Bijlage 2 Verslag participatietraject
Tekst van het document
Opbrengsten Participatietraject Gemeente Schiedam (deel 1). Per bron van informatie is een tabel opgesteld die samenvat wat de input was, of en hoe dit verwerkt is in de regiovisie en eventueel in welke paragraaf van de regiovisie de opmerking terug te lezen is. 1. Stakeholdersbijeenkomst MVS Op 29 juni 2023 vond de stakeholdersbijeenkomst plaats in het Delta Hotel in Vlaardingen. De belangrijke partners in de MVS-regio op het gebied van BW, MO en VO waren aanwezig om mee te denken over de regiovisie. Er waren 24 partners aanwezig die verspreid over verschillende thematafels met elkaar in gesprek gingen. Dit heeft geresulteerd in waardevolle input dat is meegenomen met het opstellen van de regiovisie. In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste reacties, conclusies en adviezen per thematafel omschreven. In het verslag dat als bijlage is toegevoegd aan de regiovisie is uitgebreid omschreven hoe de bijeenkomst is verlopen (zie verslag stakeholdersbijeenkomst). N
Opmerking
Verwerking
1
Lokaal wat kan, regionaal wat nodig is.
2
Beschermd wonen is maatwerk; dus niet per se alleen 24-uurs toezicht.
3
De wijken moeten klaargemaakt worden voor de BW- doelgroep.
4
Er is behoefte aan eenduidige toegang met duidelijke richtlijnen en een lage drempel. Als we centraliseren vraagt dit expertise bij de organisaties/mensen die de hulpvragen tot zich nemen.
5
Zorg voor ketensamenwerking en goede overdracht.
Bij de regiovisie is het uitgangspunt om in MVS verband samen op te trekken. Naast regionaal beleid hebben wij ook lokaal beleid op deze thema’s. Grotendeels passen deze binnen de genoemde speerpunten in de regiovisie. We moeten er alert op blijven dat wij de ”couleur locale” behouden. Het huidige, bestaande gat tussen beschermd wonen en zelfstandig wonen met ambulante begeleiding wordt gedicht door het inrichten van Beschermd Thuis. Beschermd Thuis is geen product maar een beweging tot inhoudelijke transformatie. Het gaat om het inrichten van voorzieningen die het mogelijk maken zo zelfstandig mogelijk te wonen, zoals onplanbare zorg (nu vaak intramuraal) en minder dan 24-uurs toezicht (par 4.1). De beweging naar beschermd thuis benadrukt het belang van het absorptievermogen van de wijken. Dit is het vermogen van wijken en buurten om andere inwoners zoveel mogelijk op te kunnen nemen in hun woonomgeving en de mate waarin daarvoor draagvlak in de wijk of buurt is (par. 2.3). We gaan hiervoor intensief het gesprek met de wijk aan bij de uitvoeringsplannen. Het doel is om één toegang voor alle maatschappelijke opvanglocaties te realiseren. Ook de preventieve functie van de toegang willen we in de komende periode versterken, waarbij de gemeente een steeds nadrukkelijkere rol krijgt.
Hiermee bereiken we een verbetering in de dienstverlening en weten we vaker opname in de opvang of beschermd wonen te voorkomen. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van de directe toegang tot samenhangende hulp voor hele gezinssystemen (slachtoffers, plegers en andere betrokkenen van huiselijk geweld) (par 5.6). Zolang iemand nog niet volledig zelfstandig en zelfredzaam is, blijft ketensamenwerking nodig. In complexere situaties is samenwerking de sleutel om te komen tot een passende maatwerkoplossing. De zwakke plekken in systemen oplossen, sociale netwerken versterken en het bevorderen van sociale inclusie is waar we als samenleving zorg voor dragen. Om onze ambities te realiseren is samenwerking onmisbaar. Dit doen we door de ketensamenwerking te versterken zodat op een overstijgende manier samenwerking gerealiseerd wordt op
1
6 7
8
9
Aanpakken stigma op de doelgroep. Maak meer gebruik van preventieve voorzieningen.
Er is behoefte aan meer maatwerk door de steeds complexer wordende doelgroep. De omgeving en het netwerk moet betrokken worden bij het plaatsen van cliënten in de wijk. Helaas zijn de wijken hier nog niet klaar voor en dient er rekening te worden gehouden met de impact op de bewoners van een wijk en met het voorzieningenniveau in de wijk.
kennisuitwisseling en afstemming. Hiervoor is het creëren van gezamenlijke verantwoordelijkheid van belang (par. 3.2). Passend aanbod is van belang. Dit vraagt om inzet zodat stigmatisering van de doelgroep verminderd wordt(par 5.2). Voor de visie op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang sluiten we aan bij de veel bredere maatschappelijke ontwikkeling om meer in te zetten op preventie door een goede basis van algemeen toegankelijke voorzieningen en welzijnspartijen (par 3.4). Inwoners met meervoudige complexe problemen krijgen te vaak te maken met de gevolgen van sociale uitsluiting. We willen meer maatwerk bieden zodat zij beter mee kunnen doen en de regie hebben over eigen leven (par 3.1). Het absorptievermogen van wijken is een aandachtspunt. Dit is het vermogen van wijken en buurten om andere inwoners met complexe problematiek zoveel mogelijk op te kunnen nemen in hun woonomgeving en de mate waarin daarvoor draagvlak in de wijk of buurt is (par 2.2).
2
2. Raadsbijeenkomsten MVS Op 6 september 2023 (Schiedam), op 7 september 2023 (Vlaardingen) en op 19 september 2023 (Maassluis) vonden de raadsinformatiebijeenkomsten plaats. Een afvaardiging van de raden was hierbij aanwezig. Het beoogde doel van deze themabijeenkomsten was om de inzichten en opvattingen van de raden te verzamelen en deze te verwerken in de regiovisie. N
Opmerking
Verwerkt door
1
Wordt er gekeken naar verschillende aanpakken voor verschillende kwetsbare doelgroepen (Cultureel, LHBTIQ+, arbeidsmigranten, etc.)?
Onder de mensen die gebruik maken van maatschappelijke opvang of beschermd wonen bevinden zich ook inwoners die extra kwetsbaar zijn. Denk hierbij aan kinderen, jongeren, de LHBTIQ+ doelgroep, arbeidsmigranten of mensen die vanwege huiselijk geweld de thuissituatie hebben moeten verlaten en een veilige plek nodig hebben. Ook voor hen hebben we een passend aanbod dat aansluit bij wat nodig is op dat moment (par 3.1).
2
Wordt er ook gekeken naar initiatieven om uitstroom sneller mogelijk te maken, zoals Kamers met Aandacht?
3
Wordt er ook gekeken naar EUarbeidsmigranten?
Naast de belemmeringen in begeleiding bestaan er ook belemmeringen in de huisvesting. Afspraken met woningcorporaties en inzetten op creatieve woonoplossingen (een voorbeeld hiervan is het project ‘kamers met aandacht’ die jongeren met een lichte zorgvraag koppelen aan inwoners die een kamer over hebben en graag een warm nest bieden) kan zorgen voor meer mogelijkheden om een geschikte woonplek te vinden voor een jongere (par 3.1). Recent zien we het aantal EU-migranten die buiten op straat slapen toenemen. Zij hebben veelal geen recht op de reguliere opvang, maar zorgen wel voor overlast. Samen met omliggende gemeenten als Rotterdam wordt gewerkt aan een passende aanpak met als voornaamste doel deze mensen terug te begeleiden naar hun thuisland (par 5.9).
4
Verslaving: Dit soort mensen blijven altijd bestaan. In de Regiovisie moeten we een plek creëren waar deze groep een soort vaste stamgasten kunnen worden. Dwangmatig afkicken is niet de oplossing. Dan is de kans op terugval te groot.
Er zijn een aantal inloopvoorzieningen binnen de MVS waar verschillende doelgroepen terecht kunnen, zoals daklozen, verwarde personen (GGZ) en ook mensen met een verslaving.
5
In hoeverre wordt de flat of de wijk van een cliënt meegenomen als deze er komt wonen?
6
Er komt juist aandacht voor plegersperspectief, dat is belangrijk! Je zou langzaam het stigma op plegers landelijk moeten veranderen.
De beweging naar beschermd thuis benadrukt het belang van het absorptievermogen van de wijken. Dit is het vermogen van wijken en buurten om andere inwoners zoveel mogelijk op te kunnen nemen in hun woonomgeving en de mate waarin daarvoor draagvlak in de wijk of buurt is (par. 2.3). Het tijdelijk opvangen van plegers kan in een aantal gevallen helpen om te zorgen voor een veilige situatie waarin de hulp voor het (gezins)systeem kan worden opgestart. Veelal worden plegers van huiselijk geweld nu opgevangen in een hotel. Hier krijgen ze geen ondersteuning. Het is echter juist van belang dat de opvang wordt geboden in combinatie met hulp (par 6.6).
Naast de regionale inloopvoorzieningen hebben de gemeenten afzonderlijk nog een lokaal aanbod aan inloopvoorzieningen, die ook open staan voor deze doelgroep. Voor de visie op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang sluiten we aan bij de veel bredere maatschappelijke ontwikkeling om meer in te zetten op preventie door een goede basis van algemeen toegankelijke voorzieningen en welzijnspartijen. Dit is de transformatie van het sociaal domein waar iedere gemeente mee bezig is. Hierdoor kunnen problemen vroeg worden gesignaleerd en worden aangepakt voordat deze verergeren. Hierbij wordt breed gekeken naar verschillende leefgebieden (par 3.4).
3
7
Zijn jullie ook aan het kijken naar verschillende locaties in de wijken? Hoe vindt de spreiding plaats?
Ja. We kijken naar verschillende locaties in de verschillende wijken. De draagkracht in wijken en buurten is sterk door spreiding over wijken en buurten over de regio (par 3.1).
8
Er moet meer inzicht in aantallen komen.
We verzamelen actuele en relevante informatie met alle partners binnen de maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aantal cliënten per locatie, het aantal huisuitzettingen, de wachtlijst per locatie of inzicht in de doelgroep per locatie. Met deze informatie brengen we de resultaten en prestaties van onze partners en voorzieningen in kaart en kunnen we als gemeenten beter sturen toekomstige resultaten (par. 3.3).
9
Investeer in de inzet van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid bij het opstellen van beleid en bij de uitvoering. Hoe wordt omgegaan met zorgmijders? Hoe pakken jullie dit aan?
De mogelijkheid hebben om ervaringen te delen en hierdoor meer ervaringskennis op te doen wordt alom gewaardeerd. De aanwezigheid van zelfhulpgroepen, herstelgerichte activiteiten en laagdrempelige ontmoetingsplekken draagt bij aan het herstel en de inclusie van inwoners met diverse uitdagingen en problemen(par. 3.2). We zetten meer in op outreachende hulpverlening. De outreachende hulpverleners gaan de straat op en hebben een breed netwerk om cliënten zo snel mogelijk te kunnen signaleren en te begeleiden naar de juiste ondersteuning. Hierbij hebben zij speciale aandacht voor zorgwekkende zorgmijders (par 5.5).
Hoe gaan we om met lokale wensen? Stel; Schiedam wil meer aandacht voor of inzetten op een bepaald onderwerp, hoe doe je dit in de regio? Houd rekening met jongeren die te maken krijgen met de overgang van jeugdzorg naar Wmo (18-/18+)
De gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, gericht op een goede dienstverlening aan de eigen inwoners en ruimte voor het behoud van eigen identiteit in de uitvoering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang (par. 7.2).
We moeten meer inzicht krijgen in het aantal daklozen.
Voor de maatschappelijke opvang zal worden ingezet op het uitvoeren van een ETHOS telling. ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’. ETHOS Light is ontwikkeld als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen en geldt als minimale classificatie van dakloosheid (par 3.3).
10
11
12
13
De overgang van wetten wanneer een jongere 18 jaar wordt verloopt soepel; Daarnaast is het belangrijk dat de overgang naar het 18e levensjaar “warm” verloopt. Cliënten kunnen “zorgmoe” zijn (bij vertrek uit jeugdinstellingen) en de nieuw verworven vrijheid door het verkrijgen van de rechtspositie met 18 jaar is een trigger om zorg te mijden. Een zachte landing is, zeker als jongvolwassenen uit een jeugdzorginstelling komen, nodig (par. 4.2).
4
3. Participatieraad Sociaal Domein gemeente Schiedam Het college heeft de participatieraad om een reactie gevraagd op de concept regiovisie. Specifiek is gevraagd om te reageren op een aantal punten: -
Is de regiovisie goed te begrijpen en helder geschreven? Zo nee, hoe zou dit verbeterd kunnen worden? Herkent u zich in de gestelde knelpunten op de aangehaalde onderwerpen? Wat is uw kijk op de visie en de daaruit voortvloeiende speerpunten? Wilt u tot slot nog iets meegeven?
Onderstaand wordt per advies/reactie aangegeven of en hoe dit verwerkt is in de regiovisie. N
Opmerking
Verwerking
Is de regiovisie goed te begrijpen en helder geschreven? 1
2
3
4
Voor ambtenaren en mensen van We hebben geprobeerd zoveel mogelijk jargon zorginstellingen en hopelijk ook voor uit te leggen en afkortingen uit te schrijven. politici is het stuk vermoedelijk goed te Daarnaast is een afkortingen/begrippenlijst begrijpen. Voor niet ingevoerde burgers en toegevoegd in de bijlage. mensen die van de voorzieningen gebruik maken zal veel niet te begrijpen zijn. Er staat veel jargon in. Iedereen moet wel in de gelegenheid zijn Bij de inspraakronde voor de het te lezen en te begrijpen. Ons advies is uitvoeringsplannen wordt deze vraag breder een verkorte versie te maken met daarin de uitgezet. Dit wordt overwogen. belangrijkste punten in eenvoudige taal en ondersteund met beeldmateriaal. En dit te verspreiden in regionale kranten, regionale tv, social media en kanalen die de doelgroep aangeeft. Bij 1.2 Doelgroep (pag.5) * is Alinea is aangepast zodat er beter onderscheid Vrouwenopvang in de laatste regel niet is tussen de verschillende oorzaken en goed terecht gekomen. (Daarnaast kunnen doelgroep. verschillende aandoeningen of *De genoemde paginanummers waarnaar beperkingen een rol hebben, zoals verwezen wordt, hebben betrekking op de psychische problematiek, verslaving en/of conceptversie van de regiovisie. Met de vormgeving licht verstandelijke beperkingen.
Dit zijn van de regiovisie zijn de paginanummers mensen die een beroep (kunnen) doen op veranderd. beschermd wonen, maatschappelijke opvang of vrouwenopvang.) Geweld in afhankelijkheidsrelaties is immers geen aandoening, beperking of verslaving. Herkent u zich in de gestelde knelpunten op de aangehaalde onderwerpen? De huidige knelpunten staan soms wat verstopt in de tekst. Het vergroot onzes inziens de leesbaarheid en de navolgbaarheid als een knelpunt kort en bondig geformuleerd wordt, zodat duidelijk is wat het gewenste alternatief is en welke speerpunten daarbij passen.
Knelpunten zijn korter en bondiger beschreven en beter herkenbaar in relatie tot de genoemde speerpunten.
5
Wat is uw kijk op de visie en daaruit voortvloeiende speerpunten? 5
6
7
8
9
Er wordt op pagina 6 aangegeven dat verblijf in een voorziening kortdurend is. Er is ook een groep mensen dat langdurig ondersteuning nodig heeft, soms levenslang. Houd dus ruimte voor langer durende beschikkingen, wat ook in lijn is met de landelijke bestuurlijke afspraken langdurige GGZ in de Wlz en Wmo. Paragraaf 3.1: het is niet zo duidelijk of dit over de door u genoemde beweging gaat, of dat er ook daadwerkelijk andere (meer ambulante) woonvormen komen en wat daar dan voor nodig is. We geven u ook de tip mee om te kijken naar het concept van wooncirkels. Op pagina 10 wordt een aantal specifieke doelgroepen genoemd. Landelijk is er steeds meer aandacht voor de LHBTIQ doelgroep. We zijn onvoldoende bekend met hoe groot deze groep in de MVS-regio is, en adviseren dit te onderzoeken (mocht dit onbekend zijn) en te overwegen om hier dan specifieke plekken voor te maken daar waar de veiligheid in het geding is. Pag.11; strengere toelatingseisen zorgen ervoor zorgen dat cliënten pas later weer in beeld komen, wanneer de problematiek meestal ernstiger is geworden. Wat wordt met deze constatering gedaan. Komen er meer opvangplekken? Wordt er meer ingezet op preventie? Of andere oplossingen? Pag 11; Housing first. Er is een groot tekort is aan (betaalbare en geschikte) woningen. We adviseren om te onderzoeken welke alternatieven er zijn.
Deze alinea is er in de laatste versie uit gehaald. Er wordt niet meer over een bepaalde termijn gesproken. Uitgangspunt is de behoefte van de inwoner.
Het gaat hier over de beweging van beschermd wonen naar beschermt thuis. Dit is een van de speerpunten. Hierbij onderzoeken we zeker de mogelijkheden voor andere woonvormen. Hier nemen we uw advies in mee.
In dit hoofdstuk is aandacht voor bijzonder kwetsbare doelgroepen waaronder de LHBTIQ+ doelgroep. Ook hier is een passend aanbod voor nodig. Dit zal verder worden uitgewerkt in de uitvoeringsplannen (par 3.1).
Deze constatering heeft geleid tot de speerpunt om de beleidsregels rondom de toegang te herijken om afglijding te voorkomen en in een zo vroeg mogelijk stadium met de problematiek van cliënten aan de slag te gaan. Ook wordt meer ingezet op preventie (par 5.6 en 5.8).
Dit advies nemen we mee.
Dit wordt meegenomen in de woonzorgvisie; in de laatste nieuwe versie van de regiovisie is benoemd dat het belangrijk is om een duidelijke prioritering aan te brengen voor verschillende doelgroepen breder dan alleen de doelgroepen beschreven in deze visie.
Durf keuzes te maken en maak afspraken met de woningcorporatie over een aantallen en soorten woningen voor specifieke doelgroepen. Investeer in alternatieve woonvormen.
Housing first, of ‘Wonen eerst’ zoals dit in het nationale actieplan dakloosheid wordt genoemd, is niet alleen geschikt voor mensen uit de MO, maar ook voor BW en VO. Ons advies is om de afspraken hierover te verbreden naar ook deze doelgroepen.
Zoals de regiovisie schetst is er veel overlap tussen de doelgroepen BW, MO, VO. Dit kan betekenen dat er ook overlap in het aanbod ontstaat. Bij het uitwerken van de uitvoeringsplannen houden we hier rekening mee en onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn.
M.b.t. angst voor overlast die een mogelijke voorziening in de buurt veroorzaakt: Voldoende vaste begeleiding en zorg leidt tot minder
Dit advies nemen we mee. Wanneer projectplannen worden gemaakt voor specifieke voorzieningen/activiteiten zal hier rekening mee gehouden worden.
6
10
11
overlast. Hulpverleners kunnen niet alleen snel ingrijpen en extra stutten en steunen waar nodig, maar ook de buurt en de buren helpen in hun “buren zijn”. pag.11,4: moderniseren/aanpassen van de bestaande locaties is noodzakelijk en is passend bij de vernieuwde visie; Zorg voor een goed vindbare vraagbaak voor kwetsbare inwoners en voor iedereen die zich zorgen maakt over iemand. Pag. 12 wordt beschreven hoe de centrale toegang nu georganiseerd is. Er wordt niet duidelijk wat het gewenste einddoel is en wat daar de voordelen van zijn. Wij adviseren om in ieder geval lokale inloopadressen te hebben, makkelijk bereikbaar en toegankelijk voor mensen die deze hulp nodig hebben of informatie willen. Herijken van de toelatingscriteria is noodzakelijk, zodat er passende hulp is voor iedereen.
Dit werken we verder uit in de uitvoeringsplannen. Dit geld voor meerdere doelgroepen en thema’s.
Als speerpunten zijn benoemd dat er één toegang voor alle maatschappelijke opvanglocaties komt en dat we de beleidsregels rondom de toegang herijken. Onderzoek en hoe dit er dan uit komt te zien wordt uitgewerkt in het uitvoeringsplan (par 5.6).
12
Op pag. 13 wordt heel summier iets gezegd over preventie. Terwijl het onzes inziens cruciaal is om maximaal in te zetten op preventie. Dit voorkomt onnodige instroom in de MO/BW/VO. Wat we hierin willen meegeven is dat het belangrijk is niet alleen te investeren in de samenwerking met het sociaal domein maar vooral ook met het netwerk van mensen en de buren.
Eens; Dit is opgenomen bij de integrale speerpunten: o.a. Voor de visie op beschermd wonen, maatschappelijk opvang en vrouwenopvang sluiten we aan bij de veel bredere maatschappelijke ontwikkeling om meer in te zetten op preventie door een goede basis van algemeen toegankelijke voorzieningen en welzijnspartijen. Dit is de transformatie van het sociaal domein waar iedere gemeente mee bezig is. Hierdoor kunnen problemen vroeg worden gesignaleerd en worden aangepakt voordat deze verergeren. Hierbij wordt breed gekeken naar verschillende leefgebieden (positieve gezondheid) (par 3.4).
13
Pagina 16, laatste alinea: “Inwoners met meervoudige complexe problemen krijgen te vaak te maken met de gevolgen van sociale uitsluiting, ect. We onderschrijven dit uitgangspunt. We adviseren om met de doelgroep en/of ervaringsdeskundigen in gesprek te gaan om uit te vragen wat aansluit op hun mogelijkheden, wensen en dromen. En in gesprek te gaan met de buurt/de buren wat zij nodig hebben!
14
De gemeente wil in haar beleid meer gebruik maken van de expertise van ervaringsdeskundigen. Onze vraag is wat ‘meer’ inhoudt: is dat bij alle beleidsvoorstellen? Wat is jullie ambitie? We adviseren ook, waar dat nog niet gebeurt, met de aanbieders van de MO/BW/VO voorzieningen afspraken te maken over de inzet van
Eens; dit is ook expliciet opgenomen in de regiovisie bij de integrale speerpunten: We maken meer gebruik van ervaringsdeskundigheid bij het ontwikkelen van beleid. Cliëntparticipatie willen we beter integreren in de bestaande infrastructuren van kennisoverdracht en beleidsontwikkeling. Om erachter te komen hoe cliënten de ondersteuning en zorg ervaren is het van belang de cliëntparticipatie onderdeel te laten zijn van overleg- en inspraakstructuren (par. 3.2). Wij spreken hier nu alleen over deze regiovisie en zullen bij het maken van de uitvoeringsplannen zeker gebruik maken van ervaringsdeskundigen. Het advies m.b.t. aanbieders zullen wij zeker meenemen. Een aantal van deze organisaties maken hier al gebruik van.
7
15
16
ervaringsdeskundigen in de eigen organisaties. Doelgroepen: LVB (licht verstandelijke beperking) lijkt in de doelgroepomschrijving voorbehouden aan de MO. In de praktijk blijkt dat er ook bij beschermd wonen veel cliënten zijn met LVB als bijkomende problematiek, en andersom. Monitoren en cijfermatige gegevens verzamelen is belangrijk om aard en omvang te kennen. Hoe vergaat het mensen die nu ergens afgewezen zijn? Hoe is het met bankslapers? Verborgen daklozen?
Hier zijn we het mee eens. Dit wordt aangepast bij de doelgroepen BW (bijlage 1).
In de nieuwe versie is opgenomen dat hierop wordt ingezet: Dit doormiddel van een Ethos telling: ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’. ETHOS Light is ontwikkeld als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen en geldt als minimale classificatie van dakloosheid par 3.3).
Wilt u tot slot nog iets meegeven? 17
Alle leeftijdsgroepen zijn van belang! Toch vragen wij extra aandacht voor jongeren 18 min/18 plus
In het stuk is specifiek aandacht voor deze doelgroep toegevoegd: Aandacht voor de wetsovergang bij 18-/ 18+ (par 3.1).
18
We denken als Participatieraad graag mee over de uitvoering van het plan
Daar gaan we, naast stakeholders, cliëntenraden en inwoners zeker ook de Participatieraad bij betrekken.
8