Bijlage 1 Voortgangsrapportage MVS Jeugdmodel 2e halfjaar 2024
Tekst van het document
Voortgangsrapportage - MVS Jeugdmodel 2e halfjaar 2024
Gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 13 mei 2025
1
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Context: landelijke ontwikkelingen........................................................................... 4 1.1 Hervormingsagenda Jeugd ............................................................................................................. 4 1.1.2 VNG standpunt bijdragen van de Rijksoverheid ................................................................. 5 1.2 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ............................................................................. 5 1.3 Wet verbetering toegang jeugdzorg en Algemene Maatregel van Bestuur ............................. 6 Hoofstuk 2: MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? ....................................... 7 2.1 Netwerk Opgroeien in veiligheid .................................................................................................... 7 2.2 Netwerk Opgroeien door spelen en leren ...................................................................................... 9 2.3 Netwerk Opgroeien in de buurt ...................................................................................................
12 2.4 Netwerk Opgroeien in gezondheid............................................................................................... 13 2.5 Netwerk Opgroeien naar volwassenheid ..................................................................................... 14 Hoofdstuk 3: MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam .................................................16 3.1 De totstandkoming van de Transformatieagenda MVS Jeugd ..................................................... 16 Hoofdstuk 4: GRJR (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond) ......................................17 4.1 LTA (Landelijk Transitie Arrangement) .......................................................................................... 17 4.2 Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) .......................................................................... 17 4.3 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ..................................................................................... 18 4.4 P&C-cyclus ................................................................................................................................... 20 4.5 Risico’s financieel ..........................................................................................................................
20 Hoofdstuk 5: Juridisch .................................................................................................................21 5.1 Verordening jeugdhulp MVS 2025 ............................................................................................... 21 Hoofdstuk 6: Financieel ...............................................................................................................22 Bijlage 1: Voortgangsrapportage Jeugdhulp Rogplus Q3Q4 2024
2
Inleiding Voor u ligt de tweede halfjaarrapportage 2024 MVS Jeugdmodel. Met het MVS Jeugdmodel werken we in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam samen met kind, ouders en jeugdhulpprofessionals, huisartsen, instellingen, verenigingen en onderwijs aan een transformatieproces van de jeugdhulp.
Doelstelling en bouwstenen MVS Jeugdmodel Doelstelling van het MVS Jeugdmodel is de hulp dichter bij de jeugdige en het gezin aan te bieden, waarbij de zorg zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig wordt ingezet. Het MVS Jeugdmodel bestaat uit 6 bouwstenen: 1) Netwerk rondom het kind, de ouder/opvoeder in het gewone leven 2) Versterk de positie van het onderwijs 3) Wijkteam 4) Een praktijkondersteuner in elke huisartsenpraktijk 5) Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau 6) Specialistische jeugdhulp op MVS-niveau
Taakgerichte inkoop Om te kunnen sturen op de jeugdhulp hebben de MVS-gemeenten gekozen voor een andere wijze van inkopen van de jeugdhulp, namelijk een taakgerichte en integrale opdracht uitgevoerd door Mevis. Mevis is een consortium van zorgaanbieders en wordt gevormd door vier (jeugd)zorg organisaties: Timon, MEE Rotterdam Rijnmond, Yulius en ASVZ. Uitvoeringsorganisatie Rogplus voert het informatie- en contractmanagement uit voor de MVS-gemeenten. In hun voortgangsrapportage (welke als bijlage aan dit rapport is toegevoegd) leest u welke stappen Mevis in het kader van de transformatie zet en hoe het met de zorg voor cliënten staat. Een aantal onderdelen van de Jeugdhulp is ingekocht via de GRJR, het gaat om: Jeugdbescherming en - reclassering, Veilig Thuis en de Landelijke Transitie-arrangementen (LTA, de zeer schaarse landelijk ingekochte hulp). Netwerkgerichte benadering Voor deze transformatie van de jeugdhulp maken de MVS-gemeenten, Mevis, Rogplus en cruciale partners gebruik van netwerken waarin we organisatie- en domein overstijgend kennisdelen en samenwerken aan betere werkwijzen en initiatieven die er voor het kind en gezin toe doen. Van opgroeien door spelen en leren in de buurt, in gezondheid, in veiligheid en naar volwassenheid. De netwerken worden gefaciliteerd met netwerkregisseurs vanuit het MVS Jeugdteam.
Indeling rapportage In deze rapportage schetsen we eerst de landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het MVS Jeugdmodel: de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de wet verbetering toegang jeugdzorg. Hoofdstuk 2 betreft de rapportage van de netwerken van het MVS Jeugdmodel. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de ontwikkelingen van het (gemeentelijk) MVS Jeugdteam. Hoofdstuk 4 behandelt het GRJR-deel van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In hoofdstuk 5 worden juridische ontwikkelingen toegelicht. Tenslotte geven we in hoofdstuk 6 een toelichting op het financiële proces. De rapportage van Rogplus over de integrale opdracht van Mevis treft u in de bijlage. 3
Hoofdstuk 1 Context: landelijke ontwikkelingen 1.1 Hervormingsagenda Jeugd In het laatste half jaar van 2024 is het onderzoek van de deskundigencommissie (Commissie Van Ark) afgerond. Het rapport “Groeipijn” is begin 2025 gepubliceerd. De deskundigencommissie heeft onder meer getoetst op welke wijze gemeenten hebben bijgedragen aan het realiseren van de doelen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Dit is namens de MVS-gemeenten tijdens één van de gespreksrondes toegelicht door wethouder Silos. De belangrijkste zaken uit het rapport: Inhoudelijk perspectief De commissie stelt vast dat er door gemeenten en andere betrokkenen hard is gewerkt aan de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. Tegelijkertijd geldt dat die inzet nog niet rendeert. Dat wijt de commissie aan een te beperkte scope van de aanpak, een gebrek aan doorzettingsmacht in de jeugdketen, te weinig realisme ten aanzien van de besparingen en het tijdpad, en onduidelijkheden over de haalbaarheid daarvan. Volgens de commissie is doorgaan met de Hervormingsagenda noodzakelijk, maar moet deze verbreed worden naar bestaanszekerheid, wonen, onderwijs en volwassenenzorg. Juist daar liggen de oorzaken voor het sterk toegenomen beroep op jeugdhulp. Het is aan gemeenten om zorg te dragen voor een goede lokale basisvoorziening en het versterken van de lokale teams.
Financieel kader 2023 – 2024: Voor de jaren 2023 en 2024 concludeert de commissie dat het rijk en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de tekorten van € 628 en € 828 miljoen en doet zij de aanbeveling dat partijen deze tekorten 50/50 verdelen. 2025 – 2028: Het geldende meerjarig financieel kader 2025 t/m 2027 (uit 2023) moet worden bijgesteld. Ingeboekte besparingen zijn niet realistisch gebleken en de kosten zijn gestegen, zonder dat gemeenten daarop afdoende kunnen sturen. De uitgaven over 2024 vormen de basis voor de vergoeding voor 2025 en volgende jaren. Vanaf 2025 worden deze geïndexeerd voor zowel prijs als volumeontwikkelingen. Wel loopt de (50%) korting over 2024 door, waardoor gemeenten feitelijk een taakstelling hebben van € 414 miljoen. Voor de volumestijging is uit te gaan van 4,7%. Voor de prijsstijging is aan te sluiten bij OVA/PPC. Daarnaast dienen de eerder voor 2026 e.v. ingeboekte besparingen te vervallen totdat deze op een realistische wijze kunnen worden vastgesteld en ook de haalbaarheid daarvan is gewogen. De verantwoordelijkheid voor de financiële consequenties die voortvloeien uit dit onderdeel van het advies betreffen in de optiek van de commissie met zoveel woorden een verantwoordelijkheid van het gehele kabinet.
4
Na 2028: Na 2028 is het de bedoeling een ander financieringsmodel te implementeren. Zolang dit niet operationeel is, geldt het kader zoals geschetst onder 2025-2028. Ten aanzien van het nieuwe model doet de commissie diverse aanbevelingen waarbij artikel 108, lid 3 Gemeentewet als vertrekpunt geldt. Organisatie en governance De commissie beveelt aan de datahuishouding binnen het jeugdstelsel aanzienlijk te verbeteren en prestatie-indicatoren te definiëren. Daarmee ontstaat een beter inzicht in de oorzaken van kostenontwikkelingen en zijn haalbare bezuinigingsdoelstellingen te formuleren. Bovendien is dan beter te sturen. Op dit moment lijkt het meer op “sturen in de mist”. Ook in de governance van de Hervormingsagenda zijn aanpassingen nodig. De commissie adviseert te voorzien in een onafhankelijk ‘boegbeeld’ met doorzettingsmacht.
1.1.2 VNG standpunt bijdragen van de Rijksoverheid De commissie van Ark adviseert het Rijk de besparingen voorlopig terug te draaien en gemeenten voldoende geld te geven om de jeugdzorgtaken uit te kunnen voeren. De VNG stelt het kabinet voor een ultimatum: óf het Rijk komt met een fatsoenlijk voorstel óf de VNG is genoodzaakt juridische stappen te ondernemen en zich terug te trekken uit het woon- en zorgakkoord. De VNG vraagt het Rijk hiermee verantwoordelijkheid te nemen voor de taken die zij belegd hebben bij de gemeenten. 1.2 Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een programma van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit landelijke programma betreft de hervorming van de huidige beschermingsketen voor kinderen/gezinnen en volwassenen zonder kinderen in een onveilige thuissituatie (0 – 100 jaar), en kent een looptijd tot en met 2030. Het Toekomstscenario vindt plaats in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd, in het bijzonder het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. In het tweede halfjaar zijn op het gebied van Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming veel ontwikkelingen geweest, de meest relevante benoemen wij hier.
Naast de regionale projectgroep, zijn vier deelprojectgroepen samengesteld rondom de thema’s 1) Lokale teams, 2) Professionals, 3) Lokaal – regionaal, en 4) Regionaal beproeven. In deze deelprojectgroepen wordt aan verschillende deelopdrachten uitvoering gegeven. In de deelgroep Professionals wordt bijvoorbeeld invulling gegeven aan de ontwikkeling van een gezamenlijke taal en in de deelprojectgroep Lokaal-regionaal wordt een integrale cliëntenraad opgericht en vormgegeven. Daarnaast worden verschillende producten ontwikkeld in het Toekomstscenario om een uniforme werkwijze in de regio mogelijk te maken, o.a. een handelingskader en uniform werkproces. Op drie plaatsen (Rotterdam-IJsselmonde, Goeree-Overflakkee en Capelle aan den IJssel) wordt de nieuwe werkwijze getest in zogenaamde proeftuinen. De resultaten zijn veelbelovend.
5
In de proeftuinen wordt onder andere geconstateerd dat er veel winst behaald wordt door het gebruik van een andere bejegening door professionals, de inzet van ervaringsdeskundigen en de korte lijnen tussen Wijkteam en Veiligheidspartners. Dit leidt tot een snel en passend hulpaanbod, waardoor maatregelen veelal voorkomen kunnen worden. Lokale regelgeving die snelheid en passend aanbod dwarsboomt, wordt helder tijdens het beproeven. Deze knelpunten worden lokaal geagendeerd en waar mogelijk aangepakt. Ten behoeve van de verdere uitrol van het Toekomstscenario in de regio is een informatiebijeenkomst georganiseerd waarin een verscheidenheid van interne- en externe partners bijgepraat zijn; wat is het precies, wat gebeurt er in de regio, wat doen we in de proeftuinen, hoe verbinden we onze regionale bevindingen met het landelijke niveau en hoe kijken partners naar deze ontwikkeling. In 2025 wordt verder invulling gegeven aan deze regionale uitrol. In 2025 worden twee ontwikkellijnen ingezet, te weten; 1) verdieping van de proeftuinen om de werkwijze in de lokale teams in samenwerking met het regionaal veiligheidsteam nader te specificeren, 2) verbreding, om de nieuwe werkwijze te verbreden naar de regiogemeenten die niet aangesloten zijn bij de proeftuinen. De MVS-gemeenten zijn aangesloten bij het Toekomstscenario door deelname aan de (deel)projectgroepen.
De doelstellingen van het MVS Jeugdmodel sluiten, voor wat betreft jeugd, aan bij de doelstellingen van het Toekomstscenario. Samen met Mevis volgen wij aandachtig de uitkomsten van de proeftuinen en de ontwikkelingen binnen de (deel)projectgroepen. In het netwerk Opgroeien in Veiligheid wordt verder invulling en uitvoering gegeven aan deze aansluiting.
1.3 Wet verbetering toegang jeugdzorg en Algemene Maatregel van Bestuur De door Maassluis, Vlaardingen en Schiedam gezamenlijk ingevulde robuustheidsscan is door het ministerie beoordeeld en er hebben verdiepende gesprekken met het ministerie van VWS plaatsgevonden. In het derde kwartaal zijn alle gemeenten schriftelijk geïnformeerd wat de consequenties van de robuustheidsscan zijn. Naast de robuustheidsscan speelde ook de internetconsultatie over de Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) behorende bij de “Wet verbetering toegang jeugdzorg”. Belangrijkste punten in deze AMVB zijn de zorgvormenlijst, waarin wordt aangegeven welke vormen van zorg regionaal moeten worden ingekocht, en de regio-indeling, die is afgeleid van de bevindingen uit de robuustheidsscan. De zorgvormenlijst bevat veel vormen van zorg die op dit moment door de MVS-gemeenten zelf worden ingekocht. De MVS-gemeenten hebben bijgedragen aan de reactie die hierop gegeven is door de GRJR, maar ook een eigen reactie gestuurd. De MVS-gemeenten hebben door de gezamenlijke taakgerichte inkoop van Mevis, voor vrijwel alle vormen van jeugdhulp, een aparte plek binnen de GRJR. Uit de brief van het ministerie blijkt dat met het aflopen van de contracten alle zorg van de zorgvormenlijst regionaal ingekocht moet worden.
In het vierde kwartaal van 2024 hebben bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden met het ministerie van VWS op welke wijze wij de huidige situatie kunnen continueren. Deze gesprekken hebben geleid tot een ambtelijk vervolg van deze gesprekken in het eerste kwartaal van 2025. Onderwerp van gesprek zal zijn op welke wijze wij ondanks wijzigingen in de wet- en regelgeving vorm kunnen blijven geven aan de doorontwikkeling van het MVS Jeugdmodel.
6
Hoofdstuk 2 MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? De MVS-gemeenten hebben gekozen voor een netwerkgerichte aanpak waarin alle betrokken partners samenwerken aan oplossingen, verbeteringen en nieuwe werkwijzen. Binnen de vijf netwerken – ingericht op basis van de bouwstenen uit het koersdocument MVS Jeugdmodel – staat het realiseren van de Transformatieagenda MVS Jeugd 2029 centraal. In Q1 en Q2 zagen we dat partners elkaar beter leerden kennen en samenwerkingsrelaties zijn versterkt. Er is ingezet op gelijkwaardigheid, vertrouwen en het actief betrekken van partners. Tegelijkertijd werd zichtbaar dat beperkte capaciteit bij partners en gemeenten – mede als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt – een rem zet op de voortgang binnen sommige netwerken. Drie van de vijf netwerken hadden tijdelijk geen regisseur, wat de continuïteit beïnvloedde. Halverwege september is een nieuwe netwerkregisseur gestart, waarmee de bezetting al meer is hersteld. Hieronder wordt per netwerk de stand van zaken beschreven over het tweede half jaar van 2024.
2.1
Netwerk Opgroeien in Veiligheid
Het netwerk opgroeien in veiligheid gaat over het onderwerp veiligheid in de brede zin, zoals in veilig en gezond opgroeien (preventie), maar ook in relatie tot het strafrecht (politie, justitie en Veiligheidshuis) en civielrecht (leerplicht en jeugdbescherming). Het netwerk opgroeien in veiligheid behelst grofweg twee zorg en veiligheidsthema’s, te weten: 1) Huiselijk geweld en kindermishandeling en 2) criminele risicojongeren. In samenwerking met partners uit het sociale-, veiligheids-, welzijn-, en jeugdhulp domein geven wij richting aan het leidende principe ‘veiligheid is de ondergrens’ in het MVS Jeugdmodel. Met de komst van een nieuwe netwerkregisseur ten tijde van de start van verschillende regionale projecten in het veiligheidsdomein, heeft het eerste halfjaar met name in het teken gestaan van de her- en doorstart van dit netwerk. Vanwege de regionale ontwikkelingen heeft deze her- en doorstart in het teken gestaan van een heroriëntatie van het netwerk in relatie tot landelijke en regionale ontwikkelingen. Meer specifiek betreft dit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Binnen het Toekomstscenario wordt een landelijke en regionale invulling gegeven aan het concept veiligheid. Deze transformatie wordt regionaal uitgewerkt en richt zich op een eenvoudigere, gezinsgerichte aanpak voor gezinnen en huishoudens (0 – 100 jaar) waar sprake is van onveiligheid.
Omdat de doelstelling van het Toekomstscenario grotendeels overeenkomt met de veiligheidsopgave in het Koersmodel, is deze regionale opgave ondergebracht bij het netwerk veiligheid. Gezien de omvang van deze opgave vraagt de gemeentelijke inbedding om een twee-sporen beleid: MVS-brede en gemeentelijke inbedding door respectievelijk de netwerkregisseur en een kernteam MVS-gemeenten. De netwerkregisseur veiligheid treedt hierin op als kennishouder van het Toekomstscenario. Middels deelname aan de projectgroep en deelprojectgroep professionals, is de netwerkregisseur aangesloten bij de ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het Toekomstscenario.
7
Ten behoeve van de lokale implementatie van het Toekomstscenario, wordt een MVS-kernteam samengesteld. Deze lokale implementatie wordt vormgegeven middels pilots die ontwikkeld worden door de netwerkregisseur veiligheid. Vanwege capaciteitsproblemen bij Vlaardingen en Maassluis, is het kernteam nog geen feit. Op dit moment worden twee kernaspecten binnen het Toekomstscenario doorontwikkeld en uitgerold in de gemeente Schiedam. Allereerst het gefaseerd samenwerken aan veiligheid in de wijkteams. Zowel de Wijkondersteuningsteam-medewerkers als de jeugdprofessionals gaan getraind worden in de Top-3 methodiek. Bij het gefaseerd samenwerken wordt gewerkt in drie fases: eerst wordt gewerkt aan veiligheid, daarna gestuurd op de risico’s en vervolgens vindt herstelgerichte zorg plaats. Hierbij blijft gedurende het hele traject aandacht voor het bereiken van stabiele veiligheid. Meer specifiek, is de TOP-3 methode een duurzame visie op ketenzorg, kindermishandeling, huiselijk geweld en seksueel misbruik. Waarbij eerst de focus ligt op de directe veiligheid. Pas als deze op orde is wordt er gewerkt aan de onderliggende factoren. De TOP-3 methode is gericht op samenwerking met alle betrokkenen (ook de netwerkpartners) vanaf de start van de begeleiding. Het TOP-3 plan is het instrument dat hiervoor gebruikt wordt.
Zowel de training als de implementatie wordt tevens aangewend om de verbinding tussen de 18- en 18+ medewerkers tot stand te brengen zodat er een gezamenlijke visie en aanpak ontstaat op de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. In 2025 zal verder gewerkt worden aan deze ontwikkeling met als doelstelling dat alle medewerkers getraind zijn in deze methodiek en dat de verbinding tussen 18- en 18+ in het wijkteam geborgd is in de samenwerkingsstructuren tussen de WOT-medewerkers en jeugdprofessionals. Samen met een afvaardiging van VTRR, JBJR en gemeente Rotterdam, geeft de netwerk regisseur veiligheid invulling aan de deelwerkgroep Professionals binnen het Toekomstscenario. De centrale doelstelling is de ontwikkeling van een gezamenlijk denkkader om te komen tot een gezamenlijke taal en gedeelde kernconcepten. Dit omdat in de samenwerking met partners wel vaak vergelijkbare begrippen gebruikt worden, maar deze verschillend geïnterpreteerd en toegepast worden. Dit belemmert een goede samenwerking. Het doel is om meer eenduidigheid te creëren in ons vakjargon ten behoeve van een efficiënte en effectieve netwerksamenwerking. Samen met de partners uit het zorg- en veiligheidsdomein hebben wij een shortlist opgesteld van relevante begrippen (regie, veiligheid en systeem). Allereerst zijn wij aan de slag gegaan met het begrip regie en daaraan gerelateerde deelconcepten (o.a.
procesregie, casusregie, eigen regie). Wij hebben bij partners uit het zorg- en veiligheidsdomein een uitvraag gedaan over het gebruik van dit concept in de praktijk. Op basis van deze uitvraag zijn wij op basis van een deskanalyse tot een concept beschrijving gekomen. Deze conceptbeschrijving is in een vervolgbijeenkomst bediscussieerd en heeft geresulteerd in het advies om een regiekaart te ontwikkelen voor de professionals. Het doel is om een instrument te ontwikkelen o.b.v. de input van de partners om zo de (netwerk)samenwerking te vergemakkelijken (o.a. wie heeft de regie en welke taken en bevoegdheden horen daarbij; wanneer gaat de regie over naar een andere partner). In 2025 wordt hier verder invulling aan gegeven. Tevens gaan we in 2025 starten met het concept veiligheid. In het programma Preventie met Gezag wordt verkend of en zo ja hoe, de interventie KansRIJK!, die beproefd wordt in het Toekomstscenario, ingezet kan worden. Het doel van KansRIJK! is dat risicovol en/of strafbaar gedrag en schoolverzuim zo mogelijk voorkomen kan worden en waar nodig
8
vroegtijdig te stoppen. Het is een systeemgerichte aanpak op basis van forensische expertise in de aanpak van dreigende criminele ontwikkeling van jeugdigen. KansRIJK! komt niet na een incident, maar is een generieke module die ingezet wordt omdat er signalen zijn. KansRIJK! biedt maatwerk en kan langdurig ingezet worden. In samenwerking met de ervaringsdeskundige op het gebied van jeugdcriminaliteit wordt KansRIJK! nu beproefd in het Toekomstscenario. De eerste resultaten zijn goed. Landelijk zien we dat KansRIJK! in veel regio’s is gepositioneerd binnen het programma Preventie met Gezag. In de Rijnmond is KansRIJK! vooralsnog gekoppeld aan het regionaal beproeven binnen het Toekomstscenario. Gezien de positieve resultaten zijn wij allereerst aan het onderzoeken of deze interventie buiten de proeftuinen ingezet kan worden in de Preventie met Gezag gebieden in Schiedam en zo ja, hoe wij dat vorm kunnen geven. Daarnaast is de netwerkregisseur aangesloten bij de ontwikkeling van één regionale integrale crisisdienst in Rotterdam Rijnmond. Binnen de regio Rotterdam Rijnmond zijn momenteel meerdere crisisdiensten actief met eigen doelgroepen, werkwijzen en werkprocessen.
Om de efficiëntie van deze diensten te vergroten, wordt in opdracht van het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond in fases toegewerkt naar één integrale crisisdienst voor 0 – 100 jaar voor alle huishoudens. Middels deze nieuwe werkwijze wordt beoogd om bij de uitvoering van crisisinterventies efficiënter te werken (dubbelingen voorkomen), kosten te besparen, en het arbeidspotentieel en expertise beter te benutten. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een deelprojectgroep geformeerd met vertegenwoordiging van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), Crisis Interventieteam (CIT), de gemeente Rotterdam en MVS-gemeenten, en de regionale projectleider Toekomstscenario. De opdracht betreft een gefaseerd ontwikkelproces met de volgende fasering: Fase 1: implementatie geïntegreerde crisisdienst 0-18 per 1-1-2025; Fase 2: implementatie integrale crisisdienst 0-100 per 1-1-2026; Fase 3: implementatie brede integrale crisisdienst 0-100, streefdatum 2027. Voor fase 1 hebben VTRR en CIT een plan opgesteld dat is vastgesteld door desbetreffende bestuurders. Dit plan betreft de ontwikkeling naar één geïntegreerd werkproces vanaf binnenkomst tot aan uitstroom waarbij inzet op basis van benodigde expertise zal plaatsvinden. Vanaf 1 januari 2025 wordt gestart met het uitvoeren van dit werkproces.
Daarnaast wordt in 2025 gestart met de tweede fase, de uitbreiding naar een integrale crisisdienst voor alle leeftijdsgroepen. De beoogde operationele datum hiervoor is 1 januari 2026.
2.2
Netwerk Opgroeien door spelen en leren
Het netwerk Opgroeien door spelen en leren bestaat uit drie (sub)netwerken, te weten het jonge kind (0 - 6 jaar), het basisschoolkind (4 - 12 jaar) en de jeugdige op het voortgezet onderwijs (12 18 jaar). Deze verdeling volgt de normale (voor)schoolloopbaanroute van kinderen en kent verschillende uitdagingen, betrokken partners en focus. Het jonge kind 0-6 jaar Het netwerk voor het jonge kind, van 0-6 jaar, heeft gemiddeld 4 bijeenkomsten per jaar en bestaat uit verschillende partners in kinderopvang binnen de MVS-regio. Naast dat Mevis en de beleidsadviseurs van iedere MVS-gemeente zijn aangesloten, nemen ook partners als bijvoorbeeld
9
het CJG, Stichting Aanzet, Stichting Push, Humanitas en Wijzer Onderwijs deel. Dit netwerk heeft gezamenlijk de knelpunten en kansen in beeld gebracht rondom het jonge kind en heeft twee werkgroepen geformeerd om verbetervoorstellen te ontwikkelen. Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs Voor het netwerk Onderwijs, is gekozen om voornamelijk de staande overlegstructuur binnen het onderwijs te volgen en extra bijeenkomsten en/of werkgroepen thema- of doelgroep gericht te organiseren. De focus van dit netwerk ligt vooral op kinderen die opvallen en/of extra ondersteuning nodig hebben, denk aan (dreigende) thuiszitters, kwetsbare leerlingen op speciaalof nieuwkomersonderwijs en/of leerlingen waar de betrokkenheid van ouders extra gestimuleerd wordt. Het jonge kind 0-6 jaar Het algehele beeld is dat deze partners de complexiteit van ontwikkelproblematiek zien toenemen alsook de wachttijden op geschikte zorg en/of advies. Dit netwerk heeft gezamenlijk de belangrijkste mijlpalen geformuleerd waar zij de komende periode op in willen zetten. •
•
De focus komt in eerste instantie te liggen op een gezamenlijke (zorg)routekaart. Deze zorgroute zet in op samenwerking tussen de 0-, 1 en 2de lijn. De contouren zijn verder uitgewerkt met de werkgroep en het netwerk. In Q2 2025 zal deze vastgesteld worden en beschikbaar zijn binnen de MVS-gemeenten. De werkgroep KOV+ heeft de mogelijkheden onderzocht om opvang te organiseren voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en waar reguliere opvang niet haalbaar meer is (en jeugdhulp nog niet wenselijk). In afstemming met de MVS-gemeenten is de verwachting dat dit aanbod in 2025 gerealiseerd wordt.
Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs De Samenwerkingsverbanden, Onderwijs Dat Past (ODP) en Nieuwe Waterweg Noord (NWN), zijn namens het onderwijs aangesloten bij het regionale overleg en inhoudelijk betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van de Transformatieagenda MVS Jeugd. Hierdoor ontstaat er meer zicht op de regionale opgaves en pakken partners geprioriteerd en in onderlinge afstemming thema’s op. Onderwerpen die in het tweede halfjaar opgepakt zijn: Nadere Definitie (dreigende) Thuiszitters Een van de opgaves die de Samenwerkingsverbanden hebben opgepakt is het aanscherpen en in beeld brengen van kwetsbare leerlingen, denk aan leerlingen die dreigen thuis te (komen) zitten en/of leerlingen die (tijdelijk) geen onderwijs kunnen volgen. Omdat we hierdoor niet alleen de wettelijke thuiszitters tellen, krijgen we een completer beeld van de omvang van de doelgroep. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is inclusief onderwijs te bevorderen in samenwerking met het onderwijs en overige (zorg)partners. De verwachting is dat hier in de loop van 2025 meer zicht op komt. Voortgang pilot Step-Up klas Deze pilot is een samenwerking tussen het Samenwerkingsverband (SWV-NWN), Mevis, Yets en Inzicht, een regionale voorziening waar leerlingen (tijdelijk) onderwijs kunnen genieten als het
10
reguliere onderwijs (even) niet lukt. De tussenevaluatie van de pilot Step-Up klas levert dusdanig leerrendement op voor de betrokken (wettelijke) thuiszitters en hun ouders, dat dit aanbod gecontinueerd wordt en naar een volgende fase doorgroeit. De kracht van dit aanbod is gelegen in de integrale en intensieve samenwerking tussen de verschillende partners die rondom de leerling en het gezin betrokken zijn. Hierbij is het uitgangspunt dat leerlingen en ouders weer volwaardig mee kunnen doen. Niet door intensieve behandelingen of jeugdhulptrajecten, maar door jongerenwerkers, leerkrachten, jeugdhulpverleners en ouders dusdanig intensief samen te laten werken in het ‘normale’ dagdagelijkse, dat zij samen iedere dag opnieuw, de betrokken jeugdige, passend, tijdig en samen kunnen ondersteunen weer mee te doen. Ook toont de pilot dat deze aanpak op preventieve jeugdhulp, ook kostentechnisch interessant is.
11
Webinar Meldcode tegen Kindermishandeling Integrale samenwerking tussen de regisseurs van het netwerk veiligheid en onderwijs, MVSgemeenten, Mevis, Veilig Thuis en het Onderwijs, heeft een regionaal webinar opgeleverd. Dit webinar, bedoeld voor opvang-, welzijns-, en onderwijspartners in de MVS-regio, beoogde professionals door middel van het goede gesprek, handvaten te geven hoe de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, toe te passen is. Maar benadrukte vooral ook de waardevolle rol die deze professionals hebben als ze in dergelijke situaties betrokken raken. De ervaringsdeskundige ouder en jeugdige aan tafel brachten waardevolle inzichten in dit gesprek. Dit webinar was live te volgen tijdens de week tegen kindermishandeling en is online beschikbaar om terug te kijken.
Samenwerking veiligheid, onderwijs en opvang | MVS Jeugd 2.3
Netwerk Opgroeien in de buurt
Binnen dit netwerk zitten de partners die op het gebied van welzijn en zorg bijdragen aan de sociale infrastructuur van de gemeenten en wijken, het zogenoemde voorveld. Dit netwerk beoogt, in lijn met het MVS Jeugdmodel, ouders en jeugdigen laagdrempelig te ondersteunen. De lijst aan partners die hier een rol in (kunnen) spelen is, vanwege het hoge aantal, niet op te nemen; maar een aantal partners zoals CJG, AanZet, Minters, Yets, E25, VIB en Sportbedrijven, maken hier zeker onderdeel van uit. Ondanks dat er dit jaar geen vaste invulling is geweest op netwerkregie, hebben de kernpartners in samenwerking en afstemming met de netwerkregisseur van Opgroeien door spelen en leren, hun ideeën doorontwikkeld in lijn met het MVS Jeugdmodel. Dit netwerk gaat o.a. inzetten op wijkgerichte proeftuinen binnen de drie gemeenten waarbij integraal samenwerken centraal zal staan. Hiermee zetten de gemeenten een stap om mee te bouwen aan een sterk(er) lokaal team door partners en inzet te verbinden en de principes van het model in de praktijk te beproeven. Denk hierbij aan een actieve samenwerking op wijkniveau tussen partners op welzijn, sport, cultuur, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en de wijkteams. Er is een startdocument opgesteld die weergeeft waar deze proeftuinen op gericht zijn.
MVS Jeugd stimuleert met de proeftuinen een positief pedagogisch klimaat voor jeugdigen op maat, dichtbij en zo laagdrempelig als mogelijk te realiseren. Door op wijkniveau verschillende jeugdpartners te verbinden aan gezinnen, dragen we bij aan het gezamenlijk normaliseren van ondersteuningsvragen. Het gedrag van de jeugdige wordt niet los gezien van de context waarin het
12
opgroeit, en we werken vanuit een holistische benadering waarin het gehele systeem, bestaande uit gezin, school, zorginstellingen en de bredere gemeenschap, wordt betrokken. Dit betekent dat de oplossing niet ligt in het veranderen van de jeugdige zelf, maar in het verbeteren van de omstandigheden, interacties en ondersteuning om de jeugdige heen. Dit doen we door systemisch, context en integraal gericht samen te werken. Hiermee voorkomen en/of verkorten we mede de inzet van jeugdhulp. De proeftuin draagt bij aan een integrale (domein- en organisatie overstijgende) samenwerking tussen jeugdpartners met en voor gezinnen. Ze verbindt bestaand aanbod en programmering aan elkaar, zodat het vindbaar en dekkend is. Het is de ambitie dat iedere wijk in de MVS-gemeenten gaat aanhaken en leren van elkaar. De focus ligt op het preventief werken en niet op complexe casuïstiek en sluit aan op de behoeften van de gezinnen en de professionals. In de drie gemeenten is een start gemaakt om deze proeftuinen vorm te geven. Gemeente Vlaardingen is gestart in de Westwijk. Deze proeftuin richt zich voornamelijk op de vraag hoe de betrokken professionals uit het voorveld een bijdrage kunnen leveren voor gezinnen en jeugdigen met hulpvragen. In Maassluis wordt een proeftuin vormgegeven voor de wijk Sluispolder-Oost.
Vanuit verschillende domeinen binnen de gemeente alsook met betrokken partners is gekomen tot de opdrachtformulering waarbij het expliciet betrekken van jeugdigen en ouders om tot een plan te komen, nader uitgewerkt wordt. In Schiedam worden de proeftuinen in Nieuwland en Oost opgestart en krijgen deze vorm in samenhang met het Nationaal Programma, Preventie met Gezag en het Onderwijs. In de volgende rapportage worden de eerste bevindingen teruggekoppeld.
2.4
Netwerk Opgroeien in gezondheid
In het eerste halfjaar van 2024 heeft het netwerk Opgroeien in gezondheid, bestaande uit o.a. huisartsen, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, Mevis, DSW en het CJG, belangrijke stappen gezet in het versterken van de samenwerking rondom jeugd en gezin. De focus lag op het verbeteren van aanmeld- en verwijzingsroutes, het realiseren van integrale ondersteuning in het voorveld en het verbinden van zorg en sociaal domein. Daarnaast is de rol van jeugdprofessionals in huisartsenpraktijken (JIP) verder vormgegeven. Deze ontwikkeling vormt een belangrijke bouwsteen van het MVS Jeugdmodel en draagt bij aan de ambitie om lichte ondersteuning sneller en dichter bij het gezin te bieden. Eind september is een nieuwe netwerkregisseur gestart. In dat kader heeft een overdracht plaatsgevonden, waardoor de nieuwe regisseur kan voortbouwen op de reeds behaalde resultaten en successen van het netwerk. Ook hebben inmiddels kennismakingen met de relevante netwerkpartners plaatsgevonden. Versterking van de jeugdhulp vanuit de huisartsenpraktijk In het tweede halfjaar van 2024 heeft het netwerk Opgroeien in gezondheid een betekenisvolle stap gezet in het verbeteren van de samenwerking binnen de jeugdhulpketen. Een belangrijk knelpunt dat
13
al langer speelde, betrof het ontbreken van een terugkoppeling naar huisartsen nadat zij een jeugdige hadden doorverwezen naar specialistische jeugdhulp via Mevis. Samen met Mevis is dit probleem structureel aangepakt door het werkproces aan te passen. Tijdens netwerkbijeenkomsten zijn de werkprocessen van Mevis en de huisartsen naast elkaar gelegd aan de hand van swimminglanes. Aan de hand van het inzicht dat dit opbracht, heeft Mevis hun werkprocessen aangepast. Huisartsen ontvangen nu wél automatisch een terugkoppeling over de vervolgacties na hun verwijzing. Hiermee wordt niet alleen tegemoetgekomen aan een langgekoesterde wens vanuit de huisartsenpraktijken, maar wordt ook de onderlinge samenwerking aanzienlijk versterkt. Deze aanpassing levert directe winst op in de praktijk. Huisartsen krijgen beter inzicht in het hulptraject van hun patiënt en kunnen daardoor beter anticiperen op de zorgbehoefte van kinderen en gezinnen. Dit bevordert de continuïteit en samenhang van zorg en vergroot de effectiviteit van de hulpverlening binnen de MVS-gemeenten.
Deze ontwikkeling sluit naadloos aan bij één van de strategische doelstellingen van het netwerk: “Het bevorderen van samenwerking tussen gemeenten, jeugdzorgorganisaties, onderwijs, huisartsen en welzijnsorganisaties.” Door te investeren in deze structurele terugkoppeling is een belangrijke stap gezet richting een toegankelijke en goed afgestemde jeugdhulp, waarin partners binnen het netwerk elkaars inzet versterken. Het is een voorbeeld van hoe procesverbeteringen direct bijdragen aan inhoudelijke kwaliteit en klantgerichte dienstverlening.
2.5
Netwerk Opgroeien naar volwassenheid
Het netwerk Opgroeien naar volwassenheid heeft als doel om de overgang van jongeren uit de jeugdhulp naar passende ondersteuning binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning en andere volwassenvoorzieningen structureel te verbeteren. Daarbij staat het duurzaam organiseren van ondersteuning op vijf cruciale levensdomeinen centraal: support, wonen, school/werk, inkomen en welzijn. Dit vraagt om domein-overstijgende samenwerking en een lange termijn aanpak, juist voor jongeren in kwetsbare posities die na hun 18e levensjaar vaak tussen wal en schip dreigen te vallen. In de eerste helft van 2024 is gewerkt aan het in beeld brengen van knelpunten in het huidige aanbod, met name na afloop van jeugdhulptrajecten. Ook is er geïnvesteerd in het eerder betrekken van Wmo-aanbieders bij de overdracht van jongeren, en is geïnventariseerd welke partners nodig zijn om de ondersteuning op de genoemde vijf domeinen toekomstbestendig vorm te geven. Hoewel deze verkenningen belangrijke inzichten opleverden, bleef de voortgang beperkt doordat het netwerk in deze periode geen vaste regisseur kende. Eind september is hierin een belangrijke stap gezet. Met de aanstelling van een netwerkregisseur is de basis gelegd voor een meer consistente en doelgerichte aanpak.
Dankzij een goede overdracht kon zij direct voortbouwen op de reeds behaalde resultaten en de verbinding leggen met de wensen en signalen van netwerkpartners. In het laatste kwartaal van 2024 zijn bovendien gerichte kennismakingen en afstemming met relevante stakeholders tot stand 14
gebracht. Deze contacten vormen een solide uitgangspunt voor het versterken van de samenwerking in 2025. Tegelijkertijd is verkend hoe het netwerk zich beter kan positioneren binnen de bredere regionale opgaven. In het bijzonder is gekeken naar de raakvlakken met de regiovisie op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. De identificatie van deze aanknopingspunten vormt een belangrijke stap richting integrale ondersteuning van jongeren die extra kwetsbaar zijn. De ambitie is om deze verbindingen in de eerste helft van 2025, samen met betrokken partners, verder uit te werken en te vertalen naar concrete acties en afspraken.
15
Hoofdstuk 3 MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam In dit hoofdstuk laten we zien welke werkzaamheden zijn opgepakt door het MVS Jeugdteam en welke ontwikkelingen een belangrijke impact hebben op de transformatie. Het tweede half jaar van 2024 heeft voor een groot deel in het teken gestaan van de doorlopende onderzoeken en besprekingen over het budget van Mevis, in 2024 en 2025. Dit heeft plaatsgevonden in een aparte projectstructuur, met deelnemers van de MVS-gemeenten en Rogplus. Over dit project bent u apart geïnformeerd. Ook hebben de gesprekken met het ministerie (hoofdstuk 1), in het kader van de robuustheidscan en de Wet Verbetering Toegang Jeugdzorg, veel tijd gevraagd van de leden van het MVS Jeugdteam. Naast deze twee ontwikkelingen is het MVS Jeugdteam doorgegaan met het stimuleren en realiseren van de transformatie zoals beoogd in het MVS Jeugdmodel. Dit op zowel operationeel/tactisch niveau in de netwerken (hoofdstuk 2), als op tactisch/strategisch niveau met de doorontwikkeling van de Transformatieagenda.
3.1 De totstandkoming van de Transformatieagenda MVS Jeugd De Transformatieagenda MVS Jeugd is onderdeel van de uitvoering van het MVS Jeugdmodel om organisatie- en domein overstijgend met elkaar stappen te maken in onze visie van het MVS Jeugdmodel. De Transformatieagenda is momenteel nog in ontwikkeling. De Transformatieagenda wordt opgesteld met partners (Mevis, Rogplus, Onderwijs, CJG, Jongerenwerk en welzijnspartners) en bevat projecten en mijlpalen voor de periode tot 2029. De Transformatieagenda geeft daarmee overzicht, concretisering, focus en keuzes om organisatie- en domein overstijgend met elkaar stappen te maken in de beoogde transformatie. 3.2 Formatie op orde In de tweede helft van 2024 is het MVS Jeugdteam op formatie gekomen, met het aantrekken van een financieel adviseur, een communicatieadviseur en een netwerkregisseur voor twee netwerken.
16
Hoofdstuk 4 GRJR (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond) 4.1 LTA (Landelijk Transitie Arrangement) Maassluis, Vlaardingen en Schiedam nemen via de GRJR nog altijd LTA-zorg af. LTA-zorg is schaarse, dure, hoog specialistische zorg. Het is moeilijk te voorspellen wanneer LTA-zorg wordt ingezet en het is moeilijk beïnvloedbaar omdat verwijzing in de meeste gevallen tussen specialisten onderling plaatsvindt. In 2023 gaf Maassluis veel meer uit aan LTA-zorg dan was begroot, bij Vlaardingen was het een beetje meer en bij Schiedam was er sprake van onderbesteding. Eind 2024 lijkt het beeld dat er in Maassluis nu sprake is van een onderbesteding, Vlaardingen en Schiedam lijken aan te lopen tegen een forse, tot een hele forse overschrijding van de begroting. In het eerste kwartaal van 2025 zal dit beeld verhelderd worden. 4.2 Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringsmaatregelen in het geheel in de regio schommelt licht ronde 1950 zaken. Meer specifiek zien we een (lichte) afname in het aantal OTS-zaken en voogdijzaken en een toename in het aantal jeugdreclasseringszaken. Voor deze ontwikkelingen zijn geen duidelijke oorzaken aan te geven. Het percentage kinderen dat binnen een week aan een vaste jeugdbeschermer wordt gekoppeld blijft gelijk.
Voor de kinderen aan wie niet direct een vaste jeugdbeschermer kan worden gekoppeld, wordt tot en met 2024 volgens een landelijk goedgekeurd kader gewerkt, te weten het Landelijk Handelingsperspectief (LHP). Binnen dit kader wordt volgens een smalle definitie van veiligheid gewerkt. Het verschil met reguliere casusregie is dat de focus ligt op de directe kind onveiligheid. JBRR houdt zicht op de veiligheid van kinderen door ze minimaal één keer per drie maanden te zien en te spreken en indien aanwezig contact te hebben met de hulpverlening in het gezin. Als er sprake is van een directe onveilige situatie (misbruik, mishandeling of andere ernstige bedreigingen) voor een jeugdige, dan komt JBRR direct in actie. De monitoring wordt uitgevoerd door ervaren jeugdbeschermers, die worden bijgestaan door ondersteunende medewerkers. Zij verrichten alle wettelijk taken, zoals; 1) uitvoeren risicotaxatie, waarbij minimaal één keer in de drie maanden face-to-face contact met de jeugdige plaatsvindt, 2) opstellen gezinsplan, 3) aanvragen hulpinzet. Het streven is dat, bij optimale inzet van beschikbare capaciteit, per 1 januari 2025 al deze jeugdigen opgenomen zijn in de reguliere casusregie. Per 1 januari 2025 wordt de organisatiestructuur van JBRR gewijzigd ten behoeve van het optimaliseren van het werkproces.
Dit betekent dat er met kleinere clusters gewerkt zal worden (OTS, Voogdij, JR) die aangestuurd zullen worden door teammanagers. Ook verdwijnt de directie laag, deze wordt vervangen door teammanagers die aangestuurd zullen worden door drie strategisch managers die onder het bestuur vallen. Tevens vallen de functies relatiemanager en werkbegeleider weg. In de afgelopen kwartalen vertoont het ziekteverzuim een dalende lijn en ook het personeelsverloop is minder groot, waardoor personeel beter inzetbaar is geworden.
17
Het afgelopen jaar heeft JBRR onder verscherpt toezicht gestaan vanuit het bestuur van de GRJR. Aanleiding hiertoe was dat kpi’s niet werden behaald en dat het certificaat, dat JBRR nodig heeft als gecertificeerde instelling, niet werd verstrekt. Een delegatie van het bestuur van de GRJR voerde met grote regelmaat gesprekken met de bestuurder van JBRR en de resultaten werden maandelijks getoetst. Omdat JBRR nu weer zoals gebruikelijk voor twee jaar is gecertificeerd en vanwege de stijgende lijn in de prestaties wordt het verscherpte toezicht vanuit de GRJR opgeheven.
4.3 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) In de afgelopen periode heeft de inspectie landelijk onderzoek gedaan naar de prestaties van de VT’s in Nederland. Over het algemeen functioneert VTRR vergeleken met andere Veilig Thuis-organisatie gemiddeld. De Inspectie Gezondheidszorg en jeugd heeft VTRR gevraagd om in samenwerking met o.a. gemeenten een verbeterplan op te leveren dat ervoor moet zorgen dat wachttijden/wachtlijsten naar beneden gaan en dat VTRR voldoet aan de landelijk gestelde kpi’s. Want, bij VTRR blijft de werkvoorraad hoog, waardoor de wettelijke termijn van de veiligheidsbeoordelingen (binnen 5 werkdagen) niet wordt gehaald. Wel wordt elke melding binnen 24 uur gescreend door Veilig Thuis. Bij een vermoeden van acute onveiligheid wordt de melding een crisismelding. Crisismeldingen worden direct opgepakt. Het ontstaan van wachtlijsten en het niet behalen van de wettelijke termijnen hangen voor een belangrijk deel samen met de beschikbaarheid van personeel. De planning is dat het verbeterplan en de bijbehorende financiering in het eerste kwartaal van 2025 ter goedkeuring naar het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van de GRJR kan worden verzonden. Op de volgende pagina's vindt u enkele grafieken over de mate waarin Veilig Thuis is geraadpleegd. We zien dat in alle drie de gemeenten de hoeveelheid adviesvragen wat hoger ligt dan vorig jaar.
Bij adviesvragen wordt Veilig Thuis door professionals of burgers geraadpleegd wat te doen in een bepaalde situatie. De hoeveelheid meldingen die over jeugdigen binnenkomen via de politie zijn in Maassluis en Vlaardingen in 2024 gedaald ten opzichte van 2023 terwijl we in Schiedam een stijging zien. De meeste politiemeldingen zien we in Vlaardingen. In alledrie de gemeenten zien we dat het aantal Veilig Thuis meldingen (alle leeftijden, diverse melders) in 2024 hoger ligt dan in 2023. Het aantal meldingen en de stijging ten opzichte van 2023 zijn in Vlaardingen fors. Dit verdient een nadere beschouwing
18
Maassluis:
Vlaardingen:
19
Schiedam:
4.4 P&C-cyclus In het tweede kwartaal is door alle drie de gemeenteraden een zienswijze gegeven op de begrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025. In het tweede halfjaar van 2024 hebben er geen begrotingswijzigingen plaatsgevonden. 4.5 Risico’s financieel Hoewel de omvang van de deelname van de MVS-gemeenten aan de GRJR sinds 2023 fors is afgenomen omdat het merendeel van de jeugdhulp via Rogplus bij Mevis wordt ingekocht, blijft het financiële risico hoog. Schommelingen in de LTA-zorg lopen al gauw in de tonnen, zijn niet voorspelbaar en nauwelijks beïnvloedbaar.
20
Hoofdstuk 5 Juridisch 5.1 Verordening jeugdhulp MVS 2025 Naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 29 mei 2024 ontstond er aanleiding de verordening aan te passen. Zo werd gemeenten verzocht bepalingen over de ‘eigen kracht’ op te nemen in hun verordening. Er is voor gekozen om geen tweede wijzigingsbesluit op stellen maar een geheel nieuwe verordening. De voorgaande wijzigingen (eerste wijzigingsbesluit april 2024) hebben naar de mening van de juridische werkgroep niet geleid tot een consistentere verordening. Het aanbrengen van extra wijzigingen zorgt verder voor een minder logische opbouw van het geheel. Daarnaast is het soms lastig gebleken om bij meerdere wijzigingen een wijzigingsbesluit in goede samenhang te lezen met de integrale verordening, hetgeen tot misvattingen kan leiden. Als gevolg van de uitspraken van de CRvB moet in de verordening geregeld worden wanneer sprake is van eigen kracht; wat de criteria en afwegingsfactoren zijn. Deze nadere beschrijving van de eigen kracht geeft de jeugdprofessionals in de praktijk ook handvatten om hun werk zorgvuldig te doen. Bij het opstellen van de ontwerpverordening is er ook gekeken naar de ontwikkelingen in de uitvoering van Jeugdhulp binnen de MVS-gemeenten, en is daar waar nodig de verordening op aangepast of aangescherpt zodat deze uitvoerbaar is in de praktijk.
De ontwerpverordening is in samenspraak met de andere MVS-gemeenten, Mevis en Rogplus opgesteld en is tegelijkertijd binnen de drie gemeenten in proces gebracht. Op deze manier verloopt het proces van inspraak synchroon en kan er gezamenlijk een nota van zienswijzen worden opgesteld. Het is de verwachting dat de definitieve verordening Jeugdhulp 2025, na de periode van inspraak, begin Q3 ter vaststelling aan de gemeenteraden van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam kan worden voorgelegd.
21
Hoofdstuk 6 Financieel Per 1 januari 2023 zijn de jeugdhulptaken voor de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam overgegaan van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) naar Mevis. Deze wijziging werd doorgevoerd om de jeugdhulpverlening in deze gemeenten te herstructureren en te optimaliseren. Mevis fungeert sindsdien als de centrale jeugdhulporganisatie voor deze gemeenten en coördineert de jeugdhulp binnen de wijkteams of bij jeugdhulpaanbieders. Rogplus heeft hierbij ondersteunende taken op zich genomen, zoals administratieve verwerking en de afhandeling van bezwaren. Deze herstructurering was gericht op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de jeugdhulpverlening in de betrokken gemeenten. In de tweede helft van 2024 heeft Rogplus aangegeven dat er een verwacht tekort van 12 miljoen euro is bij Mevis. Dit nieuws kwam onverwacht, aangezien dit aan het begin van het jaar nog niet was voorzien. Deze situatie heeft geleid tot een intensieve discussie over de financiële situatie en de oorzaken van het tekort. Om hier meer inzicht in te krijgen, is in november 2024 een onderzoek uitgevoerd door het onderzoekbureau Significant. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de kosten binnen Mevis op zich gerechtvaardigd lijken. Echter, de financiële onderbouwing van Mevis bleek nog ontoereikend.
Dit gebrek aan duidelijke financiële verantwoording heeft geleid tot de oprichting van de werkgroep Financiën binnen MVS, die zich sindsdien richt op een diepgaandere analyse van de financiële situatie. Tot op heden, in maart 2025, loopt dit onderzoek nog steeds en is ook het externe bureau HHM betrokken bij de analyse. Als uitvoerende organisatie heeft Mevis in de afgelopen twee jaar te maken gehad met aanzienlijke uitdagingen. De eerste twee jaren (2023 en 2024) werden gekenmerkt door gebrek aan overzicht en sturing. De dashboards die Mevis heeft afgerond eind 2024 zullen bijdragen aan een betere beheersing van de bedrijfsvoering en meer financiële transparantie. Ondanks deze uitdagingen en leerprocessen zou Mevis een belangrijke rol kunnen spelen in de hervormingsagenda Jeugd. Dit traject gaat gepaard met leermomenten en onvermijdelijke kosten, maar kan bijdragen aan de noodzakelijke transitie binnen de jeugdzorg. De MVS-gemeenten zien het belang van een nauwere samenwerking met Mevis om meer sturing te kunnen geven en invloed uit te oefenen op de operationele gang van zaken. Daarnaast wordt er ingezet op een scherper toezicht vanuit Rogplus, zodat de financiële beheersbaarheid en verantwoording verbeterd worden.
Zo kan Mevis zich ontwikkelen tot een stabiele en betrouwbare partner binnen de jeugdzorg, waarbij de middelen op een verantwoorde manier worden ingezet en de dienstverlening aan jongeren gewaarborgd blijft.
22