Bijlage 1 Voortgangsrapportage MVS Jeugdmodel 1e halfjaar 2024
Tekst van het document
Voortgangsrapportage - MVS Jeugdmodel 1e halfjaar 2024 Gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 22 oktober 2024
1
Inhoudsopgave Inleiding.................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 1: Context: Landelijke ontwikkelingen .................................................................... 5 1.1 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 ....................................................................................5 1.2 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ......................................................................6 1.3 Internet consultatie VWS (Robuustheidsscan en zorgvormenlijst) .........................................7 Hoofstuk 2: MVS Jeugdmodel: Wat hebben we gedaan in de netwerken? .................................
9 2.1 Netwerk Opgroeien in veiligheid .............................................................................................9 2.2 Netwerk Opgroeien door spelen en leren .............................................................................10 2.3 Netwerk Opgroeien in de buurt.............................................................................................12 2.4 Netwerk Opgroeien in gezondheid ........................................................................................13 2.5 Netwerk Opgroeien naar volwassenheid ..............................................................................14 Hoofdstuk 3: MVS Jeugdmodel: Ontwikkelingen MVS Jeugdteam .......................................... 15 3.1 De totstandkoming van de Transformatieagenda MVS Jeugd ...............................................15 3.2 Formatie MVS Jeugdteam op orde brengen ..........................................................................16 3.3 Informatiedeling ....................................................................................................................17 Hoofdstuk 4: GRJR (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond)................................
18 4.1 LTA ..........................................................................................................................................18 4.2 Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) ...................................................................18 4.3 Veilig Thuis .............................................................................................................................19 4.4 P&C-cyclus ............................................................................................................................20 4.5 Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing ....................................................................20 4.6 Risico’s financieel ...................................................................................................................20 Hoofdstuk 5: Juridisch ........................................................................................................... 21 5.1 Wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp 2023 .........................................................21 5.2 Uitspraak Centrale Raad van Beroep Jeugdwet .....................................................................21 Hoofdstuk 6: MVS Jeugdmodel: Vooruitblik ...........................................................................
23 6.1 Veiligheidsventiel en de mitigerende maatregelen ...............................................................23 6.2 Internet consultatie VWS (Robuustheidsscan en zorgvormenlijst) .......................................23 6.3 Tweede wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp ......................................................23 6.4 Het meisje uit Vlaardingen ....................................................................................................24 Bijlage 1: Voortgangsrapportage Jeugdhulp Rogplus Q1Q2 2024
2
Inleiding Voor u ligt de eerste halfjaarrapportage 2024 MVS Jeugdmodel. Met het MVS Jeugdmodel werken we in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam samen met kind, ouders, jeugdhulpprofessionals, huisartsen, instellingen, verenigingen en onderwijs aan een transformatieproces van de jeugdhulp.
Doelstelling en bouwstenen MVS Jeugdmodel Doelstelling van het MVS Jeugdmodel is de hulp dichter bij de jeugdige en het gezin aan te bieden, waarbij de zorg zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig wordt ingezet. Het MVS Jeugdmodel bestaat uit 6 bouwstenen: 1) 2) 3) 4) 5) 6)
Netwerk rondom het kind, de ouder/opvoeder in het gewone leven Versterk de positie van het onderwijs Wijkteam Een praktijkondersteuner in elke huisartsenpraktijk Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau Specialistische jeugdhulp op MVS-niveau
Taakgerichte inkoop Om te kunnen sturen op de jeugdhulp hebben de MVS-gemeenten gekozen voor een andere wijze van inkopen van de jeugdhulp, namelijk een taakgerichte en integrale opdracht uitgevoerd door Mevis. Mevis is een consortium van zorgaanbieders en wordt gevormd door vier (jeugd)zorg organisaties: Timon, MEE Rotterdam Rijnmond, Yulius en ASVZ. Uitvoeringsorganisatie Rogplus voert het informatie- en contractmanagement uit voor de MVS-gemeenten. In hun voortgangsrapportage (welke als bijlage aan dit rapport is gevoegd) leest u welke stappen Mevis in het kader van de transformatie zet en hoe het met de zorg voor cliënten staat. Een aantal onderdelen van de Jeugdhulp is ingekocht via de GRJR, het gaat om: Jeugdbescherming en reclassering, Veilig Thuis en de Landelijke Transitie-arrangementen (LTA, de zeer schaarse landelijk ingekochte hulp).
Netwerkgerichte benadering Voor deze transformatie van de jeugdhulp maken de MVS-gemeenten, Mevis, Rogplus en cruciale partners gebruik van netwerken waarin we domein overstijgend kennisdelen en samenwerken aan betere werkwijzen en initiatieven die er voor het kind en gezin toe doen. Van opgroeien door spelen en leren in de buurt, in gezondheid, in veiligheid en naar volwassenheid. De netwerken worden gefaciliteerd met netwerkregisseurs vanuit het MVS Jeugdteam.
3
Transformatieagenda In het eerste half jaar van 2024 is er samen met partners gewerkt aan het opstellen van de Transformatieagenda MVS Jeugd 2029. Hiermee zijn concrete mijlpalen benoemd voor de komende jaren om samen met partners domein- en organisatie overstijgend stappen te maken in de transformatie. We werken aan het opstellen van concrete projecten en werkzaamheden, met een duidelijke prioritering.
Indeling rapportage In deze rapportage schetsen we eerst de landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het MVS Jeugdmodel: de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de (in het 1e halfjaar van 2024 gestarte) Robuustheidsscan. Hoofdstuk 2 betreft de rapportage van de netwerken van het MVS Jeugdmodel. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de inspanningen van het (gemeentelijk) MVS Jeugdteam. Hoofdstuk 4 behandelt het GRJR-deel van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In hoofdstuk 5 worden juridische ontwikkelingen toegelicht. Tenslotte doen we in hoofdstuk 6 een vooruitblik op het MVS Jeugdmodel voor het tweede halfjaar van 2024. De rapportage van Rogplus over de integrale opdracht van Mevis treft u in de bijlage.
4
Hoofdstuk 1 Context: landelijke ontwikkelingen 1.1
Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028
De Hervormingsagenda Jeugd bevat landelijk een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Er zal structureel worden geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. Er zal minder papierwerk en administratie nodig zijn, zodat medewerkers daar zo min mogelijk tijd aan kwijt zijn. Ook zullen wijkteams worden versterkt en moet betere samenwerking met bijvoorbeeld het onderwijs ervoor zorgen dat kinderen en jongeren meer met collectieve voorzieningen worden ondersteund. Uithuisplaatsingen wil men zoveel mogelijk voorkomen en terugdringen. De zogeheten vijfhoek, die de Hervormingsagenda heeft opgesteld, stelt dat er tien grote opgaven zijn die de aandacht vragen om de jeugdhulp en het stelsel duurzaam te verbeteren. Zes hiervan richten zich op het verbeteren van jeugdhulp en vier op het verbeteren van het jeugdhulpstelsel en de uitvoering daarvan in de praktijk: 1. We hebben met elkaar een fundamenteel gesprek te voeren over opvoeden en opgroeien en de ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan het toenemende beroep op jeugdhulp; 2.
Breed kijken: wanneer kinderen en gezinnen jeugdhulp nodig hebben, is het van belang dat deze steeds wordt ingezet met oog voor de situatie van het gezin waarin een jeugdige opgroeit: onderwijs, armoede, schulden, huisvestingsproblematiek, de druk van de prestatiemaatschappij en problematiek van ouders (zoals ggz, verslaving, relatie- en scheidingsproblemen). Dit alles is van invloed op de jeugdigen in het gezin en daarmee de vraag naar jeugdhulp; 3. Waar jeugdhulp nodig is, moet deze toegankelijk en beschikbaar zijn voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen; 4. Jeugdigen en hun ouders moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen bij stevige lokale teams die waar nodig ook zelf passende en samenhangende basishulp bieden: zowel licht als zwaarder en zowel kort als langdurig (bijvoorbeeld ook langdurige lichtere hulp). Waar nodig wordt opgeschaald naar specialistische hulp; 5. We zorgen dat kinderen zoveel mogelijk thuis opgroeien, ook als zij hulp nodig hebben. Om die reden zetten we in op het voorkomen en terugdringen van residentiële jeugdhulp; 6. Jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen, bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van de jeugdige en/of ouders/opvoeders (oftewel: effectief is).
Dit vraagt om een stevige kwaliteitsimpuls in de sector en het creëren van een structuur om blijvend te kunnen leren en elkaar verder te kunnen helpen en te stoppen met wat niet effectief is; 5
7. In het bijzonder moeten kwetsbare jeugdigen kunnen rekenen op tijdige en passende hulp; 8. De meeste tijd en aandacht moet uitgaan naar het daadwerkelijk verlenen van jeugdzorg. Hiervoor is het nodig dat de uitvoering en inkoop vereenvoudigd en gestandaardiseerd wordt, dat administratieve lasten worden verlaagd en negatieve effecten van marktwerking worden tegengegaan; 9. De huidige beschikbare data geven onvoldoende inzicht in het functioneren van het stelsel op de doelen kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid, en op de effecten van landelijk, regionaal en gemeentelijk beleid. Het is nodig de informatiebasis sterk te verbeteren; 10. Met de voortdurende kostenontwikkeling loopt het stelsel tegen de grenzen van zijn personele en financiële houdbaarheid aan. Zonder maatregelen leidt dit tot een onhoudbaar stelsel. We moeten met minder middelen gerichter keuzes maken. Het koersdocument MVS Jeugdmodel werd vastgesteld vóór de implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd, maar bevat veel elementen die overeenkomen met of ondersteunend zijn aan de doelstellingen van deze nationale agenda. 1.2
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een programma van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit landelijke programma betreft de hervorming van de huidige beschermingsketen voor kinderen/gezinnen en volwassenen zonder kinderen in een onveilige thuissituatie (0 – 100 jaar), en kent een looptijd tot en met 2030. Het Toekomstscenario vindt plaats in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda, in het bijzonder het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Uiteraard wordt aandacht besteed aan de samenhang tussen de keuzes en maatregelen uit hoofde van het Toekomstscenario en de Hervormingsagenda en vice versa, zowel beleids- en zorginhoudelijk als vanuit financieel perspectief. Want hoe logisch bijvoorbeeld een gezinsgerichte aanpak ook is, er zit een wereld achter waar schuldenproblematiek, huisvestingsproblematiek, armoedebeleid, zorg voor het gezin (bijvoorbeeld via volwassenenggz) en jeugdhulp bij elkaar moeten komen. Het Toekomstscenario werkt als volgt:
Een lokaal (wijk)team biedt hulp aan gezinnen. Een gezin heeft één vast contactpersoon binnen het wijkteam. Deze persoon werkt samen met Veilig Thuis, een Gecertificeerde Instelling en/of de Raad voor de Kinderbescherming als dat nodig is. Lokale teams en specialistische professionals (op het gebied van ontwikkelingsbedreiging en veiligheid) werken samen aan een veilige situatie voor het gezin en richten zich op het hele systeem. Dit doorbreekt het principe van stap-voor-stap zorg en voorkomt tijdverlies door doorverwijzingen. 6
In de regio Rijnmond werkt een Stuurgroep aan de ontwikkeling van het Toekomstscenario. Deze Stuurgroep valt onder het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) en stuurt verschillende projectgroepen en proeftuinen aan. Alle regiogemeenten doen mee aan de ontwikkelingen. Op drie plaatsen (Rotterdam-IJsselmonde, Goeree-Overflakkee en Capelle aan den IJssel) wordt de nieuwe werkwijze getest in zogenaamde proeftuinen. De eerste resultaten van het testen zijn:
Cliënten hoeven maar één keer hun verhaal te doen en weten wie hun contactpersoon is, waardoor ze snel geholpen worden. Ervaringsdeskundigen vergroten de kans op motivatie voor vrijwillige hulp en ondersteuning binnen huishoudens. Als professionals samen met de leden van het huishouden nadenken over hun wensen en behoeften, voelen mensen zich gehoord en gezien. Dit vergroot de kans op een positieve werkrelatie en versterkt de motivatie voor hulp. Door vroeg samen te werken met de keten, bundelen professionals kennis en informatie, voorkomen ze dubbel werk en vergroten ze de effectiviteit. Dit werkt goed voor professionals omdat ze de verantwoordelijkheid gezamenlijk dragen.
De MVS gemeenten zijn aangesloten bij het toekomstscenario door deelname aan de projectgroepen. De doelstellingen van het MVS Jeugdmodel sluiten, voor wat betreft jeugd, aan bij de doelstellingen van het Toekomstscenario en we volgen, samen met Mevis, aandachtig de uitkomsten van de proeftuinen.
1.3
Internet consultatie VWS (Robuustheidsscan en zorgvormenlijst)
In april is de wet ‘Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Uitgangspunt van deze wet is dat gemeenten verplicht worden om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. De visie van de MVS-gemeenten is dat we dat het beste met onze drie gemeenten kunnen doen. Wij zijn als (sub)regio een grote en congruente regio. We werken op verschillende terreinen als drie gemeenten nauw samen (WMO, Participatiewet, Samenwerkingsverbanden Onderwijs, ZVW) en (specialistische) jeugdhulp sluit daar goed bij aan. We willen in de komende jaren een transformatie van de jeugdhulp realiseren. Dat is op de schaal van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam beter te realiseren dan met de gehele Rijnmondregio samen. In het eerste half jaar hebben er twee processen naast elkaar gelopen. Er is een robuustheidsscan afgenomen om te beoordelen of de jeugdhulpregio voldoende functioneerde. Deze robuustheidsscan is zowel door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond als door de MVS-gemeenten ingevuld. De beantwoording van de vragen is op elkaar afgestemd. In de beantwoording vanuit MVS is de congruentie van onze (sub)regio benadrukt. Daarnaast is er een Algemene Maatregel van Bestuur opgesteld waarmee een nadere invulling wordt gegeven aan de kaders van het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’, 7
met als doel om de beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdzorg te verbeteren. Met dit ontwerpbesluit wordt voorzien in:
de onderwerpen waarop gemeenten in de regiovisie tenminste moeten ingaan; jeugdhulpvormen die minimaal regionaal moeten worden ingekocht; jeugdhulpvormen waarover bovenregionale afstemming moet plaatsvinden; de regio-indeling van gemeenten; nadere eisen aan de interne toezichthouder van jeugdhulpaanbieders en GI’s; categorieën van jeugdhulpaanbieders die worden uitgezonderd van de verplichting tot het aanstellen van een intern toezichthouder, de regels van een transparante financiële bedrijfsvoering en de verplichting tot openbare jaarverantwoording.
Wij hebben als MVS Jeugdteam, zowel in samenwerking met de GRJR als zelfstandig, regelmatig contact onderhouden met VWS. Onze input richtte zich voornamelijk op de zorgvormenlijst en de regio-indeling, aangezien deze twee aspecten relevant zijn voor de optimale werking van ons MVS Jeugdmodel.
8
Hoofstuk 2 MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? De MVS-gemeenten hebben gekozen voor een netwerkgerichte aanpak waarin alle betrokken partners gezamenlijk werken aan oplossingen, verbeteringen, afspraken en werkwijzen. Dit vereist van alle betrokken partners inspanning en verantwoordelijkheid. De partners gebruiken hiervoor de vijf netwerken die in 2022 zijn ingericht, gebaseerd op de bouwstenen van het koersdocument MVS Jeugdmodel. Binnen de netwerken wordt gewerkt aan de doelen uit het koersdocument. De netwerken spelen een belangrijke rol in het ophalen van input voor, maar bovenal in het uitvoeren van de Transformatieagenda MVS Jeugd 2029. Binnen de netwerken zien we dat de partners elkaar beter leren kennen, van elkaar leren en dat een samenwerkingsrelatie opgebouwd wordt. Omdat we beogen domein- en organisatie overstijgend samen te werken, is het voor de betrokken partners in de netwerken essentieel dat er gelijkwaardigheid is, men elkaar kan vertrouwen en gedeelde kansen en verantwoordelijkheden zien. Naast het actief betrekken van partners, is het werken aan die band één van de opgaves van 2023 geweest. Het eerste half jaar van 2024 heeft in het teken van concretisering en prioritering van de doelen en opgaven van de netwerken gestaan.
Onvoldoende capaciteit (en daarmee continuïteit) van de partners en/of de gemeenten zelf is in sommige netwerken van invloed geweest op de voortgang om concreet aan de slag te gaan. Dit heeft te maken met de te lage personele bezetting door de krappe arbeidsmarkt. De netwerkregisseurs hebben hier ook mee te maken gehad. Drie van de vijf netwerken hebben geen regisseur gehad, of slechts vanaf begin 2024. Hierdoor moest een collega een netwerk overnemen naast diens eigen werkzaamheden. Sinds half september is echter een nieuwe netwerkregisseur gestart en begint de bezetting weer op orde te komen. Hieronder wordt per netwerk de stand van zaken beschreven over het eerste half jaar van 2024.
2.1
Netwerk Opgroeien in veiligheid
Het netwerk opgroeien in veiligheid gaat over het onderwerp veiligheid in de brede zin, zoals in veilig en gezond opgroeien (preventie), maar ook in relatie tot het strafrecht (politie, justitie en Veiligheidshuis) en civielrecht (leerplicht en jeugdbescherming). Het netwerk opgroeien in veiligheid behelst grofweg twee zorg- en veiligheidsthema’s, te weten: 1) Huiselijk geweld en kindermishandeling en 2) criminele risicojongeren. In samenwerking met partners uit het sociale-, veiligheids-, welzijn-, en jeugdhulp domein geven wij richting aan het leidende principe ‘veiligheid is de ondergrens’ in het MVS Jeugdmodel. De kernpartners zijn onder andere GRJR, JBRR, Politie, RvdK en VT. Met de komst van een nieuwe netwerkregisseur ten tijde van de start van verschillende regionale projecten in het veiligheidsdomein, heeft het eerste half jaar van 2024 met name in het teken gestaan van de heren doorstart van dit netwerk. Deze regionale projecten van het toekomstscenario kind- en 9
gezinsbescherming raken direct de veiligheidsopgave in het MVS Jeugdmodel. Daarom is eerst overzicht en inzicht gegenereerd in de verschillende opgaven binnen dit netwerk en hoe deze gerelateerd zijn aan de regionale opgaven (backlog). Dit overzicht heeft inzichtelijk gemaakt dat er naast overeenkomsten, ook verschillen bestaan die overbrugd dienen te worden binnen het netwerk. Voor de uitwerking van deze opgaven is vervolgens gestart met het updaten van de lijst met netwerkpartners, inclusief het ontwikkelen van een stakeholdersmap.
2.2
Netwerk Opgroeien door spelen en leren
Het netwerk Opgroeien door spelen en leren bestaat uit drie (sub)netwerken, te weten het jonge kind (0 – 6 jaar), het Basisschoolkind (4 – 12 jaar) en de jeugdige op het voortgezet onderwijs (12 – 18 jaar). Deze verdeling volgt de normale (voor)schoolloopbaanroute van kinderen en kent verschillende uitdagingen, betrokken partners en focus. Het jonge kind 0-6 jaar Het netwerk voor het jonge kind, van 0-6 jaar, heeft gemiddeld 4 bijeenkomsten per jaar en bestaat uit verschillende partners in kinderopvang binnen de MVS-regio. Naast dat Mevis en de beleidsadviseurs van iedere MVS-gemeente zijn aangesloten, nemen ook partners als bijvoorbeeld het CJG, Stichting Aanzet, Stichting Push, Humanitas en Wijzer Onderwijs deel. Dit netwerk heeft gezamenlijk de knelpunten en kansen in beeld gebracht rondom het jonge kind en heeft twee werkgroepen geformeerd om verbetervoorstellen te ontwikkelen. Het algehele beeld is dat deze partners de complexiteit van ontwikkelproblematiek zien toenemen alsook de wachttijden op geschikte zorg en/of advies. Dit netwerk heeft gezamenlijk de belangrijkste mijlpalen geformuleerd waar zij de komende periode op in willen zetten.
De focus komt in eerste instantie te liggen op een gezamenlijke (zorg)routekaart. Deze zorgroute zet in op samenwerking tussen de 0-, 1 en 2de lijn. Het netwerk heeft een werkgroep samengesteld die dit nader uitwerkt. Een terugkoppeling volgt in de eerstvolgende rapportage.
De werkgroep KOV+ onderzoekt de mogelijkheden om opvang te organiseren voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en waar reguliere opvang niet haalbaar meer is (en jeugdhulp nog niet wenselijk). Huisvesting en de financiering blijken lastiger realiseerbaar dan gehoopt. Hier hangt de voortgang en uitvoerbaarheid mee samen.
Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs Voor het netwerk Onderwijs, is gekozen om voornamelijk de staande overlegstructuur binnen het onderwijs te volgen en extra bijeenkomsten en/of werkgroepen thema- of doelgroep gericht te organiseren. De focus van dit netwerk ligt vooral op kinderen die opvallen en/of extra ondersteuning nodig hebben, denk aan (dreigende) thuiszitters, kwetsbare leerlingen op speciaal- of nieuwkomersonderwijs en/of leerlingen waar de betrokkenheid van ouders extra gestimuleerd wordt.
10
Het kernoverleg Onderwijs, dat regionaal is ingericht en bestaat uit de beleidsadviseurs Onderwijs van iedere gemeente, de Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en Leerrecht, hebben een centrale rol in dit netwerk. De eerste helft van dit jaar is het functieprofiel vastgesteld van de Jeugdprofessional op School (JOS) door Mevis, in afstemming met betrokken professionals in het onderwijsveld. In alle drie de gemeenten zijn hier bijeenkomsten voor georganiseerd. Dit functieprofiel draagt bij aan een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp en de verwachtingen over en weer. Ook zijn vanuit het kernoverleg, in afstemming met betrokken professionals, de metrolijnen/zorgrouteen verzuimkaarten geactualiseerd. Hieronder een beschrijving waar de netwerken zich verder het afgelopen half jaar inhoudelijk op hebben gericht. Het basisschoolkind, 4 tot 12 jaar Mevis is gestart met familieklassen. De familieklas is een samenwerking tussen het onderwijs, jeugdhulp en betrekt de ouders actief bij ontwikkeldoelen van het kind binnen de school. Dit aanbod wordt uitgebreid naar behoefte. Mevis biedt speltherapie op de nieuwkomersscholen in de regio, en heeft dit aanbod inmiddels uitgebreid naar het speciaal basisonderwijs.
Deze inzet zorgt ervoor dat kinderen alsook het onderwijzend team binnen deze scholen extra ondersteund wordt vroegtijdig te anticiperen op trauma gerelateerde problematiek en gedrag. Mevis en ODP (Onderwijs dat Past, het samenwerkingsverband voor primair onderwijs) onderzoeken hoe samen op te trekken rondom (dreigende) thuiszitters in deze leeftijdscategorie. Voor de betrokken zorgprofessionals binnen het primair onderwijs, de zogenoemde zorgdriehoek (de Intern begeleiders van de scholen, de Ondersteuningscoördinatoren van het ODP en de Jeugdprofessionals op school vanuit Mevis), is een start gemaakt de ondersteuningsmethodieken beter op elkaar af te stemmen. Dit krijgt een vervolg. De jeugdige op het voortgezet onderwijs, 12 tot 18 jaar Het voortgezet onderwijs heeft ook een bijeenkomst gehad met de professionals in de zogenoemde zorgdriehoek. Deze had een meer informatief karakter en krijgt ook een vervolg. Binnen het voortgezet onderwijs is begin dit jaar een pilot gestart, de zogenoemde StepUp klas. Deze pilot is een samenwerking tussen het SWV, Mevis, Yets en Inzicht, een regionale voorziening waar leerlingen (tijdelijk) onderwijs kunnen genieten als het reguliere onderwijs (even) niet lukt. De Step-Up pilot richt zich op een langdurige thuiszittersgroep waarbij vooral internaliserende problematiek (bijv. angst) speelt.
Door organisatie-overstijgend en intensief samen te werken, beogen de deelnemers aan deze pilot de voorgenoemde jongeren weer naar het onderwijs (of anders) te stimuleren. Afhankelijk van het resultaat van deze aanpak, wordt bekeken of deze aanpak voortgezet en/of uitgebreid wordt naar andere groepen thuiszitters.
11
De Step-Up klas: pilot samenwerking tussen welzijn, zorg, jeugdhulp en onderwijs
Verder blijkt dat het onderwijs behoefte heeft en meerwaarde ziet in integrale samenwerking met meerdere partners in het voorveld en/of welzijn, naast de samenwerking met bijv. Mevis en CJG. Het ODP stimuleert binnen het primair onderwijs wijksamenwerking tussen verschillende basisscholen, (Geen kind de Wijk uit) waar o.a. de wijkoverleggen een gevolg van zijn. Ook het voortgezet onderwijs gaat graag samenwerking aan met partners op het gebied van sport- en bewegen en jongerenwerk o.a. om jongeren zo optimaal mogelijk te ondersteunen.
2.3
Netwerk Opgroeien in de buurt
Binnen dit netwerk zitten de partners die op het gebied van welzijn en zorg bijdragen aan de sociale infrastructuur van de gemeenten en wijken, het zogenoemde voorveld. Dit netwerk beoogt, in lijn met het MVS Jeugdmodel, ouders en jeugdigen laagdrempelig te ondersteunen. De lijst aan partners die hier een rol in (kunnen) spelen is, vanwege het hoge aantal, niet op te nemen; maar een aantal partners zoals CJG, AanZet, Minters, Yets, E25, VIB en Sportbedrijven, maken hier zeker onderdeel van uit. Ondanks dat er dit jaar geen vaste invulling is geweest op netwerkregie, hebben de kernpartners in samenwerking en afstemming met de netwerkregisseur van Opgroeien door Spelen en Leren, hun ideeën doorontwikkeld in lijn met het MVS Jeugdmodel. Dit netwerk gaat o.a. inzetten op wijkgerichte proeftuinen binnen de drie gemeenten waarbij integraal samenwerken centraal zal staan. Hiermee zetten de gemeenten een stap om mee te bouwen aan een sterk(er) lokaal team door partners en inzet te verbinden en de principes van het model in de praktijk te beproeven. Daar waar de netwerken veelal MVS-breed geformeerd worden, gaan deze proeftuinen juist ingericht worden om op kleinere schaal, op wijkniveau, impact te maken, door organisatie- en domein overstijgend samen te werken.
Denk hierbij aan een actieve samenwerking op wijkniveau tussen partners op welzijn, sport, cultuur, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en de wijkteams. Deze proeftuinen krijgen in iedere gemeente, op maat, naar wens en mogelijkheid, vorm, en gaan praktijkervaringen geven in wat het MVS Jeugdmodel voor inwoners, jeugdigen en professionals kan betekenen. Op dit moment wordt er gewerkt aan een algemene beschrijving waar deze proeftuinen zich op richten en zal iedere proeftuin en wijk een eigen projectplan opmaken. In de volgende rapportage volgt een concretere terugkoppeling. 12
2.4
Netwerk Opgroeien in gezondheid
Het netwerk Opgroeien in Gezondheid wordt gevormd door vertegenwoordigers van huisartsenpraktijken uit de MVS-gemeenten, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen CJG Rijnmond en Moeders informeren Moeders CJG, kinderartsen Vlietland/SFG, Mevis, DSW, Zorgorganisatie Eerste Lijn (ZEL), Jeugdprofessionals in de huisartsenpraktijk (voorheen POH-GGZ jeugd), projectleider Kind naar Gezond gewicht en de MVS-gemeenten. Doelen van het netwerk Bieden van integrale ondersteuning, 0-100 en sociaal domein breed, aan jeugdigen gezinnen bij CJG, huisartsen en wijkteams. Minder doorverwijzing naar specialistische jeugdhulp door het eerder bieden van lichte ondersteuning in voorliggend veld, bij de huisarts of bij de wijkteams. Kortere trajecten van specialistische zorg door eerder afschalen naar wijkteams of andere voorzieningen. Realisatie van de transformatiedoelen, specifiek de doelen/mijlpalen m.b.t. ‘Toegang’, die dit netwerk raken. De mijlpalen voor 2024/25 Inrichten van een goede ondersteuningsstructuur voor jeugdigen en gezinnen, door: het maken van samenwerkingsafspraken met huisartsen, jeugdprofessionals in de huisartsenpraktijk (JIP), jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en Mevis (specialistische jeugdhulp wijkteams). het realiseren van één uniforme uitvraag bij de toegang, huisarts, CJG of wijkteam.
de aansluiting van zorg op het voorliggend veld (vrij-toegankelijke zorg) en de wijkteams efficiënt te regelen met zo min mogelijk tussenstappen. het geven van een advies voor passend aanbod in het voorliggend veld. het zoveel mogelijk kunnen bieden van integrale zorg bij huisartsen, 0-100 jaar en sociaal domein breed. het maken van afspraken over het wisselen van informatie die AVG-proof zijn. aansluiting te maken bij de acties voortkomend uit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Voortgang In het eerste halfjaar is aan de hand van casuïstiek een start gemaakt met het inzichtelijk maken van het aanmeldings- en verwijzingsproces om ervoor te zorgen dat dit gestroomlijnder gaat verlopen. Voor de aanmeldroute zijn concrete afspraken gemaakt met Mevis. Afspraken over verdere samenwerking, inzet van zorg en informatie-uitwisseling zullen in de tweede helft van 2024 gemaakt worden. Adviezen over vrij-toegankelijke zorg zijn geïnventariseerd. Via DSW en de coördinator IZA is het netwerk op de hoogte van alle ontwikkelingen over IZA. De projectleider Kind naar gezond gewicht neemt het netwerk mee in de ontwikkelingen. In de tweede helft van het jaar zal het netwerk meegenomen worden in de training “Your coach next door”. 13
Voortgang opdracht ‘jeugdprofessionals in de huisartsenpraktijk’ Een van de bouwstenen van het MVS Jeugdmodel is de inzet van professionals van Mevis als praktijkondersteuners jeugd in huisartsenpraktijken. De MVS-gemeenten ambiëren een praktijkondersteuner jeugd in elk van de 38 huisartspraktijken in de MVS-regio. Dit biedt inwoners, cliënten en hun opvoeders directe hulp in een vertrouwde omgeving waar zij hun hulpvragen stellen. De realisatie hiervan is afhankelijk van de medewerking van huisartsen. Binnen de MVS-gemeenten waren al POH-GGZ Jeugd werkzaam, gericht op lichtere GGZproblemen (werken onder verantwoordelijkheid van de huisarts). Mevis heeft, in overleg met de Zorgorganisatie Eerstelijn (ZEL), gekozen voor breed opgeleide jeugdprofessionals die sociaal domein breed werken. Deze jeugdprofessional in de huisartsenpraktijk (JIP) heeft dezelfde rol als de jeugdprofessional op school en biedt ondersteuning bij alle vragen rond jeugd en gezin. Deze aanpak volgt het succesvolle voorbeeld van gemeente Pijnacker. In overleg met zorgverzekeraar DSW is afgesproken dat de POH-GGZ functie kan worden uitgebreid naar de doelgroep jeugd. De verwachting is dat de korte lijn naar de JIP zal leiden tot een daling in doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp.
Eerste cijfers uit de Q1 en Q2-rapportage van Mevis suggereren een lichte daling, maar het is te vroeg voor definitieve conclusies. Momenteel zijn 5 JIP'ers werkzaam in 9 van de 38 praktijken. Niet alle huisartsen reageren of lijken interesse te tonen, ondanks informatiebijeenkomsten, toegezonden informatie en het wegnemen van knelpunten (zoals spreekkamers en aanmeldingsroutes). Mevis en de MVSgemeenten blijven zich inspannen om de ambitie van een JIP in elke huisartsenpraktijk te realiseren, gezien de potentiële voordelen voor jeugdhulp in de regio. De eerste basis is gelegd voor verdere groei. 2.5
Netwerk Opgroeien naar volwassenheid
Dit netwerk wordt gevormd door vertegenwoordigers van Mevis, ZorgSamen MVS, Rogplus, Enver, Leerrecht, Albedacollege, Lentiz, DSW, Stroomopwaarts, Rogplus en de MVS-gemeenten. De partners werken aan afspraken voor overdracht van jeugdigen in zorg. Verder is inzichtelijk gemaakt wat aan het WMO-aanbod ontbreekt als vervolg op jeugdhulp. Het netwerk zet zich in op het vinden van praktische oplossingen, het liefst in de vorm van eenvoudige werkafspraken. Dit netwerk heeft een regisseur gehad die de taken van netwerkregisseur naast de eigen werkzaamheden heeft moeten oppakken. Hierdoor is minder bereikt dan gehoopt. In het eerste half jaar is onderzocht op welke wijze het contact met de WMO-aanbieder kan worden vervroegd. Verder is in kaart gebracht wie we nodig hebben om de Big 5 (support, wonen, school en/of werk, inkomen en welzijn) met jongeren te realiseren. Het netwerk wordt daarvoor in de tweede helft van 2024 uitgebreid. In de Regiovisie Maatschappelijke Ondersteuning, Beschermd wonen en Vrouwenopvang is benoemd dat ook jongeren nadrukkelijk in beeld moeten zijn. In de komende periode wordt het netwerk betrokken bij de nadere uitwerking zodat er meer passende zorg voor jongeren, die straks niet meer vallen onder de Jeugdwet, kan worden georganiseerd. 14
Hoofdstuk 3 MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam In dit hoofdstuk laten we zien welke werkzaamheden zijn opgepakt door het MVS Jeugdteam en welke ontwikkelingen een belangrijke impact hebben op de transformatie. Naast het werken aan de stappen om het MVS Jeugdmodel verder te brengen, heeft het eerste half jaar van 2024 voor een groot deel in het teken gestaan van randvoorwaardelijke zaken als het uitwerken van de Transformatieagenda richting 2029, het wijzigingsbesluit van de verordening jeugdhulp 20231, de internetconsultatie van het Ministerie van VWS2 en de tweede begrotingswijziging 2024 van Rogplus3. Veel tijd en aandacht is besteed aan deze onderwerpen.
3.1
De totstandkoming van de Transformatieagenda MVS Jeugd
In de eerste helft van 2024 is er samen met partners gewerkt aan de inhoud van de Transformatieagenda MVS Jeugd 2029. De Transformatieagenda MVS Jeugd is onderdeel van de uitvoering van het MVS Jeugdmodel. Partners hebben onder begeleiding van het MVS Jeugdteam gezamenlijke doelen en projecten benoemd om de komende vijf jaar samen aan te werken.
Goede start en toekomst We geloven in ondersteuning en hulp dicht bij het kind en gezin. Ondersteuning door mensen die er voor hen toe doen, thuis op school of in hun vrije tijd. Om dit te bereiken, zijn er vanuit het MVS Jeugdmodel diverse bouwstenen gerealiseerd. Zo is Mevis, na de aanbesteding, gestart als de partner voor jeugdhulp in de MVS-gemeenten. In de MVS-gemeenten zijn jeugdprofessionals van Mevis werkzaam in de wijkteams, op school en in de huisartsenpraktijk en hebben we via Mevis een netwerk voor specialistische hulp.
Naar organisatie- en domein overstijgend werken Om de volgende stap te maken in de transformatie om hulp dichter bij het kind te realiseren, stellen we samen met partners de Transformatieagenda op. Met behulp van meerdere workshops hebben we met partners mijlpalen en projecten benoemd, die we in 2029 gerealiseerd willen hebben. De Transformatieagenda gaat daarmee voor de komende jaren meer overzicht geven, zorgen voor concretisering, focus en keuzes om domein overstijgend met elkaar stappen te maken in onze visie van het MVS Jeugdmodel.
1
Zie hiervoor H5 Juridisch Zie hiervoor H1.3 3 Mevis heeft beroep gedaan op het veiligheidsventiel. Hieruit is de tweede begrotingswijziging 2024 gevolgd. In de rapportage van Rogplus leest u welke besluiten verband houden met deze aanpassing van het budget. 2
15
Proces en participatie In het proces om te komen tot de agenda wordt er veel tijd en aandacht besteed aan participatie om zo samen te komen tot een gedragen stip 2029. Ofwel een beeld wat we eind 2029 met elkaar bereikt willen hebben, of waar we in ieder geval naar op weg zijn, en een route met prioritering. Veel verschillende stakeholders hebben hieraan bijgedragen. We werken van abstract naar concreet, van visie en bouwstenen naar mijlpalen en projecten. Ook nemen we input vanuit de jeugd mee in dit proces. Met behulp van onder andere de Kleine Ambassade vinden er in 2024 diverse gesprekken plaats met jeugdigen om een beeld te krijgen waarmee zij worstelen en waar zij behoefte aan hebben. In het najaar van 2024 verwachten we de inhoud van de gezamenlijke Transformatieagenda MVS Jeugd bestuurlijk af te ronden. Reeds lopende en beoogde transformatietrajecten zijn ook opgenomen in de transformatieagenda.
Lees het praktijkverhaal via mvsjeugd.nl
Deelnemers De betrokken partijen zijn: het MVS Jeugdteam en andere deelnemers vanuit de MVSgemeenten (waaronder de wethouders die betrokken zijn bij Jeugd), CJG, Onderwijssamenwerkingsverbanden (basis- en middelbaar onderwijs), Mevis, Rogplus, maar ook diverse maatschappelijke partners zoals YETS Foundation, Stichting Aanzet, E25, Minters, ZEL, Vlaardingen in Beweging en Team Sportservice. 3.2
Formatie MVS Jeugdteam op orde brengen
Aan het einde van het eerste kwartaal van 2024 is een programmamanager gestart voor het MVS Jeugdteam om het programma verder vorm te geven, door te ontwikkelen en met de genoemde uitdagingen aan de slag te gaan. Het verhogen van de effectiviteit, organisatie- en domein overstijgend samenwerken, procesverbeteringen realiseren en het komen tot een concrete en gedragen Transformatieagenda zijn belangrijke onderdelen in de opdracht van de programmamanager. Daarnaast zijn er vacatures uitgezet voor de functie van communicatieadviseur, financial en netwerkregisseur. De meeste vacatures zijn in het derde kwartaal ingevuld.
16
3.3
Informatiedeling
Ten behoeve van de kwaliteit van ondersteuning van de jeugd is het belangrijk dat de verbinding tussen de 18- en 18+ teams soepel verloopt. Ook is het nuttig dat er bij toestemming van ouders/verzorgers dossieruitwisseling kan plaatsvinden. Ondanks gemaakte afspraken en mogelijkheden binnen de wet- en regelgeving, hebben we gezien dat we hier tegen technische belemmeringen aanlopen, omdat het systeem waarin gewerkt wordt mogelijk niet hierop is ingericht. In samenwerking met Rogplus en Mevis wordt naar manieren gezocht waarop informatieoverdracht, binnen de grenzen van de geldende wet- en regelgeving, mogelijk is.
17
Hoofdstuk 4 GRJR (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond) De MVS-gemeenten kopen via de gemeenschappelijke regeling jeugdhulp Rijnmond (GRJR) op dit moment alleen nog de Gecertificeerde Instellingen (Jeugdbescherming, geleverd door JBRR, WSG en LdH), Veilig Thuis en de zorg uit het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) in.
4.1
LTA
Het LTA bevat de landelijk ingekochte zorg, dit is zeer schaarse, hoog-specialistische en daardoor ook zeer kostbare zorg. Kleine schommelingen in de hoeveelheid jeugdigen die gebruikmaken van dit type zorg kunnen voor een gemeente grote financiële gevolgen hebben. In de afgelopen periode was het gebruik van LTA-zorg met name in Maassluis verhoudingsgewijs hoog. Dit is aanleiding geweest om een onderzoek te starten wat hier de oorzaak van is. Ook de andere MVSgemeenten worden meegenomen in dit onderzoek.
4.2
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR)
In de afgelopen periode kreeg JBRR een tijdelijk certificaat omdat het behalen van een aantal kritische prestatie indicatoren niet in orde was. Dit certificaat is een voorwaarde om als gecertificeerde instelling te mogen werken en wordt toegekend door het Keurmerkinstituut (KMI). In juni is het certificaat weer voor drie jaar toegekend. In het tweede kwartaal zien we een voorzichtige stabilisering van de positieve trend die eind vorig jaar is ingezet. De KMI-certificering in combinatie met deze stabiele trend, stemt gunstig. Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen in het geheel in de regio daalt gestaag met 1966 maatregelen in maart 2024 naar 1907 maatregelen in juni 2024. Het aantal betrokken gezinnen blijft echter grotendeels stabiel, met 1631 betrokken gezinnen in maart 2024 en 1628 betrokken gezinnen in juni 2024. Deze afname wordt tezamen met een toename in de productie van andere gecertificeerde instellingen (GI’s) waargenomen. De waargenomen stijging in het vorige kwartaal in het aantal kinderen dat binnen een week een vaste jeugdbeschermer kreeg toegewezen, is enigszins gedaald in de laatste twee maanden van het tweede kwartaal. In het tweede kwartaal wordt een lichte daling in de workload per werknemer waargenomen vanwege een lichte toename in de totale en inzetbare capaciteit Fte. De wachtlijsten blijven een punt van aandacht.
Er wordt een kleine stijging waargenomen van het aantal maatregelen. In totaal stonden in maart 2024, 466 maatregelen, en in juni 2024, 470 maatregelen op de wachtlijst. Alleen de voogdijmaatregelen laten een gestage daling zien. Relevant in dit kader is dat meer dan het minimale wordt gedaan in deze wachtlijstzaken. Er is sprake van een vast contactpersoon en de acute veiligheid wordt gewaarborgd. Echter, er kan minder aandacht besteed worden aan de lange termijn ontwikkeling dan gewenst. 18
4.3
Veilig Thuis
Regionaal laat Veilig Thuis in het tweede kwartaal van 2024 een hoeveelheid meldingen zien die overeenkomt met de begroting. Het aantal crisissen is aanzienlijk lager dan verwacht, dat geldt ook voor het aantal huisverboden, dit komt overeen met de tendens in het eerste kwartaal. De werkvoorraad blijft hoog, waardoor de wettelijke termijn van de veiligheidsbeoordelingen (binnen 5 werkdagen) niet wordt gehaald. Wel wordt elke melding binnen 24 uur gescreend door Veilig Thuis. Bij een vermoeden van acute onveiligheid wordt de melding een crisismelding. Crisismeldingen worden direct opgepakt. Deze situatie is zeker niet ideaal, maar er wordt wel alles aan gedaan om in de ontstane wachttijd de veiligheid te borgen. De wettelijke termijn van 5 werkdagen wordt regionaal op dit moment in 44,2% van de casussen behaald. Na 10 werkdagen is dat 63,2%, na 15 werkdagen 80,2% en na 20 werkdagen 87,1%. 100% wordt nooit gehaald omdat meldingen soms niet kloppen, dubbel worden gedaan etc. Het ontstaan van wachtlijsten en het niet behalen van de wettelijke termijnen hangen voor een belangrijk deel samen met de beschikbaarheid van personeel. Veilig Thuis adviseert en ondersteunt burgers en professionals bij alle zorgen en vragen over huiselijk geweld en kindermishandeling. Hieronder wat cijfers over de individuele MVSgemeenten4. Maassluis
In het tweede kwartaal daalt het aantal adviezen licht. Het gemiddeld aantal adviezen over het eerste half jaar van 2023 was 12, in 2024 is het gemiddelde 11. Het gemiddeld aantal adviezen over 18 maanden is 10,77. Het aantal meldingen heeft -zoals vorig jaar wel- vooralsnog geen zomerpiek en is eveneens licht gedaald in het tweede kwartaal. Het gemiddeld aantal meldingen in het eerste half jaar van 2023 is 24,16, in 2024 is het gemiddelde 22,5. Het gemiddeld aantal meldingen over 18 maanden is 22,44. Vooralsnog zijn de cijfers stabiel. Vlaardingen
4
De getoonde cijfers betreffen de leeftijdscategorie 0-100
19
In het eerste half jaar van 2024 blijkt het aantal adviezen hoger te liggen dan in 2023. Ook het aantal meldingen is het hele half jaar hoger dan in 2023. Het gemiddeld aantal adviezen over het eerste half jaar van 2023 was 27,5, in 2024 is het gemiddelde 39,16. Het gemiddeld aantal adviezen over 18 maanden is 33,44. Het gemiddeld aantal meldingen in het eerste half jaar van 2023 is 55,33, in 2024 is het gemiddelde 73,83. Het gemiddeld aantal meldingen over 18 maanden is 64,38. Deze ontwikkeling wordt gemonitord in de kwartaaloverleggen en er wordt actie uitgezet indien dat nodig is. Schiedam
In mei en juni ligt in Schiedam het aantal adviezen hoger dan vorig jaar. In het tweede kwartaal ligt in Schiedam het aantal meldingen iets hoger dan vorig jaar. Dit wordt nauwgezet gevolgd. Daartoe is er een lokaal overleg opgezet over de volle breedte van de werkzaamheden van Veilig Thuis met de Wijkondersteuningsteams, Mevis en vanuit de gemeente het sociaal domein en het veiligheidsdomein. Het gemiddeld aantal adviezen over het eerste half jaar van 2023 was 28,66, in 2024 is het gemiddelde 29,66. Het gemiddeld aantal adviezen over 18 maanden is 29,44. Het gemiddeld aantal meldingen in het eerste half jaar van 2023 is 60,33, in 2024 is het gemiddelde 64,66. Het gemiddeld aantal meldingen over 18 maanden is 63,11.
4.4
P&C-cyclus
De bestuursvergadering in het tweede kwartaal stond sterk in het teken van de voorlopige jaarrekening, de begrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025. Deze stukken zijn allen aangeboden aan de Raad en er is een zienswijzebrief aan het bestuur van de GRJR gestuurd.
4.5
Regionale bestuursopdracht kostenbeheersing
De overige 10 gemeenten, die in tegenstelling tot Maassluis, Vlaardingen en Schiedam nog wel een groot deel van de specialistische jeugdhulp afnemen zijn bezig om een groot pakket aan kostenbeheersingsmaatregelen door te voeren om de stijgende trend in de uitgaven aan jeugdhulp te doorbreken. Voor de MVS-gemeenten is slechts een heel klein deel van deze maatregelen relevant, met name die gericht zijn op het LTA.
4.6
Risico’s financieel
Ondanks de geringere deelname in de GRJR zijn overschrijdingen nog altijd mogelijk. De verwachting is dat de omvang hiervan door de beperktere deelname minder groot zullen zijn dan in het recente verleden. Omdat met name de LTA zorg erg kostbaar is kan de zorg voor enkele kinderen meer, grote financiële gevolgen hebben. 20
Hoofdstuk 5 Juridisch 5.1
Wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp 2023
In het eerste kwartaal is het eerste wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp 2023 vastgesteld door de MVS-gemeenteraden. In het wijzigingsbesluit werden de volgende onderdelen opgenomen: -
Tarieven van het persoonsgebonden budget (PGB) geactualiseerd; Taken en rollen verhelderd; Er wordt standaard een beschikking afgegeven bij toekenning van een individuele voorziening (zowel bij toekenning via het wijkteam als na verwijzing van een (huis)arts).
Het standaard beschikken is in werking getreden na vaststelling van het wijzigingsbesluit. Het beschikken na verwijzing van een huisarts is per 1 juni 2024 in werking getreden.
Beschikken ‘Huisartsenroute’ Naar aanleiding van het ‘wijzigingsbesluit verordening jeugdhulp 2023’ is besloten dat aanvragen voor individuele voorzieningen die na 1 juni 2024 via de ‘huisartsenroute’ in behandeling worden genomen binnen de gemeente Maassluis standaard worden beschikt door Rogplus én dat daarbij het onderzoek door Mevis voldoet aan het 10-stappenplan van de CRvB. Deze werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door jeugdprofessionals van Mevis die daartoe ondersteuningsplannen opstellen. Op termijn zal deze werkwijze ook in Schiedam en Vlaardingen worden geïmplementeerd. De ervaringen in Maassluis zullen worden betrokken bij verdere implementatie in Schiedam en Vlaardingen.
5.2
Uitspraak Centrale Raad van Beroep Jeugdwet
Op 29 mei 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) drie uitspraken gedaan in het kader van de Jeugdwet. In de uitspraken gaat het om zaken waar het college een aanvraag voor een pgb (deels) afwijst, omdat de ouders zelf een oplossing zouden hebben voor het probleem. Er is sprake van eigen kracht. Deze uitspraken hebben gevolgen voor de verordening en de uitvoeringspraktijk. De CRvB oordeelt dat in de verordening moet worden geregeld wat er onder ‘eigen kracht’ wordt verstaan. Daarbij dient de raad duidelijk te maken welke betekenis hij in dat verband toekent aan de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht, onder meer in relatie tot de gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp.
21
De verordening Jeugdhulp 2023 bevat bepalingen over het toekennen van individuele voorzieningen in relatie tot eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelt deze bepalingen echter als ontoereikend. Bovendien acht de CRvB het onrechtmatig om het begrip 'eigen kracht' in nadere of beleidsregels uit te werken. In plaats daarvan moet de verordening zelf een sluitend beoordelingskader bevatten. Dit kader moet duidelijk definiëren wanneer gebruikelijke hulp, als uiting van eigen mogelijkheden, de toekenning van jeugdhulp verhindert. De uitspraken geven aanleiding voor het opstellen van een tweede wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp 2023. De juridische werkgroep buigt zich over deze uitspraken en onderzoekt welke aanpassingen noodzakelijk zijn.
22
Hoofdstuk 6 MVS Jeugdmodel: vooruitblik 6.1
Veiligheidsventiel en de mitigerende maatregelen
In het kader van de tweede begrotingswijziging 2024 van Rogplus zijn het MVS Jeugdteam, Rogplus en Mevis in het tweede kwartaal met elkaar tot mitigerende maatregelen gekomen. Een aantal maatregelen wordt geheel uitgevoerd door Mevis en leveren gezamenlijk naar verwachting een besparing van € 1.905.000 op. Daarnaast is er een aantal mitigerende maatregelen waarin het MVS Jeugdteam en Mevis gezamenlijk optrekken. Deze zijn tevens opgenomen in de Transformatieagenda. In de volgende voortgangsrapportage zal hier verder op worden ingegaan.
6.2
Internet consultatie VWS (Robuustheidsscan en zorgvormenlijst)
In het derde kwartaal is de internet consultatie beantwoord. Er is een GRJR-brede reactie tot stand gekomen, waar wij onze bijdrage aan geleverd hebben en er is een afzonderlijke MVSreactie geschreven. In het derde kwartaal worden alle gemeenten schriftelijk geïnformeerd wat de gevolgen van de Robuustheidsscan zijn. Tijdens het schrijven van deze rapportage is het proces rond de Robuustheidsscan en de daarmee samenhangende Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) in een stroomversnelling terecht gekomen. In de AMVB die ter internetconsultatie is voorgelegd na de zomer wordt van een grote hoeveelheid zorgvormen die nu op MVS-niveau worden ingekocht vastgesteld dat deze regionaal moeten worden ingekocht en niet op subregionaal niveau. Het niet subregionaal inkopen past niet bij onze visie van het MVS Jeugdmodel. Wij geloven in de congruente samenwerking van de MVS-gemeenten en onze inspanningen zijn erop gericht dit goed over te brengen. De definitieve versie van de AMVB wordt eind 2024 verwacht. 6.3
Tweede wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp
Naar aanleiding van de recente uitspraak van het CRvB is het de verwachting dat Schulinck en de VNG in het vierde kwartaal een kader danwel voorbeeldbepaling zullen presenteren waaraan de verordening moet voldoen. Binnen de juridische werkgroep van het MVS Jeugdteam wordt er gewerkt aan een tweede wijzigingsbesluit van de verordening Jeugdhulp 2023 waarin de uitspraken van de CRvB worden verwerkt. Zodra dit besluit gereed is zal deze voor inspraak worden vrijgegeven. De verwachting is dat dit in het eerste kwartaal 2025 zal zijn.
23
6.4
Het meisje uit Vlaardingen
Op maandag 27 mei 2024 werd bekend dat er twee mensen uit Vlaardingen zijn aangehouden op verdenking van poging tot doodslag en zware mishandeling van hun pleegdochter. Deze afschuwelijke gebeurtenis is hartverscheurend en heeft ons diep geraakt. Er is een strafrechtelijk onderzoek opgestart en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie voor het Onderwijs zijn gezamenlijk een onderzoek gestart. De uitkomsten van het inspectierapport, welke naar verwachting in het vierde kwartaal uitgebracht wordt, zullen wij betrekken bij verdere verbeteringen.
24