Bijlage 2 Ontwerpbegroting 2026 SOW
Tekst van het document
Nieuw Beschut op de wachtlijst Gemiddelde duur in maanden op de wachtlijst Nieuw Beschut
Toelichting: De cijfers van het ziekteverzuim van de Beschut medewerkers worden vanaf 2023 meegenomen (WSW en Beschut gecombineerd). Bij WSWmedewerkers wordt een hoger verzuim gezien door chronische klachten en ouderdomsklachten. Het realiseren van de ambitie in de begroting (<16%) blijft dan ook een grote uitdaging. Dit is een beeld dat landelijk ook wordt waargenomen. Het ziekteverzuim binnen Stroomopwaarts is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde (benchmark 2022 SBCM – verzuimkengetallen SW: 14,8). In 2025 wordt een rapportage gemaakt om de wachtlijst voor nieuwe beschut te monitoren, zodat we in 2026 de
Vanuit de Rijksoverheid zijn impulsmiddelen beschikbaar gesteld aan het Gemeentefonds voor het toekomstbestendig maken van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze middelen worden door Stroomopwaarts ingezet om in de regionale nota Werk en Inkomen ook de toekomstige rol van de werkleerberdrijven te bepalen en deze visie vervolgens te implementeren. In 2025 wordt gebruikt gemaakt van de middelen om in het Werkleerbedrijf de “tussen wal en schip” groep te ondersteunen. Het Rijk heeft terecht geconstateerd dat als gevolg van de Participatiewet, een deel van de mensen voorlopig niet bij een reguliere werkgever aan de slag kan. Maar zij kunnen wel een goede start maken bij het werkleerbedrijf (het Rijk heeft daar ook middelen voor vrijgemaakt). Deze groep is te sterk voor nieuw beschut, maar te zwak om op de reguliere arbeidsmarkt uit de voeten te kunnen. Ook niet door inzet van loonkostensubsidie en/of een jobcoach. Voor deze groep (20 extra in 2025, 65 in totaal) is andere ondersteuning nodig. De gewijzigde benaderingswijze van werkgevers per sector moet in 2026 zorgen voor een beweging binnen Stroomopwaarts van binnen naar buiten van medewerkers (en viceversa als dit nodig is). Hierdoor ontstaat er ruimte binnen Stroomopwaarts om de “tussen wal en schip” groep in een veilige 5
Door de Participatiewet in 2015 is de WSW een sterfhuis geworden. Voor de nieuwe instroom Nieuw Beschut heeft het rijk destijds feitelijk maar één derde van de WSW-budgetten gereserveerd, terwijl de groep natuurlijk niet weg is. En eigenlijk alleen maar groter wordt (voormalige Wajong, veel werkzoekenden met verminderde loonwaarde).
Programma Werkleerbedrijf Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Programma
26
omgeving te ontwikkelen, zodat zij ook op termijn kunnen uitstromen buiten de organisatie. Er wordt geïnvesteerd in productielijnen bij het Werkleerbedrijf en de begeleiding van werkgevers en klanten. Optimale ontwikkeling en sociale activering van klanten staat daarbij voorop. Het Werkleerbedrijf blijft een stabiele vangnetfunctie voor de meest kwetsbaren vervullen. We bieden tijdelijke dienstbetrekkingen aan de doelgroepen uit de banenafspraak aan. Duurzame dienstbetrekkingen zijn beschikbaar voor de doelgroepen WSW (Wet sociale werkvoorziening) en Beschut werk met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een hoge begeleidingsbehoefte. Inwoners met een beperkte loonwaarde, die meer begeleiding en faciliteiten nodig hebben dan van een reguliere werkgever mag worden verwacht, kunnen een indicatie Beschut Werk aanvragen. Na toekenning door het UWV komen zij in aanmerking voor Beschut Werk binnen Stroomopwaarts. Voor de komende jaren wil Stroomopwaarts een jaarlijkse groei van het aantal aanstellingen realiseren binnen de financiële middelen die hiervoor door het Rijk beschikbaar worden gesteld. De totale omvang van de WSW neemt in de komende jaren af door pensioneringen en doordat er geen nieuwe instroom plaatsvindt (wetgeving). De beschikbare (huisvestings-)capaciteit binnen het Werkleerbedrijf is nodig om de groei van de andere doelgroepen te kunnen opvangen.
Beschut werk Mensen met een beperkte loonwaarde die meer begeleiding en faciliteiten nodig hebben dan van een reguliere werkgever mag worden verwacht, kunnen een indicatie Beschut Werk aanvragen. Na toekenning door het UWV komen zij in aanmerking voor beschut werk binnen Stroomopwaarts. Voor de komende jaren wil Stroomopwaarts een jaarlijkse groei van het aantal Beschut Werk realiseren (binnen de rijksmiddelen, die beschikbaar worden gesteld). Enerzijds wordt hiervoor geput uit het huidige bijstandsbestand. Hierin bevinden zich veel klanten met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt, die mogelijk in aanmerking komen voor een indicatie. Anderzijds wordt ingezet op het Simpel Switchen project, waarbij, in samenwerking met
dagbestedingsorganisaties en het UWV, de mogelijkheid wordt geboden om vanuit dagbesteding door te groeien naar beschut werk. WSW-populatie De medewerkers die in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening bij Stroomopwaarts in dienst zijn, worden zowel intern ingezet (productie en dienstverlening) als extern (detachering). De mate van maatschappelijke participatie en de loonwaarde is het grootst bij detachering, daarom heeft dit voor Stroomopwaarts de voorkeur. Onder invloed van de covid-pandemie heeft echter een verschuiving plaatsgevonden van detachering naar inzet binnen het Werkleerbedrijf. In de komende jaren zetten we ons in om de omvang van de detacheringen zo veel als mogelijk te herstellen. De totale omvang van de WSW-populatie neemt echter de komende jaren af door pensioneringen en doordat er (sinds 2015) geen nieuwe instroom plaatsvindt. Ook de productiviteit van de WSW-populatie neemt af, doordat de medewerkers ouder worden en meer begeleiding en ondersteuning nodig hebben. Het komt steeds vaker voor dat deze medewerkers intern binnen Stroomopwaarts nog goed kunnen functioneren, maar dat externe detachering voor hen te lastig is. Ze hebben meer behoefte aan een veilige werkomgeving.
Om de doelgroep optimaal te ontwikkelen en het rendement te optimaliseren, bouwt Stroomopwaarts werksoorten zonder toekomstperspectief zoveel mogelijk af waardoor er ruimte komt voor nieuwe, kansrijke werksoorten. De accountmanagers van Stroomopwaarts informeren (potentiële) opdrachtgevers actief over haar producten (zoals samenwerkingsmogelijkheden, subsidies, SROI etc.), vernieuwingen en klanttevredenheid. Zij zijn actief binnen de gehele regio en onderhouden intensief contact met de ondernemers(verenigingen). Zo investeert Stroomopwaarts in samenwerking met de gemeenten in duurzame relaties met actieve, maatschappelijk betrokken ondernemers. De inzet van de gemeenten en Stroomopwaarts in het Sociaal Economisch Netwerk en de andere lokale en regionale netwerken wordt bestendigd. Verder stimuleert Stroomopwaarts ondernemers om na te denken over vormen van strategische samenwerking. Zo bekijken wij met ondernemers
Programma Werkleerbedrijf Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Programma
27
of de infrastructuur en mogelijkheden van het Werkleerbedrijf benut kunnen worden om hun eigen productie(proces) in onder te brengen. Of bespreken we of het mogelijk is om werk uit te besteden bij het Werkleerbedrijf.
Wat gaat het programma Werkleerbedrijf kosten? Programma Werkleerbedrijf
Realisatie 2024
1e begrotingswijziging 2025
Begroting 2026
Verschil 2026-2025
Bedragen in € x 1.000
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo Ombuigingen
Productie
3.880
-3.015
865
3.760
-3.570
190
3.625
-3.848
-223
Diensten
3.098
-1.637
1.461
3.385
-1.757
1.629
3.533
-1.795
Lasten Doelgroepen
234
-24.109
-23.875
-
-26.456
-26.456
-
Loonkosten doelgroepen
234
-21.288
-21.054
-
-22.808
-22.808
-
Loonkostensubsidie (LKS)*
0
-2.821
-2.821
-
-3.648
-3.648
Totaal baten en lasten
7.212
-28.761
-21.550
7.145
-31.783
Reservemutaties
-
-
-
-
Saldo programma
7.212
-28.761
-21.550
7.145
De verwachte cao-verhoging (WML) voor de doelgroepen leidt tot een toename in de lasten van 995K. Daarnaast is er een positief volume effect door de uitstroom van Wsw en toename van lasten van de medewerkers met loonkostensubsidie (Beschut en interne garantiebaan). Door intensievere begeleiding in de productie voor nieuwe groep Beschut en banen met loonkostensubsidie (intern en extern) is er een kostentoename van 290k naast
Volume
Prijs
-
-290
-124
1.738
-
19
90
-27.417
-27.417
-
34
-995
-23.068
-23.068
-
596
-856
-
-4.350
-4.350
-
-563
-139
-24.638
7.158
-33.061
-25.903
-
-237
-1.028
-356
-356
-
-338
-338
-
18
-
-32.139
-24.994
7.158
-33.399
-26.241
-
-219
-1.028
het prijseffect van 2,2%. Deze extra middelen zijn voor 2026 voorzien in de algemene uitkering van het gemeentefonds voor Participatie op basis van de stijging in het aantal mensen in het doelgroepregister en de stijging in het aantal loonkostensubsidies. Hierdoor kan de omzet per fte verbeteren en wordt de doorstroom naar detachering of plaatsing bij reguliere werkgever bevorderd.
Programma Werkleerbedrijf Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Programma
28
Programma Inburgering In 2025 wordt gewerkt aan een nieuwe asielwet, die het strengste asielbeleid ooit wordt genoemd. De nieuwe asielwet zou ertoe moeten leiden dat het beperken van de instroom, snelle procedures, lik op stuk richting overlastgevers, strenger grenstoezicht, beperken van nareis-mogelijkheden en stevig inzetten op terugkeer, dat Nederland in Europa een koploper wordt als het gaat om toelatingsregels.
Er komen strenge voorwaarden op het gebied van gezinshereniging en een zo smal mogelijke invulling van het kerngezin. Gezinshereniging wordt voor het overgrote deel van de asielzoekers alleen mogelijk wanneer iemand een vaste woonruimte, een passend inkomen en minimaal 2 jaar een verblijfstatus heeft. De 1e wetswijzigingen gaan najaar 2025 naar de Raad van State. Dit houdt in dat in 2026 de nieuwe wet wordt aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Maar ook de EU is bezig met het aanpassen van het EU Asiel- en Migratiepact. Vanaf juni 2026 worden nieuwe zogenaamde grensprocedures6 ingevoerd. Verder geeft de ‘flexibele solidariteit’ de mogelijkheid om het opnemen van asielzoekers uit grenslanden als Griekenland en Italië af te kopen. In het regeerakkoord is opgenomen dat dit het plan van het kabinet is. Al deze ontwikkelingen hebben mogelijke gevolgen voor de instroom van nieuwe inburgeraars.
6
-
Lasten -€
5.372
Saldo -€
5.372
Het kabinet is ondertussen bezig om de Spreidingswet in te trekken. Vooralsnog is de wet in 2025 nog van toepassing en wordt deze uitgevoerd. Dit houdt in dat 1 juli 2025 alle opvanglocaties klaar moeten zijn voor gebruik. Het beleid op inburgering vanuit de MVS-gemeenten bepaalt of dit wel of niet gevolgen heeft voor Stroomopwaarts in 2026. Met name de ‘vroege start’7 kan gevolgen hebben voor Stroomopwaarts. Ook vanwege de nieuwe wet Verbetering toegang arbeidsmarkt nieuwkomers, waardoor asielmigranten eerder en langer de mogelijkheid hebben om vanuit het COA te gaan werken. In maart 2027 wordt het leefgeld Oekraïne waarschijnlijk beëindigd. Oekraïners, die in Nederland verblijven en afhankelijk zijn van het leefgeld, kunnen dan een bijstandsuitkering aanvragen. Aangezien Oekraïne geen onderdeel uitmaakt van de EU, moeten de Oekraïners vermoedelijk ook gaan inburgeren. Verder hebben de ontwikkelingen in Syrië ook gevolgen voor het
Kom je uit een land waarvan de inwoners minder dan 20 procent kans maken op asiel? Of ben je door een veilig land gereisd waar je ‘een
Baten €
maximaal drie maanden in beslag zou moeten nemen. 7
Van een vroege start is sprake als iemand met een verblijfsvergunning - veelal vanwege
band’ mee hebt, voor je aan de EU-grens kwam (denk: een Syriër die
het woningtekort - nog in een asielzoekerscentrum verblijft en vanuit daar start met
eerst een tijdje in Turkije verbleef voor hij doorreisde naar de EU)?
inburgeringsactiviteiten in de gemeente waaraan hij of zij gekoppeld is.
Dan kom je in de grensprocedure: een versnelde asielprocedure, die
Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Programma Inburgering Bijlagen
Programma
29
aantal inburgeraars. In hoeverre Syrië een veilig land wordt, is op dit moment onduidelijk en dus ook niet of Syriërs weer terug naar hun eigen land keren om daar hun leven weer op te pakken. Vooralsnog heeft de minister van Asiel en Migratie in december 2024 een beslisstop op asielaanvragen vanuit Syrië aangekondigd voor een periode van 6 maanden. De mogelijke extra instroom (Oekraïners) en mogelijke extra uitstroom (Syriërs) zijn nog niet opgenomen in de aantallen van deze begroting omdat er nog veel onduidelijkheden zijn.
Ambitie 2026 Op basis van gegevens vanuit het Rijk wordt er jaarlijks een meerjarige raming gemaakt van de verwachte instroom van statushouders, die starten met een inburgeringstraject. Voor 2026 gaat het om 191 mensen per jaar na de piek van 325 in 2024. De prognose voor de gezinsmigranten is gebaseerd op de realisatie van 2024 (232). Stroomopwaarts startte in 2022 met het uitvoeren van de Wet Inburgering 2021. Stroomopwaarts neemt ten aanzien van dit programma alleen de uitvoering voor haar rekening. De beleidsinvulling en -coördinatie berust bij de MVS-gemeenten.
Wat wil Stroomopwaarts bereiken? Effect/indicator
Jaarrekening BGW 2025-1 2024
Het % inburgeraars dat uitstroomt en voldoet
Nnb
Begroting 2026
80%
80%
- Statushouders
75%
75%
- Gezinsmigranten
90%
90%
- Financiële zelfredzaamheid (trede 5)
95%
95%
- Zelfredzaamheid zonder aanvullende
90%
90%
60%
60%
- Statushouders
35%
35%
- Gezinsmigranten
75%
75%
80%
80%
- Statushouders
35%
35%
- Gezinsmigranten
98%
98%
100%
95%
95%
74%
80%
80%
aan de inburgerings-verplichting binnen de vastgestelde termijn
De gemiddelde trede zelfredzaamheid van de
Nnb
inburgeraar bij einde inburgering
maatschappelijke begeleiding Het B1 taalniveau bij het einde van de
Nnb
inburgeringsplicht
Het % inburgeraars dat werk heeft of opleiding
Nnb
volgt, 3 jaar na start uitkering
% PIP (Plan Inburgering en Participatie) dat binnen 10 weken na huisvesting gereed is % inburgeraars op B1-route, Z-route of onderwijsroute
Programma Inburgering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Programma
30
Het gemiddeld aantal trajecten is van belang voor het bepalen van de caseload in de begroting. De verwachting is dat van de groep die gedurende het jaar 2022 is gestart, de helft uitstroomt in 2025. De andere helft in 2026. Hierdoor stijgt voorlopig het aantal trajecten nog, maar is de verwachting dat het eind 2026 zal stabiliseren. Externe ontwikkelingen kunnen uiteraard een belangrijke rol spelen in het verloop. Dit vraagt om een toenemende ambtelijke inzet en inkoop van trajecten. In 2025 zal in de loop van het jaar voor het eerst een volledige (eind)rapportage kunnen plaatsvinden in de bestuursrapportages en de jaarstukken. De instroom van statushouders kwam in 2022 langzaam op gang. Daarom zijn er nog geen representatieve prestatie resultaten beschikbaar.
Wat gaat Stroomopwaarts daarvoor doen?
Gemiddeld aantal trajecten
Jaarrekening BGW 2025-1 2024
Begroting 2026
Statushouder Maassluis
113
143
140
Vlaardingen
231
308
311
Schiedam
241
307
311
Totaal Statushouders
585
758
762
Maassluis
48
57
56
Vlaardingen
141
193
227
Schiedam
185
262
316
Totaal gezinsmigranten
374
512
599
959
1.270
1.361
Gezinsmigranten
Vanaf 2022 voert Stroomopwaarts de Wet inburgering 2021 uit. Binnen deze wet worden 3 mogelijke routes beschreven, die een inburgeraar kan doorlopen, namelijk de onderwijsroute (voorbereiden op het volgen van onderwijs), de B1 route (een route voor taal en (vrijwilligers)werk) en de Z route (zelfredzaamheidsroute).
geldt voor de inburgeraars in de B1 route en de Z route. De jongeren in de onderwijsroute volgen 5 dagen in de week onderwijs.
De inburgeringswet is van toepassing op inburgeringsplichtigen van 18 jaar en ouder die zich vanaf 1 januari 2022 in de MVS-gemeenten hebben gevestigd/ vestigen. De inburgeringswet maakt daarbij onderscheid tussen: - Asielmigranten (dit zijn asielzoekers die als vluchtelingen worden erkend en een asielstatus krijgen) en; - Gezinsmigranten (personen van buiten de EU die zich in Nederland vestigen voor gezinshereniging of gezinsvorming bij een Nederlandse partner).
Als een asielmigrant gekoppeld is aan de gemeente, vindt er een eerste contact plaats. Is de verhuisdatum bekend, dan volgt er een warme overdracht met een begeleider van het asielzoekerscentrum (AZC). Twee weken na huisvesting wordt gestart met de brede intake. Bij gezinsmigranten zoekt de casemanager zo snel mogelijk na vestiging contact met de gezinsmigrant, heet hem of haar welkom en geeft een globale toelichting op wat er de komende periode verwacht wordt.
Stroomopwaarts heeft samen met diverse ketenpartners én de gemeenten in de MVS-regio een sluitende aanpak ontwikkeld, die erin voorziet dat er veel aandacht wordt besteed aan taalonderwijs in combinatie met het opdoen van werkervaring. Deze duale aanpak moet ertoe leiden dat de inburgeraar zich snel – maar in ieder geval zoveel mogelijk binnen 3 jaar – thuis voelt in de regio, een sociaal netwerk ontwikkelt en wordt voorbereid op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit
De brede intake vindt plaats nadat de inburgeraar is gehuisvest in zijn of haar nieuwe woonplaats. De brede intake brengt de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar in kaart. Hierbij wordt, net als bij de andere cliënten die zich bij Stroomopwaarts melden, gekeken naar alle leefgebieden, waaronder dus ook de fysieke en mentale gezondheid. Naar aanleiding van de brede intake worden in het Plan Inburgering en participatie (PIP) alle afspraken omtrent het inburgeringstraject vastgelegd in de vorm
Totaal inburgering
Programma Inburgering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Programma
31
van een beschikking. Daarnaast is er een dynamisch persoonlijk ontwikkelplan waar op verschillende gebieden doelen, die in het PIP zijn afgesproken met de inburgeraar, worden gemonitord.
Door zoveel mogelijk duale trajecten te realiseren wordt er nauw samengewerkt met het team Ontwikkeling en Team Werkgeversdienstverlening om na de start van de inburgering een passend participatietraject aan te bieden. Stroomopwaarts vindt het belangrijk dat er een divers aanbod is, voor zowel hoog- als laagopgeleiden en in verschillende branches. Het aanbod wordt zo veel mogelijk extern gecreëerd. Voor invulling van de B1- en Z-route trekken we nauw samen op met werkgevers en vrijwilligersorganisaties.
De maatschappelijke begeleiding is belegd bij St. Inclusia. Het Praktijkverklaringstraject wordt vormgegeven door Stichting Voorlichters Gezondheid. Voor de onderwijsroute is in de arbeidsmarktregio Rijnmond een regio-brede samenwerking met MBO, HBO en WO, waaraan Stroomopwaarts deelneemt. Dit wordt uitgevoerd door respectievelijk het Albeda college (MBO) en de Erasmus Universiteit (HBO en WO). Het taalonderwijs in de B1-route en de Z-route worden door onszelf uitgevoerd in samenwerking de taalaanbieder Echt Nederlands.
Wat gaat het programma Inburgering kosten? Programma Inburgering
Realisatie 2024
1e begrotingswijziging 2025
Begroting 2026
Verschil 2026-2025
Bedragen in € x 1.000
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo Ombuigingen
Trajecten wet inburgering*
-
-2.134
-2.134
-
-3.000
-3.000
-
-3.066
-3.066
Afrekening trajecten 2022-2023***
-
2.181
2.181
Inburgering uitvoeringskosten
-
-1.377
-1.377
-
-2.326
-2.326
-
-2.306
Totaal baten en lasten
-
-1.330
-1.330
-
-5.326
-5.326
-
Reservemutaties
-
-
-
-
-
-
Saldo programma
-
-1.330
-1.330
-
-5.326
-5.326
Volume
Prijs
-
-
-66
-2.306
70
-
-50
-5.372
-5.372
70
-
-116
-
-
-
-
-
-
-
-5.372
-5.372
70
-
-116
De verwachting is dat van de groep die gedurende het jaar 2022 is gestart, volledig uitgestroomd is in 2026. De stijging van het aantal trajecten zal naar verwachting eind 2026 stabiliseren.
Programma Inburgering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Programma
32
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Wat gaat het Overhead en Onvoorzien kosten? Programma Bedrijfsvoering
Realisatie 2024
1e begrotingswijziging 2025
Begroting 2026
Verschil 2026-2025
Bedragen in € x 1.000
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
- Bedrijfsvoering/Overhead
378
-20.453
-20.075
-
-19.788
-19.788
-
-19.319
-19.319
- Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- Onvoorzien
-
-
-
-
-200
-200
-
-200
-200
- Implementatie ombuigingen
-
-
-
-
-443
-443
-
-1.151
-1.151
Totaal baten en lasten
378
-20.453
-20.075
-
-20.430
-20.430
-
-20.670
Reservemutaties
24
-
24
482
-1.593
-1.111
1.190
Saldo programma
402
-20.453
-20.052
482
-22.023
-21.541
1.190
Saldo Ombuigingen
Volume
Prijs
885
-
-416
-
-
-
-
-
-
-
-708
-
-20.670
885
-708
-416
-
1.190
-
2.301
-
-20.670
-19.479
885
1.593
-416
In de eerste helft van 2025 vindt een evaluatie plaats van de overdracht van de bedrijfsvoering per 2022. Voor Bedrijfsvoering is bij de hosting berekend wat er nodig is aan capaciteit door BMC. Er is door de gemeenten destijds gekozen dit advies niet over te nemen, maar de hosting BV over te dragen zonder de door BMC ingeschatte extra middelen, met de afspraak dat dit na 2 jaar geëvalueerd zou worden. Deze evaluatie zal naar verwachting half 2025 klaar zijn. De bezuinigingsopdracht is meegenomen voor een bedrag van 885 echter concrete besparingsvoorstellen voor bedrijfsvoering zonder kennis van de stand van dit moment is een uitdaging.
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
33
Algemene dekkingsmiddelen Overzicht van de middelen die Stroomopwaarts van de gemeenten ontvangen voor de uitvoering van zijn taken. Algemene Dekkingsmiddelen Bedragen in € x 1.000
Realisatie 2024
Baten
Lasten
Bijdrage armoedevoorziening*
7.218
-
Bijdrage inkomensvoorziening*
94.448
-
Bijdrage LKS*
4.582
-
Bijdrage inburgering*
2.134
-
1e begrotingswijziging 2025
Saldo
Baten
Lasten
7.218
8.157
-
94.448
101.437
-
4.582
6.129
-
2.134
3.000
-
Begroting 2026
Saldo
Verschil 2026-2025
Baten
Lasten
8.157
8.351
-
8.351
-50
-
244
101.437
108.164
-
108.164
-
2.467
4.260
6.129
8.276
-
8.276
-
1.865
282
3.000
3.066
-
3.066
-
-
66
-1.660
874
661
-2.181
Saldo Ombuigingen
Volume
Prijs
Afrekening Inburgering 2022-2023
-2.181
Bijdrage algemene dienstverlening
26.087
-
26.087
29.125
-
29.125
29.000
-
29.000
Bijdrage Werkleerbedrijf
20.066
-
20.066
20.990
-
20.990
21.553
-
21.553
-
-326
890
Bijdrage bedrijfsvoering/overhead
20.554
-
20.554
19.948
-
19.948
19.479
-
19.479
-885
-
416
Impulsgelden Infrastructuur WLB
-
-
-
356
-
356
338
-
338
-
-18
-
Afrekening Resultaat 2024 met gemeenten
-
-2.051
-2.051
2.051
Implementatie ombuigingen
-
-
-
1.593
-
1.593
-
-
-
-
-1.593
-
Overige dekkingsmiddelen
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
172.907
-
172.907
188.683
-
188.683
198.228
-
198.228
-2.595
5.320
6.819
Saldo programma
De gemeentelijke bijdrage (zonder maatwerk) stijgt met 9,5 miljoen van 188,7 miljoen naar 198,2 miljoen. Dit verschil wordt verklaard door enerzijds een besparing van 2,6 miljoen als resultaat van de ombuigingen. (De incidentele lasten voor de implementatie van de ombuigingen in 2025 is opgenomen als volume effect). Het resterende volume effect voor de uitkeringen, de loonkostensubsidie en een lagere bijdrage voor Wsw-medewerkers. Het volume effect bij algemene dienstverlening wordt gecompenseerd in het gemeentefonds op basis van het aantal extra uitkeringen, stijging van het aantal mensen in het doelgroepregister en het aantal banen met loonkostensubsidie. De extra begeleidingskosten voor
deze groep zijn als uitvoeringskosten opgenomen in de programma’s Werk, Inkomen en WLB. Het prijseffect leidt tot 6,8 miljoen hogere lasten en daardoor hogere dekkingsbijdrage.
Verdeelsleutel De verdeelsleutel voor de dekkingsbijdrage van de gemeenten voor de netto uitvoeringskosten wordt in de begroting 2026 voorlopig deels berekend op basis van geprognotiseerde aantal uitkeringen en het aantal dienstverbanden van de doelgroepen en het aantal inburgeraars in 2026. In de 1e begrotingswijziging 2026 worden de definitieve aantallen en de definitieve budgetverdeling vastgesteld. Op basis van de huidige Informatie is een
Algemene dekkingsmiddelen Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
34
indicatie opgesteld voor de aangepaste gemiddelde percentages voor 2026 welke in de begroting worden toegepast. De verschuiving van de percentages van de verdeelsleutel tussen gemeenten is voornamelijk een resultaat in de samenstelling van de bijstandsgerechtigden en het aantal medewerkers in het Werkleerbedrijf. Verdeelsleutel
2024
2025
2025
2026
Definitief
Voorlopig
Definitief
Voorlopig
Maassluis
16,5%
16,9%
16,3%
16,4%
Vlaardingen
41,0%
40,2%
41,2%
41,4%
Schiedam
42,5%
42,9%
42,5%
42,2%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
Saldo uitvoeringskosten
Totaal
Het impulsbudget voor transformatieopgave sociaal ontwikkelbedrijven dat gemeente Schiedam ontvangt van het Rijk ontvangt in de meicirculaire namens de MVS-gemeenten wordt apart afgerekend en buiten de verdeelsleutel Werkleerbedrijf gehouden. Deze impuls bedraagt naar verwachting 339k in 2026 op basis van het relatieve aandeel van het aantal mensen in het doelgroepenregister in de MVS-gemeenten.
Algemene dekkingsmiddelen Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
35
Totale gemeentelijke bijdrage De totale gemeentelijke bijdrage kan worden gesplitst in dekkingsmiddelen en maatwerk. Totale bijdrage
Realisatie
gemeente
BW1 Begroting Begroting Begroting Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Maassluis
28.098
30.405
31.725
30.877
30.877
30.877
Dekkingsmiddelen
27.096
29.403
30.851
30.851
30.851
30.851
Maatwerk
1.002
1.002
874
26
26
26
Vlaardingen
76.657
82.708
86.493
84.632
84.632
84.632
Dekkingsmiddelen
73.670
80.197
84.336
84.336
84.336
84.336
Maatwerk
2.987
2.510
2.157
295
295
295
Schiedam
73.363
81.185
84.976
83.423
83.406
83.388
Dekkingsmiddelen
72.140
79.082
83.041
83.023
83.005
82.988
Maatwerk
1.222
2.103
1.935
400
400
400
Totaal gemeentelijke 178.117
194.298
203.193
198.932
198.914
198.896
Bedragen x 1.000
bijdrage
Op de volgende pagina is de opbouw van de totale dekkingsbijdrage per gemeente opgenomen: • Dekkingsmiddelen: Verstrekkingen en dekking uitvoeringskosten via de verdeelsleutel • Maatwerk dienstverlening
Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
36
Bijdrage gemeente Gemeentelijke
Realisatie
bijdrage Maassluis
2024
BW1 Begroting Begroting Begroting Begroting
Gemeentelijke
2025
bijdrage Vlaardingen
2026
2027
2028
2029
Bedragen x 1.000
Realisatie
BW1 Begroting Begroting Begroting Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Bedragen x 1.000
Dekkingsmiddelen
27.096
29.403
30.851
30.851
30.851
30.851
Dekkingsmiddelen
73.670
80.197
84.336
84.336
84.336
84.336
Totaal verstrekkingen
16.089
18.062
19.435
19.435
19.435
19.435
Totaal verstrekkingen
46.322
51.516
55.343
55.343
55.343
55.343
Loonkostensubsidie
867
1.159
1.566
1.566
1.566
1.566
Loonkostensubsidie
1.557
2.083
2.812
2.812
2.812
2.812
Inkomensvoorziening
13.963
15.063
16.063
16.063
16.063
16.063
Inkomensvoorziening
41.718
44.767
47.730
47.730
47.730
47.730
Armoedevoorziening
Armoedevoorziening
1.151
1.346
1.335
1.335
1.335
1.335
Inburgering
440
494
471
471
471
471
Afrekening Inburgering
-333
2023
3.050
3.475
3.580
3.580
3.580
3.580
Inburgering 2024
858
1.192
1.221
1.221
1.221
1.221
Afrekening Inburgering
-861
2023
Totaal uitvoeringskosten
11.007
11.341
11.415
11.415
11.415
11.415
Totaal uitvoeringskosten
27.349
28.681
28.994
28.994
28.994
28.994
Dienstverlening
4.305
4.747
4.727
4.727
4.727
4.727
Dienstverlening
10.695
11.999
12.006
12.006
12.006
12.006
Werkleerbedrijf
3.311
3.421
3.513
3.513
3.513
3.513
Werkleerbedrijf
8.227
8.648
8.923
8.923
8.923
8.923
Overhead
3.391
3.251
3.175
3.175
3.175
3.175
Overhead
8.427
8.218
8.064
8.064
8.064
8.064
Afrekening resultaat 2024
-338
Afrekening Resultaat 2024
-841
Implementatie
260
Implementatie
656
ombuigingen
ombuigingen
Maatwerk Garantievoorwaarden
1.002
1.002
874
26
26
26
Maatwerk
29
22
22
22
22
22
Garantievoorwaarden
4
4
4
Sociale kredieten
-2
4
4
Meldpunt toeslagen
925
854
873
Leefgeld Oekrainers
89
89
TOZO
-63
-44
-25
Energietoeslag
24 77
-
30.405
31.725
Toeslag alleenverdieners Totaal Maassluis
28.098
-
-
-
Sociale kredieten
2.987
2.510
2.157
295
295
295
282
279
285
285
285
285
10
10
10
84.632
84.632
84.632
10
10
10
Meldpunt toeslagen
1.867
1.793
1.833
Leefgeld Oekrainers
1.361
119
TOZO
-136
-95
Energietoeslag
-863
Toeslag alleenverdieners 30.877
30.877
30.877
116
Jongerenperspectieffonds
106
Vertrouwensexperiment
300
Pilot Westwijk
60
184
Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
76.657
70
41
Armoedebeleid vrij reizen Totaal Vlaardingen
-54
63
13
82.707
86.493
Bijlagen
37
Gemeentelijke
Realisatie
bijdrage Schiedam
BW1 Begroting Begroting Begroting Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Dekkingsmiddelen
72.140
79.082
83.041
83.023
83.005
82.988
Totaal verstrekkingen
43.790
49.144
53.079
53.079
53.079
53.079
Bedragen x 1.000
Loonkostensubsidie
2.158
2.887
3.898
3.898
3.898
3.898
Inkomensvoorziening
38.768
41.607
44.371
44.371
44.371
44.371
Armoedevoorziening
3.016
3.336
3.436
3.436
3.436
3.436
Inburgering
835
1.314
1.374
1.374
1.374
1.374
Afrekening Inburgering
-987
2023 Totaal uitvoeringskosten
28.350
29.938
29.962
29.944
29.927
29.909
Dienstverlening
11.087
12.378
12.267
12.267
12.267
12.267
Werkleerbedrijf
8.528
8.921
9.117
9.117
9.117
9.117
Overhead
8.735
8.478
8.240
8.240
8.240
8.240
Impulsgelden WLB
356
338
320
303
285
Afrekening Resultaat 2024
-872
Implementatie
677
ombuigingen Maatwerk
1.222
2.103
1.935
400
400
400
Garantievoorwaarden
55
30
31
31
31
31
Sociale kredieten
15
16
16
16
16
16
Meldpunt toeslagen
1.718
1.623
1.658
-
-
-
Leefgeld Oekrainers
153
153
TOZO
-309
-216
Energietoeslag
-755
Toeslag alleenverdieners
-124
-
151
-
Externe arbeidsparticipatie
300
299
305
305
305
305
Extra inzet armoedebeleid
45
48
48
48
48
48
Totaal Schiedam
73.363
81.185
84.976
83.423
83.406
83.388
Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
38
Paragrafen In de financiële verordening Stroomopwaarts MVS 2022 is aangegeven dat de volgende paragrafen moeten worden opgenomen:
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Bijdrage gemeente
Financiering
Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Onderhoud kapitaalgoederen
39
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft een overzicht van de belangrijkste risico’s voor het primaire proces van Stroomopwaarts. Per risico worden de beheersmaatregelen benoemd en toegepast. Daardoor moet de impactscore van risico’s lager worden. Vervolgens wordt het weerstandsvermogen van Stroomopwaarts behandeld in relatie tot de genoemde risico’s. Tenslotte volgt een korte samenvatting van de financiële positie. Risico’s van materieel belang
structurele financiële risico’s en tegenvallers op te vangen, zonder dat het uitvoeren van taken en de continuïteit van Stroomopwaarts in gevaar komen. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de relatie te berekenen tussen de weerstandscapaciteit (algemene reserve) en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Bestemmingsreserves worden in deze berekening buiten beschouwing gelaten. Deze hebben een specifieke bestemming en worden in principe niet ingezet om risico’s op te vangen.
In het tweede deel van deze paragraaf zijn de risico’s geïnventariseerd en benoemd. De risico’s zijn beoordeeld aan de hand van een risicotabel. Daarbij is een score 1 tot en met maximaal 10 toegekend voor de kans dat een risico zich voordoet en voor de impact van het risico. Het totaal aan risico’s wordt gecalculeerd op € 2,05 miljoen voor de algemene dienstverlening en € 1,1 miljoen voor de individuele dienstverlening. Onderaan de tabel zijn de totaalbedragen gesplitst naar de gemeenten. Op basis van de gehanteerde normen is een vrije Algemene Reserve van tussen circa € 2,05 mln. en € 2,87 mln. noodzakelijk. Dat kwalificeert als “voldoende” (1,0 tot 1,4x het geïnventariseerde risicoprofiel).
In 2020 is de Nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen vastgesteld. Daarin worden het beleid en de uitgangspunten geformuleerd voor de vorming, omvang en het gebruik van reserves en voorzieningen. Ook het onderwerp ‘weerstandsvermogen’ wordt hierin meegenomen.
Risicomanagement
Bedragen x 1.000
Realisatie 2024
Een belangrijk punt is het risicobewustzijn in de organisatie van Stroomopwaarts. Het managen van risico’s is een integrale verantwoordelijkheid van het management. Om goed vinger aan de pols te houden, maken de benoemde risico’s onderdeel uit van de interne en externe rapportages van Stroomopwaarts. Zo wordt verzekerd dat er continu aandacht voor is. Ook is het hierdoor mogelijk (dreigende) risico’s tijdig te melden en bij te sturen.
Stand per 1 januari
2.145
Resultaat lopend boekjaar
2.051
Naast het weerstandsvermogen is in de begroting 2026 en volgende jaren per jaar een post onvoorzien opgenomen van € 200. De stand en het verloop van de algemene reserve is als volgt begroot: Algemene reserve
Resultaat voorgaand boekjaar
110
Afrekening met gemeenten
BW1 2025 Begroting 2026 2.139
2.139
2.051
0
-2.051
Vorming bestemmingsreserves Begrote storting Begrote onttrekking
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-
-116 Totaal
4.190
2.139
2.139
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
40
De omvang van de Algemene Reserve is conform de vastgestelde nota Reserves en Voorzieningen ongeveer gelijk aan 1,04x het risicoprofiel voor Stroomopwaarts. Voor het debiteurenrisico op dubieuze handelsdebiteuren en inkomensdebiteuren is een voorziening opgenomen. In de voorziening voor inkomensdebiteuren zijn een storting en een realisatie geraamd. Voor de voorziening handelsdebiteuren bepalen de uitkomsten van het incassobeleid de hoogte van de voorziening. Door actief debiteurenbeheer blijft betalingsachterstand door debiteuren beperkt. Wanneer betaling uitblijft, wordt uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de betalingstermijn een incassobureau ingeschakeld.
Financiële positie Het BBV (Besluit begroting en verantwoording) schrijft voor dat in de begroting bepaalde kengetallen dienen te worden gepresenteerd. Deze kengetallen geven, samen met de duiding die eraan gegeven wordt, inzicht in de financiële positie. Het kengetal ‘netto schuldquote’, de netto schuld als percentage van de inkomsten, geeft een indicatie van de financiële vermogenspositie van Stroomopwaarts. Met deze indicator wordt namelijk de netto schuld, zoals zichtbaar op de balans, uitgedrukt als een percentage van de inkomsten (exploitatie). Als de netto schuldquote boven de 130 procent uitkomt, is er sprake van een hoge schuld. Daardoor komen mogelijk de uitgaven aan noodzakelijke publieke voorzieningen in gevaar. Als de begrotingsomvang daalt, loopt deze indicator ook bij een gelijkblijvende schuld op. Hiervan is bij Stroomopwaarts echter geen sprake.
De ‘structurele exploitatieruimte’ is een indicator die gebaseerd is op de exploitatie (baten en lasten). Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte Stroomopwaarts heeft om de eigen lasten te dragen. Voor de beoordeling van het materieel evenwicht van de begroting, wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten, is flexibeler dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Financiële kengetallen begroting Kengetal
Realisatie
Begroting
BW1
Begroting
2024
2025
2025
2026
Netto Schuldquote
6,63%
7,79%
7,32%
8,32%
Netto schuldquote gecorrigeerd
-2,06%
-2,21%
-2,08%
-0,87%
31,64%
25,72%
25,72%
15,82%
voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
-0,47%
-0,31%
-0,11%
-0,13%
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Belastingcapaciteit
Op basis van bovenstaande kengetallen kan geconstateerd worden dat de schuldpositie onverminderd laag blijft en dat de solvabiliteit de komende jaren ongeveer gelijk blijft.
De ‘solvabiliteitsratio’ geeft inzicht in de mate waarin Stroomopwaarts in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio is een pure balansindicator. Het eigen vermogen wordt namelijk uitgedrukt in het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De VNG adviseert een minimale ratio van 20 procent. Stroomopwaarts voldoet in 2026 en verder aan deze norm.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
41
Risico’s bij Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (bedrag x € 1.000) A. Algemene dienstverlening Risico
Toelichting
Beheersmaatregelen
In de begroting wordt uitgegaan van een gemiddelde loonwaarde
• Intensieve werkgeversbenadering en acquisitie
toegevoegde waarde
(WSW, Beschut, loonkostensubsidies). Daadwerkelijke realisatie
• Tijdige loonwaardemeting
die gebaseerd is op de
hangt mede af van niveau van de instroom, afspraken met klanten
• Begeleiding
loonwaarde
en beschikbaarheid van werk en diensten. Genoemd bedrag
• Ontwikkelen PMC's die aansluiten op ontwikkeling doelgroep
is gebaseerd op achterblijven verwachte opbrengsten PMC's
en arbeidsmarkt
participatie, beschut en WSW met 10%.
• Juiste, volledige en tijdige inrichting en registratie in
Realiseren van de
Kans Impact Score 4
3
10
Bedrag € 490
drie systemen: Civision, Navision en HR Beschikbare capaciteit
3
3
9
€ 143
Het ambtelijke ziekteverzuim over 2024 was gemiddeld circa
• Professionaliseren managementinformatie verzuim, verlof en
voor kwalitatieve
7,9%. Om de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen
analyse
dienstverlening
verbeteren (doorontwikkeling) en te voorkomen, dat er een te
• Aanpak ziekteverzuim
(ziekteverzuim,
hoge werkdruk ontstaat, is er voldoende capaciteit nodig. Zo
• Samenwerking met arbodienst
werkdruk)
nodig moet er worden ingehuurd. Hier is uitgegaan van 1,5%
• Procesmanagement
extra inhuur.
• Flexibele schil
Vanaf 1 april 2025 is er nog geen nieuwe CAO SGO voor de
• Tijdige actualisatie begroting, aanpassing indexatie
gemiddelde salarissen
ambtelijke dienstverbanden. Er is ook nog geen CAO Aan
door de gemeenten voor 2024)
en sociale premies
de Slag en nog geen CAO Wsw bekend. Voor de ambtelijke
Ontwikkeling
4
3
10
€ 696
dienstverbanden hebben de MVS-gemeenten ambtelijk aangegeven geen automatische begrotingswijziging voor te stellen als cao-stijgingen hoger zijn dan de begroting. Mogelijke impact 2,5% over ambtelijke loonsom gedurende 2 jaar, loonsom doelgroepen 2,5% gedurende 1 jaar).
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
42
Risico
Kans Impact Score
Overdracht
3
4
10
Bedrag € 320
Toelichting
Beheersmaatregelen
Per 2022 is de bedrijfsvoering overgebracht naar
• Evaluatie overdracht bedrijfsvoering door BMC
bedrijfsvoering,
Stroomopwaarts. Een echt inzicht in de feitelijke kosten van deze
• Opstellen ontwikkelagenda ICT
inclusief ICT, aan
bedrijfsvoeringstaken ontbrak, deze werden bij de gemeenten
• Optimale inrichting Procesmanagement
Stroomopwaarts
vaak niet geregistreerd en er heeft in de afgelopen jaren geen
• Optimale inrichting Informatiemanagement
nacalculatie plaatsgevonden. Het externe advies gaf aan, dat de
• Tijdelijke middelen beschikbaar stellen (gemeente) voor de
overgedragen budgetten naar verwachting circa € 0,8 mln. te laag
uitvoering, doordat de ICT-maatregelen vertragen
zijn om de taken op een voldoende niveau te kunnen uitvoeren.
• Regeling aanpassen, waardoor Stroomopwaarts meer
Evaluatie door BMC volgt in het 1e halfjaar 2025.
mogelijkheden heeft om koppelingen (DKD) te realiseren • Voldoende middelen (tijd en geld) voor de ontwikkelopgave
Cyber aanval
Implementatie
1
3
5
3
5
9
€ 50
€ 352
Steeds vaker worden organisatie geconfronteerd met cyber
• Voldoen aan door overheid gestelde normen ICT-veiligheid
aanvallen (ransomware, DDoS-aanvallen). Dat leidt tot uitval van
(Baseline Informatiebeveiliging Overheid)
de systemen en het stilvallen van de dienstverlening. Er zijn dan
• Uitvoeren jaarlijkse IT-audits en testen
maatregelen nodig om deze weer te herstellen.
• Up-to-date houden software
Om de besparingen in de uitvoeringskosten ter realiseren van
• Duidelijk implementatieplan
voorgestelde
2,7 miljoen vanaf 2026 zijn er incidentele lasten te verwachten,
• Tijdige maatregelen
ombuigingen
deze kosten kunnen worden gerealiseerd in verschillende vormen
• Inzet flexibele schil
waaronder ook een iets aangepast tijdspad. Totaal Algemene dienstverlening
€ 2.051
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
43
B. Individuele dienstverlening Risico Armoede-voorzieningen
Kans Impact Score 2
2
4
Bedrag € 61
Toelichting
Beheersmaatregelen
Begin 2025 hebben de gemeenten nieuw beleid vastgesteld.
• Monitoren gebruik voorzieningen
Het karakter van een openeinderegeling levert een financieel
• Aanpassen proces op verschillende regelgeving per gemeente
risico op budgetoverschrijding (5%). Met name op de onderdelen bewindvoering. Inkomensvoorziening
3
4
12
€ 865
(uitkeringen)
In de begroting 2026 wordt uitgegaan van een gemiddeld aantal
• Actieve werkgeversbenadering voor het creëren en/of
bijstandsuitkeringen van 5.602. Risico van 2% van hogere
faciliteren van nieuwe plaatsingen
aantallen of hogere lasten per uitkering.
• Vernieuwende/innovatieve training voor ontwikkeling doelgroep • Handhaving/maatregelen • Experimenten vanuit middelen gemeentefonds 2020 • Sluitende aanpak, in samenwerking met onderwijs • Aanpak statushouders gericht op werk • Inzet voorliggende voorzieningen • Flexibiliteit in bemiddeling naar werk (parttime inkomsten die verrekend worden met de uitkering) • Leerlijnen
Inkomensvoorziening
3
3
9
€ 91
In de afgelopen jaren zijn er maatregelen genomen om de
• Inrichten sturingsproces op het incassoproces, mijlpaal
(dubieuze
incassoquote te verbeteren. Het openstaande saldo is verlaagd
inbouwen om de methodiek te herzien
uitkeringsdebiteuren)
van 12,4 miljoen eind 2023 naar 11,2 miljoen. De verwachte
• Beoordelen impact van de gewijzigde BBZ-regelgeving op de
Loonkostensubsidie
1
1
2
€ 34
incassoquote is verhoogd 21,5% naar 26%. De voorziening is
voorziening
hierdoor verlaagd naar 8,3 miljoen. Het risico op aanpassing van
• Verminderen terugvorderingen door tijdige signalering
de debiteurenvoorziening naar het oude niveau blijft aanwezig.
• Inzet op handhaving
Het aantal plaatsingen met loonkostensubsidie wordt sterk
• Overschrijding valt zeer waarschijnlijk binnen beschikbare
gestimuleerd. Mogelijk is de begrotingsruimte onvoldoende.
rijksmiddelen of wordt anders aangevuld in jaar T+1
Deze kans is op basis van begroting 2025 erg laag. SPUK inburgering
2
2
4
€ 45
Het is nog onzeker of de middelen die het Rijk hiervoor ter
• Monitoren gebruik voorzieningen, tijdig bijsturen
beschikking stelt voldoende zijn (zeker voor trajecten die langer dan 3 jaar lopen. Berekening gaat uit van een tekort van 10% op de specifieke uitkering (SPUK). Totaal Individuele dienstverlening
€ 1.097
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
44
Paragraaf Financiering De activiteiten van Stroomopwaarts worden middels maandelijkse betalingen van de voorschotbedragen gefinancierd. De reserves en voorzieningen van 5 miljoen aan de activa kant worden gecompenseerd door 2 miljoen aan vaste activa en 4 miljoen aan netto uitkerings- en handelsdebiteuren. Hierdoor is er slechts incidenteel een korte termijn financieringsbehoefte als de voorschotbedragen voor bijvoorbeeld maatwerk of bij een begrotingswijziging pas later wordt betaald. Vanuit de begroting wordt hier geen rekening gehouden. Afgezien van de reguliere vervangingsinvesteringen zijn er geen grote investeringen voorzien. In de begroting zijn daarom geen rentekosten of rentebaten opgenomen. De verwachting is dat het korte termijn gebruik van de bestaande kasgeldlimieten volstaat voor de financiering. Dit gaat over het algemeen over enkele dagen tot het saldo door de voor financiering weer is aangevuld. De eventuele rentelasten en rentebaten zullen elkaar naar verwachting opheffen.
Paragraaf Financiering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
45
Paragraaf Bedrijfsvoering Stroomopwaarts is sinds januari 2022 zelf verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en heeft, met de beëindiging van het hostingsmodel, een aantal zeer grote stappen gezet op dit gebied. Stroomopwaarts kan nu zelf haar bedrijfsvoeringsfunctie vormgeven. Deze wordt zo effectief en doelmatig mogelijk ingericht, waarbij de kwaliteit op niveau dient te blijven. Bedrijfsvoering bestaat uit alle processen gericht op de sturing en ondersteuning van het primair proces. Bedrijfsvoering zorgt ervoor dat de organisatie goed is georganiseerd, de juiste middelen beschikbaar heeft, en dat deze middelen effectief worden ingezet om de bedrijfsdoelstellingen te ondersteunen. Het primair proces functioneert alleen in samenspel met een adequate ondersteuning. Doordat de bedrijfsvoering de keuzes in de inhoud (Inkomen, Werk, Werkleerbedrijf) faciliteert én is afgesproken dat het geld zoveel mogelijk naar de stad moet blijven gaan, is besloten dat iedere ombuiging in de programma’s voor 50% doorwerkt naar het budget voor overhead. Voor alle bedrijfsvoering onderdelen betekent dat een pittige opgave gezien de vele ontwikkelingen die vragen om innovatie en een takenpakket dat niet afneemt. Net als de gemeenten staat Stroomopwaarts voor de uitdaging om ontwikkelingen rondom de informatisering (ICT, licenties en dergelijke) uit te voeren en bekostigen.
Die kosten stijgen sterk, zonder dat er veel mogelijkheden zijn dat te beïnvloeden, aangezien er weinig tot geen marktwerking is voor de software die Stroomopwaarts gebruikt en de leveranciers de prijzen blijven verhogen (deze ontwikkeling komt ook terug in de begrotingen van de MVS-gemeenten). Ook innovaties zoals de inzet van AI (kunstmatige intelligentie) zullen in eerste instantie kostenverhogend werken, echter deze dragen ook bij aan een meer effectieve bedrijfsvoering. Mogelijke
kansen en bedreigingen in bedrijfsvoering komen terug in de kansen- en risicoparagraaf. Door de bestuurders is gevraagd om meer transparantie over de uitvoeringskosten versus de bedrijfsvoeringkosten, zoals bijvoorbeeld Rogplus doet. Voor Stroomopwaarts is dat complex, omdat Stroomopwaarts verschillende taken uitvoert (van regie tot beleid tot uitvoering) en de administratieve organisatie niet is toegerust op het onderscheid daarin. Stroomopwaarts werkt met een norm van €26k/fte in de verhouding primair proces/overhead. Deze norm is kaderstellend en laat zien dat de ambitie om sober en doelmatig te werken hoog is. Bij de uitvoering van bijv. armoederegelingen of de compensatie van de Kinderopvangtoeslagaffaire is het onderscheid tussen verstrekking aan een inwoner en uitvoering makkelijker te maken. En dat doen we dan ook. Zoals benoemd is Stroomopwaarts is sinds 2022 zelf verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Er zijn sindsdien grote stappen gezet. Het is een knappe prestatie om in 3 jaar tijd dit hele organisatieonderdeel op te bouwen. Wij zijn dan ook trots op het al bereikte resultaat. Tegelijkertijd weten we dat er nog veel te doen staat. We hebben te maken met een lager budget dan de 3 gemeentes samen hadden terwijl de vraag naar ondersteuning groeit (denk bijv. aan de gemeentelijke opdrachtbrieven).
Dit vraagt veel van de doorontwikkeling van de processen, het maken van scherpe keuzes en creatieve in oplossingen. Onze ambitie blijft daarbij onverminderd hoog. De dienstverlening aan de cliënten en samenwerkingspartners staat voorop. Snelheid en kwaliteit zijn uitgangspunten bij (telefonische) dienstverlening, het betalen van de uitkering en het aanbieden van een passende reintegratievoorziening. Hierbij wordt gewerkt met servicenormen, zodat het voor cliënten duidelijk is wat zij kunnen verwachten. Betrouwbare en duidelijke communicatie is essentieel. Dit alles kan alleen plaatsvinden met
Paragraaf Bedrijfsvoering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
46
goed functionerende medewerkers, goedwerkende processen en bijbehorende middelen/ infrastructuur. Momenteel vindt onderzoek plaats door een externe partij naar de kwaliteit van de bedrijfsvoering na de overdracht. Daarbij wordt gekeken naar het actuele kwaliteitsniveau en ook de toekomstige inhoudelijke opgave, mede in relatie tot het ter beschikking gestelde budget. Deze evaluatie zal naar verwachting half 2025 klaar zijn. Daarna volgen optimaliseringsvoorstellen (incl. plan van aanpak) voor de bedrijfsvoeringsfunctie rekening houdend met de adviezen uit het evaluatieonderzoek én de financiële opgave.
Wat wil Stroomopwaarts bereiken? Om de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen meten, wordt gekeken naar de volgende prestatie-indicatoren: Effectindicator
Jaarrekening BGW 2025-1 2024
Klanttevredenheidsonderzoek (KTO) onder
N.v.t.
Begroting 2026
7,5
N.v.t.
Wat gaat Stroomopwaarts daarvoor doen? Goed werkgeverschap staat voorop bij Stroomopwaarts. Om dit te bereiken werken we met een strategisch HR-plan. In het actuele plan (looptijd 20222025) hebben we de volgende thema’s benoemd op het gebied van Werving & Selectie, Opleiding en Ontwikkeling, Strategische personeelsplanning, Leiderschapsontwikkeling, Gezondheid en Welzijn, Hybride werken. Aankomend jaar wordt gewerkt aan een nieuw strategische HR-plan, mede afgestemd op de nieuwe strategische nota werk en inkomen. De belangrijkste aanknopingspunten van een goedwerkend HR-beleid zien wij momenteel in medewerkerstevredenheid en ziekteverzuim. Stroomopwaarts wil graag dat medewerkers zich thuis voelen en worden uitgedaagd in hun werk. We meten dit in het 2-jaarlijkse medewerkers tevredenheidsonderzoek en streven daarbij naar een uitkomst van 7 of hoger. Ook willen we graag dat medewerkers gezond en vitaal zijn (en blijven). Stroomopwaarts investeert, met het oog op een optimale dienstverlening, in opleiding en ontwikkeling. Managers en medewerkers krijgen kansen om zich te ontwikkelen en breed inzetbaar te zijn voor de organisatie.
cliënten van de Participatiewet (2-jaarlijkse landelijke meting Klanttevredenheid commerciële klanten
Presentatie indicator
N.v.t.
8
N.v.t.
Jaarrekening BGW 2025-1
Begroting
2024 Absoluut aantal bezwaarschriften Het percentage bezwaarschriften dat (ambtelijk of
2026
401
970
970
25,8%
< 25%
< 25%
7,9%
< 7,9%
< 7,9%
anderszins gegrond wordt verklaard Het ziekteverzuim van het ambtelijk personeel
De verzuimcijfers liggen begin 2025 voor de gehele organisatie onder of exact op de benchmarkcijfers. Het daar houden of eronder krijgen blijft de ambitie en tegelijk een grote uitdaging. Het ziekteverzuim onder ambtenaren is eind 2024 gelijk aan de benchmark. Dit betekent een substantiële daling (1%) in het afgelopen jaar. We zijn hier blij mee en werken tegelijkertijd naar een verdere afname. Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) neemt de laatste jaren toe onder de ambtenaren, 19% daarvan is werk gerelateerd en bij 56% betreft het mentale klachten. Dit beeld is vergelijkbaar met de landelijk trend onder ambtenaren. Medewerkers, die werken in het werkleerbedrijf, zijn kwetsbaar, vaak langdurig aan Stroomopwaarts verbonden en hebben vaak geen keuze om elders te werken. Dit geldt in het bijzonder voor medewerkers met een beperking en een indicatie, maar ook voor de cliënten met een uitkering. De omgeving waarin zij werken moet voldoen aan de eisen van gezond, veilig en goed werkgeverschap. De huidige werkleerbedrijven hebben
Paragraaf Bedrijfsvoering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
47
(achterstallig) onderhoud, waarin wordt geïnvesteerd, zodat in 2026 de werkomstandigheden voor de meest kwetsbare doelgroepen verbeterd. De gelden hiervoor zijn opgenomen in de gemeentelijke begrotingen en komen niet in deze begroting terug. Bij de SW- en nieuw beschut medewerkers is er vooral sprake van medisch verzuim, met name door chronische klachten en ouderdomsklachten, waarvan 65% fysieke klachten. Ook hier sluiten we aan bij de landelijke trend.
Ontwikkelingen op het gebied van ICT en informatisering dragen hieraan bij. Waar mogelijk wordt automatisering (zoals AI/ Robotisering) toegepast en uitgebreid in onze processen. Door digitalisering worden processen verkort en kunnen cliënten beter ondersteund worden in hun ambities voor werk en inkomen. Dit blijft in 2026 een continu proces. In 2025 worden 3 pilots met AI uitgevoerd met als doel in de toekomst tijdsbesparing te kunnen realiseren.
Het waarborgen van rechtszekerheid, rechtmatigheid en klantgerichtheid is een belangrijk onderdeel voor de effectieve en efficiënte kwaliteit van de organisatie. Door voor- én achteraf kwaliteitscontroles uit voeren, wordt de rechtmatige uitvoering van zowel interne als externe wet- en regelgeving gestimuleerd en gewaarborgd. Om de goede relatie met burgers en cliënten te behouden en te verbeteren streven we naar het afhandelen van 15% van de bezwaarschriften en klachten op een informele oplossingsgerichte wijze. De afdeling kwaliteit signaleert verbeterpunten integraal, deelt en adviseert over mogelijke oplossingen en ondersteunt bij de implementatie hiervan. Deze werkwijze draagt bij een aan effectieve interne beheersing en verhoogt het kwaliteitsbewustzijn. De kwaliteit van de dienstverlening is hoog. De manier van werken wordt getoetst bij inwoners, opdrachtgevers, partners en het bedrijfsleven. De kwaliteit van de organisatie blijft onder permanente aandacht staan om het dienstverleningsconcept verder te verbeteren en actueel te houden voor wat betreft de wensen van de cliënt, commerciële klanten en overige contacten/belanghebbenden. Stroomopwaarts investeert, met het oog op een optimale dienstverlening, in opleidingen en ontwikkeling. Medewerkers krijgen kansen om zich te ontwikkelen en breed inzetbaar te zijn voor de organisatie.
Paragraaf Bedrijfsvoering Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
48
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf geeft inzicht in het beheer en onderhoud van de verschillende kapitaalgoederen van Stroomopwaarts. Grote bezittingen heeft Stroomopwaarts niet. Gebouwen en vaste installaties zijn eigendom en in beheer van de gemeenten. Stroomopwaarts bezit voornamelijk voertuigen, mobiele machines en ICT-apparatuur. De omvang van deze kapitaalgoederen is beperkt. Er vinden op kleine schaal vervangingsinvesteringen plaats. Stroomopwaarts stelt daarom geen aparte beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen op. De richtlijnen van de commissie BBV zijn leidend. Huisvesting De discussie over en de uitwerking van een passende en doelmatige huisvesting is deels gevoerd. De stuurgroep huisvesting heeft besloten dat de huisvestingopgave per gemeente wordt uitgevoerd. Alle 3 de gemeenten nemen hun verantwoordelijkheid op dit punt en gaan aan de slag met de huisvesting van Stroomopwaarts. Dat is naar verwachting bij elke gemeente een traject van meerdere jaren. Stapsgewijs wordt gewerkt aan een demarcatielijst gebaseerd op de ROZ (raad voor onroerende zaken). Hiermee wordt helderheid verschaft over wie verantwoordelijk voor welke taak op het vlak van huisvesting. Gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor de huisvesting Stroomopwaarts.
Besluitvorming over de huisvesting per gemeente loopt via het betreffende colleges van de MVS-gemeente en daarna de betrokken gemeenteraad. Het uitgangspunt is te komen tot een huisvesting van Stroomopwaarts die past bij de opgave van Stroomopwaarts en de doelgroep. Het wordt in de huidige omstandigheden een opgave om in de komende jaren te voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied
van arbeidsomstandigheden, duurzaamheid en veiligheid. Er is sprake van achterstallig onderhoud bij de werkleerbedrijven. Dit is geobjectiveerd door het opstellen van meer jaren onderhoudsplannen (MJOP’s). Het is nu aan de gemeenten om de middelen hiervoor beschikbaar te stellen om de noodzakelijke punten uit de MJOP’s op te pakken. De huisvestingssituatie gaat wel vragen om het vrijmaken van extra middelen door de gemeenten. Ook binnen Stroomopwaarts zullen er middelen beschikbaar gesteld worden middels een meer jaren Investeringsplan (MJIP). Dit zodat Stroomopwaarts haar deel van de kosten rond inrichting kan financieren. De komende jaren staat verduurzaming en energie neutraal maken van huisvesting op de landelijke agenda van de overheid. De werkleerbedrijven voldoen daar nu niet aan. Investeringen in duurzaamheid en energiezuinige gebouwen worden in de komende jaren aan het budget toegevoegd. Uiteindelijk worden die investeringen op de langere termijn terugverdiend. De discussie over en de uitwerking van een passende en doelmatige huisvesting staat op de agenda. De stuurgroep huisvesting, ondersteund door meerdere werkgroepen, is bezig om de visie vast te leggen en daarna uitvoering te geven aan de ontwikkeling hiervan. Dat is naar verwachting een traject van meerdere jaren.
Beheer en onderhoud Het Werkleerbedrijf beheert het wagenpark van Stroomopwaarts. Dit wagenpark bestaat uit circa 90 objecten. Het administratief beheer van de middelen en voertuigen vindt plaats in het ERP-systeem. Hierin zijn de stamgegevens vastgelegd. Ook wordt hierin bijgehouden of en wanneer keuring, onderhoud, en dergelijke, dienen plaats te vinden en wanneer dit is gebeurd. Verder worden de verzekeringspolissen, tankpassen en de
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
49
gegevens van de Track-& Trace-module vastgelegd. Het Bedrijfsbureau van het Werkleerbedrijf voert het administratief beheer uit. Het geeft tijdig door aan de operationele managers en/of technische dienst wanneer keuringen en dergelijke dienen te worden uitgevoerd. Ook legt het Bedrijfsbureau onderhoudscontracten vast. Voor het onderhoud van middelen heeft het Werkleerbedrijf te maken met wettelijke eisen volgens de Arbowetgeving. Ieder jaar voeren de eigen Arboen ISO-coördinator en preventiemedewerkers reguliere controles en audits uit. Zij hebben oog voor de staat van het onderhoud. Voor het uitvoeren van onderhoud zijn in de begroting van Stroomopwaarts de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud. Voor de hoogstnoodzakelijke aanpassingen en kleinschalige vervanging zijn middelen voorzien in de begroting.
Voor 2026 worden in 2025 vervangingsplannen opgesteld. Investeringen leggen meerjarig beslag op de financiële middelen van een organisatie. Binnen Stroomopwaarts wordt op kleine schaal geïnvesteerd, waardoor het effect beperkt is. Deze paragraaf geeft inzicht in het beheer en onderhoud van de verschillende kapitaalgoederen van Stroomopwaarts. Grote bezittingen heeft Stroomopwaarts niet. Gebouwen en vaste installaties zijn eigendom en in beheer van de gemeenten. Stroomopwaarts bezit voornamelijk voertuigen, mobiele machines en ICT-apparatuur. De omvang van deze kapitaalgoederen is beperkt. Er vinden op kleine schaal vervangingsinvesteringen plaats. Stroomopwaarts stelt daarom geen aparte beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen op. De richtlijnen van de commissie BBV zijn leidend.
Investeringen Het kan om verschillende redenen nodig zijn machines, vervoermiddelen of andere productiemiddelen te vervangen. Bijvoorbeeld door slijtage, het streven naar een efficiënter productieproces en door veranderingen van geldende normen. Na het beschikbaar komen van een krediet worden bij elke investering drie offertes opgevraagd (meervoudig onderhands), of worden ervaringscijfers gebruikt. Wanneer investering de beste optie blijkt, wordt met in achtneming van de geldende aanbestedingsregels zorgvuldig overwogen bij welke leverancier het productiemiddel wordt aangeschaft.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
50
Financiële begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Overzicht van baten en lasten per programma
Balans
Meerjarenraming
Incidentele baten en lasten
Reserves en voorzieningen
EMU-saldo
Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
Meerjarige balans
51
Overzicht van baten en lasten 2026 per programma Programma Totaal
Realisatie 2024
1e begrotingswijziging 2025
Begroting 2026
Verschil 2026-2025
Bedragen in € x 1.000
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Inkomen
7.898
-125.369
-117.471
8.474
-135.912
-127.438
7.666
-141.803
-134.137
Werk
2.606
-13.351
-10.745
2.169
-14.197
-12.028
2.262
-15.853
-13.590
Werkleerbedrijf
7.212
-28.761
-21.550
7.145
-31.783
-24.638
7.158
-33.061
-
-1.330
-1.330
-
-5.326
-5.326
-
-5.372
Bedrijfsvoering/Overhead
378
-20.453
-20.075
-
-19.788
-19.788
-
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
Inburgering
Saldo Ombuigingen
Volume
Prijs
1.090
-2.907
-4.883
550
-1.736
-377
-25.903
-
-237
-1.028
-5.372
70
-
-116
-19.319
-19.319
885
-
-416
-
-
-
-
-
-
-
-
-200
-200
-
-200
-200
-
-
-
-
172.907
188.683
-
188.683
198.228
-
198.228
-2.595
5.320
6.819
-
-
-
-
-443
-443
-
-1.151
-1.151
-
-708
-
190.999
-189.264
1.736
206.471
-207.647
-1.176
215.314
-216.758
-1.444
-
-268
-0
291
-
291
592
-
592
592
-
592
-
-
-
-
-356
-356
-
-338
-338
-
18
-
482
-1.593
-1.111
1.190
-
1.190
-
2.301
-
Dekkingsmiddelen 172.907 Implementatie ombuigingen Totaal baten en lasten Reservemutaties Inkomen Reservemutaties Werkleerbedrijf Reservemutaties Bedrijfsvoering
24
-
24
Reservemutaties Resultaat 2024
2.051
2.051
-2.051
Totaal reservemutaties
315
-
315
3.125
-1.949
1.176
1.782
-338
1.444
-
268
-
Totaal na mutatie reserves
191.314
-189.264
2.051
209.596
-209.596
-
217.097
-217.097
0
-
0
0
Bijdrage gemeente
§ Paragrafen € Financiële begroting
Bijlagen
52
Balans 2026 Balans Gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS ACTIVA (bedragen x 1.000)