Bijlage 1 Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
Tekst van het document
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
Nieuwland en Oost Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Van een ambtelijke propositie naar een eerste uitvoeringsplan
Oktober 2021
1
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
Versiebeheer Datum 9 november 2021 Versie 2.0 Auteur O.N. Boot
2
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
Inhoudsopgave 1 Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost 1.1 1.2
Van ambtelijk propositie naar een eerste uitvoeringsplan Planning
2 Netwerkorganisatie Nieuwland en Oost 2.1 2.2 2.3
Stuurgroep Stadspartners Gemeentelijke organisatie Verantwoordelijkheden Stuurgroep Stadspartners
3 Organisatie 3.1 3.1.1 3.2
4 4 7
9 9 9 10
11
Programmabureau Stedelijke Vernieuwing Opdrachtgeverschap binnen de gemeente Financiën
3
11 11 11
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
1
Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
Schiedam Nieuwland en Oost vormen samen één van de door het Ministerie van BZK aangewezen 16 kwetsbare gebieden in Nederland, waar een stedelijke vernieuwingsaanpak nodig is. Ambtelijk is een voorstel gedaan aan het ministerie van BZK voor een langjarige integrale gebiedsaanpak. De andere 15 kwetsbare gebieden hebben dit ook gedaan. De programma’s zijn middels een ex ante analyse getoetst op maatschappelijke kosten en opbrengen. Conclusie van de analyse is dat elke geïnvesteerde euro anderhalve euro maatschappelijk rendement oplevert. Er valt dus met gerichte investeringen veel maatschappelijke winst te behalen in deze kwetsbare gebieden. Omdat de problematiek groter is dan Schiedam alleen kan dragen, zijn er extra financiële middelen nodig zijn om deze investeringen te doen. Om tot een beter en leefbaarder gebied te komen, hopen we dat het nieuwe kabinet als prioriteit een herstelaanpak van de meest kwetsbare wijken in Nederland in het coalitieakkoord opneemt. Hieraan kan het rijk vervolgens langjarig extra financiële middelen koppelen. Hiermee zouden een groot deel van de benodigde investeringen in Nieuwland en Oost kunnen worden gefinancierd, die nu door beperkte financiële mogelijkheden niet kunnen worden gedaan. Daar waar we kunnen, zijn en gaan we nu al aan de slag.
1.1 Van ambtelijk propositie naar een eerste uitvoeringsplan Uitvoeringsplannen We bereiden ons voor op de stedelijke vernieuwingsaanpak en er wordt samen met partners in de stad en het Rijk gezocht naar welke investeringen wél al mogelijk zijn. Bij het voorbereiden op de stedelijke vernieuwingsaanpak voor Nieuwland en Oost laten we ons inspireren door het succesvolle Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), dat is gefocust op de directe leefwereld van mensen: huis, werk en/of school. Het Stedelijke Vernieuwingsprogramma Nieuwland en Oost zal worden uitgewerkt in uitvoeringsplannen met een looptijd van 3 á 4 jaar. Samen met de partners in stad en met mede-overheden wordt gewerkt aan het bereiken van doelstellingen op het gebied van Onderwijs, Werk, Wonen, Samenleven en Veiligheid. Bewoners worden daarbij betrokken. Nieuwland en Oost zijn twee typische Schiedamse woonwijken. Nieuwland is een van de grootste wijken van Schiedam met ruim 15.000 inwoners en 6.500 woningen, voor het merendeel uit de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. Schiedam Oost is vooral gebouwd in de jaren ‘20 en ‘30 en afgebouwd in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Oost ligt het dichtst tegen Rotterdam aan. De wijk telt circa 11.000 inwoners in circa 5.400 woningen. Oost heeft duidelijk veel potentie door haar ligging in de stedelijke omgeving.
Maar in Oost is ook de achteruitgang in leefbaarheid zichtbaar. Het is een dynamische wijk met een hoge woningdichtheid: 61 woningen per hectare wat in vergelijking met het Schiedamse gemiddelde van 21 woningen hoog is. In Schiedam Oost is 77% particulier woningbezit.
4
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
Investeringen in woningen en buitenruimte nemen af. De mogelijkheden om hier (grootschalige) fysieke projecten te realiseren zijn gering omdat slechts 23% van de woningen bij de corporatie in bezit zijn. De rest is particulier bezit wat door kleinere particuliere verhuurders verhuurd wordt (25% van alle woningen) of zelf bewoond door particuliere eigenaren (52%). We zien naast een uitstroom van kansrijke groepen en een instroom van kansarme groepen echter ook een instroom van hoger opgeleide starters met een lager inkomen. Het gevolg is een afnemende sociale cohesie en controle en een groeiend gevoel van onveiligheid en overlast. Nieuwland is een typische naoorlogse wijk. De wijk heeft voornamelijk portiek- en galerijwoningen van vier lagen, afgewisseld met hogere flats. Nieuwland is in vele opzichten exemplarisch voor de levensloop van stadswijken van dezelfde omvang en leeftijd. Door de veranderingen in de bevolkingsopbouw is de wijk in sociaaleconomisch opzicht veranderd van een topper in de jaren vijftig tot een gemiddelde wijk eind jaren zeventig naar een probleemwijk in de laatste twintig jaar. Er zijn veiligheidsproblemen: jongerenoverlast, drugscriminaliteit, ondermijning. Onderwijs: mensen zijn lager geschoold, er is schooluitval, er zijn minder kansen. Gezondheid: er zijn gewichtsproblemen/obesitas bij alle groepen, ze sporten weinig.
Er is sprake van eenzaamheid en verwaarlozing en we hebben te maken met subjectieve gevoelens: deze blijven vaak achter ten opzichte van de feitelijke cijfers van veiligheid bijvoorbeeld. De woon- en leefkwaliteit in de wijk worden steeds minder goed. Delen van het openbaar gebied zien er verouderd en verwaarloosd uit. Ook grote delen van het woningaanbod zijn verouderd en eenzijdig van samenstelling. ‘Achter de voordeur’ is ook vaak een minder rooskleurig beeld te zien. Bewoners zijn armer, meer dan gemiddeld werkloos en vaker klein behuisd dan in de rest van Schiedam (en Nederland). Ook scoort de wijk nog laag op het gebied van veiligheid. Het aantal inbraken behoort tot de hoogste van de stad (en van Nederland) en bewoners rapporteren er vaker onveiligheidsgevoelens. Relatief veel jongeren uit de wijk volgen een Vmbo of Mbo-opleiding. Zij verlaten de school vaak voortijdig. Daar is dringend aandacht voor nodig. De verantwoording van het Grotestedenbeleid 2000-2004 laat zien dat Schiedam op de leefbaarheidsgebieden ‘verloedering woonomgeving’, ‘sociale cohesie’ en ‘onveiligheidsgevoelens’ achterblijft bij veel GSB-steden. De situatie in cijfers van de wijken Nieuwland en Oost, is in onderstaande tabel weergegeven.
Indicator Havo/vwo-advies groep 8 basisonderwijs Personen met taalachterstand (percentage) Werkeloosheid (percentage) Huishoudens onder armoedegrens (percentage) Huishoudens met participatiewet (arbeidsbeperking, percentage) Netto besteedbaar inkomen (euro) Sociale index (rapportcijfer) Stapelingsmonitor: huishoudens met voorziening(en) in het sociaal domein Veiligheidsindex (rapportcijfer) Overlast (rapportcijfer) WOZ-waarde woningen (euro)
Nieuwland 28% 42% 4,5% 22,0% 14,9%
Oost 29% 34% 5,9% 13,9% 7,5%
Schiedam 40% 27% 4,3% 12,8% 7,5%
Nederland 48% 20% 3,4% 8,8% 5,4%
€ 31.400,5,6 30,6%
€ 31.600,5,7 17,7%
€ 37.200,6,2 22,5%
€ 42.600,-
6,4 6,3 € 135.000,-
6,1 6,0 € 128.000,-
6,8 6,8 € 171.000,-*
18,9
7,6 € 248.000
Om bovenstaande problematiek het hoofd te bieden zijn samen met maatschappelijke partners de volgende 7 doelstellingen en 5 focusgebieden benoemd. Deze doelstellingen en focusgebieden vormen het vertrekpunt voor het opstellen van een eerste Uitvoeringsplan Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost, dat onder regie van de Stuurgroep Stadspartners en in gezamenlijkheid met haar brede achterban wordt opgesteld. De huidige inzet in het gebied zal worden geïntensiveerd, uitgebreid met
5
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
extra dan wel andere middelen en instrumenten. De inzet van de Stedelijke Vernieuwingsaanpak zal worden verbonden met de huidige inzet. Daarbij wordt ook de verbinding gezocht met andere gebiedsontwikkelingen als Schieveste, Stationsgebied, Nieuw Mathenesse en de Rotterdamse aanpak in OudMathenesse-Witte Dorp. Het eerste uitvoeringsplan wordt in de zomer van 2022 aangeboden voor besluitvorming in de gemeenteraad.
Doelstellingen voor de komende 20 jaar 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Meer bewoners beheersen de Nederlandse taal goed Meer wijkbewoners zijn aan het werk Meer wijkbewoners kunnen gemakkelijker rondkomen Meer wijkbewoners hebben een gezonde leefstijl Meer wijkbewoners voelen zich verbonden met hun eigen wijk Meer wijkbewoners voelen zicht veilig in hun eigen wijk Evenwichtige woningvoorraad met kwalitatief betere verbindingen en openbare ruimte
De doelstellingen zullen wij behalen door inzet op de volgende focusgebieden 1. Onderwijs 2. Werk 3. Samenleven 4. Veiligheid 5. Wonen
Toelichting doelstellingen voor de komende 20 jaar Meer bewoners beheersen de Nederlandse taal goed De huidige waargenomen taalachterstand bij de bewoners van Nieuwland en oost wordt in 10 jaar ingelopen, het gemiddelde van deze wijken is dan op het niveau van Schiedam. Het percentage personen met een taalachterstand ligt in Nieuwland in ieder geval onder de 30% (in 2020 is dat 42%). Meer wijkbewoners zijn aan het werk De huidige werkeloosheid in beide wijken is over 10 jaar dusdanig gereduceerd dat de wijken in vergelijking met het Schiedamse gemiddelde geen dissonant meer zijn. Concreet zal er met name voor de bewoners van Oost ingezet worden op meet banen voor de wijkbewoners zodat het huidige werkeloosheidspercentage (2020: 5,9 %) onder de 4% komt te liggen. Meer wijkbewoners kunnen gemakkelijker rondkomen Anno 2020 zijn er veel huishoudens die onder de armoedegrens leven, en ondersteuningstrajecten in het sociale domein hebben lopen. Het gaat met name in huishoudens in de wijk Nieuwland waarop dit van toepassing is: in 2020 leeft 22% van alle huishoudens onder armoedegrens (heel Schiedam 12,8%), en heeft iets meer dan 30% één of meerdere ondersteuningstrajecten in het sociale domein loepen (Schiedam: 22,5%). In 20 jaar tijd moet deze weerbarstige problematiek minimaal op het niveau van Schiedam zijn voor beide wijken.
Meer wijkbewoners hebben een gezonde leefstijl Onze gezondheid hebben we deels zelf in de hand, deels ook niet. De omgevingsfactoren (zoals vervuilde lucht en geluidsoverlast) is voor de individuele bewoner zeer beperkt te beïnvloeden. Maar en gezonde leefstijl, waar goed eten en voldoende bewegen centraal staan, is voor iedereen te bereiken. Daarom gaat het aantal mensen met een sportlidmaatschap in de komende tien jaar
6
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
omhoog naar het Schiedamse gemiddelde, en is bijvoorbeeld driekwart van de 12-16 jarigen lid van een sportvereniging (nu in Oost 44% en in Nieuwland 56%). Meer wijkbewoners voelen zich verbonden met hun eigen wijk De zoektocht naar een sterke sociale cohesie en een inclusieve samenleving is ook urgent in beide wijken, de sociale index is structureel leger dan het Schiedamse gemiddelde. Door meer te investeren in goede ontmoetingsplekken, sociale netwerken, wijkeconomie en andere initiatieven in beide wijken zal dit in de komende 10 jaar naar het Schiedams gemiddelde groeien. Meer wijkbewoners voelen zicht veilig in hun eigen wijk De subjectief gemeten veiligheidsgevoelens van de bewoners in beide wijken laten een verontrustende beeld zien: zij vinden hun eigen wijk (die ze goed kennen) onveiliger van de rest van Schiedam. Dit subjectieve veiligheidsgevoel moet in de komende 10 jaar omgedraaid worden. Ook moet er objectief meer werk gemaakt worden aan schoon, heel en veilig, en is de overlast in elke vorm (door jongeren, overbewoning etc) teruggebracht tot het gemiddelde van Schiedam. Ook de aanpak tegen de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit wordt versterkt voortgezet. Evenwichtige woningvoorraad met kwalitatief betere verbindingen en openbare ruimte De sociale woningvoorraad is in Schiedam onevenredig verdeeld.
Zonder op stedelijk niveau in absolute zin terug te gaan in het aandeel sociale voorraad, zal Nieuwland van nu 55% door herstructurering en renovatie teruggaan naar 40% sociale voorraad. In de wijk Oost zal met name de problematiek in de particuliere woningvoorraad opgelost worden: tegengaan van rotte kiezen, huisjesmelker, stimuleren van samenvoegen en andere woningverbeteringen. In beide wijken is de basis aanwezig om tot een goede structuur in de openbare ruimte te komen met betere verbindingen naar de omgeving, onder andere naar de binnenstad. Voor de huidige bewoners, voor sociale stijgers die nu te vaak de wijk verlaten en voor nieuwkomers die hier een volgende stap in hun wooncarrière willen maken. Door al de ze ingrepen komen beide wijken in 20 jaar tijd meer in balans, worden de woonmilieus verbeterd, en worden de doelen in het sociale en veiligheidsdomein ook door fysieke ingrepen ondersteund. De WOZ-waarde van beide wijken zal in 20 jaar tijd naar het Schiedams gemiddelde groeien
1.2 Planning Het afgelopen jaar is gebruikt om een netwerk op te bouwen in de stad met partners die gezamenlijk de komende jaren willen werken aan de verbetering van de situatie van de bewoners in Nieuwland en Oost. De keuze die het Rijk maakt is bepalend voor de inzet van een gezamenlijke programmaplan voor Nieuwland en Oost. We houden rekening met drie scenario’s 1. Er komt een meerjarige financiële bijdrage van het Rijk voor de 16 kwetsbare gebieden; 2. De financiële rijksmiddelen dienen per beleidsveld te worden aangevraagd; 3. Er komt geen gebiedsgericht in te zetten bijdrage, noch gecoördineerd (1) noch per beleidsveld (2). In dit scenario zal per mogelijke bijdrage de urgentie voor de bijdrage moeten worden aangetoond. Zodra bekend is welk scenario zich voordoet zal het een programmaplan daarop worden ingestoken. Tot die tijd gaan we uit van scenario 3. 23 november 2021
Beeldbepalende avond (digitaal)
7
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
14 december 2021
Vaststellen van het Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost en het beschikbaar stellen van een werkbudget in de raadsvergadering van 14 december 2021.
18 januari 2022 begin 2022
Raadsbijeenkomst Collegepresentatie (fysiek) Moment met Stadspartners om samenwerking en partnerschap te markeren.
zomer 2022
Eerste uitvoeringsplan
8
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
2
Netwerkorganisatie Nieuwland en Oost
2.1 Stuurgroep Stadspartners Een stuurgroep van de partners zal toezien op de voortgang van de uitvoering. In de Stuurgroep worden verbindingen gelegd, kansen gezien en doorbraken mogelijk gemaakt. Voorzitter van de Stuurgroep is de burgemeester. De burgemeester is onafhankelijk voorzitter en verantwoordelijk voor een juiste procesgang. Vanuit de gemeente zal (minstens) één wethouder het college van burgemeesters en wethouders in de stuurgroep op alle portefeuilles inhoudelijk vertegenwoordigen. De burgemeester vertegenwoordigt dus niet de gemeente, maar alle partijen binnen de stuurgroep. Eén van de vaste deelnemers aan de stuurgroep is een vertegenwoordiger van het Rijk, aangezien beoogd is dat het programma voor een groot deel gefinancierd zal worden door het Rijk. Nu is dit de plaatsvervangend Directeur-generaal van de directie Bestuur, Ruimte en Wonen van het ministerie van BZK. De samenstelling van de stuurgroep kan gedurende de looptijd wijzigen. De leden van de stuurgroep vertegenwoordigen elk hun eigen achterban, die zij middels werkgroepen op thema betrekken en verbinden aan het programma. Met mandaat neemt ieder lid deel aan de stuurgroep. Secretaris van de stuurgroep is de programmamanager Stedelijke Vernieuwing. De secretaris ondersteunt het overleg van de stuurgroep en draagt, indien nodig, zorg voor ondersteuning bij de inbreng van de stuurgroep-leden.
Dit laatste door bijvoorbeeld bijeenkomsten te faciliteren voor de achterban. De opzet van deze stuurgroep is gekopieerd van de opzet van het NPRZ. Dit onderdeel van de governance is als voorwaarde meegegeven door het Ministerie van BZK.
2.2 Gemeentelijke organisatie De gemeente is één van de partners in de Stedelijke Vernieuwingsaanpak. Een coördinerend wethouder neemt deel aan de Stuurgroep Stadspartners namens het voltallige college van B&W. Met
9
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
het formuleren van programmadoelstellingen worden gemeenteraad en het college van B&W betrokken bij de gebiedsgerichte aanpak in beide wijken. Vanuit de reguliere (gezamenlijke) staven van B&W en reguliere overleggen met externe partners wordt de inzet in de beide wijken besproken en worden afspraken gemaakt. Per periode kan het coördinerend wethouderschap van portefeuillehouder wisselen, al naar gelang het zwaartepunt van de gemeentelijke inzet. Voor de periode tot de verkiezingen in maart 2022 is wethouder Wonen coördinerend wethouder.
2.3 Verantwoordelijkheden Stuurgroep Stadspartners Elke Partner is verantwoordelijk voor de eigen inzet en de af te spreken financiële bijdrage (naar draagkracht). In de Stuurgroep spreken de partners elkaar aan als afspraken niet worden nagekomen. Daar waar de stadspartners afspraken kunnen maken voor een langere periode, is de gemeentelijke inzet ook afhankelijk van de politieke coalitie van dat moment. Coalitieakkoorden bestrijken de bestuursperiode van het betreffende bestuur. Voor de aanpak in Nieuwland en Oost is ook commitment van de gemeente voor een langere periode nodig en er zal worden ingezet op het vastleggen van structurele langjarige middelen.
10
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
3
Organisatie
3.1 Programmabureau Stedelijke Vernieuwing In de kwartierfase, totdat er voldoende middelen zijn om het programmabureau in te richten, bestaat het programmabureau uit een programmamanager (voltijd) en administratieve ondersteuning (deeltijd). Incidenteel ondersteund met capaciteit uit de staande gemeentelijke organisatie. Een succesfactor in het NPRZ is de aanjagende en agenderende functie van het programmabureau. Het voorstel is om de programma-organisatie, vooralsnog voor één jaar, goed te bemensen om een goede start te kunnen maken met de aanpak. Structurele middelen zijn in de nabije toekomst noodzakelijk voor het volledig faciliteren van het programma door het programmabureau, en het voldoende bemensen van het programmabureau. Bij voldoende middelen is het voorstel om het programmabureau te vestigen in de wijken. Voor bijeenkomsten met professionals heeft dit een toegevoegde waarde, maar ook in het contact met de bewoners. Het programmabureau zal niet alleen door de gemeente gefinancierd worden, maar ook met bijdragen (naar draagkracht) van de deelnemende partijen, die participeren in de stuurgroep stadspartners.
Benodigde functies programmabureau: • Programmadirecteur (tevens secretaris stuurgroep) – 1 fte • Procesmanager (tevens secretaris werkgroepen en procesondersteuning) – 0,8 fte • Programmamedewerker (administratieve ondersteuning) – 0,5 fte • Communicatiemedewerker – 0,5 fte
3.1.1 Opdrachtgeverschap binnen de gemeente Ambtelijke opdrachtgevers: Teammanagers Projecten (Stadsontwikkeling) en Zorg, Welzijn & Sport (Maatschappelijke ondersteuning) Bestuurlijk opdrachtgever: Coördinerend wethouder
3.2 Financiën Bij een substantiële bijdrage vanuit het Rijk wordt in de begroting voor de aanpak Stedelijke Vernieuwing opgenomen in programma 1 Mens en Stad in Beweging. De inzet van de Rijksbijdrage dient te worden verantwoord naar het rijk (financiering, prestaties). Het programma Stedelijke Vernieuwing krijgt een nadere vertaling in andere programma’s van de Begroting. Bij een substantiële bijdrage vanuit het Rijk, gaat het om een bijdrage van meerdere miljoenen euro’s over meerdere jaren. Deze bijdrage zal moeten worden ingezet t.b.v. het realiseren van vooraf bepaalde en tussentijds bijgestelde doelstellingen. Het bereiken van de doelstellingen gaat via de uitvoering van projecten en intensivering van bestaande inzetten. Alle projecten en intensivering in de wijken Nieuwland en Oost worden in principe ondergebracht binnen de scope van de Stedelijke Vernieuwingsaanpak. Daarmee wordt de integraliteit en de samenwerking met partners bevorderd en gemeengoed. Bovendien is de gemeente – samen met haar partners - gehouden aan het inbrengen van “eigen” financiële middelen uit haar begroting, de cofinanciering op het programma. De cofinanciering is een voorwaarde voor een subsidiebijdrage vanuit het Rijk. Om hoeveel % dit gaat is
11
Startdocument aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost
nog niet duidelijk. Waarschijnlijk zal een jaarlijkse verantwoording over de inzet van de subsidiebijdrage en de cofinanciering plaatsvinden via het systeem van single information, single audit (ministeriële regeling sisa) en verwerkt worden in de Jaarstukken van de gemeente. De programmamanager stuurt vanuit de verantwoordelijkheid voor de voortgang van het programma op de projecten en extra inzet binnen de wijken Nieuwland en Oost en monitort de voortgang van uitvoering. De programmamanager bewaakt de financiën, de uitvoering van de projecten, de extra inzet en de prestaties (met behulp van het Kenniscentrum). De gemeenteraad stuurt en controleert enerzijds op hoofdlijnen op de programmadoelstellingen en -resultaten van het uitvoeringsplan en anderzijds met haar budgetrecht, als het gaat om het beschikbaar stellen van budgetten en het voteren van kredieten vanuit de gemeentelijke begroting. Om de lobby van de burgemeester te kunnen ondersteunen, de Stadspartners te faciliteren en het uitvoeringsplan op te stellen is een werkbudget noodzakelijk. De gemeente kan nu niet stil blijven zitten en afwachten. Linksom of rechtsom, de aanpak van Schiedams meest kwetsbare wijken is een prioriteit. Dat blijkt uit de Staat van de stad en is onderkend door het gemeentebestuur. Daarom wordt voorgesteld om een werkbudget beschikbaar te stellen voor het komende jaar.
In die periode wordt ook duidelijk op hoeveel rijksmiddelen Schiedam mag rekenen en hoe zich dit vertaalt naar de toekomstige uitvoering van het programma.
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
12