CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 MRDH ontwerpbegroting 2026

Gemeenteraad 3 juni 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen35.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

70

Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA

Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut

Voorlopige jaarrekening 31-12-2024

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

702.255 702.255

414.099 414.099

182.224 182.224

84.978 84.978

47.437 47.437

28.649 28.649

Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen

1.067.709.055 1.001 1.067.708.054

1.216.508.138 1.001 1.216.507.137

1.288.726.282 1.001 1.288.725.281

1.327.718.764 1.001 1.327.717.763

1.318.230.892 1.001 1.318.229.891

1.254.683.501 1.001 1.254.682.500

Totaal vaste activa

1.068.411.310

1.216.922.237

1.288.908.506

1.327.803.742

1.318.278.329

1.254.712.150

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)

673.387.024

608.026.261

592.998.324

475.230.569

561.822.826

506.115.689

Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

40.021.824 0 628.229.817 5.135.383

47.500.000 0 558.526.261 2.000.000

47.500.000 0 543.498.324 2.000.000

47.500.000 0 425.730.569 2.000.000

47.500.000 0 512.322.826 2.000.000

47.500.000 0 456.615.689 2.000.000

50.148 50.148

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

52.793.533

26.000.000

26.000.000

26.000.000

26.000.000

26.000.000

27.079.898

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

25.713.635

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

20.000.000

726.230.705

634.076.261

619.048.324

501.280.569

587.872.826

532.165.689

1.794.642.015

1.850.998.498

1.907.956.830

1.829.084.311

1.906.151.156

1.786.877.840

Vlottende activa (art. 37)

Liquide middelen (art. 40) Banksaldi

Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa Totaal activa

71

Voorlopige jaarrekening 31-12-2024

PASSIVA

Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

42.034.603 0 41.202.899 831.704

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

45.202.898 0 45.202.898 0

1.068.480.636 1.067.699.386 781.250 1.110.515.239

1.216.507.137 1.216.507.137

1.288.725.281 1.288.725.281

1.327.717.763 1.327.717.763

1.318.229.891 1.318.229.891

1.254.682.500 1.254.682.500

1.261.710.035

1.333.928.179

1.372.920.661

1.363.432.789

1.299.885.398

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)

36.452.828

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

Overige schulden

36.452.828

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

37.000.000

647.673.947

552.288.463

537.028.651

419.163.650

505.718.367

449.992.441

125.999.765

118.017.589

117.785.714

117.688.468

235.418.683

235.399.895

501.974.430

432.270.874

417.242.937

299.475.182

268.299.684

212.592.546

19.699.752

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

2.000.000

684.126.775

589.288.463

574.028.651

456.163.650

542.718.367

486.992.441

1.794.642.015

1.850.998.498

1.907.956.830

1.829.084.311

1.906.151.156

1.786.877.839

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva Vlottende passiva (art. 47)

(storting plus, ontrekking min) Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

Totaal vlottende passiva Totaal passiva

EMU-saldo Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

6.613.055

4.000.000

0

0

0

0

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

220.245

237.282

237.282

139.306

37.423

22.312

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-78.242

-43.000

0

0

0

0

6.755.058

4.194.282

237.282

139.306

37.423

22.312

EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

Berekend EMU-saldo

Begroting 2029

Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting, maar dat is nu ook niet het geval. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van deze begroting 2026 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2026. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies.

Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).

72

Financiering Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2024 t/m 2029 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).

73

Hoofdstuk 6

STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2024-2029 Raming saldo 31-12-2024

Raming toevoeging 2025

Raming onttrekking 2025

0 5.202.898 36.000.000 41.202.898 0

0 0 4.000.000 4.000.000

0 0 0 0

Fondsen BDU Subtotaal fondsen

501.974.430 501.861.929

724.607.800 724.607.800

TOTAAL-GENERAAL

543.064.827

728.607.800

Omschrijving Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves

Raming onttrekking 2026

0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0

794.311.356 794.311.356

432.270.874 432.158.373

704.588.434 704.588.434

719.616.371 719.616.371

417.242.937 417.130.436

794.311.356

477.361.271

704.588.434

719.616.371

462.333.334

Raming onttrekking 2027

0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0

0 0 0 0

0 0 0 0

Fondsen BDU Subtotaal fondsen

417.242.937 417.130.436

704.588.434 704.588.434

TOTAAL-GENERAAL

462.333.334

704.588.434

Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves

Raming saldo 31-12-2026

Raming toevoeging 2026

Raming toevoeging 2027

Omschrijving

Raming saldo 31-12-2027

Raming saldo 31-12-2025

Raming saldo 31-12-2026

Raming toevoeging 2028

Raming onttrekking 2028

Raming saldo 31-12-2028

Raming toevoeging 2029

Raming onttrekking 2029

Raming saldo 31-12-2029

0 0 0 0

0 0 0 0

0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0

822.356.189 822.356.189

299.475.182 704.588.434 735.763.932 299.362.681 704.588.434 735.763.932

268.299.684 268.187.183

704.588.434 704.588.434

760.295.571 760.295.571

212.592.546 212.480.045

822.356.189

344.565.579

313.390.081

704.588.434

760.295.571

257.682.943

0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0

704.588.434

735.763.932

74

Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten per jaareinde, op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Meer informatie over de opbouw van deze reserve en het geraamde verloop daarvan staat in hoofdstuk 4.3 (paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds worden toegelicht in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen hebben betrekking op de BDU-bijdragen aan de exploitatie in twee programma’s: Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats om de kosten voor de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer te dekken (zie hiervoor hoofdstuk 3.2).

75

Hoofdstuk 7

INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2026 een bijdrage voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel staan de bijdragen per gemeente.

Gemeente

Aantal inwoners 1 januari 2025 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwonerbijdrage 2026

Albrandswaard

26.710

3,00

80.130

Barendrecht

48.568

3,00

145.704

Capelle aan den IJssel

68.673

3,00

206.019

Delft

110.224

3,00

330.672

Den Haag

568.419

3,00

1.705.257

Krimpen aan den IJssel

29.782

3,00

89.346

Lansingerland

66.093

3,00

198.279

Leidschendam-Voorburg

78.309

3,00

234.927

Maassluis

36.437

3,00

109.311

Midden-Delfland

19.422

3,00

58.266

Nissewaard

88.355

3,00

265.065

Pijnacker-Nootdorp

58.120

3,00

174.360

Ridderkerk

48.011

3,00

144.033

Rijswijk (ZH.)

60.710

3,00

182.130

Rotterdam

672.330

3,00

2.016.990

Schiedam

82.559

3,00

247.677

Vlaardingen

77.234

3,00

231.702

Voorne aan Zee

74.544

3,00

223.632

Wassenaar

27.534

3,00

82.602

Westland

116.897

3,00

350.691

Zoetermeer

129.941

3,00

389.823

Totaal

2.488.872

7.466.616

(*) bron: CBS StatLine info van 1-4-2025.

De inwonerbijdrage daalt ten opzichte van de Begroting 2025 met € 0,07 per inwoner (volgens Kadernota MRDH begroting 2026) naar € 3,00 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2026 € 7.466.616 en wordt voor € 6.137.098 verantwoord als baten voor de dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt er voor de dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1.329.518 ingezet.

76

Hoofdstuk 8

BESLUIT Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 12 september 2025; besluit: -

-

-

de begroting 2026 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2027-2029; de bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 12 september 2025

de secretaris,

de voorzitter,

77

Bijlage 1

INDICATOREN In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting gaan we ervan uit dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak is van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur en bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4

5

Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Indicator Formatie

Apparaatskosten

Periode 2026 per 1000 inwoners 1 januari 2025 per 1000 inwoners 2026

Externe inhuur

2024

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

2026

Bezetting

Waarde B2026 0,038 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 6,10 per inwoner 12,77% van de totale loonsom 1,02% van de totale lastenbegroting

Waarde B2025 0,039 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners € 6,01 per inwoner 12,40% van de totale loonsom 1,06% van de totale lastenbegroting

Ad 1) In de begroting 2026 bedraagt de formatie 95,6 fte. Per 1 januari 2025 bedraagt het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag 2.488.872 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2025 bedraagt 90,22 fte. Dit betreft de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2025 2.488.872 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totaal begrote apparaatskosten bedragen in 2026 € 15.177.534 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2025 2.488.872 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2024 € 9.858.083. De kosten voor externe inhuur bedroeg in 2024 € 1.258.868. Voor 4% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de begroting 2026 bedraagt de overhead € 7.881.279 (zie hoofdstuk 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 771.012.741 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan schommelen vanwege de realisatie van grote 78

infrastructurele projecten. De kosten van overhead volgen de Notitie Overhead 2023 van de commissie BBV en de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

79

Bijlage 2

DETAIL PROJECTEN EN PROGRAMMA’S MEERJARENBEELD BDU (bedragen x € 1.000.000) Projectnaam Subproject MRDH bijdrage Fase 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 na 2044 Systeemsprong Sneltramtraject 17 Realisatie 1 A16 9 Realisatie 9 Lijn 19 92 Realisatie 15 5 Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied 5 Realisatie 1 2 2 AVLM 8 Realisatie 1 1 0 R-Net: Upgrade 6 buslijnen 5 Realisatie 1 1 INTHR 152 Realisatie 24 19 25 19 11 Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid 8 Realisatie 1 Busstation Nissewaard 10 Realisatie 3 Metrostation Nissewaard 7 Realisatie 3 3 Move- CID Binckhorst no regret 31 Realisatie 10 7 6 4 R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) 8 Uitwerking 4 4 Metronet en RandstadRail 219 Uitwerking 12 24 30 20 20 65 11 11 11 11 Schiedam Fietscorridor Spaanse Polder - M4H fase 1 7 Uitwerking 1 2 3 2 MFR - Westland - Rotterdam 27 Uitwerking 1 7 7 7 1 1 1 1 MFR Rotterdam - Zoetermeer 21 Uitwerking 0 3 2 2 3 4 4 MFR Delft - Rotterdam Alexander 29 Planstudie* 0 4 7 0 1 8 8 MFR Rotterdam - Ridderkerk 33 Planstudie* 11 6 4 6 6 1 MFR Den Haag - Pijnacker 23 Verkenning* 2 3 6 7 5 Beatrixlaan fase 1 9 Planstudie* 1 4 4 Kruising Erasmusweg-Lozerlaan 24 Planstudie* 6 6 6 6 Fietsroute N14 Sijtwende 8 Planstudie* 4 4 Versnellingsmaatregelen OV (Transitieprogramma) 8 Planstudie* 3 3 Move - Gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid

Voorne-Putten en haven Rotterdam 9 Planstudie* 3 6 Move - Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland: MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag 18 Verkenning* 2 4 5 4 3 MFR Westland - Monster - Den Haag 23 Verkenning* 6 8 9 MFR Westland - Midden Delfland - Delft 15 Verkenning* 4 5 6 Greenport 3.0 4 Verkenning* 2 1 1 Move - Gebiedsuitwerking Overig 23 Verkenning* 1 1 4 6 6 5 Move - Vlietlijn 122 Planstudie* 3 2 28 28 28 32 Move - Stadsbrug & HOV Stadsbrug Rotterdam 221 Planstudie* 4 4 4 14 50 50 50 45 HOV Maastunnel 8 Verkenning* 1 3 4 Algeracorridor 9 Uitwerking 0 0 2 2 2 2 Move - Oude Lijn en Knooppunten 19 Verkenning* 1 2 2 2 3 2 1 1 1 1 1 1 1 Programma kleine projecten 590 Uitwerking 20 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 Plan toekomstvast tramnet Rotterdam 57 Uitwerking 7 8 8 8 9 17 Hobbemaplein Beatrixlaan fase 2 P+R Kralingse Zoom en Meijersplein HOV Ridderkerk fase 2 Waalhaven (risicoreservering) Movv ZoRo HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Movv Koningscorridor oost (excl Binckhorst) Movv Koningscorridor west (CS - Madurodam) Movv Koningscorridor west (Telderstracé) Complexe schakels MFR Westland-Rotterdam Spoorbeveiliging Exploitatie OV

* In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting. Dit, om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Daardoor kan het voorkomen dat projecten die feitelijk nog in de verkenning- of planstudiefase zitten toch onderdeel worden van de begroting. 80

Bijlage 3

INVESTERINGSPROGRAMMA VERVOERSAUTORITEIT 2026

81

Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2026 Inhoudsopgave 1.

2. 3.

4.

Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 85 1.1.

Inleiding ................................................................................................................. 85

1.2.

Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................... 86

1.3.

Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................... 86

1.4.

Budgetten .............................................................................................................. 89

Integrale programma’s ............................................................................................................. 90 Afspraken BO MIRT .................................................................................................................. 91 3.1.

Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam................................................... 91

3.2.

De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)-Binckhorst) 92

3.3.

Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail en LeiZo ..................................... 93

3.4.

Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland .......................................................... 94

3.5.

MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam ...... 94

3.6.

Mobiliteitspakketten ............................................................................................... 94

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren ............................ 96 4.1. Programma’s Investeren in bereikbaarheid ............................................................ 96 No Regret CID-Binckhorst ...................................................................................................................... 96 De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst)..................................................................... 98 4.2. Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid ............ 100 MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten ................................................................................... 100 Stadsbrug, HOV en station Stadionpark ............................................................................................ 101 Onderzoeken Middendeel Zuidwestlandcorridor............................................................................... 103 Verkenning Koningscorridor................................................................................................................. 104 HOV Westland........................................................................................................................................ 105 4.3. Planstudies Investeren in bereikbaarheid .............................................................

106 RandstadRail & Metronet ..................................................................................................................... 106 A. Gekoppeld rijden lijn 4..................................................................................................................... 106 B. Gekoppeld rijden lijn 2 of lijn 3 ...................................................................................................... 107 C. Frequentieverhoging Metronet ....................................................................................................... 107 D. Station Beurs .................................................................................................................................... 108 E. Spoorbeveiliging samenloopdeel .................................................................................................... 109 Metrowerkplaats Waalhaven ............................................................................................................... 111 82

Plan Toekomstvast Tramnet Rotterdam ............................................................................................ 112 4.4. Planuitwerkingen Investeren in bereikbaarheid .................................................... 113 Algeracorridor ........................................................................................................................................ 113 Fietscorridor Spaanse Polder – Merwe-Vierhavens .......................................................................... 115 4.5. Realisatie Investeren in bereikbaarheid ................................................................ 116 Tramlijn 19b Delft ................................................................................................................................. 116 Blankenburgverbinding (Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland) ................................................ 117 A16 Rotterdam (Rotterdam/Lansingerland) ...................................................................................... 118 5. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren ......................................................... 119 Duurzame Mobiliteit ..............................................................................................................................

119 Smart Mobility ........................................................................................................................................ 119 Gedragsaanpak ...................................................................................................................................... 119 Nationaal Toekomstbeeld Fiets ........................................................................................................... 119 Uitvoeringsprogramma Toegankelijk Openbaar Vervoer 2024-2028 ............................................ 119 5.1. Programma’s Actieve en collectieve vormen van mobiliteit................................... 121 Programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) ........................................................ 121 Programma InnOVatieroute................................................................................................................. 122 Slim en Schoon naar Stad en Strand ................................................................................................. 123 Metropolitane Fietsroutes .................................................................................................................... 124 6. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .................................................................... 126 6.1.

Programma’s versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk ............................. 126 Ketenmobiliteit en OV-knooppunten .................................................................................................. 126 Samenwerkingsprogramma stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen .................................... 127 R-Net ....................................................................................................................................................... 128 Doorstroommaatregelen tram/bus Rotterdam en Den Haag ......................................................... 129 A4 Passage Poorten en Inprikkers en meekoppelkansen ............................................................... 131 6.2. Onderzoeken en verkenningen versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .. 133 Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel .............. 133 A44 / N44 Wassenaar ........................................................................................................................... 134 Optoppen garage P+R Kralingse Zoom ............................................................................................. 135 Uitbreiden parkeercapaciteit P+R Meijersplein ................................................................................. 136 6.3.

Planuitwerkingen versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk....................... 137 HOV Ridderkerk ..................................................................................................................................... 137 6.4. Realisatie versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .................................. 138 Busstation Hart van Zuid (Rotterdam) ............................................................................................... 138 Reconstructie metro- en busstation Spijkenisse Centrum .............................................................. 139 Viersporigheid Schiedam ...................................................................................................................... 140 Samenloopdeel RandstadRail: Capaciteit en robuustheid ............................................................... 141 7. Vanaf medio 2024 in gebruik genomen projecten .................................................................. 142 Busstation Spijkenisse Centrum .......................................................................................................... 142 Maasdeltatunnel ....................................................................................................................................

143 HOV Maastunnel-Zuidplein .................................................................................................................. 144

83

Bijlagen: Bijlage A1 Bijlage A2 Bijlage A3 Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E

Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Kleine projecten: aanmeldingen 2025 In 2024 en 2025 afgeronde projecten Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio Afkortingenlijst

84

1.

Inleiding, achtergronden en kaders

1.1. Inleiding De bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de metropoolregio uit. Daaronder vallen het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is het overzicht van projecten en programma’s die bij de MRDH in voorbereiding of uitvoering zijn, gericht op het begrotingsprogramma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden. De bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee willen we duidelijkheid geven aan subsidieaanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 21 gemeenten, het waterschap Hollandse Delta en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. Op 26 mei 2023 heeft het algemeen bestuur de Strategische Agenda 2023 – 2026 (SA) vastgesteld.

In deze SA zijn vier opgaven benoemd: groei, vernieuwen, kwaliteit en herstel van het ov in de regio. Uit deze vier opgaven zijn zes opdrachten voortgekomen: 1. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van het ov-systeem Opdrachten 2 en 4 betreffen het werkgebied van Economisch Vestigingsklimaat. Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden, waardoor deze opdracht niet meer terugkomt in de begroting 2026. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 zijn de programma’s en grote projecten gerubriceerd naar de respectievelijke opdrachten uit de Strategische Agenda: “Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren”, “Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren” en “Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk”. Ieder hoofdstuk begint met de programma’s die onder de opdracht vallen gevolgd door een beschrijving per project per fase. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

In november 2022 hebben Rijk en regio in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) afspraken gemaakt over ontsluiting van de NOVEXwoningbouwlocaties en over regionale ov-maatregelen en mobiliteitspakketten. Voor de Zuidelijke Randstad, waarin de metropoolregio Rotterdam Den Haag ligt, heeft het Rijk circa € 2,6 miljard gereserveerd, plus maximaal € 162 miljoen voor de mobiliteitspakketten.

85

Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Een aantal van de projecten en programma’s is ondertussen verder gebracht, inclusief de voorwaarden wie van de overheden welk deel van de benodigde budgetten levert. Hoofdstuk 7 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2024 zijn opgeleverd en in gebruik genomen.

1.2. Werkgebied van de Vervoersautoriteit De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. Het werkgebied van de MRDH omvat 21 gemeenten.

1.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden

86

Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen ten opzichte van het vorige jaar. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer en onderhoud railassets, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen, beleidsonderzoek en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa). Het IPVa heeft een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan:

Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin het project zich bevindt, bepaalt waar het wordt opgenomen: ofwel in de (meerjaren)begroting, ofwel in de werkvoorraad.

87

Onderzoek/initiatief Er is een probleem geconstateerd. In de onderzoeksfase komen beoogde effecten op de regionale bereikbaarheid, een globale scope en inschatting van de kosten en mogelijke periode van uitvoering aan de orde. Verkenning Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht met een indicatie van de verwachte investeringskosten. Planstudie Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. De planstudie doet een voorstel voor een voorkeursvariant met een kostenraming en globale dekking. Uitwerking Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden. De initiatiefnemer werkt het ontwerp verder uit, organiseert de noodzakelijke processtappen en bereidt de subsidieaanvraag voor. Realisatie Het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend.

Vaststelling Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. Ov-projecten gaan daarbij onderdeel uitmaken van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud. In bovenstaande figuur is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met de momenten dat er budget wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting. Iedere fase eindigt met een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BcVa) over of en hoe een project naar een volgende fase gaat  Onderzoek / initiatief: de bestuurscommissie besluit tot het starten van de verkenning.  Verkenning: de bestuurscommissie besluit over de start van de planstudiefase en de daarin uit te werken varianten.  Planstudie: de bestuurscommissie stelt de voorkeursvariant vast en verzoekt het algemeen bestuur een bijdrage te reserveren in de meerjarenbegroting.  Uitwerking: naar aanleiding van het definitief ontwerp verzoekt de bestuurscommissie zo nodig het algemeen bestuur tot aanpassing van de reservering in de begroting.  Realisatie: de bestuurscommissie verleent de subsidie, waarna de uitvoering kan beginnen.  Vaststelling: de bestuurscommissie stelt de subsidie vast en rekent de voorschotten af. Bij deze besluiten bereidt de MRDH zich voor op een mogelijke toekomstige financiële bijdrage aan het project.

Het heeft immers geen zin om projecten te laten voorbereiden waar uiteindelijke geen budget voor is. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. 88

1.4. Budgetten De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit MRDH worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogeheten Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor de gehele regio hanteren we voor 2026 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor ov-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en ov-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen inbegrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden geïnitieerd. In de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet. In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd.

Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen nieuwe subsidies meer uitvloeien, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2026 gelden de volgende randvoorwaarden:  binnen het jaarlijkse budget voor kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, verkeerseducatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer;  als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar.

89

2. Integrale programma’s Een programma is een geheel van samenhangende projecten dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarde voor het instellen van een programmabudget is een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen de MRDH en meerdere partijen, met als doel het realiseren van dat programma. Een voorbeeld daarvan zijn de afspraken naar aanleiding van het BO MIRT over de Stadsbrug, HOV en station Stadionpark, De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) en de verkenning Oude Lijn & knooppunten tussen Leiden en Dordrecht. Naast bovenstaande programma’s heeft de MRDH eigen programma’s. Het programma Kleine projecten is gevuld met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen. Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer.

Vanwege de relatief beperkte omvang zijn gedragsbeïnvloeding/educatie verkeersveiligheid, de ombouw van VRI tot iVRI’s (intelligente Verkeersregelinstallaties) en aanpassingen infra na wijziging ov-lijnen, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. De metropolitane fietsroutes zijn gebundeld in het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR). Voor het versnellen van het openbaar vervoer en het verbeteren van overstappunten zijn er de programma’s ov-doorstroming en ketenmobiliteit op ov-knooppunten. Voor het opwaarderen van ovlijnen is het programma R-net opgezet.

90

3. Afspraken BO MIRT Het kabinet heeft in het BO MIRT van 2022 een bedrag van € 7,5 miljard beschikbaar gesteld voor ontsluiting van nieuwe woningen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden en voor de versnelling van grootschalige woningbouwlocaties. Hiervan is € 6 miljard vanuit het Mobiliteitsfonds voor hoofdinfrastructuur en € 1,5 miljard voor kleine bereikbaarheids- en infrastructuurmaatregelen. NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. Een van de gebieden is de Zuidelijke Randstad, waarvoor in 2019 een verstedelijkingsakkoord is gesloten. Afgesproken is 70.000 woningen en ruimte voor 80.000 arbeidsplaatsen te realiseren op toplocaties langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) en 100.000 woningen op goed bereikbare plekken, waaronder de woningbouwlocaties CID-Binkhorst Den Haag en Oostflank Rotterdam. Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 besloten om te starten met een MIRT-verkenning voor de Oude Lijn en knooppunten en stelden daarvoor een Startbeslissing vast. Daarnaast is eind 2024 de regionale planstudie HOV-corridors RandstadRail/Metronet gestart en start provincie ZuidHolland de regionale verkenning Bus Rapid Transit (BRT) Leiden - Zoetermeer (LeiZo). Het Rijk heeft, als een van de afspraken in het BO MIRT van 2023, € 1 miljard vanuit het Nationaal Groeifonds overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds.

Deze middelen zijn bedoeld voor de Oude Lijn en knooppunten. Samen met de eerder in het Mobiliteitsfonds gereserveerde middelen van € 680 miljoen en de € 466 miljoen aan regionale financiering is er € 2,145 miljard inclusief btw (prijspeil 2022) beschikbaar voor de Oude Lijn, knooppunten en de regionale HOV-corridors. Voor de middelen die zijn toegekend aan programma’s en projecten in onze regio, zijn ondertussen nadere afspraken gemaakt of bestuurlijke overeenkomsten gesloten. Om die reden zijn deze programma’s en projecten waar mogelijk in dit IPVa ondergebracht onder de hoofdstukken Investeren in bereikbaarheid en Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerken bij de fase waarin het project of programma zich bevindt. Om de verbinding met oorspronkelijke besluiten te houden, noemen we hieronder kort de projecten en programma’s met verwijzing naar de nieuwe indeling binnen het IPVa. Ook geven we aan of de MRDH meebetaalt of dat een project volledig door het Rijk of andere (semi)overheden wordt getrokken.

3.1. Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam In de Oostflank (het gebied tussen Prins Alexander en Zuidplein) van de Rotterdamse regio moeten tot en met 2030 circa 19.000 woningen worden gebouwd, daarna komen er mogelijk nog circa 16.000 woningen extra. In het BO MIRT zijn besluiten genomen over de onderstaande deelprojecten en -programma’s met de nieuwe benamingen:  Stadsbrug, HOV en station Stadionpark Voor dit project is in december 2023 een bestuurlijke overeenkomst (BOK) gesloten. Een verdere duiding van de inhoud staat in hoofdstuk 4.2.  A16 Van Brienenoordcorridor Het Rijk werkt aan het slimmer inrichten van de weg, het toevoegen van een extra rijstrook op delen van de A16 en het aanpassen van het weefvak bij aansluiting Feijenoord.  Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel De kortetermijnmaatregelen, waaronder de aanleg van een vrije busbaan, zijn in april 2024 opgeleverd. De maatregelen voor de middellange termijn zijn beschreven in hoofdstuk 6.2.  Station Stadionpark Dit station viel eerst onder de maatregelen van de Oude Lijn. Het Rijk en de gemeente 91

Rotterdam bouwen het station om van evenementenstation tot regulier station waar de City Sprinter gaat halteren. Dit station is ondergebracht bij het programma Stadsbrug, HOV en station Stadionpark. Algeracorridor De maatregelen Algeracorridor worden zonder het Rijk door de regionale partijen uitgewerkt; dit project valt dus niet meer binnen dit programma. Een beschrijving van de planuitwerking Algeracorridor vindt u terug in hoofdstuk 4.4. Kralingseplein Rijk en regio onderkennen dat het Kralingseplein in de toekomst een knelpunt vormt en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossingsrichtingen.

Overzicht van de projecten uit de afspraken Oeververbinding

3.2. De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)-Binckhorst) In CID-Binckhorst moeten tot 2030 ruim 20.000 woningen gebouwd worden, daarna komen er mogelijk nog 15.000 woningen extra. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord (2019), de regionale woondeals (2022-2023) en het Woon-werkakkoord (2022). In het MIRT zijn besluiten genomen over onderstaande deelprojecten- en programma’s, en zijn er bestuursovereenkomsten getekend:  No Regret CID-Binckhorst Voor dit programma aan maatregelen is in 2019 een bestuursovereenkomst getekend. De scope van het programma is gedeeltelijk overgeheveld naar de planuitwerking Bereikbaarheid 92

CID Binckhorst. De resterende maatregelen van het No Regret-pakket zijn voornamelijk op de fiets gericht; het programma is daarmee ondergebracht bij hoofdstuk 4.1. De Vlietlijn (voorheen: Bereikbaarheid CID-Binckhorst) Dit betreft de planuitwerking voor een tramverbinding in Binckhorst plus een set aan mobiliteitsmaatregelen. De tramverbinding is verder toegelicht in hoofdstuk 4.1.

CID-Binckhorst met op de achtergrond station Den Haag Centraal. Foto: Jurriaan Brobbels

3.3. Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail en LeiZo Langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden - Dordrecht) moeten tot 2030 circa 54.000 woningen gebouwd worden op 11 toplocaties. Daarna komen er mogelijk nog eens circa 23.000 extra woningen. In het BO MIRT van 2023 is besloten dat vier onderdelen, inclusief het Station Stadionpark, los van elkaar kunnen worden gerealiseerd. Dit leidt tot de volgende projecten en programma’s:  Oude Lijn en knooppunten Voor dit programma loopt een verkenning. De inhoudelijke activiteiten staan beschreven in hoofdstuk 4.2  LeiZo De provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer werken aan een verkenning voor openbaar vervoer Leiden - Zoetermeer, waar de MRDH later kennis van zal nemen.  Station Stadionpark Dit station is geschaard onder de maatregelen van de Stadsbrug en maakt geen onderdeel meer uit van dit pakket.

93

    

Metronet/RandstadRail Dit onderdeel krijgt vijf programma’s en projecten die de MRDH verder verkent, uitwerkt en realiseert: Gekoppeld rijden RandstadRail 4 Gekoppeld rijden RR2/RR3 Frequentieverhoging Metronet lijnen C en E Metrostation Beurs Vervangen spoorbeveiliging

3.4. Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland De gebiedsuitwerking is gericht op slimme combinaties van verschillende mobiliteitsmaatregelen. Een belangrijk deel van het pakket bestaat uit de realisatie van de Metropolitane Fietsroutes Naaldwijk - Den Haag CID, Naaldwijk - Monster - Den Haag (on hold) en Naaldwijk - MiddenDelfland - Delft. Deze zijn verder beschreven in hoofdstuk 5.1. Een onderzoek voor de (middel)lange termijn naar hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) is beschreven in hoofdstuk 4.2.

3.5. MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam Het Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten Haven Rotterdam is door Rijk en regio vastgesteld in november 2022. Vanwege financiële beperkingen en het ontbreken van personele capaciteit heeft het Rijk echter nog geen kans gezien om procedures te starten. De projecten waar de MRDH bij betrokken is en die zonder het Rijk kunnen worden opgepakt zijn:  maatregel 8 doortrekken fietsroute langs de Hartelweg (inclusief fietsbrug);  maatregel 10 opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland - Spijkenisse;  maatregel 11 studie naar een rechtstreeks fietspad Hellevoetsluis - Rockanje/Brielle Maasvlakte;  maatregel 12 extra vrijliggende busbanen Spijkenisse;  maatregel 13 + 14 studie naar verbetering ov tussen Voorne-Putten en Haven Rotterdam en studie naar buslijn via de Blankenburgtunnel (in relatie tot de concessie). Deze lijndienst is eind 2024 in gebruik genomen. De fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland - Spijkenisse is aangemeld in 2024 en doorgeschoven naar een aan te vragen subsidie in 2025. Deze maatregel wordt in 2026 en 2027 gerealiseerd.

3.6. Mobiliteitspakketten Het Rijk stelt via specifieke uitkeringen budget beschikbaar voor mobiliteitspakketten. Deze omvatten kleine maatregelen zoals aanpassingen van (regionale) wegen, mobiliteitshubs, fietspaden, rotondes en verkeersveiligheidsmaatregelen en worden door het Rijk én gemeenten in de regio bekostigd. De rijksbijdrage betreft dus een bijdrage aan regionale en lokale maatregelen. Het Rijk geeft hiervoor de volgende voorwaarden mee:  50% cofinanciering door de regio;  voor de mobiliteitspakketten is de rijksbijdrage taakstellend met een jaarlijkse indexatie conform de IBOI tot het moment van uitbetaling;  afdracht van het btw-deel van de rijksbijdrage aan het Btw-compensatiefonds;  de bijdrage van het Rijk komt beschikbaar via een specifieke uitkering aan gemeenten;  de risico’s blijven voor de regio.

94

Het Rijk reserveert inclusief btw en op prijspeil 2022 de volgende budgetten:  Oeververbindingen € 0 miljoen (betrokken bij planuitwerking voorkeursalternatief)  Binckhorst € 59 miljoen  Oude Lijn € 90,5 miljoen (€ 12,5 miljoen overgeheveld naar traverse station Stadionpark) In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van deze mobiliteitspakketten en vullen de volgende voorwaarden in:  concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw;  effect van deze maatregelen op nationale netwerken;  mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om de mobiliteitstransitie te ondersteunen);  de bijdrage van de regio. Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera. Als een gemeente een project uit een mobiliteitspakket aanmeldt voor extra subsidie bij de MRDH, dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek. Nota bene: een aantal gemeenten kan bij het Rijk subsidie aanvragen in het kader van woningbouwversnellingsafspraken. Deze afspraken kennen waarschijnlijk dezelfde voorwaarden en kaders als de mobiliteitspakketten.

De in deze afspraken opgenomen infrastructurele projecten kunnen eventueel ook in aanmerking komen voor extra subsidie bij de MRDH. Ook dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek.

95

4. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 4.1. Programma’s Investeren in bereikbaarheid No Regret CID-Binckhorst Fase Planning Investering Subsidie MRDH Rol MRDH

: Planuitwerking tot en met realisatie : Realisatie 2020-2025 (verlengd tot en met 2026) : € 77,8 miljoen : € 17,5 miljoen, plus Rijk via BDU € 13,7 miljoen : Subsidieverlener

In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret-maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren.

Gebiedsontwikkeling in de Binckhorst. Op de achtergrond station Den Haag Centraal. Foto: Jurriaan Brobbels

Een belangrijk onderdeel is de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe trambaan. Omdat dit onderdeel niet los kan worden gezien van de totale realisatie trambaan, is een budget van € 72 miljoen inclusief btw uit het No Regret-pakket gehaald en toegevoegd aan de

96

planuitwerking De Vlietlijn (voorheen: Bereikbaarheid CID Binckhorst). De tijdelijke busbaan is in aanleg, zodat er in het programma alleen nog fietsmaatregelen overblijven. De resterende lijst projecten wordt uitgevoerd tot en met 2028. De financieel omvangrijkste projecten zijn de snelfietsroute Verlengde Velostrada en de fietsroute Trekvliettracé. Verder is budget geoormerkt voor een tijdelijke uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI. De lijst van projecten is beschreven in het rapport van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO MIRT van november 2019. In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. Na overheveling van het budget Sporendriehoek naar de planstudie, zijn de maximale bijdragen:  IenW € 13,7 miljoen  MRDH € 17,5 miljoen  Den Haag € 34,7 miljoen (inclusief € 7,1 miljoen reserve van alle partijen)  Provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen  Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen In 2024 besloot de stuurgroep de samenwerkingsovereenkomst met twee jaar te verlengen tot en met 2026. Aanleiding is de latere realisatie van een aantal projecten. Besluitvorming hierover volgt in 2025.

97

De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) Opdracht SA Fase: Planning Investering

Subsidie MRDH Budget prijspeil 2025 Rol MRDH

:

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren : Planstudie : Uitvoering 2029 - 2033 : € 575 miljoen inclusief btw, inclusief € 72 miljoen overheveling No Regret inclusief btw en inclusief € 45,88 miljoen inclusief btw voor Basispakket Mobiliteit : € 109,3 miljoen exclusief btw maar inclusief overheveling No Regret : € 121,9 miljoen : Mede-opdrachtgever planstudie, subsidieverlener realisatie

In het bestuurlijke overleg Leefomgeving 2023 hebben Rijk en regio de afspraken vastgelegd in een definitief voorkeursbesluit en een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de tramverbinding CID Binckhorst, plus afspraken over organisatie, financiële risico’s en kostenbeheersing. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het kader van de landelijke afspraken woningbouw en mobiliteit: “Risicoverdeling, beheersing, programmasturing en monitoring”. Op basis van bovenstaande starten de partijen de planstudiefase. In de uitwerking van deze fase zet de regio zich in voor verdere stimulering van de mobiliteitstransitie. Denk aan een samenhangende aanpak gericht op fietsen en lopen, en de inzet van flankerend beleid op deelmobiliteit en een stringent parkeerbeleid. HTM en MRDH voeren samen met de betrokken gemeenten een studie uit naar de mogelijke ov-lijnvoering in en rond de Binckhorst. De volgende fase van de stedelijke ontwikkeling dient gelijk op te lopen met de uitwerking en realisatie van het voorgenomen voorkeursalternatief. Dat bestaat uit een hoogwaardige tramverbinding door de Binckhorstlaan via de Maanweg richting station Voorburg en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft. Dit in combinatie met het aanpassen van de spoorviaducten in de sporendriehoek en een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen.

Om deze kosten te dekken heeft het Rijk € 268 miljoen, de gemeenten € 132,5 miljoen en de MRDH € 102,5 miljoen gereserveerd, plus € 72 miljoen overheveling vanuit het No Regret-pakket. Al deze bedragen zijn inclusief btw en prijspeil 2022. Nota bene: de railinfrastructuur betreft een deel van de zogenoemde Koningscorridor.

98

Huidig tracé op de Pr. Mariannelaan in Voorburg. Foto: Jurriaan Brobbels

De flankerende maatregelen die in het pakket zijn opgenomen hebben een omvang van € 45,88 miljoen inclusief btw:

99

4.2. Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten Fase Planning Investering Subsidie MRDH Budget prijspeil 2025 Rol MRDH

: Verkenning : Afronding verkenning eind 2025 : € 1.595 miljoen inclusief 18,2% btw (inclusief Metronet en RR 3 en 4) : € 20,7 miljoen inclusief btw (prijspeil 2022) : € 19,0 miljoen exclusief btw : Participant

Het Rijk en de regio zijn een MIRT-verkenning gestart voor de Oude Lijn. Daarin worden verschillende alternatieven voor een schaalsprong tussen Leiden en Dordrecht onderzocht:  frequentie van minimaal acht sprinters per richting per uur tussen Den Haag en Dordrecht;  toevoeging van vier nieuwe stations: Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel, Rotterdam Van Nelle en Dordrecht Leerpark;  opwaardering van station Stadionpark naar City-sprinterstation;  capaciteitsmaatregelen op de stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht en gebiedsgerichte maatregelen rondom de stations in samenhang met de daar geplande woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen.

De partijen stellen tijdens de verkenningsfase een bestuursovereenkomst op. Hierin staan de afspraken over de integrale ontwikkeling van de knooppunten en de nieuwe stations op basis van het Voorkeursalternatief en de financiële bijdragen van verschillende partijen aan een integrale knooppunt- en stationsontwikkeling: stationsgebouw, buitenruimte, last-mile, gerelateerde gebiedsen vastgoedontwikkeling. Deze bestuursovereenkomst wordt samen met het besluit over het Voorkeursalternatief vastgesteld.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15452087/1