Bijlage 1e bestuursrapportage 2025 Stroomopwaarts
Tekst van het document
1e bestuursrapportage 2025 Stroomopwaarts SAMEN STERK DOOR WERK
1
Voorwoord Voor u ligt de eerste bestuursrapportage over 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Stroomopwaarts, waarin wij verantwoording afleggen over de uitvoering in de periode januari tot en met april. De bestuursrapportage rapporteert over afwijkingen ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2025 die in april aan de raden voor zienswijze is voorgelegd. Deze bestuursrapportage geeft nu geen aanleiding tot het indienen van een nieuwe begrotingswijziging. In de tweede bestuursrapportage zal de prognose opnieuw worden bijgesteld. Die prognose zal waarschijnlijk leiden tot een beperkte begrotingswijziging in het kader van de rechtmatigheid. Ten opzichte van de voorgaande bestuursrapportage is de opzet van deze rapportage aangepast. Deze aangepaste structuur in de vorm van een management samenvatting biedt duidelijk inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen op hoofdlijnen met daarin zowel de programmatische voortgang als de financiële beheersing, en ondersteunt daarmee een meer gerichte sturing en inzicht in kansen en risico’s. In de bijlagen worden de details per programmaonderdeel vergeleken met de doelstellingen uit de begroting per onderdeel: 1. De realisatie van prestatie indicatoren per programma; 2. De financiële stand van zaken per programma; 3. De inzet van de dekkingsmiddelen per gemeente; 4. Rechtmatigheid; 5. Vroegsignalering; 6.
Overzicht 1e begrotingswijziging 2025 (basis voor deze rapportage). Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS
de secretaris
de voorzitter
N.C. van der Wekken
S.B. Kuiper
2
Management Samenvatting In het kader van de periodieke sturings- en verantwoordingscyclus treft u bijgaand een overzicht aan van: • • • •
De vijf meest significante ontwikkelingen ten aanzien van de Prestatie Indicatoren, zoals voorgesteld in de concept begrotingswijziging 2025; De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting; De vijf belangrijkste risico’s en kansen die op dit moment impact kunnen hebben op het realiseren van de doelstellingen van Stroomopwaarts; Beleidsontwikkelingen.
Dit overzicht biedt inzicht in waar bijsturing noodzakelijk is en dient ter ondersteuning van strategische en operationele besluitvorming binnen de organisatie, de bestuurders en richting onze gemeentelijke opdrachtgevers. Vijf voornaamste prestatie indicatoren
EFFECT INDICATOR INKOMEN Resultaat
Oorzaak
Acties
Gemiddeld aantal uitkeringen Gewijzigde begroting 2025: 5.469 2025 t/m april: 5.354 (-2,3%) Op dit moment ligt het aantal uitkeringen 2,3% onder het gemiddeld aantal uitkeringen in de gewijzigde begroting 2025. In 2024 is het aantal uitkeringen met 3,5% gestegen tot 5.353 eind december. In de eerste vier maanden van 2025 is het aantal uitkeringen nagenoeg stabiel, met enkele kleine verschillen tussen gemeenten. De toename in 2024 met een piek in november lijkt voorlopig niet door te zetten. De verwachting is dat de doelstelling voor 2025 wordt gerealiseerd. Het aantal uitkeringen is afhankelijk van het aantal inwoners dat instroomt in de uitkering en het aantal inwoners dat uitstroomt uit de uitkering. • De instroom tot en met april is 20% afgenomen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Maar liefst 62 mensen zijn bemiddeld naar werk voordat zij een uitkering hebben ontvangen. Deze bemiddeling aan de poort is succesvol voor meer dan 50% van de klanten waar dit instrument is ingezet. • De uitstroom is begin 2025 op hetzelfde niveau gebleven als dezelfde periode vorig jaar, maar 25% lager dan de piek in het laatste kwartaal van 2024. Het succespercentage van matching door werkgeversdienstverlening ligt hoog met 70% uitstroom na gemiddeld 6 maanden.
• Er is een groot aantal klanten (500) actief met ontwikkeling in de leerlijnen per sector als voorbereiding op bemiddeling naar werk. • We blijven inzetten op het verlagen van de instroom door inwoners die direct naar werk kunnen ook direct te bemiddelen en zo direct te helpen zonder uitkering. • De afgelopen 9 maanden gaat er veel extra inzet naar ontwikkeling van mensen in ontwikkeltrajecten. Hierdoor zal het aantal mensen dat taak-ready is toenemen in de tweede helft van 2025. • De focus blijft om de hoge uitstroompercentages met bemiddeling door Werkgeversdienstverlening te continueren. • Ook de controle op rechtmatigheid blijft een aandachtspunt.
3
PRESATIE INDICATOR WERK Resultaat Oorzaak Acties
PRESTATIE INDICATOR WERK Resultaat Oorzaak
Acties
Aantal matches Werkgeversdienstverlening Gewijzigde begroting 2025: 275 2025 t/m april: 121 (44%) Het aantal matches naar werk ligt 33% hoger dan de doelstelling. Als we de aantallen van de 1e vier maanden doorrekenen naar een jaar, dan gaan we de gestelde aantallen van 275 matches behalen. De effecten van de sectorale aanpak zullen in 2025 concreet zichtbaar worden met als uiteindelijke doel een verdere stijging van het aantal matches en de uitstroom uit de uitkering. De werkwijze van de teams Ontwikkeling en Werkgeversdienstverlening worden beter op elkaar afgestemd om doorstroom te verhogen. Daar waar we in 2024 rond deze tijd een kleine 100 klanten in een ontwikkeltraject hadden, zijn dat er nu 500. Dit brengt een aantal organisatorische uitdagen met zich mee, welke wij nu onderzoeken. De investeringen van het afgelopen jaar geeft in ieder geval een positief beeld voor de toekomst. Gemiddeld aantal banen met Loonkostensubsidie (LKS) Gewijzigde begroting 2025: 500 2025 t/m april: 444 (-13%) Het aantal banen met LKS was eind 2024 425. De verwachting is dat er eind van het jaar 500 banen met LKS zijn gerealiseerd. Dat betekent echter wel dat het verwachte gemiddeld aantal banen rond de 475 zal uitkomen. Dat is 95% van de doelstelling. In 2025 zijn er al 65 plaatsingen gerealiseerd.
Een deel van de plaatsingen betreft herplaatsingen van mensen op nieuwe banen, zodat zij aan het werk kunnen blijven. Hierdoor is de absolute stijging lager dan het aantal plaatstingen. We hebben relatief veel klanten die alleen parttime kunnen werken, deze doelgroep vraagt een andere aanpak die meer tijd kost team WGDV is op dit moment onvoldoende bezet waardoor ze iets achterlopen op planning • Meer focus op forfaitaire LKS als kans voor opdrachtgevers • Optimaliseren overdrachtsmoment tussen team ontwikkeling en team WGDV waardoor doorstroom toeneemt • Dedicated team op de groep Parttimers. Dit is een multidisciplinair team tussen ontwikkeling en WGDV bij ontwikkeling met als doel versnelde doorstroom • Realiseren van 10 banen met LKS bij KCC als onderdeel van de leerlijn administratie bij de formulierbrigade zoals opgenomen in de begroting. • Plan van aanpak om op het WLB meer ruimte te creëren voor intern LKS er is ruimte voor 21 banen, hier moet voldoende omzet tegenover staan ivm dekkingsgraad 33% • Kritisch her-beoordelen van de wachtlijst nieuw beschut of hier mensen kunnen starten met loonkostensubsidie bij de afdeling Groen of Schoonmaak. • Beoordelen welke mensen met indicatie doelgroepregister vanuit Team participatie (325) versneld kunnen doorstromen (naar ontwikkeling en) werk met loonkostensubsidie.
4
PRESTATIE INDICATOR WLB Resultaat
WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten Gewijzigde begroting 2025: 33% 2025 t/m april: 29% (-4%) De eerste 2 maanden van het jaar waren rustiger qua werkaanbod waardoor we iets achterlopen op doelstelling maar de orderportefeuille is inmiddels goed gevuld t/m week 38. De verwachting is dat met deze orderportefeuille en extra acties de omzet doelstelling nog kan worden gerealiseerd.
Oorzaak
•
Acties
Branche-breed laten de maanden januari en februari al jaren een rustiger beeld zien qua omzet. Daarnaast proberen (potentiële) opdrachtgevers werkleerbedrijven onderling uit te spelen op zo laag mogelijke tarieven wat maakt dat productiviteit per Fte onder druk komt te staan. Werkleerbedrijven zijn onderling georganiseerd en proberen deze prijsdruk tegen te houden. • De ‘spagaat’ waar Werkleerbedrijven vaak in verkeren is de keuze tussen geen werk of werk met een lagere productiviteit omdat onze mensen niet stil mogen komen te zitten. Onze opdrachtgevers kennen dit dilemma en proberen dat bij elke opdracht uit te spelen. • Daarnaast is er een grote groep beschutmedewerkers de afgelopen twee jaar nieuw gestart bij het Werkleerbedrijf waarbij de productiviteit nog stijgt. Deze groep kom in de plaats van de ervaren Wsw-medewerkers die uitstromen. Dit jaar wordt gewerkt aan een strategische koers werk en inkomen 2026 -2029, waarin het werkontwikkelbedrijf een belangrijk onderdeel is. In de koers wordt de toekomst van het werkontwikkelbedrijf uitgewerkt en worden keuzes gemaakt op welke wijze dit het beste kan. Net als in de voorgaande jaren zal de inhaalslag in de laatste 3 kwartalen plaats moeten vinden met de volgende aanvullende acties: 1. Top 20 lijst van potentiële prospects /opdrachtgevers die meer stabiliteit geven door het jaar heen, minder adhoc 2.
De maand januari tot ontwikkelmaand maken waarin er meer dan gemiddeld focus komt op het ontwikkelpotentieel van onze mensen. 3. Productiviteit FOOD is te laag per persoon, dat ligt aan de aard van het werk. Een werkgroep komt in de zomer met een advies hoe deze te verhogen 4. Er zijn veel meer klanten in ontwikkeling dan de voorgaande jaren, deze gaan we effectiever inzetten op lopende opdrachten omdat de snelheid en daarmee productiviteit kan stijgen met een positief effect op de omzet 5. Recent is er een zeer grote opdracht van Becky's binnengehaald welke vanaf juli gaat lopen 6. Sinds begin 2025 is een accountmanager dedicated bezig om meer werk binnen te halen voor het werkleerbedrijf. 7. De anderstalige afdeling in Maassluis is inmiddels ook weer goed bezet wat een positieve bijdrage zou moeten leveren aan de productiviteit De optelsom van bovenstaande punten maakt dat we verwachten dat de omzet weer zal stijgen in de laatste twee trimesters.
5
PRESTATIE INDICATOR INBURGERING
Resultaat
Acties
Het percentage dat voldoet aan de inburgeringsverplichting binnen de vastgestelde termijn Gewijzigde begroting 2025: 80% In 2022 zijn in totaal 212 migranten gestart met een inburgeringstraject. Deze trajecten worden in de loop van 2025 afgerond. Omdat een groot deel van de kandidaten pas tegen het einde van 2022 is gestart, wordt verwacht dat zij hun traject eveneens aan het eind van 2025 zullen voltooien. Tot en met april 2025 zijn er pas drie inburgeraars waarvan de periode van drie jaar is verlopen. Uiteindelijk hebben twee van hen het traject succesvol afgerond. Deze 67% is echter nog niet echt representatief om als prestatie indicator op te nemen. Vanaf de tweede bestuursrapportage wordt het percentage gerapporteerd voor de groep die voor september 2022 is gestart. Begin 2026 wordt duidelijk hoeveel kandidaten uit 2022 daadwerkelijk binnen de gestelde termijn aan de inburgeringsverplichting hebben voldaan. Ook wordt inzichtelijk hoe lang kandidaten gemiddeld over het traject doen, hoeveel verzoeken tot uitstel zijn ingediend (bijvoorbeeld om medische redenen), en wat de gemiddelde kosten per afgerond traject zijn. Over deze bevindingen wordt te zijner tijd gerapporteerd.
6
Prognose 2025 Onderstaande tabel is een samenvatting van de prognoses per programma. In de tabel worden de mutaties ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 inzichtelijk. In bijlage 6 is een overzicht toegevoegd met de belangrijkste mutaties in de 1e begrotingswijziging 2025 ten opzichte van de originele begroting 2025. Om een herhaling van zetten te voorkomen, wordt in deze bestuursrapportage alleen de mutatie ten opzichte van de 1e begrotingswijziging toegelicht. In bijlage 2 zijn de gedetailleerde prognoses voor 2025 per programma opgenomen en in bijlage 3 het overzicht met de impact van de prognose op de verwachte dekkingsbijdrage per gemeente. Overzicht programma's (in Euro x 1.000)
1e begrotingswijziging 2025 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
Inkomen
8.474
-135.912
-127.438
150
-127.288
Werk
2.169
-14.197
-12.028
400
-11.628
Werkleerbedrijf
7.145
-31.783
-24.638
150
-24.488
Inburgering
0
-5.326
-5.326
700
-4.626
Bedrijfsvoering/Overhead
0
-19.788
-19.788
400
-19.388
Onvoorzien (incl. impl. Ombuigingen)
0
-643
-643
0
-643
Dekkingsmiddelen
188.683
0
188.683
-900
187.783
Totaal Baten & Lasten
206.471
-207.647
-1.176
900
-276
3.125
-1.949
1.176
-150
1.026
209.596
-209.596
0
750
750
Reservemutaties Resultaat
De mutaties in de prognose voor 2025 leiden tot 1% lagere uitvoeringskosten hetgeen voorlopig resulteert in een verwacht voordeel van € 750k voor Stroomopwaarts. Als deze prognose in de tweede bestuursrapportage wordt bevestigd dan zal dat leiden tot een begrotingswijziging. De prognose voor de dekkingsmiddelen voor gemeenten is 0,5% lager (lagere verstrekkingen: € 900k). De vijf belangrijkste afwijkingen zijn: 1. Lagere ambtelijke CAO verhoging (impact € 400k verdeel over alle afdelingen) 2. Lagere realisatie loonkostensubsidie (€ 250k programma Werk en € 150k programma WLB) 3. Inburgering; Minder lasten voor inburgeringstrajecten (€ 500k)en lagere begeleidingskosten (€ 200k) 4. Hogere rentebaten (Overhead € 150k) 5. Lagere dekkingsmiddelen door lagere loonkostensubsidie (€ 400k)en lagere kosten voor inburgeringstrajecten (€ 500k)
Impact Dekkingsmiddelen De dekking van de dienstverlening is ingedeeld in vier onderdelen: 1. Verstrekkingen zijn in deze prognose 1% lager (€ 900k mln) door lagere inzet voor de openeinde regelingen loonkostensubsidie (€ 400k) en inburgeringstrajecten (€ 500k). Voor gemeenten is het financieel voordeel beperkt tot € 400k doordat het voordeel voor inburgering wordt verrekend met lagere inkomsten in de specifieke uitkering (SPUK) 2. Uitvoeringskosten zijn 1% lager (€ 750k) dan de 1e begrotingswijziging 2025, dit heeft in deze prognose nog geen impact op de gemeentelijke bijdrage. 3. Overige incidentele bijdragen, geen wijzigingen 4. Maatwerk voor Meldpunt Toeslagen is 1,1 miljoen hoger en gemeenten worden hiervoor volledig gecompenseerd door een hogere specifieke uitkering (zie bijlage 3 voor de cijfers per gemeente).
7
Programma
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
Dekkingsmiddelen Gemeenten
Baten
Verstrekkingen
118.723
0
118.723
-900
117.823
Uitvoeringskosten
70.062
0
70.062
0
70.062
Overige bijdragen
-102
0
-102
0
-102
188.683
0
188.683
-900
187.783
2.051
0
2.051
0
2.051
190.733
0
190.733
-900
189.834
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
Lasten
Saldo
Deze prognose geeft nu geen aanleiding tot het indienen van een nieuwe begrotingswijziging. In de tweede bestuursrapportage zal de prognose opnieuw worden bijgesteld. Die prognose zal leiden tot een begrotingswijziging. Dat betreft dan een wijziging door het Algemeen Bestuur, dus zonder zienswijze, omdat alleen de open-einde regelingen worden aangepast en de dekkingsmiddelen voor de uitvoeringskosten waarschijnlijk in beperkte mate naar beneden kunnen worden bijgesteld. De impact Meicirculaire voor gemeenten is positief: in de circulaire zijn hogere bedragen opgenomen dan voorzien in de begrotingsoverzichten van Stroomopwaarts. Hiervoor volgt nog een apart overzicht met de vergelijking van de cijfers. De definitieve Buig-middelen volgen in oktober. Kansen en Risico’s De belangrijkste kansen en risico’s ten aanzien van het realiseren van de prognose zijn: 1. Risico: 2% hogere lasten voor uitkeringen (€ 2.000k). De lasten per uitkering zijn voorlopig 2% hoger dan voorzien in de begroting. Door de lagere aantallen in het eerste trimester is de financiële impact voorlopig nog binnen de begroting te realiseren. In de volgende bestuursrapportage volgt een uitgebreidere analyse op basis van 8 maanden. De stijging van het WML, als basis het vaststellen van de normbedragen voor uitkeringen, bedraagt 2,4% in juli.
Deze stijging is meegenomen in de berekening van de omvang van het risico. 2. Kans: € 300k lagere uitvoeringskosten doordat enkele vacatures in aanloop op de bezuinigingen al in 2025 niet meer worden ingevuld. Veel managers zijn in de loop van 2025 al voorzichtig met het invullen van vacatures. Hierdoor staat de uitvoering op bepaalde plekken wel onder druk. Daarom is de verwachting dat meer tijdelijke inzet nodig is. 3. Risico: € 250k achterblijvende omzet werkleerbedrijf door afhankelijkheid van bevestiging van enkele nieuwe opdrachten en detacheringen. 4. Risico: € 300k hogere uitvoeringskosten (0,5%)de prognose op basis van een berekende extrapolatie van de realisatie van het eerste trimester is nog relatief volatiel. De impact van enkele nieuwe initiatieven en nieuwe contracten zijn zo goed mogelijk meegenomen in de berekeningen. 5. Kans: 0,5% lagere lasten voor uitkeringen (€ 500k)door het handhaven van huidige niveau van uitkeringen en het enigszins terugbrengen van het gemiddelde bedrag per uitkering. Vanwege de omvang van deze post op de begroting van Stroomopwaarts leiden percentueel kleine verschuivingen tot relatief grote absolute bedragen. Hiermee lijkt de prognose redelijk in evenwicht waar mogelijke kansen en risico’s in omvang tegenover elkaar weg lijken te vallen.
De impact van open-einde regelingen waar voor gemeenten specifieke uitkeringen tegenover staan, zijn niet meegenomen in deze risicoanalyse. Beleidsontwikkelingen Het kabinet heeft met het toekennen van impulsgelden ingezet op het toekomstbestendig maken van werkontwikkelbedrijven. Ook Stroomopwaarts is bezig met het toekomstbestendig maken van het werkontwikkelbedrijf. Dit wordt uitgewerkt in de nieuw op te stellen ‘Strategische Nota Werk en Inkomen 2026 – 2029’, waar op dit moment hard aan wordt gewerkt.
8
De krapte op de arbeidsmarkt blijft, maar is in het 1e kwartaal van 2025 iets minder krap. Voor elke 100 werkzoekenden staan er op dit moment 101 vacatures open (bron: CBS 30/4/2025). In de sectoren handel en industrie was de grootste afname van vacatures en in de sectoren financiële dienstverlening en bouw de grootste stijging. De werkloosheid is echter wel toegenomen in het 1 e kwartaal van 3,7% naar 3,8%. Wij blijven ook dit jaar inzetten op het verder ontwikkelen en verstevigen van de weg naar werk. De sectorale aanpak is breed binnen de organisatie ingebed en op elkaar afgestemd. De wijzingen van de Participatiewet (in Balans), waar al lange tijd sprake van is, zijn eindelijk in de Tweede Kamer vastgesteld en ter besluitvorming aangeboden aan de Eerste Kamer. De wetswijzigingen worden stapsgewijs ingevoerd. De eerste wijzigingen vinden per 1 januari 2026 plaats, vervolgens halverwege 2026 en de laatste wijzigingen per 1 januari 2027. De wijzigingen hebben betrekking op het zogenoemde spoor 1 van de Participatiewet. Spoor 2 van de Participatiewet in Balans richt zich op een fundamentele herziening van de wet. Dit spoor gaat verder dan kleine aanpassingen en kijkt naar de basisprincipes van de wet, zoals: 2. Een realistisch mensbeeld en ondersteuning van intrinsieke motivatie. 3. Een passend perspectief op participatie, waarbij niet iedereen per se naar werk wordt geleid.
4. Een toereikend sociaal minimum en een begrijpelijk vangnet. De nieuwe wet van School naar Duurzaam werk ligt op dit moment bij de Tweede Kamer ter besluitvorming. Of de inwerkingtreding per 1 januari 2026 wordt gehaald, is nog niet zeker. Dit is afhankelijk of de wet deze maand (juni 2025) door de Tweede Kamer wordt vastgesteld. Binnen Stroomopwaarts wordt dit nauwlettend in de gaten gehouden en wordt de implementatie van deze nieuwe wet ook binnen de regio afgestemd.
9
Bijlage 1 Prestatie Indicatoren Programma Inkomen Prestatie Realisatie
Begroting
Realisatie
of Effect
2024
2025
01 t/m 04
Gemiddeld aantal uitkeringen Participatiewet
E
5.300
5.469
5.341
Aandeel cliënten langer dan twee jaar in uitkering (zonder onderbreking)
E
71%
<69%
72%
Doorlooptijd aanvraag uitkering binnen 4 weken, excl. hersteltermijn
P
83%
80%
86%
Resultaat iedere cliënt in beeld gericht op werk
P
2.027
500
341
Resultaat iedere cliënt in beeld gericht op zorg, taal, vrijwilligerswerk
P
500
224
Indicator Participatiewet Bijstandsuitkeringen
Schuldhulpverlening Vroeg signalering schulden: vervolgtraject na eerste contact Schuldhulpverlening geslaagd = schone lei en/of uitbetaalde saneringskredieten (150 langlopend, 150 kortlopend)
E
27%
>6%
6%
P
215
300
38
Aantal intakegesprekken schuldhulpverlening
P
500
200
Aantal gestarte trajecten schuldhulpverlening
P
350
119
P
85
142
P
120
53
Inclusief Wsnp (wet schuldsanering natuurlijke personen), wanneer minnelijke schuldregeling niet mogelijk is Overig: adviesgesprek, budgetcoaching, cursus omgaan met geld (OMG)
Gelet op de stijging van het aantal cliënten in de uitkering in 2024 ten opzichte van de aantallen t/m april 2025, is de verwachting dat deze groei zich in de komende periode zal voortzetten. Deze ontwikkeling is in lijn met de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Ook het aantal aanmeldingen schuldhulpverlening is gestegen ten opzichte van 2024 van gemiddeld 97 naar 117 gemiddeld per maand. Dit is een gevolg van het verkorten van het aantal maanden dat een schuld moet worden terugbetaald van 36 naar 18 maanden. Het percentage succesvol afgeronde schuldregelingen is in deze periode gelijk aan de ambitie (60%).
10
Programma Werk
Indicator
Prestatie
Realisatie
Begroting
Realisatie
of Effect
2024
2025
01 t/m 04
Relatief aandeel uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdarbeid
E
7%
12%
7%
Nieuwe instroom bijstand is binnen 1 jaar aan het werk
E
20%
25%
24%
Aantal matching banen vanuit werkgevers servicepunt (WSP)
P
496
275
121
Totaal aantal nieuwe banen met loonkostensubsidie (intern & extern)
P
125
E
86%
85%
volgt
Aantal afgeronde werkleertrajecten
P
290
600
136
Aantal succesvol afgeronde werkleertrajecten
P
149
420
69
Aandeel cliënten dat "job ready", direct bemiddelbaar is na werkleertraject
P
51%
70%
51%
Aantal personen in taaltrajecten met taalniveau A1 en A2 Nederlands
P
100
39
% met aantoonbare stijging van het taalniveau (afgeronde trajecten)
P
70%
volgt
Uitstroom (gedeeltelijk) naar werk
E
>20%
start jan/25
Nieuwe plaatsingen
Aandeel duurzame uitstroom (> 6mnd aaneengesloten) in geval van uitstroom naar werk of zelfstandig ondernemerschap
65
Werkleertrajecten en Taaltrajecten
Samenwerking met ondernemers Aantal actief samenwerkende ondernemers. (Aantal ondernemers die via het werkgeversservicepunt van Stroomopwaarts
P
volgt
E
volgt
E
volgt
mensen inzetten die een uitkeringsbijstand ontvangen, inclusief WLB) Aantal keurmerkhouders Werkpact % SROI-realisatie MVS en SOW (aantal vervulde realisaties t.o.v. de totale SROI verplichting) Gemiddeld aantal banen met loonkostensubsidie (LKS) zoals banenafspraak
P
392
500
444
Banen voor doelgroepen bij werkgevers
P
300
342
307
Gemiddeld aantal LKS extern
P
146
190
148
Gemiddeld aantal WSW (extern begeleid werken)
P
25
23
27
Gemiddeld aantal banen gedetacheerd bij werkgever (in dienst bij SOW)
P
132
129
132
Gemiddeld aantal banen detachering WSW (in dienst bij SOW)
P
132
119
120
Gemiddeld aantal banen detachering Nieuw beschut (in dienst bij SOW)
P
5
7
Gemiddeld aantal banen detachering doelgroepregister bij werkgevers
P
5
5
Met ingang van 2025 zijn accountmanagers structureel gekoppeld aan specifieke sectoren. Hiermee is ingezet op versterkte kennisdeling en samenwerking tussen sectoren en de bijbehorende leerwerklijnen. Deze werkwijze draagt bij aan een meer integrale en vraaggerichte dienstverlening, waarbij de klant centraal staat. Stroomopwaarts werkt aanbodgericht: accountmanagers zijn verantwoordelijk voor het borgen en creëren van voldoende baanopeningen binnen de aan hen gekoppelde sectoren. Matchmakers verzorgen de koppeling tussen vraag en aanbod, terwijl jobcoaches zorgen voor duurzame plaatsingen en begeleiding op de werkvloer. Door werkgevers sectoraal te benaderen, ontstaat ruimte voor gerichte advisering en ondersteuning op basis van de specifieke kenmerken en behoeften binnen een sector. Dit draagt bij aan een betere aansluiting van de leerwerklijnen op de actuele vraag vanuit sectoren zoals zorg, techniek en groen. De werkwijze wordt jaarlijks geëvalueerd en – indien nodig – aangepast aan de dynamiek van de arbeidsmarkt en de marktvraag.
11
Programma Werkleerbedrijf Prestatie
Realisatie
Begroting
Realisatie
of Effect
2024
2025
1 t/m 4
Ziekteverzuim WSW en Beschut
E
13%
<16%
12,4%
WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten
P
32%
33%
29%
Gemiddeld aantal doelgroepen intern
P
786
794
796
Gemiddeld aantal banen WSW intern
P
558
494
533
Gemiddeld aantal banen nieuw beschut met LKS (niet banenafspraak)
P
202
235
229
Gemiddeld aantal banen met LKS (banenafspraak)
P
47
65
34
Gemiddeld aantal re-integratie banen
P
18
0
0
Indicator
Banen voor doelgroepen bij Werkleerbedrijf (intern WLB)
Wachtlijst Nieuw Beschut Gemiddeld aantal mensen met indicatie Nieuw Beschut op de wachtlijst
E
22
Gemiddelde duur in maanden op de wachtlijst Nieuw Beschut
E
2
In 2025 worden beschikbare Rijksmiddelen ingezet om binnen het Werkleerbedrijf gerichte ondersteuning te bieden aan de zogenoemde ‘tussen wal en schip’-groep. Het Rijk heeft terecht gesignaleerd dat de invoering van de Participatiewet ertoe heeft geleid dat een specifieke groep mensen (vooralsnog) geen toegang heeft tot de reguliere arbeidsmarkt. Voor deze doelgroep is echter wél perspectief te bieden binnen een werkleeromgeving. Deze groep bestaat uit personen die niet in aanmerking komen voor nieuw beschut werk, maar ook onvoldoende arbeidsvermogen hebben om – zelfs met inzet van loonkostensubsidie en/of jobcoaching – duurzaam te kunnen functioneren bij reguliere werkgevers. Zij bevinden zich in een tussenpositie en vragen om een andere vorm van begeleiding en activering. Dankzij de aanvullende Rijksmiddelen kunnen in 2025 twintig extra personen in deze doelgroep worden ondersteund via het Werkleerbedrijf, waarmee het totaal aantal deelnemers in deze categorie uitkomt op 65. Deze inzet draagt bij aan sociale inclusie en het bevorderen van arbeidsmatige participatie voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
12
Programma Inburgering De Wet Inburgering 2021 is per 1 januari 2022 ingegaan, wat betekent dat de wet 3 jaar in werking is en dat steeds meer inburgeraars 3 jaar bezig met inburgeren en het inburgeringstraject afronden. Gaande dit jaar krijgen we steeds meer zicht op de resultaten van onze inburgeraars, zoals uitstroomgegevens (wie halen hun inburgering en wie niet), behaald taalniveau, etc.. Er zijn al inburgeraars die succesvol hun inburgeringstraject hebben afgerond, maar dit zijn vaak individuele situaties en geen groepen. Indicator Gemiddeld aantal trajecten
Prestatie Realisatie of Effect 2024 P 959 Statushouders 585 Gezinsmigranten 374
Het % inburgeraars dat uitstroomt en voldoet aan de inburgeringsverplichting binnen de vastgestelde termijn Statushouders Gezinsmigranten De gemiddelde trede zelfredzaamheid van de inburgeraar bij einde inburgering Financiële zelfredzaamheid (trede 5) Zelfredzaamheid zonder aanvullende maatschappelijke Het B1 taalniveau bij het einde van de inburgeringsplicht (B1 route) Statushouders Gezinsmigranten Het % inburgeraars dat werk heeft of opleiding volgt, 3 jaar na start Statushouders Gezinsmigranten % PIP (Plan Inburgering en Participatie) dat binnen 10 weken na huisvesting gereed is % inburgeraars op B1-route, Z-route of onderwijsroute
E
Begroting 2025 1.270 758 512
Realisatie 01 t/m 04 1.237 755 482
80%
Volgt
75% 90% E
Volgt
E
P
95% 90% 60% 35% 75% 80% 35% 98%
78% 65% 90% Volgt
P
100%
95%
Volgt
P
74%
80%
82%
Het Rijk scherpt de voorwaarden voor gezinshereniging aan: deze wordt grotendeels beperkt tot statushouders met een vast inkomen, woonruimte en ten minste twee jaar verblijf. De wetswijzigingen worden in het najaar van 2025 aan de Raad van State voorgelegd; invoering volgt naar verwachting in 2026. Tegelijkertijd past de EU het Asiel- en Migratiepact aan, met o.a. invoering van grensprocedures en ‘flexibele solidariteit’ vanaf juni 2026. Het kabinet wil de Spreidingswet intrekken, maar deze blijft in 2025 nog van kracht. Gemeenten moeten daarom per 1 juli 2025 opvanglocaties gereed hebben. De impact hiervan op Stroomopwaarts hangt af van het inburgeringsbeleid binnen de MVS-gemeenten, met name rond de ‘vroege start’ en de nieuwe wet Verbetering toegang arbeidsmarkt nieuwkomers, die werk vanuit COA-locaties vergemakkelijkt.
13
Bijlage 2 De financiële stand van zaken Programma Inkomen Programma 1 Inkomen Aanvraag Schuldhulpverlening
1e begrotingswijziging 2025 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
0
-4.509
-4.509
-250
-4.759 -3.373
255
-3.878
-3.623
250
Preventie & vroegsignalering
0
-643
-643
100
-543
Schuldhulpverlening trajecten
71
-3.051
-2.980
150
-2.830
Jongerenperspectieffonds
184
-184
0
0
0
Armoedevoorziening
5.504
-14.302
-8.799
-250
-9.049
Armoedevoorziening verstrekkingen *
777
-4.689
-3.912
0
-3.912
Maatschappelijke participatie kinderen *
0
-1.838
-1.838
0
-1.838
Bewindvoering *
0
-2.407
-2.407
0
-2.407
113
-624
-512
-250
-762
4.270
-4.400
-130
0
-130
Toeslag alleenverdieners
345
-345
0
0
0
Inkomensvoorziening
2.714
-106.205
-103.491
150
-103.341
Inkomensvoorziening *
2.199
-103.636
-101.437
0
-101.437
153
-1.900
-1.747
0
-1.747
TOZO *
0
0
0
0
0
TOZO uitvoeringskosten
0
-307
-307
150
-157
Opvang Oekraïne leefgeld *
Armoedevoorziening uitvoeringskosten Meldpunt Kinderopvangtoeslag
Inkomensvoorziening uitvoeringskosten
362
-322
40
50
90
Opvang Oekraïne uitvoeringskosten
0
-40
-40
-50
-90
Participatie
0
-5.997
-5.997
300
-5.697
Dienstverlening
0
-1.020
-1.020
-50
-1.070
8.474
-135.912
-127.438
150
-127.288
592
0
592
-150
442
9.066
-135.912
-126.846
0
-126.846
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
De kosten van verstrekkingen voor armoederegelingen en inkomensvoorziening leiden op dit moment nog niet tot een aanpassing voor de prognose. De kosten voor de bijstandsuitkeringen zijn wel opgenomen in de risicoanalyse. Er is in de prognose met betrekking tot de uitvoeringskosten sprake van enkele verschuivingen tussen programmaonderdelen: •
•
Bij Aanvraag is er extra inzet op het instrument externe bemiddeling om de instroom in de uitkering laag te houden met extra re-integratie-werk overeenkomsten af te sluiten (€ 250k). Bij Dienstverlening wordt de inzet door de formulierenbrigade met er € 50k versterkt. De inzet van instrumenten voor Participatie vallen er € 300k lager uit dan begroot. De extra uitvoeringskosten voor Armoedevoorzieningen van € 250k worden gecompenseerd door lagere uitvoeringskosten voor schuldhulpverlening.
14
In de maatwerkactiviteiten (tijdelijke opdrachten) zien we de volgende mutaties ten opzichte van de begroting: • •
•
Lagere uitvoeringskosten (€ 150k) voor TOZO, deze kosten worden gefinancierd vanuit een bestemmingsreserve, die ook met € 150k is verlaagd. De hogere uitvoeringskosten voor de verstrekking van leefgeld Oekraïners (€ 50k) wordt gedekt door hogere maatwerkbijdrage. Via een specifieke uitkering worden gemeenten hiervoor weer gecompenseerd. De verstrekking en uitvoeringskosten voor Meldpunt Toeslagen stijgt naar verwachting met € 1,1 miljoen van (€ 4.400k naar € 5.500k). Doordat de maatwerkbijdrage door gemeenten ook hoger wordt (dekking van uit een specifieke uitkering) is er geen impact voor Stroomopwaarts. De resterende uitvoeringskosten van € 130k worden gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve ondersteuning kinderopvangtoeslagaffaire.
Programma Werk Programma 2 Werk Ontwikkeling Werkgeversdienstverlening
1e begrotingswijziging 2025 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
300
-3.625
-3.325
100
-3.226
1.869
-10.571
-8.702
300
-8.402
Accountmanagement & Matchmakers
0
-1.053
-1.053
25
-1.028
Externe arbeidsparticipatie uitvoering
0
-1.876
-1.876
25
-1.851
1.869
-5.161
-3.292
0
-3.292
0
-2.481
-2.481
250
-2.231
2.169
-14.197
-12.028
400
-11.628
400
-11.628
Lasten Doelgroepen Loonkostensubsidie (LKS)* Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
0
0
0
2.169
-14.197
-12.028
Door het later opvullen van de vacature ruimte hebben de Teams Ontwikkeling (€ 100k) en Werkgeverdienstverlening € 50k) incidenteel minder uitvoeringskosten. Werkgeverdienstverlening blijft naar verwachting achter op het organiseren van extra banen met Loonkostensubsidie bij werkgevers zoals aangegeven in de prestatie indicatoren. De financiële impact hiervan is € 250k.
15
Programma Werkleerbedrijf Programma 3 Werkleerbedrijf
1e begrotingswijziging 2025 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
Productie
3.760
-3.570
190
-200
-10
Diensten
3.385
-1.757
1.629
-100
1.529
Lasten doelgroepen
0
-26.456
-26.456
450
-26.007
Loonkosten doelgroepen
0
-22.808
-22.808
300
-22.509
Loonkostensubsidie (LKS)
0
-3.648
-3.648
150
-3.498
7.145
-31.783
-24.638
150
-24.488
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
0
-356
-356
0
-356
7.145
-32.139
-24.994
150
-24.844
De omzet van het werkleerbedrijf voor Productie en Diensten blijft € 300k achter bij de eerdere verwachtingen, waarvan € 100k door lagere inzet van mensen vanuit de Banenafspraak en € 200k nog niet gerealiseerde nieuwe omzet in productie in het eerste trimester. Er zijn extra acties gestart om deze omzet alsnog te verhogen in de resterende periode. De loonkosten van doelgroepen zijn € 300k lager doordat de inzet van mensen in de Banenafspraak blijft achter op de begrote aantallen. De lasten voor loonkostensubsidie is hierdoor ook met € 150k lager. Programma Inburgering Programma 4 Inburgering
Begroting 2025 na BW1 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
Trajecten wet inburgering
0
-3.000
-3.000
500
-2.500
Inburgering uitvoeringskosten
0
-2.326
-2.326
200
-2.126
Totaal Baten & Lasten
0
-5.326
-5.326
700
-4.626
Reservemutaties
0
0
0
0
0
Resultaat
0
-5.326
-5.326
700
-4.626
De taakstelling Inburgering is naar beneden bijgesteld, waardoor de verwachting is dat het aantal trajecten zal gaan dalen. De instroom van asielmigranten blijft in de eerste maanden achter, wat aansluit bij de jaarlijkse trend. Verwacht wordt dat de instroom toeneemt richting het einde van het jaar. In combinatie met de lagere caseload leidt dit tot een verwachte onderschrijding van circa € 0,7 miljoen. Hierbij wordt wel rekening gehouden met verlengingen van trajecten, aangezien niet alle deelnemers binnen drie jaar afronden. Vanaf 2025 ontstaat meer inzicht in het gemiddelde tijdspad, doordat dan de eerste deelnemers uitstromen. Het aantal gezinsmigranten blijft toenemen. Hoewel zij hun opleiding zelf bekostigen, leidt dit tot hogere uitvoeringskosten voor Stroomopwaarts, aangezien ook gezinsmigranten een casemanager toegewezen krijgen. Door de daling van het aantal statushouders en de stijging van gezinsmigranten verschuiven de uitvoeringskosten binnen Inburgering.
16
Programma Bedrijfsvoering Programma Bedrijfsvoering en overhead
1e begrotingswijziging 2025 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
Overhead
0
-19.788
-19.788
400
-19.388
Onvoorzien (incl. impl. Ombuigingen)
0
-643
-643
0
-643
Totaal Baten & Lasten
0
-20.431
-20.431
0
0
400
-20.031
Reservemutaties
483
-1.593
-1.111
0
-1.111
Resultaat
483
-22.024
-21.541
400
-21.141
Op basis van de actuele inzichten over de tot nu toe ontvangen rente-inkomsten kan worden geconcludeerd dat deze gunstiger uitvallen dan ten tijde van de begrotingsopstelling werd voorzien. Dit leidt naar verwachting tot een voordelig effect van circa € 150k in het begrotingsjaar 2025. Daarnaast blijkt uit de recente doorrekening van de personeelslasten dat de gerealiseerde cao-verhogingen achterblijven ten opzichte van de eerder ingeschatte loonontwikkelingen. Dit verschil vertaalt zich in een voordeel van € 250k binnen het programma Bedrijfsvoering voor het lopende jaar. Beide ontwikkelingen dragen positief bij aan het financiële beeld en bieden ruimte binnen de begroting.
17
Bijlage 3 De inzet van dekkingsmiddelen Programma
1e begrotingswijziging 2025
Dekkingsmiddelen Gemeenten
Baten
Verstrekkingen
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap1
2025
118.723
0
118.723
Bijdrage armoedevoorziening *
8.157
0
8.157
8.157
Bijdrage inkomensvoorziening *
101.437
0
101.437
101.437
Bijdrage loonkostensubsidie *
6.129
0
6.129
-400
5.729
Bijdrage inburgering *
3.000
0
3.000
-500
2.500
Uitvoeringskosten
70.062
0
70.062
0
70.062
Bijdrage algemene dienstverlening
29.125
0
29.125
0
29.125
Bijdrage werkleerbedrijf
20.990
0
20.990
0
20.990
Bijdrage overhead
19.948
0
19.948
0
19.948
Overige bijdragen
-102
0
-102
0
-102
Afrekening Dekkingsmiddelen 2024
-2.051
0
-2.051
0
-2.051
Impulsgelden Werkleerbedrijf
356
0
356
0
356
Implementatie ombuigingen
1.593
0
1.593
0
1.593
188.683
0
188.683
-900
187.783
2.051
0
2.051
0
2.051
190.733
0
190.733
-900
189.834
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
-900
117.823
De prognose voor de dekkingsmiddelen is lager door lager verwachte bedragen voor externe loonkostensubsidie (€ 400k) en minder lasten voor inburgeringstrajecten (€ 500k). Impact Dekkingsmiddelen De dekking van de dienstverlening is ingedeeld in vier onderdelen: 1. Verstrekkingen zijn in deze prognose 1% lager (€ 1,1 mln) door lagere inzet voor de open-einde regelingen loonkostensubsidie (€ 400k) en inburgeringstrajecten (€ 500k). Voor gemeenten is hier geen financieel effect doordat de begrote baten van de SPUK worden verlaagd. 2. Uitvoeringskosten zijn 0,7% lager (€ 500k) dan de 1e begrotingswijziging 2025. Dit heeft pas impact op de dekkingsmiddelen na een begrotingswijziging. 3. Overige bijdragen hebben geen directe impact op de jaarlijkse uitvoeringskosten 4. Maatwerk voor Meldpunt Toeslagen is € 1,1 miljoen hoger en gemeenten worden hiervoor volledig gecompenseerd door een hogere specifieke uitkering (SPUK). De bijdragen voor maatwerk worden conform de begroting direct in de programma’s opgenomen. In de overzichten met de dekkingsmiddelen worden de bijdragen voor maatwerk (incl. tijdelijke opdrachten) apart zichtbaar.
18
Dekkingsmiddelen gemeente Maassluis Dekkingsmiddelen per gemeente
1e begrotings- Mutatie Prognose
(Bedragen x 1.000)
wijziging 2025 Berap1
2025 17.912
Maassluis Versterkkingen
18.062
-150
Armoedevoorziening
1.346
0
1.346
Inkomensvoorziening
15.063
0
15.063
Loonkostensubsidie
1.159
-150
1.009
494
0
494
Inburgering Uitvoeringskosten
11.420
0
11.420
Algemene dienstverlening
4.747
0
4.747
Werkleerbedrijf
3.421
0
3.421
Overhead
3.251
0
3.251
Overige bijdragen
-78
0
-78
Afrekening Dekkingsmiddelen 2024
-338
0
-338
Implementatie ombuigingen
260
0
260
Impulsgelden Werkleerbedrijf
0
0
Maatwerk
1.002
0
1.002
Meldpunt Kinderopvang Toeslag
854
0
854
Overige bijdragen
148
0
148
30.405
-150
30.256
Totaal bijdragen Maaslsuis
De inzet van loonkostensubsidie blijft voor Maassluis achter bij de verwachtingen. Op de overige onderdelen zijn geen wijzigingen voorzien. De lasten voor inkomensvoorziening blijven in de prognose nog binnen de begroting. Hier is wel een risico opgenomen in geval van een toename van het aantal uitkeringen of het continueren van de gemiddelde hoogte van een uitkering.
19
Dekkingsmiddelen gemeente Vlaardingen Dekkingsmiddelen per gemeente
1e begrotings- Mutatie Prognose
(Bedragen x 1.000)
wijziging 2025 Berap1
2025 51.266
Vlaardingen Versterkkingen
51.516
-250
Armoedevoorziening
3.475
0
3.475
Inkomensvoorziening
44.767
0
44.767
Loonkostensubsidie
2.083
-50
2.033
Inburgering
1.192
-200
992
Uitvoeringskosten
28.866
0
28.866
Dienstverlening
12.000
0
12.000
Werkleerbedrijf
8.648
0
8.648
Overhead
8.218
0
8.218
Overige bijdragen
-185
0
-185
Afrekening Dekkingsmiddelen 2024
-841
0
-841
Implementatie ombuigingen
656
0
656
Maatwerk
2.510
550
3.060
Meldpunt Kinderopvang Toeslag
1.793
550
2.343
717
0
717
82.707
300
83.007
Impulsgelden Werkleerbedrijf
Overige bijdragen Totaal bijdragen Vlaardingen
Gemeente Vlaardingen heeft naar verwachting iets lagere inzet van loonkostensubsidie en lagere kosten voor inburgeringstrajecten. Deze laatste worden verdisconteerd door lagere compensatie vanuit de specifieke uitkering. Voor het meldpunt Toeslagen is het omgekeerde van toepassing: hogere verstrekkingen en uitvoeringskosten die worden gedekt door een hogere specifieke uitkering.
20
Dekkingsmiddelen gemeente Schiedam Dekkingsmiddelen per gemeente
1e begrotings- Mutatie Prognose
(Bedragen x 1.000)
wijziging 2025 Berap1
2025 48.644
Schiedam Versterkkingen
49.144
-500
Armoedevoorziening
3.336
0
3.336
Inkomensvoorziening
41.607
0
41.607
Loonkostensubsidie
2.887
-200
2.687
Inburgering
1.314
-300
1.014
Uitvoeringskosten
29.776
0
29.776
Dienstverlening
12.378
0
12.378
Werkleerbedrijf
8.921
0
8.921
Overhead
8.478
0
8.478
Overige bijdragen
161
0
161
Afrekening Dekkingsmiddelen 2024
-872
0
-872
Implementatie ombuigingen
677
0
677
Impulsgelden Werkleerbedrijf
356
0
356
Maatwerk
2.103
550
2.653
Meldpunt Kinderopvang Toeslag
1.623
550
2.173
480
0
480
81.185
50
81.234
Overige bijdragen Totaal bijdragen Schiedam
Gemeente Schiedam heeft naar verwachting lagere inzet van loonkostensubsidie en lagere kosten voor inburgeringstrajecten. Deze laatste worden verdisconteerd door lagere compensatie vanuit de specifieke uitkering. Voor het meldpunt Toeslagen is het omgekeerde van toepassing: hogere verstrekkingen en uitvoeringskosten die worden gedekt door een hogere specifieke uitkering.
21
Bijlage 4 Rechtmatigheid In het kader van de rechtmatigheidsverantwoording rapporteert team AO/IC Stroomopwaarts over de stand van zaken van de gegevensgerichte controles. De eerste vier maanden van 2025 hebben in het teken gestaan van de laatste controles over 2024 en ondersteuning bij de jaarrekening.
SiSa Voor het boekjaar 2025 zijn voor het uitkeringsproces op het moment van rapportage 18 dossiercontroles uitgevoerd. Voor drie dossiers staat een nader onderzoek naar de rechtmatigheid open. In het vervolg van 2025 worden de controles voor de Participatiewet, IOAW, loonkostensubsidie en bijzondere bijstand voortgezet. Daarnaast worden nog controles gedaan voor de inburgering, het meldpunt toeslagenaffaire en leefgeld Oekraïne (Schiedam en Maassluis.) Dit betreffen regelingen met een kleinere omvang, waardoor het aantal te controleren posten beperkt is.
Inkoop en aanbesteding Na overleg met het team inkoop heeft team AO/IC vernomen dat stappen gezet zijn om de onrechtmatigheden in het proces van inkoop op te pakken en te voorkomen o.a. door het doen van nieuwe inkooptrajecten. Ten tijde van de rapportage is het opstellen van de crediteurenscan 2025 binnen het team AO/IC nog onderhanden.
Contracten inhuur Eind 2024 zijn er nieuwe contracten voor tijdelijke inhuur afgesloten met vier partijen na een Europees aanbestedingstraject. Hiermee worden nieuwe contractuele rechtmatigheidsfouten voor inhuur vanaf 2025 voorkomen. Door de uitfasering van enkele leveranciers en lopende inhuurovereenkomsten in het eerste kwartaal is er nog sprake van een beperkte onrechtmatigheid die ruim binnen de rechtmatigheids-marge zal blijven. Aanbestedingen voor Werkleerbedrijven (WLB) Het Team Inkoop wordt steeds vaker ingezet om voor het werkleerbedrijf aan te besteden. Inmiddels zijn er enkele aanbestedingen succesvol afgerond. Voorheen waren hier geen (raam)overeenkomsten voor sommige leveringen en onderhoudsdiensten aanwezig. Sinds 1 januari 2025 hebben wij bijvoorbeeld een raamovereenkomst met één bedrijf die de beveiliging van al onze werkleerbedrijven verzorgt.
22
Bijlage 5 Vroegsignalering 2025 januari t/m april Maassluis Resultaat Betalingsregeling Geen contact kunnen krijgen Klant geeft aan geen behoefte aan hulp Klant geeft aan zelf op te lossen Ongeldige melding Quick fix Verwijzing Bekend SHV Aanmelding SHV Totaal
Vroegsignalering Vlaardingen Schiedam
TOTAAL
6 33
14 78
7 64
27 175
16
27
18
61
130 2 0 18 11 16 232
285 2 0 34 55 44 539
147 6 0 25 22 38 327
562 10 0 77 88 98 1.098
Uitgevoerde (eind-)activiteiten Afspraak locatie Huisbezoek Contact klant n.a.v. brief Contact klant n.a.v. flyer Contact klant n.a.v. telefoon Telefoon Brieven gestuurd E-mail gestuurd SMS gestuurd Totaal
8 36 20 11 48 77 47 387 6 640
7 71 29 0 49 393 134 910 14 1.607
10 52 22 6 50 110 279 846 4 1.379
25 159 71 17 147 580 460 2.143 24 3.626
Signalen per type signaalpartner Woningcorporaties Energieleverancier Waterleverancier Zorgverzekeraar Totaal
307 216 44 108 675
822 644 196 348 2.010
198 880 255 474 1.807
1.327 1.740 495 930 4.492
Het verschil tussen Uitgevoerde activiteiten en Signalen per type signaalpartner wordt veroorzaakt doordat er meerdere signalen met één activiteit worden uitgevoerd (meer achterstandssignalen per adres). In 2024 zijn 8.242 signalen van betalingsachterstanden bij Stroomopwaarts gemeld. In de eerste 4 maanden van 2025 zijn dit 4.492 signalen. De verwachten mogelijke oorzaak is de inflatie waardoor meer huishoudens het budget niet meer rond krijgen. Wanneer deze trend zich voortzet, is de verwachting dat we 13.476 signalen gaan ontvangen. Dat is een stijging van 61%. De inzet van een preventiemedewerker in de Westwijk van Vlaardingen (Programma Wij de Westwijk) verklaart het verschil in het aantal uitgevoerde (eind-) activiteiten tussen Vlaardingen en Schiedam. In juli start de preventiemedewerker in de wijken Oost en Nieuwland van Schiedam. Het resultaat van deze inzet wordt later dit jaar voor een deel zichtbaar. In de eerste vier maanden hebben twee van de drie consulenten Vroegsignalering een andere baan gevonden. Eén vacature is reeds vervuld. Deze lagere inzet heeft invloed op het aantal uitgevoerde activiteiten. In deze verantwoordingsperiode zijn 159 huisbezoeken uitgevoerd. Bij een volledige bezetting zou dit 322 huisbezoeken zijn. In het 3e kwartaal starten wij met een callcenter dat gespecialiseerd is in het voeren van gesprekken Vroegsignalering.
De verwachting is dat het bereik van schuldhulpverlening hierdoor wordt vergroot.
23
Bijlage 6 Overzicht 1e begrotingswijziging
24