Bijlage 1 Ontwikkelpaspoort Van Swindensingel 40 42
Tekst van het document
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
1
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Ontwikkelpaspoort
Van Swindensingel 40 - 42 maart 2024 2
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Versiebeheer Datum: 25-03-2024 Versie: DEF Auteur: Rihilda Keizer i.s.m.: Vakgroep Stedenbouw & Landschap Team Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid
3
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2
Aanleiding Leeswijzer
2 Historie en context 2.1 2.2 2.3 2.4
5
7 7 9 10
3 Ruimtelijke en typologische analyse
11
Raamwerk en compositie Verkeersstructuur Groenblauwe structuur Bebouwingsstructuur
4.1 4.2 4.3
7
Ligging Historie De Singel en Land van Ris Bouwjaren en monumenten
3.1 3.2 3.3 3.4
4 Waardebepaling
5 5
Waardevol karakter en elementen Landschappelijke waarden Kwetsbare plekken
5 Beleid en ambities 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
13 15 16 17
Bestemmingsplan Gebruik Duurzaamheid Duurzame Mobiliteit Ruimtelijke kwaliteit
6 Ontwerp uitgangspunten 6.1
4
Ruimte en Beeld
19 19 19 21
23 23 24 24 26 27
28 28
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
1
Inleiding
een kans om dit deel van de wijk Oost een belangrijke kwaliteitsimpuls te geven en zo een bijdrage te leveren aan de revitalisering van de wijk.
De Kop van het Land van Ris springt al een aantal jaren in het oog door leegstand en verrommeling. Het is wenselijk om op korte termijn de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren en een kwaliteitsimpuls te geven aan dit deel van de wijk. Het doel is om de ruimtelijke mogelijkheden voor herstructurering en herontwikkeling op de locatie Van Swindensingel 40 - 42 in beeld te brengen en een handreiking te bieden voor toekomstige bouwplannen. De beschrijving en de ontwerpuitgangspunten in dit document geven samen met de getoonde afbeeldingen de denkrichting aan en vormen integraal de richtlijnen voor de gewenste ruimtelijke inpassing en de bijbehorende beeldkwaliteit. Deze richtlijnen vormen tevens de bouwstenen voor het omgevingsplan en de kwaliteitscriteria.
Schiedam staat voor een aantal grote opgaven, zoals woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie en nieuwe mobiliteitsvormen; allemaal vragen ze ruimte. Het is dus zaak om zorgvuldig om te gaan met de beperkte ruimte die we hebben. Een zorgvuldige inpassing met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid is gewenst. Toekomstige ontwikkelingen zullen in overeenstemming met de wijk, haar bewoners en het groene karakter van de locatie een plek moeten krijgen.
1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 1 gaat over de aanleiding van dit document en de leeswijzer. Hoofdstuk 2 beschrijft de ligging, de historische groei en de context van de plek. Aan de hand van een ruimtelijke en typologische analyse leren we het karakter van de plek kennen. Hoofdstuk 3 bepaalt aan de hand van de analyse uit H2 de sterke en zwakke punten. De kwaliteiten van de plek die we willen behouden en de onderdelen die we willen verbeteren bij toekomstige ontwikkelingen. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in bestaand beleid en de ambities die verder reiken. Hoofdstuk 5 geeft de uitgangspunten in ‘ruimte’ en ‘beeld’ voor toekomstige ontwikkelingen.
1.1 Aanleiding De locatie aan de Van Swindensingel 40 - 42 is een kansrijke plek in Schiedam Oost waar door middel van herstructurering en herontwikkeling een belangrijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit kan plaatsvinden. Het voormalige Kruisgebouw (bouwjaar 1983) waar voorheen Vluchtenlingenwerk en een scala aan andere sociaal-maatschappelijke organisaties waren gehuisvest, staat al geruime tijd leeg. Herontwikkeling van deze locatie is van belang om de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving te verbeteren. Het biedt
5
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Stadhuis Theater aan de Schie
Singel kerk
Snelliussingel
Swammerdamsingel
Fig. 1. Straatnamenkaart omgeving Land van Ris (bron: Google maps)
6
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
2
2.2 Historie
Historie en context
Van oorsprong ligt de locatie in de Oud Mathenesse Polder die samen met de Nieuw Mathenesse Polder deel uitmaakte van de ambachtsheerlijkheid Mathenesse. De vroegste vermelding stamt uit 1276. Mathenesse vormde lange tijd een zelfstandige gemeente tot deze in 1868 bij de gemeente Schiedam werd gevoegd.
Om nieuwe ontwikkelingen zo goed mogelijk op de omgeving aan te laten sluiten, is inzicht in de bestaande situatie en de omgeving noodzakelijk. Wat is de geschiedenis van een plek en wat zijn de belangrijke karaktereigenschappen. Waar ontleent de plek zijn identiteit aan. En waarom vinden bewoners het fijn om ergens te zijn, of waarom juist niet. Een ontwikkeling is pas geslaagd, wanneer het van toegevoegde waarde is voor de stad en haar bewoners. Om dat te kunnen bewerkstelligen worden de bestaande waardevolle elementen en / of knelpunten van de locatie in beeld gebracht.
2.1 Ligging De ontwikkellocatie ligt op ‘de kop’ van het Land van Ris aan de Van Swindensingel. Het Land van Ris ligt aan de rand van het zogenaamde Singelkwartier in de wijk Oost te Schiedam. Langs de noord-oost zijde wordt het gebied geflankeerd door de achtertuinen van de woningen aan de Oostsingel. Aan de zuid-west zijde wordt de begrenzing gevormd door 4 bouwlokken met gestapelde woningen. De Singelkerk torent aan de noord-west zijde boven het gebied uit.
Fig. 2. Oude ansichtkaart ‘Gezicht op Schiedam (bron : Beeldbank Schiedam).
De eerste bebouwing buiten de historische stad Schiedam werd gebouwd langs Broersvest en op de dijk langs de Schie als belangrijkste uitvalsweg naar het noorden. Deze dijk is nu herkenbaar als de Overschiesestraat in het verlengde van de Boterstraat.
St. Liduina Basiliek Deze neogotische kruisbasiliek aan de Singel werd in 1878-1881 gebouwd, naar een ontwerp van E.J. Margry een leerling van P.J.H. Cuypers.
7
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
In de 19e eeuw komt de industrialisatie op gang en er ontstaat een gestage toename van de bebouwing in oost die een extra impuls krijgt door de komst van de spoorlijn tussen Delft en Rotterdam en het nieuwe treinstation (opening: 3 juni 1847). Omstreeks 1870 worden voorname herenhuizen aan het Emmaplein gebouwd en niet veel later volgt de St. Liduina Basiliek. Richting het station neemt het aantal particuliere ontwikkelingen toe. Langs de oostzijde van de Singel worden diverse percelen verkaveld en bebouwd met huurwoningen van beperkte omvang. Deze bebouwing staat bekend als revolutiebouw of speculatiebouw en is van slechte kwaliteit. (bron : Wikipedia). Om de bouw van goede woningen te bevorderen wordt in 1901 de eerste Woningwet in Nederland aangenomen. Schiedam beschikt dan nog niet over uitbreidingsplannen en er is onvoldoende grond direct beschikbaar. Door de eerste wereldoorlog waren materialen ook nog eens erg schaars. Pas vanaf 1918 kwam de bouwproductie op gang. Met diverse financiële regelingen werden woningbouwverenigingen gestimuleerd om woningwetwoningen te gaan bouwen. In 1928 kwam het uitbreidingsplan voor Schiedam Oost tot stand met brede lanen en singels. Naar voorbeeld van de klassieke uitbreidingswijk van Berlage in Amsterdam werd een centrale as geïntroduceerd, de Boerhaavelaan, als verbindend element voor de aanliggende buurten.
Tussen 1930 en 1940 is het meeste ten westen van de Boerhavenlaan gerealiseerd, tussen 1940 en 1958 het meeste ten oosten van de Boerhavenlaan. De bebouwing in de Wetenschappersbuurt en langs de Hogenbanweg is van na de oorlog (bouwjaar tot 1959).
Fig. 3. Kaart van de polders Mathenesse en Huis te Riviere uit 1611 door Floris Balthasar (bron: Wikipedia).
8
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Fig. 4. Uitsnede uit het uitbreidingsplan voor Schiedam Oost uit 1928 door ingenieur M. van Praag (bron : Historische Atlas van Schiedam)
Fig. 5. Luchtfoto uit 1938 met de St. Liduina Basiliek en het hofje van Ritman en Ris rechts van de kerk (bron: Beeldbank Schiedam).
2.3 De Singel en Land van Ris
Tussen 1880 en 1914 werden steeds meer percelen ten oosten van de Singel bebouwd. De hofjes werden gesloopt en vervangen door huurwoningen, ontwikkeld door private partijen en verkocht aan individuele beleggers. Het Land van Ris heeft lange tijd het landelijke karakter weten te behouden. Het stukje land bleef onbebouwd tot omstreeks 1890. Dan verschijnt op de topografische kaarten aan de Singelzijde de eerste bebouwing die ook wel bekend stond als het hofje van Ris en het hofje van Ritman. Het grootste gedeelte blijft echter in gebruik voor moestuintjes en kleine volkstuintjes.
De Singel, vermoedelijk van oorsprong een veenstroompje, maakte eeuwenlang deel uit van het ontwateringsstelsel van de polder en vormde de gemeentegrens tussen Schiedam en Oud Mathenesse. Waar aan de ene zijde van de Singel de stad tot ontwikkeling kwam, bleef aan de andere zijde van de Singelsloot het polderlandschap nog lange tijd gehandhaafd. Hier ontstond een wildgroei van hofjes, schuren, varkens- en kippenhokken, tuintjes en weiden.
9
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Rond de Singelkerk tot aan de Oostsingel (circa 1890 gedempt) waren de hofjes nog in redelijke staat. De meeste werden pas tegen 1930 gesloopt. Het hofje van Ris en het hofje van Ritman op het land van Ris werden pas rond 1970 gesloopt. De volkstuintjes blijven nog tot aan de nieuwbouw van de jaren 1990 bestaan.
Enkele panden aan de Christiaan Huygensstraat dateren nog van 1905. De huizenblokken hadden oorspronkelijk een ‘open’ zijde aan het Land van Ris. Het was de achterzijde van de bebouwing en lag ook veel lager. Veel later zijn aan de Van Swindensingel twee voorzieningengebouwen gerealiseerd. Het eerste werd in 1960 gebouwd (Van Swindensingel 42). Hier is lange tijd een apotheek in gehuisvest. Het pand is daarna gebruikt door een huisarts. Het pand aan de Van Swindensingel 40 is in 1982 gebouwd ten behoeve van de Kruisvereniging Schiedam. De gebouwen oriënteren zich op de Van Swindensingel. Beide panden staan nu leeg.
2.4 Bouwjaren en monumenten De bebouwing op en rondom het Land van Ris is in fases tot stand gekomen in overeenstemming met de tijdgeest en wijze van bouwen. De woningen aan de Oostsingel ten noordoosten van het Land van Ris dateren van omstreeks 1882 tot 1891. Om de hoek, aan de Van Swindensingel dateren de huizen van omstreeks 1906 tot 1914. De vier huizenblokken aan de zuidwest zijde, tussen het Land van Ris en de Laurens Costerstraat, zijn gebouwd tussen 1930 en 1938.
Tussen 1989 en 1991 is op het Land van Ris en aan de Singel nieuwbouw gerealiseerd. De moestuintjes verdwenen en maakten plaats voor een park. De bebouwing bestaat uit een ‘poortgebouw’ aan de Singel dat toegang geeft tot het Land van Ris en aanvullende bebouwing aan de ‘achterzijde’ van drie woonblokken, die zich oriënteren op het park. Het meest zuidelijk gelegen woonblok aan de Van Swindensingel heeft nog steeds een ‘open’ zijde aan het park. Behalve de Singelkerk zijn er verder geen monumenten in het gebied aanwezig.
Fig. 6. Bouwjaren kaart
10
Fig. 7. Singel - Singel Kerk als landmark
Fig. 9. Singel – entree Land van Ris
Fig. 8. Oostsingel - laagbouw
Fig. 10. Van Swindensingel 40 en naast liggende woningen
11
Buiten om
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Binnen door
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Fig. 11. Entree Land van Ris
Fig. 13. Land van Ris – doorgang naar Van Swindensingel
Fig. 12. Land van Ris - kunstwerk
Fig. 14. Entree vanaf Van Swindensingel
12
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
3
4. -
Ruimtelijke en typologische analyse De huidige omgeving en de ruimtelijke structuur zijn van invloed op toekomstige ontwikkelingen. Behoud en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde voor de bewoners kan alleen worden bereikt als nieuwe ontwikkelingen op een ongedwongen, logische en kwalitatieve manier worden ingepast. Een analyse van de bestaande stedenbouwkundige en architectonische structuur geeft inzicht in hoe dit kan worden bereikt.
Koppelstraten: Van Swindensingel, deel van de Groene Singel. Oostsingel, tussen Singel en Van Swindensingel. Laurens Costerstraat, tussen Stadserf en Groene Singel. Kepplerstraat-Lange Singelstraat, tussen Singel en Groene Singel en Rotterdamsedijk.
Het Land van Ris wordt ingekaderd door de Singel, de Oostsingel, de Van Swindensingel aan de Groene Singel en de Laurens Costerstraat met zijstraten. De Singel en Oostsingel zijn gevormd vanuit het polderlandschap. De Van Swindensingel en de Laurens Costerstraat kennen hun oorsprong in het uitbreidingsplan.
3.1 Raamwerk en compositie 1
Het plangebied ligt ingebed in het raamwerk van de wijk Oost. Waar de opbouw van Oost oorspronkelijk organisch is ontstaan (Singelbuurt), werd deze later ontworpen en vastgelegd in een uitbreidingsplan. Deze latere invulling heeft van oorsprong een sterk hiërarchisch karakter. Het raamwerk van Oost kent de volgende hoofdstructuur: 1. Singel: hoofdontsluitingsroute tussen binnenstad en stationsgebied. 2. Formele hoofdstructuur: Boerhavelaan, Professor Kamerlingh Onneslaan, Lorentzlaan. 3. Groene Singel: dragende groenstructuur dwars door de wijk.
13
Fig. 15. Hoofdstructuur op wijkniveau (bron: De stadskarakteristieken van Oost).
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
In het algemeen hebben de straten een uniform doorlopend profiel. Grote straten hebben hogere gebouwen dan kleine smallere straten. Op de hoeken speelt de architectuur van het gebouw in op de overgang tussen de straten.
In samenspel vormen de structuren een compositie van verbindende lijnen, wanden, pleinen, bijzondere plekken en markante gebouwen. Het plangebied heeft daarin zijn eigen plek met karakteristieke kenmerken: Groene parkachtige setting. Historische gelaagdheid met het historische slagenlandschap als onderlegger. Langzaam gegroeide overgang van achterkantsituatie naar voorkantsituatie. Poortgebouw aan Singelzijde als formele toegang tot Land van Ris. Wandelpadenstructuur voor langzaam verkeer verbindt de Singel met de Groene singelstructuur. Hoogteverschillen in het landschap met name tussen park en woningen westzijde. Woonstraten westzijde eindigen elk in een plateau als overgang naar het park. Hierarchische opbouw aan de westzijde met gesloten bouwblokken en oriëntatie op het park. Organische opbouw aan de oostzijde met achtererven van de woningen aan de Oostsingel die grenzen aan het groen van het park en zorgen voor een rafelige rand. Watergang door het park grenst aan achtererven woningen Oostsingel. De Singelkerk prijkt boven de bebouwing uit.
Pleinen hebben heldere gedefinieerde vormen. Ook bij de pleinen werkt de architectuur mee. Aan het einde van een grote straat worden pleinen geaccentueerd met torens of publieke gebouwen. Hierdoor kun je van een afstand het plein herkennen (bron: De stadskarakteristieken van Oost).
Het raamwerk van Oost is de drager voor de verkeersstructuur, de groen- en waterstructuur en de bebouwingsstructuur van het plangebied.
Fig. 16. Ruimtevorm en samenspel met markante gebouwen (bron: De stadskarakteristieken van Oost).
14
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
3.2 Verkeersstructuur Het Land van Ris ligt opgespannen tussen de Singel en de Van Swindensingel. De Singel is van oorsprong een organisch gevormde historisch landschappelijke structuur en heeft daardoor een wat bochtig verloop. Het is een relatief drukke route voor auto’s, fietsers en voetgangers tussen de binnenstad van Schiedam en het station. De Van Swindensingel is een formeel ontworpen structuur en maakt onderdeel uit van de Groene singelstructuur door de wijk. De Oostsingel en de Laurens Costerstraat verbinden deze twee straten met elkaar. De Oostsingel is net als de singel gebaseerd op het onderliggende polderlandschap en volgt het oorspronkelijke afwaterings- en slotenpatroon. Aan de zuidwest zijde van het plangebied liggen de Christiaan Huygensstraat, de Simon Stevinstraat, de Archimedesstraat en de Copernicusstraat met aan het einde het Copernicusplein. Dit zijn smalle woonstraten die aan de westzijde aantakken op de Laurens Costerstraat en aan de oostzijde een aangelegd ‘plateau’ hebben met uitzicht op het park. De plateau’s zijn geïntroduceerd als beëindiging van de straten en om het hoogteverschil tussen de bebouwing en het Land van Ris op te vangen. Het Land van Ris is uitsluitend voor voetgangers bereikbaar door een poort aan de Singel zijde.
Er is een recht functioneel voetpad direct langs de woningen en een landschappelijk lager gelegen 2e wandelroute die door het park slingert naar de Van Swindensingel. Ter hoogte van de zijstraten zijn halfronde bastions/plateau’s aangebracht, die de verschillende hoogtes met elkaar verbinden. Via de ‘plateau’s geven trappetjes toegang tot het park.
Fig. 17. Verkeersstructuur op locatie niveau
15
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
3.3 Groenblauwe structuur De wijk Oost heeft een formeel opgezette groenstructuur in de vorm van een aantal geschakelde groene singels. Deze groenstructuur werd voor het eerst opgetekend in het uitbreidingsplan voor Oost, waarbij de architectuur, stedenbouw en de inrichting van de openbare ruimte, volgens Berlagiaanse stijl, als een eenheid zijn ontworpen. De inpassing is deels geënt op de oorspronkelijke ontwateringsstructuur van de polder en een oude kreek (Middel Wetering) die hier gelopen heeft. De Groene singelstructuur loopt van het Marconiplantsoen in het zuidwesten naar de Rotterdamse wijk Oud-Mathenesse in het noordoosten en sluit hier aan op de groenstructuur in Rotterdam West. In het Marconiplantsoen bevindt zich het fraai vormgegeven Marconi-gemaal dat de visuele ‘kop’ vormt van de singels in Schiedam-Oost. Als tegenhanger van de drukke lanen, waren de singels een oase van rust. Het wonen aan een singel had ook meer status dan het wonen aan een straat. In de afgelopen 90 jaar zijn de singels geleidelijk verrommeld en hebben ze hun status verloren. Het Land van Ris is een restant van het oude slagenlandschap, nu ingericht als park, en legt een verbinding vanaf de Singel naar de Van Swindensingel en de Groene singelstructuur door de wijk Oost. Het Land van Ris was in het uitbreidingsplan bestemd voor woningbouw, maar bleef lange tijd onbebouwd.
Het heeft een landschappelijk karakter. Het gras is glooiend aangelegd als ook de waterkant wat een afwisselend beeld geeft.
Fig. 18. Groenstructuur op locatie niveau
16
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
3.4 Bebouwingsstructuur De eerste bebouwing aan de oostzijde van de Singel volgde op traditionele wijze het slagenlandschap. Het was een perceelsgewijze verkaveling met voornamelijk grondgebonden woningen in één bouwlaag met kap. De straten eindigden in het polderlandschap met uitzicht over de weiden. De Oostsingel was een van de eerste straten die werd ontwikkeld, daarna volgden de Oosterstraat en de Polderstraat (huidige Van Leeuwenhoeckstraat). De buurt is weinig verandert en staat nu bekend als de Singelbuurt of het Singelkwartier. Deze vormt de noordoostelijke begrenzing van het Land van Ris. De bebouwing aan de zuidwest zijde, tussen het Land van Ris en de Laurens Costerstraat, is grotendeels tot stand gekomen op basis van het uitbreidingsplan uit 1928 (Fig. 4.). Een deel van de bebouwing aan de Christiaan Huygensstraat en de Simon Stevinstraat bestond al. De bebouwing kenmerkt zich door gesloten bouwblokken in twee bouwlagen met een kap. De samenstelling bestaat uit benedenbovenwoningen. Het Copernicusplein is in het plan geïntroduceerd op de overgang naar de destijds voorziene toekomstige bebouwing op het Land van Ris. Pas tussen 1989 en 1991 hebben de bouwblokken aan de zijde van het Land van Ris een beëindiging gekregen en zijn vervallen panden vervangen en gaten opgevuld. De nieuwbouw bestond uit gestapelde woningen in twee tot drie bouwlagen met plat dak.
Aan de Singel is een poort gemaakt met bebouwing tot vier bouwlagen.
Fig. 19. Bebouwingsstructuur op locatie niveau
17
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Het Land van Ris werd lange tijd als achterzijde van de bebouwing beschouwd. Het lag achter de woonerven aan de Oostsingel en het lag ook lager dan de woonblokken langs de Laurens Costerstraat. In 1960 werd langs de Van Swindensingel een voorzieningengebouwtje ten behoeve van een apotheek gebouwd. In 1982 volgde het Kruisgebouw. Hierdoor werd het Land van Ris grotendeels afgesneden van de groene singelstructuur van Oost en werd het nog meer een achterkant.
Fig. 20. Van Swindensingel 40 en 42
Fig. 21. Van Swindensingel
Fig. 22. Hoek Laurens Costerstraat en Archimedesstraat
18
Fig. 23. Land van Ris - hoogteverschil
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
4
en orientatiepunt en onlosmakelijk verbonden met de sfeer van de plek. Gesloten bouwblok aan de westzijde : Wat in principe goed gelukt is, is de reconstructie en aansluiting van de bebouwing uit 1989 op de gesloten bouwblokken aan de zuidwest zijde. Deze bebouwing sluit in korrel en hoogte goed aan op de oorspronkelijke bebouwing uit de jaren 1928-1930. Door de oriëntatie van de woningen heeft het land van Ris een ‘gezicht’ gekregen. Het stukje land kreeg betekenis als park en werd onderdeel van de groenstructuur van de wijk oost.
Waardebepaling Om te kunnen bepalen waar en hoe ontwikkelingen in de toekomst kunnen plaats vinden, is het van belang om de waardevolle karaktereigenschappen in het gebied aan te wijzen als welke we graag willen behouden. Inzet is om het waardevolle karakter van deze plek, het Land van Ris, te definiëren en te bewaren. Er zijn ook kwetsbare plekken aan te wijzen die voor verbetering in aanmerking komen. De ervaring leert dat de kwetsbare plekken zijn ontstaan daar waar de verschillende tijdlagen elkaar raken, oftewel op de aansluiting van nieuw op oud.
4.2 Landschappelijke waarden Groene singelstructuur Dit is de dragende groenstructuur dwars door de wijk met een belangrijke ecologische en functionele waarde. Deze is van belang voor de plaatselijke flora en fauna, voor het opvangen van regenwater, wandelen, recreëren en het creëren van koele verblijfsplekken.
4.1 Waardevol karakter en elementen Tweeledig karakter De ruimte van het Land van Ris wordt enerzijds begrensd door formele voorkanten en anderzijds door groene achterkanten. De achterkanten vormen een risico voor verrommeling maar tegelijkertijd zorgen ze ook voor een informele groene begrenzing van de ruimte en een zachte overgang van groen naar bebouwing. Inzet is behoud en verbetering van deze groene begrenzing.
Parkachtige setting Land van Ris De kwaliteit van het Land van Ris wordt bepaald door het groene parkachtige karakter met de watergang en diverse bomen en boomgroepen die zorgen voor schaduw en een groen uitzicht. De ambitie is om een duurzame groene verbinding te leggen tussen Land van Ris en de Groene singelstructuur.
Waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige ensembles Singelkerk : Behalve de Singelkerk komen in het gebied geen specifiek waardevolle gebouwen (met erfgoedwaarde) voor. De Singelkerk op de noordwest hoek torent boven de bebouwing uit en is op veel plekken te zien. Het is een baken
19
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Fig. 24. Foto omstreeks 1950 (bron: Beeldbank Schiedam.
Fig. 25. Doorzicht vanaf de Snelliussingel richting het Land van Ris
20
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Land van Ris nog een achterkant was. Ze keren zich van het park af en hebben hier ook geen aantrekkelijke zijde. Dit heeft nadelige gevolgen voor de beeldkwaliteit aan deze zijde van het Land van Ris. Vanaf de Van Swindensingel is het park nauwelijks beleefbaar en het park wordt hier ook afgesneden van de groen- en singelstructuur van de wijk Oost. Ruimtelijk is de verbinding niet goed zichtbaar door de gebouwen.
Waardevolle zichtlijnen en doorzichten Vanaf de Snelliussingel bieden mooie doorkijken een zicht op het Land van Ris en aanwezige bebouwing. Het vervangen van de oude bebouwing door een nieuwe inpassing biedt kansen om de toegang naar het Land van Ris vanaf de Van Swindensingel herkenbaar, aantrekkelijk en goed toegankelijk voor de bewoners te maken.
Hoogteverschillen in het landschap Het Land van Ris ligt laag ten opzichte van de omliggende bebouwing, circa -2,0 NAP (waterpeil -2,67 NAP). Dit maakt het gebied gevoelig voor wateroverlast. Het is in feite het laagste punt van de wijk Oost. Ook de binnenhof van het woonblok aan de Van Swindensingel ligt lager (circa -2,0 NAP) ten opzichte van de straat (circa -1,0 NAP) en het Land van Ris. Vanaf de Van Swindensingel loopt een achterpad naar het binnenhof om een deel van de bergingen vanaf de straatzijde te kunnen ontsluiten.
Bomen In het Land van Ris staan verspreid enkele kunstwerken (objecten). Daarnaast zijn er diverse soorten solitair staande bomen o.a. wilgen. In de buurt van het projectgebied staat ook een kenmerkend bosje van berken rondom één van de plateau’s. De bomen, met name de 3 Italiaanse (zuilvormige) populieren, zijn beeldbepalend. Deze ruim 50 jaar oude bomen staan in een rij redelijk dicht langs een zijgevel. De overige bomen zijn een paar jaar geleden aangeplant. Het is denkbaar om bij planontwikkeling de oude en jonge bomen te verwijderen en te compenseren in de directe nabijheid in afstemming met de gemeente.
Watergang De woningen aan de Oostsingel lagen van oorsprong met het achtererf aan het Land van Ris. Deze situatie is tot op de dag van vandaag niet gewijzigd. Met de aanleg van het park is een watergang geïntroduceerd. Deze is vlak achter de achtererven van de woningen aan de Oostsingel geprojecteerd. Voor het onderhoud is een bepaalde afstand van het water tot de achtererven aangehouden, een soort onderhoudspad. De praktijk leert dat veel van de erfgrenzen langzaam en ongemerkt opschuiven richting het water. Hierdoor wordt het onderhoud bemoeilijkt en verliest de watergang zijn vrijliggende kwaliteit.
4.3 Kwetsbare plekken Over de jaren zijn er in Oost veel aanpassingen gedaan in de structuur van gebouwen en groen met onvoldoende inzicht van de opbouw van de wijk. Entree Land van Ris Het land van Ris is in de loop van de tijd omgevormd van een verrommelde achterkant tot een waardevolle voorkant. De twee gebouwen aan de Van Swindensingel 40 en 42 zijn gebouwd toen het
21
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
De watergangen zijn verbonden met een duiker en een pomp doordat er verschillende waterpeil gebieden zijn. Het watersysteem van het Land van Ris is door middel van een overstort met een terugslagklep verbonden met de Singel. De terugslagklep zorgt ervoor dat er water vanuit de Singel naar het Land van Ris kan stromen in droge periodes. Achterkant Van Swindensingel 40 Aan de achterzijde van de Van Swindensingel 40, tussen de bebouwing en de achtertuinen van de woningen aan de Oostsingel ligt een verrommelde strook groen. Het openbaar groen is bij de privétuinen gevoegd en wordt niet meer onderhouden door de gemeente. Het is onduidelijk waar de begrenzing ligt.
22
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
5
dit: educatieve, (sociaal-)medische, (sociaal-)culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en ondersteunende horeca ten dienste van deze voorzieningen. De omliggende bebouwde percelen hebben primair de bestemming Wonen, waarbij de toegestane bouwhoogte van de hoofdgebouwen varieert van 8 meter tot 11 meter.
Beleid en ambities Bij een herontwikkeling moet rekening worden gehouden met bestaand beleid en kaders. Tevens liggen er ambities voor de locatie.
5.1 Omgevingsplan (tijdelijk deel) Het geldend planologisch kader voor de locatie is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 het omgevingsplan Schiedam (tijdelijk deel). Dit is van rechtswege ontstaan met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De van toepassing zijnde regels vinden hun oorsprong in het bestemmingsplan Oost, dat op 27 oktober 2011 door de raad is vastgesteld. De bestemming op de twee panden is Maatschappelijk. De bestemmingsvlakken komen niet geheel overeen met de kadastrale percelen, het gaat echter om beperkte verschillen. Het pand aan de Van Swindensingel 40 heeft aan de straatzijde een toegestane bouwhoogte van 7 meter, het achterliggende panddeel heeft een bouwhoogte van ten hoogste 4 meter. Rondom de panden zijn de bestemmingen Groen en Verkeer – Verblijfsgebied van toepassing. Het gehele gebied heeft ook een dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 3.
Fig. 26. Kopie omgevingsplan (bron: Omgevingsplannen.nl)
Gronden met de bestemming Maatschappelijk zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Volgens de begripsomschrijving zijn
23
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
5.2 Gebruik
5.3 Klimaat en duurzaamheid
Woonvisie In het gebied is wonen de belangrijkste functie. Bij herbestemming van de locatie wordt gedacht aan wonen en mogelijk beperkt gebruik voor maatschappelijke doeleinden. Vanuit ruimtelijk oogpunt gaat de voorkeur uit naar appartementen. Er is ruimte voor circa 20 tot 25 appartementen. Deze locatie leent zich minder goed voor grondgebonden woningen gelet op de aansluiting op het park.
Klimaatadaptatieplan en convenant Klimaatrobuust bouwen In het Klimaatadaptatieplan is de ambitie opgenomen dat Schiedam in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Daarnaast heeft de gemeente Schiedam het convenant Klimaatrobuust bouwen ondertekent. Er dient onder meer voldoende waterberging te worden gerealiseerd om een piekbui van 60 mm op te kunnen vangen en om de waterberging van het Land van Ris te optimaliseren. Groen en water moeten op de locatie worden toegevoegd voor berging, infiltratie, verkoeling en biodiversiteit. Daarnaast dient de ontwikkeling geen negatieve impact te veroorzaken op zijn omgeving. Rekening dient te worden gehouden met maatregelen uit het convenant in de bebouwing die bijdragen aan klimaatrobuust bouwen.
De unieke locatie biedt kansen voor specifieke doelgroepen. Het authentieke en hoog stedelijke karakter van het gebied en de ligging nabij treinstation Schiedam Centraal is aantrekkelijk voor ouderen, gezinnen en kleinere huishoudens met een stedelijke leefstijl. Een hoge kwaliteit van de buitenruimte en de inpassing in de groene setting zijn randvoorwaardelijk om de gewenste woonmilieus te laten slagen.
Natuurinclusief bouwen In het Klimaatbeleid is de doelstelling opgenomen om de biodiversiteit te vergroten en de ecologische waarde binnen en buiten Schiedam te versterken. Daarnaast is in het convenant Klimaatrobuust bouwen de eis opgenomen dat “het horizontale en verticale oppervlak in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht worden en een hoogwaardige habitat creëren voor ten minste gebouw bewonende soorten”. Door de aanwezigheid van de Singel en het Land van Ris zijn er veel kansen om binnen de nieuwe ontwikkeling natuurinclusieve maatregelen toe te passen. Voor de locatie zijn suggesties gedaan voor maatregelen voor de huismus en de laatvlieger (vleermuis) die bijdragen aan de 4 V’s, zie bijlage. Het is ook mogelijk om andere maatregelen voor andere doelsoorten voor te stellen in de bebouwing
Gezinnen met een (hoog)stedelijke leefstijl zijn bereid concessies te doen aan de beschikbaarheid van privé buitenruimte / tuinen en parkeerplaatsen, als dit wordt gecompenseerd door kwalitatief hoogwaardige openbare buitenruimte en binnenruimte (indeling en omvang van de woningen). Woningen voor kleine 1- tot 2persoonshuishoudens zijn zeer gewild. Er zijn niet direct voorzieningen voor ouderen (wonen & zorg) in de buurt, eventueel kunnen deze worden meegenomen in de ontwikkeling. Ook valt te denken aan jonge startende huishoudens.
24
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
en het openbaar gebied. Hiervoor dient wel aangetoond te worden dat deze maatregelen bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit én in afstemming met inrichtingselementen in de buitenruimte. Circulariteit en energie De transitie naar een circulaire economie draagt bij aan de doelstellingen van het klimaatbeleid om in 2030 49% minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990 en dat Schiedam in 2050 CO₂-neutraal is. De gemeente Schiedam onderschrijft de uitgangspunten van de ‘trias materialica’: 1. Bespaar zo veel mogelijk materiaal 2. Gebruik zo veel mogelijk duurzame materialen 3. Zorg dat materialen zo efficiënt mogelijk (her)gebruikt kunnen worden. De ontwikkeling heeft op de volgende manier relatie tot de ‘trias materialica’: De huidige bebouwing wordt gesloopt. Bij de sloop moet worden geinventariseerd welke materialen hoogwaardig hergebruikt kunnen worden. Onder hoogwaardig hergebruik wordt verstaan: het hergebruiken van gebouwonderdelen (bijvoorbeeld ramen) binnen dezelfde functie, voordat het afgewaardeerd wordt tot het recyclen van de grondstof. Door zo hoog mogelijk op de R-ladder te scoren wordt het materiaal hoogwaardig hergebruikt, zie afbeelding.
• •
25
Bij de nieuwbouw dient zo veel mogelijk materiaal bespaard te worden (refuse) of duurzaam te zijn. Om materiaal te besparen, dient het gebouw flexibel te zijn. Het is niet wenselijk dat het na een korte periode al gesloopt of met veel werkzaamheden aangepast moet worden, omdat het gebouw niet voldoet aan de functie. Door in het ontwerp rekening te houden met bouwlagen met verschillende levensduren (lagen van Brand), wordt er gestuurd op een circulair en flexibel gebouw. Bouwonderdelen van iedere laag dienen afzonderlijk te worden
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
•
losgehaald. Zo dient de structuur lang te blijven staan en de functie (vloerplan) van het gebouw niet te verhinderen. De MPG-, en BENG-eis dragen bij aan het verduurzamen van het gebouw op het gebied van circulariteit en energie. Hier worden geen aanvullende kansen voor geformuleerd.
Om duidelijker zicht te krijgen op de exacte mobiliteitsvraag, inclusief mogelijke mobiliteitsstromen met daaraan gekoppeld de mobiliteits- en parkeerbehoefte is een gedegen mobiliteitsplan noodzakelijk. Onderstaande een indicatieve berekening op basis van de mobiliteitsnormen 2022. De loopafstand naar station is circa 800 meter wat een correctie oplevert van 25%. Voor 20 appartementen (niet sociaal/bereikbaar) zijn dan 8 tot 11 parkeerplaatsen nodig. 8 indien 3 fietsplaatsen per appartement worden opgenomen in een gemeenschappelijke fietsenberging. Maximaal 1 parkeerplaats is nog te winnen door inzet van een deelauto, maar eigenlijk levert dit dus niet zoveel op. De mobiliteitsnormen 2022 staan geen aftrek meer toe voor de huidige functies, omdat de aanwezigheidspercentages op het maatgevende moment (werkdag nacht) 0% zijn. (Met de parkeernormen 2017 kon dit nog wel.) Maximaal 10 parkeerplaatsen kunnen in het openbaar gebied worden afgekocht, mits de parkeerbezettingsgraad onder de 90% blijft in een straal van 300m. Nieuwe parkeertellingen worden in het voorjaar van 2024 uitgevoerd. Dan krijgen we een beter beeld of er parkeerplaatsen in het openbaar gebied kunnen worden afgekocht a 10.000,- per parkeerplaats. Anders zullen de benodigde parkeerplaatsen ‘op eigen terrein’ moeten worden opgelost.
5.4 Duurzame Mobiliteit Het Land van Ris is uitsluitend toegankelijk voor de voetganger en dit moet zo blijven. Bij een herontwikkeling is het beperkt mogelijk om parkeerplaatsen te realiseren. In de beleidsregel mobiliteitsnormen gemeente Schiedam 2022 zijn voor diverse functies parkeer- en mobiliteitsnormen vastgesteld. Deze normen vormen de basis voor de berekening van de parkeer- en mobiliteitsbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen en dienen in de basis volledig op eigen terrein gefaciliteerd te worden, zo ook het bezoekersparkeren. Conform deze mobiliteitsnormen dient aangegeven te worden welke functies beoogd zijn en welke parkeercapaciteit daaraan wordt gekoppeld. Een berekening conform de mobiliteitsnormen dient toegevoegd te worden met een specifieke uitsplitsing naar functies, aantal m2 BVO en te realiseren parkeerfaciliteiten. Gezien de locatie, naar alle waarschijnlijkheid gesitueerd binnen 800 meter van station Schiedam Centrum is er ook een reductie op de huidige parkeernorm mogelijk. Dit kan, indien van toepassing, meegenomen worden in de te berekenen parkeercapaciteit. De fietsparkeerplaatsen dienen vervolgens te voldoen aan de eisen uit bijlage 6 van de mobiliteitsnormen.
Veel ruimte in het openbaar gebied om parkeerplaatsen toe te voegen is er niet. Voor een andere nabij gelegen ontwikkeling is daar niet voor gekozen. Besloten is destijds dat bewoners geen parkeervergunningen krijgen.
26
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
toegankelijkheid en beleefbaarheid van de singelstructuur te verbeteren. Er moeten meer koele, aantrekkelijke verblijfsplekken komen. Daarnaast is de opgave om voor beplanting te kiezen die past bij het historische beeld en die de ecologische kwaliteit versterkt. De verschillende delen van de singelstructuur moeten beter aan elkaar worden gekoppeld. Daarbij hoort ook een groene verbinding met het Land van Ris. De ambitie richt zich op een aantal thema’s: • Het opvangen van extreme regenbuien • Versterken groene landschappelijke karakter van de singels • Aangenaam wandelen en recreëren langs de singels • Het creëren van koele verblijfsplekken • Slim omgaan met parkeerplaatsen en verkeersroutes langs de singels • Slim plaatsen van straatmeubilair en afvalpunten langs de singels
5.5 Ruimtelijke kwaliteit Welstand De bebouwing dient te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Hiertoe dient het plan te worden voorgelegd aan de welstandscommissie die het plan toetst aan het ter plaatse geldende welstandskader (welstandsnota en beelkwaliteitplan). Groenblauwe structuurvisie (2015) De singels van Oost worden in de vastgestelde Groenblauwe structuurvisie (2015) benoemd als groenblauwe verbinding. Deze verbinding heeft de potentie om een mooie doorgaande structuur te vormen. De inzet is om de continuïteit van deze groenstructuren te versterken, de ruimtelijke obstakels te verwijderen en de parkeerdruk te verlagen. De Stadskarakteristieken van Oost (2021) Om een goed beeld te krijgen van de omgevingswaarden van de wijk Oost zijn de karakteristieken in beeld gebracht in het document De stadskarakteristieken van Oost. De groene singelstructuur en het Land van Ris zijn belangrijke waarden die in stand moeten worden gehouden en waar een verbeterslag is gewenst.
Ambitiedocument Singels-Oost (sept 2022) De structuur en vormgeving van de groene singelstructuur door Oost is sinds de aanleg in de jaren 30 veelvuldig veranderd en aangepast. De gemeentelijke ambitie is om het oorspronkelijke karakter en het romantische beeld van de jaren 1930 weer op te zoeken en de
Fig. 27. Groene verbinding Singels Oost (bron : Ambitiedocument Singels Oost)
27
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
6
Ontwerp criteria
en de woningen richting de Oostsingel. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van de ligging in de zichtlijn vanaf de Snelliussingel door accentuering van de massa.
Toekomstige ontwikkelingen moeten in samenhang met de bestaande omgeving worden vorm gegeven. Rekening moet worden gehouden met waarden en kwaliteiten en kwetsbare plekken verdienen extra aandacht. Kwaliteit uit zich in juiste vormverhoudingen en proporties. In overeenstemming met de beschrijving en de getoonde afbeeldingen zijn de volgende criteria van toepassing.
Entree De bebouwing vormt geen gesloten wand langs de Van Swindensingel maar introduceert de entree naar het park. De hoofdentree bevindt zich aan de Van Swindensingel of aan het park. Aan de zijde van het Copernicusplein is een secundaire entree gewenst. De entrees zijn zichtbaar gepositioneerd en goed toegankelijk. Denk daarbij ook aan een goede verlichting en veiligheid. Rekening wordt gehouden met de hoogteverschillen in het landschap tussen de bestaande bebouwing en het land van Ris. Deze hoogteverschillen kunnen variëren van circa 0,5 – 1,5 m. Het gebouw is goed toegankelijk voor minder validen en rolstoelen. Op de begane grond bevinden zich in principe geen voordeuren van individuele woningen die direct grenzen aan het park.
6.1 Criteria ruimte Plangebied Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde van het park. De huidige bebouwing, in de vorm van twee op zichzelf staande gebouwen, wordt vervangen door één nieuw gebouw of samengestelde bebouwing ter plaatse van de Van Swindensingel 42 en vormt de beëindiging van het bouwblok aan de Van Swindensingel. Het gebouw aan de Van Swindensingel 40 maakt plaats voor een groene verbinding met de singelstructuur, waarbij ook de watergang wordt verlengd. De afstand tussen de bebouwing ten behoeve de groene verbinding wordt ten minste 25,0 meter breed.
Oriëntatie De oriëntatie van het gebouw is primair op de Van Swindensingel en het park. Daarnaast ligt het gebouw ook aan het Copernicusplein en heeft daar ook een sprekende gevel. De oriëntatie en uitstraling naar de omgeving is in principe alzijdig. De bebouwing en de entrees zijn gericht op de groene openbare ruimte rondom. De plint heeft een levendige uitstraling. Hier komt bij voorkeur een voorziening (zoals zorg- of dienstverlening) die goed zichtbaar is gesitueerd met een entree aan de doorgaande routes.
Situering De bebouwing heeft een formele ligging aan de Van Swindensingel. Enerzijds sluit deze op een logische en ongedwongen wijze aan op het bouwblok aan de Van Swindensingel en maakt deze af. Anderzijds vindt een overgang plaats tussen de nieuwbouw en het Land van Ris
28
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Rooilijnen en footprint De rooilijnen bepalen de uiterste bebouwingsgrenzen van het hoofdgebouw. De footprint is de omtrek van het gebouw op maaiveld. De bebouwing voegt zich naar de groene setting van het Land van Ris. De groene ruimte is leidend en voert de boventoon. Dit vertaalt zich onder andere door een set-back van de footprint aan de zijde van de Van Swindensingel. Verspringingen en kantelingen in de rooilijnen zijn wenselijk en worden bewust ingezet om de bebouwing te vormen naar het stedelijke landschap. Door de rooilijnen af te laten buigen, te laten scheren of kantelen ten opzichte van de bestaande rooilijnen kan een speelse meer informele inpassing van het gebouw worden bewerkstelligd die past bij het karakter van het park.
waarbij een onderscheid tussen de basis en het accent zichtbaar is. Een maximale bouwhoogte van 5 bouwlagen (deels) op een half verdiepte plint met een hoogte van maximaal 18 m is mogelijk mits deze zich op een logische en ongedwongen wijze voegt naar de omgeving. De begane grond hoogte is in principe hoog ten opzichte van de verdiepingen, zodat een eventuele ruimte voor voorzieningen kan worden ingepast.
Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken, zoals aanbouwen, bijgebouwen en/of overkappingen, zijn onderdeel van de hoofdbouwmassa en worden in de architectonische uitwerking van het hoofdgebouw meegenomen.
Bebouwingszone De breedte van de bebouwing is circa 16,2 m h.o.h. (hart op hart) en dus iets breder inclusief constructie, de lengte is circa 38 m. De breedte en lengte van het gebouw varieert. De bebouwingszone kan deels wat breder of smaller zijn om de massa te boetseren naar de omgeving. De maximale oppervlakte van de bebouwingszone blijft gelijk.
Dak (kapvorm, dakopbouwen, dakkapellen) Een kap of plat dak zijn beide mogelijk. Rekening dient te worden gehouden met een groendak in combinatie met zonnepanelen. De bovenzijde van de gevel en de randafwerking dienen zo te worden uitgevoerd dat zonnepanelen of andere (klimaat)installaties uit het zicht kunnen worden geplaatst. Ondergeschikte bouwdelen Ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, hwa’s, gevellijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, dan wel daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, worden in het architectonisch ontwerp van de hoofdbouwmassa meegenomen. Deze mogen niet meer dan 1,0 meter uit de rooilijn steken.
Korrel en massa De massa en de geleding harmoniëren met de schaal en het karakter van de gebouwde omgeving. De bebouwing is individueel en afwisselend in massa. De hoofdbouwmassa bestaat in elk geval uit een basis van twee bouwlagen op een half verdiepte plint in aansluiting op de hoogte van de bestaande bebouwing. Het is mogelijk op deze basis een opbouw of accent van één tot drie bouwlagen toe te voegen,
29
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Een liftschacht, liftkoker en (ondergeschikte dakopbouwen ten behoeve van) een technische installatie mogen niet meer dan 3,0 meter boven het bovenste dakvlak uitsteken.
Privé buitenruimte, dakterrassen en balkons Bijzondere aandacht is vereist voor de overgang van privé naar openbaar. Ter plaatse van de entree kan dit door een verbijzondering in de gevel, zoals een set-back, luifel of overstek. De entrees zijn transparant en uitnodigend, ze vormen geen barrière maar een aantrekkelijke ruime binnenkomst in het gebouw. Plaatsing van de postkasten is goed in het zicht (denk aan verlichting) en toegankelijk. Op de begane grond bevinden zich geen voordeuren van individuele woningen en/of privé tuinen die direct grenzen aan het park. Privé buitenruimten liggen in principe besloten aan de achterzijde van de bebouwing. Een loggia op de begane grond wordt afgeschermd met een dichte balustrade, dus geen glas of rasterhekwerk. Zijkanten of achterkanten van percelen die grenzen aan de openbare ruimte krijgen in beginsel een stenen erfafscheiding eventueel in combinatie met metalen spijlen- of rasterhekwerk. Deze is mee ontworpen met de architectuur van de hoofdbouwmassa. Dakterrassen en balkons zijn onderdeel van de hoofdbouwmassa en op een subtiele wijze opgenomen, zodat de zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte geen afbreuk doet aan de beeldkwaliteit.
Uitstekende of overkragende balkons zijn toegestaan tot maximaal 1,0 m uit de gevelrooilijn. Dit in verband met de inrichting van de openbare ruimte van het park. Dakterrassen op de bovenste daklaag zijn niet toegestaan.
Bergingen en nutsvoorzieningen Bergingen worden geïntegreerd in het bouwvolume. Voor het stallen van fietsen wordt een gezamenlijke of individuele fietsenstalling met een eigen entree opgenomen. In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met ruimte voor en plaatsing van afvalcontainers als een ondergrondse milieucontainer in de buurt ontbreekt. Nutsvoorzieningen en trafokasten worden zo nodig in de bebouwing opgenomen. Bezonning & schaduwwerking, privacy en uitzichten. Nieuwbouw houdt rekening met bestaande privacy, uitzichten en bezonning van de aanliggende bebouwing in de omgeving. Een bezonningsstudie toont aan of er sprake is van (negatieve) ruimtelijke uitwerking. Zo nodig zal een windhinderstudie inzicht kunnen geven in de windval om het gebouw.
30
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
31
Plangebied en invloedssfeer opnieuw in te richten Bebouwingszone, maximaal bouwvlak circa 690 m2 Bouwmassa heeft een basis van 2 lagen op een half verdiepte parkeerkelder en een hoogteaccent van 3 bouwlagen, max. 6 bouwlagen (18m) Maximaal bruto vloeroppervlak circa 3.864 m2 (inclusief parkeerkelder en bergingen) Diverse woningtypen mogelijk, circa 5 woningen per laag Levendige plint met mogelijk ruimte voor maatschappelijke voorziening op de begane grond aantal woningen circa 20 tot 25 Oppervlakte woningen ten minste 70 m2 gbo, tenzij voor specifieke doelgroep (zorgwoningen) Hoogteaccent in de zichtlijnen Set-back van de onderste bouwlagen ten opzichte van bestaande bebouwing Gebouw houdt rekening met hoogteverschillen in maaiveld, deze kunnen variëren tot 1,0 – 1,5 m Parkeerplaatsen, fietsenstalling, bergingen en nutsvoorzieningen in het gebouw opnemen in een half verdiepte kelder met entree aan Van Swindensingel Privé parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte Afvalinzameling in ondergrondse container in de openbare ruimte Rekening houden met zichtlijnen en doorzichten Rekening houden met vergroten en doortrekken watergang en mogelijk verleggen ondergrondse duiker Rekening houden met ondergrondse kabels en leidingen Bestaande bomen die niet kunnen worden behouden vervangen Dak met zonnepanelen in combinatie met groendak Aandacht voor natuurinclusief bouwen Optimaliseren
waterbergend vermogen
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
32
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
6.2 Criteria openbare ruimte Toekomstige herbestemming heeft tot gevolg dat er ruimte kan worden vrij gemaakt voor de verbetering van de openbare ruimte. De huidige inrichting van het Land van Ris is vermoedelijk aangelegd in de jaren ‘90(?). De wens is het optimaliseren van de wandelroute door een goede aansluiting op de singels van Oost te maken. Door het water en het groen in dit gebied te verlengen richting van de Van Swindensingel kan weer een waardevolle verbinding tot stand worden gebracht. Hiermee kan ook de toegankelijkheid en de wandelroute verbeterd worden. Het Land van Ris kan op een kwalitatieve wijze worden gekoppeld aan de groene singelstructuur. De watergang kan worden vergroot wat ten goede komt aan de waterberging in het gebied en er kunnen bomen worden toegevoegd. Hierbij is het noodzakelijk om rekening te houden met aanwezige beeldbepalende bomen. Bij de herinrichting is het handboek openbare ruimte het uitgangspunt. Mogelijke overlast van wind en schaduw in de omliggende (semi)openbare ruimte dient voorkomen te worden. Rekening dient te worden gehouden met aanwezige hoogteverschillen in het landschap. Een goede aansluiting van het gebouw op de omgeving dient inzichtelijk te worden gemaakt door het maken van een aantal doorsnede tekeningen met peilmaten. Een aantal bomen dient mogelijk te worden vervangen.
Dit dient inzichtelijk te worden gemaakt door een bomeninventarisatie. Rekening dient te worden gehouden met kabels en leidingen. Rekening dient te worden gehouden met toegankelijkheid voor brandweer en ambulance.
Fig. 28. Beeldbepalend groen aan de Van Swindensingel (bron : Google maps streetview)
33
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
6.3 Criteria beeld
Materialisering, detaillering en kleurgebruik Materialen zijn zorgvuldig gekozen en afgestemd op de architectuur van de naast gelegen woningen aan de Van Swindensingel enerzijds en het park anderzijds. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd met aandacht voor verfijning, hiërarchie, reliëf. Kleuren afstemmen op de omgeving. Aan de parkzijde is de basiskleur geel met lichte accenten.
Voor de toekomstige ontwikkeling is het van belang om sfeer, samenhang en identiteit te bewerkstellingen, zodat een goede inpassing ontstaat. Het gaat vooral om een goede relatie met de naastgelegen woningen en het Land van Ris. De inzet is een duurzaam gebouw met een eigentijdse architectuur die een kwaliteitsimpuls geeft aan dit deel van de wijk Oost. Gevelbeeld De gevelopbouw harmonieert met de schaal en het karakter van de omgeving. Er is sprake van een basis en een accent. Een accent aan het einde van het doorzicht vanuit de Snelliussingel is gewenst. De individuele woning binnen een ensemble is deel van het geheel. Alle zijden van het gebouw zijn zorgvuldig ontworpen. De gevels hebben een rijk en gevarieerd beeld in de architectuur. Expressie, geleding en plasticiteit in de gevel dragen hier aan bij. Aandacht voor dieptewerking door bijv. toepassen van een diepe negge en variatie in metselwerk. Er is aandacht voor geïntegreerde verlichting.
Massastudie De invloed van de nieuwbouw op de omgeving wordt inzichtelijk gemaakt door een massastudie met 1 of meer doorsnedes en 3D beelden. In beeld gebracht wordt bestaand versus nieuw inclusief straatprofielen.
Privé buitenruimte Buitenruimte is onderdeel van de architectuur van het geheel. Geen uitkragende balkons op de onderste laag. Bij het ontwerp van buitenruimtes wordt nagedacht over het uit het zicht houden van rondslingerende spullen op een balkon – bijvoorbeeld door minimaal de onderste 30cm niet transparant te maken;
Fig. 29. Basisschool De Boemerang – Eva Architecten (bron: Google)
34
Kleuren en materialen
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
35
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
36
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Colofon Datum:
25-03-2024
Versie:
DEF
Auteur:
Rihilda Keizer i.s.m. Vakgroep Stedenbouw & Landschap en Team Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid
broninfo:
Bestemmingsplan Oost, vastgesteld 27-10-2011 Historische Atlas van Schiedam, 2014 Stadskarakteristieken Oost (2021) Ambitiedocument Singels-Oost (2022) Ruimtelijke Visie voor Oost (Wissing Architecten, 2009) Snelliussingel 162 www.schiedam24.nl schiedam.courant.nu http://oosterstraat.aspectz.nl/bouw.html Wikipedia.nl singelkwartierschiedam.blogspot.com
37
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Bijlagen
38
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Mathenesse_(ambachtsheerlijkheid) Mathenesse is een oude ambachtsheerlijkheid tussen Schiedam en Rotterdam. De vroegste vermelding van Mathenesse stamt uit het jaar 1276. De oudst bekende ambachtsheer is Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Van Dirk Bokel wordt vermoed dat hij rond 1250 een dam in de Schie heeft aangelegd, hetgeen de oorsprong is van de stad Schiedam. Bij deze dam werd het Huis te Riviere of Slot Mathenesse gebouwd. De ruïne van Huis te Riviere staat in het centrum van Schiedam. De naam Mathenesse is een samenstelling van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polders Oud-Mathenesse (ten noorden van Schielands Hoge Zeedijk) en Nieuw-Mathenesse, dat buiten de Zeedijk lag. Oud- en Nieuw-Mathenesse vormden in de Franse tijd een zelfstandige gemeente. Deze gemeente werd in 1868 bij de gemeente Schiedam gevoegd. Per 1909 werd het grootste deel van Mathenesse onderdeel van de gemeente Rotterdam. De namen Oud- en Nieuw-Mathenesse zijn nog terug te vinden in de naam van de woonwijk in Rotterdam (gebouwd in de jaren dertig van de twintigste eeuw) en in de naam van een bedrijventerrein in Schiedam (in ontwikkeling gebracht in de vijftiger jaren).
Kaart van de polders Mathenesse en Huis te Riviere uit 1611 door Floris Balthasar.
39
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
Klimaat en duurzaamheid
Klimaatbeleid In het klimaatbeleid zijn de volgende doelen omtrent klimaat vastgesteld: In 2050 is Schiedam CO₂-neutraal. Schiedam is voorbereid op extreme weersomstandigheden. 49% Minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de ecologische waarde in en buiten Schiedam. Iedereen kan meedoen in de energietransitie.
Klimaatadaptatieplan en convenant Klimaatrobuust bouwen In het Klimaatadaptatieplan is de ambitie opgenomen dat Schiedam in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Daarnaast heeft de gemeente Schiedam het convenant Klimaatrobuust bouwen ondertekent. Hiermee worden de volgende eisen (overstromingen buiten beschouwing) gesteld aan de ontwikkeling: Een groot deel van de neerslag (50 mm) van een korte hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in 1 uur) op privaat terrein wordt op het terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging is niet eerder dan in 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar, of wordt gestuurd. In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u). De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte.
In het plangebied wordt 50% (450mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd. Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst. Tenminste 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen. Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffectief zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen.
Natuurinclusief bouwen In het Klimaatbeleid is de doelstelling opgenomen om de biodiversiteit te vergroten en de ecologische waarde binnen en buiten Schiedam te versterken. Daarnaast is in het convenant Klimaatrobuust bouwen de volgende eis opgenomen: Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht en creëert een hoogwaardige habitat voor ten minste gebouw bewonende soorten. Door de aanwezigheid van de Singel en het Land van Ris zijn er veel kansen om binnen de nieuwe ontwikkeling natuurinclusieve maatregelen toe te passen. Om deze kansen verder te specificeren zijn resultaten (specifiek de inrichtingselementen) uit de natuurmonitor en het ontwerpend onderzoek natuurvermeerderende stedenbouw voor de Staatsliedenbuurt geraadpleegd. Op deze manier
40
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
wordt concreter hoe er binnen de nieuwe ontwikkeling bijgedragen kan worden aan biodiversiteit.
Huismus De huismus is voor zijn nestplaats gebonden aan bebouwing. Het voedsel van volwassen huismussen bestaat vooral uit zaden van grassen en onkruiden aangevuld met insecten en hun larven, bessen en bloemknoppen. In stedelijk gebied is dit vaak aangevuld met broodkruimels en ander menselijk afval. Een habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en juveniele huismussen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop), plekken voor stofbaden en drinkwater. In de winter slapen huismussen in groenblijvende struiken en hagen of in gevelbegroeiing, en dus maar zelden in gebouwen. Binnen de ontwikkeling zijn de volgende maatregelen mogelijk om bij te dragen aan de habitat van de huismus: • Nestkast op het gebouw met de volgende eisen: o b: >12,5 cm, d: >12,5 cm, h: >17 cm; o invliegopening met een diameter van 3,4 cm; o hoogte t.o.v.
maaiveld: >3 m en <15m; o openingen liggen minimaal 50 centimeter uit elkaar; dit kan dichter bijeen, maar zorg er dan voor dat de nestingang niet zichtbaar is voor de huismus die in de andere nestingang zit; o obstakelvrije zone rondom de nestkast van 200 cm; o vliegopening nestkast op noordoost gevel; o niet plaatsen boven ramen; o plaatsen op rustige plekken; • aanwezigheid van groenblijvende struiken en hagen: o hoogte: 2 à 3 meter hoog; o jaarrond groen als dekking;
Eisen inrichtingselementen Om bij te dragen aan de biodiversiteit voor aanwezige of potentiële doelsoorten in de wijk moet het gebied ingericht zijn aan de hand van eisen die soorten stellen aan hun habitat: Deze eisen worden vaak samengevat als de 4 V’s: 1. Voedsel (foerageergebied en jachtgebied) 2. Veiligheid (schuilplaats, verblijfplaats, rustgebied) 3. Voortplanting en verspreiding (genenpool, broed/ nestplaats, corridors, geleidende elementen, veilige passages) 4. Variatie (bedienen van meerdere niches en meerdere soorten afwisselend door het jaar heen) Voor soorten is het belangrijk dat hun leefgebied voldoet aan alle 4 V’s. Het realiseren van nestgelegenheid heeft geen zin als er geen voedsel binnen bereik is. Dit betekent dat er voor de ontwikkeling afstemming moet zijn tussen de natuurinclusieve inrichting van de buitenruimte en de bebouwing. Voor de Van Swindensingel 40-42 zijn voor de volgende soorten maatregelen voorgesteld die bijdragen aan de 4 V’s: huismus en laatvlieger. De voorstelde maatregelen zijn suggestief. Binnen de ontwikkeling is het mogelijk om andere maatregelen voor te stellen voor andere doelsoorten. Hiervoor dient wel aangetoond te worden dat deze maatregelen bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit én in afstemming met inrichtingselementen in de buitenruimte.
41
Van Swindensingel 40 - 42 Schiedam
o o o
• o o • o o • o o • o • o o o
idealiter op een afstand van 0-50m (maximaal 100m) van de nestplaats; Bomen en opgaand groen bij voorkeur binnen 2,5m van nest en foerageergebied of anders 5-10m; Voorbeeldsoorten: doornige struiken (vuurdoorn, meidoorn), groenblijvende heester, klimplanten (klimop, wingerd), beukenhagen, afgewisseld met bomen; Aanwezigheid van water: In de vorm van vijvers of klein water zoals schalen. Moet jaarrond water bevatten; Binnen 1 à 2 meter dekking aanwezig; Aanwezigheid van zandbad: Droge open zandige plekken van 0,5 m2; Veilige plekken en meerdere binnen leefgebied; Aanwezigheid van kleine steentjes en grit (kalk): van 0,5 m2; Veilige plekken en meerdere binnen leefgebied; Aanwezigheid van inheemse bomen: Eiwitrijke voedselbron voor jongen; Beheer: Geen gebruikmaken van pesticiden en herbiciden Snoeien buiten broedseizoen (maart-augustus); Overtollig bladresten laten liggen.