Bijlage 1 Haalbaarheidsstudie Staatsliedenbuurt Schiedam
Tekst van het document
Haalbaarheidsstudie Staatsliedenbuurt Juni 2023 Ziegler | Branderhorst
Colofon
Inhoudsopgave
Titel
1. Inleiding
4
2. Opgave
6
2 juni 2023
3. Huidige situatie
8
In opdracht van Gemeente Schiedam
4. Variantenstudie
14
5. Kansrijke variant
16
6. Conclusies en aanbevelingen
22
7. Kwaliteitskaders
24
Haalbaarheidsstudie Staatsliedenbuurt Datum
Team Ziegler|Branderhorst Franz Ziegler Stef Bogaerds Anne van den Berg Hugo Morsink Niels Kraak Contact Ziegler | Branderhorst, stedenbouw en architectuur Coolhaven 96a 3024 AG Rotterdam 010 - 465 2036 info@zieglerbranderhorst.nl www.zieglerbranderhorst.nl
Ziegler | Branderhorst
2
Bijlagen: studies en beleidsstukken
1. Inleiding Dit document beschrijft de haalbaarheidsstudie die is uitgevoerd naar de Staatsliedenbuurt in Schiedam. Het is een buurt uit de jaren ‘60 met voornamelijk drie- en vier etage portiekflats en een hogere galerijflat aan de Nieuwe Damlaan. De woningen en woonomgeving zijn sterk verouderd. Een groot deel van het bezit is van de corporatie Woonplus. In 2021 is er een succesvolle aanvraag gedaan bij het Volkshuisvestingsfonds (VHF); er is een bijdrage toegekend voor herstructurering (sloopnieuwbouw corporatiewoningen) en verduurzaming van particulier bezit (VvE’s). Binnen de herstructurering wordt ingezet op verdichting, door nieuwe woningen toe te voegen in het midden- en dure segment. Het absolute aantal sociaal blijft gelijk. De Staatsliedenbuurt scoort op sociaaleconomische indicatoren het slechtst van Schiedam, waaronder op het gebied van gezondheid, leefbaarheid en veiligheid (Wijkprofiel Schiedam Nieuwland, p3, Springco 2020). De structurele fysieke ingrepen moeten een stap zijn naar een meer sociaaleconomisch veerkrachtige buurt.
Situering Staatsliedenbuurt
Deze haalbaarheidsstudie schetst stedenbouwkundige ingrepen in de Staatsliedenbuurt om te verkennen in welke mate verdichting mogelijk is. De verdichtingsstudie richt zich hoofdzakelijk op Zone 1 (zie kaart rechts), maar op bladzijde 23 wordt een voorzet gegeven voor een ontwikkeling in Zone 2. Het plangebied bestaat uit zone 1 en 2. De ruimtelijke verkenning in dit document is hoofdzakelijk gericht op zone 1 Ziegler | Branderhorst
4
2. Opgave Deze haalbaarheidsstudie voor de Staatsliedenbuurt onderzoekt de mogelijkheden voor herstructurering. Hierbij wordt het ruimtelijke, programmatische en financiële kader verder uitgediept dan wat nodig was voor de aanvraag bij het Volkshuisvestingsfonds (VHF). Het doel van deze studie is om te bepalen welke mate van verdichting hier haalbaar is in relatie tot fasering, parkeeroplossingen, buitenruimte, programma, bezonning en grondexploitatie. De volgende thema’s vormden het vertrekpunt van deze studie:
legenda particulier bezit woonplus bezit verduurzamen
• Woningdichtheid en bijbehorende woningtypen; • Parkeeroplossingen; • Ecologie en wateropgave; • Voorzieningen op buurtniveau; • Leefbaarheid; • Ontsluiting / aansluiting gebied. Het plangebied (Zone 1) focust zich op de nietverduurzaamde sociale woningen tussen de Schimmelpenninckstraat, Johan de Wittsingel, Burg. Van Haarenlaan en Heinsiusstraat. Dit zijn de gele woongebouwen op de rechter tekening.
Ziegler | Branderhorst
6
woonplus bezit sloop
Huidige situatie en eigendommen van de Staatsliedenbuurt
Het plangebied In het Staatsliedenbuurt staan 18 complexen met in totaal 559 woningen, zowel van corporatie als particuliere eigenaren. De woonblokken variëren in grootte, van 24 tot 100 appartementen, met een gemiddeld energielabel E. Het plangebied reikt zich uit tot de 9 complexen (geel) van corporatie Woonplus. Deze complexen, met in totaal 228 woningen, worden gesloopt. De overige complexen worden behouden, maar zijn wel meegenomen in het studiegebied om lange termijn kansen en stedenbouwkundige structuren te verkennen.
Totaal aantal huidige woningen: 559 woningen Corporatie voorraad: 318 woningen (57%) Particulier voorraad: 241 woningen (43%) Totaal aantal woningen sloop: 252 woningen (corporatie Woonplus)
3. Huidige situatie De Staatsliedenbuurt ligt tussen het stadscentrum van Schiedam en de A20 en is onderdeel van de wijk Nieuwland. De Staatsliedenbuurt is in vele opzichten exemplarisch voor de situatie in stadswijken uit dezelfde periode. De naoorlogse buurt wordt gekenmerkt door stedenbouwkundige stempels van portiek- en galerijwoningen, ruim opgezet in het groen. Er is een sterk homogeen aanbod van woningen en parkeren wordt op straat opgelost. De buurt zit ingeklemd tussen twee lange lijnen die kenmerkend zijn voor het stedenbouwkundige raamwerk van Nieuwland. Hieronder valt de verhoogde spoorbaan van de Hoekse Lijn en de Burgemeester van Haarenlaan met groene singel: slagader voor de auto-ontsluiting van Nieuwland. Hierdoor ligt het gebied vrij geisoleerd t.o.v. de rest van Nieuwland. Er zijn nu geen bruggen over de singel, maar deze kunnen zeker een bijdrage leveren om de Staatsliedenbuurt beter te verbinden met het winkelgebied aan de Monseigneur Nolenslaan, de Damlaan en de binnenstad van Schiedam.
De stedenbouwkundige opzet van Nieuwland en de Staatsliedenbuurt, met de stempelstructuur als leidend motief.
Ziegler | Branderhorst
8
Dichte plinten met onbestemd kijkgroen
Vijflaagse portiekflats aan de spoorzijde
Nieuwe Damlaan: gesloten kopgevel en groene corridor
Vijflaagse portiekflats aan de singel
De singel heeft veel kwaliteit, maar dit is op veel punten niet te ervaren. Ziegler | Branderhorst
10
Groene tussenruimtes met karakteristieke bomen
Afgesloten binnenruimtes bij de verduurzaamde woningen aan de Heinsiusstraat
Speelruimte aan de Donker Curtiusstaat
Parkeren op maaiveld
Entree naar de wijk vanaf metrostation Nieuwland
Stempelstedenbouw voor rust orde en samenhang Kenmerkend aan Nieuwland is de naoorlogse stempelstedenbouw: hierbij worden enkele typen bouwblokken (‘de stempel’) gecombineerd om gelijke tussenliggende verkeers- en groenruimtes te creëren. Dit resulteerde in een helder en rationeel stedenbouwkundig patroon dat massale woningbouw in een snel tempo mogelijk maakte. Een wijk met sterke groenblauwe grenzen Aan de randen van de Staatliedenbuurt zijn een aantal grenzen die de buurt geïsoleerd maken. Het appartementencomplex aan de westzijde vormt een buffer tussen de Nieuwe Damlaan en de Schimelpenninckstraat. Ten noorden ligt de spoorlijn van de metro en aan de zuidkant de singel van de Burgemeester van Haarenlaan. Deze twee structuren zijn belangrijk voor het groenblauwe raamwerk van Nieuwland. Geïsoleerd maar goed ontsloten De Staatsliedenbuurt is alleen met de auto bereikbaar via de Piersonstraat. Maar ook met de fiets is de wijk goed te bereiken via de rotonde van de Nieuwe Damlaan en de fietsbrug langs het metrostation Nieuwland, onderdeel van de Hoekse Lijn. Met de metro ben je binnen 25 minuten bij Hoek van Holland strand en binnen 12 minuten in het centrum van Rotterdam. Aan de zuidzijde van de singel bevindt zich de trambaan van lijnen 21 en 24, die je naar Woudhoek in Schiedam, De Esch in Rotterdam en Holy in Vlaardingen brengen.
Vanaf de Staatsliedenbuurt is het slechts een kwartier lopen naar de binnenstad van Schiedam. Met de fiets ben je er in slechts vijf minuten. Kortom, de Staatsliedenbuurt is goed ontsloten met zowel regionale als stedelijke voorzieningen.
Ziegler | Branderhorst
12
Onbestemde openbare ruimte Tussen de appartementenblokken is er veel groene openbare ruimte van een geringe en onbestemde kwaliteit. Het is onduidelijk van wie het groen is en het onderhoudsniveau laat te wensen over. Plinten zijn gesloten, daardoor ontbreken er verblijfsruimtes op de begane grond die zorgen voor sociale controle. Sociale huurwoningen in slechte staat Van de totaal 318 sociale woningen zijn in 2018 drie complexen grondig gerenoveerd. De complexen maakten onderdeel uit van een pilotproject waarin onderzocht is hoe bestaande complexen van het gas afgehaald kunnen worden. Deze woningen vallen buiten de opgave en buiten de aanvraag. De resterende 252 sociale huurwoningen in het plangebied zijn technisch en functioneel sterk verouderd. De complexen bestaan uit portieketagewoningen zonder lift en dateren uit 1958. Ze voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd op het gebied van techniek, wooncomfort en functionaliteit.
Ontsluiting
Groenanalyse
Stempelanalyse
4. Variantenstudie In het begin van het proces is een variantenstudie uitgevoerd om te verkennen welke verdichting mogelijk is op deze locatie, aan de hand van gelijkwaardige referentieprojecten. Hieruit is een selectie van vier varianten voortgekomen (zie afbeeldingen rechts). Het uitgangspunt van alle vier de varianten was om het parkeren inpandig op te lossen, waardoor het parkeren op straat alleen nog aan de Johan de Wittsingel mogelijk is. Hierdoor ontstaat een grotendeels autoluw gebied met maximale ruimte voor voetgangers en fietsers. Het slim en collectief oplossen van parkeren in de bouwblokken is een essentiële voorwaarde om de openbare ruimte bij een verdichtingsopgave te verbeteren. Ook de rijweg en parkeerplaatsen aan de singel worden in alle gevallen weggehaald, en vervangen door een fietspad met twee verbindingen naar de Burgemeester van Haarenlaan. Bij alle vier de varianten is gezocht naar een stedenbouwkundige opzet die qua maat en schaal aansluit bij de bestaande structuur.
waardoor autoluw binnengebied ontstaat. Een nieuw gezicht aan de singel
Variant 3: Campus • Campus-model met een groot langwerpig bouwblok aan de noordkant en losse volumes in het middengebied • Veel groene ruimte rondom de bouwblokken • Parkeren onder het noordelijk dek Variant 4: twee grote bouwblokeken • Ruime hybride bouwblokken met hoogteaccenten • Parkeren inpandig onder een dek • Groenblauwe noord-zuid corridors als verbinding tussen singel en de ecologische zone langs de de Johan de Wittsingel
Variant 2: bouwblokken met groene as • Gesloten compacte bouwblokken met hoogte accenten • Door aanhechting met de huidige bebouwing onstaat een hybride stadsblok • Robuust groene en autovrije middenas • Parkeren aan de noord- en westzijde inpandig opgelost in de bouwblokken 14
Variant 1: bouwblokken met compacte straten ca. 50.000m2 BVO (500-550 woningen)
Variant 2: bouwblokken met brede groene middenstraat ca. 50.000m2 BVO (500-550 woningen)
De verschillende varianten laten zien wat het maximale BVO-oppervlak kan zijn in relatie tot de te bereiken ruimtelijke kwaliteit. Na overleg met de opdrachtgever vielen variant 1, 3 en 4 af. Variant 1 omdat het lastig is om in de drie smalle middenblokken een hoge woonkwaliteit te realiseren. Ook het stratenpatroon met smalle profielen heeft niet de maatvoering die bij een dergelijke verdichting wenselijk is. Variant 3 bereikte een lagere dichtheid dan de andere varianten. Daarnaast was de alzijdigheid van de blokken in de middenzone in relatie tot de openbare ruimte een kwetsbaar onderdeel. De architectuur, het inrichtingsplan en het beheer moeten goed op elkaar afgestemd worden. Bovendien ontstond er met Variant 1 en 3 geen nieuw gezicht naar de singel. Variant 4 is kansrijker, maar daarbij is het probleem dat het relatief weinig openbare ruimte oplevert (het binnengebied is privé of semi-privé). Bovendien sluit de maatvoering van de bouwblokken beperkt aan bij de stedenbouwkundige logica van Nieuwland.
Variant 1: bouwblokken met straten • Gesloten compacte bouwblokken met hoogteaccenten • Losse ontwikkeling binnen het plangebied, geen aanhechting met de bestaande gebouwen • Parkeren in de vijf bouwblokken • Stratenpatroon tussen de bouwblokken noodzakelijk om autoverkeer te ontsluiten
Ziegler | Branderhorst
•
Variant 3: campus ca. 40.000m2 BVO (400-450 woningen)
Variant 4: twee grote bouwblokken ca. 50.000m2 BVO (500-550 woningen)
5. Kansrijke variant
Parkeerdek
Bouwblokken met brede groene middenstraat Deze opzet van de tweede variant ‘bouwblokken met brede groene middenstraat’ heeft de voorkeur boven de andere drie varianten. De meest overtuigende redenen hiervoor zijn: • • • • • •
het voortbouwen op de bestaande stedenbouwkundige structuur, waardoor er een nieuwe 21e-eeuwse stempel ontstaat; de maatvoering van de bouwblokken is ruim genoeg om kwalitatief hoogwaardige woningen te maken; de woningen in particulier bezit aan de singel worden onderdeel van de verkaveling; hetzelfde geldt voor het woonblok aan de Heinsiusstraat; de groene middenstraat heeft een overtuigende maat om een kwalitatieve openbare ruimte te worden; het plan kan goed gefaseerd uitgevoerd worden, omdat de bestaande en nieuwe bouwvelden veel overlap hebben.
Er is in deze studie vooral gekeken naar de stedenbouwkundige structuur in relatie tot de mogelijke massa en parkeerbalans. De blokken aan de noordzijde (aan de spoorzijde) zijn zeven verdiepingen hoog, aan de groene as maximaal 5 verdiepingen en aan de singelzijde kan een hoogteaccent van 10 verdiepingen worden gesitueerd. In een verder uitgewerkt stedenbouwkundig plan kunnen hierin nog wijzigingen optreden. Ook zijn er verschillende parkeerstrategieën door ons uitgewerkt met als hoofddoel om het gebied zo autovrij mogelijk in te richten: parkeren onder parkeerdek, twee parkeerhubs of één parkeerhub.
Twee parkeerhubs
De ontsluitingsweg zit in alle drie de gevallen aan de Johan de Wittsingel, de qua bezonning minst gunstig gelegen straat van de Staatsliedenbuurt. Hier is ook de mogelijkheid om straatparkeren toe te staan.
Eén parkeerhub
Ziegler | Branderhorst
16
Parkeerstrategieën In dit stedenbouwkundige model zijn drie typen parkeeroplossingen getekend: een parkeerdek, twee parkeerhubs en één parkeerhub. Deze gaan uit van de mogelijkheid om aan de Johan de Wittsingel te parkeren (ca. 45 parkeerplaatsen). De ‘parkeerdek’variant heeft een inpandige oplossing in de twee bouwblokken aan de Johan de Wittsingel en het nieuwe bouwblok aan de Schimmelpenninckstraat. In totaal kunnen hier rond de 175 parkeerplaatsen worden gecreëerd. De parkeerplaatsen bevinden zich op de begane grond, maar er wordt minimaal een ruimte van 6 meter tussen de voorgevel en de parkeergarage vrijgehouden als volwaardig onderdeel van een woning of ander programma. De twee andere HUB-varianten zijn parkeerhubs van 4 verdiepingen (inclusief parkeren op het dak) die qua vormgeving worden opgenomen in het bouwblok. De begane grondvloer van de HUB kan gebruikt worden voor fietsparkeren of een andere (maatschappelijke) functie, zodat er op maaiveld
een aantrekkelijker beeld ontstaat. De drie typen parkeeroplossingen hebben een beperkte invloed op het BVO-oppervlak in relatie tot de parkeerbalans die zo rond de 0,4-0,6 ligt. In alle modellen is rekening gehouden met ruimte voor bergingen en fietsenstallingen. Een verdere uitwerking hiervan is in een latere fase noodzakelijk om dit nog beter op elkaar af te stemmen. Er is geen rekening gehouden met de parkeerplaatsen voor de bewoners aan de Burgemeester van Haarenlaan. Zij zouden gebruik kunnen maken van de collectieve parkeergarages (inpandig/HUB) of het parkeerterrein aan de Schimmelpenninckstraat. Een nader onderzoek is echter nodig om dit te bevestigen. Fasering Hieronder is een schema weergegeven van de huidige bouwvelden in relatie tot deze variant. De bouwvelden en rooilijnen komen goed overeen, waardoor de fasering relatief eenvoudig uitgevoerd kan worden.
Parkeerdek: • 50.000m2 BVO • ca. 500 woningen • 175 inpandige parkeerplaatsen in bouwblokken • 45 parkeerplaatsen aan de Johan de Wittsingel • Totaal 220 p.p. • Parkeerbalans: 0.4
Twee parkeerhubs • 50.000m2 BVO • ca. 480 woningen • 2 x110 p.p. per HUB • 45 parkeerplaatsen aan de Johan de Wittsingel • Totaal 265 p.p. • Parkeerbalans: 0.5
Eén parkeerhub • 48.000m2 BVO ca. 480 woningen • 240 p.p. HUB • 45 parkeerplaatsen aan de Johan de Wittsingel • Totaal 285 p.p. • Parkeerbalans: 0.6 word nog door niiels aangepast Bestaande bouwvelden in relatie tot de kansrijke variant Ziegler | Branderhorst
18
Doorsnede bestaande situatie
Indicatieve doorsnede kansrijke variant met parkeerdek Ziegler | Branderhorst
20
6. Conclusies en aanbevelingen Deze haalbaarheidsstudie heeft vier varianten verkend met verschillende stedenbouwkundige uitgangspunten. Opvallend aan de studies is dat het maximaal bouwvolume in zone 1 op deze locatie rond de 50.000m2 BVO bedraagt, wat neerkomt op 500-550 woningen: een verdubbeling ten opzichte van de 228 woningen die worden gesloopt. Dit heeft enerzijds te maken met de maat en kwaliteit van de bouwblokken en anderzijds met de gezochte ideale parkeerbalans, uitgaande van een collectieve parkeeroplossing en een parkeernorm van rond de 0,5. Deze parkeernorm is lager dan volgens het huidige beleid gangbaar is; in de Schiedamse parkeernota uit 2017 wordt in dit gebied uitgegaan van een parkeernorm tussen de 0,9-1. Met de komst van meer inwoners zal er een hogere druk op de openbare ruimte komen. Er is een grotere behoefte aan verblijfsruimte en ruimte om te spelen en sporten. Daarom dient de ruimteclaim van autogebruikers in de openbare ruimte beperkt te worden. Om een dergelijke kwalitatieve verdichting te bewerkstelligen, is het noodzakelijk om een mobiliteitstrategie te ontwikkelen die het aantal autogebruikers doet afnemen. Verder is het de uitdaging om in deze verdichtingsopgave voort te bouwen op de helderheid van de naoorlogse stempelstructuur, maar dan wel met een kwalitatieve buitenruimte, leefbare plinten en collectieve parkeeroplossingen.
Deze thema’s zijn cruciaal om een dergelijke verdichting tot een succes te maken. De kansrijke variant die in hoofdstuk 5 uitgebreider is besproken, sluit hier het beste op aan.
In hoofdstuk 7 worden er een aantal kwaliteitskaders benoemd die bijdragen aan een kwalitatieve verdichting in de toekomst.
•
Er is nader onderzoek nodig naar het gebruik en de exploitatie van parkeerhub’s i.r.t. gebiedgerichte mobiliteitsaanpak;
Deze studie heeft hoofdzakelijk op een ruimtelijke manier gekeken naar hoe het gebied verdicht kan worden. Veel aspecten die van invloed zijn op de ontwikkeling zijn nog niet onderzocht. Hieronder zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd die meegenomen moeten worden in het vervolgproces.
•
De toename van twee keer zoveel woningen is geen eenduidig recept om de sociaaleconomische veerkracht van de buurt te verbeteren. Er moet, naast woningen, ook ruimte worden gezocht voor voorzieningen met een maatschappelijke meerwaarde;
•
Het gebied ten oosten van de Heinsiusstraat (zone 2) biedt kansen om de verdichtingsopgave en de openbare ruimte te verruimen. Deze locatie dient in samenhang met zone 1 bekeken te worden.
•
•
•
Samenwerken met de VVE’s van de woningen aan Burg. van Haarenlaan is in een vroeg stadium essentieel om te bepalen welke mogelijkheden er zijn voor een integraal plan. Dit omvat onder andere parkeerclaims aan de singel, garages en erfgrenzen. Deze integrale benadering biedt veel kansen om de kwaliteit van deze woningen aan de singelzijde te verbeteren. Een zorgvuldige afstemming met de hoogte en architectuur van de bestaande blokken is cruciaal; Onderzoek naar de verplaatsing van het transformatorhuisje in de Schimmelpenninckstraat. Dit wordt bij voorkeur geïntegreerd in het bouwblok; De parkeerplaatsen voor het appartementengebouw aan de Schimmelpenninckstraat zijn nu niet meegenomen in de studie, maar verdienen wel een kwaliteitsverbetering. Dit geldt ook voor de verbinding en openbare ruimte van het metrostation;
Nieuwe verbindingen Staatsliedenbuurt
kwalitatieve binnenhoven
autolow binnengebied
brede groene middenstraat
verbinding over de singel
singel als verblijfsplek
Zone 1 en 2: Mogelijke inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte gebaseerd op de kansrijke variant uit hoofdstuk 5 Ziegler | Branderhorst
22
7. Kwaliteitskaders voor de Staatsliedenbuurt In dit hoofdstuk worden een aantal ruimtelijke kwaliteitskaders geformuleerd waarop in een vervolgtraject verder ingezet moet worden en die een grote bijdrage zullen leveren aan het succes en de ruimtelijke kwaliteit van deze verdichtingsopgave.
•
1. We zetten in op een kwalitatieve buitenruimte met goede verbindingen •
•
Kwalitatieve verblijfsplekken maken: De openbare ruimte bestaat uit verblijfsplekken met een menselijke maat en schaal die hoofdzakelijk gericht zijn op voetgangers en fietsers. Deze plekken bieden comfort door de seizoenen heen, met beschutting tegen wind, zon en schaduw. Er zijn genoeg mogelijkheden om te zitten, te spelen en te sporten, met de aanwezigheid van water en groen. Autoluw binnengebied: Het gebied tussen de Singel aan de zuidzijde en de Johan de Wittsingel wordt autoluw, waardoor er veel ruimte overblijft voor spelen, verblijf en vergroening. De ontsluiting en parkeeroplossingen zullen zo veel mogelijk aan de noordzijde worden gesitueerd. De buitenruimte wordt zo ingericht dat hulpdiensten en ander tijdelijk vervoer (zoals verhuiswagens) toegang hebben tot het hele gebied.
Groene en veilige verbindingsroute: Gezien de verdichting van het gebied zijn groene en veilige langzaam verkeersroutes noodzakelijk. De twee belangrijkste routes, zijn enerzijds een nieuwe route dwars door het plangebied die het metrostation Nieuwland verbindt met het Lyceum Schravenlant, en anderzijds de langzaam verkeersverbinding naar het centrum (en Monseigneur Nolenslaan).
•
De Singel als verblijfplek: De noordzijde van de Singel wordt ingericht als een rust- en recreatiegebied, waarin voetgangers en fietsers op één staan. Door het autoverkeer hier drastisch te beperken, ontstaat er ruimte voor een Singelpark. Hierdoor komen de woningen aan de Burgemeester van Haarenlaan aan het park te staan in plaats van aan een autoweg.
•
Brug(gen) over de singel: Over de Singel wordt een brug gesitueerd voor fietsers en voetgangers, om een betere ontsluiting te creëren met de winkels aan de Monseigneur Nolenslaan en de binnenstad. Deze brug zal niet alleen de toegankelijkheid verbeteren, maar ook de zichtbaarheid van de Singel vergroten.
Kwalitatieve verblijfsplekken maken beeld: Schepenstraat, Rotterdam
Autoluw binnengebied beeld: Kokerstraatplein, Rotterdam
Brede groene binnenstraat beeld: Rudolf Dieselstraat, Amsterdam
Singel als verblijfsplek beeld: Clarissenbolwerk, Alkmaar
• Bruggen over de singel beeld: fietsbrug Bijlmer, Amsterdam Ziegler | Branderhorst
24
2. Collectieve parkeeroplossingen zijn de sleutel om tot een hoogwaardige ontwikkeling te komen
•
•
•
Inpandige parkeeroplossing: Parkeeroplossingen moeten naadloos en volledig geïntegreerd worden in de bouwblokken. De parkeeroplossingen kunnen op (half) verdiept niveau of op het maaiveld worden gerealiseerd, zolang dit niet resulteert in dichte anonieme plinten. Het parkeerprogramma is bij voorkeur niet intern ontsloten aan de eigen entree maar via een entree gelegen aan de openbare straat om de zowel de levendigheid als sociale veiligheid te vergroten. De bouwblokken aan de noordkant van het plangebied zijn bij uitstek geschikt voor inpandige parkeeroplossingen, aangezien de Johan de Wittsingel als hoofd ontsluitingsroute kan fungeren. Parkeerhub: Een collectieve parkeeroplossing kan ook in de vorm van een parkeerhub die los van de bouwblokken wordt ontwikkeld. Het is hierbij van essentieel belang dat de hub qua uitstraling een integraal onderdeel wordt van het bouwblok. Deze dient mee ontworpen te worden in de architectuur. Parkeren op straat: Bij de parkeerplaatsen die op straat worden gesitueerd (mogelijke aan de randen van het plangebied), wordt er qua inrichting zo veel mogelijk ingezet op halfverharding. Daarnaast worden lange aaneengesloten parkeervakken voorkomen, door om de ca. 5 parkeerplaatsen een boom of groenvoorzieningen te situeren. Hiermee voorkom je dat het straatbeeld wordt gedomineerd door geparkeerde auto’s.
Ziegler | Branderhorst
26
•
Fietsparkeren: In de ontwikkeling wordt het fietsparkeren voor de woningen inpandig opgelost conform de normen die door de gemeente worden gehanteerd. Bovendien krijgt ieder woongebouw op een aantal strategische plekken goed vormgegeven fietsparkeerplaatsen, om een rommelig beeld van fietsen in de openbare ruimte te voorkomen.
Inpandige parkeeroplossing Beeld: Zuiderspoor, Rotterdam
Parkeerhub is onderdeel van het bouwblok beeld: Binnendok, Amsterdam
Parkeren op straat met halfverharding
Groene inpassing parkeerplaatsen met hagen en bomen
Inpandige fietsenstalling om de wildgroei aan fietsen in de openbare ruimt te voorkomen.
Het huidige parkeerveld in de Schimmelpenninckstraat dient in de ontwikkeling meegenomen en verbeterd te worden.
Aanbeveling • Parkeren bij de Schimmelpenninckstraat: De huidige parkeerplaatsen aan de Schimmelpenninckstraat voor de woningen van de Damstate moeten in de herontwikkeling van het gebied worden meegenomen. Deze parkeerplaatsen kunnen op een groenere en kwalitatief betere manier worden ingepast.
3. Levendige straten met leefbare plinten
•
•
•
Levendige straten: De plinten van de gebouwen hebben een goede relatie tussen binnen en buiten. Deze levendige plinten dragen bij aan de aantrekkelijkheid, identiteit en sociale veiligheid van de straat. Een open karakter van de plint wordt bereikt met bijvoorbeeld grote deuren en ramen. De delen vergroten de zichtbaarheid van de functie en nodigen uit tot interactie tussen binnen en buiten. Ruimtes zoals slaapkamers en bergingen moeten zoveel mogelijk voorkomen worden aan straatzijde. Voldoende voordeuren aan de straat: Plintgevels zijn geen gesloten wanden, maar hebben veel entrees waar interactie tussen binnen en buiten plaats kan vinden, om zo aantrekkelijke straten te maken. (Uit onderzoek van ‘The City at Eye Level’ wordt als minimale maatstaf ongeveer 10 entreedeuren per 100 meter gevel aangehouden om tot aantrekkelijke straten te komen).
•
Bijzonder aandacht voor vormgeving van de plint: De architectuur van de plint nodigt uit om te vertragen of stil te staan. Er worden warme materialen gebruikt (zoals hout, baksteen, natuursteen) met bijzondere details en worden neggen, overstekken of gevelbankjes toegepast.
•
Aandacht voor de hoekpanden op de begane grond: Één of meerdere hoeken per bouwblok dienen zo veel mogelijk gereserveerd te worden voor publieke of gemeenschappelijke functies. Dit zijn plekken met een goede zichtbaarheid vanaf verschillende langzaam- en snelverkeersroutes.
Levendige straten beeld: Klarenstraat, Amsterdam
Voldoende voordeuren aan de straat beeld: Oranjeboomstraat, Rotterdam
Flexibele hoogte plint beeld: Wonen boven de hoven, Delft
Bijzonder aandacht voor de vormgeving plint beeld: Strijp R, Eindhoven
Flexibele hoogte plint: Een begane grond met een royale vrije hoogte (3,5 tot 6,5 meter) biedt veel flexibiliteit, zowel op korte als lange termijn. Bovendien creëren de verschillende hoogtes een gevarieerd gevelbeeld. Met 6,5 meter is er ruimte voor bijna alle functies en is er de mogelijkheid om een tussenvloer toe te passen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen bij hoekpanden (koppen) en bij de parkeeroplossingen. Aandacht voor de hoekpanden beeld: Domus Houthavens, Amsterdam
Ziegler | Branderhorst
28
4. Gevarieerde bebouwing in samenhang ontworpen
•
•
•
•
Dialoog tussen nieuwbouw en bestaande bebouwing: Er dient samenhang te zijn tussen de nieuwbouw en de appartementenblokken die behouden blijven: de maat, schaal en vormgeving dienen goed op elkaar afgestemd te worden, zodat het geen twee verschillende werelden worden.
•
Multifunctioneel dak: Het dakoppervlak heeft zo veel mogelijk een dubbele bestemming. Daarbij kan gedacht worden aan een combinatie van verblijfsruimte, groen, waterberging en energieopwekking, om zo optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte.
•
Nutsvoorziening inpassen: Het trafohuisje (van Stedin en regelstation RET) , nu al aanwezig aan de Schimmelpenninckstraat dient goed afgestemd te worden op de nieuwe stedenbouwkundige opzet. Indien de ruimte beperkt is, dient het trafohuisje verplaatst of integraal opgenomen te worden in één van de bouwblokken. Ook alle andere nutsvoorzieningen dienen mee ontworpen te worden in het totaalplan.
Grote bouwmassa’s voorkomen: Zorg voor een menselijke schaal en een gevoel van intimiteit door het vermijden van te grote gebouwmassa’s en het bevorderen van een subtiel gevarieerde en afwisselende architectuur. Denk daarbij ook aan de bezonning: de bebouwing aan de zuidzijde mag bijvoorbeeld niet hoger zijn dan de breedte van de openbare ruimte om de zon tot op het maaiveld te kunnen garanderen. Kwalitatieve binnenwereld: De bouwblokken krijgen kwalitatief hoogwaardige en rustige binnengebieden. Deze ruimtes zijn breed genoeg om voldoende privacy te garanderen. Indien er een overkapping is van het binnenterrein, dient de deklaag voldoende maat te hebben voor vergroening en waterinfiltratie. De toegangen naar het binnengebied zijn aantrekkelijk en veilig vormgegeven met aandacht voor de overgang tussen publiek en privé. Galerijen: Galerijen dienen bij voorkeur aan de achterzijde te worden gesitueerd. Aan de voorzijde is denkbaar mits de gevel als volwaardige voorkant wordt ontworpen..
Ziegler | Branderhorst
30
•
Balkons: Uitstekende balkon boven verhard openbaar gebied zoals paden en trottoir, mogen pas vanaf de 3e laag worden gerealiseerd. Boven groene openbare ruimtes zijn balkons wel vanaf de 1e laag mogelijk.
Bouwblokken met kwalitatieve binnenwereld beeld: Eenhoornblok, Amsterdam
Grote bouwmassa’s voorkomen Beeld: Kolenkit, Amsterdam
Dialoog tussen nieuwbouw en bestaande bebouwing beeld: Dickensplaats, Utrecht
Galerijen voorzijde mogelijk mits goed ontworpen Beeld: Kostverloren, Groningen
Multifunctioneel dak beeld: Dakdokters, Hogeschool van Amsterdam
Trafohuisje in de Schimmelpenninckstraat
Bijlagen
Ziegler | Branderhorst
32
Bijlage: Studies en beleidsstukken Gemeentelijk beleid
Programmaplan “Nieuwe Parels aan de Schie” (2021) In het programmaplan “Nieuwe Parels aan de Schie” worden zeven doelstelling geformuleerd. Een integrale aanpak is noodzakelijk, om de kansen en uitdagingen hoofd te bieden. De doelstellingen voor de Staatsliedenbuurt zijn: 1. Meer wijkbewoners beheersen de Nederlandse taal goed; 2. Meer wijkbewoners zijn aan het werk; 3. Meer wijkbewoners kunnen gemakkelijker rondkomen; 4. Meer wijkbewoners hebben een gezonde leefstijl; 5. Meer wijkbewoners voelen zich verbonden met hun eigen wijk; 6. Meer wijkbewoners voelen zich veilig in hun eigen wijk; 7. Evenwichtigere woningvoorraad met kwalitatief betere verbindingen en openbare ruimte voor de huidige bewoners, voor sociale stijgers die nu te vaak de wijk verlaten en voor nieuwkomers die hier een volgende stap in hun wooncarrière willen maken
Ziegler | Branderhorst
34
Woonvisie “Groei als kans voor de stad” (2020) In de woonvisie wordt ingezet op het diversifiëren van de nu ‘te eenzijdige woningvoorraad’ binnen de gemeente. Hiermee wordt beoogd de middeninkomens te behouden en doorstroming in de wooncarrière te faciliteren. In de wijken Nieuwland en Oost wil de gemeente de komende twintig jaar ongeveer 2.000 woningen slopen of duurzaam renoveren. Daarvoor in de plaats worden ongeveer 5.000 woningen gebouwd, niet alleen op de slooplocatie maar ook op locaties die bijvoorbeeld dicht bij de metrostations liggen. Door deze gecombineerde ingreep van renovatie en sloop-nieuwbouw, streven we naar meer balans in de woningvoorraad van, onder andere, de Staatsliedenbuurt. Dit stimuleert een rijkere menging en spreiding van zelfredzame en kwetsbare bewoners, en maakt van de Staatsliedenbuurt een meer veerkrachtige en inclusieve buurt. De buurt moet voldoende variatie bieden voor bewoners om er desgewenst verschillende levensfasen door te brengen. Daarnaast heeft de buurt een goede structuur in de openbare ruimte met kansen voor betere verbindingen naar de omgeving, zoals de binnenstad.
Mobiliteitsvisie “Op weg naar de toekomst” (2020) In de mobiliteitsvisie wordt ingezet op een transitie naar minder autogebruik. Om dit te bewerkstelligen, wordt volledig gereguleerd parkeren toegepast in het gebied ten zuiden van de A20. Daarnaast komen er meer en betere fietsparkeervoorzieningen in de buurt en worden er deelauto’s, -fietsen en -scooters beschikbaar als alternatief voor de tweede auto. De parkeernorm wordt omgevormd naar een mobiliteitsnorm. Voor Nieuwland wordt benadrukt dat er behoefte is aan meer en betere verlichting, en dat de parkeerdruk door nieuwbouw toeneemt. Er is een duidelijk verschil in de parkeerdruk overdag, ‘s avonds en ‘s nachts.
Groenvisie “Buitengewoon Groen” (2021) In de Groenvisie wordt de groene inrichting langs de Burgemeester van Haarenlaan benoemd als een aansprekend voorbeeld van een herkenbare ecologische verbinding. Met zijn flauwe hellingen zijn de oevers bij uitstek geschikt om de biodiversiteit te vergroten. De Staatsliedenbuurt wordt beschreven als een stedelijke ontwikkeling met kansen voor groen. Om hier invulling aan te geven, kunnen er verschillende ingrepen worden gedaan, zoals het uitbreiden van het bomenbestand, het versterken van de biodiversiteit, het stimuleren van de specifieke identiteit van het gebied en het versterken van de verbinding met de rest van de stad.
Studies en onderzoeken Ruimte zat in Schiedam (KAW, 26 mei 2020) Als onderdeel van het onderzoek ‘Ruimte Zat in de Stad’ heeft het architectenbureau KAW een analyse gemaakt verdichtingspotentie in de naoorlogse wijken van Schiedam. De Staatliedenbuurt is hier onderdeel van. De opgave wordt mede kwalitatief ingestoken, op het gebied van bijvoorbeeld belevingswaarde en klimaatadaptatie. In de verkenning worden de 228 woningen gesloopt voor 669 woningen, met een parkeernorm van 0,46 (voor het totale gebied). Er ontstaan twee grote woonhoven met een nieuw singelpark aan de zuidzijde. Schiedam Nieuwland en Oost Stedelijk Vernieuwingsplan 2020-2040 (Gemeente Schiedam en Woonplus, feb 2021) Dit vernieuwingsplan beschrijft het de aanpak van de gemeente en Woonplus, met tevens ondersteuning van het ministerie van BZK, voor de wijken Nieuwland en Oost. Vanuit de aanpak van Rotterdam Zuid (NPRZ) is gebleken dat er naast fysieke maatregelen ook sociaal maatschappelijke structurele investering nodig zijn. Goede opleidingen, werk, en de aanpak van de financiële problematiek. De fysieke problematiek van Nieuwland wordt onder andere toegeschreven aan eenzelfde bebouwing, vooral huurwoningen met een relatief lage huur, brede wegen door de wijk, en een kwantitatief royale, maar kwalitatief magere buitenruimte.
De Stadskarakteristieken van Nieuwland (Gemeente Schiedam, juni 2022) Dit rapport toont de ruimtelijke kernkwaliteiten, knelpunten en opgaves van Nieuwland, in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. Kernkwaliteiten die onder
andere worden genoemd is het multimodale ov netwerk, het fijnmazige wandel en fietsnetwerk, het raamwerk van ringen en radialen, groenblauwe structuren als verbinder en de herkenbaarheid en eenheid van lange lijnen. Als opgaves wordt het belang van een integrale aanpak van knoopgebieden benadrukt. Het herstellen van de ruimtelijke samenhang van de openbare ruimte en het voortbouwen op het netwerk van langzaamverkeersverbinding wordt tevens als kans gezien. Natuurvermeerderende Stedenbouw “Casus: Staatsliedenbuurt, Schiedam” (Witteveen+Bos en gemeente Schiedam, okt 2022) In dit rapport wordt de stedenbouwkundige transformatie van de Staatsliedenbuurt onderzocht wanneer biodiversiteit prioriteit krijgt in het gehele planvormingsproces. Vanuit vier doelsoorten is een stedenbouwkundig plan gemaakt, bestaande uit geclusterde, compacte appartementenblokken in een autovrij binnengebied. In het midden van de wijk is een robuuste noord-zuid groencorridor gecreëerd. Enkele inrichtingsprincipes die zijn toegepast, zijn het behouden van bestaande bomen, het creëren van rust- en verstoringszones, bezonning op oevers, het maximaliseren van aaneengesloten groen en gradiëntrijke inrichting van openbare ruimte.
Inrichtingselementen in de (semi) openbare ruimte Water
Zandbad
Water is voor de huismus noodzakelijk om in te baden en om te drinken. Dit kunnen vijvers zijn of klein water zoals schalen, maar ze moeten wel jaarrond water bevatten. Binnen 1 à 2 meter moet dekking aanwezig zijn om in op te kunnen drogen.
Droge open zandige plekken zijn noodzakelijk voor het nemen van stofbaden. Dit hoeven geen grote plekken te zijn (0,5 m2 is waarschijnlijk genoeg), maar wel veilige plekken en meerdere opties binnen het leefgebied
De Stadskarakteristieken van Nieuwland deeluitwerking van Schiedamse Ruimte - het fundament voor visies en plannen / juni 2022
36
naar het nest vliegen om jongen te voeren. Voorbeelden van soorten: doornige struiken (vuurdoorn, meidoorn), groenblijvende heester, klimplanten (klimop, wingerd), beukenhagen, afgewisseld met bomen. De kruidlaag en de bomen zijn ook belangrijk als bron van zaden en kleine zachte insecten.
Opgaand groen van 2 à 3 meter hoog (mag deels hoger) dient als dekking jaarrond (tegen predatoren), slaapplaats en voedselbron. Op een afstand van idealiter 0-50m (maximaal 100m) van de nestplaats. Bomen en opgaand groen bij voorkeur binnen 2,5m van nest en foerageergebied of anders 5-10m, zodat jongen als ze uitvliegen kunnen landen nabij het nest. Dit is ook een belangrijke landingsplaats voordat de ouders
Grit Huismussen eten in kleine hoeveelheden kleine steentjes en grit (kalk), want die bevorderen de vertering van harde granen. Aanwezigheid van plekken met kleine steentjes en grit in het leefgebied is dus noodzakelijk. Dit hoeven geen grote plekken te zijn (0,5 m2 is waarschijnlijk genoeg), maar wel veilige plekken en meerdere opties binnen het leefgebied.
Inrichtin
openba
Van Strand tot Stad: Ontwikkelkansen aan de Hoekse Lijn (De Zwarte Hond, okt 2020) In dit rapport worden de ontwikkelkansen van gebieden langs de hoekse lijn onderzocht. Nieuwland is een gebied waar ontwikkelkansen worden verwacht. Een meer gevarieerd woningaanbod, dat verschillende groepen kan huisvesten en met aandacht voor buurtfuncties (in de plint) is hierin een belangrijk onderdeel. Figuur 24: Inrichtingsmaatregelen voor de huismus in de openbare ruimte
Natuurvermeerderende Stedenbouw (2022) Ziegler | Branderhorst
Groenblijvende struiken en hagen
32