CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rekenkamer Rapport Inwonerparticipatie

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Bespreekstuk: Raadsvoorstel rekenkamerrapport inwonersparticipatie in Schiedam3.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Inwonerparticipatie in Schiedam

Datum: 8-10-2025

Opdrachtgever: Rekenkamer Schiedam

Onderzoekers: Necker

Rapport van: Rekenkamer Schiedam

14 november 2025

Inhoudsopgave 1. Inleiding: onderzoek naar inwonerparticipatie in Schiedam ................................................................. 3 2. Samenvatting .......................................................................................................................................... 5 Reactie van college van B&W ................................................................................................................... 11 Nawoord rekenkamer .............................................................................................................................. 14 Bijlage Nota van Bevindingen

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

2

1. Inleiding: onderzoek naar inwonerparticipatie in Schiedam 1.1 Doel- en vraagstelling Dit rapport omvat de uitkomsten van het onderzoek dat de Rekenkamer Schiedam heeft laten uitvoeren naar inwonerparticipatie in Schiedam. Het doel van het onderzoek is om de gemeenteraad zicht te geven op het beleid voor inwonerparticipatie en de participatiepraktijk in de gemeente Schiedam. De onderstaande vraag staat centraal in dit onderzoek: Op welke manier zet de gemeente Schiedam inwonerparticipatie in bij de totstandkoming en/of uitvoering van haar beleid en in hoeverre is deze inzet effectief? 1.2 Aanleiding Uit verkennende gesprekken van de rekenkamer met de fracties uit de Schiedamse gemeenteraad bleek behoefte te bestaan aan een onderzoek naar inwonerparticipatie. Er werd in de gesprekken onder andere verwezen naar recente ervaringen met inwonersparticipatie, waarbij inwoners teleurgesteld reageerden na betrokken te zijn geweest en vraagtekens zetten bij de mate waarin rekening is gehouden met hun inbreng in uiteindelijke plannen en besluiten. Dit was voor de rekenkamer reden om onderzoek te doen naar inwonerparticipatie. Het onderwerp is van substantieel maatschappelijk belang en beïnvloedbaar door de gemeente, daarmee voldoet het aan de selectiecriteria voor onderzoek van de rekenkamer.

De gemeente Schiedam heeft haar ambities op het gebied van participatie vastgelegd in de Participatieverordening 2022 en de nota participatiebeleid 2021. Deze kaders vormen ook het vertrekpunt voor dit onderzoek. 1.3 Afbakening De rekenkamer wil met dit onderzoek terugkijken op het participatiebeleid en de participatiepraktijk in de huidige bestuursperiode 2022 – 2025, om lessen te kunnen formuleren voor de toekomst. Het onderzoek beoogt om inzichtelijk te maken of de inzet van inwonerparticipatie in Schiedam effectief is geweest en welke lessen er te leren zijn om de betrokkenheid van inwoners te vergroten. In het onderzoek is expliciet aandacht voor de praktijk en uitvoering van participatie. In een actuele landelijke meta-analyse (april 2025) van 102 rekenkamerrapporten over participatie concludeert de Vereniging van Rekenkamers (VvR) dat rekenkameronderzoek naar participatie in gemeenten vaak tot vergelijkbare inzichten en aanbevelingen leidt. Kritische conclusies in de metaanalyse zijn dat de meeste onderzoeken zich richten op beleid in plaats van praktijk, en dat de praktische uitvoering en het inwonersperspectief onderbelicht blijven. De Rekenkamer Schiedam heeft de aanbevelingen uit de meta-analyse van de VvR ter harte genomen en deze zoveel als mogelijk meegenomen in de aanpak van dit onderzoek over Schiedam.

1.4 Onderzoeksvragen Om de hoofdvraag te beantwoorden, zijn er tien deelvragen geformuleerd. Deze deelvragen zijn: Beleid en visie

1. Welke Schiedamse beleidskaders zijn er op inwonerparticipatie van toepassing en welke visie, ambities en doelen zijn hierin geformuleerd door gemeenteraad en college? 2. Hoe is participatie vastgelegd in gemeentelijke beleidsdocumenten en uitvoeringsafspraken en in hoeverre zijn de ambities en doelen toepasbaar gemaakt voor de praktijk? Uitvoering en ervaringen

3. Welke activiteiten heeft de gemeente Schiedam de afgelopen jaren ondernomen op het gebied van participatie? 4. Hoe verhoudt de uitvoering in de praktijk zich tot de vastgelegde beleidsdoelstellingen en uitvoeringsrichtlijnen? Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

3

5. Hoe ervaren de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en inwoners participatie? 6. In hoeverre is de gemeenteraad in staat zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van inwonerparticipatie te vervullen? 7. Hoe streeft de gemeente ernaar om alle (relevante groepen) inwoners te bereiken in participatietrajecten? Resultaat en leren

8. In hoeverre worden de geformuleerde doelen voor participatie in de praktijk behaald? 9. Wat zijn de succes- en knelpunten van de participatiepraktijk in Schiedam? 10. Welke lessen zijn er te leren om participatie in de toekomst nog effectiever in te zetten? In de nota van bevindingen (zie Bijlage) zijn de deelvragen 1 tot en 7 beantwoord. De deelvragen 8, 9 en 10 worden in dit rapport beantwoord door middel van de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. 1.5 Leeswijzer Dit rapport bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 is dit inleidende hoofdstuk, met de aanleiding, afbakening en onderzoeksvragen. Hoofdstuk 2 omvat een samenvatting van de uitkomsten van het onderzoek. De conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer staan in respectievelijk de hoofdstukken 3 en 4. Als bijlage is de nota van bevindingen bijgevoegd, zoals deze is vastgesteld na verwerking van het ambtelijke wederhoor (feitencheck).

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

4

2. Samenvatting Het onderzoek van de rekenkamer geeft een beeld van de Schiedamse participatievisie en -beleid, de uitvoering van participatie en de resultaten van participatie en hoe hiervan geleerd wordt. Dit rapport begint met een antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek. Dit antwoord vat de uitkomsten beknopt samen. De hoofdvraag in dit onderzoek is: Op welke manier zet de gemeente Schiedam inwonerparticipatie in bij de totstandkoming en/of uitvoering van haar beleid en in hoeverre is deze inzet effectief? De hoofdconclusie van de Rekenkamer Schiedam is dat het beleid en de rolverdeling met betrekking tot inwonerparticipatie in Schiedam ‘op papier’ zorgvuldig zijn uitgewerkt. Echter, bij de implementatie en borging in de praktijk doen zich significante tekortkomingen voor. Er is een duidelijk verschil tussen de geformuleerde beleidsambities en de daadwerkelijke uitvoering. Vanuit de kaderstellende rol heeft de gemeenteraad van Schiedam een heldere en ambitieuze lijn uitgezet. Met het participatiebeleid 2021 en de participatieverordening 2022 heeft de gemeenteraad duidelijke richtlijnen voor inwonerparticipatie vastgelegd. Het beleid bevat een aanpak met basisvragen, formats en instrumenten, richt zich op samenwerking met inwoners en brede doelgroepen, en beschrijft de juridische eisen voor participatie.

Het doel van participatie is om plannen beter maken door ze vroeg te toetsen aan wat er leeft in de stad, en zo te zorgen voor uitvoerbaar beleid dat gedragen wordt door de gemeenschap. Vroegtijdige samenwerking moet leiden tot wederzijds begrip, gedeelde verantwoordelijkheid en meer vertrouwen. Het beleid bevat naast sturingselementen ook praktische instrumenten, die de organisatie helpen om het beleid in de praktijk toe te passen. Hiermee hebben medewerkers ‘op papier’ een uitgebreide gereedschapskist tot hun beschikking om participatie zorgvuldig te ontwerpen en uit te voeren. In de praktijk blijkt dat de gemeenteraad onvoldoende in staat wordt gesteld om zijn controlerende rol te vervullen. Dit komt doordat er onvoldoende aansluiting is tussen de geformuleerde beleidsambities en de daadwerkelijke uitvoering. Daarnaast zijn belangrijke sturingselementen niet uitgevoerd. Het college toont ambitie en hecht veel waarde aan participatie, maar de bestuurlijke sturing, implementatie en rapportages zijn beperkt. Systematische en specifieke rapportages, monitoring met indicatoren, een centrale adviesfunctie (adviesteam) en een participatiekalender ontbreken. Hierdoor is niet inzichtelijk welke instrumenten bij participatie wel en niet zijn ingezet, hoe vaak en in hoeverre dit effectief was.

Het gevolg voor de gemeenteraad is dat zij niet goed de vinger aan de pols kan houden bij het participatiebeleid en de controlerende rol niet kan invullen. Ook blijkt dat participatie niet expliciet is belegd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers kennen de tools vaak niet. Doordat sturing op de implementatie van beleid nu ontbreekt, wordt participatie op veel verschillende plekken binnen de organisatie opgepakt. Hierdoor wordt de inrichting en uitvoering afhankelijk van de individuele betrokken beleidsmedewerkers die het beleid op verschillende wijzen kunnen interpreteren en uitvoeren. Participatie wordt op projectniveau geëvalueerd, een structurele evaluatie op beleidsniveau ontbreekt. Hoewel door medewerkers over de doelgroepen vooraf goed wordt nagedacht, blijkt de ondervertegenwoordiging van enkele doelgroepen een aanhoudend probleem. In de praktijk lukt het namelijk niet altijd om een doelgroep aan te haken. Uit het casusonderzoek van de rekenkamer blijkt dat jongeren, huurders en mensen met een migratieachtergrond vaak niet worden bereikt in participatietrajecten. Er is weinig inzicht in hun voorkeuren en hoe ze het beste kunnen worden benaderd, waardoor beleid en uitvoering niet altijd op hen aansluiten, ondanks de inzet van de wijkregisseurs.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

5

Inwoners die betrokken raken zijn, voor zover wij kunnen zien, redelijk tevreden over de samenwerking met de gemeente. De gemeente doet actief aan terugkoppeling. Bij onze analyse van de verordening bleek dat de Wet versterking participatie decentraal niveau voorschrijft, dat gemeenten per 1 januari 2027 in hun participatieverordening een kader moeten opnemen voor het zogenoemde uitdaagrecht: de mogelijkheid voor inwoners om taken van de gemeente over te nemen als zij menen dat beter of goedkoper te kunnen. Het kader voor uitdaagrecht ontbreekt echter nu nog in de Schiedamse verordening. Tot slot De rekenkamer heeft het onderzoek in goede samenwerking met de organisatie en het bestuur kunnen uitvoeren, waarvoor onze dank. Tijdens het onderzoek heeft de rekenkamer bij de organisatie en het bestuur veel energie ervaren om het participatiebeleid te laten slagen. Er is dus een duidelijk draagvlak om volgende stappen te zetten.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

6

3. Conclusies Dit hoofdstuk formuleert de conclusies die het sluitstuk zijn van het onderzoek naar inwonerparticipatie in Schiedam. De conclusies geven antwoord op twee deelvragen. De deelvragen 8 en 9 van het onderzoek komen in dit hoofdstuk aan bod: 1 8. In hoeverre worden de geformuleerde doelen voor participatie in de praktijk behaald? 9. Wat zijn de succes- en knelpunten van de participatiepraktijk in Schiedam? Conclusie 1 De gemeenteraad heeft zijn kaderstellende rol met ambitie vervuld, maar zijn controlerende functie wordt belemmerd door gebrek aan systematische informatie en monitoring. De gemeenteraad heeft duidelijke participatiekaders vastgesteld via beleid (2021) en verordening (2022), en bepaalt bij grote beleidsontwikkelingen vooraf de spelregels voor participatie. De controlerende functie is echter beperkt, doordat het college niet structureel rapporteert over het participatiebeleid en er voor de gemeenteraad een overzicht van participatietrajecten ontbreekt. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is per onderzochte casus wisselend. Conclusie 2 Het vastgestelde participatiebeleid is niet volledig uitgevoerd, waardoor de doeltreffendheid niet bekend en ook niet geborgd is. Sturing Na de vaststelling van het beleid zijn er vanuit de kaderstellende/overkoepelende doelen geen

concrete doelen geformuleerd en wordt niet actief gestuurd op de implementatie van het beleid. Belangrijke sturingselementen van het participatiebeleid zijn niet gerealiseerd: • Participatie Advies Team; • Participatiekalender; • Dashboard; • Participatiejaarverslag. Door het ontbreken van een Participatie Advies Team ontbreekt centrale expertise, een uniforme werkwijze en structurele begeleiding van medewerkers. Nieuwe medewerkers zijn hierdoor niet automatisch bekend met de beschikbare instrumenten, wat leidt tot uiteenlopende toepassing per afdeling en medewerker. Het participatiebeleid is op dit moment niet belegd bij specifieke medewerkers in de organisatie, zoals wel beoogd was in het participatiebeleid. Dat heeft tot gevolg dat het in het beleid geschetste pad voor de implementatie niet is opgevolgd en dat nog niet alle ambities zijn gerealiseerd. Het casusonderzoek laat zien dat het participatiebeleid niet automatisch de basis vormt voor de dagelijkse participatiepraktijk. Per casus zien we dat er wel doelen worden gesteld. Soms zijn die concreter en soms algemeen geformuleerd. De gestelde doelen worden niet altijd gerealiseerd. Er zijn geen meetbare indicatoren en concrete sturingsmechanismen, die de overkoepelende visie van de gemeente op participatie vertalen naar concrete targets.

Toepassing instrumenten Medewerkers geven aan dat het participatiebeleid omvangrijk is en gedetailleerd is uitgewerkt, waardoor zij moeite hebben om hierin hun weg te vinden en het beleid, afhankelijk van de situatie, soms terzijde leggen.

1 De deelvragen 1 tot en met 7 zijn beantwoord in de nota van bevindingen. Zie Bijlage bij dit rapport.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

7

Breed in de organisatie is aandacht voor inwonerparticipatie. Dit betekent dat in verschillende domeinen en teams medewerkers samenwerken met inwoners. De betrokken inwoners zijn redelijk tevreden over de samenwerking met de gemeente. Uit het casusonderzoek blijkt ook dat medewerkers op voorhand serieus nadenken over de mogelijkheden voor participatie zodat het bijdraagt aan gestelde projectdoelen en de doelgroepen. In de onderzochte casussen wordt een diversiteit aan activiteiten ondernomen. Evaluatie Op casusniveau wordt inhoudelijk teruggekoppeld aan de gemeenteraad en deelnemers hoe inbreng van deelnemers doorwerkt in uiteindelijke plannen en besluiten. Uit de analyse van de participatiepraktijk blijkt dat participatietrajecten echter niet standaard geëvalueerd worden. Dit betekent dat niet structureel inzichtelijk wordt gemaakt hoe het proces van participatie is ervaren door deelnemers en medewerkers. Evaluatie vindt plaats gedurende uitvoering en na afloop binnen het projectteam. Dit leidt dan (indien nodig) wel tot bijsturen tijdens het lopende participatieproces. Deze geleerde lessen worden echter niet geborgd en breder gedeeld. Conclusie 3 Specifieke doelgroepen blijven aanhoudend ondervertegenwoordigd.

De gemeente is zich bewust van specifieke doelgroepen, maar slaagt er niet altijd in deze te bereiken, terwijl juist deze groepen relatief sterk vertegenwoordigd zijn in Schiedam. Uit het casusonderzoek van de rekenkamer komt naar voren dat jongeren, huurders en mensen met een migratieachtergrond vaak niet bereikt worden met participatietrajecten. Er is beperkt inzicht in hun voorkeuren en in effectieve benaderingswijzen, waardoor beleid en uitvoering niet optimaal op deze groepen aansluiten. De ondervertegenwoordiging van diverse groepen blijkt een aanhoudend vraagstuk, hoewel er bij de voorbereiding van participatietrajecten aandacht bestaat voor specifieke groepen. Dit roept de vraag op of het gehanteerde instrumentarium passend is. De huidige keuze voor een netwerkbenadering met een centrale rol voor wijkregisseurs sluit aan bij de diverse bevolkingssamenstelling van Schiedam. Het rouleren van wijkregisseurs tussen verschillende wijken vermindert echter de effectiviteit van deze aanpak. Conclusie 4 De participatieverordening is nog niet in lijn met de eisen die de Wet versterking participatie decentraal niveau vanaf 2027 stelt. De vastgestelde participatieverordening (2022) definieert wel het uitdaagrecht zoals bedoeld in de Wet versterking participatie decentraal.

Echter het uitdaagrecht wordt niet uitgewerkt in concrete bepalingen over wanneer, hoe en onder welke voorwaarden inwoners er een beroep op kunnen doen. Daarmee is het uitdaagrecht wel erkend, maar praktisch nog niet toepasbaar. Volgens de wet versterking participatie decentraal niveau zal dit recht per 1 januari 2027 wel onderdeel moeten uitmaken van de participatieverordening.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

8

4. Aanbevelingen In dit hoofdstuk komt de laatste deelvraag aan bod: 10. Welke lessen zijn er te leren om participatie in de toekomst nog effectiever in te zetten? Vanuit de conclusies volgen de aanbevelingen van de rekenkamer aan de gemeenteraad: Aanbeveling 1 Vraag het college van B&W om jaarlijkse rapportages van participatietrajecten, inclusief resultaten, en structurele evaluatieverslagen bij raadsvoorstellen waar participatie een rol speelt. Systematische en transparante informatievoorziening stelt de gemeenteraad in staat zijn controlerende taak daadwerkelijk in te vullen. Hierdoor kan de gemeenteraad bijsturen, leren en verantwoording aan de inwoners afleggen over participatiebeleid en -uitvoering, wat direct bijdraagt aan vertrouwen en doeltreffendheid. Dit betekent: jaarlijks een participatieverslag opvragen, jaarlijks een overzicht van alle participatietrajecten inclusief resultaten en Kpi’s opstellen voor bereik, diversiteit en tevredenheid; en alle raadsvoorstellen met participatie voorzien van een evaluatieverslag. Structurele agendering van participatie-evaluaties in de gemeenteraad is essentieel om reflectie en verbetering te bevorderen. Daarnaast is het van belang dat geleerde lessen uit participatietrajecten actief en openbaar worden gecommuniceerd.

Aanbeveling 2 Vraag het college van B&W te zorgen voor concrete doelen, meting, monitoring en evaluatie Het is noodzakelijk om de kloof tussen beleidsambities en aantoonbare resultaten te overbruggen. De huidige situatie, waarin de verbinding tussen visie en uitvoering niet structureel kan worden gevolgd, vereist een benadering waarbij meetbaarheid centraal staat. Voer alsnog belangrijke onderdelen van het participatiebeleid in: • Participatie Advies Team; • Participatiekalender; • Dashboard; • Participatiejaarverslag. Met centrale expertise (Participatie Advies Team), uniforme werkwijze en beter overzicht (participatiekalender) worden zowel de gemeenteraad als de medewerkers ondersteund. De meetbaarheid van het participatiebeleid wordt geborgd door middel van concrete meetbare doelstellingen en Key Performance Indicators (Kpi’s) voor participatie, zowel kwantitatief (aantal trajecten, deelnemers) als kwalitatief (bereik diversiteit, tevredenheid). Door monitoring op basis van duidelijke Kpi’s ontstaat structureel inzicht in de effectiviteit van het beleid. Dit maakt het mogelijk om bij te sturen op resultaat, verantwoording af te leggen naar gemeenteraad en publiek en gericht te investeren waar het participatiebeleid achterblijft. Een dashboard helpt bij een transparante verantwoording over successen en knelpunten aan gemeenteraad en inwoners (Participatieverslag).

Van participatietrajecten valt in de praktijk veel te leren, want juist daar krijgt participatie meerwaarde en worden ook dilemma’s duidelijk. Bijvoorbeeld over hoe om te gaan met onvoorziene wendingen of hoe specifieke doelgroepen te bereiken. Participatietrajecten moeten daarom regelmatig geëvalueerd worden met het projectteam, maar ook moet er aandacht zijn voor het perspectief van deelnemers. De lessen die volgen uit de evaluatie moeten worden geborgd in beleid. Maar, ook zeker in de organisatie en de uitvoering. Dat gebeurt nu niet structureel waardoor waardevolle inzichten niet breed beschikbaar zijn en medewerkers vaker zelf het wiel moeten uitvinden.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

9

Aanbeveling 3 Vraag het college van B&W de aanhoudende ondervertegenwoordiging van specifieke doelgroepen op te lossen. Het is noodzakelijk om systematisch te onderzoeken hoe verschillende inwonergroepen willen communiceren en deelnemen. Uit het onderzoek blijkt dat het bereiken van diverse groepen in de praktijk moeizaam verloopt en er onvoldoende inzicht is in hun voorkeuren. Ondanks aandacht voor specifieke doelgroepen lukt het niet altijd om deze te bereiken. Dat roept de vraag op of het beschikbare en ingezette instrumentarium passend is. Het beleid omvat een aantal statistieken over de specifieke inwonergroepen in Schiedam. Deze gaan echter niet over de voorkeuren van deze groepen voor communicatie en participatie. Inzicht in deze voorkeuren kan helpen om beter aansluiting te vinden bij de doelgroepen, samen met lessen uit evaluatie over wat wel en niet werkte om inwoners te bereiken én hoe inwoners hun betrokkenheid ervaren. Deze concrete inzichten kunnen ook motiveren om op voorhand na te denken over die vragen die relevant zijn om aan inwoners te stellen. Aanbeveling 4 Neem het uitdaagrecht uiterlijk 1 januari 2027 in de participatieverordening op en vraag het college om een heldere uitwerking met processtappen, voorwaarden en toetsingscriteria. De participatieverordening die de gemeenteraad in 2022 vaststelde volstaat op dit moment.

De Wet versterking participatie decentraal niveau vereist dat gemeenten per 1 januari 2027 het uitdaagrecht opnemen in hun participatieverordening. Die ontbreekt nu nog en moet voor januari 2027 worden toegevoegd. Werk het uitdaagrecht concreet uit in de participatieverordening, zodat inwoners weten wanneer, hoe en onder welke voorwaarden ze hiervan gebruik kunnen maken. Zonder concrete uitwerking blijft het uitdaagrecht een papieren optie die niet wordt benut en mist de gemeente kansen op innovatieve burgerinitiatieven. Afsluitend advies Het is vanuit het casusonderzoek slechts beperkt mogelijk gebleken om het perspectief van inwoners in beeld te brengen. Als de raad de aanbevelingen overneemt en zodra deze geïmplementeerd zijn, kan een vervolgonderzoek naar de wensen en ervaringen van inwoners op het gebied van participatie overwogen worden. De rekenkamer is graag bereid om – als de gemeenteraad dit wenst – een bijdrage te leveren aan dit eventuele vervolgonderzoek.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

10

Reactie van college van B&W

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

11

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

12

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

13

Nawoord rekenkamer De rekenkamer heeft met belangstelling kennisgenomen van de bestuurlijke reactie van het college en constateert dat het college de geschetste bevindingen grotendeels deelt. In dit nawoord gaat de rekenkamer in op enkele elementen van de bestuurlijke reactie.

Voor wat betreft de instelling van het Participatie Advies Team constateren we met het college dat het aan centrale aansturing heeft ontbroken. De rekenkamer stelt vast dat bij het ambtelijk wederhoor op de nota van bevindingen geen opmerking is gemaakt over de bevinding dat het Participatie Advies Team niet is opgericht. Het terugleggen van de nota van bevindingen voor ambtelijke toetsing was juist bedoeld om feitelijke onjuistheden te voorkomen. Uit het onderzoek is geen informatie gebleken die de reactie van het college ondersteunt.

Het klopt dat de deelvragen 8 tot en met 10 niet zijn meegenomen in het voorleggen van de nota van bevindingen voor ambtelijk wederhoor (zie bijlage). Deze deelvragen zijn analyserend van aard en hoorden niet thuis in de nota bevindingen. De deelvragen 8 tot en met 10 zijn beantwoord in het rapport en bevatten geen nieuwe bevindingen. De beantwoording van deze deelvragen is gebaseerd op de geverifieerde bevindingen.

Met betrekking tot de opmerking van het college over het inwonersperspectief verwijzen wij naar de brief van de rekenkamer aan de raad van 25 augustus 2025. Tijdens het uitvoeren van het onderzoek bleek dat de gegevens van betreffende deelnemende inwoners niet beschikbaar waren in de organisatie. In de genoemde brief is dit aan de gemeenteraad aangegeven. Dit staat los van de onderzoeksmethodiek.

Uit de bestuurlijke reactie blijkt dat door het college op diverse onderdelen inmiddels actie wordt ondernomen, wat door de rekenkamer wordt gewaardeerd. Deze acties zijn door het college opgestart na de onderzoeksperiode waar het onderzoek zich op richt. Het zou een goede aanvulling zijn als periodiek aan de gemeenteraad gerapporteerd wordt over de voortgang van in gang gezette acties, de nog op te starten acties en de resultaten.

In de bestuurlijke reactie ziet de rekenkamer geen aanleiding om de conclusies en aanbevelingen uit het rapport aan te passen. De rekenkamer wil haar waardering uitspreken voor de goede samenwerking met de ambtelijke organisatie en het bestuur bij het uitvoeren van het onderzoek.

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

14

Bijlage

Nota van Bevindingen

Bijgevoegd als separaat document

Rekenkamer Schiedam

Inwonerparticipatie in Schiedam, 8 oktober 2025

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16236247/1