CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 20250626 Rapportage Schiedam CEO WMO 2025

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen5.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CEO WMO 2025 – Schiedam

CEO WMO 2025 - Schiedam

juni 2025 versie 1.2

juni 2025, versie 1.2

-1-

W: mes.incijfers.nl

CEO WMO 2025 – Schiedam

Inhoud 1

Inleiding ................................................................................................................................................... 2

2

Uitkomsten .............................................................................................................................................. 5

3

2.1

Contact met hulpverleners ..................................................................................................................... 5

2.2

Kwaliteit van de ondersteuning ............................................................................................................. 7

2.3

Resultaat van de ondersteuningsvorm .................................................................................................. 9

2.4

Overige resultaten ............................................................................................................................... 11

Conclusies .............................................................................................................................................. 12

Bijlage: vragenlijst .......................................................................................................................................... 13

juni 2025, versie 1.2

-1-

CEO WMO 2025 – Schiedam

1 Inleiding Met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor het verlenen van maatschappelijke ondersteuning aan hun inwoners. Daarnaast verplicht de WMO 2015 gemeenten om jaarlijks te meten wat de cliënten vinden van de ondersteuning. Dit gebeurt in het cliëntervaringsonderzoek WMO (CEO Wmo). In dit rapport staan de belangrijkste uitkomsten daarvan.

1.1 Context Voorheen bestond het CEO Wmo uit een standaardvragenlijst van tien vragen, die gemeenten verplicht moesten afnemen. Daarnaast konden gemeenten het onderzoek naar wens uitbreiden, bijvoorbeeld door extra vragen toe te voegen aan de standaardvragenlijst of door een verdiepend onderzoek te starten naar aanleiding van de uitkomsten van de standaardvragenlijst. Sinds 2021 hebben gemeenten wat meer vrijheid gekregen om de standaardvragenlijst aan te passen aan de eigen informatiebehoeften. Van deze vrijheid is in dit onderzoek gebruik gemaakt.

1.2 Doel Het doel van het CEO Wmo is inzicht te verkrijgen in de ervaringen van inwoners die een maatwerkvoorziening Wmo ontvangen van Rogplus. Deze informatie kan richting geven aan verdiepend onderzoek en het opstellen van verbeterplannen om de dienstverlening van betrokken organisaties te optimaliseren.

1.3 Onderzoeksverantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Schiedam met medewerking van de regionale uitvoeringsorganisatie voor de Wmo, Rogplus. Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Hieronder schetsen we kort de gebruikte onderzoeksmethoden.

Vragenlijst Een groot deel van de vragen in dit onderzoek wordt al sinds 2021 aan cliënten gesteld. Deze vragen hebben betrekking op de volgende thema’s: 1. contact met de hulpverleners; 2. kwaliteit van de ondersteuning; 3. resultaat van de ondersteuning. In 2023 zijn er daarnaast twee vragen toegevoegd aan het onderdeel kwaliteit van de ondersteuning: ‘Over welke vorm van ondersteuning bent u het meest tevreden?’ en ‘Over welke vorm van ondersteuning bent u het minst tevreden?’. Deze vragen zijn in de huidige editie gehandhaafd.

Onderzoekspopulatie en steekproefgrootte Uit het cliëntenbestand van Rogplus is een willekeurige steekproef getrokken van 1.000 personen. Tot de doelgroep van het CEO behoren alle cliënten die één of meer maatwerkvoorzieningen ontvangen op grond van de Wmo 2015. Het betreft voorzieningen waaraan een beschikking ten grondslag ligt. Cliënten die alleen een tegemoetkoming voor hun zorgkosten ontvangen, zijn niet uitgenodigd om deel te nemen.

juni 2025, versie 1.2

-2-

CEO WMO 2025 – Schiedam

Dataverzameling Geselecteerde cliënten hebben begin maart 2025 per post een uitnodigingsbrief ontvangen met een papieren versie van de vragenlijst. Deze kon met een antwoordenvelop kosteloos worden teruggestuurd. Respondenten konden er ook voor kiezen om de vragenlijst online in te vullen. Met de QR-code of het webadres in de brief kregen cliënten toegang tot de digitale vragenlijst. Papieren vragenlijsten konden tot en met 4 april 2025 worden geretourneerd.

Dataverwerking Teruggestuurde vragenlijsten zijn door het Kenniscentrum gedigitaliseerd en in een databestand geplaatst. Online ingevulde vragenlijsten kwamen rechtstreeks in het databestand terecht. Zowel voor de papieren als de onlinevragenlijst geldt dat antwoorden niet zijn gekoppeld aan de naam van de respondent, zodat de anonimiteit van respondenten is gewaarborgd. Alle verzamelde gegevens zijn in lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) opgeslagen en verwerkt.

Respons en representativiteit Van alle aangeschreven cliënten in Schiedam hebben er 308 de vragenlijst ingevuld. De respons komt hiermee op 31%. Een nadere blik op de kenmerken van invullers wijst uit dat het merendeel (73%) zich identificeert als vrouw en ruim een kwart als man (27%). Geen van de invullers heeft de optie ‘anders’ geselecteerd. Ook is duidelijk dat invullers over het algemeen ouder zijn dan de gemiddelde Schiedammer: 85% is 65 jaar of ouder, terwijl slechts 6% jonger is dan 55 jaar. Figuur 1. Gender van invullers (N = 303)

Figuur 2. Leeftijd van invullers (N = 306)*

100% 85 jaar en ouder

90% 80%

28%

75 - 84 jaar

73%

70%

38%

65 - 74 jaar

60%

18%

55 - 64 jaar

9%

50% 40% 30%

27%

20% 10% 0%

45 - 54 jaar

3%

35 - 44 jaar

1%

25 - 34 jaar

0,3%

jonger dan 25 jaar

2%

0% Man

Vrouw

Anders

0%

10%

20%

30%

40%

* De leeftijd is berekend op basis van het geboortejaar.

Daarnaast geven veruit de meeste invullers (70%) aan dat ze het afgelopen jaar huishoudelijke hulp hebben ontvangen, gevolgd door vervoer met ievo (46%) en een scootmobiel of andere rolvoorziening (23%). Bijna de helft (46%) zegt bovendien meer dan één ondersteuningsvorm te hebben ontvangen, variërend van twee tot vijf. Vervoer met ievo en huishoudelijke hulp werden het vaakst samen ontvangen, al dan niet in combinatie met een scootmobiel of andere rolvoorziening.

juni 2025, versie 1.2

-3-

CEO WMO 2025 – Schiedam

Figuur 3. Ontvangen ondersteuningsvorm (N = 307)* Huishoudelijke hulp

70%

Vervoer met ievo (regiotaxi)

46%

Scootmobiel of andere rolvoorziening

23%

Meedoen in de Stad

7%

Woningaanpassing

6%

Woonvoorziening los

3%

Individueel vervoer

3%

Beschermd wonen met toezicht en/of begeleiding

3%

Hulpmiddel voor kinderen

0,3%

Anders, namelijk:

2% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

* Omdat veel cliënten meer dan één voorziening krijgen, telt het totaal op tot meer dan 100%.

Aangezien er beperkte informatie beschikbaar is over alle Schiedammers die het afgelopen jaar een Wmo-voorziening hebben ontvangen, kan niet worden vastgesteld of de onderzoeksresultaten volledig representatief zijn. Om die reden moeten de uitkomsten van dit onderzoek als indicatief worden beschouwd.

Vergelijkbaarheid eerdere edities Aangezien de vragenlijst sinds 2021 vrijwel hetzelfde is, zijn de resultaten van dit cliëntervaringsonderzoek in principe goed vergelijkbaar met die van eerdere edities. Dit geldt echter niet voor afgeleiden van de resultaten, zoals rapportcijfers. Sinds 2023 worden de rapportcijfers namelijk berekend volgens een nieuwe, betrouwbaardere methode. In voorliggende rapportage zijn alle gepresenteerde rapportcijfers van 20221 tot en met 2025 op deze manier berekend en om die reden goed met elkaar te vergelijken.

1.4 Leeswijzer Dit rapport beschrijft de ervaringen van cliënten die in het afgelopen jaar maatschappelijke ondersteuning hebben ontvangen. In hoofdstuk 2 worden eerst de uitkomsten van het onderzoek gepresenteerd in de drie thema’s: contact met de hulpverleners, kwaliteit van de ondersteuning en resultaat van de ondersteuning. In hoofdstuk 3 worden er vervolgens op basis hiervan enkele conclusies getrokken. De vragenlijst is opgenomen in de bijlage.

1

Rapportcijfers over 2022 zijn eveneens herrekend volgens de nieuwe methode.

juni 2025, versie 1.2

-4-

CEO WMO 2025 – Schiedam

2 Uitkomsten Dit hoofdstuk presenteert de onderzoeksresultaten. Daarbij wordt achtereenvolgens stilgestaan bij het contact met de hulpverleners, de kwaliteit van de ondersteuning en het resultaat van de ondersteuning. De uitkomsten zijn waar mogelijk grafisch weergegeven.

2.1 Contact met hulpverleners Uit de uitkomsten van het onderzoek blijkt dat de invullers over het algemeen tevreden zijn over hun contact met Rogplus of het wijkteam. Zo is een ruime meerderheid van alle invullers (78%) het (zeer) eens met de stelling ‘Ik wist waar ik moest zijn voor hulp’. Slechts enkele invullers (6%) waren het (zeer) oneens met deze stelling, de rest (16%) stond er neutraal tegenover. Hetzelfde beeld is te zien bij de snelheid waarmee de invullers werden geholpen. Een meerderheid van hen (73%) is hier tevreden over. Net als bij de vorige stelling, is slechts een klein deel van alle invullers (7%) het (zeer) oneens ermee. Tot slot staat 19% er neutraal tegenover. De invullers zijn het meest tevreden over de mate waarin de medewerkers van Rogplus of het wijkteam aandacht voor hen hadden. Een grote meerderheid van alle invullers (84%) is het (zeer) eens met de stelling ‘De medewerker had serieus aandacht voor mij’, terwijl wederom slechts enkele invullers (5%) het hiermee (zeer) oneens zijn. Het aandeel invullers dat neutraal tegenover de stelling staat, is met 11% iets lager dan bij de overige stellingen.

Tot slot lijkt een ruime meerderheid van alle invullers ook tevreden te zijn over de mate waarin medewerkers van Rogplus of het wijkteam oplossingsgericht zijn; 72% van de invullers is het (zeer) eens met de stelling ‘De medewerker zocht samen met mij naar een oplossing’. Een klein deel (6%) is het (zeer) oneens met de stelling. Figuur 4. Tevredenheid over het contact met Rogplus*

Ik wist waar ik moest zijn voor hulp (N = 232)

16%

56%

22% Zeer mee oneens

Ik werd snel geholpen (N = 229)

19%

54%

19%

Mee oneens Neutraal

De medewerker had serieus aandacht voor mij (N = 219)

11%

58%

Mee eens

26%

Zeer mee eens De medewerker zocht samen met mij naar een oplossing (N = 202)

22% 0%

20%

53% 40%

60%

19% 80%

100%

* Weergegeven zijn de percentages per antwoordcategorie zonder invullers die ‘weet niet/geen mening’ of ‘niet van toepassing’ hebben geantwoord, of de vraag niet hebben beantwoord.

Bekendheid met mogelijkheden tot hulp Aanvragers van een Wmo-voorziening hebben de mogelijkheid om de hulp in te roepen van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Dat is iemand die met hen meedenkt over welke hulp of ondersteuning het beste bij de aanvrager past. Minder dan de helft van de invullers (48%) was hiervan op de hoogte.

juni 2025, versie 1.2

-5-

CEO WMO 2025 – Schiedam

Hierbij valt op dat dit percentage aanzienlijk lager is dan het aandeel invullers dat het (zeer) eens is met de stelling ‘Ik wist waar ik moest zijn voor hulp’ (78%). In totaal geeft 52% aan onbekend te zijn met het vragen van hulp aan een onafhankelijke cliëntondersteuner. Een deel hiervan zegt het ook niet nodig te hebben gehad, echter 22% van alle respondenten had dit wel willen weten. Figuur 5. Bekendheid met mogelijkheden voor hulp bij het doen van een aanvraag (N = 287)

ja

30% 48% 22%

nee, maar dat had ik wel willen weten nee, maar dat had ik ook niet nodig

De rapportcijfers in figuur 6 laten zien dat de algemene tevredenheid over het contact met de medewerkers het afgelopen jaar fors is toegenomen. Na twee metingen met iets lagere scores, komt het totaal gemiddelde in deze editie op hetzelfde niveau als in 2022. Alle rapportcijfers zijn gestegen ten opzichte van de vorige meting. Met name de score op de stelling ‘Ik wist waar ik moest zijn voor hulp of ondersteuning’ is sterk verbeterd. Figuur 6. Contact met medewerkers in rapportcijfers2 Ik wist waar ik moest zijn voor hulp of ondersteuning Ik werd snel geholpen De medewerker had serieus aandacht voor mij De medewerker zocht samen met mij naar een oplossing Gemiddelde excl. bekendheid cliëntondersteuner Wist u dat u iemand kon vragen u te helpen bij de aanvraag voor hulp of ondersteuning? Gemiddelde incl. bekendheid cliëntondersteuner

2022 7,4 7,4 7,6 7,4 7,5

2023 7,2 7,0 7,6 7,4 7,3

2024 7,2 7,2 7,6 7,2 7,3

2025 7,6 7,3 7,8 7,3 7,5

5,6

5,5

5,2

5,3

7,1

6,9

6,9

7,1

Samenhang met andere variabelen Hoe tevreden de invullers zijn, hangt voor een deel samen met hun gender of leeftijd. Net als bij de vorige meting, zijn mannen meer tevreden dan vrouwen over het contact met de medewerkers van Rogplus of het wijkteam. Dit geldt in het bijzonder voor de aandacht die zij kregen en de snelheid waarmee zij geholpen werden. Ook gaven mannen vaker aan te weten dat zij hulp konden krijgen bij de aanvraag voor ondersteuning. Dit is tevens te zien bij jongere cliënten. Naarmate de leeftijd van de cliënten toeneemt, zijn de respondenten minder goed bekend met een onafhankelijke cliëntondersteuner. Bij de overige stellingen is er nauwelijks verschil naar leeftijd.

2 De percentages van de antwoordcategorieën zijn omgezet in rapportcijfers. Dit is voor alle gepresenteerde jaren op

dezelfde manier berekend. In vorige edities van deze rapportage is er gerekend met een andere schaalverdeling. Rapportcijfers kunnen dan ook niet vergeleken worden met de rapportcijfers gepresenteerd in edities van vóór 2022.

juni 2025, versie 1.2

-6-

CEO WMO 2025 – Schiedam

2.2 Kwaliteit van de ondersteuning Maar liefst 84% van alle respondenten is het (zeer) eens met de stellingen ‘Ik ben tevreden met de hulp of ondersteuning die ik kreeg’ en ‘De hulp of ondersteuning die ik kreeg, was een goede oplossing voor mijn hulpvraag’. Dat zijn er beduidend meer dan het aandeel dat het (zeer) oneens is met deze stellingen; dat is in deze meting 4%. Een zelfde beeld is te zien bij de stelling ‘Ik vind dat de hulp of ondersteuning goed werd uitgevoerd’. 82% is het (zeer) eens met deze stelling en 7% is het (zeer) oneens. 12% van de respondenten staat bij alle drie de stellingen neutraal tegenover de kwaliteit van de ondersteuning. Figuur 7. Tevredenheid kwaliteit van de hulp of ondersteuning* Ik ben tevreden met de hulp of ondersteuning die ik kreeg (N = 276)

12%

55%

Zeer mee oneens

30%

Mee oneens

De hulp of ondersteuning die ik kreeg, was een goede oplossing voor mijn hulpvraag (N = 260)

12%

Ik vind dat de hulp of ondersteuning goed werd uitgevoerd (N = 266)

12%

55%

Neutraal

29%

Mee eens

0%

20%

55% 40%

Zeer mee eens

27% 60%

80%

100%

* Weergegeven zijn de percentages per antwoordcategorie zonder invullers die ‘weet ik niet/geen mening’ of ‘niet van toepassing’ hebben geantwoord, of de vraag niet hebben beantwoord.

De tevredenheid met de kwaliteit van de ondersteuning in het algemeen vertoonde de afgelopen jaren een licht dalende trend, van een 7,9 in 2022 naar een 7,7 in 2024. In de huidige editie komt het totaal gemiddelde voor de kwaliteit van de hulp of ondersteuning uit op een 7,9. Alle scores zijn ten opzichte van vorig jaar verbeterd. Vooral over de hulp of ondersteuning die men kreeg is men duidelijk meer tevreden. Figuur 8. Kwaliteit van ondersteuning in rapportcijfers Ik ben tevreden met de hulp of ondersteuning die ik kreeg De hulp of ondersteuning die ik kreeg, was een goede oplossing voor mijn hulpvraag Ik vind dat de hulp of ondersteuning goed werd uitgevoerd Gemiddelde

2022 7,9

2023 7,8

2024 7,7

2025 8,0

7,9

7,9

7,7

7,9

7,9 7,9

7,8 7,8

7,6 7,7

7,7 7,9

Samenhang met andere variabelen Mannen zijn net als bij de vorige meting tevredener dan vrouwen, in het bijzonder wat betreft de stellingen ‘De ondersteuning die ik kreeg, was een goede oplossing voor mijn hulpvraag’ en ‘Ik vind dat de hulp of ondersteuning goed werd uitgevoerd’. Het verschil is respectievelijk 0,5 en 0,8 punt. Daarnaast zijn er enkele verschillen naar leeftijd, echter minder eenduidig als naar geslacht. Respondenten ouder dan 65 jaar zijn op alle drie de stellingen iets meer tevreden dan jongere respondenten. De rapportcijfers onder 65-plussers komen veelal uit op een 8,0 of hoger, terwijl dit onder de andere leeftijdsgroepen vaak niet het geval is.

juni 2025, versie 1.2

-7-

CEO WMO 2025 – Schiedam

Tevredenheid ondersteuningsvormen Sinds 2023 zijn twee extra vragen opgenomen in de vragenlijst: ‘Over welke vorm van ondersteuning bent u het meest tevreden?’ en ‘Over welke vorm van ondersteuning bent u het minst tevreden?’ In figuren 9 en 10 zijn de uitkomsten opgenomen. Hierbij zijn alleen de respondenten meegeteld die meerdere vormen van ondersteuning vanuit de Wmo hebben ontvangen. Figuur 9. Over welke hulp of ondersteuning bent u het meest tevreden? (N=112) Huishoudelijke hulp

24%

Scootmobiel of andere rolvoorziening

17%

Vervoer met ievo (regiotaxi)

8%

Meedoen in de Stad

3%

Woningaanpassing

1%

Individueel vervoer

1%

Beschermd wonen met toezicht en/of begeleiding

1%

Woonvoorziening los

0%

Hulpmiddel voor kinderen

0%

Anders

46% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Opvallend is het grote aandeel ‘anders’ bij beide vragen. Het gaat hier in verreweg de meeste gevallen om combinaties van voorzieningen, waarbij de respondenten het te lastig vonden om te kiezen. De ondersteuningsvormen die het meest worden aangeboden – huishoudelijke hulp, scootmobiel of andere rolvoorziening en vervoer met ievo – zijn ook de ondersteuningsvormen waarover men het meest tevreden is. Ook in de top 3 van voorzieningen waarover men het minst tevreden is, zijn deze drie te vinden. Hier staat vervoer met ievo bovenaan. Vervoer met ievo scoort dus in verhouding iets minder goed dan op grond van het vele gebruik kan worden verwacht. Figuur 10. Over welke hulp of ondersteuning bent u het minst tevreden? (N=37) Vervoer met ievo (regiotaxi)

35%

Huishoudelijke hulp

22%

Scootmobiel of andere rolvoorziening

3%

Meedoen in de Stad

3%

Woningaanpassing

3%

Woonvoorziening los

3%

Beschermd wonen met toezicht en/of begeleiding

3%

Individueel vervoer

0%

Hulpmiddelen voor kinderen

0%

Anders

32% 0%

juni 2025, versie 1.2

20%

40%

60%

80%

100%

-8-

CEO WMO 2025 – Schiedam

2.3 Resultaat van de ondersteuningsvorm Iets meer dan de helft van alle invullers (54%) is het (zeer) eens met de stelling ‘Ik kon mijn sociale contacten beter onderhouden’, terwijl slechts een kleine minderheid (4%) het hiermee (zeer) oneens is. Verder staat 42% van de invullers neutraal ten opzichte van deze stelling. Dit aandeel is toegenomen ten koste van het aandeel dat het eens is met de stelling. Met de stelling ‘Ik kon mijn huishouden beter regelen’ is 68% van alle invullers het (zeer) eens. Het aandeel respondenten dat neutraal tegenover de stelling staat is 24%, het percentage dat het (zeer) oneens is bedraagt 8%. Figuur 11. Resultaten van ontvangen ondersteuning* Ik kon mijn sociale contacten beter onderhouden (N = 187) Ik kon mijn huishouden beter regelen (N = 197)

42% 7%

Ik ben zelfstandiger geworden (N = 171)

33%

24%

21%

49%

15%

19%

38%

32%

13%

Zeer mee oneens Mee oneens

Ik kwam vaker de deur uit (N = 185)

11%

31%

36%

20%

Ik kon zelfstandiger naar afspraken gaan (N = 188)

9%

30%

31%

24%

Ik kon beter meedoen in de samenleving (N = 173)

9%

40%

Neutraal Mee eens

Ik heb een beter leven (N = 181)

34% 0%

20%

35%

14%

38% 40%

60%

Zeer mee eens

20% 80%

100%

* Weergegeven zijn de percentages per antwoordcategorie zonder invullers die ‘weet ik niet/geen mening’ of ‘niet van toepassing’ hebben geantwoord, of de vraag niet hebben beantwoord.

Voor de mate van ervaren zelfstandigheid is het beeld anders; slechts 44% van alle invullers is het (zeer) eens met de stelling ‘Ik ben zelfstandiger geworden’. Dat komt vooral doordat relatief veel respondenten neutraal staan tegenover de stelling (38%). Verder is 18% het (zeer) oneens met de stelling. Een meerderheid van de invullers vindt wel dat ze vaker de deur uit komen of zelfstandiger naar afspraken kunnen gaan. In totaal is 56% van de respondenten het (zeer) eens met beide stellingen, terwijl respectievelijk 13% en 14% het er (zeer) mee oneens is. Tot slot staat ongeveer 30% neutraal tegenover deze twee stellingen. Een vergelijkbaar beeld is te zien bij de stelling ‘Ik heb een beter leven’: 57% is het (zeer) eens, terwijl 9% het (zeer) oneens is met de stelling en 34% er neutraal tegenover staat. Daar staat tegenover dat slechts 49% van alle invullers het (zeer) eens is met de stelling ‘Ik kon beter meedoen in de samenleving’. Ook in dit geval komt dit vooral doordat een relatief groot deel van de invullers (40%) neutraal tegenover de stelling staat. Een kleiner deel (12%) is het (zeer) oneens ermee.

juni 2025, versie 1.2

-9-

CEO WMO 2025 – Schiedam

Als gekeken wordt naar de rapportcijfers, dan valt op dat men over de effecten van de ondersteuning de afgelopen jaren steeds positiever oordeelde. In de huidige meting is het rapportcijfer met een 6,9 gelijk gebleven aan die van vorig jaar. Respondenten zijn duidelijk positiever over de effecten van de ondersteuning op het huishouden. Echter over het meer zelfstandiger zijn geworden, zelfstandig naar afspraken gaan, vaker de deur uit komen of beter sociale contacten kunnen onderhouden is men iets minder positief. Figuur 12. Effecten van hulp of ondersteuning in rapportcijfers Ik kon mijn sociale contacten beter onderhouden Ik kon mijn huishouden beter regelen Ik ben zelfstandiger geworden Ik kwam vaker de deur uit Ik kon zelfstandiger naar afspraken gaan Ik kon beter meedoen in de samenleving Ik heb een beter leven Gemiddelde

2022 7,0 7,1 6,2 6,4 6,4 6,2 6,5 6,5

2023 7,0 6,8 6,3 6,7 6,6 6,4 6,7 6,6

2024 7,4 7,1 6,5 7,0 7,0 6,6 6,9 6,9

2025 7,1 7,3 6,3 6,9 6,9 6,6 7,0 6,9

Samenhang met andere variabelen Bij bijna alle stellingen geven mannen aan meer tevreden te zijn over de resultaten van de hulp of ondersteuning. Zij zeggen vaker dan vrouwen dat ze dankzij de ondersteuning beter het huishouden kunnen regelen en zelfstandiger naar afspraken kunnen gaan. De mate waarin respondenten het (zeer) eens zijn met de stellingen, lijkt ook samen te hangen met het type ondersteuning dat ze ontvangen. Daarbij gaat het vooral om voor de hand liggende zaken: respondenten die een scootmobiel of andere rolvoorziening ontvingen, geven bijvoorbeeld vaker aan dat ze hun sociale contacten beter kunnen onderhouden, meer de deur uit komen en zelfstandiger zijn geworden dan personen die deze ondersteuningsvorm niet ontvingen. Ook zijn cliënten die huishoudelijke hulp ontvingen, vaker van mening dat ze beter hun huishouden kunnen regelen.

juni 2025, versie 1.2

- 10 -

CEO WMO 2025 – Schiedam

2.4 Overige resultaten3 Bij de laatste vraag van het onderzoek konden respondenten aangeven wat zij zelf over de ontvangen hulp of ondersteuning kwijt wilden. In totaal maakten 122 respondenten van deze gelegenheid gebruik. Een groot deel van hen sprak waardering uit voor de hulp of ondersteuning die zij het afgelopen jaar ontvingen. De waardering heeft betrekking op verschillende vormen van hulp en ondersteuning, maar de meeste opmerkingen gaan over huishoudelijke hulp. Zoals één van de invullers zegt: “Ik ben heel blij dat de hulp/ondersteuning mij wil helpen, want door mijn geopereerde arm kan ik niet veel meer doen in huis. Mijn dank is groot aan jullie”. Toch zijn er ook minder positieve opmerkingen gemaakt. Sommige cliënten zijn minder tevreden over de kwaliteit van de ontvangen hulp of ondersteuning. Huishoudelijke hulp wordt vaak afgezegd of is te laat. Vervanging bij ziekte of vakantie is vaak niet goed geregeld en wanneer er wel vervanging is, bestaat deze vaak uit jonge medewerkers die hun best doen, maar weinig ervaring hebben.

3 Gezien het relatief kleine aantal opmerkingen, kan niet worden vastgesteld of en in hoeverre deze representatief zijn. De

genoemde voorbeelden zijn bedoeld om te illustreren welke soorten opmerkingen er zijn gemaakt.

juni 2025, versie 1.2

- 11 -

CEO WMO 2025 – Schiedam

3 Conclusies Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden over de tevredenheid van cliënten met de ondersteuning die zij in het kader van de Wmo ontvingen.

1. Cliënten zijn over het algemeen tevreden De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat cliënten over het algemeen tevreden zijn met de ondersteuning die zij ontvangen. Die tevredenheid heeft enerzijds betrekking op het aanvraagproces: veruit de meeste invullers wisten waar zij moesten zijn voor hulp en vinden dat ze snel werden geholpen, dat medewerkers serieus aandacht voor ze hadden en dat medewerkers samen met hen naar een oplossing zochten. Anderzijds zijn cliënten ook tevreden met de hulp of ondersteuning zelf. Van de drie thema’s (contact met de medewerkers, kwaliteit van de ondersteuning en resultaat van de ondersteuning) krijgt de kwaliteit van de ondersteuning de hoogste rapportcijfers. Bovendien zijn deze gestegen in vergelijking met de vorige meting. Een meerderheid van alle respondenten is tevreden met de ondersteuning die zij ontvangen, de mate waarin die ondersteuning een oplossing biedt voor hun hulpvraag en de wijze waarop de ondersteuning wordt uitgevoerd. Wat opvalt is dat mannen positiever oordelen over de ondersteuning dan vrouwen. Zij zijn meer tevreden over het contact met de medewerkers, de kwaliteit van de ondersteuning en het resultaat ervan. Overigens neemt de algemene tevredenheid niet weg dat er enkele knelpunten lijken te zijn. In dat kader valt vervoer met ievo op, waarover de respondenten in verhouding wat minder tevreden zijn.

2. De ondersteuning bij het doen van aanvragen blijft een aandachtspunt Hoewel de algemene waardering voor het contact met de medewerkers van Rogplus en het wijkteam verbeterd is, blijft de bekendheid met ondersteuningsmogelijkheden bij het doen van een aanvraag een punt van aandacht. In de huidige editie van het CliëntErvaringsOnderzoek is 48% van alle respondenten zich bewust van deze mogelijkheden. 22% van de respondenten gaf aan dit graag van tevoren te hadden geweten.

3. De ondersteuning heeft een overwegend positief effect op het leven van cliënten Cliënten die het afgelopen jaar ondersteuning hebben ontvangen, lijken daar over het algemeen in positieve zin door te zijn beïnvloed. Gemiddeld bezien is de waardering voor het resultaat van de hulp of ondersteuning in vergelijking met vorig jaar gelijk gebleven. Het effect van de ondersteuning lijkt het grootst op de mate waarin cliënten hun huishouden kunnen regelen en sociale contacten kunnen onderhouden. Datzelfde effect lijkt het kleinst op de algemene zelfstandigheid van cliënten en de mate waarin zij kunnen meedoen in de samenleving.4 Ook hier ervaren mannen dankzij de ondersteuning meer verbetering dan vrouwen met betrekking tot hun zelfstandigheid, het regelen van het huishouden en het kunnen meedoen in de samenleving.

4 Dat cliënten op deze indicatoren relatief het slechtst scoren, is op zich niet verwonderlijk; waar huishoudelijke hulp

cliënten aanzienlijk kan helpen in de mate waarin zij hun huishouden kunnen regelen, kent het effect van ondersteuningsmaatregelen op meer abstracte indicatoren als de mate waarin zij zelfstandig zijn of mee kunnen doen in de samenleving hoogstwaarschijnlijk grenzen.

juni 2025, versie 1.2

- 12 -

CEO WMO 2025 – Schiedam

Bijlage: vragenlijst Welkom bij het cliëntervaringsonderzoek van de Wmo Deze vragenlijst gaat over uw ervaringen van vorig jaar, het jaar 2024. U kunt de vragenlijst alleen invullen, of samen met iemand die u helpt. Wij kunnen niet zien welke antwoorden u geeft. Uw antwoorden hebben geen gevolgen voor u, of de hulp en ondersteuning die u ontvangt. U helpt ons door te vertellen wat u van uw hulp of ondersteuning vindt. Alvast hartelijk dank voor het invullen! BLOK 1. Over uzelf De vragen hieronder gaan over u. Bent u:  Man  Vrouw  Anders / zeg ik liever niet Wat is uw geboortejaar?

Graag uw geboortejaar in vier cijfers invullen (bijvoorbeeld 1950) In welke gemeente ontving u de hulp of ondersteuning?  Maassluis  Vlaardingen  Schiedam BLOK 2: Welke hulp of ondersteuning Welke hulp of ondersteuning kreeg u vanuit de Wmo? (u kunt meerdere vakjes aankruisen)  Scootmobiel of andere rolvoorziening  Hulpmiddel voor kinderen (bijvoorbeeld aangepaste buggy)  Huishoudelijke hulp  Woonvoorziening los (bijv. verrijdbare douchestoel)  Woningaanpassing (bijv. keukenaanpassing of een traplift)  Vervoer met ievo (regiotaxi)  Individueel vervoer (bijvoorbeeld vergoeding rolstoeltaxi)  Meedoen in de Stad (bijvoorbeeld dagbesteding, begeleiding)  Beschermd wonen met toezicht en/of begeleiding  Iets anders, namelijk:

juni 2025, versie 1.2

- 13 -

CEO WMO 2025 – Schiedam BLOK 3: Contact met Rogplus of het wijkteam U heeft vorig jaar contact gehad met Rogplus of het wijkteam van uw gemeente (in Maassluis Vraagraak). De volgende vraag gaat over hoe Rogplus of het wijkteam is omgegaan met u en uw hulpvraag. Geef aan in hoeverre u het eens bent met de onderstaande stellingen. Zeer mee eens

Mee eens

Neutraal

Mee oneens

Zeer mee oneens

Weet niet / geen mening

Niet van toepassing

Ik wist waar ik moest zijn voor hulp of ondersteuning Ik werd snel geholpen De medewerker van Rogplus of het wijkteam had serieus aandacht voor mij De medewerker van Rogplus of het wijkteam zocht samen met mij naar een oplossing Onafhankelijke cliëntondersteuning: Een onafhankelijke cliëntondersteuner is iemand die met u meedenkt over welke hulp of ondersteuning het beste bij u past. Wist u dat u iemand kon vragen u te helpen bij de aanvraag voor hulp of ondersteuning?  Ja  Nee, maar dat had ik wel willen weten  Nee, maar dat had ik ook niet nodig BLOK 4: Kwaliteit van de hulp of ondersteuning U kreeg vorig jaar hulp of ondersteuning, bijvoorbeeld hulp in het huishouden, begeleiding, regiotaxi, rolstoel of dagbesteding. De volgende vragen gaan over wat u van deze hulp of ondersteuning vindt. Geef aan in hoeverre u het eens bent met de onderstaande stellingen. Zeer mee eens

Mee eens

Neutraal

Mee oneens

Zeer mee oneens

Weet niet / geen mening

Ik ben tevreden met de hulp of ondersteuning die ik kreeg. De hulp of ondersteuning die ik kreeg, was een goede oplossing voor mijn hulpvraag. Ik vind dat de ondersteuning goed werd uitgevoerd.

juni 2025, versie 1.2

- 14 -

Niet van toepassing

CEO WMO 2025 – Schiedam Over welke hulp of ondersteuning bent u het meest tevreden? (graag één vakje aankruisen) Als u het afgelopen jaar maar één soort hulp of ondersteuning ontving, mag u deze vraag overslaan.  Scootmobiel of andere rolvoorziening  Hulpmiddel voor kinderen (bijvoorbeeld aangepaste buggy)  Huishoudelijke hulp  Woonvoorziening los (bijv. verrijdbare douchestoel)  Woningaanpassing (bijv. keukenaanpassing of een traplift)  Vervoer met ievo (regiotaxi)  Individueel vervoer (bijvoorbeeld vergoeding rolstoeltaxi)  Meedoen in de Stad (bijvoorbeeld dagbesteding, begeleiding)  Beschermd wonen met toezicht en/of begeleiding  Iets anders, namelijk:

Over welke hulp of ondersteuning bent u het minst tevreden? (graag één vakje aankruisen) Als u het afgelopen jaar maar één soort hulp of ondersteuning ontving, mag u deze vraag overslaan.  Scootmobiel of andere rolvoorziening  Hulpmiddel voor kinderen (bijvoorbeeld aangepaste buggy)  Huishoudelijke hulp  Woonvoorziening los (bijv. verrijdbare douchestoel)  Woningaanpassing (bijv. keukenaanpassing of een traplift)  Vervoer met ievo (regiotaxi)  Individueel vervoer (bijvoorbeeld vergoeding rolstoeltaxi)  Meedoen in de Stad (bijvoorbeeld dagbesteding, begeleiding)  Beschermd wonen met toezicht en/of begeleiding  Iets anders, namelijk:

BLOK 5: Resultaat van de hulp of ondersteuning U kreeg hulp of ondersteuning om u te helpen met een of meerdere hulpvragen. De volgende vragen gaan over wat die hulp of ondersteuning u opleverde? Geef aan in hoeverre u het eens bent met de onderstaande stellingen. Zeer mee eens

Mee eens

Neutraal

Mee oneens

Zeer mee oneens

Weet niet / geen mening

Ik kon mijn sociale contacten beter onderhouden. Ik kon mijn huishouden beter regelen. Ik ben zelfstandiger geworden. Ik kwam vaker de deur uit. Ik kon zelfstandiger naar afspraken gaan. Ik kon beter meedoen in de samenleving. Ik heb een beter leven. juni 2025, versie 1.2

- 15 -

Niet van toepassing

CEO WMO 2025 – Schiedam

Wilt u nog iets zeggen over de hulp of ondersteuning die u kreeg? Graag binnen de lijnen van het vak schrijven

Dit is het einde van deze vragenlijst. Hartelijk dank voor uw medewerking!

juni 2025, versie 1.2

- 16 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16047527/1