Bijlage 1 Notitie Kwaliteit van de Buitenruimte 2024
Tekst van het document
Notitie Kwaliteit van de buitenruimte 2024 Versie 4, juni 2025 Op 12 december 2023 heeft de gemeenteraad van Schiedam met de motie ‘BuitenBeter app data beter gebruiken’ verzocht om periodieke informatie over de meldingen buitenruimte. Hierbij zou in ieder geval aandacht moeten worden besteed aan het aantal en type meldingen, de locatie van de meldingen en de snelheid van oplossen. Deze data zouden ook moeten worden benut om raadsvoorstellen beter te onderbouwen. In aanvulling op de kale cijfers maakt het Kenniscentrum jaarlijks een notitie over de kwaliteit van de buitenruimte. Hierin worden de cijfers over meldingen gecombineerd met andere gegevens over de kwaliteit van de buitenruimte, namelijk de schouwresultaten en de buurtproblemen uit de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid. Deze notitie is de tweede rapportage in deze uitgebreide vorm.
1. Meldingen buitenruimte via alle kanalen Figuur 1 geeft een beeld van de meldingen buitenruimte via de verschillende kanalen. Van de in totaal 60.038 meldingen in 2024 ontving de gemeente er 37.376 ofwel 62% via BuitenBeter. Dit aandeel is vrijwel gelijk aan vorig jaar (63%), maar hoger dan in 2021 en 2022 (59%). Het merendeel van de overige meldingen kwam binnen via het Sigmax-systeem van de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), een webformulier of de telefoon. De laatste twee kanalen worden beheerd door het gemeentelijke Klant Contact Centrum (KCC). Figuur 1 Meldingen buitenruimte naar kanaal 2024 (aandeel; n= 60.038) BuitenBeter
62%
Sigmax
17%
Webformulier
12%
Telefoon
8%
0%
Social media
0%
Balie
0%
Overige
0% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Figuur 2 laat de aantallen meldingen buitenruimte naar hoofdcategorie zien. De meeste meldingen gaan over afvalinzameling, met meer dan 26.000 meldingen in 2024. De meldingen in deze hoofdcategorie gaan over de ondergrondse containers en minicontainers voor huisvuil, GFT- en PMDafval, papier en glas, maar ook over grofvuil, textiel, bouw- en sloopafval en afvaldumping. In deze categorie vallen ook bijplaatsingen en verkeerd aangeboden afval. Na afvalinzameling volgen reiniging, straatmeubilair, bestrating en overig. Onder reiniging vallen meldingen over zwerfvuil, hondenpoep, graffiti, onkruid, dode dieren en glas of olie op straat. Straatmeubilair betreft onder meer 1
straatverlichting, verkeersborden, verkeerslichten, speeltoestellen, paaltjes en hekken. Bestrating heeft betrekking op verzakking, wortelopdruk of andere beschadiging van het wegdek, maar bijvoorbeeld ook op gladheid. De categorie overig is voor meldingen die niet onder één van de andere categorieën vallen, waaronder ook vragen en wensen van inwoners (dus zonder dat er iets vervuild of kapot is). Figuur 2 Meldingen buitenruimte naar hoofdcategorie 2021-2024 (aantal) 2021 2022 2023 2024 Afvalinzameling 21.954 21.575 21.464 26.052 Bestrating 2.647 2.450 2.733 2.858 Bruggen 72 107 87 101 Fonteinen 42 59 37 46 Groen 2.037 1.723 1.688 1.849 Hondenoverlast 239 200 496 204 Overig 1.217 5.312 8.471 10.438 Overlast 5.818 2.237 2.035 2.258 Plaagdieren 660 454 504 371 Reiniging 5.950 7.056 8.106 10.798 Riolering 719 741 958 876 Rommel na werkzaamheden 277 270 255 257 Speeltoestellen 5 12 38 17 Straatmeubilair 3.814 4.759 4.391 3.913 Totaal 45.451 46.955 51.263 60.038 Het aantal meldingen vertoont een stijgende trend: van 2021 op 2022 bedroeg de toename 3%, van 2022 op 2023 8% en van 2023 op 2024 15%. Het sterkst toegenomen zijn de hoofdcategorieën afvalinzameling, reiniging en overig. Het sterkst afgenomen zijn straatmeubilair, hondenoverlast (loslopende honden en niet opgeruimde poep) en plaagdieren (ratten, mieren, wespen et cetera).
Iets meer dan de helft van de toename in het totaal aantal meldingen komt voor rekening van de boa’s: het gaat om 4.818 extra meldingen door boa’s (bijna een verdubbeling) op een totale toename van 8.775 meldingen buitenruimte. Als gevolg van vacatures waren er in 2023 minder boa’s op straat dan in 2024. In de loop van 2024 zijn er nieuwe boa’s aangenomen en is de formatie gaandeweg weer opgevuld. Tijdens het inwerken zijn de nieuwe medewerkers ook gewezen op de mogelijkheid van melden via Sigmax. Deze twee omstandigheden, meer waarnemingen door meer mensen op straat en recente instructie over het melden, zijn waarschijnlijk de oorzaken van de toename van het aantal meldingen via Sigmax. Niet alleen de boa’s, maar ook de inwoners hebben meer meldingen gedaan. Deze toename zou kunnen wijzen op een afname van de kwaliteit van de buitenruimte. Het is echter lastig hieruit eenduidige conclusies te trekken, omdat er verschillende bewustwordingscampagnes zijn geweest, bijvoorbeeld in het kader van Schiedam Schoon, die gericht zijn op de buitenruimte en leefomgeving. De toename van het aantal meldingen kan dus ook zijn veroorzaakt doordat meer inwoners (en mogelijk ook bezoekers) zich bewust zijn van de kwaliteit van de buitenruimte, de BuitenBeter-app kennen en daarvan gebruik maken. Figuur 3 toont de meldingen buitenruimte naar wijk.
Het gaat om de wijkindeling die sinds 20 december 2022 van kracht is (zie bijlage). Omwille van de vergelijkbaarheid zijn de meldingen uit alle vier de jaren volgens deze wijkindeling weergegeven. Bij een deel van de meldingen ontbreken de locatiegegevens (zie de categorie ‘niet gelokaliseerd’). 2
Figuur 3 Meldingen buitenruimte naar wijk 2021-2024 (aantal) 2021 2022 2023 Centrum 4.084 3.835 4.257 Groenoord 3.896 3.716 4.448 Industrie 495 417 600 Kethel 3.073 3.268 3.997 Nieuwland 6.538 5.397 6.532 Oost 8.364 7.284 6.938 Polderbuitengebied 275 267 427 Schiedamse Havens 313 307 325 Spaland/Sveaparken 2.577 2.818 2.962 West 7.766 7.031 7.372 Woudhoek 2.767 2.663 3.584 Zuid 3.964 3.240 3.560 Niet gelokaliseerd 1.339 6.712 6.261 Totaal 45.451 46.955 51.263
2024 5.760 5.374 544 3.867 7.519 6.708 299 528 2.947 8.424 3.503 3.522 11.038 60.038
Ten opzichte van 2023 is het aantal meldingen buitenruimte het sterkst gestegen in Centrum (+35%) en Groenoord (+21%). In Kethel (-3%), Oost (-3%), Woudhoek (-2%), Spaland/Sveaparken (-1%) en Zuid (-1%) is het aantal meldingen juist licht afgenomen. Het aantal meldingen per wijk loopt sterk uiteen. Eén van de verklaringen hiervoor is het verschil in omvang en inwonertal. Het inwonertal van de Schiedamse woonwijken varieert van ruim 5.000 in Centrum tot bijna 15.000 in Nieuwland. Figuur 4 toont de cijfers. Polderbuitengebied, Industriegebied en Schiedamse Havens worden vanwege het (zeer) kleine aantal inwoners niet getoond. Figuur 4 Meldingen buitenruimte per 1.000 inwoners naar woonwijk 2024 Wijk aantal/1.000 inw. Centrum 1.086 Groenoord 557 Kethel 699 Nieuwland 509 Oost 583 Spaland/Sveaparken 374 West 642 Woudhoek 479 Zuid 557 Totaal 733 In 2024 bedroeg het aantal meldingen buitenruimte per 1.000 inwoners 733, tegenover 627 in 2023. Centrum is de enige wijk waar dit aantal ver boven het gemiddelde ligt. Deze wijk telt veel winkels en horecagelegenheden, waardoor de openbare ruimte er intensiever wordt gebruikt en er in verhouding meer meldingen zijn dan in andere wijken. Bijna de helft van de meldingen in Centrum betreft dan ook de Binnenstad, de buurt waar de meeste voorzieningen te vinden zijn. Figuur 5 laat de gemiddelde afhandeltijden naar hoofdcategorie zien.
De meest voorkomende meldingen, namelijk die over afvalinzameling en reiniging, zijn doorgaans redelijk snel opgelost, al is de gemiddelde afhandeltijd daarvan wel toegenomen sinds vorig jaar. Andere meldingen kosten wat meer tijd, bijvoorbeeld omdat de oplossing planning en/of inschakeling van een extern bedrijf vereist. Het opruimen van rommel na werkzaamheden is hiervan een voorbeeld. Ook komt het voor dat er materialen moeten worden besteld en vervolgens moet worden gewacht op de levering. 3
Figuur 5 Gemiddelde afhandeltijd meldingen buitenruimte naar hoofdcategorie 2021-2024 (dagen) 2021 2022 2023 2024 Afvalinzameling 4,50 2,55 2,67 3,06 Bestrating 11,71 4,36 7,20 4,12 Bruggen 22,62 9,95 1,72 3,11 Fonteinen 7,85 5,96 6,13 1,36 Groen 10,45 5,78 3,20 3,59 Hondenoverlast 4,21 1,70 1,60 2,47 Overig 18,58 6,71 3,31 1,88 Overlast 5,86 6,30 3,19 2,85 Plaagdieren 8,52 4,76 1,65 0,71 Reiniging 6,44 2,60 1,81 2,60 Riolering 14,01 5,14 7,87 3,31 Rommel na werkzaamheden 28,11 27,08 12,18 8,21 Speeltoestellen 0,03 5,17 7,50 2,73 Straatmeubilair 17,73 5,37 2,34 3,40 Totaal 7,07 4,04 3,05 2,82 De algemene trend is dat de gemiddelde afhandeltijd is gedaald in de afgelopen jaren. Dit geldt in het bijzonder voor de categorie overig. De gemiddelde afhandeltijd voor de meest voorkomende categorie, afvalinzameling, laat echter een stijgende trend zien in de afgelopen drie jaar, nadat het in 2022 was gedaald. De gemiddelde afhandeltijd voor reiniging, straatmeubilair en groen is in 2024 weer gestegen, nadat deze in 2023 was gedaald.
2. BuitenBeter-meldingen In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op het kanaal BuitenBeter. Figuur 6 toont het aantal BuitenBeter-meldingen (BB) in de jaren 2022-2024 naar hoofdcategorie, samen met het totaal aantal meldingen buitenruimte. Figuur 6 Meldingen buitenruimte waaronder BuitenBeter naar hoofdcategorie 2022-2024 (aantal) 2022 2023 2024 totaal w.v. BB totaal w.v. BB totaal w.v. BB Afvalinzameling 21.575 9.827 21.464 9.780 26.052 10.595 Bestrating 2.450 1.666 2.733 1.983 2.858 2.179 Bruggen 107 83 87 69 101 90 Fonteinen 59 20 37 21 46 29 Groen 1.723 1.095 1.688 1.041 1.849 1.129 Hondenoverlast 200 130 496 193 204 103 Overig 5.312 4.913 8.471 7.942 10.438 10.003 Overlast 2.237 219 2.035 116 2.258 75 Plaagdieren 454 201 504 242 371 151 Reiniging 7.056 5.872 8.106 7.035 10.798 9.644 Riolering 741 240 958 344 876 393 Rommel na werkzaamheden 270 176 255 141 257 187 Speeltoestellen 12 12 38 38 17 17 Straatmeubilair 4.759 3.110 4.391 3.102 3.913 2.781 Totaal 46.955 27.564 51.263 32.047 60.038 37.376
4
Het aantal BuitenBeter-meldingen vertoont de laatste jaren een vrij sterk stijgende trend: van 2021 op 2022 bedroeg de toename nog 3%, maar van 2022 op 2023 was dit 14% en van 2023 op 2024 opnieuw 14%. In elk van de getoonde jaren is afvalinzameling de grootste hoofdcategorie, met jaarlijks zo’n 10.000 meldingen of meer. Het aantal meldingen over afvalinzameling is afgenomen van 2021 op 2022, toen een jaar vrijwel stabiel geweest en sinds 2024 weer gestegen. Na afvalinzameling bevatten de hoofdcategorieën reiniging en overig de meeste meldingen. Beide categorieën vertonen een relatief sterk stijgende trend. Hierdoor tellen ook reiniging en overig elk zo’n 10.000 meldingen in 2024, net als afvalinzameling. De hoofdcategorie overlast is het sterkst afgenomen in de afgelopen jaren. Hieronder valt onder meer woonoverlast, parkeeroverlast, hinderlijk gedrag van groepen personen en verkeerd gestalde of achtergelaten fietsen en bromfietsen. Het lijkt erop dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden tussen overlast en overig. Deze categorieën verschillen sterk wat betreft het aandeel meldingen dat via BuitenBeter wordt gedaan. Van de meldingen onder overig werd in 2024 maar liefst 96% via BuitenBeter gedaan. Dit aandeel is vooral van 2021 op 2022 flink toegenomen.
Van de meldingen in de categorie overlast werd in 2024 slechts 3% via BuitenBeter gedaan en is dit aandeel juist sterk afgenomen sinds 2021. Sinds 2023 komt een groter deel van de meldingen binnen via BuitenBeter. Deze verschuiving tussen de kanalen beïnvloedt ook de categorisering: inwoners die BuitenBeter gebruiken komen relatief vaak uit op de categorie overig. Medewerkers van het Klant Contact Centrum die meldingen telefonisch of via webformulieren ontvangen categoriseren juist meer onder overlast. In 2023 hebben ook wijzigingen in de BuitenBeter-app en het zaaksysteem van de gemeente plaatsgevonden, die dit in de hand werken. Figuur 7 Meldingen buitenruimte waaronder BuitenBeter naar wijk 2022-2024 (aantal) 2022 2023 2024 totaal w.v. BB totaal w.v. BB totaal w.v.
BB Centrum 3.835 2.661 4.257 3.329 5.760 4.916 Groenoord 3.716 2.574 4.448 3.191 5.374 4.101 Industrie 417 246 600 419 544 338 Kethel 3.268 2.136 3.997 2.779 3.867 2.768 Nieuwland 5.397 3.407 6.532 4.724 7.519 5.598 Oost 7.284 5.406 6.938 5.049 6.708 5.148 Polderbuitengebied 267 127 427 211 299 180 Schiedamse Havens 307 155 325 197 528 367 Spaland/Sveaparken 2.818 1.653 2.962 1.885 2.947 1.994 West 7.031 5.087 7.372 5.408 8.424 6.581 Woudhoek 2.663 1.485 3.584 2.186 3.503 2.337 Zuid 3.240 2.154 3.560 2.430 3.522 2.648 Niet gelokaliseerd 6.712 473 6.261 239 11.038 400 Totaal 46.955 27.564 51.263 32.047 60.038 37.376 Figuur 7 toont de BuitenBeter-meldingen naar wijk, samen met alle meldingen buitenruimte. Ten opzichte van 2023 is het aantal BuitenBeter-meldingen het sterkst gestegen in Centrum (+48%), Groenoord (+29%) en West (+22%). De toename was juist relatief klein in Kethel (afgerond 0%), Oost (+2%), Spaland/Sveaparken (+6%), Woudhoek (+7%) en Zuid (+9%). Het aandeel meldingen dat via BuitenBeter wordt gedaan loopt per wijk veel minder sterk uiteen dan per categorie. De mate waarin inwoners de BuitenBeter-app gebruiken verschilt dus niet zo sterk van wijk tot wijk. Verder valt op dat van de BuitenBeter-meldingen een relatief groot deel worden gelokaliseerd. De meeste gebruikers van de BuitenBeter-app kiezen ervoor om hun gps-data te delen met de gemeente.
De melding wordt dan met de gps-coördinaten in het systeem geregistreerd. Dit is 5
uiteraard alleen zinvol als de melder zich op het moment van de melding bevindt op de desbetreffende plek. Als dit niet het geval is of als de melder de gps-data niet deelt, is het alternatief dat diegene de locatie beschrijft in de vorm van vrije tekst. Soms is de tekst niet te herleiden naar een locatie, in andere gevallen is dit veld niet ingevuld en in een enkel geval betreft de melding een vraag of wens die geen betrekking heeft op een specifieke plek. Figuur 8 laat het aantal meldingen per 1.000 inwoners zien. Stadsbreed bedroeg dit aantal in 2024 457, tegenover 392 in 2023. In het merendeel van de wijken ligt het aantal meldingen per 1.000 inwoners rond het stedelijk gemiddelde, maar in Spaland/Sveaparken en Woudhoek is het relatief laag. Alleen in de wijk Centrum is het relatief hoog. Zoals bij figuur 4 werd toegelicht, wordt de buitenruimte in deze wijk relatief intensief gebruikt, doordat de daar aanwezige winkels en horecagelegenheden veel bezoekers trekken. Figuur 8 Meldingen buitenruimte waaronder BuitenBeter per 1.000 inwoners naar woonwijk 2024 Wijk aantal/1.000 inwoners totaal w.v.
BuitenBeter Centrum 1.086 927 Groenoord 557 425 Kethel 699 501 Nieuwland 509 379 Oost 583 448 Spaland/Sveaparken 374 253 West 642 502 Woudhoek 479 319 Zuid 557 419 Totaal 733 457 Niet alleen was het aantal meldingen per 1.000 inwoners in Centrum in 2023 al relatief hoog, maar het is ook nog relatief sterk toegenomen in 2024. Daardoor is het verschil met het stedelijk gemiddelde gegroeid. Ook in Kethel was vorig jaar het aantal meldingen per 1.000 inwoners relatief hoog, maar in die wijk is het aantal meldingen vrijwel gelijk gebleven. Als gevolg daarvan ligt het in Kethel nu redelijk dicht bij het stedelijk gemiddelde. Figuur 9 toont de gemiddelde afhandeltijd naar hoofdcategorie van zowel alle meldingen als BuitenBeter-meldingen. Soms is de afhandeltijd via BuitenBeter (nagenoeg) hetzelfde, soms korter en soms langer. Het beeld komt echter redelijk overeen: de gemiddelde afhandeltijd is de laatste jaren gestaag afgenomen, van 3,89 dagen in 2022 tot 2,63 dagen in 2024. Er zijn echter ook hier flinke verschillen tussen de hoofdcategorieën. Verder verschilt de gemiddelde afhandeltijd ook van jaar tot jaar. Voor de hoofdcategorieën overig en groen is de gemiddelde afhandeltijd al drie jaar op rij afgenomen. Voor afvalinzameling, reiniging en straatmeubilair daarentegen is de gemiddelde afhandeltijd in 2024 toegenomen, nadat deze in 2023 was afgenomen.
Voor overlast is de gemiddelde afhandeltijd in 2024 weer afgenomen, nadat deze in 2023 flink was toegenomen. Zoals in figuur 6 is te zien, gaat het bij de categorie overlast om een kleiner wordend aantal meldingen, waardoor het toeval hierin een steeds grotere rol gaat spelen.
6
Figuur 9 Gemiddelde afhandeltijd meldingen buitenruimte naar hoofdcategorie 2022-2024 (dagen) 2022 2023 2024 totaal w.v. BB totaal w.v. BB totaal w.v. BB Afvalinzameling 2,55 2,46 2,67 1,70 3,06 2,66 Bestrating 4,36 4,29 7,20 6,53 4,12 4,17 Bruggen 9,95 11,31 1,72 1,44 3,11 3,24 Fonteinen 5,96 3,04 6,13 4,72 1,36 1,68 Groen 5,78 5,61 3,20 3,35 3,59 3,02 Hondenoverlast 1,70 2,02 1,60 2,46 2,47 2,60 Overig 6,71 6,00 3,31 3,20 1,88 1,81 Overlast 6,30 3,59 3,19 6,29 2,85 4,33 Plaagdieren 4,76 6,74 1,65 2,50 0,71 0,96 Reiniging 2,60 2,57 1,81 1,83 2,60 2,65 Riolering 5,14 3,92 7,87 4,58 3,31 3,31 Rommel na werkzaamheden 27,08 20,85 12,18 11,74 8,21 7,39 Speeltoestellen 5,17 5,17 7,50 7,50 2,73 2,73 Straatmeubilair 5,37 5,92 2,34 2,33 3,40 3,57 Totaal 4,04 3,89 3,05 2,77 2,82 2,63
3. Meldingen buitenruimte in context Om de meldingen buitenruimte verder te duiden en in context te plaatsen, worden ze in deze paragraaf vergeleken met de schouwresultaten en met het beeld dat de inwoners hebben van de buitenruimte in hun woonbuurt. Voor dit laatste wordt gebruik gemaakt van de in de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid (L&V) gerapporteerde buurtproblemen. Hierbij wordt ook getoetst in welke mate de meldingen een vergelijkbaar beeld van de kwaliteit van de buitenruimte opleveren als de schouwresultaten en de L&V-monitor. 3.1 Schouwresultaten Periodiek vinden systematische schouwen plaats om te toetsen hoe de buitenruimte erbij ligt. Het gaat om z’n 12 tot 14 schouwen per jaar. De uitkomsten worden uitgedrukt in een letter: D is de laagste score en A+ de hoogste. In figuur 10 zijn de gemiddelde resultaten per kwartaal weergegeven in een cijfer. Hierbij geldt: D=1, C=2, B=3, A=4 en A+=5. Figuur 10 Gemiddelde schouwresultaten per kwartaal en categorie 2022-2024 (hoe hoger, hoe beter)
Algemeen Afval Groen Meubilair Reiniging Verharding Totaal
Q1 2022 4,17 3,39 3,27 3,51 3,41
Q2 2022 4,42 3,55 3,47 3,64 3,79 3,93 3,68
Q3 2022 4,64 3,28 3,24 3,52 3,41
Q4 2022 4,45 3,62 3,51 3,68 3,73 3,73 3,69
Q1 2023 4,86 3,58 3,88
Q2 2023 4,77 3,46 3,55
Q3 2023 4,59 3,36 3,47
3,77
3,60
3,56
3,86
3,70
3,66
Q4 2023 4,56 3,46 3,55 3,24 3,70 3,54 3,72
Q1 2024 4,62 3,33 3,56
Q2 2024 4,66 3,47 3,50
Q3 2024 4,54 3,85 3,67
3,58
3,64
3,74
3,66
3,69
3,81
Q4 2024 4,43 3,77 3,43 3,25 3,79 3,58 3,70
Om het verband tussen meldingen en schouwresultaten in de tijd te bepalen, zijn de kwartaalcijfers van vergelijkbare categorieën met elkaar geconfronteerd. Omdat het aantal hoofdcategorieën bij het schouwen lager is dan bij meldingen, zijn de categorieën van het schouwen als uitgangspunt genomen. Hierbij is de schouwcategorie algemeen vergeleken met de som van de meldingen over afvalinzameling, reiniging en groen. Zoals blijkt uit figuur 10, worden meubilair en verharding slechts 7
af en toe meegenomen in het schouwen. Daarom zijn deze categorieën in de vergelijking per kwartaal buiten beschouwing gelaten. Figuur 11 toont voor elk van de hoofdcategorieën van het schouwen de waarde van de zogenoemde determinatiecoëfficiënt (r2) in de periode 2021-2024. (Vanwege de beperkte ruimte is het jaar 2021 niet weergegeven in figuur 10, maar deze is wel meegenomen in de berekening van r2.) De grootheid r2 is een maatstaf voor de statistische samenhang, ofwel de mate waarin het aantal meldingen de schouwresultaten verklaart. Figuur 11 Statistische samenhang tussen aantal meldingen en schouwresultaten in de tijd (r2)* Categorie r2 effectgrootte Algemeen 0,000 verwaarloosbaar Afval 0,023 klein Groen 0,046 klein Reiniging 0,040 klein * r2 heeft een waarde tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent dat er geen enkel verband is en 1 dat er een perfecte samenhang is. Criteria voor effectgrootte: r2 < 0,01: verwaarloosbaar, r2 = 0,01 tot 0,09: klein, r2 = 0,09 tot 0,25: middelgroot, r2 ≥ 0,25: groot.
De laatste kolom toont een karakterisering van de effectgrootte die hoort bij de waarde van r2. Voor de categorieën afval, groen en reiniging is de effectgrootte klein. Dit betekent dat er wel enige statistische samenhang is tussen het stadsbrede aantal meldingen in een kwartaal en de schouwresultaten in dezelfde periode, maar dit verband is zwak. Voor de categorie algemeen is de effectgrootte verwaarloosbaar klein. Het aantal meldingen in deze categorie zegt dus zeer weinig over de schouwresultaten voor reiniging in dezelfde periode. Ten opzichte van vorig jaar is r2 voor alle vier de categorieën gedaald, terwijl er nu meer datapunten zijn, namelijk die van 2024. Mogelijk berust de iets sterkere samenhang vorig jaar (die overigens ook niet heel sterk was) deels op toeval. Figuur 12 Schouwresultaten per woonwijk en categorie 2024 (hoe hoger, hoe beter) afval algemeen groen reiniging totaal Centrum 4,40 3,69 3,89 3,00 3,69 Groenoord 5,54 3,53 3,24 4,00 3,57 Kethel 4,86 3,84 3,39 2,61 3,84 Nieuwland 4,41 3,47 3,50 3,14 3,57 Oost 4,21 3,63 3,85 3,93 3,68 Spaland/Sveaparken 4,98 3,92 3,56 3,65 3,94 West 4,68 3,69 3,34 2,83 3,80 Woudhoek 4,60 3,61 3,33 2,67 3,77 Zuid 4,15 3,50 3,40 3,27 3,55 Totaal 4,54 3,63 3,51 3,25 3,71 Figuur 12 laat de schouwresultaten in 2024 per woonwijk zien.
Figuur 13 toont de statistische samenhang tussen het aantal meldingen en de schouwresultaten in 2024 per woonwijk.
8
Figuur 13 Statistische samenhang tussen aantal meldingen en schouwresultaten per woonwijk (r2)* Categorie r2 effectgrootte Algemeen 0,171 middelgroot Afval 0,003 verwaarloosbaar Groen 0,281 groot Meubilair 0,004 verwaarloosbaar Reiniging 0,133 middelgroot Verharding 0,003 verwaarloosbaar * r2 heeft een waarde tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent dat er geen enkel verband is en 1 dat er een perfecte samenhang is. Criteria voor effectgrootte: r2 < 0,01: verwaarloosbaar, r2 = 0,01 tot 0,09: klein, r2 = 0,09 tot 0,25: middelgroot, r2 ≥ 0,25: groot.
Voor de categorie groen is de effectgrootte groot. Het aantal meldingen over groen in een specifieke wijk is dus een vrij goede (maar zeker niet perfecte) voorspeller van de schouwresultaten voor groen in die wijk. Voor algemeen en reiniging is de effectgrootte middelgroot. Het aantal meldingen in deze categorieën zegt dus wel iets over de schouwresultaten, maar dit verband is minder sterk dan voor groen. Voor afval, meubilair en verharding is de effectgrootte verwaarloosbaar. Hiervoor zegt het aantal meldingen zeer weinig over de schouwresultaten in die wijk. Wat betreft de verdeling van de meldingen en schouwresultaten over de woonwijken zijn de waarden voor r2 in 2024 iets lager dan in 2023, maar het verschil is minder groot dan bij het verband tussen meldingen en schouwresultaten in de tijd. 3.2 Gerapporteerde buurtproblemen Ongeveer tweejaarlijks voert het Kenniscentrum de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid uit. In deze enquête wordt aan Schiedammers onder meer gevraagd hoe zij hun eigen woonbuurt beoordelen en hoe vaak buurtproblemen zoals zwerfvuil, vernielingen en overlast voorkomen. De L&V-monitor geeft een betrouwbaar beeld van de ervaringen van de inwoners, zowel stadsbreed als op wijkniveau. Figuur 14 laat per woonwijk de indicatorscores voor buurtproblemen zien, zoals die zijn gemeten in de L&V-monitor 2024.
Hierbij zijn de buurtproblemen geclusterd naar die hoofdcategorieën van de meldingen die daarmee vergelijkbaar zijn. Figuur 14 Indicatorscores per wijk en categorie 2024 (hoe hoger, des te vaker problemen voorkomen)* Centrum Oost West Zuid Kethel Nieuwland Groenoord Woudhoek Spaland/Sveap. Totaal
Afvalinzameling 81,3 88,2 64,9 81,9 46,6 73,0 68,7 54,1 47,1 68,6
Reiniging 59,4 58,6 45,5 53,7 34,7 55,4 57,4 34,6 28,4 48,8
Straatmeubilair 41,1 42,2 35,3 42,5 21,4 35,9 42,2 33,7 38,3 37,5
Bestrating 45,6 48,6 42,7 47,3 48,7 47,8 57,4 52,8 47,5 48,3
Hondenoverlast 67,5 63,7 60,0 80,1 40,4 52,5 64,3 49,8 51,8 59,1
Overlast 37,3 37,0 30,3 34,0 19,8 31,4 30,2 19,2 14,8 29,0
*Bron: Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024. De waarde bedraagt minimaal 0 en maximaal 100. Hoe hoger de indicatorscore, des te vaker het desbetreffende buurtprobleem voorkomt. De scores kunnen afwijken van de scores uit het rapport van de L&V-monitor, in het bijzonder voor categorieën waarbij buurtproblemen zijn geclusterd.
In de L&V-monitor wordt gevraagd hoe vaak deze problemen in de afgelopen 12 maanden zijn voorgekomen in de eigen woonbuurt. Omdat het veldwerk begin 2024 plaatsvond, zijn de indicatorscores geconfronteerd met de meldingen buitenruimte die gedurende het jaar 2023 zijn ontvangen. Figuur 15 toont per categorie de statistische samenhang tussen het aantal meldingen in een woonwijk en de mate waarin buurtproblemen volgens de inwoners voorkomen in die woonwijk. 9
Voor de hoofdcategorieën reiniging en overlast is de effectgrootte groot, met andere woorden: in 2024 is het aantal meldingen in een specifieke wijk een vrij goede (maar zeker niet perfecte) voorspeller van de indicatorscore voor die buurtproblemen in die wijk. Voor afvalinzameling is de effectgrootte middelgroot, dat wil zeggen dat het aantal meldingen wel iets zegt over de indicatorscore, maar dit verband is minder sterk dan voor reiniging en overlast. Voor de categorieën straatmeubilair, bestrating en hondenoverlast is de effectgrootte klein, met andere woorden: er is wel enige statistische samenhang tussen het aantal meldingen en de indicatorscore, maar deze is zwak. Figuur 15 Statistische samenhang tussen meldingen en buurtproblemen per woonwijk 2021 (r2)* Categorie r2 effectgrootte Afvalinzameling 0,189 middelgroot Reiniging 0,413 groot Straatmeubilair 0,085 klein Bestrating 0,048 klein Hondenoverlast 0,053 klein Overlast 0,270 groot * r2 heeft een waarde tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent dat er geen enkel verband is en 1 dat er een perfecte samenhang is. Criteria voor effectgrootte: r2 < 0,01: verwaarloosbaar, r2 = 0,01 tot 0,09: klein, r2 = 0,09 tot 0,25: middelgroot, r2 ≥ 0,25: groot.
Wat betreft de verdeling van de meldingen en buurtproblemen over de woonwijken zijn de waarden voor r2 deze keer hoger dan in de vorige rapportage, vooral voor de categorieën met veel meldingen, zoals afvalinzameling en reiniging. Het is echter niet uitgesloten dat het toeval ook hierin een rol speelt. Dit laatste geldt vooral voor categorieën met relatief weinig meldingen, zoals hondenoverlast, met ‘slechts’ 496 meldingen in 2023. Mogelijk bieden de analyses van de meldingen buitenruimte in de komende jaren meer duidelijkheid over de vraag of en, zo ja, in welke mate het toeval hierin een rol speelt. Wellicht ten overvloede wordt nog op gemerkt dat de drie bronnen (meldingen buitenruimte, schouwresultaten en indicatorscores voor buurtproblemen) de kwaliteit van de buitenruimte op verschillende wijzen meten. De schouwrondes worden uitgevoerd door een extern bureau, terwijl de meldingen en de antwoorden op de vragen over buurtproblemen hoofdzakelijk1 van inwoners komen. Verder meten de meldingen en de schouwrondes realtime concrete tekenen van problemen in de buitenruimte, terwijl de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid de indruk meet van hoe vaak iets voorkomt over een langere periode.
Hoewel er in de enquête wordt gevraagd naar het optreden van buurtproblemen in de afgelopen 12 maanden, is het denkbaar dat de inwoners zich bij het invullen mede laten leiden door problemen die langer dan een jaar geleden speelden. Het effect van overlast in de eigen woonbuurt kan lang na-ijlen.
1
In 2024 kwam 83% van de meldingen buitenruimte van inwoners, zie figuur 5. In 2023 was dit 90%.
10
4. Conclusies In 2024 ontving de gemeente Schiedam 60.038 meldingen buitenruimte. Hiervan kwamen er 37.376 binnen via de app BuitenBeter. Daarnaast kwamen er nog eens 22.662 meldingen buitenruimte binnen via andere kanalen, namelijk bij het gemeentelijke Klant Contact Centrum (KCC) en door eigen waarneming van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). De meeste meldingen gingen over afvalinzameling, gevolgd door reiniging en overig. Het totaal aantal meldingen vertoonde in de afgelopen jaren een stijgende trend. De aantallen meldingen in de categorieën reiniging en overig zijn het sterkst toegenomen, terwijl het aantal meldingen over overlast juist sterk is afgenomen. Er lijkt een verschuiving te hebben plaatsgevonden tussen overlast en overig. Eén van de oorzaken hiervan is dat het aandeel meldingen dat via BuitenBeter wordt gedaan sinds 2023 hoger is: de gebruikers van deze app komen relatief vaak uit op de categorie overig. Verder hebben er wijzigingen in de BuitenBeter-app en het zaaksysteem van de gemeente plaatsgevonden die deze verschuiving in de hand werken. De toename in het aantal meldingen buitenruimte is voor ruim de helft afkomstig van boa’s. Na een periode met veel vacatures is in 2024 de bezetting van de boa’s weer aangevuld, waardoor er meer waarnemingen op straat zijn gedaan.
In combinatie met de recente instructie voor boa’s over het melden heeft dit geleid tot meer meldingen. Niet alleen de boa’s, maar ook de inwoners hebben meer meldingen gedaan. Het is echter lastig hieruit eenduidige conclusies te trekken over de kwaliteit van de buitenruimte, omdat er verschillende bewustwordingscampagnes zijn geweest, bijvoorbeeld in het kader van Schiedam Schoon, die gericht zijn op de buitenruimte en de leefomgeving. Een toename in het aantal meldingen zou kunnen wijzen op een afname van de kwaliteit van de buitenruimte, maar het kan ook betekenen dat tegenwoordig meer inwoners (en mogelijk ook bezoekers) zich bewust zijn van de kwaliteit van de buitenruimte, de BuitenBeter-app kennen en daarvan gebruik maken. Ten opzichte van 2023 is het aantal meldingen buitenruimte het sterkst gestegen in Centrum (+35%) en Groenoord (+21%). In Kethel (-3%), Oost (-3%), Woudhoek (-2%), Spaland/Sveaparken (-1%) en Zuid (-1%) is het aantal meldingen juist licht afgenomen. Voor de verschillen per wijk bestaan twee verklaringen. Ten eerste verschillen de wijken in omvang en inwonertal. In een grotere wijk zijn er logischerwijs meer meldingen (al het overige gelijkblijvend). Ten tweede verschilt het voorzieningenniveau van wijk tot wijk. Vooral de winkels en horecagelegenheden in de wijk Centrum trekken veel bezoekers.
Hierdoor wordt de buitenruimte daar relatief intensief gebruikt en zijn er in Centrum in verhouding meer meldingen dan in andere wijken, in het bijzonder in de Binnenstad. De gemiddelde afhandeltijd van meldingen buitenruimte vertoonde de afgelopen jaren een dalende trend. Er zijn echter wel verschillen tussen de hoofdcategorieën. De categorie overig laat een duidelijk dalende trend zien. De gemiddelde afhandeltijd voor afvalinzameling vertoont echter een stijgende trend. De gemiddelde afhandeltijd voor reiniging, straatmeubilair en groen is in 2024 gestegen, nadat deze in 2023 was gedaald. Om de meldingen verder te duiden en in context te plaatsen, is voor de periode 2021-2024 het aantal meldingen in een kwartaal vergeleken met de schouwresultaten in datzelfde kwartaal. Voor de categorieën afval, groen en reiniging is er wel enige statistische samenhang tussen het stadsbrede aantal meldingen in een kwartaal en de schouwresultaten in dezelfde periode, maar deze is zwak. Voor de categorie algemeen zegt het aantal meldingen zeer weinig over de schouwresultaten in dezelfde periode. Ten tweede is over het jaar 2024 het aantal meldingen in een woonwijk vergeleken met de schouwresultaten in diezelfde wijk.
Voor de categorie groen is het aantal meldingen over groen in een specifieke wijk een vrij goede (maar zeker niet perfecte) voorspeller van de schouwresultaten voor groen in die wijk. Voor algemeen en reiniging zegt het aantal meldingen wel iets over de 11
schouwresultaten, maar dit verband is minder sterk dan voor groen. Voor afval, meubilair en verharding zegt het aantal meldingen zeer weinig over de schouwresultaten in die wijk. Ten derde zijn de meldingen in 2023 vergeleken met de mate waarin buurtproblemen in dat jaar voorkwamen volgens de inwoners, zoals dit blijkt uit de recentste Monitor Leefbaarheid en Veiligheid. Voor de categorieën reiniging en overlast is het aantal meldingen in een specifieke wijk een vrij goede (maar zeker niet perfecte) voorspeller van de indicatorscore voor die buurtproblemen in die wijk. Voor afvalinzameling zegt het aantal meldingen wel iets over de indicatorscore, maar dit verband is minder sterk dan voor reiniging en overlast. Voor straatmeubilair, bestrating en hondenoverlast is er wel enige statistische samenhang tussen het aantal meldingen en de indicatorscore, maar deze is zwak. Ten opzichte van de rapportage van vorig jaar is er een verschuiving opgetreden in de statistische samenhang: vorig jaar was de samenhang tussen meldingen en schouwresultaten sterker dan die tussen meldingen en buurtproblemen. Deze keer is dat omgekeerd. De gerapporteerde buurtproblemen sluiten dus beter aan bij de meldingen dan de schouwresultaten. Het is niet uitgesloten dat deze variatie in statistische samenhang deels berust op toeval.
Mogelijk bieden de analyses van de meldingen buitenruimte in de komende jaren meer duidelijkheid over de vraag of en, zo ja, in welke mate het toeval hierin een rol speelt. Tot slot wordt nog op gemerkt dat de drie bronnen (meldingen buitenruimte, schouwresultaten en indicatorscores voor buurtproblemen) de kwaliteit van de buitenruimte op verschillende wijzen meten. De schouwrondes worden uitgevoerd door een extern bureau, terwijl de meldingen en de antwoorden op de vragen over buurtproblemen van inwoners komen. Verder meten de meldingen en de schouwrondes realtime concrete tekenen van problemen in de buitenruimte, terwijl de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid de indruk meet van hoe vaak iets voorkomt over een langere periode. Hoewel er in de enquête wordt gevraagd naar het optreden van buurtproblemen in de afgelopen 12 maanden, is het denkbaar dat de inwoners zich bij het invullen mede laten leiden door problemen die langer dan een jaar geleden speelden. Het effect van overlast in de eigen woonbuurt kan lang na-ijlen.
12
Bijlage: wijk- en buurtindeling
13