geen
Ja 83.6 <1 geen
Ja 85.2 <1 geen
Ja 81.2 <1 geen
Ja 73.7 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
6.3
4.8
5.7
3.8
6.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
3.9
<1
1.2
5.4
18
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
230 0.27 14 52 0.09 190 2.9 34 180
130 0.59 6.2 83 0.26 110 1.3 21 200
270 0.27 12 130 0.07 310 2.3 33 87
50 0.21 4.7 22 0.05 61 1.3 14 76
94 0.26 7.2 68 0.24 160 2.1 19 100
0.08 0.79 0.24 1.7 1.1 0.85 0.57 0.97 0.69 0.71 1) 7.7
0.03 0.39 0.06 0.74 0.44 0.40 0.24 0.32 0.20 0.22 1) 3.04
0.02 0.43 0.11 1.1 0.71 0.63 0.36 0.60 0.42 0.42 1) 4.8
0.03 0.19 0.04 0.42 0.26 0.22 0.14 0.20 0.15 0.15 1) 1.8
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.03 fenantreen mg/kgds S 0.40 antraceen mg/kgds S 0.14 fluoranteen mg/kgds S 0.69 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.60 chryseen mg/kgds S 0.38 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.24 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.41 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.26 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.25 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 3.4 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1
002
1.1 <1 1.4 1.1 2.6 3.3
2) 3)
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
005
ARNICON BV. Busra Tokyay Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 16
Analyserapport Harreweg 63 te Schiedam
Orderdatum 05-02-2021 Startdatum 05-02-2021 Rapportagedatum 12-02-2021
C21-044 - 1
13399249
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
16-1 16 (0-50) C02-1 C02 (0-15) MM1 A01 (0-50) A02 (0-40) MM2 A05 (0-40) A06 (0-20) A07 (0-50) MM3 A01 (100-130) A02 (40-70) A05 (40-80) A06 (60-100)
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
005
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 1) 4.9
3.7 1) 13.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 9 6 <20
<5 6 33 29 70
<5 6 15 4) 21 40
<5 6 19 4) 39 60
<5 <5 11 8 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
ARNICON BV. Busra Tokyay Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 16
Analyserapport Harreweg 63 te Schiedam C21-044 13399249
- 1
Orderdatum 05-02-2021 Startdatum 05-02-2021 Rapportagedatum 12-02-2021
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2 3 4
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. Er zijn componenten na C40 aangetroffen. Deze zijn niet van invloed op het gerapporteerde resultaat.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
ARNICON BV. Busra Tokyay Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 16
Analyserapport Harreweg 63 te Schiedam
Orderdatum 05-02-2021 Startdatum 05-02-2021 Rapportagedatum 12-02-2021
C21-044 - 1
13399249
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
006 007 008 009
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM4 C01 (0-50) C03 (0-50) MM5 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) MM6 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-30) 14 (0-20) 15 (0-30) MM7 07 (95-130) 09 (80-130) 12 (50-105) C02 (55-75)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 65.3 <1 geen
Ja 65.9 <1 geen
Ja 62.2 <1 geen
Ja 66.9 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
7.3
8.6
9.7
6.0
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS