Bijlage 1 Herziening regeling kostenverdeelsleutel Stroomopwaarts MVS 2024 - 2029
Tekst van het document
Bijlage 1: Herziening regeling kostenverdeelsleutel Stroomopwaarts MVS 2024 - 2029 Inleiding De totale jaarbegroting van Stroomopwaarts heeft een omvang van circa € 165 miljoen (primaire begroting 2023). Hiervan wordt ruim € 15 miljoen gedekt door directe baten en een bedrag van circa 150 miljoen wordt verrekend met de drie gemeenten. Hiervan wordt meer dan de helft direct verrekend met de drie gemeenten in het lopend boekjaar op basis van de feitelijke netto kosten, met name: ·
Armoedevoorzieningen (ruim € 5 miljoen)
·
Inkomensvoorzieningen (ruim € 78 miljoen)
·
Maatwerk (ruim € 1 miljoen)
·
Loonkostensubsidies banenafspraak en beschut (netto ruim € 3 miljoen)
·
Verstrekkingen inburgering (ruim € 1 miljoen).
In totaal circa € 89 miljoen. Het gaat hier (met uitzondering van maatwerk) om de zuivere uitkeringen en subsidies, niet om de bijbehorende uitvoeringslasten. De resterende begrotingsbedragen (ruim € 60 miljoen) worden verdeeld op basis van een in 2018 vastgestelde gewogen verdeelsleutel. In dit bedrag zitten alle organisatielasten ter uitvoering van de betreffende regelingen, re-integratie activiteiten, de exploitatie van de Wet Sociale Werkvoorziening en Beschut en overhead (inclusief de overgedragen hosting taken ingaande 2022). Huisvesting is in verhouding een marginaal onderdeel van de begroting. De huidige kostenverdeelsleutel Er wordt onderscheid gemaakt in twee hoofdstromen: Werk en Inkomen en Werkleerbedrijf (bestaande uit WSW en Beschut). De uitvoeringskosten van Werk en Inkomen in een jaar worden verdeeld op basis van het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden per gemeente in drie voorgaande peiljaren (t-3, t-2, t-1). Die worden als volgt gewogen t-3: 20%, t-2: 30%, t-1: 50%. De uitvoeringskosten Werkleerbedrijf in een jaar worden verdeeld op basis van het aantal SE’s (sociale eenheden, gecompenseerde omvang WSW) in de meicirculaire over een periode van 3 jaar (t3, t-2, t-1). Die worden als volgt gewogen t-3: 20%, t-2: 30%, t-1: 50%.
De verdeling is dus in beide gevallen gebaseerd op historische gegevens uit voorgaande jaren, niet op de verwachte verdeling in het jaar zelf. Verschuivingen tussen de gemeenten worden hiermee vertraagd doorberekend. De uiteindelijke verdeelsleutel is een gewogen gemiddelde van de uitvoeringskosten van de twee hoofdstromen. Hierbij wordt een wijziging van het gewogen gemiddelde ten opzichte van het vorig jaar gemaximeerd tot 1%. Door deze methodiek worden grote schommelingen in de aandelen van de gemeenten uitgesloten. Feitelijk is er sprake van een solidariteitsprincipe, in geval een gemeente bijvoorbeeld te maken krijgt met een relatief grote stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Er kan dan beter voorgesorteerd worden op stijgende uitvoeringskosten in de gemeentebegroting. Voorstel toekomstige structuur verdeelsystematiek Het gehanteerde solidariteitsprincipe leidt dus tot een zekere stabiliteit in de aandelen van de gemeenten in de uitvoeringskosten van Stroomopwaarts. Dat is vanuit het oogpunt van beheersing
1
een belangrijk positief gegeven. Stroomopwaarts draagt daarbij budgetverantwoordelijkheid voor deze kosten, die taakstellend zijn. Het is echter wel wenselijk om een grotere mate van transparantie te hanteren bij de verdeling van de kosten. Bovendien wordt in de verdeelsleutel een aantal taken (met name Schuldhulpverlening, re-integratie bijstandsgerechtigden, werkgeversbenadering, begeleiding plaatsingen banenafspraak, uitvoering inburgering) nog niet expliciet meegenomen. Uitgangspunt 1 is om in de toekomst de verdeling van de uitvoeringskosten op te bouwen vanuit de begrotingsprogramma’s van Stroomopwaarts. Hiermee ontstaat ruimte om meer factoren toe te voegen aan de verdelingsmaatstaven en deze meer en logisch te verbinden aan de feitelijk uitgevoerde taken en de daarmee gemoeide kosten. Uitgangspunt 2 is om de maximering tot 1% van de mutatie van de totale relatieve gemeentelijke bijdrage te handhaven. Daarbij het definitieve aandeel in jaar t te vergelijken met het definitieve percentage van jaar t-1. De maximering van de mutatie tot 1% wordt positief ervaren, wel is meer duidelijkheid nodig over de basis van de berekening (wat wordt met wat vergeleken). Het meest logisch is om de definitieve verdeelsleutel in jaar t te toetsen aan de definitieve verdeelsleutel in jaar t-1.
Daarbij wordt gekeken naar het totale aandeel van een gemeente over de vijf programma’s (Inkomen, Werk, Werkleerbedrijf, Inburgering, Bedrijfsvoering/Overhead). Wel is het wenselijk om bij de vaststelling van de verdeelsleutel in een jaar gebruik te maken van meer actuele gegevens. Uitgangspunt 3 is om bij de vaststelling van het definitieve verdeelpercentage voor jaar t bij de weging van de aantallen ten aanzien van de bijstandsuitkeringen voortaan uit te gaan van de in de jaarstukken opgenomen standcijfers per 1 januari van de jaren t-2, t-1 en t. Nu wordt er geen gebruik gemaakt van de gegevens in de net vastgestelde jaarstukken over het voorgaande jaar, voorstel is om dat waar mogelijk wel te gaan doen. Die weging wordt dan ook in de begroting van het komende jaar een jaar “opgeschoven” door niet alleen gebruik te maken van vastgestelde gegevens uit het verleden, maar ook van begrotingscijfers. Voor de begroting van jaar t zou dat dan concreet bijvoorbeeld kunnen worden: 50% geraamd aantal uitkeringsgerechtigden per 1 januari jaar t, 30% werkelijk aantal per 1 januari jaar t-1, 20% werkelijk aantal per 1 januari jaar t-2. Die cijfers kunnen dan definitief geactualiseerd worden in de eerste Bestuursrapportage van het jaar t. De verdeelsleutel is daarmee actueler en minder verwarrend.
In de ontwerpbegroting wordt nu de definitieve sleutel van het jaar t-2 gehanteerd (voor die van 2024 dus bijvoorbeeld de definitieve verdeelsleutel voor 2022) die dan feitelijk al achterhaald is. Verdeelsleutels per begrotingsprogramma In onderstaande wordt nader ingegaan op de verdeelsleutels per begrotingsprogramma. De cijfers zijn gebaseerd op de oorspronkelijke begroting 2023. Programma Inkomen Uitgangspunt 4: voor het programma Inkomen te hanteren als verdeelsleutel: het gewogen gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen per 1 januari per gemeente over drie jaar (jaar t 50%, jaar t-1 30%, jaar t-2 20%). Daarbij wordt dan niet langer gebruik gemaakt van de gegevens uit de CBSstatistiek, maar van de door de accountant gecontroleerde gegevens uit de jaarstukken.
2
Programma 1. Inkomen
Totaal saldo
Rechtstreeks af te rekenen
Via verdeelsleutel
98.743
85.328
13.415
Waarvan: a.aanvraag
3.813
3.813
b.schuldhulpverlening
2.564
2.564
c.armoedevoorziening
7.666
6.875
791
d.inkomensvoorziening
80.570
78.453
2.117
e.participatie
4.968
4.968
Reservemutaties
-838
-838
De kosten in dit programma worden momenteel geheel verdeeld op basis van het gerealiseerde gewogen gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen in voorgaande jaren. Dat is zonder meer logisch voor de onderdelen aanvraag, inkomensvoorziening en participatie (re-integratie activiteiten groep met grote afstand tot arbeidsmarkt). Voorgesteld wordt om dit te handhaven. Het oogt minder logisch voor de onderdelen schuldhulpverlening en armoedevoorziening. Die verdeling zou gebaseerd kunnen worden op het aantal verstrekkingen en trajecten in voorgaande jaren. Nu is dat in de praktijk lastig te wegen, vanwege het grote aantal regelingen dat hieronder zit. Mogelijkheid zou zijn om bij armoedevoorzieningen het budgettaire beslag per gemeente bij de rechtstreeks af te rekenen bedragen in de voorgaande jaren (t-3, t-2, t-1) te hanteren. Het gaat hier echter om een relatief gering aandeel van de kosten. Bij schuldhulpverlening is dat lastiger, deze kosten maken geheel deel uit van de algemene dienstverlening en verdeelsleutel. Te overwegen valt om aan te sluiten bij de nieuwe KPI (Schuldhulpverlening geslaagd: schone lei en/of uitbetaalde saneringskredieten), maar dat betreft slechts een deel van de werkzaamheden. Praktischer zou zijn de koppeling met het aantal bijstandsuitkeringen te handhaven.
Die ontwikkeling is naar ons gevoel ook representatief voor de kosten van uitvoering armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening. Al met al heeft het dus de voorkeur het volledige bedrag van de via de verdeelsleutel te verdelen bedrag binnen dit programma (€ 13,415 mln) te blijven verdelen via van het gerealiseerde gewogen gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen op 1 januari in drie jaarschijven. Programma Werk Dit programma bevat een mengvorm van diverse activiteiten voor diverse doelgroepen. Uitgangspunt is om de drie onderdelen op een verschillende manier te behandelen. Programma 2. Werk
Totaal saldo
Rechtstreeks af te rekenen
Via verdeelsleutel
11.215
2.224 Loonkostensubsidies externe werkgevers
8.992 Waarvan:
3
-salariskosten WSW minus opbrengsten detacheringen 3.356 Uitvoeringskosten 4.498 Re-integratie activiteiten 1.137
1. Netto kosten WSW Uitgangspunt 5: voor onderdeel 1 programma Werk, de netto kosten WSW (detacheringen en begeleid werken) te hanteren als verdeelsleutel: het gewogen gemiddelde aantal WSW-medewerkers per gemeente (jaar t-1 50%, jaar t-2 30%, jaar t-3 20%). Daarbij wordt gebruik gemaakt van de CBSgegevens in de berekening van het gemeentefonds (meicirculaire). Bij de WSW gaat het hier om detacheringen bij werkgevers en begeleid werken. Het is in principe mogelijk die één op één met de betreffende gemeente af te rekenen. De omvang van deze kosten varieert echter (door de markt voor detacheringen) en dat zou tot een weinig stabiel beeld leiden voor de drie gemeenten. Voorgesteld wordt daarom deze te blijven verdelen via een gewogen verdeelsleutel. Daarbij zou de totale omvang van het totale aantal WSW-ers en medewerkers beschut per gemeente kunnen worden gehanteerd (dus inclusief productie en dienstverlening, verantwoord in programma 3). Ook hier dan een gewogen gemiddelde van drie jaren. 2. Uitvoeringskosten Uitgangspunt 6: voor onderdeel 2 programma Werk, uitvoeringskosten acquisitie en begeleiding, te hanteren als verdeelsleutel: het gerealiseerde aantal loonkostensubsidies bij externe werkgevers (banenafspraak) aan het einde van de drie voorgaande jaren. Weging t 50%, t-1 30%, t-2 20%. Als bron wordt daarbij gebruikt BI-tool (business information tool) van Stroomopwaarts.
De uitvoeringskosten in dit onderdeel van het programma hebben betrekking op meerdere doelgroepen: acquisitie, jobmatching, begeleiding gedetacheerde WSW-medewerkers en plaatsingen loonkostensubsidies (jobcoaching). Het uitgangspunt is om deze kosten te verdelen over de gemeenten op basis van het aantal gerealiseerde loonkostensubsidies en daarbij uit te gaan van het standcijfer op 31 december van de drie voorgaande voorgaande jaren (t 50%, t-1 30%, t-2 20%). De te maken uitvoeringskosten worden grotendeels verklaard door deze aantallen. De directe kosten van loonkostensubsidies worden bovendien al één op één verrekend met de gemeenten, deze uitvoeringskosten zijn daar in hoge mate aan gerelateerd. 3. Re-integratie activiteiten Uitgangspunt 7: voor onderdeel 3 programma Werk te hanteren als verdeelsleutel: het gewogen gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen per gemeente over drie jaar conform dat van het programma Inkomen.
4
Het budget voor re-integratie activiteiten is primair bestemd voor het activeren van bijstandsgerechtigden. Programma Werkleerbedrijf Uitgangspunt 8: voor het programma Werkleerbedrijf te hanteren als verdeelsleutel: het gewogen gemiddelde aantal WSW-medewerkers en medewerkers Beschut per gemeente over drie jaar. Daarbij wordt voor de WSW gebruik gemaakt van de CBS-gegevens in de berekening van het gemeentefonds (meicirculaire). Het aantal medewerkers Beschut wordt ontleend aan het aantal afgegeven beschikkingen per gemeente per 1 januari conform de Business Information (BI) tool van Stroomopwaarts. Weging: t: 50%, t-1: 30%, t-2: 20%. Programma 3. Werkleerbedrijf
Totaal saldo
Rechtstreeks af te rekenen
Via verdeelsleutel
18.980
1.160 loonkostensubsidies beschut en banenafspraak intern
17.820
De kosten binnen het programma Werkleerbedrijf die via de verdeelsleutel gaan, betreffen met name loonkosten WSW productie en dienstverlening en begeleidings-/uitvoeringskosten (met name werkleiding) minus omzet. Als verdeelsleutel wordt de totale omvang van het totale aantal WSW-ers en medewerkers beschut per gemeente gehanteerd (dus inclusief detachering en begeleid werken, verantwoord in programma 2). Ook hier dan een gewogen gemiddelde over drie jaren. Programma Inburgering Uitgangspunt 9: voor het programma Inburgering te hanteren als verdeelsleutel: het gewogen gemiddelde van de realisatie aantallen statushouders in voorgaande jaren over drie jaren. Bron zijn de gegevens uit de door de accountant gecontroleerde jaarstukken. Gezinsmigranten worden voor 65% meegewogen, aangezien deze minder intensief worden begeleid (gebaseerd op rekenmodel gemeenten). Programma 4. Inburgering
Totaal saldo
Rechtstreeks af te rekenen
Via verdeelsleutel
1.878
1.280 verstrekkingen
598
De kosten binnen het programma Inburgering die via de verdeelsleutel gaan, betreffen de uitvoeringskosten. Noot: vanaf 2022 komen deze gegevens beschikbaar, dus is een ingroei nodig. Percentages zijn nu alleen nog gebaseerd op 2022.
5
Programma Overhead Uitgangspunt 10: voor de verdeling van de kosten van overhead te hanteren het relatieve aandeel per gemeente (in euro’s) na doorrekening van de programma’s Inkomen, Werk, Werkleerbedrijf en Inburgering. Programma 5. Overhead en onvoorzien
Overige dekkingsmiddelen
Totaal saldo
Rechtstreeks af te rekenen
Via verdeel-sleutel
19.566
19.566
-300
-300
De kosten van overhead (programma 5) zijn een afgeleide van de kosten van de directe activiteiten, zoals deze verantwoord zijn in de programma’s 1 tot en met 4. Onder overhead vallen kosten zoals management (vanaf het niveau van teammanager), PIOFACH functies, bedrijfsbureau, kosten ICT en Facilitaire Zaken. De kosten van overhead worden berekend door de verdeelsleutel toe te passen bij de vier programma’s. De totalisering leidt tot een relatief kostenaandeel per gemeente. Dit aandeel wordt dan ook gehanteerd voor de verdeling van de kosten van overhead. Toetsingscommissie Het financiële belang van de verdeelsleutel voor de deelnemende gemeenten is groot. Het is belangrijk, dat de juistheid van de cijfers wordt getoetst. Met name bij het gebruik van gegevens vanuit de interne systemen (Business Information Tool) van Stroomopwaarts. Daarom wordt gewerkt met een ‘toetsingscommissie’ vanuit de gemeenten, in elk geval bij de vaststelling van de definitieve verdeelsleutel in het lopende jaar. Stroomopwaarts heeft daarbij in principe een ondersteunende rol. Deze commissie bestaat uit de huidige leden van het F&C-overleg Stroomopwaarts (accounthouders en financiën MVS-gemeenten).
6