CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1 - Monitor Samenleven in kleurrijk Schiedam 2025

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:5.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Samen leven in kleurrijk Schiedam Onderzoek naar gedrag en beleving van samenleven en discriminatie

maart 2025

1

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Versiebeheer Datum: maart 2025 Versie: 1.0 Auteur: Kenniscentrum Schiedam https://mes.incijfers.nl/ kenniscentrum@schiedam.nl

2

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Inhoudsopgave 1

Inleiding en respons

4

2

Acceptatie en sociale veiligheid

7

3

Beleving, gedrag en slachtofferschap

9

3.1 3.2

9 11

Afwijzend gedrag Ervaren discriminatie

4

Samen leven en inclusie

16

5

Kansengelijkheid als beleidsprincipe

18

6

Conclusies op hoofdlijnen

21

6.1 6.2

21 22

Bevindingen Wat betekent dit nu?

3

Samen leven in kleurrijk Schiedam

1

Inleiding en respons Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam heeft de “Agenda Samenleven in een kleurrijk Schiedam” vastgesteld. Hierin wordt gesteld dat Schiedam een groeiende stad is die steeds diverser wordt, waardoor (mede) sprake is van een levendige en dynamische gemeenschap. Omdat de gemeente Schiedam vindt dat er in deze veranderende omgeving plek moet zijn voor alle Schiedammers en dat iedereen zich welkom voelt en mee kan doen, is het Kenniscentrum gevraagd onderzoek te doen naar de mate waarin dit nu al het geval is. In dit onderzoek worden binnen deze thematiek de sentimenten, gedragingen en ervaringen van verschillende groepen Schiedammers geanalyseerd. Deze monitor geldt als nulmeting die dient om in de komende jaren de ontwikkelingen te kunnen volgen.

Om te kunnen bepalen in hoeverre mensen zich sociaal veilig voelen, in welke mate discriminatie in Schiedam wordt ervaren en anderzijds gedrag tonen dat als kwetsend kan worden ervaren door anderen is een vragenlijst ontwikkeld. Deze vragenlijst is uitgezet onder het Schiedamse gemeentelijke internetpanel. Ook is via de (social media) communicatiekanalen van de gemeente een oproep geplaatst om de vragenlijst in te vullen.

Figuur 1.1: respons Onvolledig ingevuld

Volledig ingevuld

Totaal

Absoluut

Relatief

Absoluut

Relatief

Absoluut

Respons

Panel

125

2,2%

1725

29,8%

1850

32%

Open link

17

64

81

De onderzoeksdata zijn voor zover nodig gecorrigeerd met weegfactoren, zodat een representatieve afspiegeling ontstaat van de totale Schiedamse bevolking in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. De uitkomsten van het onderzoek leveren daarmee een betrouwbaar beeld op van de mening van de Schiedammer in de genoemde leeftijdscategorie.1

Wie, wat en hoe? Gebruikte definities, deelnemers onderzoek en totstandkoming vragenlijst Dit is de eerste keer dat dit onderwerp binnen Schiedam wordt onderzocht. Voor de ontwikkeling van deze Monitor gelden vanzelfsprekend de Schiedamse beleidskaders als leidend principe. Ondersteunend hieraan heeft voorafgaand aan dit onderzoek een korte deskstudy plaatsgevonden.

1

Op basis van de totale (volwassen) populatie en het aantal respondenten bedraagt de foutenmarge afgerond 2% bij een betrouwbaarheidsinterval van 95%.De wegingswaarden voldoen daarnaast aan de methodologische spelregels.

4

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Inclusie is de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Inclusie staat dus tegenover uitsluiting en discriminatie. Discriminatie is immers het maken van onderscheid (meer specifiek het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen of groepen) op basis van kenmerken die niet relevant zijn in een gegeven situatie. Om te bepalen welke groepen specifiek in dit onderzoek meegenomen zouden moeten worden als potentieel gemarginaliseerde groep, is allereerst gekeken naar de Agenda Samenleven in een kleurrijk Schiedam en artikel 1 van de Grondwet. Daarnaast is bekeken welke groepen het College voor de Rechten van de Mens, Radar en het Sociaal-Cultureel Planbureau onderscheiden in hun onderzoeken naar en/of het bestrijden van discriminatie. RADAR heeft daarnaast geadviseerd op de te gebruiken benaming van de gespecificeerde groepen en op de vragenlijst. Aan de deelnemers van dit onderzoek is gevraagd of zij zelf deel uitmaken van een potentieel kwetsbare of gemarginaliseerde groep. Dit niet alleen omdat deze zelfverklaring en deze zelfidentificatie relevant zijn voor zaken als sociale veiligheidsbeleving of ervaren discriminatie binnen de context van de onderzoeksopdracht, maar ook om met de resultaten gericht uitvoering te kunnen geven aan de Agenda Samenleven in een kleurrijk Schiedam.

Aan de Schiedammers die zelf hebben aangegeven niet tot een gediscrimineerde groep te behoren, wordt in dit onderzoeksrapport gerefereerd als de “algemeen aanvaarde groep”2. De Schiedammers die zelf hebben verklaard tot één of meerdere groepen te behoren die wel eens gediscrimineerd worden aangehaald als “potentieel gemarginaliseerde groep”.

Figuur 1.2: Behoor je zelf tot één van de (minderheids)groepering(en) die soms gediscrimineerd wordt (of worden)? (n=1749)

29% Ja

Nee

71%

2

In de wetenschap wordt vaak gesproken van de “dominante groep”. Dit is de overheersende cultuur van een land. Het is de cultuur die gevolgd wordt door de grootste groep mensen en dus het breedst gedragen is.

5

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Figuur 1.3: Tot welke groep(en) die soms gediscrimineerd worden, behoor je? (n=500) Andere herkomst dan Nederland Homoseksueel, lesbisch of biseksueel+ Persoon van kleur Lid van een geloofsgemeenschap Psychische kwetsbaarheid/aandoening Anders, namelijk Fysieke beperking/aandoening Laag inkomen of uitkering Gepensioneerd/oudere Vrouw Wil ik niet zeggen Taalachterstand Aseksueel/aromantisch Transgender, non-binair of genderfluïde Polyseksueel of -amoreus

38% 23% 17% 15% 13% 12% 11% 8% 6% 5% 3% 3% 2% 2% 1% 0%

20%

40%

60%

De lijst met potentieel gemarginaliseerde categorieën is niet volledig; als gezegd, zijn alleen de grootste groepen en de groepen waarvoor specifieke wetgeving is vastgesteld. Mensen die tot een niet genoemde potentieel gemarginaliseerde groep (of subcultuur) behoren, zijn in de gelegenheid gesteld dit op te merken onder “Anders, namelijk…” Onder “Anders, namelijk…” zijn de volgende groepen het meest frequent genoemd3: - Omdat ik een blanke Nederlander ben (31) - Omdat ik overgewicht heb (4) - Omdat ik Katholiek/Christen ben (3) - Omdat ik een hardwerkende belastingbetaler ben (3)

Leeswijzer In dit onderzoek zijn drie aspecten van inclusie en discriminatie in samenhang bekeken. Zowel de beleving, als het gedrag van Schiedammers, is onderzocht, evenals daadwerkelijk ervaren discriminatie in Schiedam. Bij beleving en gedrag is onderscheid gemaakt tussen Schiedammers die aangeven tot een potentieel gemarginaliseerde groep te behoren en Schiedammers die aangeven dat dit niet het geval is. Ook is gekeken hoe de verschillende (groepen) Schiedammers aankijken tegen inclusie als principe en als gemeenschappelijk beleidsonderwerp. In hoofdstuk 2 worden de resultaten op het gebied van sociale veiligheid en acceptatie beschreven, waarna in hoofdstuk 3 ervaren discriminatie en afwijzend gedrag door de algemeen aanvaarde groep wordt gepresenteerd. In Hoofdstuk 5 komt vervolgens de mate waarin groepen Schiedammers juist werkelijk samen of juist gesegregeerd leven aan de orde. De vraag hoe Schiedammers aankijken tegen kansengelijkheid als leidend principe is onderzocht aan de hand van diverse stellingen. De vraag wordt beantwoord in hoofdstuk 6. Tenslotte worden in het afsluitende hoofdstuk “Bevindingen” de belangrijkste resultaten per thema op een rij gezet en wordt een schets gegeven van de bredere context. 3

Alle open antwoorden zijn geanonimiseerd en overgedragen aan de betrokken beleidsafdeling.

6

Samen leven in kleurrijk Schiedam

2

Acceptatie en sociale veiligheid Een belangrijk onderdeel van ‘samen leven’ is de mate waarin Schiedammers zich veilig voelen om zichzelf te zijn en hun eigen mening te geven, ook als dit afwijkt van de meerderheid, zonder bang te zijn om afgewezen te worden. Dit zijn specifieke aspecten van sociale veiligheid, die identiteitsveiligheid genoemd worden.

Aan de Schiedammers zijn verschillende stellingen voorgelegd op het gebied van sociale veiligheidsbeleving, individualisme en identiteitsveiligheid. In Figuur 2.1 is te zien dat een meerderheid van de Schiedammers zich over het algemeen veilig voelt en de ruimte krijgt om zichzelf te zijn.

Figuur 2.1: Stellingen over sociale en identiteitsveiligheid Ik voel me vrij om mijn gedachten of meningen te delen met mensen in mijn omgeving

68%

Ik krijg dezelfde kansen als anderen

63%

Ik moet me anders voordoen om me aanpassen om erbij te horen

18%

20%

20%

61%

61%

22%

Ik voel me overal veilig om mezelf te zijn Ik voel me geaccepteerd zoals ik ben

78% 0%

(Helemaal) mee eens

17%

20%

Niet eens, niet oneens

40%

15% 17%

17% 14% 9%

60%

80%

100%

(Helemaal) oneens

Bij een nadere analyse van de antwoorden van de respondenten blijkt dat mannen vaker positief antwoorden dan vrouwen en andere genderexpressies. Ook op wijkniveau zijn verschillen zichtbaar : in de wijken Nieuwland, Groenoord en Zuid ervaren Schiedammers minder identiteitsveiligheid dan in wijken als Spaland/Sveaparken en Kethel. Een vergelijking tussen de leeftijdscategorieën levert geen significante verschillen op. Als de meningen over bovenstaande stellingen worden bekeken in het licht van de doelgroepen van dit onderzoek, worden grote verschillen zichtbaar in de beleving van de sociale veiligheid. In onderstaande grafieken (Figuren 2.2 tot en met 2.6) worden deze meningen weergegeven voor drie verschillende groepen, de algemeen aanvaarde groep, mensen die zelf hebben aangegeven tot een potentieel gemarginaliseerde groep te behoren en de mensen die daadwerkelijk discriminatie hebben ervaren gedurende het laatste jaar in Schiedam (zie hoofdstuk 3).

Let op! In de figuren hieronder staan geen volledig separate groepen Schiedammers weergegeven; er is sprake van overlap. De groep “Daadwerkelijk discriminatie ervaren” is grotendeels onderdeel van de Potentieel gemarginaliseerde groep, terwijl sommige van de ze mensen onderdeel zijn van de algemeen aanvaarde groep.

7

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Figuur 2.2: Ik voel me vrij om mijn gedachten of meningen te delen met mensen in mijn omgeving Daadwerkelijk discriminatie ervaren

35%

30%

Potentieel gemarginaliseerde groepen

35%

87%

Algemeen aanvaarde groep

21%

23%

56%

10% 3%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) eens

niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Figuur 2.3: Ik voel me overal veilig om mezelf te zijn Daadwerkelijk discriminatie ervaren

30%

Potentieel gemarginaliseerde groepen

22%

40%

49% 28%

Algemeen aanvaarde groep

32%

71%

19%

10%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) eens

niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Figuur 2.4 : Ik moet me anders voordoen of me aanpassen om erbij te horen Daadwerkelijk discriminatie ervaren

43%

Potentieel gemarginaliseerde groepen Algemeen aanvaarde groep

29%

34% 11%

31%

15%

18% 35%

73%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) eens

niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Figuur 2.5: Ik krijg dezelfde kansen als anderen

Daadwerkelijk discriminatie ervaren Potentieel gemarginaliseerde groepen

29%

22%

40%

Algemeen aanvaarde groep

49% 19%

36%

72%

24%

9%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) eens

niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Figuur 2.6: Ik voel me geaccepteerd zoals ik ben Daadwerkelijk discriminatie ervaren

36%

Potentieel gemarginaliseerde groepen

22% 56%

Algemeen aanvaarde groep

43% 21%

73%

23% 15%

11%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) eens

niet eens, niet oneens

8

(Helemaal) oneens

Samen leven in kleurrijk Schiedam

3

Beleving, gedrag en slachtofferschap Wat ervaren Schiedammers en welk gedrag zien zij om zich heen op het gebied van vooroordelen en discriminatie? Om een beeld te krijgen van de mate waarin dit voorkomt in Schiedam is allereerst gevraagd in welke mate Schiedammers tekenen van uitsluiting en discriminatie zien in hun eigen omgeving.

3.1 Afwijzend gedrag In Figuur 3.1 is te zien dat met name in de openbare ruimte tekenen te zien zijn van negatieve uitingen over (mogelijk) kwetsbare groepen. Van de respondenten geeft 23% aan dat dit vaak voorkomt en 30% dat dit soms voorkomt. Het gaat dan met name om graffiti en het bekladden en bekrassen van straatmeubilair of de stoelen in het openbaar vervoer met discriminerende uitingen. Onaardig bedoelde grappen daarna komen het meest frequent voor: in totaal zegt 47% van de Schiedammers aan dat dit soms (38%) of vaak (9%) voorkomt in hun directe omgeving. Hierop volgt met 46% (12% ‘vaak’ en 34% ‘soms’) negatieve opmerkingen of uitschelden. Opmerkelijk is dat 33% van de Schiedammers vaak of soms agressie of bedreiging waar zegt te nemen.

Figuur 3.1: Hoe vaak zie je in je eigen omgeving (familie, vrienden, school, werk, sport, etc) onderstaand gedrag over groepen of personen die anders zijn dan jijzelf?4 Het bekrassen, bekladden of vernielen van objecten in de openbare ruimte (graffiti,…

23%

39%

8%

49%

5%

Negatieve opmerkingen of uitschelden

12%

Het bekrassen, bekladden of vernielen van persoonlijk eigendom

11%

25%

56%

9%

Ongelijke behandeling

10%

27%

51%

12%

Onaardig bedoelde grappen

9%

Bedreiging of agressie

8%

34%

38%

45%

25%

60%

8% 8%

Mensen uitsluiten van activiteiten 5% 16%

63%

16%

Seksuele intimidatie of lastig vallen 4% 18%

64%

14%

0% Komt vaak voor

4

30%

Komt soms voor

25%

50%

Komt (bijna) nooit voor

75%

100%

Weet niet/geen mening

Het verdient vermeld te worden dat de beantwoording van deze vraag hoogstwaarschijnlijk niet alleen over de gemeente Schiedam zelf gaat. Binnen de regionale agglomeratie bewegen mensen zich immers frequent over de stadsgrenzen heen, zowel in de vrije tijd, als voor werk/school. Hetzelfde geldt voor de voertuigen in het openbaar vervoer. Dit wordt bevestigd in de open antwoorden op de volgende vragen.

9

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Om een beeld te verkrijgen van welke specifieke groepen Schiedammers kans lopen om gemarginaliseerd te worden, is aan alle respondenten gevraagd over welke groepen er negatieve grappen of opmerkingen worden gemaakt in hun omgeving en in welke mate5. In Figuur 3.2 is te zien dat de meeste negatieve opmerkingen worden gemaakt over mensen met een andere herkomst en ‘overige’ groepen. Onder deze laatste valt bijvoorbeeld seksistische grappen of grappen over vaccinatiestatus. Mensen met een ander geloof en leden van de regenbooggemeenschap volgen hierna.

Figuur 3.2: In welke mate worden in jouw omgeving wel eens negatieve opmerkingen gemaakt over de volgende groepen?6 Mensen met een andere herkomst

6%

14%

Overige groepen (seksistische grappen, ongevaccineerden, etc)

5%

12%

Mensen met een ander geloof 4%

10%

Leden van de regenbooggemeenschap 4%

10%

59%

51%

51%

44%

3% Mensen van een andere generatie Mensen met een psychische of mentale aandoening/kwestbaarheid Mensen met een lichamelijke beperking

10% 2% 4%

31%

2% 4%

27%

0%

20% Vaak

6

43%

Regelmatig

40%

60%

80%

Soms

Het is niet onvoorstelbaar dat in de beantwoording van deze vragen ‘social bias’ een rol heeft gespeeld. Deze sociale waarschijnlijkheidsbias (beter bekend als social desirability bias) is de neiging van respondenten om antwoorden te geven waarvan zij denken dat die door de onderzoekers of de andere participanten gunstig zullen worden beoordeeld.

10

Samen leven in kleurrijk Schiedam

3.2 Ervaren discriminatie Aan de Schiedammers is tevens gevraagd of zij de laatste 12 maanden in Schiedam zelf discriminatie hebben meegemaakt. De vraag is op deze wijze geformuleerd om online discriminatie (bijvoorbeeld op social mediakanalen) uit te sluiten.

Figuur 3.3: Ben je in de laatste 12 maanden zelf gediscrimineerd in Schiedam?

7% 15%

Nee Ja Ik twijfel

78%

Gevraagd naar de “reden” voor de discriminatie, geeft iets meer dan 42% aan dat dit vanwege de huidskleur of herkomst van betrokkene is geweest (figuur 3.4). Leeftijdsdiscriminatie werd door 16% van de mensen die discriminatie hebben ervaren in Schiedam, genoemd. “Anders, namelijk…” werd door 62 mensen ingevuld. Het open antwoord “omdat ik blank/Nederlander/geboren Schiedammer ben” is 31 maal genoemd. Verder veel genoemd zijn gewicht en lichaamslengte. Ook zijn klachten over de gemeente Schiedam, buren, het verkeer en eenmaal de vaccinatiestatus gemeld.

Figuur 3.4: Om welke reden werd je gediscrimineerd? (n=433) Mijn huidskleur of herkomst

42%

Mijn leeftijd

16%

Anders, namelijk

15%

Mijn geslacht of gender

14%

Mijn geloof of godsdienst

11%

Mijn fysieke beperking/aandoening

9%

Mijn inkomen

8%

Als onderdeel van de regenbooggemeenschap

7%

Mijn mentale of psychische beperking of…

7%

Mijn levensovertuiging

5%

Mijn taalachtersstand

5%

Dat wil ik niet zeggen

5% 0%

10%

11

20%

30%

40%

50%

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Gevraagd naar de vorm van discriminatie die de respondenten hebben ondervonden (Figuur 3.5, pagina 12), gaven 232 mensen (55%) aan dat zij het slachtoffer zijn geweest van beledigende opmerkingen, terwijl 157 mensen stellen dat zij het slachtoffer zijn geweest van vervelende grappen (Figuur 3.5). Beide zijn voorbeelden van verbale agressie of intimidatie. Dit geldt ook voor bedreigingen (73 mensen) en negatieve reacties door het niet behoren tot de algemeen aanvaarde groep (60 maal genoemd). Een kwart van de Schiedammers die de laatste 12 maanden gediscrimineerd is (105 mensen) kreeg gedurende het laatste jaar niet dezelfde kansen kregen als anderen, terwijl zij wel hetzelfde te bieden hebben. 25 Van de Schiedammers die in Schiedam discriminatie heeft ervaren, zegt dat zij buitengesloten van een activiteit. Als het gaat om fysieke agressie, komt het vernielen, bekladden of bekrassen van spullen het vaakst voor (29). ‘Ik ben aangevallen’ wordt 24 keer genoemd en 23 mensen geven aan seksueel lastig te zijn gevallen of geïntimideerd. Onder “Anders, namelijk” worden vooral fluisteren, staren en naroepen genoemd. Ook het bezet houden van invalidenparkeerplaatsen wordt vermeld. Ten slotte worden nog het niet (of niet op de juiste volgorde) geholpen worden in winkels wordt genoemd, evenals genegeerd worden als klant.

Verreweg de meeste voorvallen van discriminatie vonden plaats op straat en in de vrije tijd (Figuur 3.6).

Figuur 3.5: Welke vorm van discriminatie heb je meegemaakt? (absolute aantallen, n=420) Beledigende opmerkingen

232

Vervelende grappen

157

Ik kreeg niet dezelfde kansen, terwijl ik hetzelfde te bieden heb

105

Ik werd bedreigd

73

Onderlinge verschillen leidden tot negatieve reacties

60

Anders, namelijk

43

Mijn spullen zijn bekrast, beklad en/of vernield

29

Ik mocht niet meedoen aan een activiteit

25

Ik ben aangevallen

24

Ik werd seksueel lastig gevallen en/of geïntimideerd

23 0

12

50

100

150

200

250

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Figuur 3.6: In welke omgeving vond de discriminatie plaats? (in absolute aantallen) In mijn vrije tijd (winkelen, op straat, e.d.)

271

Op het werk

65

Door de overheid

64

Arbeidsmarkt

57

In het uitgaan

56

Anders, namelijk

49

Woningmarkt

41

In het onderwijs (ook bijv. schooladvies kinderen)

36

Bij een sport- of hobbyvereniging

35

In de zorg

32

Bij een welzijnsorganisatie of -instelling

22

In mijn eigen familie

20

In mijn geloofsgemeenschap

3

Stageplek (verkrijgen of ter plaatse)

3 0

50

100

150

200

250

300

Onder “Anders, namelijk” zijn vooral zaken omtrent de directe woonomgeving genoemd, zoals buren, binnen de VvE en in mijn flat. Ook het openbaar vervoer werd meermalen genoemd als plek waar de discriminatie plaats vond. De Schiedammers die aangeven door de overheid te zijn gediscrimineerd spreken van discriminatie vanwege herkomst en/of huidskleur (zowel Schiedammers met, als zonder migratieachtergrond), leeftijd (geen gratis OV in Schiedam), problemen op de woningmarkt, beledigende opmerkingen, problemen in het ov, bij werving- en selectieprocedures en kansenongelijkheid. Gevraagd of men melding heeft gemaakt van de voorvallen, geeft bijna 7 procent aan van alle voorvallen melding te hebben gedaan. Elf procent van de mensen geeft aan van één (of enkele) gevallen van discriminatie aangifte te hebben gedaan. Een grote meerderheid van 72,6% antwoordt dat er geen melding is gemaakt (Figuur 3.7).

Figuur3.7: Heb je van dit incident of deze incidenten melding gemaakt?

Ja (allemaal)

7% 11%

2%

Ja (van enkele) Nog niet, maar dat ga ik wel doen Ik twijfel nog of ik dit zal doen Nee

8%

73%

13

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Aan de mensen die hebben aangegeven geen melding te hebben gemaakt of die nog twijfelen, is gevraagd wat de reden was van deze aarzeling. In Figuur 3.8 is te zien dat er in meerderheid wordt aangenomen dat er niets mee gebeurt. Ook gebrek aan bewijs (25%), niet belangrijk genoeg (21%) en niet erg genoeg (17%) worden frequent genoemd. De enkele mensen die “anders, namelijk” hebben ingevuld, gaven aan dat het te vaak voorkomt om te melden, dat het voor de politie geen prioriteit heeft of dat “je tegen een stootje moet kunnen”. Ook stelden mensen dat discriminatie van leden van de algemeen aanvaarde groep niet geloofd en niet belangrijk genoeg gevonden wordt en dat melding doen dus zinloos is.

Figuur 3.8: Wat zijn de belangrijkste redenen dat je géén melding hebt gemaakt of nog twijfelt? (maximaal 2 antwoorden) Er gebeurt toch niets mee

60%

Ik kan het niet bewijzen

25%

Ik vond het niet belangrijk genoeg

21%

Het was niet erg genoeg

17%

Het was te ingewikkeld om melding te doen

8%

Ik wist niet dat ik hier melding van kon doen

8%

Ik twijfel of het discriminatie was

6%

Aangifte of melden is niet de juiste manier

4%

Ik heb geen vertrouwen in de meldpunten

3%

Angst voor negatieve gevolgen

1% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

Aan de mensen die melding hebben gedaan van discriminatie is gevraagd waar zij dit gemeld hebben. Van de 78 mensen die melding hebben gedaan, hebben er 29 aangifte gedaan bij de politie.

Figuur 3.9: Waar heb je melding gedaan of zou je dat willen doen? (absolute aantallen) Politie (aangifte)

29

Anders, namelijk

27

Vertrouwenspersoon op werk/school

11

Weet ik niet (meer)

5

Meldpunt Internet Discriminatie

3

Nationale Ombudsman

2

RADAR

1

Kinderombudsman

0

Antidiscriminatiebureau Rijksoverheid

0

College voor de Rechten van de Mens

0 0

5

10

14

15

20

25

30

35

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Onder “Anders, namelijk” worden de volgende meldingsmethoden genoemd: - de gemeente of onderdelen van de gemeente (10x) - bij de manager/organisatie waar de discriminatie plaatsvond (4) - Veilig Thuis (1x) - een Veilig Incidenten Melden (voor de zorgsector) (1 maal) - rechtsbijstandverzekering (1 keer) - de wijkagent (1x) - de politie (geen aangifte, maar melding; 1 maal).

Vanaf 1 januari 2024 zijn de verschillende meldpunten voor discriminatie samengegaan in Discriminatie.nl. In Figuur 3.10 is weergegeven in hoeverre Schiedammers hiermee bekend waren ten tijde van het veldwerk voor dit onderzoek.

Figuur 3.10: bekendheid met Discriminatie.nl

17%

Ja, ik ken discriminatie.nl Nee, ik ken dit niet

83%

15

Samen leven in kleurrijk Schiedam

4

Samen leven en inclusie Een belangrijke onderzoeksvraag was bekijken in welke mate de bevolkingsgroepen die in Schiedam wonen, onderling samenleven of juist gesegregeerd zijn. Om dit te onderzoeken is niet bekeken in welke mate de wijken onderling van elkaar verschillen op demografische of sociaaleconomische kenmerken, maar is specifiek gekeken naar de samenstelling van vriendengroepen. Dit zijn immers keuzes die mensen zelf maken en waarin mensen autonoom zijn.

Aan de Schiedammers is gevraagd óf zij mensen in hun vriendengroep hebben die tot andere groepen behoren, dan waartoe zij zelf behoren. Hierbij zijn verschillende thema’s onderscheiden, zoals herkomst, huidskleur, seksuele gerichtheid, psychische en lichamelijke beperkingen en religie. Er is gekozen voor een vraag over vriendschap, omdat dit mensen zijn waarvoor bewust gekozen wordt, in tegenstelling tot familie, collega’s of leden van een sportteam7.

Figuur 4.1: Hoeveel vrienden heb je die op onderstaande aspecten anders zijn dan jij?

Andere generatie

34%

58%

8%

Andere herkomst en/of huidskleur

23%

59%

16%

Andere geloofsovertuiging

21%

66%

14% 5%

Uit de regenbooggemeenschap Psychische aandoening/kwetsbaarheid

13%

55%

8%

55%

Andere groepen 5% Andere inkomensgroep

26%

33%

31% 36%

18% 49%

6% 26%

62%

Lichamelijke beperking 4%

6%

15% 5% 44%

3%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Ja, veel

7

Ja, enkele

Nee

Weet ik niet / wil ik niet zeggen

Overigens blijkt zowel uit psychologisch, als neurologisch onderzoek dat het gezegde ‘onbekend maakt onbemind” op waarheid stoelt, evenals het tegenovergestelde. Het bekend zijn met een divers samengesteld groep mensen zal onderling begrip vergroten, wat een drukkend effect zal hebben op generalistische denkbeelden. Zie bijvoorbeeld het Mere Exposure Effect, cognitieve dissonantie of het onderzoek van Adolphs et al. Naarangstreacties in de amygdala uit 1989.

16

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Als ingezoomd wordt op de groep respondenten die zelf aangeeft tot een potentieel gemarginaliseerde groep te behoren, blijkt dat mensen die hierop “ja” antwoorden vaak een diverser samengestelde vriendengroep hebben dan mensen die niet behoren tot een groep die wel eens discriminatie ervaart (Figuur 4.2, pagina 14). Ook mensen die jonger zijn dan 35 jaar geven vaker aan een diverse vriendengroep te hebben. Dit geldt voor alle in deze vraag onderscheiden aspecten, met uitzondering van vrienden met een lichamelijke beperking. Dat aandeel neemt juist toe in hogere leeftijdscategorieën.

Figuur 4.2: Heb je vrienden uit de volgende groepen die afwijken van de groep waartoe je zelf behoort? (PGG=potentieel gemarginaliseerde groep; AAG= algemeen aanvaarde groep) Andere geloofsovertuiging (PGG)

32%

Andere geloofsovertuiging (DG)

18%

Andere generatie (PGG)

17%

54%

31%

Andere herkomst/huidskleur (PGG)

15%

Lichamelijke beperking (PGG)

9%

66%

53%

8% 19%

38%

48%

50%

29%

53%

8%

Mentale/psychische aandoening (PGG)

20%

66%

Lichamelijke beperking (AAG) 2%

Lid van regenbooggemeenschap (PGG)

7%

63%

26%

Andere inkomensgroep (AAG)

9%

53%

17%

Andere inkomensgroep (PGG)

6%

60%

40%

Andere herkomst/huidskleur (AAG)

8%

65%

40%

Andere generatie (AAG)

Lid van regenbooggemeenschap (AAG)

61%

19%

62%

19%

30%

54%

Mentale/psychische aandoening (AAG) 5%

60%

0%

25%

Ja, veel

Ja, enkele

17

35% 50%

Nee

27%

75%

100%

Samen leven in kleurrijk Schiedam

5

Kansengelijkheid als beleidsprincipe Om een beeld te krijgen van de houding van Schiedammers tegenover meer principiële aspecten van diversiteit en samenleven is aan de deelnemers een zevental stellingen voorgelegd. Met de antwoorden op deze vragen wordt tevens gemeten in welke mate er sprake is van draagvlak voor het inclusiebeleid van de gemeente.

In Figuur 2.3 is de verdeling van de meningen van de Schiedammers ten aanzien van deze aspecten weergegeven.

Figuur 5.1: Mening over stellingen8 In Nederland hoort iedereen gelijke kansen te hebben

87%

7%

5%

Het is belangrijk dat verschillen worden geaccepteerd

86%

11%

3%

Het is belangrijk dat verbinding wordt gezocht, omdanks de verschillen

83%

14%

3%

De gemeente moet ervoor zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt

72%

Het personeel van de gemeente Sdam moet een afspriegeling zijn van de Sdamse samenleving

19%

54%

23%

Er is te veel aandacht voor inclusie en diversiteit

39%

23%

Discriminatie is een probleem in Schiedam

34%

28%

0%

20%

40%

7% 2%

18%

31%

15% 60%

(Helemaal) mee eens

Niet mee eens, niet oneens

(Helemaal) niet mee eens

Weet niet/geen mening

5%

7%

23% 80%

100%

Een (grote) meerderheid van de Schiedammer geeft niet alleen aan dat iedereen gelijke kansen hoort te hebben, maar ook dat verschillen niet moeten leiden tot segregatie. Ook stelt een duidelijke meerderheid dat de gemeente een rol heeft in het bestrijden van kansenongelijkheid. Anderzijds geeft 39% van de respondenten aan dat er desondanks te veel aandacht is voor inclusie en diversiteit. Iets meer dan een derde (34%) van de Schiedammers geeft aan dat discriminatie in Schiedam een probleem vormt.

8

Het is niet onvoorstelbaar dat ook in de beantwoording van deze vragen ‘social bias’ een rol heeft gespeeld.

18

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Omdat aan de respondenten eveneens gevraagd is of zij zelf tot een groep behoren die afwijkt van de meerderheid en/of die discriminatie kan ervaren, is het mogelijk om bovenstaande resultaten te combineren met dit gegeven. In Figuur 2.4 staan de verschillen tussen deze groepen weergegeven in de beantwoording van de stelling “in Schiedam is discriminatie een probleem”. Het aandeel van de Schiedammers dat zelf tot de zogenaamde algemeen aanvaarde groep behoort, dat zegt dat discriminatie een probleem is in Schiedam bedraagt 29% (7% helemaal mee eens en 22% mee eens), zoals te zien is Figuur 5.2. Opmerkelijk is dat 26% van deze groep aangeeft het niet te weten of geen mening te hebben. Dit aandeel is voor de Schiedammers die wel tot een potentieel gemarginaliseerde groep behoren, is in totaal 49% (17%+32%). Figuur 5.2: Discriminatie is een probleem in Schiedam Discriminatie ervaren

34%

38%

18%

4%4%

2% Potentieel gemarginaliseerde groep

17%

32%

26%

8%

15%

4% Algemeen aanvaarde groep

7%

22%

0%

29% 25%

12%

26%

50%

Helemaal mee eens Niet eens, niet oneens Helemaal oneens

75%

100%

Eens Oneens Weet niet / geen mening

Ook de meningen over de stelling “Er is te veel aandacht voor inclusie en diversiteit” zijn verdeeld, als gekeken wordt naar dit achtergrondkenmerk, maar de verschillen zijn minder groot dan bij de bovenstaande stelling.

Figuur 5.3: Er is te veel aandacht voor inclusie en diversiteit Discriminatie ervaren

19%

28%

22%

Potentieel gemarginaliseerde groep

14%

22%

Algemeen aanvaarde groep

12%

28%

24%

25%

50%

0% Helemaal mee eens Niet eens, niet oneens Helemaal oneens

21%

16%

23%

12%

16%

18% 75%

11%

8% 100%

Eens Oneens Weet niet / geen mening

Voor de andere stellingen uit dit blok geldt dat er géén significante verschillen waarneembaar zijn tussen deze drie onderscheiden groepen. Wanneer echter gekeken wordt naar de meningen per

19

Samen leven in kleurrijk Schiedam

leeftijdscategorie, zijn wel verschillen zichtbaar. In Figuur 5.4 is te zien dat de jongere leeftijdscategorieën in mindere mate van mening zijn er te veel aandacht is voor inclusie en diversiteit in Schiedam.

Figuur 5.4: Er is te veel aandacht voor inclusie en diversiteit naar leeftijdscategorie 65+

14%

50-64 jr.

14%

35-49 jr.

17%

<=34 jr.

11% 0%

10%

Helemaal eens

31%

28%

35%

24%

23%

27%

25% 20% Eens

40%

8%

17%

9%

23%

22% 30%

19%

23%

50%

60%

Niet eens, niet oneens

70% Oneens

12%

20% 80%

90%

100%

Helemaal oneens

Als bekeken wordt in welke mate discriminatie als probleem wordt gezien en ervaren in Schiedam per leeftijdsgroep, wordt zichtbaar dat Schiedammers tot 50 jaar in grotere mate van mening zijn dat dit inderdaad het geval is. De cijfers in Figuur 5.4 en 5.5 zijn wellicht (deels) te verklaren door de demografische samenstelling van de Schiedamse bevolking: in de leeftijden onder de circa 50 jaar, is er sprake van een groter aandeel Schiedammers met een migratieachtergrond.9

Figuur 5.5: Discriminatie is een probleem in Schiedam 65+

9%

28%

50-64 jr.

11%

35-49 jr.

12%

<=34 jr.

10%

Helemaal eens

9

31%

41%

37%

16% 0%

45%

32% 20% Eens

30%

40%

50%

Niet eens, niet oneens

15%

3%

14%

4%

31%

14%

6%

29%

16%

7%

60%

70% Oneens

80%

90%

100%

Helemaal oneens

Zie hiertoe bijvoorbeeld de Staat van de stad 2024 – gemeente Schiedam, pagina 10 op Publicaties | Maassluis - Schiedam in Cijfers.

20

Samen leven in kleurrijk Schiedam

6

Conclusies op hoofdlijnen

6.1 Bevindingen Hieronder staan per thema de meest opvallende en breedst gedragen bevindingen opgesomd. Sociale veiligheid 

Over het algemeen ervaren Schiedammers een grote mate van sociale veiligheid en identiteitsveiligheid.

Echter, Schiedammers die zelf aangeven tot een potentieel gemarginaliseerde groep te behoren, voelen zich aanzienlijk minder veilig om zichzelf te zijn en voelen meer druk om zich aan te passen.

Deze druk om zich aan te passen geldt in hoogste mate voor Schiedammers die aangeven daadwerkelijk gediscrimineerd te zijn.

Afwijzend gedrag  Schiedammers zien in hun eigen omgeving regelmatig gedrag dat afwijzend is ten opzichte van groepen die anders zijn en/of potentieel gemarginaliseerde groepen.  Onaardig bedoelde grappen, graffiti of bekraste metrostoelen en uitschelden en negatieve opmerkingen komen het vaakst voor .  De meeste negatieve reacties worden gegeven vanwege een andere herkomst, mensen met een ander geloof, leden van de regenbooggemeenschap en overige groepen. Uit de open antwoorden valt op te maken dat deze ‘overige groep’ met name bestaat uit vrouwen, mensen met overgewicht en mensen die niet-gevaccineerd zijn.

Ervaren discriminatie 

Het aandeel Schiedammers dat in aanraking komt met tekenen van discriminatie bedraagt gemiddeld circa 35%. Koploper is het bekrassen of bekladden van objecten in de openbare ruimte. Ook negatieve opmerkingen, uitschelden en vervelende grappen komen vaak voor. Ongelijke behandeling en uitsluiting zijn minder zichtbaar en worden (dus) minder frequent ervaren.

Van de respondenten geeft 15% aan dat ze daadwerkelijk discriminatie hebben ervaren in de laatste 12 maanden, terwijl daarnaast 7% twijfelt of wat ze hebben meegemaakt werkelijk discriminatie was. Dit is hoger dan de 10% die het CBS rapporteerde over 2023, maar lager dan het onderzoek van het SCP uit 2020 (27%). Het aandeel van 15% komt neer op meer dan 9.000 volwassenen die in Schiedam te maken hebben gehad met discriminatie.

21

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Huidskleur en herkomst wordt door de helft van de slachtoffers als onderliggende “reden” gezien van de ervaren discriminatie, waarbij circa 30 mensen aangeven dat zij discriminatie ervaren omdat zij juist geen migratieachtergrond hebben.

73% van de mensen die het afgelopen jaar discriminatie hebben ervaren, heeft hiervan geen melding gemaakt of aangifte gedaan. Op afstand de belangrijkste reden die hiervoor wordt aangedragen is dat “er toch niets mee gebeurt”.

Visie op kansengelijkheid 

Schiedammers spreken zich in meerderheid uit als voorstander van de beginselen achter beleid om kansengelijkheid te bevorderen, maar een aanzienlijk deel geeft tegelijkertijd aan dat er te veel aandacht voor is.

Zowel mensen die tot de algemeen aanvaarde groep behoren, als mensen die tot potentieel gemarginaliseerde groepen behoren, staan in grote mate achter de aanpak om kansengelijkheid te vergroten.

Samen leven in Schiedam  Verreweg de meeste mensen hebben in hun vriendengroep mensen die tot een potentieel gemarginaliseerde groep behoren.  Mensen die zelf tot een potentieel gemarginaliseerde groep behoren, hebben een meer divers samengestelde vriendenkring.  Ook Schiedammers in de leeftijd tot 35 jaar hebben in hun vriendenkring meer mensen die afwijken van de groep waartoe zij zelf behoren dan Schiedammers in de oudere leeftijdscategorieën.

6.2 Wat betekent dit nu? Het meemaken van discriminatie heeft grote gevolgen. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelt zelfs: “De gevolgen van ervaren discriminatie zijn groot: mensen kunnen zich terugtrekken uit de samenleving, het vertrouwen verliezen in instituties of afhaken als het om onderwijs of werk zoeken gaat. Ervaren discriminatie heeft daarmee niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de bredere samenleving.” Al met al moet worden geconcludeerd dat de meningen van Schiedammers over discriminatie even divers zijn als de bevolking zelf. Verreweg de meeste mensen denken genuanceerd over inclusie en kansengelijkheid. Er blijkt uit dit onderzoek weliswaar brede steun voor antidiscriminatieregelgeving en beleid, maar sommige mensen geven – bij doorvragen – een duidelijk signaal dat zij, zoals een respondent per mail liet weten, “inmiddels wel genoeg hebben gehoord over dit onderwerp”. Het hanteren van een moralistische toon werkt averechts op een deel van de Schiedammers. Sterker, uit de open antwoorden van in onderzoek blijkt (indicatief) dat een deel van de Schiedammers zich dermate gedwongen voelt om inclusief te denken dat dit bij hen juist gevoelens van sociale onveiligheid oproept.

Samenleven, kansengelijkheid en discriminatie zijn belangrijke thema's in elke samenleving, maar ze krijgen een extra dimensie in een grootstedelijke omgeving met een zeer diverse bevolking. In Schiedam is het, gezien de demografische samenstelling van de bevolking, een belangrijk

22

Samen leven in kleurrijk Schiedam

fundament onder de sociale cohesie, economische welvaart en het algemeen welzijn van de inwoners. Het verder opheffen van eventueel resterende barrières bij de toegankelijkheid van voorzieningen is daarom van groot belang om de kansengelijkheid verder te bevorderen, van onderwijs tot gezondheidszorg, van de woningmarkt en de arbeidsmarkt tot het culturele aanbod in de stad. Een andere uitdaging is het overwinnen van vooroordelen en stereotypen, zonder hierbij belerend of moralistisch te worden. Dit werkt immers vaak averechts. Van belang lijkt hierbij om te bevorderen dat de verschillende groepen – vooral informeel – met elkaar in contact komen om op deze manier (sociale) segregatie te mitigeren. De resultaten van dit onderzoek onderstrepen het belang van de Uitvoeringsagenda Samenleven in Schiedam om de Schiedammers te faciliteren in het creëren van een meer harmonieuze en gelijkwaardige samenleving, zodat de kansen die diversiteit biedt optimaal worden benut.

23

Samen leven in kleurrijk Schiedam

Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16043584/1