CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van zienswijzen verordening jeugdhulp 2025

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Verordening Jeugdhulp MVS 20255.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA VAN ZIENSWIJZEN Inleiding Vanwege de samenwerking tussen de MVS-gemeenten inzake het MVS-jeugdmodel wordt een gelijkluidende verordening nagestreefd. Om die reden zijn de zienswijzen van de Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen en de Participatieraad Schiedam betrokken bij de definitieve opstelling van de Verordening Jeugdhulp Vlaardingen 2025. De Adviesraad Samenlevingszaken Maassluis heeft afgezien van het geven van een zienswijze. In de zienswijzen wordt het belang van een leesbare en begrijpelijke verordening verschillende malen benadrukt. Een verordening is een juridisch document waarin regels staan over, onder andere, de voorwaarden en de wijze waarop wordt beoordeeld of een jeugdige voor jeugdhulp in aanmerking komt. Deze regels moeten ondubbelzinnig zijn, het is namelijk een wetgevende regeling is op gemeentelijk niveau. De toelichting op de verordening draagt bij aan het begrijpen van de regels. We zullen onderzoeken op welke wijze we de leesbaarheid van de toelichting kunnen vergroten binnen de huidige informatievoorziening.

Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen Ontwerp Verordening Jeugdhulp Vlaardingen 2025 Onderwerp: Algemeen

Inhoudelijke reactie Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen:

Reactie het college:

Veel regels, maar lastig uitvoerbaar De Verordening staat vol met voorwaarden, definities en regels. Dat lijkt grondig, maar in de praktijk raken professionals het overzicht kwijt. Door de vele regels/artikelen/afspraken is het moeilijk om maatwerk te leveren, terwijl juist maatwerk nodig is om goede hulp te bieden. Er is weinig ruimte voor gezond verstand en professionele afwegingen. Het gevaar bestaat dat het systeem belangrijker wordt dan de hulp aan het kind en het gezin.

Wij onderschrijven het belang van maatwerk in de beoordeling of en zo ja, welke jeugdhulp nodig is in een individuele situaties. Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet is de gemeenteraad verplicht om in de verordening regels vast te stellen over de toekenningsvoorwaarden en beoordeling van individuele voorzieningen. Vanwege het belang van rechtszekerheid moet duidelijk zijn welke afwegingsfactoren daarbij worden gehanteerd. De afwegingsfactoren bieden voldoende ruimte om maatwerk te bieden in individuele situaties en voor professionele afwegingen bij de beoordeling van de hulpvraag.

1

Afspraken, maar wie controleert? Op veel plekken staat dat het college afspraken maakt met bijvoorbeeld jeugdbescherming en scholen of zorgverzekeraars. Maar nergens staat hoe wordt gecontroleerd of deze afspraken worden nagekomen. Ook is het onduidelijk wie verantwoordelijk is voor die controle, hoe afspraken worden vastgelegd en wat er gebeurt als ze niet worden nageleefd. Zo kun je moeilijk sturen op kwaliteit.

In de verordening moet op grond van de Jeugdwet vastgelegd worden hoe afstemming plaatsvindt met andere domeinen. Afstemming betekent onder andere samenwerking met uitvoerders van andere wet- en regelgeving om de problematiek binnen het gezin te verminderen of zelfs op te lossen. Daarnaast regelt de verordening dat afspraken met bepaalde instanties vastgelegd moeten worden in protocollen, overeenkomsten of beleid.

Te veel beleidstaal, te weinig praktijk De Verordening gebruikt vooral beleids- en juridische taal. Maar er is geen duidelijke vertaling naar de werkvloer. Er staat bijvoorbeeld niet: • Hoe en medewerker van het wijkteam deze regels moet toepassen; • Wat ouders precies mogen verwachten; • Wat de rol van het onderwijs is in de hulpvraag; • Hoe werk je met elkaar samen? Ook missen praktische hulpmiddelen, zoals een visuele samenvatting of een kort overzicht op één A4. Zulke middelen maken het voor iedereen duidelijk wat de regels/artikelen betekenen in de praktijk.

Een verordening is een op gemeentelijke niveau door de gemeenteraad vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Het is, met andere woorden, een wetgevende regeling op gemeentelijk niveau. De verordening jeugdhulp regelt de rechten en plichten die jeugdigen en ouders op grond van de Jeugdwet.

Samenwerking blijft vaag De Verordening zegt dat de gemeente moet samenwerken met onder andere scholen en huisartsen. Maar er staat niet hoe dat precies moet. Zonder afspraken over wie wat doet, hoe er overlegd wordt en wie waarvoor verantwoordelijk is, blijft de samenwerking vrijblijvend. Het gevaar is dat samenwerking afhangt van toevallige contacten, in plaats van dat het goed geregeld is. Terwijl samenwerken juist zo van belang is.

Wij onderschrijven het belang van samenwerking. Dat is ook de reden waarom dit is opgenomen in de verordening. In de verordening wordt geregeld dat het college afspraken met andere instanties maakt. Deze afspraken zijn nader uitgewerkt in protocollen, samenwerkingsovereenkomsten en/of beleid.

Onduidelijk of het beleid goed werkt Er staat in de Verordening dat het beleid elk jaar wordt geëvalueerd. Maar het is onduidelijk hoe dat gebeurt, wie erbij betrokken is en wat er met de resultaten wordt gedaan. Ouders en jongeren en hulpverleners

De verordening wordt jaarlijks getoetst aan jurisprudentie en bevindingen uit de uitvoeringspraktijk en zo nodig geactualiseerd. Daarbij worden ook aanbevelingen van de bezwaarschriftencommissie en lokale en landelijke adviesorganen betrokken.

De onderwerpen die als voorbeeld genoemd zijn, vormen geen onderdeel van een verordening. Deze onderwerpen zijn onderdeel van het beleidsplan en/of samenwerkingsafspraken die met instanties zijn/worden gemaakt.

2

worden niet genoemd in dat proces. Juist hun ervaringen zijn heel belangrijk om te weten of het beleid werkt en wat beter kan.

In zijn algemeenheid wordt er gesproken over het college. Wie of wat wordt hiermee bedoeld? Dit is erg onduidelijk. Is dit de gemeente, de wijkteams? Dat zou bij de begripsbepaling opgenomen mogen worden.

Via het cliëntervaringsonderzoek wordt inzicht verkregen in de ervaren toegankelijkheid, kwaliteit en effecten van de geboden ondersteuning. In de Jeugdwet en verordening zijn taken belegd bij het college. Om die reden wordt in de verordening gesproken over “college”. In artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet is bepaald dat het college de uitvoering van de wet door derden kan laten verrichten. In een verordening is het gebruikelijk om “college” te benoemen als verantwoordelijk bestuursorgaan, ook wanneer het college taken door derden laat uitvoeren. De MVS-colleges hebben het nemen van besluiten over individuele voorzieningen gedelegeerd aan Rogplus. Dit is geregeld in de gemeenschappelijke regeling Rogplus. In de begripsbepalingen is opgenomen wat de rollen van het “wijkteam” en “Mevis” zijn; deze begrippen komen in de verordening voor. Omdat “Rogplus” als begrip niet in de verordening voorkomt, is daarvan geen begripsbepaling opgenomen.

Artikel 3

Onderwijs mist, terwijl hier ook zorg wordt geboden, als in logopedie, fysio, signaleringsfunctie etc.

Artikel 4

Worden de criteria voor leerlingenvervoer ook ergens genoteerd, hier loopt het nu vaak spraak.

Artikel 5

Het zou handig zijn om expliciet te vermelden dat Hoofdstuk 10 verwijst naar de relevante verordening of het beleidskader, zodat alles duidelijker is voor iedereen.

Wordt overgenomen. In artikel 3, eerste lid wordt sub e toegevoegd: (extra) ondersteuning op school die valt onder de zorgplicht van scholen. Die zijn opgenomen in de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Vlaardingen 2023. De gemeenten Schiedam en Maassluis hebben gelijkluidende verordeningen. In het derde lid wordt reeds verwezen naar Hoofdstuk 10 waarin de voorwaarden voor een pgb zijn opgenomen.

3

Artikel 6

Mevis geeft aan dat de huisarts niet meer direct kan gaan verwijzen in de toekomst, omdat er dan geen casusregisseur is en dit is niet helpend in het proces.

De huisarts verwijst naar de gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, in goed overleg met de huisarts wordt dan een passende voorziening verstrekt.

Punt 4, wordt de cliënt wel op weg geholpen naar de algemene voorziening?

Als met een algemene voorziening de hulpvraag kan worden opgelost wordt de jeugdige of zijn ouders daarnaar verwezen.

Het zou nuttig zijn om een termijn voor de start van de hulp na verwijzing op te nemen, zodat wachttijden verkort worden en jeugdigen sneller zorg krijgen.

De termijn voor de start van de hulp is afhankelijk van de benodigde jeugdhulp en een eventuele wachtlijst bij de jeugdhulpaanbieder die de hulp gaat leveren. Een termijn daarvoor is niet te noemen.

Het is belangrijk om ouders en jeugdigen goed te informeren wanneer een zorgaanbieder gaan contract heeft, zodat duidelijk is dat de zorg niet vergoedt wordt.

Jeugdigen/ouders kunnen wanneer zij dat wensen, met een pgb jeugdhulp betrekken van een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. Jeugdigen/ouders worden daarover geïnformeerd.

Het zou fijn zijn als de PGB-voorwaarden gemakkelijk toegankelijk zijn via de website of een folder.

Op de websites van Mevis, Rogplus en SVB is informatie te vinden over de PGB-voorwaarden. Bij een pgb-beschikking wordt standaard een pgb-reglement meegestuurd.

Schriftelijke informatie over wanneer geen aanvraag nodig is voor een algemene voorziening kan verwarring voorkomen.

Jeugdigen/ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot de voorzieningen als genoemd in artikel 3, eerste lid. Op de website van Mevis staat hier informatie over.

Het toevoegen van een verwachte termijn voor het eerste contact in de ontvangstbevestiging zou de verwachtingen verduidelijken. Het is handig wanneer er ook duidelijkheid is dat er na de intake ook nog een wachttijd kan zijn, voor het krijgen van een casusregisseur en dat er bij onder-aanbieders van Mevis ook wachtlijsten zijn.

Het informeren over wachttijden is een taak van de uitvoerende organisatie en is geen onderdeel van de verordening.

Het is belangrijk om duidelijk te maken wie bevoegd is om in spoedeisende gevallen direct te handelen. Hier wordt ook verwezen naar artikel 2.6….. waar staat dit artikel ?

Artikel 2.6, eerste lid onder b van de Jeugdwet regelt dat jeugdhulp te allen tijde bereikbaar en beschikbaar is in situaties waar onmiddellijke uitvoering van taken is geboden. Als acute hulp nodig is, kan het Crisis Interventie Team (CIT)

4

dit direct inzetten. Het CIT is 24 uur per dag bereikbaar. Op de website van Mevis is hier informatie over te vinden. Artikel 7 t/m 9

Het onderzoek naar de zorgbehoefte moet samen met het gezin worden uitgevoerd, tenzij spoed vereist.

Mee eens, dit staat ook in artikel 7, eerste lid.

Zorgbehoeften moeten zo vroeg mogelijk geïdentificeerd worden om vertraging te voorkomen.

Mee eens.

Het is belangijk om de vereisten voor SKJ-registratie duidelijk uit te leggen.

De vereisten voor SKJ-registratie zijn te vinden op de website van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd.

Het proces wanneer een jeugdige of ouders niet akkoord gaat met het plan moet duidelijk zijn.

Dit is geregeld in artikel 10, vijfde lid.

Familliegroepsplan, zou beter systeemplan genoemd kunnen worden. Dit omdat dit meer omvattend is. Soms spelen buiten het gezin ook andere mensen een rol in het plan, denk hierbij aan het sociale netwerk als dit er is.

Familiegroepsplan is de term die in de Jeugdwet wordt gebruikt, het is verwarrend om dat in de verordening anders te benoemen. Bij een familiegroepsplan wordt ook het sociale netwerk betrokken.

Artikel 10

Jeugdwerkers is gekoppeld aan het wijkteam, ter verduidelijking. Deze kan ook werken vanuit de school, waarbij die persoon dan jeugdprofessional op school genoemd wordt.

in artikel 10 worden alle jeugdprofessionals bedoeld die bij de ondersteuning van de jeugdige/ouders betrokken zijn. Daar onder vallen ook de jeugdprofessionals op school (JOS).

Artikel 10.5

Wat gebeurt er als cliënten niet akkoord zijn? Wordt er dan een nieuw plan geschreven of wordt het plan met kanttkeningen vanuit cliënt doorgezet. Wanneer er eenn nieuw plan geschreven wordt, hoeveel tijd gaat daar overheen. Hoeveel tijd hebben ouders om te reageren?

Het ondersteuningsplan wordt altijd in samenspraak met de jeugdige/ouders opgesteld. Het kan echter voor komen dat – ondanks inspanningen van de professional - de jeugdige of zijn ouders niet akkoord zijn met de uitkomsten van het onderzoek. Dit wordt dan vermeld in het ondersteuningsplan met de reden waarom zij niet akkoord zijn. Dit wordt betrokken bij het te nemen besluit. Belangrijk is dat het onderzoek zorgvuldig en deskundig is uitgevoerd en dat het advies over de in te zetten jeugdhulp daar logischerwijs uit volgt. Er wordt dan geen nieuw plan opgesteld. Uit artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet volgt namelijk dat het college beoordeelt welke jeugdhulp

5

noodzakelijk is (‘naar het oordeel van het college’). Dit is onderdeel van de jeugdhulpplicht. Jeugdige/ouders kunnen bezwaar en beroep gaan als zij het niet eens zijn met het besluit. Artikel 11

Het zou goed zijn om duidelijker te omschrijven wat onder “gebruikelijke hulp van ouders” wordt verstaan.

In artikel 14, tweede lid is omschreven wat onder gebruikelijke hulp wordt verstaan.

Artikel 12

Het zou nuttig zijn om duidelijk te maken dat dyslexiezorg alleen verstrekt wordt als het onderwijs zijn zorgplicht heeft nageleefd.

In het eerste lid is opgenomen dat het college zorgdraagt voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg bij het vermoeden van ernstige dyslexie conform het geldende landelijke protocol. Dit sluit aan bij de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Onderdeel van het protocol is de rol c.q. zorgplicht van het onderwijs bij dyslexie.

De poortwachter is onderdeel van het samenwerkingsverband “Onderwijs dat past”. Artikel 12.4

Leeftijd kan beter veranderd worden in wanneer een jeugdige meer dan 1,5 jaar leesonderwijs heeft gevolgd en ondanks de interventies van de school, de jeugdige drie keer op rij bij de 10% zwakst scorende leerlingen in Nederland heeft gescoord op de niet-methode gebonden toetsen.

Het vierde lid sluit aan bij de staande jurisprudentie. Het landelijk geldende protocol en de richtlijnen van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie worden gevolgd.

Artikel 13

Een standaardformat voor PGB-beschikkingen, afgestemd op het ondersteuningsplan, zou meer uniformiteit en overzichtelijkheid brengen.

Er wordt gebruikt gemaakt van standaardbeschikkingen. In artikel 13 is opgenomen wat er minimaal in een beschikking moet staan.

Wordt de zorg tussentijds geëvalueerd bij PGB-beschikking? Dit omdat er veel geld omgaat in de jeugdzorg en het belangrijk is of de beschikking bijdraagt aan het werken naar de gestelde doelen.

De zorg wordt afhankelijk van de duur van de beschikking en de ingezette zorg minimaal één keer tussentijds en voor afloop van de beschikking geëvalueerd. Daarnaast wordt de ingezette zorg opnieuw beoordeeld als er een wijziging in de hulpvraag is. Bij een complexere hulpvraag en inzet van zorg zal in de praktijk vaker worden geëvalueerd.

6

Hoofdstuk 14

Het zou helpen om dit hoofdstuk beknopter te maken, bijvoorbeeld met een beslisboom of visueel overzicht.

Verwijs naar landelijke richtlijnen voor gebruikelijke zorg om de beoordeling van boven gebruikelijke zorg te verduidelijken. Artikel 15

Het zou goed zijn om te vermelden dat het PGB alleen verstrekt wordt als het naturaaanbod niet geschikt is.

Zorg ervoor dat de PGB-zorg voldoet aan erkende kwaliteitsstandaarden.

Het zou nuttig zijn om duidelijk te maken wie verantwoordelijk is voor de evaluatie van het PGB.

Volgens de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep moeten in de verordening geregeld worden wanneer sprake is van ‘eigen kracht’ en wat daarbij de afwegingsfactoren zijn. Dit vanwege de rechtszekerheid. Daarbij is het ook belangrijk dat er ruimte blijft voor maatwerk omdat iedere situatie uniek is. Dat maakt het lastig om beknopt weer te geven hoe de ‘eigen kracht’ wordt beoordeeld. Er is getracht om een beslisboom te maken maar dat is door de veelheid van afwegingsfactoren en uitzonderingen die meespelen bij de beoordeling van de ‘eigen kracht’ in individuele situaties niet haalbaar gebleken. Er wordt in het derde lid verwezen aar bijlage 3 waarin de richtlijnen voor gebruikelijke zorg zijn opgenomen. Dit is wettelijk niet toegestaan. Uit de formulering van artikel 8.1.1 van de wet volgt dat het uitgangspunt is dat jeugdigen en zijn ouders een voorziening in natura krijgen. De mogelijkheid voor het toekennen van pgb bestaat echter wel indien de jeugdige en zijn ouders dit wensen en voldoen aan de voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat de jeugdige/ouders moeten motiveren waarom de voorziening in natura niet passend is. Uit jurisprudentie volgt echter dat het college daaraan geen eisen mag stellen. Wel moet duidelijk zijn de jeugdige of zijn ouders zich voldoende hebben georiënteerd op het aanbod in natura.

De kwaliteitseisen waaraan de jeugdhulpaanbieder moeten voldoen waarbij de jeugdige/ouders de zorg wil inkopen zijn opgenomen in het zevende tot en met het negende lid. In artikel 24 zijn aanvullende kwaliteitseisen opgenomen voor professionele jeugdhulpaanbieders. In artikel 23, tweede lid is opgenomen dat het college periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van een pgb met het oog op de beoordeling van de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid daarvan onderzoeken. In

7

het vijfde lid is opgenomen dat het college toezichthouders aanwijst. Artikel 16

De kwaliteitscriteria voor PGB-aanbieders zouden duidelijker omschreven kunnen worden.

De kwaliteitscriteria zijn omgeschreven in het zevende tot en met het negende lid van artikel 15. In het eerste lid van artikel 16 wordt daarnaar verwezen (onder d).

Vermeld duidelijk wanneer de Verklaring Omtrent Gedrag voor het sociaal netwerk kan worden omzeild.

In artikel 15, lid 9 is opgenomen dat de persoon uit het sociale netwerk de hulp biedt een VOG vereist is die niet ouder is dan drie maanden. Dit geldt niet voor personen die behoren tot de eerste graad van bloedverwantschap.

1b, als een ouder vanwege cognitieve problemen niet in staat is, om het PGB te beheren, is er dan niemand anders die hierin kan ondersteunen? Verwijs naar artikel 17 en wat als de ouders niet in staat zijn? Wie mag dit budget buiten het gezin ook beheren?

In het vijfde lid van artikel 15 is opgenomen dat de jeugdige of zijn ouders bij het doen van de aanvraag en het budgethouderschap ondersteund kunnen worden door iemand uit het sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp. In artikel 17 zijn expliciet voorwaarden opgenomen waar de budgethouder aan moet voldoen bij het beheren van een pgb.

3. Waar moet een jeugdhulpaanbieder wel aan voldoen? Of mag dit ook een persoon zijn die het gezin bijvoorbeeld ondersteunt, maar hier niet voor opgeleid is? Of verwijs naar artikel 18/19.

Een professionele jeugdhulpaanbieder waar de jeugdige/ouders de hulp zelf met een pgb wil inkopen moet voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen zoals genoemd in de wet en de verordening. Voor een hulpverlener uit het sociale netwerk gelden minder strenge eisen. De persoon die de hulp biedt en die niet behoort tot de eerste graad van bloedverwantschap moet in ieder geval een VOG overhandigen die niet ouder is dan drie maanden. Daarnaast gelden er aanvullende criteria die zin opgenomen in artikel 18. Opleidingseisen worden niet gesteld aan personen die tot het sociaal netwerk behoren. Wel moet de inzet van jeugdhulp door een persoon uit het sociaal netwerk leiden tot aantoonbaar beter en effectievere ondersteuning dan de ondersteuning geboden door een professionele jeugdhulpaanbieder.

8

Artikel 17 - 19

Gedetailleerde kostenverantwoording bij PGB-gebruik zou voor meer transparantie zorgen.

In het pgb-formulier moet de jeugdige/ouders de kosten van de uitvoering opnemen, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief (artikel 15, tweede lid onder e). De betalingen (en verantwoordingen) lopen via de Sociale Verzekeringsbank op basis van door het college goedgekeurde overeenkomsten die de jeugdige/ouders met de jeugdhulpaanbieder moet sluiten. Hierover zijn bepalingen opgenomen in de Regeling Jeugdwet.

Het toevoegen van een bepaling over terugbetaling bij misbruik van het PGB zou misbruik helpen voorkomen.

Dit is opgenomen in artikel 21.

Artikel 20

Binnen hoeveel tijd moet de aanbieder het vervoer geregeld hebben (vijf werkdagen?). De aanvraag gaat via het wijkteam. Voor de verlenging zijn ouders zelf verantwoordelijk, zij worden via een brief geïnformeerd (dit is wat er nu in de praktijk gebeurt).

Op basis van de vervoersovereenkomst moet de vervoerder binnen 5 werkdagen het vervoer regelen.

Artikel 23

Is dit de casusregisseur of een medewerker van Mevis?

In artikel 23 gaat het over rechtmatigheid en doelmatigheid. De toezichthouders die door het college zijn aangewezen zijn in dienst van Rogplus en functioneren onafhankelijk.

Artikel 24

Voeg een bijlage toe met uitleg over “vergelijkbare kwaliteitseisen” voor zorgaanbieders.

In de toelichting bij artikel 24 is dit opgenomen.

Jaarlijkse audits kunnen helpen om de naleving van kwaliteitsnormen te waarborgen. Wat is de rol van de gemeente hierin?

Het college heeft toezichthouders aangewezen die periodiek of steekproefsgewijs de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door de jeugdhulpaanbieders geboden ondersteuning onderzoeken. Het toezicht op de kwaliteit van de ondersteuning door jeugdhulpaanbieders ligt bij de Inspectie Jeugdzorg. De door het college aangewezen toezichthouders houden wel toezicht op de artikel 24 opgenomen aanvullende kwaliteitseisen. Momenteel wordt gewerkt aan toezichts- en handhavingskader Wmo/Jeugdwet waarin dit nader wordt uitgewerkt.

Wat zijn de bedragen die de onder-aanbieders mogen vragen?

In artikel 25 is opgenomen met welke kostprijselementen

9

rekening moet houden om zorg te dragen voor een goede prijs en kwaliteitsverhouding. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijzen Jeugdwet die per 1 juli 2024 in werking is getreden. Dit geldt ook voor de onderaannemers of derden waaraan de jeugdhulp wordt uitbesteed.

Artikel 25 – 35

Artikel 35

Hoe wordt geborgd, dat dit niet wordt uitgebuit, door cliënten lang te laten deelnemen aan de zorg van de zorgaanbieders i.p.v. terugwerken naar onderwijssetting?

Wanneer jeugdhulp wordt geboden omdat een jeugdige tijdelijk geen onderwijs volgt, heeft terugkeer naar onderwijs prioriteit. Het is gangbaar dat de jeugdhulpprofessional en de school daarbij samenwerken.

Stel richtlijnen op voor de overgang naar andere zorgvormen zoals Wmo, om een naadloze overgang van zorg te verzekeren.

In artikel 26, eerste lid is opgenomen dat een Perspectiefplan wordt opgesteld om de overgang naar een andere wet tijdig voor te bereiden. Daarbij worden de richtlijnen van het Nederlands Jeugdinstituut gevolgd.

Zorg voor duidelijke afspraken tussen jeugdhulpaanbieders en andere zorginstellingen, zoals huisartsen en onderwijs.

In Hoofdstuk 15 zijn bepalingen over afstemming met andere domeinen zoals gezondheidzorg en onderwijs opgenomen. De Daarin is opgenomen over welke onderwerpen samenwerkingsafspraken worden gemaakt. De uitwerking daarvan is geen onderdeel van de verordening. Samenwerkingsafspraken met deze domeinen is ook een belangrijke pijler van het MVS-jeugdmodel.

Hoe kan voorschoolse/school onderdeel worden van de zorg, waardoor er samen gewerkt kan worden aan normalisering en een terugkeer naar een onderwijssetting. Is er een mogelijkheid tot het opzetten van onderwijszorgklassen binnen de gemeente, waardoor kinderen thuis nabij hulp kunnen krijgen. Denk hierbij aan een samenwerking onderwijs en Enver. Kinderen kunnen hierbij vaardigheden aangeleerd krijgen en bijvoorbeeld in de middag onderdeel zijn van de eigen stamgroep (voorbeeld op de Poldervaart in Schiedam).

Samenwerking met voorschoolse voorzieningen en onderwijs is een belangrijk beleidsonderdeel van het MVS-jeugdmodel en wordt nader uitgewerkt met de ketenpartners. Dat is geen onderdeel van de verordening.

Het zou goed zijn om de rol en toegankelijkheid van de vertouwenspersoon duidelijker te omschrijven. Hoe kunnen burgers

In de toelichting bij dit artikel wordt dit nader omschreven. In artikel 6, tweede lid is opgenomen dat het wijkteam bij de

10

deze functionarissen benaderen? Misschien ook verwijzen naar Jeugdstem.

ontvangst van een hulpvraag de jeugdige/ouders informeert over de mogelijkheid om advies en ondersteuning te krijgen bij vragen en klachten van Jeugdstem – vertrouwenspersoon akj (adviesklachtenbureau Jeugdzorg). Daarnaast is uitgebreide informatie over de vertrouwenspersoon te vinden op de website van Mevis.

De klachtenregeling moet de rechten van het kind respecteren en goed toegankelijk zijn voor zowel jeugdigen als ouders.

Mee eens. In artikel 36 is bepaald dat het college er op toeziet dat jeugdhulpaanbieders over een klachtenregeling beschikken die voldoet aan de eisen van de wet en artikel 12 van het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind.

Het zou nuttig zijn om meetbare indicatoren toe te voegen aan de evaluatie van de verordening, zoals wachttijden en klanttevredenheid.

Bij de uitvoering van de evaluatie zullen we dit betrekken.

Artikel 41 – 42

Stel duidelijke richtlijnen op voor de voortzetting van zorg voor bestaande cliënten bij de overgang naar de nieuwe verordening.

In de overgangsbepalingen is opgenomen dat de jeugdige/ouders recht houden op lopende voorzieningen die zijn verstrekt op grond van de huidige verordening. Ze worden ruim van tevoren geïnformeerd over eventuele wijzigingen na afloop van de beschikking. Voorbereidingen voor een ‘zachte’ overgang zijn reeds getroffen.

Tot slot

De Verordening ziet er op papier goed uit, maar in de praktijk biedt de Verordening wellicht weinig houvast. Wij adviseren daarom: • Zorg voor regels die ook uitvoerbaar zijn in de praktijk. • Maak afspraken over wie waarop toeziet en hoe dat gebeurt. • Vertaal het beleid naar duidelijke informatie voor ouders, jongeren en professionals. • Zorg ervoor dat alle afspraken, regels en artikelen binnen het college bekend zijn. • Betrek gezinnen en hulpverleners bij het controleren en verbeteren van het beleid.

Wij nemen de adviezen serieus en zullen dit betrekken bij de uitvoering van ons beleid.

Artikel 36 - 40

11

Participatieraad Schiedam Ontwerp Verordening Jeugdhulp Schiedam 2025 Onderwerp: Algemeen

Inhoudelijke reactie Adviesraad Samenlevingszaken:

Reactie het college:

Een verordening is een regel die door de overheid is vastgesteld en waar je je aan moet houden. Dat betekent ons inziens dat een verordening begrijpelijk moet zijn, in ieder geval voor de mensen die het aangaat. Wij realiseren ons dat in een verordening procedures, rechten en plichten van overheid, uitvoering en burgers ook juridisch verantwoord moeten worden vastgelegd.

Wij zullen dit advies in overweging nemen en onderzoeken of dit past binnen de huidige informatievoorziening.

We adviseren een publieksversie te maken, zodat iedereen de verordening kan begrijpen. Aanleiding

Wij onderschrijven uw besluit om een nieuwe verordening te maken en niet een tweede wijzigingsbesluit te maken.

Beschrijving beschikbare voorzieningen

De jeugdprofessionals van Mevis maken gebruik van een productenboek. In het productenboek van Mevis staan alle producten die Mevis kan inzetten als specialistische jeugdhulp. De jeugdprofessionals van Mevis gebruiken het productenboek als leidraad. Indien uit onderzoek naar de hulpbehoefte blijkt dat afwijking van het productenboek nodig is, dan is dat altijd mogelijk. Wij benadrukken het belang van de mogelijkheid af te wijken van het productenboek als blijkt dat het nodig is. Wij hopen dat de interne cultuur en structuur van Mevis het vinden van passende hulp stimuleert.

Mevis is gehouden aan de bepalingen in de verordening. Passende hulp oftewel maatwerk is altijd het uitgangspunt. De Jeugdwet verplicht ons om in de verordening op te nemen welke jeugdhulpvoorzieningen beschikbaar zijn. Dit kunnen algemene of individuele voorzieningen zijn. Met de verwijzing naar het productenboek wordt een actueel overzicht gegeven van de beschikbare voorzieningen, die ingezet kunnen worden afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek.

12

Collectief aanbod

Mevis wil collectief aanbod versterken. Er zijn (ook landelijk) goede ervaringen opgedaan met het bundelen van hulpvragen in een vorm van collectief aanbod. Cliënten leren van elkaar en merken dat ze niet de enige ouders zijn met opvoedvragen of jeugdigen die wat willen veranderen. Dit draagt bij aan normaliseren. Lotgenoten kunnen elkaar helpen, stimuleren en begrijpen elkaar vaak goed. Een groepsgewijze aanpak mag o.i. geen verplichte vervanging van individuele hulp zijn. Niet iedereen gedijt in een groep, situaties kunnen ook te veel verschillen, schaamte kan een rol spelen, hulp mag niet uitgesteld worden “tot de groep start”, het moet bereikbaar zijn. Wij raden aan met mensen zelf – ervaringsdeskundigen – hierover in gesprek te gaan en hun expertise te benutten bij de verdere ontwikkeling.

Deskundigheid

Het werken met geregistreerde professionals is belangrijk. Deskundigheidsbevordering, reflectie en intervisie zijn noodzakelijke onderdelen van de registratie en dragen bij aan de deskundigheid. Niet alleen de jeugdprofessional maar ook kinderopvang, onderwijs gezondheidszorg en welzijn zijn belangrijke partners wanneer hulp bij opvoeden en opgroeien nodig is.

Het collectieve aanbod is voorliggend op individuele ondersteuning mits dit van toepassing is. Dit volgt ook uit artikel 3, derde lid en artikel 4, tweede lid. De hulp moet altijd passend zijn. Wanneer het collectieve aanbod niet bijdraagt het oplossen van de hulpvraag, zal dit niet worden ingezet. ‘Passend’ houdt ook in dat de hulp bereikbaar is. Dat wordt per situatie beoordeeld.

Een SKJ-registratie is een officiële erkenning voor professionals werkzaam in de jeugdzorg. Zij moeten voldoen aan strenge kwaliteitsnormen en ethische standaarden. De SKJ-geregistreerde moet voldoen aan de vereiste competenties en deskundigheid. Sinds 1 januari 2022 geldt voor alle SKJ-geregistreerde jeugd- en gezinsprofessionals en jeugdzorgwerkers de beroepscode voor professionals in sociaal werk. Het is belangrijk dat het onderzoek naar de benodigde jeugdhulp op zorgvuldige wijze plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een SKJ geregistreerde jeugdhulpprofessional. De samenwerking met kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg en welzijn is een belangrijke pijler van het MVS-jeugdmodel.

Vergewisplicht

De vergewisplicht van het college dat het onderzoek is uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerde deskundige en dat de uitkomst

Het college – dit wordt uitgevoerd door Rogplus – moet elk advies dat volgt uit het onderzoek – beoordelen alvorens een beschikking wordt opgesteld. Daarbij wordt gekeken of

13

daarvan logischerwijs uit het onderzoek volgt alvorens een besluit op de aanvraag voor een individuele voorziening wordt genomen; het is ons niet duidelijk hoe het college zich vergewist.-

het onderzoek op zorgvuldige wijze is gedaan, dat wil zeggen of de stappen van het beoordelingskader in bijlage 1 zijn gevolgd. Daarnaast wordt beoordeeld of het onderzoek door een daartoe gekwalificeerde deskundige is gedaan en of dit in samenspraak met de jeugdige/ouders heeft plaatsgehad. Tot slot wordt beoordeeld of het advies logischerwijze volgt uit het onderzoek.

Voorwaarden voor een individuele voorziening en afbakening met andere wetten

Voorwaarden voor een individuele voorziening, waaronder ook de afbakening met andere wetten. Belangrijk om goede samenwerking te hebben met sociale partners te hebben, elkaar te kennen en gebruik van elkaars kwaliteiten te kunnen maken. Er is geen vaste volgorde van hulpverlening! Het principe “Wrap around care” is vaak beter van toepassing. Een individuele voorziening moet als dat op dat moment de adequate hulp is. Eerst alle andere dingen “proberen” biedt meestal weinig vooruitgang en doet het vertrouwen in hulpverlening afnemen.

Wij onderschrijven dat een goede samenwerking met andere partners belangrijk is. Een individuele voorziening wordt altijd ingezet als dat het meeste adequaat is. Dit kan ook ingezet worden naast voorzieningen uit andere domeinen.

Inhoud beschikking

Niet alleen eenduidig beschrijven is van belang, maar ook het kunnen begrijpen door alle betrokkenen. Dit geldt natuurlijk voor de zorg in natura, maar zeker ook voor PGB. Niet alleen de geleverd zorg, maar ook het beheer en de verantwoording spelen hier een belangrijke rol. Goed dat daar in volgende artikelen uitgebreid op ingegaan wordt!

Ondersteuningsplan

Bij het ondersteuningsplan wordt de mogelijkheid van een buddy genoemd. Het verdient aanbeveling altijd in het netwerk te zoeken naar een eigen vertrouwde persoon, die vanzelfsprekend meeloopt met het gezin of het kind/de jongeren en kan steunen en adviseren.

Mee eens. De “buddy” is om die reden opgenomen in het MVS-jeugdmodel. Bij de melding van een hulpvraag bij het Wijkteam wordt de jeugdige/ouders op de mogelijkheid van een ‘vertrouwenspersoon uit het eigen sociale netwerk” gewezen. Wij noemen dit in de verordening ‘buddy’ om daarmee het onderscheid aan te geven met de onafhankelijke vertrouwenspersoon van Jeugdstem.

Eigen kracht

Handvatten voor de beoordeling van de eigen kracht; In dit artikel wordt uitgebreid ingegaan op “eigen kracht”. Wij waarderen het dat nadrukkelijk aandacht is voor de mogelijkheden

Volgens de Jeugdwet hoeft een gemeente geen jeugdhulp in te zetten als de jeugdige/ouders, eventueel met behulp van het sociale netwerk, zelf een oplossing kunnen bieden

14

van het netwerk. Inzet van de eigen mogelijkheden en middelen mag niet leiden tot overbelasting en/of financiële problemen. Ook vragen wij aandacht voor de veranderende relaties wanneer ouders, broers/zussen en mensen uit het netwerk expliciet een rol krijgen in de hulpverlening. Een systeem/gezinsgerichte benadering is van groot belang.

voor de hulpvraag. (Dreigende) overbelasting en/of financiële problemen worden meegewogen bij het beoordelen van de eigen kracht. Wij onderschrijven het belang van een systeemgerichte benadering.

Toezichthouders

Toezichthouders en hun bevoegdheden; Duidelijk moet zijn wie waarop toezicht houdt en wanneer je toezichthouder kan benaderen. Evenals vertrouwenspersoon, klacht-commissie, klachtreglement, cliëntenraad. De voorzieningen zijn er, maar in de praktijk te weinig bekend, te onduidelijk wat wanneer, waarvoor.

Er wordt momenteel een toezichts- en handhavingskader ontwikkeld voor de door de colleges aangewezen toezichthouders. De basis daarvoor is neergelegd in de verordening, dit wordt nog nader uitgewerkt in een toezicht- en handhavingsbeleidskader. Op de website van Mevis is informatie te vinden over vertrouwenspersoon, klachtenregeling en dergelijke. Bij de melding van de hulpvraag ontvangen de jeugdigen/ouders daar nadere informatie over.

Dyslexiezorg

Hiervoor bestond al een stroomschema in de praktijk. Deze werkwijze is nu ook vastgelegd in de verordening.

Rechtmatigheid en doelmatigheid

Aanvullende bepalingen over rechtmatigheid en doelmatigheid om oneigenlijk gebruik, misbruik en fraude door bijv. zorgaanbieders te voorkomen. Goed dat hier aandacht is voor misbruik en wanprestatie door aanbieders. In de praktijk blijkt de hulpvrager niet snel aan te klagen. Zij hebben er soms te weinig zicht op en zijn ook afhankelijk van de hulp(gever). Ervaringsdeskundigen, toezichthouders en buddys kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Zeker sinds het toeslagenschandaal vrezen mensen “terugbetalen”. Goede voorlichting en praktische ondersteuning helpt, maar ook “zo snel mogelijk” en in gesprek gaan.

Dit onderschrijven wij.

Kwaliteitseisen

Aanvullende kwaliteitseisen ter waarborging van de kwaliteit van de jeugdhulp; En wordt dit ook regelmatig getoetst/besproken?

In artikel 24, zesde lid is opgenomen dat het college periodiek of steekproefsgewijs de kwaliteit van de door de aanbieder geboden ondersteuning onderzoekt. De toezichthouders die door de colleges zijn aangewezen voeren het toezicht uit.

15

Prijskwaliteitsverhouding

Prijs-kwaliteitsverhouding aangepast aan de AMvB reële prijzen Jeugdwet die in werking is getreden op 1 juli 2024;

Overgang van 18naar 18+

• Bepaling over overgang van 18- naar 18+ zodat een eventuele overgang naar een andere wet tijdig wordt voorbereid; Wij waarderen het bijzonder dat dit expliciet aandacht krijgt.! De overgang naar 18 jaar is voor heel veel jongeren een belangrijke en moeilijke stap, voor jongeren in de jeugdhulpverlening zeker! Niet alleen moeten allerlei “gewone zaken” geregeld worden, maar ook beslissingen over voortgang van hulpverlening. Helaas gaat dit in de praktijk nogal eens mis.

Wij vinden om die reden belangrijk om dit vast te leggen in de verordening.

Digitaal aanmelden

Digitaal aanmelden t.b.v. normaliseren en actieve betrokkenheid bevorderen. De mogelijkheid om je digitaal aan te melden bij het wijkteam is opgenomen. Mevis is al enige tijd bezig met het implementeren van E-health. De eerste resultaten laten zien dat als ouders aan de hand van een module zelf nadenken over de hulpvraag, dit leidt tot meer bewustwording over wat nu de kern is van hun hulpvraag en ook wat ouders zelf kunnen doen. Ook zien we dat veel ouders hier op een voor hen gunstig tijdstip mee aan de slag gaan (vaak in de avonduren) wat betekent dat deze ondersteuning beter aansluit bij het gewone leven (want dan liggen de kinderen op bed). Een waardevolle aanvulling! Geen vervanging van fysieke mogelijkheden. Veel mensen beschikken over onvoldoende digitale vaardigheden, hebben vaak geen computer en op een telefoon kan het lastig zijn, hebben moeite om alleen hun gedachten te ordenen, beheersen de Nederlandse taal onvoldoende.

Mee eens.

E-hulpverlening is zeker voor kinderen en jongeren een waardevolle aanvulling. Jeugdhulp moet beschikbaar zijn voor de kinderen en jongeren die dat nodig hebben. Ondersteuning en hulp bij opvoeden en opgroeien doet niet alleen een beroep op jeugdhulp en andere voorzieningen maar ook op gezonde wijken, buren, buurten.

16

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616035/1