CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ontwikkelkader Staatsliedenbuurt 16 oktober 2025

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Hamerstuk: Raadsvoorstel herziening grondexploitatie Staatsliedenbuurt8.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwikkelkader Staatsliedenbuurt Inclusief principes buitenruimte en beeldkwaliteitsregels November 2025

Ziegler | Branderhorst

2

Inhoudsopgave 1. INLEIDING 4 1.1 Doel van het ontwikkelkader 1.2 Het plangebied 1.3 Uitgangspunten 2. ANALYSE EN OPGAVE 8 2.1 Nieuwland 2.2 Staatsliedenbuurt 3. ONTWIKKELKADER 18 3.1 Stedenbouwkundige principes 3.2 Stedenbouwkundig ontwerp 3.3 Ontwikkelkader 3.4 Thematische kaarten 4. BUITENRUIMTE ONTWERP 28 4.1 Entreegebied Nieuwland 4.2 Johan de Wittsingel 4.3 De centrale parkstrook 4.4 Het singelpark (verstreken van de groenstructuur) 4.5 De dwarsstraatjes 5. BEELDKWALITEIT 44 5.1 Architectonische samenhang 5.2 Aansluitingen tussen openbaar en privé 5.3 Binennwereld en ontsluitingen 5.4 Toekomstwaarde 5.5 Voorzieningenn 5.6 Binnengebied 5.7 Zeven stedenbouwkundige ensembles

1. Inleiding Dit document bevat het ontwikkelkader, het schetsontwerp voor de buitenruimte en het beeldkwaliteitsplan voor de Staatsliedenbuurt in Schiedam. Het bouwt voort op de haalbaarheidsstudie die in juni 2023 is opgesteld, waarin is onderzocht welke mate van verdichting mogelijk is in relatie tot fasering, parkeren, programma, buitenruimte, bezonning en grondexploitatie. Uit die studie kwam een voorkeursvariant naar voren, gekenmerkt door compacte bouwblokken met een brede, groene parkstrook. Deze variant sloot het beste aan op de bestaande stedenbouwkundige opzet en vormt daarmee een nieuwe, 21e-eeuwse structuur in de wijk. De bestaande woningen aan de singel en het blok aan de Heinsiusstraat worden geïntegreerd in de nieuwe verkaveling. Door de overlap tussen bestaande en nieuwe bouwvelden is een gefaseerde uitvoering goed mogelijk, met behoud van ruimtelijke kwaliteit.

Dit ontwikkelkader biedt richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de buurt en legt een samenhangende basis voor verdichting, kwaliteit en leefbaarheid. Het document is als volgt opgebouwd: Dit document start in hoofdstuk 2 met de analyse van de wijk en de daaruit voortkomende ruimtelijke opgave. In hoofdstuk 3 volgt het Ontwikkelkader, waarin ook het stedenbouwkundig ontwerp en de bijbehorende uitgangspunten zijn opgenomen. Hoofdstuk 4 gaat dieper in op het ontwerp voor de buitenruimte en hoofdstuk 5 sluit af met de beeldkwaliteitsregels.

De Staatsliedenbuurt is gebouwd in de jaren 60 en bestaat voornamelijk uit drie- tot vijflaagseportiekflats, met een hogere galerijflat ‘Damstaete‘. De woningen en de woonomgeving zijn inmiddels sterk verouderd. Een groot deel van het bezit is in handen van woningcorporatie Woonplus. In 2021 is een succesvolle aanvraag gedaan bij het Volkshuisvestingsfonds (VHF), resulterend in een bijdrage voor zowel de herstructurering (sloop-nieuwbouw van corporatiewoningen) als de verduurzaming van particulier bezit (VvE’s). Binnen de herstructurering wordt ingezet op verdichting, door toevoeging van woningen in het midden- en duurdere segment. Het absolute aantal sociale huurwoningen blijft daarbij gelijk. De fysieke vernieuwing moet

Ziegler | Branderhorst

niet alleen de ruimtelijke kwaliteit verbeteren, maar ook bijdragen aan een veerkrachtige buurt. De Staatsliedenbuurt scoort op sociaaleconomische indicatoren momenteel het laagst van heel Schiedam - onder andere op het gebied van gezondheid, leefbaarheid en veiligheid.

1.1 Doel van het ontwikkelkader De herontwikkeling van de Staatsliedenbuurt is onderdeel van een bredere stedelijke opgave om Schiedam te verdichten, te verduurzamen en sociaal-economisch te versterken. Deze buurt grotendeels gebouwd in de jaren 60 - is aan het einde van zijn levensduur en biedt tegelijkertijd veel potentie voor transformatie. Dit ontwikkelkader heeft als doel om richting te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de Staatsliedenbuurt. Het legt de basis voor: • •

4

een nieuwe verkaveling die gefaseerd ontwikkeld kan worden; een kwalitatieve invulling van de buitenruimte;

• •

beeldkwaliteitseisen voor nieuwbouw die passen bij de gewenste ruimtelijke identiteit en kwaliteit; kaders voor ontwikkelaars, ontwerpers en betrokken partijen die zorgen voor samenhang en kwaliteit in het verdere proces.

Dit document is in eerste instantie een inspiratiedocument voor initiatiefnemers. Daarnaast biedt het document de gemeente houvast bij het afstemmen van initiatieven, het toetsen en beoordelen van plannen en het borgen van de ruimtelijke kwaliteit.

1.2 Het plangebied In de Staatsliedenbuurt staan 18 complexen, zowel van corporatie als particuliere eigenaren. De woonblokken variëren in grootte, van 18 tot 100 appartementen, met een gemiddeld energielabel E. Het plangebied reikt zich uit tot de negen complexen (geel) van corporatie Woonplus. Deze complexen, met in totaal 252 woningen, worden gesloopt. De overige complexen worden behouden, maar zijn wel meegenomen in het studiegebied om lange termijn kansen en stedenbouwkundige structuren te verkennen.

Huidige situatie en eigendommen van de Staatsliedenbuurt

particulier bezit woonplus bezit verduurzamen woonplus bezit sloop

De 252 niet-verduurzaamde corporatiewoningen in de Staatsliedenbuurt verkeren in een technisch en functioneel verouderde staat. Ook de openbare ruimte laat te wensen over: veel plekken zijn onbestemd en anoniem, met een dominante aanwezigheid van verkeers- en parkeerruimte. De ruimte is weinig uitnodigend voor verblijf of ontmoeting. Tegelijkertijd biedt de Staatsliedenbuurt volop kansen. De wijk is gunstig gelegen en uitstekend ontsloten met openbaar vervoer: Metrostation Nieuwland ligt op loopafstand, met directe verbindingen naar het centrum van Rotterdam en het strand van Hoek van Holland. Dankzij deze ligging is de Staatsliedenbuurt een aantrekkelijke verdichtingslocatie binnen de stad. De buurt wordt omringd door groene structuren, zoals de ecologische zone aan de overzijde van het metrospoor en de singel langs de Burgemeester van Haarenlaan. Ook voorzieningen zoals het winkelcentrum aan de Monseigneur Nolenslaan liggen binnen handbereik.

Dit ontwikkelkader legt de basis voor een samenhangende, groene en veerkrachtige Staatsliedenbuurt. Ziegler | Branderhorst

6

1.3 Uitgangspunten De opgave in de Staatsliedenbuurt is meervoudig en vraagt om een integrale aanpak. Belangrijke uitgangspunten zijn: •

Verdichting leidt tot een betere openbare ruimte: Er wordt sterk ingezet op het verbeteren van de verblijfskwaliteit en de biodiversiteit van de grotendeels autoluwe openbare ruimte. De centrale parkstrook wordt ontwikkeld tot een hoogwaardige, uitnodigende verblijfsruimte. Daarnaast wordt de recreatieve potentie van de singel versterkt.

•

Vernieuwing van de woningvoorraad: De bestaande niet-verduurzaamde portiekwoningen van Woonplus zijn sterk verouderd. Door sloop en nieuwbouw ontstaat ruimte voor duurzame, comfortabele woningen en een meer diverse bewonersgroep.

•

Verduurzaming van particulier bezit: Met behulp van het Volkshuisvestingsfonds wordt het mogelijk om ook particuliere eigenaren, waaronder VvE’s, te betrekken bij de gebiedsvernieuwing.

•

Een veerkrachtige en inclusieve buurt: De fysieke vernieuwing moet ook de sociale structuur van de buurt versterken. Een divers woning- en voorzieningen aanbod, aantrekkelijke openbare ruimte en plekken voor ontmoeting, recreatie en spelen vormen de basis voor een leefbare, veilige en gezonde wijk.

•

Een autoluwe woonomgeving: Door het autoverkeer in de openbare ruimte terug te dringen met de aanleg van een parkeergarage, ontstaat er meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Dit draagt bij aan een prettigere leefomgeving met meer groen en verblijfsmogelijkheden.

•

Verbetering van de buitenruimte rond station Nieuwland: Een opwaardering van de stationsomgeving draagt bij aan de herkenbaarheid, veiligheid en aantrekkelijkheid van de buurt als OVknooppunt.

•

Bestaande bomen zoveel mogelijk behouden of compenseren Bij de verdichting van de buurt is het behoud van bestaande bomen met toekomstwaarde het uitgangspunt. Waar kap onvermijdelijk is, worden nieuwe bomen geplant op plekken die het nieuwe ruimtelijke raamwerk versterken. Bestaande volwassen bomen die behouden blijven, worden tijdens de bouw met de grootst mogelijke zorg beschermd.

Om de ruimtelijke kwaliteit gedurende het hele planproces te waarborgen, stelt de gemeente Schiedam een kwaliteitsteam (Q-team) aan. Dit team bestaat uit een supervisor (voorzitter), een afgevaardigde van de AOK en twee gemeentelijke deskundigen op het gebied van stedenbouw en ontwerp van de buitenruimte. Het kwaliteitsteam overlegt met initiatiefnemers en betrokken ontwerpers om tot een kwalitatief hoogwaardige planontwikkeling te komen. Het team wordt betrokken bij de architectenselecties voor de deelopgaven en toetst de architectonische uitwerkingen aan de beeldkwaliteitseisen in het ontwikkelkader. Ook bewaakt het de samenhang tussen de deelprojecten en stuurt het aan op een consistente uitvoering van het geheel.

1.4 Kwaliteitsborging

In de verdere uitwerking kunnen zich situaties voordoen die afwijken van het ontwikkelkader en de beeldkwaliteitseisen. Het kwaliteitsteam is gemandateerd om, mits goed gemotiveerd, van het vastgestelde ontwikkelkader af te wijken. Op basis van voortschrijdend inzicht kan het team afwegingen maken die beperkte afwijkingen onderbouwen, zolang deze bijdragen aan de integrale kwaliteit en uitvoerbaarheid van de ontwerpen.

Dit document vormt het toetsingskader voor de architectonische en programmatische uitwerking van het plan voor de Staatsliedenbuurt. De herontwikkeling van deze buurt neemt meerdere jaren in beslag en wordt gefaseerd uitgevoerd. Diverse partijen en initiatiefnemers zijn hierbij betrokken. Dit proces vraagt om zorgvuldige afstemming en toetsing op samenhang en kwaliteit.

De inrichting van de buitenruimte wordt parallel aan de vastgoedontwikkeling ontworpen en uitgevoerd. De samenhang tussen de bebouwing en de openbare ruimte wordt in dit parallelle ontwerpproces versterkt. Huidige en mogelijk ook toekomstige bewoners van de Staatsliedenbuurt worden via een participatieproces betrokken bij de inrichting van de nieuwe openbare ruimte.

2. Analyse en opgave 2.1 Nieuwland Nieuwland is de eerste grote naoorlogse uitbreidingswijk van Schiedam, grotendeels gerealiseerd tussen 1950 en 1965. De wijk werd opgezet volgens de modernistische ontwerpprincipes van de wederopbouw: licht, lucht en ruimte, een strikte functiescheiding, en gestandaardiseerde systeembouw. De stedenbouwkundige opzet bestaat uit een krachtig raamwerk van radiale en ringvormige hoofdwegen, waarbinnen woonbuurten zijn verkaveld met strokenbouw en herhalende stempels. De wijk is aangelegd op opgehoogde voormalige polders, met subtiele hoogteverschillen tussen stad en polder, zichtbaar in taluds en singels.

Door de jaren heen is de wijk op veel plekken vernieuwd. Sinds de jaren 80 zijn delen van de oorspronkelijke bebouwing vervangen of gerenoveerd, zijn nieuwe woningtypologieën geïntroduceerd, en is de openbare ruimte op meerdere plekken aangepast. Daarbij is op sommige plaatsen de oorspronkelijke ruimtelijke samenhang onder druk komen te staan, door bijvoorbeeld de nadruk op autoparkeren of het verdwijnen van groenstructuren. De wijk is hierdoor veranderd in een lappendeken van oud en nieuw. Toch is Nieuwland op stedelijk niveau nog altijd leesbaar als een samenhangende ‘stadin-de-polder’. De ligging tussen de historische binnenstad en de spoordijk en het raamwerk van lanen en singels. De opgave voor de toekomst ligt in het zorgvuldig benutten en versterken van deze bestaande kwaliteiten, als fundament voor vernieuwing met respect voor de karakteristieken van de wijk.

Groen en water spelen een hoofdrol in de opbouw van de wijk. Parkways, singels en collectieve binnentuinen vormen een doorlopend groenblauw netwerk dat tot in de haarvaten van de wijk doordringt. De architectuur is terughoudend maar zorgvuldig, met ritmiek in gevelindeling, plastiek in balkonen portiekvormen, en heldere bouwvolumes. Samen geven ze Nieuwland een eigen, ingetogen karakter.

Ziegler | Branderhorst

8

Situering Staatsliedenbuurt binnen de groenblauwe structuur van Nieuwland

Monsigneur Nolenslaan (jaren 60)

Schimmelpenninckstraat (jaren 60.)

Opgave: De buurt moet uit het isolement worden gehaald door heel zorgvuldig ruimtelijk verbonden te worden met de omgeving. Benut de bestaande singelstructuur om aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer te creëren, die de samenhang en bereikbaarheid in de buurt en met de omliggende wijken versterken.

2.2 De Staatsliedenbuurt Op buurtniveau worden verschillende kenmerken zichtbaar, die in de onderstaande tekst worden toegelicht. De analyse van deze kenmerken wordt vertaald in een ‘opgave’ voor het ontwikkelkader. In de formulering van de opgave zit de conclusie van de stedenbouwkundige waardering van de buurt besloten. Ligging en begrenzing De Staatsliedenbuurt vormt een herkenbare buurt binnen Nieuwland, gelegen in de noordoosthoek van de wijk, tussen de Nieuwe Damlaan, de Burgemeester van Haarenlaan en de verhoogde spoorbaan van de Hoekse Lijn. Deze ligging - ingeklemd tussen twee infrastructuurlijnen - maakt de buurt relatief geïsoleerd van de rest van Nieuwland. Het appartementencomplex aan de westzijde vormt een fysieke buffer tussen de Schimmelpenninckstraat en de Nieuwe Damlaan, terwijl de singel aan de zuidzijde en het spoortalud aan de noordzijde als duidelijke groene grenzen functioneren. Deze randen maken deel uit van het groenblauwe raamwerk van Nieuwland en dragen bij aan de landschappelijke identiteit van de buurt, maar vormen ook een barrière. Er zijn momenteel geen bruggen over de singel, wat de verbinding met voorzieningen zoals de winkelstrip aan de Monseigneur Nolenslaan, de Damlaan en de binnenstad van Schiedam beperkt. Nieuwe brugverbindingen kunnen hierin op termijn een belangrijke rol spelen.

Ziegler | Branderhorst

10

Bereikbaarheid en ontsluiting Hoewel de buurt relatief geïsoleerd ligt, is zij goed ontsloten. Met de auto is de buurt bereikbaar via de Piersonstraat; voor fietsers zijn er verbindingen via de rotonde aan de Nieuwe Damlaan en de fietsbrug bij metrostation Nieuwland. Deze worden nog niet volledig benut. Met de metro ben je binnen een kwartier in het centrum van Rotterdam en in een half uur op het strand van Hoek van Holland. Aan de zuidzijde van de singel ligt de trambaan van lijnen 21 en 24, met verbindingen richting Vlaardingen, Rotterdam en andere Schiedamse wijken. De binnenstad van Schiedam ligt op slechts een kwartier lopen of vijf minuten fietsen. De ligging aan deze regionale vervoersassen is daarmee een belangrijke kwaliteit. Opgave: De goede ontsluiting, met name met betrekking tot het openbaar vervoer is een kracht. Het metroplein is een belangrijke entree tot de buurt. Ontwerp een uitnodigende en herkenbare route waarbij het aankomstplein functioneert als verblijfsplek en orientatiepunt voor voetgangers en fietsers.

Bereikbaarheid en ontsluiting

Analyse van groene openbare ruimtes

Structuur analyse

Dichte plinten met onbestemd kijkgroen

Vijflaagse portiekflats aan de spoorzijde

Nieuwe Damlaan: gesloten kopgevel en groene corridor

Vijflaagse portiekflats aan de singel

De singel heeft veel kwaliteit, maar dit is op veel punten niet te ervaren. Ziegler | Branderhorst

12

Groene tussenruimtes met karakteristieke bomen

Afgesloten binnenruimtes bij de verduurzaamde woningen aan de Heinsiusstraat

Speelruimte aan de Donker Curtiusstaat

Parkeren op maaiveld

Entree naar de wijk vanaf metrostation Nieuwland

Stempelstedenbouw en ruimtelijke structuur De Staatsliedenbuurt is exemplarisch voor naoorlogse stadswijken en is opgezet volgens de principes van de stempelstedenbouw. Hierbij worden enkele typen bouwblokken - de stempels - gecombineerd tot een herhaalbaar patroon met tussenliggende verkeers- en groenzones. Dit resulteerde in een helder en rationeel stedenbouwkundig geheel dat waarin de specifieke groenstructuur heel royaal, sterk en karakteristiek is. De buurt bestaat grotendeels uit portieketageflats van vijf lagen, strokenbouw gebouwd in een systeem, met collectieve binnenterreinen en veel openbaar groen.

Opgave: De ruimtelijke structuur van de Staatsliedenbuurt is sterk, maar functie en beheer zijn veelal onduidelijk. Bouw voort op de bestaande ruimtelijke structuur en maak betekenisvolle, uitnodigende en sociaal veilige verblijfsplekken, met een duidelijke hiërarchie tussen privé, collectief en openbare ruimten.

Opgave: De bestaande stempel is kenmerkend voor de identiteit van de Staatsliedenbuurt. De nieuwe verkaveling bouwt voort op de maat en ritmiek van de bestaande stempelstructuur. De nieuwe stedenbouwkundige structuur vormt een mix van tijdslagen van de oorspronkelijke bouw, gerenoveerde woningbouw en nieuwbouw.

Gebouwen staan vrij in het groen. De Middenbaan accentueert de hoofdroute.

Ziegler | Branderhorst

Kwaliteit van de openbare ruimte De openbare ruimte tussen de woonblokken is vaak onbestemd van karakter: het is onduidelijk van wie het groen is, het onderhoudsniveau laat te wensen over en de gesloten plinten dragen niet bij aan levendigheid of sociale controle. Verblijfsplekken op ooghoogte ontbreken, waardoor het gebruik van de buitenruimte beperkt is. De ruimtelijke structuur biedt wel potentie: de groene doorzichten, centrale ligging en schaal van de bouwblokken vormen een goede basis voor verbetering. De aanwezigheid van grote bomen wordt gewaardeerd.

De richting van de gebouwen benadrukken de routing. De orientatie van de woningen benadrukken de plek. 14

De gebouwen zijn opgebouwd uit herhalende delen. De configuratie omsluit een ruimte.

De stedenbouwkundige opzet van Nieuwland en de Staatsliedenbuurt, met de stedenbouwkundige structuur als leidend motief (boven). De huidige karakteristiek van de bebouwing aan de Johan de Wittsingel (onder).

Architectonische eigenschappen van de bebouwing De portieketageflats in de Staatsliedenbuurt zijn kenmerkend voor de naoorlogse wederopbouwarchitectuur. De blokken zijn gerealiseerd in systeembouw en tellen drie tot vijf bouwlagen, met een uitgesproken repetitief gevelbeeld. Hoewel de architectuur rationeel en economisch van opzet is, is er zichtbaar aandacht besteed aan maat, ritmiek en plastiek in de gevels. Dit resulteert in een herkenbaar en samenhangend straatbeeld. Karakteristiek zijn de doorlopende betonbanden die als vloeren en balkons de horizontale geleding bepalen, en de verticale ritmiek van de portieken, waarbij het trappenhuis en de entree tussen de balkons zijn gepositioneerd. Hierdoor ontstaat een helder gevelritme en zijn de entrees goed herkenbaar in het straatbeeld, wat bijdraagt aan oriëntatie en gebruiksvriendelijkheid. De oorspronkelijke detaillering - zoals balkonhekken, betonnen luifels en metselwerkpatronen - is op veel plekken nog aanwezig., Deze karakteristieke details staan onder druk door achterstallig onderhoud en eerdere ingrepen. Renovatie of herontwikkeling biedt daarmee een kans om deze architectonische kwaliteiten te behouden, te herstellen of op eigentijdse wijze te vertalen in de nieuwe architectuur. Opgave: De oorspronkelijke systeembouw in de Staatsliedenbuurt bevat verschillende kwaliteiten.

Onderhoud en renovatie zijn punten van aandacht. Nieuwe bebouwing sluit aan op het ritme, de plastiek en gelaagdheid van de bestaande portiekflats, zonder het letterlijk te kopiëren. Door op eigentijdse wijze voort te bouwen op de structuur en idioom van de wederopbouwarchitectuur, worden nieuwe gebouwen vanzelfsprekend onderdeel van de

Ziegler | Branderhorst

16

architectonische samenhang in deze buurt. Woningvoorraad en technische staat De woningvoorraad van deze buurt bestaat grotendeels uit sociale huurwoningen van woningcorporatie Woonplus. In totaal gaat het om 318 woningen, waarvan er in 2018 drie complexen zijn gerenoveerd als onderdeel van een pilotproject voor gasloos wonen. Deze drie complexen moeten in bestaande toestand worden geintegreerd in de nieuwe stedenbouwkundige compositie. De resterende 252 portieketagewoningen, gebouwd in 1958, zijn technisch en functioneel sterk verouderd. Ze hebben geen lift, schieten tekort in wooncomfort en voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. De herontwikkeling van deze woningen is daarmee niet alleen een bouwtechnische, maar ook een maatschappelijke opgave. Opgave: Bestaande en nieuwe gebouwen zullen een mooi samenspel tussen verschillende tijdsbeelden moeten vormen. Zorg voor stedenbouwkundige en architectonische samenhang tussen de verschillende gebouwen, met extra aandacht voor de kwaliteit van de plint en de entree, zijn een belangrijk deel van de opgave. Er moet onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden om bestaande bebouwing aan te passen, zoals “uitplinten” (activeren van de plint) en “optoppen”, waarbij per pand een afweging gemaakt kan worden.

Doorlopende betonbanden

De entree vormt een ritmisch element

Woning ‘spiegelt‘ zich aan het portiek

3. Ontwikkelkader In dit hoofdstuk wordt het ontwikkelkader toegelicht aan de hand van de stedenbouwkundige principes (zie 3.1). Het ontwikkelkader (zie 3.3) biedt richtlijnen en spelregels voor de ontwikkeling van verschillende deelprojecten en borgt daarmee de ruimtelijke kwaliteit. Het kader is gebaseerd op het stedenbouwkundig ontwerp (zie 3.2), maar is abstracter van aard. Hierdoor biedt het voldoende flexibiliteit voor het vervolgproces, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke samenhang. De maat van de openbare ruimte is daarbij structurerend en bepalend. In paragraaf 3.4 worden enkele specifieke thema’s toegelicht, zoals parkeren en technische voorzieningen, die de concrete uitwerking van het stedenbouwkundig plan ondersteunen.

3.1 Stedenbouwkundig principes Het stedenbouwkundig ontwerp en het ontwikkelkader kunnen worden uitgelegd aan de hand van onderstaande principes Ruimte maken voor kwaliteit in het stedenbouwkundig ontwerp De bestaande bebouwing wordt deels gesloopt waardoor er een centrale parkstrook ontstaat die de nieuwe buurt haar identiteit en samenhang geeft. Er wordt zorgvuldig aangesloten op de bebouwing (die blijft staan) in het nieuwe plan. Zo blijft de herkenbaarheid van de buurt behouden, terwijl er tegelijk plek ontstaat voor nieuwe woningen, betere verbindingen en kwalitatieve buitenruimte. Op die manier versterken oud en nieuw elkaar en ontstaat een toekomstbestendige buurt met een helder ruimtelijk raamwerk.

Ziegler | Branderhorst

18

Langegrekte parkstrook als ruggengraat van de wijk De langgerechte parkstrook vormt de ruimtelijke ruggengraat waarop de hele buurt is georiënteerd. Deze nieuwe publieke ruimte verbindt metrostation Nieuwland en flatgebouw Damstate (westzijde) met het Lyceum Schravenlant (oostzijde). Deze parkstrook loopt precies tussen de bestaande bebouwing aan de Heinsiusstraat door en fungeert in het ontwerp als belangrijke langzaam verkeersas. Aan weerszijde van deze parkstrook liggen stroken met bebouwing die zich voegen naar de rooilijnen. In deze stroken wordt nieuwbouw in hoge dichtheid gecombineerd met bestaande woningbouw. Groene ruimten definiëren bouwvelden De centrale parkstrook wordt aan twee zijden verbonden met de singels aan de randen van de locatie. Aan de noordzijde ligt de Johan de Wittsingel langs de spoordijk. Aan de zuidzijde ligt de Burgermeester van Haarenlaan met in het profiel een brede singel, die belangrijk is voor het ruimtelijk raamwerk van Nieuwland. De bebouwingsstroken worden aan weerszijde van de parkstrook onderbroken door groene doorsteken. Via deze ruimtelijke dwarsverbanden is er steeds zicht op en verbinding met singels. De doorsteken zijn geritmeerd op regelmatige afstanden. De doorsteken aan de noordzijde liggen altijd verschoven ten opzichte van de doorsteken aan de zuidzijde.

Op deze wijze ontstaat een logische en leesbare ruimtelijke compostie van bouwblokken (A t/m G).

Ruimte maken voor kwaliteit in het stedenbouwkundig ontwerp De bestaande stempelstructuur wordt deels gesloopt om de groene parkzone te kunnen realiseren. De bestaande bebouwing wordt zorgvuldig opgenomen in het nieuwe ontwerp.

Langgerekte parkstrook als ruggengraat van de wijk De groene parkzone vormt de centrale drager van het plan, waar de buurt op is georiënteerd. Deze zone verbindt de buurt bovendien met metrostation Nieuwland en de nieuwe brug over de singel. De bestaande flat aan de Heinsiusstraat wordt ingekort om een doorgaande route mogelijk te maken. Groene ruimten definiëren bouwvelden Het stedenbouwkundig plan bestaat uit zeven compacte bouwvelden langs de groene parkzone, die ten opzichte van elkaar zijn verschoven. Zo ontstaat een doorwaadbaar gebied met een belangrijke verbinding naar de zuidelijke singel, die voor recreatief gebruik wordt ingericht.

Ritmiek binnen de zeven ensembles De verkaveling bestaat uit compacte, samengestelde bouwblokken. Bestaande bebouwing - zoals de woningen aan de singel en de stroken aan de Heinsiusstraat - wordt opgenomen in de compositie van deze bouwblokken. Binnen de bouwblokken is sprake van een mix aan woningtypologieën, ontsluitingsprincipes en vormen van buitenruimte. In de bebouwingsstrook aan de zuidzijde worden de stroken rond de centrale parkstrook viermaal herhaald, terwijl de hoekaccenten aan de singel driemaal worden toegepast, naast de bestaande portiekflats. Zo ontstaan karakteristieke ritmes in de lange gevelwanden van het plan. De beeldkracht van de oorspronkelijke structuur keert in versterkte vorm terug. Naast metrostation Nieuwland is een woontoren als hoogteaccent opgenomen in de plancompositie. Dit accent vormt een aanvulling op de samengestelde bouwblokken. De woontoren fungeert als herkenningspunt en vraagt om een zorgvuldige uitwerking. Zowel de beeldkwaliteit van de toren als het programma in de plint moeten bijdragen aan de kwaliteit van het entreegebied bij het metrostation.

Ziegler | Branderhorst

20

Flexibiliteit in het plan Het plan is gebaseerd op een aantal robuuste dragers die richting en samenhang bieden, maar tegelijkertijd ruimte laten voor variatie. De lange lijnen en de behouden bestaande bebouwing definiëren de ruimten en geven structuur aan de wijk. Deze bestaande bebouwing vormt de basis voor een ritmisch stedenbouwkundig plan. De vastgestelde rooilijnen bouwen hierop voort en zorgen voor een heldere ordening, waarbij een nieuwe structuur wordt geïntroduceerd. De bebouwing is georganiseerd in ensembles van gebouwen die zich tot elkaar verhouden en telkens een herkenbare relatie aangaan. Binnen deze ensembles is ruimte voor gevarieerde invullingen, waardoor flexibiliteit in programma en architectuur mogelijk blijft zonder dat de samenhang verloren gaat. De binnenhoven worden altijd zo groen mogelijk ingericht, ook wanneer er geparkeerd wordt.

Ritmiek binnen de zeven ensembles De verkaveling bestaat uit compacte bouwblokken - in regelmatige ritmes - waarin bestaande bebouwing is geïntegreerd. Door herhaling en variatie in woningtypologieën en buitenruimten ontstaat een gevarieerde maar samenhangende buurt. Een markante woontoren bij metrostation Nieuwland fungeert als herkenningspunt.

Flexibiliteit in het plan De bebouwing is georganiseerd in ensembles van gebouwen die zich tot elkaar verhouden en steeds een herkenbare relatie hebben. Binnen deze ensembles is ruimte voor gevarieerde invullingen

3.2 Stedenbouwkundig ontwerp Het ontwerp transformeert de wijk tot een compacte en duurzame stadsbuurt met sterke groenstructuren, robuuste bouwblokken en een fijnmazig netwerk van openbare ruimte. Bestaande gebouwen, zoals Damstaete en metrostation Nieuwland, worden zorgvuldig ingepast. Er is de intentie om de woningen aan de Heinsiusstraat deels te verwerven om de stedenbouwkundige structuur voort te zetten. Een nieuwe brug over de singel verbindt het gebied met het winkelcentrum en de rest van Nieuwland.

Ziegler | Branderhorst

22

3.3 Ontwikkelkader Het ontwikkelkader op deze pagina laat de hoofdlijnen en spelregels zien voor de toekomstige inrichting van de Staatsliedenbuurt. Het zorgt ervoor dat losse projecten samen een samenhangend geheel vormen, terwijl er ruimte blijft om in te spelen op nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De kaart en bijbehorende legenda zijn hierbij leidend.

Ziegler | Branderhorst

24

3.4 Thematische kaarten Hiernaast worden enkele thematische kaarten toegelicht die de concrete uitwerking van het stedenbouwkundig plan onderbouwen. De ruimtelijke compositie is op diverse aspecten getest en zorgvuldig doordacht. Het samenspel van ruimtelijke afwegingen, noodzakelijk bouwvolume, (woning)technische eisen, parkeernormen en duurzaamheidsambities komt samen in het voorliggende plan.

Parkeren: collectief en zorgvuldig ingepast De Staatsliedenbuurt wordt grotendeels autoluw ingericht. Ontsluiting en parkeervoorzieningen worden geconcentreerd op drietal manieren: • Parkeren op maaiveld Aan de randen van de buurt (te noemen Johan de Wittsingel, Nieuwe Damlaan, Schimmelpennickstraat en Piersonstraat. Waar mogelijk in halfverharding vormgegeven; • Parkeren in hoven (collectief) In parkeerhoven, ontsloten via de Burgemeest er van Haarenlaan (Singelpark). De toepassing hiervan kan zowel op maaiveld als onder een dek plaatsvinden; • Gebouwd parkeren (collectief) In de parkeerhub, ontsloten via de Johan de Wittsingel. Fietsparkeren wordt inpandig opgelost conform de gemeentelijke richtlijnen. Daarnaast worden op strategische plekken in de openbare ruimte aanvullende fietsparkeerplekken voor bezoekers gerealiseerd.

Technische voorzieningen en hulpdiensten Het stedenbouwkundig plan besteedt aandacht aan de zorgvuldige inpassing van voorzieningen zoals transformatorstations, afvalcontainers en brandweeropstelplaatsen. Transformatorstations worden bij voorkeur geïntegreerd in de architectuur, zodat ze het straatbeeld. Niet verstoren.

Ziegler | Branderhorst

26

Waar dit niet mogelijk is, krijgen ze een plek in de openbare ruimte, omgeven door groen of erfafscheidingen die passen bij de omgeving, zonder de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud te belemmeren. Ook afvalcontainers worden vanzelfsprekend in de openbare ruimte opgenomen. Elke woning heeft een container binnen 125 meter, met minimaal één per 50 huishoudens. De containers worden bij voorkeur geclusterd op logische plekken langs looproutes en ontsluitingswegen, maar niet in de dwarsstraten of de parkstrook. Individuele afvalbakken worden niet gebruikt. De dwarsstraten en de parkstrook blijven wel toegankelijk voor hulpdiensten. Rondom de ensembles is altijd een vrije zone van minimaal 3,25 meter in de straten en nabij de entree (maximaal 10 meter).

Bomen Binnen de Staatsliedenbuurt draagt de bestaande bomenstructuur sterk bij aan de leefkwaliteit. Uitgangspunt bij de herontwikkeling is om zoveel mogelijk bomen te behouden. Waar nieuwbouw of infrastructuur dit onmogelijk maakt, vindt kap plaats met zorg en respect voor karakteristieke bomenclusters. Ook in de nieuwe parkeerhoven wordt nadrukkelijk gekeken naar behoud van bestaande bomen. Aan de noordzijde van de Johan de Wittsingel blijven alle bomen staan, waardoor de groene laanstructuur behouden blijft. Om het groene karakter van de wijk te versterken, worden veel nieuwe bomen geplant. In de parkstrook en langs het Singelpark ontstaan zo nieuwe laanstructuren die bijdragen aan de samenhang en oriëntatie in de openbare ruimte.

Themakaart: Parkeren: collectief en zorgvuldig ingepast

Themakaart: Technische voorzieningen en hulpdiensten

Themakaart: Bomen

4. Buitenruimte ontwerp De herontwikkeling en transformatie van de Staatsliedenbuurt krijgt vorm op basis van een samenhangende buitenruimte. Deze vormt zowel de ruggengraat van de ruimtelijke structuur als een plek voor ontmoeting en beweging. Het ontwerp van de buitenruimte is uitgewerkt in vijf verschillende, kenmerkende profielen:

Deze vijf profielen ordenen de stedenbouwkundige compositie van de buurt en de inrichting van de openbare ruimte, met sterke verbindingen naar de omgeving. Per profiel zijn ruimtelijke ontwerpprincipes geformuleerd.

1. Het entreeplein (metro Nieuwland); 2. De Johan de Wittsingel (auto-ontsluiting); 3. De centrale parkstrook (hoofd verblijfsgebied); 4. Het singelpark (versterken van de groenstructuur); 5. De dwarsstraatjes (ritme van doorsteek verbindingen N-Z).

Ziegler | Branderhorst

28

4.1 Entreegebied Nieuwland: geleidelijke overgang tussen stad en wijk De omgeving rond metrostation Nieuwland wordt opnieuw ingericht als een uitnodigende toegang tot de wijk, met meer verblijfskwaliteit voor de reiziger. Zo ontstaat een leesbare en prettige overgang van dit OV-knooppunt naar de schaal van de buurt. Het metroplein wordt een plek waar je je gemakkelijk kunt oriënteren en prettig kunt verblijven. Het fietsparkeren en andere noodzakelijke voorzieningen worden op een logische en landschappelijke manier ingepast. De toren op het voorplein vormt een duidelijk oriëntatiepunt en versterkt de route richting de centrale parkstrook en de Johan de Wittsingel.

Ruimtelijke principes 1. Heldere oriëntatie: de ruimtelijke overgang van station naar wijk wordt vanzelfsprekend vormgegeven met het oog op zichtlijnen en oriëntatie; 2. Voetganger en fietser centraal: Comfortabele, logische routes zorgen voor goede doorstroming en uitnodigen tot langzaam verkeer, met bijzondere aandacht voor kruisingen en verblijfsplekken; 3. Verblijfswaardige entree: Het gebied rond het metrostation krijgt een sterk eigen karakter met herkenbare pleinbeplanting en zitplekken; 4. Sociale veiligheid: Open zichtlijnen, actieve randen en zorgvuldig geplaatste verlichting zorgen voor een sociaal veilige en prettige omgeving. Goede verlichting van de openbare ruimte (met een locatie specifiek lichtplan) is daarin cruciaal.

Nieuwe toegang tot de buurt vanuit metrostation Nieuwland Ziegler | Branderhorst

30

Het entreeplein vormt een geleidelijke overgangsroute tussen metro en buurt (Station Rouen)

De beplanting definieert de route en zorgt voor orientatie (Postpark, Den Haag)

Het gebied krijgt een sterk eigen karakter (Hegelplatz, Berlijn)

Het gebied wordt ingericht als verblijfsplek (Station Driebergen-Zeist)

Profiel Nieuw Damlaan West-Oost

De omgeving rond metrostation Nieuwland wordt ingericht als uitnodigende toegang tot de wijk, met meer verblijfskwaliteit. Het metroplein krijgt een duidelijke oriëntatie met de toren als herkenningspunt en vormt een prettige overgang naar de buurt en de centrale parkstrook.

Ziegler | Branderhorst

32

4.2 Johan De Wittsingel: groene stedelijke laan De Johan de Wittsingel krijgt een belangrijke rol als ontsluitingsweg en wordt getransformeerd tot een groene, stedelijke laan langs de bestaande singel en de metrospoordijk. Door het huidige langsparkeren aan beide zijden te vervangen door haaks parkeren aan één zijde van het profiel, ontstaat een veel rustiger en groener straatbeeld. De bestaande bomenstructuur blijft intact en vormt een stevige landschappelijke groenstructuur. De rijbaan blijft functioneel voor autoverkeer en vormt de hoofdaanrijroute naar de mobiliteitshub. Langs de laan verrijzen nieuwe gebouwen van zes tot negen verdiepingen.

Ruimtelijke principes •

•

•

•

Deelgebied en profiellijn Ziegler | Branderhorst

34

Heldere ontsluiting: de straat ondersteunt de hoofdinfrastructuur van de wijk, met een logische, eenduidige verkeersstructuur die ook uitnodigend is voor langzaam verkeer; Groen als drager: de bestaande bomen worden behouden en geïntegreerd in het profiel. Tussen de bomen komt haaksparkeren in halfverharding, zodat het groene karakter versterkt wordt en doorlopend kan worden ervaren; Overzicht en veiligheid: door parkeren te concentreren aan één zijde en te zorgen voor goede zichtlijnen en beperkte rijsnelheden, ontstaat een veilige straat voor alle gebruikers; Voordeuren en entrees aan de straat: gebouwen oriënteren zich met entrees en actieve plinten direct op de straat.

De groene parkeerstrook aan één zijde wordt geïntegreerd met de bestaande bomen.

Ontworpen overgangszone met geveltuinen (Senang, Amsterdam)

Profiel Johan de Wittsingel Noord-Zuid

De straat ondersteunt de hoofdinfrastructuur van de wijk (Tamboerinstraat, Maastricht)

4.3 De centrale parkstrook: ruggengraat van de wijk De centrale parkstrook vormt de hoofdstructuur van de buurt en verbindt alle verschillende openbare ruimtes met elkaar. Het profiel wordt gekenmerkt door vijflaagse bebouwing, waarbij het zuidelijke blok zich onderscheidt door een setback. Het is een parkachtige, levendige verblijfsruimte waar wonen, bewegen en ontmoeten samenkomen. Deze autovrije straat verbindt het metrostation met het de rest van de buurt. De inrichting met groen, water en zitplekken bevordert ontmoeting en interactie. Voordeuren aan het groen zorgen voor levendigheid en sociale veiligheid. Woningbouw, voorzieningen en de parkeergarage zijn zorgvuldig rond deze structuur gepositioneerd. Entrees, fietsenstallingen en voorzieningen aan deze parkstrook versterken de relatie tussen plint en buitenruimte. Hun positionering vraagt om afstemming vanwege de impact op de leesbaarheid en ruimtelijke samenhang van de straat.

Deelgebied en profiellijn Ziegler | Branderhorst

36

Ruimtelijke principes • Ruimte voor verblijf: Een autovrije inrichting maakt ruimte voor ontmoeting, ontspanning en spel. Schaduwplekken, zitgelegenheden en speelaanleidingen versterken het verblijfskarakter. De fiets is toegestaan, maar krijgt geen aparte route; •

Vorm een ruggengraat: De centrale parkstrook vormt de ruggengraat van de buurt: 22 meter breed en 280 meter lang, opgespannen over de volledige lengte van de wijk. Deze groene as structureert de omgeving en biedt een continu karakter;

•

Dubbele wandelroute: Aan beide zijden van de parkstrook liggen wandelpaden die de woningen ontsluiten. Deze zijn op strategische plekken met elkaar verbonden. Door het midden van de parkstrook loopt een informeel wandelpad dat als doorgaande route kan worden gebruikt;

•

Subtiele overgang openbaar-privé: Langs de gevels is beperkte toe-eigening mogelijk van maximaal 1 meter: er is ruimte voor plantenbakken of een bankje, maar fysieke afscheidingen zoals hekjes of schuttingen zijn verboden;

•

Groen als structuurelement: Bomenrijen versterken de structuur en oriëntatie en dragen bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie, bijvoorbeeld via wadi’s.

Aan beide zijden van de parkstrook liggen wandelpaden (Groen Zuilen, Utrecht)

Autovrije inrichting met ontmoeting en spel op strategische plekken (Baudelopark, Gent)

Langs de gevels is beperkte toe-eigening mogelijk (Eeenhoornblokken, Amsterdam)

Subtiele overgang openbaar-privé (Spaarndammerhart, Amsterdam)

Profiel Middenstraat West-Oost

Entrees en programma worden op integrale wijze op elkaar afgestemd (Tractie, Groningen)

De centrale parkstrook vormt de hoofdstructuur van de buurt en verbindt alle verschillende openbare ruimtes met elkaar. Het is een parkachtige, levendige verblijfsruimte waar wonen, bewegen en ontmoeten samenkomen.

Ziegler | Branderhorst

38

4.4 Het Singelpark De Singel langs de Burgemeester van Haarenlaan wordt landschappelijk versterkt door meer ruimte te bieden aan de groene taluds met volwassen bomen. Het profiel van de weg wordt versmald en auto’s worden beperkt toegestaan (bestemmingsverkeer). Zo ontstaat er meer plek voor wandelen en verblijf. Een nieuwe fiets- en voetgangersbrug verbindt de Singel met het voorzieningencentrum bij de Monseigneur Nolenslaan en de binnenstad, waardoor de Singel beter bereikbaar én beleefbaar wordt. De nieuwe bebouwing langs de singelstrook bestaat uit hoogteaccenten die de wijk een nieuw gezicht geven vanaf de Burgemeester van Haarenlaan.

• • •

•

Ruimtelijke principes • •

Zachte overgangen: De overgang van wijk naar water wordt vormgegeven met hoogteverschillen, groene taluds, volwassen bomen en inheemse beplanting;

Landschappelijke herkenbaarheid: De Singel krijgt een asymmetrisch, natuurlijk profiel dat past bij het bestaande landschap; Route met rustplekken: De route is gericht op langzaam verkeer en wisselt af met plekken om te zitten en te verblijven aan het water; Nieuwe verbindingen: een belangrijke voetgangersverbinding wordt gemaakt door een nieuwe brug over de singel richting de voorzieningen aan de Monseigneur Nolenslaan. Groene buffer tussen bestaande bebouwing en de straat: de bestaande groene zone vóór de bebouwing wordt versterkt, waardoor er meer afstand ontstaat tussen woning en openbare ruimte en extra ruimte komt voor biodiversiteit. Koppen versterken De koppen van de bebouwing langs de Singel krijgen extra aandacht in vormgeving en oriëntatie. Deze markeren de overgangen tussen de blokken en vormen visuele accenten in het straatbeeld.

De nieuwe bebouwing langs de singelstrook bevat hoogteaccenten die de wijk vanaf de Burgemeester van Haarenlaan een nieuw gezicht geven. Ziegler | Branderhorst

40

Nieuwe brug over de singel (Molenwetering, Amsterdam)

Wandelpaden langs de singel (Singelpark, Leiden)

Groene overgang tussen de straat en de bestaand bebouwing (Grunobuurt, Groningen)

Verblijfsplekken maken aan de singel (Singel, Utrecht)

Profiel Singelpark West-Oost

4.5 Dwarsstraatjes: intieme verbindingen Tussen de bouwblokken ontstaat een netwerk van autovrije dwarsstraatjes, opgespannen tussen de centrale parkstrook en de singels. Deze straatjes vormen korte, groene doorsteekverbindingen. De inrichting is groen en klimaatadaptief, met aandacht voor schaduw, wateropvang, zitplekken en het gebruik van natuurlijke materialen. Zo ontstaat een levendige woonomgeving waarin de dwarsstraatjes kunnen functioneren als beschutte collectieve ruimtes voor buren en spelende kinderen. Met de VvE wordt besproken hoe de garageboxen aan de kopse kanten van de bestaande woningen in het plan kunnen worden geïntegreerd.

Deelgebied en profiellijn Ziegler | Branderhorst

42

Ruimtelijke principes 1. Wonen aan de straat: woningen op de begane grond worden direct betrokken op de openbare ruimte door de positionering van het adres, de voordeur en openslaande deuren. De overgangen tussen openbaar, collectief en prive zijn zorgvuldig ontworpen; 2. Klimaatadaptieve inrichting: Groene randen, schaduwplekken en infiltratiemogelijkheden zorgen voor comfort en robuustheid bij droge zomers of bij de opvang van piekbuien; 3. Straatjes als tussenruimte: De dwarsstraatjes zijn intiem en kennen een geringe breedte van 13 of 20 meter. Beplanting, zitplekken en speelaanleidingen zorgen voor levendigheid en kindvriendelijkheid zonder in te boeten op rust en overzicht; 4. Onderlinge variatie: Per straatje zijn er nuanceverschillen. In het verlengde van één van de dwarsstraatjes ligt de nieuwe brug over de singel. Vanwege deze belangrijke route naar voorzieningen, zal dit dwarsstraatje een meer openbaar karakter krijgen waar meer mensen uit de omgeving doorheen komen.

Woningen gesitueerd aan de openbare ruimte (Eenhoornblokken, Amsterdam)

De straat draagt bij aan levendige woonomgeving (Nieuw Leyden, Leiden)

Schaduwplekken en infiltratiemogelijkheden (Strijp-R, Eindhoven)

Groene dwarsstraat met royale breedte (Eenhoornblokken, Amsterdam)

Dwarsstraat Noordzijde (13 meter)

Aan de de dwarsstraat aan de noordzijde is de verhouding 13 meter breedte van de straat i.r.t. 5 bouwlagen.

Dwarsstraat Zuidzijde (20 meter)

Aan de de dwarsstraat aan de zuidzijde is de verhouding 20meter breedte van de straat i.r.t. 5 bouwlagen.

5. Beeldkwaliteit 5.1 Architectonische samenhang In dit hoofdstuk worden de beeldkwaliteitseisen beschreven die minimaal nodig zijn om samenhang te creëren tussen de verschillende gebouwen. Het hanteren van deze ruimtelijke kwaliteitskaders draagt sterk bij aan het succes en de kwaliteit van deze verdichtingsopgave. Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat de ruimtelijke kwaliteit niet alleen wordt bepaald door de gebouwen, maar ook in hoge mate afhangt van de kwaliteit van de buitenruimte en de gekozen parkeeroplossingen, zoals eerder toegelicht.

1. Ensembles van samenhangende gebouwen Het stedenbouwkundig plan voor de Staatsliedenbuurt is opgebouwd uit ensembles van samenhangende gebouwen. Dit zijn gesloten bouwblokken of combinaties van losse gebouwen die in samenhang zijn ontworpen. Een ensemble vormt één herkenbare eenheid, bestaande uit verschillende gebouwen. Variatie in architectuur en details is mogelijk, mits maat, schaal en materialisering op elkaar zijn afgestemd. Bij voorkeur wordt een ensemble door één architect ontworpen. Als een ensemble bestaat uit een combinatie van nieuwbouw en oudbouw (met renovatie en optopping), kunnen meerdere architecten worden betrokken.

Een samenhangend ensemble. (Trefkoel, Groningen - Ontwerp: KENK)

Een herkenbare eenheid van verschillende gebouwen (Andreas Ensemble - Geurst & Schulze) Ziegler | Branderhorst

44

2. Gevels bepalen de openbare ruimte De gebouwen die de ensembles vormen, hebben representatieve gevels aan de omliggende openbare ruimte. Deze gevels zijn bepalend voor het karakter en de kwaliteit van die ruimte. De compositie, verhoudingen, gelaagdheid en ritmiek van de gevels hebben daarbij grote impact. Voor deze gevels zijn de beeldkwaliteitseisen nauwkeurig afgestemd op de beeldkwaliteit van de buitenruimte. De overgang van maaiveld naar gevel valt samen met de grens tussen openbaar en privé.

3. Nieuwe gebouwen sluiten aan bij bestaande Wat het plan voor de Staatsliedenbuurt bijzonder maakt, is de menging van bestaande en nieuwe gebouwen die zorgvuldig op elkaar zijn afgestemd. De gevelontwerpen vormen een samenhangend geheel met de bestaande architectuur. Maat, schaal en beeldkwaliteit van oud en nieuw versterken elkaar. De nieuwbouw is herkenbaar aan de eigentijdse uitstraling, maar contrasteert nooit met de bestaande bebouwing. De nieuwe gevels nemen de herkenbare horizontale en verticale geleding van de bestaande architectuur over, met een regelmatig ritme van ramen en penanten. Dieptewerking ontstaat door terugliggende vlakken, neggen rond de puien en half inpandige balkons. Verticale accenten, zoals trappenhuizen en stroken met balkons, zorgen voor ritmiek in de gevels - net als in de bestaande bouw.

Ritmiek en gelaagdheid van gevels rondom (Cadix, Antwerpen - Ontwerp: HCVA)

Aansluiting tussen bestaande en nieuwe bebouwing (Dickensplaats, Utrecht Ontwerp: LEVS architecten) Compositie en verhoudingen (Turfstraat, Arnhem - Ontwerp: LEVS architecten)

4. Balkons en gelaagdheid van de gevels Aan de balkons van appartementen met gevels, grenzend aan het raamwerk van openbare ruimtes, worden specifieke eisen gesteld. In deze gevels zijn balkons een belangrijk architectonisch middel om gelaagdheid en ritmiek te benadrukken. Ze dienen half-inpandig te zijn, met een maximale uitkraging van 70 cm buiten de rooilijn. Het grootste deel van de buitenruimte ligt achter de rooilijn en vormt een nis in de woning. Deze half-inpandige balkons creëren verticale stroken in de gevel, zoals ook zichtbaar is in de bestaande bebouwing. Aan de centrale parkzone in het midden van het plangebied dragen de half-inpandige balkons bij aan plastiek en gelaagdheid.

De balkons in zowel de bestaande als de nieuwe gebouwen sluiten op elkaar aan en zorgen voor een samenhangende beeldkwaliteit. Deze continuïteit versterkt de ruimtelijkheid van de centrale parkzone.

Halfinpandige balkons (Kolenkitbuurt, Amsterdam - Ontwerp: Geurst & Schulze)

Aan de centrale parkzone in het midden van het plangebied dragen de half-inpandige balkons bij aan plastiek en gelaagdheid. Ziegler | Branderhorst

46

5. Detaillering, materiaal- en kleurgebruik Gevels zijn zorgvuldig gedetailleerd, met aandacht voor diepte, textuur en verfijning. Terugliggende gevelvlakken, penanten, reliëf en overstekken zorgen voor een rijk, tactiel gevelbeeld dat bijdraagt aan de herkenbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte. De materialisering en kleurstelling dragen bij aan een samenhangend, tijdloos en kwalitatief straatbeeld. Er wordt gebruikgemaakt van duurzame en natuurlijke materialen, zoals baksteen, hout, natuursteen en keramische elementen. De gebouwen in de Staatsliedenbuurt zijn ontworpen om mooi te verouderen en zo blijvend bij te dragen aan een verzorgd straatbeeld. Het kleurpalet is overwegend ingetogen en harmonieus, met accenten op specifieke plekken, zoals entrees, markante hoeken of bijzondere plinten. Zorgvuldig gedetaillerde gevels, waarin samenhang en diversiteit hand in hand gaan. (South Gardens housing, Londen - ontwerp: Maccreanor Lavington)

Entrees, markante hoeken en bijzondere plekken worden geaccentueerd (Eenhoornblokken ontwerp: Korth Tielens architecten)

Halfinpandige balkons aan de Burgemeester van Haarenlaan in de Staatsliedenbuurt

Duurzame materialisering (Hortus Ludi, Nijmegen - Ontwerp: Architectuur Maken)

5.2 Aansluitingen tussen openbaar en privé Levendige en zorgvuldig vormgegeven plinten De plinten van gebouwen hebben een open karakter, waardoor binnen en buiten zichtbaar en verbonden zijn. In de plint komen zoveel mogelijk voordeuren. Gesloten functies zoals slaapkamers en bergingen aan de straatzijde worden vermeden. De architectuur van de plint nodigt uit tot verblijven en ontmoeten. Plinten dragen bij aan de aantrekkelijkheid, identiteit en sociale veiligheid van de straat. De begane grond verdieping (de plint) heeft als uitgangspunt een vrije hoogte van minimaal 3,5 meter. Met deze vrije hoogte kunnen ook andere functies gehuisvest worden in de plint en wordt functieverandering in de toekomst mogelijk.

Ontworpen overgangen openbaar - privé Tussen de openbare straat en de private woning wordt een ontworpen overgang gemaakt. Overgangen bestaan bijvoorbeeld uit een terugliggende entree of een zogenaamde Delftse stoep waar bewoners binnen een duidelijk gemarkeerde ruimte een bankje of stoel buiten kunnen zetten. Deze ontworpen overgangszones verbinden het gevelontwerp met het buitenruimte ontwerp en verankeren de architectuur in het stedenbouwkundig ontwerp. De overgangszones kunnen het gevoel van eigenaarschap versterken en bijdragen aan sociale veiligheid in de straat.

Plinten dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de straat (Senang, Amsterdam - Ontwerp: M3H)

Veel voordeuren aan de straat (Smaragd, Amsterdam - Ontwerp: M3H)

Ziegler | Branderhorst

Overgangszone (Eenhoornblokken - ontwerp: Korth Tielens architecten)

48

Royale herkenbare entrees De entrees van appartementengebouwen ontsluiten vaak een groot aantal adressen. Deze entrees verdienen daarom een royale maat en zijn bij voorkeur dubbelhoog. Entrees liggen direct aan de openbare ruimte en zijn goed zichtbaar en herkenbaar vormgegeven, bijvoorbeeld met een luifel, portiek, dubbelhoge pui enbijzondere detaillering. Ze zijn onderscheidend en duidelijk herkenbaar ten opzichte van andere functies in de plint. Waar mogelijk worden entrees op hoeken gesitueerd om beide straatzijden te activeren.

Transparante fietsenstallingen Inpandige fietsenstallingen worden zorgvuldig en transparant geïntegreerd in de plint. Ze vormen geen gesloten of anonieme gevelvlakken, maar zijn goed zichtbaar vanaf de straat en vanuit de binnentuin, met maximaal gebruik van daglicht. Bij voorkeur worden de fietsenstallingen gekoppeld aan de entrees.

Collectieve entrees hebben een royale maat (Zuiderschans, Den Bosch - Ontwerp: KAW)

Koppeling fietstalling aan entrees (NPD, Utrecht - Ontwerp: Paul de Ruiter Arch.)

Entrees zijn onderscheidend en duidelijk herkenbaar (Spaarndammerhart - Ontwerp: Korth Tielens )

Maximaal daglicht (Studentenhuisvesting, Eindhoven - Ontwerp: o.a. Office Winhov)

Verlichting Plinten en entrees zijn voorzien van geïntegreerde verlichting die zorgt voor een uitnodigende en veilige uitstraling in de avonduren. De verlichting benadrukt entrees, adressering, geveldetails, maar ook functies zoals de fietsenstalling. Bij galerijverlichting wordt rekening gehouden met de overburen.

Parkeervoorziening De parkeerhub vormt een zorgvuldig ontworpen onderdeel van het ensemble. De entree aan de Johan de Wittsingel heeft een herkenbare en uitnodigende uitstraling, met duidelijke adressering en een gevel die aansluit bij de architectuur van de buurt. Voetgangers verlaten de hub aan de zuidzijde, direct richting de groene parkzone, waardoor een logische en prettige route naar de woningen ontstaat. In de plint is ruimte voor een buurt- of commerciële functie, die het gebruik en de levendigheid rond het metrostation versterkt.

Verlichting is een integraal onderdeel ( De Eenhoorn - Ontwerp: SOME architects) Poorten en doorgangen Poorten en doorgangen in de plint zijn zorgvuldig ontworpen als herkenbare en uitnodigende passages tussen openbaar en semi-openbaar gebied, zoals binnenterreinen of collectieve tuinen. Ze zijn voldoende breed en hoog om overzicht en sociale veiligheid te waarborgen.

Parkeergarage met functie in de plint (ROOTZ, Haarlem - Ontwerp: wUrck)

Uitnodigende doorgangen tussen openbaar en binnengebied ( De Eenhoorn - Ontwerp: SOME architects) Ziegler | Branderhorst

50

Parkeergarage als onderdeel van het ensemble (Grunobuurt - Ontwerp: De Zwarte Hond)

5.3 Binnenwereld en ontsluiting Kwalitatieve binnenwereld De binnengebieden zijn ontworpen als rustige, hoogwaardige verblijfsgebieden. De groene inrichting en zorgvuldig geplaatste erfafscheidingen waarborgen privacy en beperken geluidsoverlast. Zo ontstaat een luw en aangenaam gebied waar bewoners ongestoord kunnen zitten.

Parkeren ondergeschikt In sommige bouwblokken is het noodzakelijk om parkeren te integreren. Dit gebeurt altijd zó dat het ondergeschikt blijft aan de kwaliteit van de woonomgeving.

Integratie beplaning en parkeren (Tractie Ontwerp: De Zwarte Hond) Rustige hoogwaardige verblijfsgebieden (Overhoek, Amsterdam - Ontwerp: NL architects) Geen schermen en schuttingen Woningen aan de binnengebieden hebben een beperkte buitenruimte met zorgvuldige overgangen tussen publiek en privé. Privacy wordt gerealiseerd door groen, niveauverschillen en zorgvuldig meeontworpen erfafscheidingen, niet door losse schermen of schuttingen.

Zorgvuldige overgangen tussen publiek en privé. (Smaragd, Amsterdam - Ontwerp: M3H)

Galerijen en leefgalerij Galerijen bevinden zich altijd aan de binnenzijde van een bouwblok, dus nooit aan de gevels die grenzen aan de openbare ruimte. De toepassing van leefgalerijen wordt gestimuleerd. De combinatie van de galerij als verkeersruimte met het balkon als verblijfsruimte, levert een hoogwaardige ontmoetingsruimte op. De privé buitenruimte en de collectieve verkeersruimte zijn in het ontwerp wel duidelijk van elkaar te onderscheiden.

Een goed ontworpen leefgalerij voor ontmoeting tussen buren en sociale veiligheid (Wij_land - Ontwerp: Space&Matter)

5.4 Toekomstwaarde Noodtrappenhuizen zorgvuldig ingepast Noodtrappenhuizen worden geïntegreerd in de architectuur en buitenruimte van het bouwblok. Functioneel, goed vindbaar en veilig, maar zonder een dominant of rommelig beeld te vormen in de verblijfsgebieden.

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusieve maatregelen maken integraal deel uit van het ontwerp. Groene gevels en daken, nestvoorzieningen en waterbuffering worden waar mogelijk toegepast en zorgvuldig ingepast in het gevelbeeld en de buitenruimte.

Noodtrappenhuizen zijn een integraal onderdeel van de architectuur (Hart van de Waalsprong - Ontwerp: Monadnock)

Natuurinclusieve maatregelen zijn onderdeel van de architectuur Flexibiliteit Plinten en plattegronden zijn zodanig vormgegeven dat ze in de toekomst verschillende functies kunnen opnemen. Een neutrale, robuuste structuur en voldoende verdiepingshoogte maken transformatie van bijvoorbeeld wonen naar werken of voorzieningen mogelijk.

Flexibele plint met genoeg overmaat (Gershwin Brothers - Ontwerp: LEVS)

Ziegler | Branderhorst

52

5.5 Voorzieningen Technische voorzieningen Alle nutsvoorzieningen worden integraal mee ontworpen in het totaalplan en zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Technische functies (zoals afvalruimtes) worden zo onopvallend mogelijk vormgegeven en maken deel uit van de architectuur.

Multifunctionele daken als vijfde gevel Daken worden zorgvuldig vormgegeven en krijgen waar mogelijk een dubbele functie, zoals een combinatie van verblijfsruimte, groen, waterberging en energieopwekking.

Technische voorzieningen in de architectuur De Eenhoorn - Ontwerp: SOME architects)

Dubbelgebruik van daken (Sargfabrik, Wenen - Ontwerp: BKK-3)

Installaties op het dak Installaties worden zoveel mogelijk samengevoegd en ondergebracht in een schoorsteen of ondergeschikt bouwwerk dat qua vorm en materiaal volledig geïntegreerd is in de architectuur van het gebouw en niet zichtbaar is vanaf de straat. Valbeveiliging is mee-ontworpen.

Zonweringen Zonweringen zijn een integraal onderdeel van de architectuur. Voorkeur gaat uit naar passieve oplossingen (overstekken, luifels). Bij actieve zonwering hebben vriendelijke varianten (valschermen) de voorkeur boven dichte screens.

Installaties geclusterd op dak (South Gardens housing, Londen - ontwerp: Maccreanor Lavington)

De overstek van balkons fungeren als zonwering (Opportuna - ontwerp: Office Winhov)

5.6 Binnengebieden

Beeldkwaliteistregels

De binnengebieden zijn beschutte, groene plekken in de bouwblokken, primair bedoeld voor de directe omwonenden. Ze bieden rust, informele ontmoeting en collectief gebruik op kleine schaal. Hun besloten karakter versterkt de sociale samenhang en verhoogt de woonkwaliteit. De inrichting is groen, klimaatadaptief en gericht op verblijf en gedeeld eigenaarschap.

•

Verblijfsplek voor bewoners Groene, rustige binnengebieden gericht op ontmoeting en gedeeld gebruik. Utilitaire functies (zoals afval en fietsen) zijn uit het zicht en groen ingepast.

•

Groen bepaalt de ruimte Bomen, hagen en beplanting vormen de hoofdstructuur. Verharding is minimaal en natuurlijk. Klimaatadaptieve elementen (zoals wadi’s, schaduwplekken) zijn verplicht.

•

Parkeren ondergeschikt en groen Alleen bij noodzaak toegestaan, met halfverharding, beplanting en aansluiting op een tuinachtig beeld.

•

Toegankelijkheid afgestemd op gebruik Open, halfopen of besloten karakter sluit aan op collectief eigenaarschap en sociale veiligheid. Overgangen zijn groen en vriendelijk vormgegeven.

•

Ruimte voor bewonersinitiatieven Binnengebieden bieden plek voor gedeeld gebruik (moestuin, zitplek, spel) zolang het groene, open karakter behouden blijft. versterken, en samenhang waarborgen.

•

Hekwerken en afsluiting Afsluitingen in binnengebieden zijn bescheiden en ondersteunend aan de groene en collectieve sfeer. Poorten en toegangselementen worden vormgegeven als uitnodigende overgangen - herkenbaar, maar niet barriërend.

Er zijn drie hoofdvarianten voor de inrichting, afhankelijk van bloktype en parkeeroplossing: • •

•

Binnentuin zonder parkeren - optimaal groen, echt als tuin ingericht. Parkeren in het binnengebied - mogelijk, maar altijd groen en rustig vormgegeven, met halfverharding (grasbetontegels, grind) en verzachting door hagen, bomen en beplanting. Zo blijft het groene karakter behouden en wordt hittestress beperkt.. Tuin op een dek - parkeren onder een verhoogde tuin. Complexer, vraagt om zorgvuldige afstemming tussen oud- en nieuwbouw. De mate van toegankelijkheid (open, halfopen of afgesloten met poorten) wordt afgestemd op gebruik en het gewenste gevoel van eigenaarschap.

Ziegler | Branderhorst

54

De binnentuin als collectieve ruimte

Hoogwaardig groen ontworpen binnentuin met zorgvuldige overgangen

Parkeren op maaiveld

Parkeren in het groen

Parkeren onder een dek

Parkeren onder het dek, waardoor een collectieve tuin op de 1e verdieping mogelijk is.

5.7 Zeven stedenbouwkundige ensembles De Staatsliedenbuurt bestaat uit zeven nieuwe stedenbouwkundige bouwblokken die samen een herkenbaar en samenhangende geheel vormen. Elk blok heeft zijn eigen karakter, passend bij ligging, oriëntatie en programma. De blokken vormen ensembles die reageren op de context: stedelijk aan de Johan de Wittsingel, luw aan de groene as, intiem in de tussenruimtes. Aan de singelzijde ontstaat een gelaagd straatbeeld: bestaande bebouwing blijft zichtbaar, maar wordt aangevuld met hogere volumes die de wijk een nieuw gezicht geven. Oud en nieuw vormen hier samen een sterke wand. Hieronder worden de type blokken beschreven: •

Zuidelijke blokken (A t/m D) sluiten aan op bestaande portiekflats. Nieuwbouw en bestaande bouw vormen samen een eenheid aan de singelzijde, met open plinten en – op termijn - drie accenten richting het singelpark.

•

Blok E combineert een U-vormig woongebouw met een mobiliteitshub en toren aan de metrozijde. De opbouw is gelaagd en afgestemd op bezonning en zichtlijnen. De toren markeert het entreeplein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16226561/1