Bijlage 25UIT07175 - Brief DCMR
Tekst van het document
gemeente Schiedam
Financiën & Control Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam
DCMR milieudienst Rijnmond Postbus 843 3100 AV SCHIEDAM
Uw kenmerk Uw brief van
14 010 schiedam.nl
Ons kenmerk
Datum
25UIT07175
27 november 2025
14 010
contact@schiedam.nl
Doorkiesnummer
Onderwerp
Gewijzigde indexeringssystematiek en indexeringspercentage 2027
Geacht bestuur, Zoals gebruikelijk informeren wij u, namens alle aan uw gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten, over het indexpercentage dat u kunt gebruiken bij het opstellen van uw begroting (bij ongewijzigd beleid) voor 2027. Dit percentage bedraagt 3,41%. Zoals in de indexeringsbrief van vorig jaar is aangekondigd is een onderzoek uitgevoerd naar de indexeringsmethodiek. In deze brief lichten wij het percentage toe, informeren wij u over de recent uitgevoerde evaluatie van de systematiek en onderbouwen wij de gewijzigde indexeringssytematiek. Begrotingstekorten De afgelopen jaren zijn wij met u in gesprek geweest over het doorvoeren van bezuinigingen vanwege de financiële tekorten bij gemeenten. Het blijven financieel zware tijden voor gemeenten en de financiële uitdaging is breder dan alleen het ‘ravijnjaar’. Deze brief gaat over de indexering op basis van de ontwikkeling van lonen en prijzen. Dit staat los van eerdere oproepen tot bezuinigingen, deze processen lopen parallel naast elkaar. Wijziging indexering gemeentefonds Met ingang van het jaar 2024 heeft het Rijk de BBP-systematiek ingevoerd voor het gemeentefonds en is afgestapt van ‘samen trap op, samen trap af’. De BBP-systematiek voorziet in een volumeontwikkeling en een prijsontwikkeling (inflatie), tezamen het accres genoemd.
De loon- en prijsontwikkeling in de nieuwe gemeentefondssystematiek is gebaseerd op de ontwikkeling van het (prijs) bruto binnenlands product. Bij voorkeur wordt voor de wijze waarop gemeenten gemeenschappelijke regelingen indexeren aangesloten bij de wijze waarop gemeenten door het Rijk geïndexeerd worden. Naar aanleiding van de gewijzigde systematiek bij het Rijk heeft een regionale werkgroep een evaluatie uitgevoerd en gekeken naar een alternatieve indexeringssystematiek die beter aansluit op de gewijzigde methode van indexeren in het gemeentefonds. In de volgende onderdelen worden de wijzigingen beschreven.
*25UIT07175*
Evaluatie In het proces zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd die de grondslag zijn voor het vinden van een nieuwe methodiek: - Uitlegbaarheid: de berekening is inzichtelijk, traceerbaar en controleerbaar. Uitlegbaar en niet (onnodig) complex. - Voorspelbaarheid en betrouwbaarheid: de methode moet voor alle partijen te volgen zijn, afspraken over indices en brongebruik. - Proportionaliteit: de methode is rechtvaardig, transparant en evenwichtig en doet recht aan de bijzondere relatie tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Tijdens de evaluatie is geconstateerd dat sprake is van scheefgroei tussen de indexering die gemeenten ontvangen via het gemeentefonds en de indexering die gemeenten toekennen aan de gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen. Deze scheefgroei wordt veroorzaakt door verschillende componenten, allereerst het verschil in gebruikte indices. Waar het gemeentefonds tegenwoordig wordt geïndexeerd met de BBP-systematiek, werd bij de regionale indexeringssystematiek gebruik gemaakt van 80% index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en 20% consumentenprijsindex (CPI). Ten aanzien van de CPI-index is er geen directe relatie tussen de index en overheidsuitgaven en is het niet (langer) logisch om voor deze index te kiezen. Daarnaast is een oorzaak van de scheefgroei dat gebruik wordt gemaakt van verschillende bronnen.
Waar in het gemeentefonds het jaar t wordt vastgesteld op basis van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB, februariraming), wordt bij de regionale indexering gebruik gemaakt van de Macro Economische Verkenning van het CPB (septemberraming). Tot slot zorgt het verschil in nacalculatie tot scheefgroei. In het gemeentefonds krijgen gemeenten bijstelling over de jaren t+2, t+1 en t, terwijl bij de regionale indexering nacalculatie wordt toegekend over t+2, t+1, t en t-1. Besloten is om deze werkwijzen meer op elkaar af te stemmen. Daarbij is ook gekeken naar de systematiek die door andere regio’s worden gehanteerd. Aansluiting bij de BBP-systematiek Zoals in de vorige indexeringsbrief aangekondigd, is het opdrachtgeverschap voor het opstellen van de brief verschoven naar het regionale overleg van wethouders Financiën. Het overleg van wethouders Financiën heeft besloten om qua indexeringssytematiek aan te sluiten bij de BBPsystematiek van het gemeentefonds en hiervoor dezelfde bronnen te gebruiken. Daarnaast wordt ook de nacalculatie toegepast voor de twee jaren voorafgaand aan het indexeringsjaar, zoals dit ook gebeurt bij de berekening in het gemeentefonds.
De nieuwe systematiek voldoet aan de geformuleerde uitgangspunten en zorgt ervoor dat scheefgroei maximaal wordt beperkt, op deze manier geldt er tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een gelijke indexeringsmethodiek. Indices Er wordt aangesloten bij de BBP-systematiek in die zin dat met 100% van het prijs bbp (pbbp) wordt gerekend en 50% van het historisch 8-jaarsgemiddelde bbp in verband met de reële loongroei. Het 8-jaarsgemiddelde bbp wordt in de mei- en septembercirculaire gepubliceerd. In het jaar t wordt de indexatie bepaald voor het jaar t+2 op basis van de Macro Economische Verkenning van het CPB (de septemberraming).
25UIT07175
Pagina 2
Nacalculatie en bronnen In het jaar t wordt niet alleen de eerste raming van de indexatie voor het jaar t+2 bepaald, maar ook vindt er nacalculatie plaats over de jaren t+1 en t. In elke indexeringsbrief komen derhalve drie bijstellingen voor. Voor de jaren t+1 en t+2 wordt gekeken naar de cijfers uit de septembercirculaire (o.b.v. de Macro Economische Verkenning van het CPB). Voor het jaar t worden de cijfers aangehouden uit de meicirculaire (o.b.v. het Centraal Economisch Plan van het CPB). Deze werkwijze sluit aan bij de systematiek in het gemeentefonds, waarbij de indexering voor jaar t wordt vastgezet op basis van de februariraming en de voorlopige ramingen van het jaar t+1 en t+2 worden bijgesteld. Schematisch ziet dit er als volgt uit: Jaar Bron
Status
Indexering 2025 (t)
Meicirculaire (CEP) (publicatie 2025)
Definitief
Indexering 2026 (t+1)
Septembercirculaire (MEV) (publicatie 2025)
Actualisatie
Indexering 2027 (t+2)
Septembercirculaire (MEV) (publicatie 2025)
Eerste raming
Indexering 2027 De bovenstaande systematiek resulteert voor de indexering 2027 in het volgende percentage:
Bron CEP 2025 MEV 2026 MEV 2026
Jaar BBP PBBP Gewogen gemiddelde Correctie 2025 2,16% 3,63% 4,71% 0,00% 2026 1,91% 2,49% 3,45% 0,00% 2027 1,76% 2,53% 3,41% 0,00% Index begroting 2027: 3,41%
Vanwege de overstap naar de nieuwe systematiek wordt geen correctie toegekend over 2025 en 2026 en wordt enkel een indexeringspercentage afgegeven over 2027. Het indexpercentage is bedoeld voor de budgetten van het bestaande beleid of de bestaande activiteiten. Als u voorstellen heeft voor nieuw beleid of nieuwe activiteiten, verzoeken wij u om deze afzonderlijk zichtbaar te maken en aan de gemeenten ter besluitvorming voor te leggen, met daarbij een dekkingsvoorstel. Voor de volledigheid wijzen wij erop dat u als gemeenschappelijke regeling een meerjarenbegroting opstelt, maar dat gemeenten strikt genomen alleen instemmen met de eerste jaarschijf hiervan. Wij verzoeken u bij het opstellen van de begroting 2027 met het bovenstaande rekening te houden.
25UIT07175
Pagina 3
Ondertekening Deze brief wordt u toegezonden namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. Wij gaan er vanuit u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd over het gelopen proces en de gemaakte keuzes. Indien er behoefte is aan nadere toelichting vernemen wij dit graag.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeester,
Drs. S.J.J. Jacobs, l.s.
mr. H.M. Bergmann
25UIT07175
Pagina 4