Bijlage 2 Nota van zienswijzen Terras aan de Schie
Tekst van het document
Gemeente Schiedam
Postbus 1501 3100 EA Schiedam Stadskantoor Stadserf 1 3112 DZ Schiedam T 14 010 W www.schiedam.nl
Nota van zienswijzen Terras aan de Schie: omgevingsvergunning
Gemeente Schiedam
Postbus 1501 3100 EA Schiedam Stadskantoor Stadserf 1 3112 DZ Schiedam T 14 010 W www.schiedam.nl
Inleiding Op 16 juli 2021 zijn de ontwerp-omgevingsvergunning, het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen en het ontwerpbesluit hogere waarden (geluid) voor het herbestemmen en optoppen van het plan Terras aan de Schie, op de locatie Stationsplein 2 te Schiedam, ten behoeve van het realiseren van 130 bekend gemaakt. De bekendmaking vond plaats door publicatie in het Gemeenteblad en het Nieuwe Stadsblad. De ontwerpen hebben vanaf 17 juli 2021 tot en met 27 augustus 2021 ter inzage gelegen op het stadskantoor en waren digitaal beschikbaar via de landelijke database www.ruimtelijkeplannen.nl. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen ten aanzien van de ontwerpen. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft de Historische Vereniging Schiedam een zienswijze ingediend ten aanzien van de ontwerp-omgevingsvergunning en het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen. Geen zienswijzen zijn ontvangen ten aanzien van het besluit hogere waarden (geluid).
Inhoudelijke beoordeling zienswijze Historische Vereniging Schiedam De vereniging is van mening dat hoewel het maken van woningbouwplannen in leegstaande gebouwen een positieve ontwikkeling kan zijn, bij gebouwen met een hoge erfgoedwaarden de bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten daarbij bewaard zouden moeten blijven. Deze waarden zijn eerder beschreven in het rapport “De wederopbouw in Schiedam 19401965, deel 2” (2011), waarin destijds de aanbeveling is gedaan het pand op te nemen in de lijst van gemeentelijke monumenten. De voorgenomen plannen zijn dusdanig dat de architectuur van het gebouw grondig wordt gewijzigd en van de oorspronkelijke verschijningsvorm weinig meer resteert. Om die reden wordt verzocht geen medewerking te verlenen aan het plan in de huidige vorm en te komen tot een planvorming waarbij het karakter en de architectonische uitwerking en de verhouding van het bestaande gebouw behouden blijven. Daarbij wordt tevens verzocht plan gebouw aan te wijzen als gemeentelijk monument. Reactie gemeente De plannen voor de herontwikkeling van het pand zijn op verschillende momenten (ambtelijk) beoordeeld. Bij deze integrale beoordeling zijn alle waarden en kansen voor dit gebouw meegenomen, ook de genoemde erfgoedwaarden.
Op basis van deze integrale beoordelingen waarbij ook is gekeken naar aspecten als woonkwaliteit, duurzaamheid, geluid en de stedenbouwkundige ontwikkelingen in het stationsgebied, is geoordeeld dat hergebruik van het gebouw voor een woonfunctie in de huidige vorm niet realistisch is. In het integraal omgevingskader van 18 mei 2020 wordt ten aanzien hiervan het volgende overwogen: In het voorliggend ontwerpvoorstel wordt het gebouw opgetopt en wordt de gevel ingrijpend gewijzigd. Het bestaande gebouw heeft als beeldmerk naast het station een iconografische waarde, maar is echter versleten. Hoewel hergebruik van de oorspronkelijke structuur vanuit duurzaamheidsoogpunt positief is, is het de vraag of, of in hoeverre, het bestaande gebouw uitgangspunt kan zijn voor een nieuw ontwerp bij een functiewijziging zoals voorgesteld. Versterken of voortbouwen op de oorspronkelijke architectuur is daarom niet een eerste uitgangspunt. Op basis van voornoemde integrale afweging wordt ten aanzien van dit gebouw meer waarde gehecht aan de beoogde herontwikkeling, waarmee onder andere invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke woningbouwopgave en duurzaamheidsambities, dan aan genoemde erfgoedwaarden. Om die reden werd, en wordt, geen aanleiding gezien het gebouw in zijn huidige verschijningsvorm te behouden. Dit te meer omdat behoud van het gebouw in de huidige
1
verschijningsvorm het niet mogelijk zou maken de voor de woningen noodzakelijke akoestische maatregelen en duurzaamheidsmaatregelen te treffen, en daarmee een succesvolle transformatie van het pand naar woningen onmogelijk zou maken. Hoewel reeds eerder (in 2011) is geoordeeld dat het pand potentieel monumentwaardig is, heeft dit oordeel niet heeft geleid tot aanwijzing van dit gebouw uit de wederopbouwperiode als een gemeentelijk monument. Er is geen sprake van nieuwe inzichten of een hernieuwde waardering van gebouwen uit de wederopbouwperiode in Schiedam die het alsnog aanwijzen van dit gebouw als gemeentelijk monument zou rechtvaardigen. Om die reden wordt dan ook geen aanleiding gezien het gebouw alsnog aan te wijzen als gemeentelijk monument. De zienswijze is ongegrond.
2