Bijlage 1 Definitieve Jaarstukken 2022 GRJR
Tekst van het document
JAARSTUKKEN 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 8 september 2023
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING, LEESWIJZER EN SAMENVATTING...........................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR .......................................9 2.2 Resultaten 2022 ............................................................................... 10 2.3 Transformatie ................................................................................... 31 3. PARAGRAFEN .................................................................................................................... 34 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 35 3.2 Financiering ...................................................................................... 37 3.3 Bedrijfsvoering .................................................................................. 38 3.4 Rechtmatigheid................................................................................. 40 3.5 Coronaparagraaf .............................................................................. 41 3.6
Verbonden partijen ........................................................................ 42
4. JAARREKENING ................................................................................................................ 44 4.1 Overzicht van baten en lasten .......................................................... 44 4.2 Toelichting op baten en lasten .......................................................... 45 4.3 Balans .............................................................................................. 50 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 51 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 52 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 60 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 61 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 63
2
1. Inleiding, leeswijzer en samenvatting In de Jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2022. Het bestuur en de gemeenteraden worden met deze stukken in staat gesteld om hun controlerende taak te vervullen. 2022 was een intensief jaar volop uitdagingen voor jeugdigen in de regio en ook voor de GRJR. Veel jeugdigen in de regio hebben problemen waarvoor ze hulp nodig hebben. De effecten van de coronapandemie op de generatie die dit als jeugdigen meemaakten zijn onmiskenbaar groot. Het aantal jeugdigen die specialistische jeugdhulp nodig hebben is groot. Rond de 13.000 jeugdigen ontvingen in 2022 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8000 van hen kregen een vorm van ambulant hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1300 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 2000 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuis wonen niet mogelijk was. Meer dan 900 hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 300 jeugdigen verblijven langdurig in een zorginstelling. Naast deze cijfers kregen ook nog vele honderden jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist of elders in het land, op een buiten regionale plek.
De inzet jeugdhulp gaat met hoge kosten gepaard en dat levert bestuurders hoofdbrekens op. Voorop staat echter de noodzaak van passende, liefst nabije hulp die tijdig wordt ingezet. Waar eerder de gemiddelde wachttijd nog veel hoger was, hoefde een jeugdige in de loop van 2022 gemiddeld 14 weken te wachten op hulp. Dat vergde grote inspanning van de aanbieders, gemeenten en de GRJR. Grote inspanning is ook geleverd om tijdig voor 1 januari 2023 nieuwe regionale contracten voor specialistische jeugdhulp af te sluiten. Deze contracten staan in het licht van de noodzakelijke transformatie van de jeugdhulp en sterkere sturing op gebruik en kosten van deze hulp, in nauw samenspel tussen regionale en lokale partners. Gemeenten wilden daarbij meer vanuit de eigen lokale context, met een eigen aanpak, kunnen zorgen voor de jeugdigen.
3
De kosten vielen ook in 2022 weer tegen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een verklaring vormen voor verschillen tussen de jaarrekening en de begroting 2022. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt € 26,9 mln. In de exploitatie 2022 zien we forse overschrijdingen. Dat heeft meerdere oorzaken. •
•
•
•
De hogere uitgaven zijn in belangrijke mate het gevolg van aanpassing van het woonplaatsbeginsel waardoor veel kinderen in zorg elders in het land voor rekening van gemeenten in Rijnmond komen. Dit effect was veel kleiner ingeschat dan achteraf is gebleken. Daarnaast was er een extra indexatie nodig naar aanleiding van een Tweede Kamer motie “extra lonen in de zorg”. Hiervoor ontvingen gemeenten overigens compensatie van de rijksoverheid. Ook blijkt telkens weer dat achterstallige informatie over toegewezen zorg leidt tot onderschattingen in de prognoses, die gaandeweg en na afloop van het jaar steeds verder in beeld komen. Ook zijn er grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. Verhoudingsgewijze toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten.
Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoering aspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.
4
Samenvatting Zorgzwaarte Toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten: doordat de individuele gemeenten steeds meer lokaal hulp en ondersteuning bieden bij de lichtere zorgvragen, leveren de regionaal gecontracteerde partijen naar verhouding meer zware hulp met hogere arrangementsprijzen. Uit het GRJR-dashboard op basis van gemeentelijke toewijzingsdata blijkt dat dit effect zich in ieder geval bij ambulante hulp (opdracht E) voordoet. Het voorkomen van uithuisplaatsing en plaatsing in gesloten jeugdhulp leidt vermoedelijk ook tot minder inzet van de verblijfopdrachten. De geleverde hulp in deze opdrachten zal gemiddeld uit intensievere en duurdere arrangementen bestaan. Het aantal crises waarbij hulp binnen 24 uur nodig is (opdracht F) is beheersbaar gebleven De aanbieders in opdracht E hebben zich het afgelopen jaar succesvol ingespannen om gezamenlijk de beschikbaarheid van zorg te garanderen voor kinderen die met spoed (binnen 5 dagen) hulp nodig hebben. Gesloten jeugdhulp De maatschappelijk gewenste af- en ombouw van gesloten jeugdhulp vereist een investering van zowel gemeenten als aanbieders. De afbouw gaat veel sneller dan voorzien, waardoor aanbieders in financiële problemen komen. Door deze problemen staat de continuïteit van zorg onder druk.
Gemeenten zijn verantwoordelijk om de continuïteit te borgen en hebben de twee betrokken aanbieders het afgelopen jaar financieel ondersteund. Wet wijziging woonplaatsbeginsel (WPB) Op 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel ingegaan. Deze bepaalt dat de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de jeugdhulp met verblijf, (financieel) verantwoordelijk is voor deze jeugdige. Dit leidde tot administratieve verhuizingen en tot in- en uitstroom van jeugdigen waarvoor de gemeenten (financieel) verantwoordelijk zijn. De financiële effecten hiervan waren, op basis van opgaven van gemeenten, in de oorspronkelijke begroting 2022 verwerkt voor een bedrag van circa € 1,6 mln. De feitelijke instroom bleek in eerste kwartaal 2022 al groter dan verwacht door de vervroegde instroom per 1 november 2021 (de 1 novemberregeling) waardoor de verwachte kosten in het eerste kwartaal 2022 zijn bijgesteld naar € 5,7 mln. Vervolgens bleek de verwachting dat het hier veelal om tijdelijke zorg zou gaan, niet juist omdat het vaak zorg betrof die het gehele jaar 2022 nodig bleek. In het tweede kwartaal 2022 is de inschatting gemaakt dat de totale uitgaven rond de €10 mln. zouden uitkomen. 5
De realisatie die nu in de jaarrekening is opgenomen voor de totale kosten van maatwerkcontracten in het kader van het woonplaatsbeginsel bedraagt € 15,2 mln. De verwachting is dat de extra kosten in verband met de WPB ook in 2023 zullen doorlopen. Het is voor gemeenten een puzzel geweest om uit te zoeken bij welke gemeente de inschrijving van de jeugdige en/of ouder bekend was voor de eerste uithuisplaatsing. Doordat uithuisplaatsingen elkaar kunnen opvolgen (via B naar C bijvoorbeeld) kunnen dit zorgtrajecten zijn die jaren doorlopen. Per saldo bleek voor een veel grotere groep dan verwacht de financiële verantwoordelijkheid bij Rijnmond-gemeenten te liggen, met name bij de gemeente Rotterdam. Andere grootstedelijke gebieden herkennen deze ontwikkeling. Arbeidsmarkt Net als in andere sectoren wordt ook in de jeugdhulp de arbeidsmarktsituatie alsmaar nijpender. Jeugdhulpaanbieders ervaren in toenemende mate problemen bij het invullen van (nieuwe) vacatures en met name het werven van ervaren professionals. Dit probleem werd in onze regio duidelijk zichtbaar in opdracht B en C waar was besloten tot een tijdelijke uitbreiding van bedden om de wachttijden terug te dringen. Het uitbreiden van bedden is gerealiseerd maar door personeelstekort konden deze bedden niet volledig ingezet worden.
Het aantal jeugdigen dat gebruik maakte van een bed is dan ook niet zichtbaar gestegen, terwijl de zorgbehoefte er wel was. Het onderwerp wordt besproken in gremia als de arbeidsmarktregio, ‘De Rotterdamse Zorg’ en in het regionale directeurenoverleg. Oplossingen zijn veelal een kwestie van lange adem en ook is hierop landelijk beleid nodig. In de Hervormingsagenda is veel aandacht voor het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt voor de jeugdhulp. Acties zijn veelal in voorbereiding en uitvoering is meest vanaf 2023 voorzien. Zo heeft het AB in december 2022 ingestemd met een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg, waarbij MBO-ers In plaats van HBO-ers worden ingezet in de pleegzorg. Doel hiervan is onder meer om de jeugdhulpsector makkelijker toegankelijk te maken voor MBO-ers en zo het tekort terug te dringen. Daarnaast geeft een aantal aanbieders aan dat zij het gehele jaar 2022 geconfronteerd zijn geweest met een hoog ziekteverzuim en (tijdelijke) uitval van personeel als gevolg van coronabesmettingen.
6
Inkoop en implementatie De in 2021 gestarte aanbesteding specialistische jeugdhulp Rijnmond (voor 12 samenwerkende gemeenten) is in 2022 succesvol afgerond met het contracteren van zeven systeemaanbieders, acht prestatieaanbieders (forensische zorg) en twaalf flexaanbieders ingaande 2023. Tegelijkertijd hebben de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam binnen de GRJR hun eigen jeugdmodel vormgegeven en succesvol doorlopen met een opdracht aan één aanbiedersconsortium. Financieel beeld Het financiële beeld is als volgt.
Het totale tekort in de rekening bedraagt € 26,9 mln. Voor ruim € 25,5 mln. is dit tekort in de exploitatie 2022. Dit is gelijk aan de voorlopige Jaarstukken, met nog wel wat verschuivingen binnen de zorgkosten. Het tekort komt daarnaast voor € 1,8 mln. door nagekomen kosten voorgaande jaren. Dit is iets hoger dan in de voorlopige Jaarstukken 2022. De toelichting hierop is opgenomen als onderdeel bij 4.2 toelichting op baten en lasten. De bijdragen van de gemeenten moeten worden opgehoogd op basis van de realisatie 2022 per gemeente versus de inleg 2022. Na deze eindafrekening met gemeenten van het resultaat van € 26,9 mln. sluit de jaarrekening 2022 van GRJR op € 0. Dit overzicht is opgenomen bij de toelichting op de balans.
7
Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording
8
2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is tot 1 januari 2023 een samenwerkingsverband van de vijftien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne1. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De bovenlokale taken zijn kort gezegd het zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en uitgaven worden echter bepaald door het beleid dat deelnemende gemeenten voeren en de wijze waarop afzonderlijke gemeenten invulling geven aan hun taken op het terrein van de jeugdhulp (zoals het toekennen van individuele specialistische hulp aan inwoners).
De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. In de kern gaat het om het beschikbaar van voldoende passend aanbod van specialistische jeugdhulp. De gemeenschappelijke inkoop, contracteren en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hiermee ligt er voor het eerst een duidelijk gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. Ter uitwerking van visie bepaalde het bestuur van de GRJR in april 2021 een strategie voor de inkoop van specialistische jeugdhulp voor 2023 en verder. De aanbesteding is in 2022 afgerond. Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en is lokaal ingekocht. Dit betreft onderdelen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en alle jeugdhulp voor de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Naast de opdracht om verschillende soorten jeugdhulp te realiseren zijn ook afspraken gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopgaven.
1
Per 1 januari zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd tot de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Hiermee is het aantal in de GRJR deelnemende gemeenten gedaald van vijftien naar dertien. 9
2.1.2 Actuele begroting 2022 Op 8 juli 2022 heeft het bestuur van de GRJR de volgende begrotingswijzing vastgesteld: In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.
De begroting 2022 steeg aan de uitgavenkant met € 22,4 mln. en aan de ontvangstenkant met € 29,9 mln. waardoor de gewijzigde begroting 2022 sluitend werd. 2.1.3 Beleidsindicatoren Formeel gezien behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in. De deelnemende gemeenten hebben zicht op de indicatiestellingen.
2.2 Resultaten 2022 Hieronder volgt een toelichting van de ontwikkelingen in de wachttijden in 2022 en daarna een toelichting op de ontwikkelingen per opdracht. Wachttijden 2022 Omdat er in de regio sprake was van onacceptabel lange wachttijden op specialistische jeugdhulp, is in juni 2021 het project Aanpak wachttijden gestart. Het project startte met focus op opdracht E, de ambulante specialistische jeugdhulp. Op dat moment wachtten 1635 kinderen gemiddeld langer dan 29 weken. Aanbieders hadden toen een opnamestop omdat de toenmalige budgetplafonds bereikt waren. Dat betekende dat zij alleen maar een nieuwe jeugdige hulp konden bieden als zij de behandeling van een andere jeugdige konden afsluiten. Met de ophoging van het budget in E van € 15 mln. konden aanbieders extra personeel aannemen en meer jeugdigen ambulante hulp bieden. In 2022 is verdergegaan met de in 2021 ingezette intensivering. Eind 2021 breidden we de aanpak uit naar opdrachten B en C, opname resp. langdurig verblijf. Ook daar waren structureel capaciteitsproblemen, die met name de kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel raakten. Voor de overige opdrachten zijn in samenwerking met gemeenten en aanbieders diverse acties ingezet om wachttijden te verkorten, zoals de doorlopende wervingscampagne voor nieuwe pleegouders (opdracht A). 10
Er wordt extra ondersteuning aan bestaande pleeggezinnen geboden met de subsidieregeling pleegzorg maatwerk (transformatieproject). Door de verschillende interventies naast extra middelen, betere samenwerking tussen de aanbieders, samenwerking van aanbieders en gemeenten aan de wachtlijstbemiddelingstafel-E en (in een aantal gemeenten) uitbreiding van lokale hulp is de gemiddelde wachttijd op ambulante specialistische jeugdhulp bijna gehalveerd. Eind 2022 is de gemiddelde wachttijd gedaald naar gemiddeld 14 weken, de Treeknorm. Dit was het doel van het project. Ook de huidige wachttijd is fors gedaald (zie grafiek 1). De daling stabiliseert doordat het voor aanbieders lastig is hun capaciteit verder uit te breiden (zie paragraaf arbeidsmarkt). Daarnaast is in de spreiding van de wachttijd zichtbaar dat de grootste groep wachtende kinderen steeds meer naar voren verschuift, wat betekent dat steeds meer kinderen binnen de norm geholpen worden. De projectmatige aanpak van de wachttijden is per 1 januari 2023 afgerond. De aanpak van wachttijden gaat onder sturing van de GRJR door. De structurele aanpak van wachttijden landt in de werkzaamheden van gemeenten via het Programmateam en in de implementatie van de inkoop specialistische jeugdhulp 2023.
Keuzes die in de inkoop vanaf 2023 zijn gemaakt, en die helpen bij het binnen de norm houden van de wachttijden, zijn bijvoorbeeld het niet meer werken met budgetplafonds, het gezamenlijk verantwoordelijk houden van aanbieders voor wachttijden binnen de norm en de invulling van de acceptatieplicht van aanbieders, met tegelijkertijd de systematiek van het kunnen inschakelen van flexibele aanbieders. De GRJR werkt aan inzicht in de wachttijden, het als pilot ontwikkelen van een interactieve sociale kaart en de doorontwikkeling van team Zorgbemiddeling, in voorbereiding op de start van een Regionaal Expertisecentrum Rijnmond. Casusregie door gemeenten is ook een van de onderwerpen die een sleutel vormt tot lagere wachttijden (bijvoorbeeld door juist en tijdig te verwijzen); dit is onderdeel van de implementatie van de inkoop 2023.
11
Grafiek 1: Trend huidige wachttijd 2022
Bron: dashboard Huidige wachttijden
Onderstaande tabel geeft per kwartaal het percentage jeugdigen weer dat binnen 14 weken (Treeknorm) gestart is met hulp. Te zien is dat in opdracht E in Q3 minder kinderen binnen de Treeknorm geholpen zijn. Dat is het gevolg van een gerichte actie van aanbieders vanaf Q3, die de langst wachtende kinderen (> 9 maanden) vanaf die periode hebben toegeleid naar passende hulp. De reden dat deze jeugdigen lang hebben gewacht is dat deze kinderen moeilijk plaatsbaar waren en/of een ingewikkelde of zeer specialistische hulpvraag hadden. In Q4 zijn weer meer jeugdigen binnen de Treeknorm geholpen voor opdracht E. Tabel 1: Percentage nieuw jeugdigen gestart met zorg binnen Treeknorm (<14 weken; retrospectieve wachttijd) – 2022
A pleegzorg B opname C langdurig verblijf D daghulp E ambulante hulp en onbekend*
Q1
Q2
Q3
Q4
94 85 69 75
82 100 85 77 67
71 71 82 64 50
87 66 60 67 66
Bron: Dashboard Retrospectieve wachttijden GRJR * Vanwege ontbreken van toewijzing is opdracht onbekend; Aanbieders melden dat dit veelal om opdracht E gaat. Daarom zijn deze gegevens bij E opgeteld.
12
2.2.1 Pleegzorg (Opdracht A) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
Verschil realisatie vs begroting 2022 - € 2.659.000
€ 23.299.000
€ 22.710.000
€ 24.500.000
€ 21.841.000
Jaar
Aantal toewijzingen*
Aantal jeugdigen*
2020
2.811
2.177
248
123
2021
3.596
2.208
260
111
2022
2.523
1.969
264
113
Weektarief* Toewijzingsduur in weken*
*Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 8-5-2023)
Opdracht A pleeghulp sluit direct aan bij het uitgangspunt van de regiovisie Nabij en Passend. Het uitgangspunt is dat kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie, die hun ontwikkeling stimuleert. Van alle vormen van jeugdhulp met verblijf heeft pleeghulp altijd de voorkeur. Vanwege deze inhoudelijke voorkeur was er al geen budgetplafond in opdracht A om zo altijd groei mogelijk te maken. Met de begrotingswijziging 2022 is het budget voor opdracht A daarnaast ook opgehoogd. Toch is het aantal toewijzingen en jeugdigen in opdracht A gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren door een tekort aan pleeggezinnen. Om meer pleeggezinnen te werven en te behouden is de campagne ‘werving & behoud pleeggezinnen’ in 2022 gecontinueerd. Daarnaast heeft de Week van de pleegzorg ook veel aandacht gehad voor werving. De wervingsacties hebben in 2022 nauwelijks tot nieuwe aanmeldingen van pleegouders geleid. Daarmee is ook geen stijging in het aantal pleegzorgplaatsingen te zien. Er is in 2022 dus een onderbesteding op A te zien.
Dit komt door: • Afname aantal pleegzorgplaatsingen en geen toename in aantal nieuwe pleegouders waardoor begrotingswijziging 22 (ophoging) financieel niet benut is; • De trend is dat Jeugdbescherming minder snel over gaat tot het uit huis plaatsen van een jeugdige; • Effect van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel jeugdwet: per saldo is er nu een afname van het aantal toewijzingen pleegzorg te zien dat onder verantwoordelijkheid van GRJR-gemeenten valt.
13
Dit laatste punt zorgt nog voor een onzekere factor in de hierboven genoemde cijfers. Naast dat er jeugdigen door het woonplaatsbeginsel niet meer voor rekening van de GRJR komen, zijn er ook nieuwe jeugdigen bijgekomen voor de GRJR. De kosten hiervan staan onder opdracht I en bedragen € 15,2 mln. Een deel van deze kosten, en daarmee jeugdigen, kan pleegzorg betreffen. Welk aandeel hiervan pleegzorg is en welk aandeel andere opdrachten is op dit moment nog onbekend. Mogelijk is er dus geen sprake van een daling op opdracht A, of is de daling minder sterk dan nu uit de cijfers blijkt. Opdracht A heeft verder een aantal subsidies om de inzet en continuering van pleegzorg te stimuleren: om pleeggezinnen te behouden en uitval te voorkomen is ingezet op het versterken en ondersteunen van pleegouders, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding en/of aanvullende hulp en begeleiding te voorzien. Daarvoor werden in 2022 de transformatie-subsidie Pleegzorg Maatwerk en de subsidie Bijzondere kosten Pleegzorg ingezet. De subsidie Bijzondere Kosten Pleegzorg wordt gebruikt om extra uitgaven voor pleegouders te beperken, zodat die geen belemmering vormen voor het aangaan of voortzetten van het pleegouderschap. Om pleegzorgplaatsingen buiten de regio mogelijk te maken (indien in het belang van de jeugdige) bestaat de subsidieregeling Buiten Regionale Plaatsingen Pleegzorg (BRP).
Zie onder 2.2.9 Overige opdrachten.
14
2.2.2 Opname met behandeling (Opdracht B) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 62.647.000
€ 66.239.000
€ 61.660.000
€ 78.698.000
Aantal toewijzingen* 1.550 1.713 1.587
Aantal jeugdigen* 1.008 983 943
Jaar 2020 2021 2022
Verschil realisatie vs begroting 2022 € 17.037.752
Weektarief* Toewijzingsduur in weken* 2.483 44 2.675 40 2.959 41
*Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 8-5-2023).
Voor opdracht B daalt het aantal jeugdigen licht. De afname past bij de doelen uit de Regiovisie. Toch is er op opdracht B een opvallend hoog tekort in de jaarrekening. Dit komt door: • Een flinke toename in het aantal toewijzingen voor B in Q4 2021, de meeste kosten van deze toewijzingen komen ten laste van 2022; • In 2022 zijn de aanbieders van gesloten jeugdhulp (opdracht B2) op ons verzoek gaan werken met verkleinde groepen, waarvoor de tarieven zijn verhoogd; • We zien een toename in het weektarief, die niet alleen door indexering van tarieven wordt veroorzaakt. De problematiek bij de jeugdigen neemt toe, waardoor steeds vaker duurdere maatwerkoplossingen binnen de arrangementen-systematiek nodig zijn. Dat resulteert bijvoorbeeld in meer één-op-één begeleiding in de open groepen voor opname met intensieve behandeling (B3); • Een te lage begrotingsraming die was gebaseerd op (onvolledig gebleken) voorlopige productiebestanden 2021 van de aanbieders. Ook de cijfers van opdracht B kunnen nog stijgen. Wanneer jeugdigen die nu onder opdracht I (woonplaatsbeginsel) staan onder opdracht B blijken te vallen zullen de aantallen nog toenemen. De kosten verschuiven dan mee van opdracht I naar B.
15
2.2.3 Langdurig verblijf (Opdracht C) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
Verschil realisatie vs begroting 2022 - €1.902.000
€ 10.519.000
€ 14.258.000
€ 17.368.000
€ 15.466.000
Jaar 2020
Aantal toewijzingen* 441
Aantal jeugdigen* 335
Weektarief* Toewijzingsduur in weken* 1.238 60
2021 2022
533 467
344 351
1.345 1.432
53 55
*Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 8-5-2023).
Voor opdracht C Langdurig verblijf zien wij een stabiliteit van het aantal jeugdigen met lopende toewijzing. Het weekbudget stijgt conform indexatie en de duur blijft nagenoeg gelijk. Dat samen heeft weinig effect. Wel vond relatief vaker plaatsing in een gezinshuis (C1) plaats, wat in lijn is met de doelen van de Regiovisie om minder residentieel en meer in een gezinssetting te plaatsen. In de begroting is rekening gehouden met de effecten van het woonplaatsbeginsel. De realisatie hiervan is echter geboekt op I1. Het resultaat hiervan is dat de realisatie op C door het woonplaatsbeginsel met bijna € 1,7 mln lager uitpakt. Ook de cijfers van opdracht C kunnen dus nog stijgen. Wanneer jeugdigen die nu onder opdracht I (woonplaatsbeginsel) staan onder opdracht C blijken te vallen zullen de aantallen nog toenemen. De kosten verschuiven dan mee van opdracht I naar C.
16
2.2.4 Daghulp (Opdracht D) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 14.511.000
€ 19.097.000
€ 17.666.000
€ 24.405.000
Jaar
Aantal toewijzingen* 1.327 1.576 1.755
Aantal jeugdigen* 1.052 1.205 1.346
2020 2021 2022
Verschil realisatie vs begroting 2022 € 6.739.000
Weektarief* Toewijzingsduur in weken* 699 42 755 41 800 40
*Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 8-5-2023).
In 2022 is opdracht D fors gegroeid. Er was geen budgetplafond in opdracht D om zo groei mogelijk te maken en te kunnen voorzien in de benodigde hulp. Zowel het aantal jeugdigen dat hulp in D ontvangt als het gemiddelde weektarief zijn toegenomen. Dat leidt tot een aanzienlijk tekort ten opzichte van de (tussentijds opgehoogde) begroting. De toename van het aantal jeugdigen is een gevolg van: • Een (gewenste) betere verbinding tussen de lokale teams en de aanbieders. Te weinig capaciteit in lokaal georganiseerde kinderdagcentra en clusterscholen wat wordt ondervangen met inzet van regionaal ingekochte daghulp; • Toename van het aantal jeugdigen dat voorheen met ambulante hulp in E geholpen kon worden, maar waarbij nu daghulp nodig is. Dit betreft vooral jongeren met een ambulant forensisch traject in E die ook daghulp nodig hebben, en kinderen in de basisschoolleeftijd die voorheen in E geholpen werden maar uitvallen in het onderwijs en als ‘thuiszitters’ uitstromen van E naar D. In 2022 is afgesproken dat de regionale aanbieders aansluiten bij de bestaande overleggen tussen onderwijs en gemeenten (subregionale samenwerkingsverbanden passend onderwijs). Gemeenten zetten lokale oplossingen in en geven invulling aan de ambitie dat iedere jeugdige nabij passend onderwijs kan volgen vanuit een thuissituatie.
Dit moet op termijn leiden tot snellere uitstroom uit jeugdhulp in D naar (regulier) onderwijs en vermindering van de instroom in D voor hulp waar het lokale veld in zou moeten voorzien.
17
Bij de nieuwe regionale inkoop 2023 is een deel van daghulp D overgegaan naar de gemeenten (lokale inkoop). Ook de cijfers van opdracht D kunnen nog stijgen. Wanneer jeugdigen die nu onder opdracht I (woonplaatsbeginsel) staan onder opdracht D blijken te vallen zullen de aantallen nog toenemen. De kosten verschuiven dan mee van opdracht I naar D.
2.2.5 Ambulante hulp (Opdracht E) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 42.168.000
€ 46.703.000
€ 58.418.000
€ 52.103.000
Jaar
Aantal toewijzingen*
Aantal jeugdigen*
2020 2021 2022
11.976 12.433 11.207
8.996 8.628 8.534
Verschil realisatie vs begroting 2022 -€ 6.315.000
Weektarief* Toewijzingsduur in weken* 228 249 264
54 49 47
*Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 8-5-2023).
In opdracht E Ambulante hulp is volop ingezet op terugbrengen van de wachttijden tot de treeknorm. Daarvoor was de begroting fors verhoogd. Er is echter een substantieel overschot. Dit komt doordat voor een aanzienlijk deel is gekozen voor daghulp in plaats van ambulante hulp. Dit is zichtbaar in een overschot op E en een tekort op D. In het kader van de wachttijdaanpak verstrekte de rijksoverheid een specifieke uitkering SPUK, die via de gemeente Rotterdam beschikbaar werd gesteld aan regionale aanbieders van ambulante hulp. Daarbij is afgesproken dat de productie van de spoedpoli onder de financiering van de SPUK te vallen. De kosten worden niet via de GRJR vergoed en zijn daarom niet meegenomen in de realisatiecijfers op E, waar deze nog wel begroot waren. Bij de aanpak van de wachttijden is subsidie verleend voor een crisislocatie voor jeugdigen in opdracht E op de wachtlijst. De hiermee gepaard gaande kosten (€ 0,8 mln.) waren begroot bij F maar zijn uiteindelijk onderdeel van de realisatie op E.
18
Het terugbrengen van de wachttijden werd bemoeilijkt doordat er lange tijd sprake was van een personeelstekort en een hoog ziekteverzuim. Daardoor hadden aanbieders moeite om tijdig alle cliënten te helpen. Gedurende het jaar is dit verbeterd, met name ook in de spoedvoorziening waar aan de start van de zomerperiode nog maar 50% capaciteit was, maar die in het laatste kwartaal weer op volledige capaciteit heeft gefunctioneerd. Het is de bedoeling dat jeugdigen met lichtere hulpvragen in het lokale veld terecht kunnen. Daarom is per 2023 de lichtere ambulante hulp overgegaan naar lokaal ingekocht aanbod. Ook de cijfers van opdracht E kunnen nog stijgen. Wanneer jeugdigen die nu onder opdracht I (woonplaatsbeginsel) staan onder opdracht E blijken te vallen zullen de aantallen nog toenemen. De kosten verschuiven dan mee van opdracht I naar E.
2.2.6 Crisishulp (Opdracht F) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 8.431.000
€ 8.644.000
€ 9.754.000
€ 8.730.000
Verschil realisatie vs begroting 2022 -€ 1.024.000
Jaar
Ambulante Crisishulp*
Crisispleegzorg*
Crisisopvang*
Totaal*
2020 2021
443 333 259
(geen cijfers) 119 103
271 302 256
714 754 618
2022 *Cijfers afkomstig van aanbieders
Het budget op F was voor 2022 verhoogd met een bedrag voor tijdelijke bedden in verband met aanpak wachttijden. De kosten hiervan (€ 0,8 mln.) zijn opgenomen onder E (zie onder 2.2.5). Het budget voor crisishulp was daarmee ongeveer € 9,0 mln. Crisishulp moet altijd per direct beschikbaar zijn. Daarom garandeert de GRJR de aanbieders die crisishulp leveren dat wanneer niet 100% van het toegekende budget besteed wordt aan directe zorg, dit budget (of een deel hiervan) nog wel vergoed wordt. Hierdoor kunnen aanbieders het aantal crisisplekken en personeel op voldoende sterkte houden, zodat er altijd aanspraak op gemaakt kan worden bij een crisis. Bij een benutting lager dan 80% wordt wel het verschil teruggevorderd. Dit brengt de realisatie voor 2022 op € 8,7 mln. 19
De onderbesteding op crisishulp is inhoudelijk te verklaren omdat het aantal jeugdigen in crisishulp is afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren. De duur van jeugdigen in crisishulp is over deze jaren nagenoeg onveranderd gebleven. Systeemaanbieders hebben vanaf 01-01-2023 gezamenlijk de verantwoordelijkheid om crisishulp voor de jeugdigen in de GRJR te organiseren, Hieronder valt ook het organiseren voor een aanmeldpunt voor crisis. Wanneer jeugdigen al in zorg zijn bij een systeemaanbieder wordt er geen crisishulp geboden, De aanbieders regelen dan passende vervolghulp binnen de jeugdhulpketen.
20
2.2.7 Gecertificeerde Instellingen (G) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 44.723.000
€ 48.507.000
€ 46.268.000
€ 44.241.000
022
KPI 1e gesprek binnen 7 kalenderdagen
KPI 1e teamtafel <14 kalenderdagen
KPI 1e teamtafel binnen 42 kalenderdagen
Q1 Q2 Q3 Q4
59% 69% 46% 44%
75% 35% 30% 25%
* * * 58%
Verschil realisatie vs begroting 2022 -€ 2.027.000
KPI Aantal gezinnen 1e plan van binnen cluster 7/ aanpak binnen interne 42 wachtlijst kalenderdagen 89% * 57% * 43% 355 41% 275
* dit item was (nog) niet opgenomen in de kwartaalrapportage
1. Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen dwang en drang Jeugdbeschermingsprestaties Sinds 2021 en ook in 2022 zien we een gestage daling van het aantal OTS- en JRmaatregelen. Dit lijkt een positieve ontwikkeling: het streven is immers minder kinderen met een maatregel. 21
Nog onduidelijk is echter of en wanneer de beloofde extra inspanning bij de Raad voor de Kinderbescherming om de wachtlijsten weg te werken effect gaat krijgen bij de instroom van de GI’s. Vooralsnog heeft dit niet geleid tot een toename van de instroom. In 2022 zijn meer voogdijmaatregelen uitgevoerd dan begroot en zien we een stijging ten opzichte van 2021. Dit wordt met name veroorzaakt door de verandering in het woonplaatsbeginsel met ingang van 1 januari 2022. Prestaties op Drang Met uitzondering van Rotterdam zijn de regiogemeenten met ingang van 1 januari 2022 (of reeds eerder) overgegaan tot het zelf uitvoeren van casusregie van drangzaken, nu IVH-zaken (Intensieve Vrijwillige Hulp/Intensieve Hulp) met en zonder VTO (Verzoek tot onderzoek). Voor Rotterdam was 2022 een overgangsjaar; sinds oktober 2022 zijn er geen nieuwe drangcases (met of zonder VTO) gestart bij de GI’s. Conform afspraak met de GRJR blijven de reeds lopende drangzaken, die gestart waren voor 1 januari 2022 bij de GI’s belegd. Verlenging van bestaande drangzaken in 2022 was mogelijk op basis van subsidie. Het aantal drangzaken is hierdoor afgenomen. Wel zien we incidentele vragen toenemen vanuit lokale teams, of een nieuwe I(V)Hopdracht tóch nog bij de GI belegd kan worden. Deze inzet is niet gesubsidieerd of begroot.
Met de JBRR is afgesproken om bij dergelijke verzoeken hier terughoudend mee om te gaan en de casus op inhoud te beoordelen of de inzet van de GI nodig is. Aanhoudende onderprestatie en personeelstekorten bij GI’s In 2022 zien we met name bij JBRR een aanhoudende onderprestatie op het behalen van de KPI’s. Dit wordt met name veroorzaakt door ziekte en het grote verloop van personeel in combinatie met een dalende productie. Daarnaast is het voor de GI’s steeds lastiger om genoeg en gekwalificeerd personeel te werven. De personeelsproblemen in onze regio zijn in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Landelijk zijn er zorgen over de continuïteit van de inzet van Gecertificeerde Instellingen. Voor de regio Rijnmond is van belang dat er een toekomstbestendige Jeugdbescherming voor handen is, waarbij de toewijzing van een vaste jeugdbeschermer gegarandeerd is, het gezinsplan binnen 6 weken gereed is en kinderen met een maatregel tijdig (binnen 3 maanden) passende zorg krijgen. Om het tij te keren heeft JBRR een plan van aanpak voor de korte termijn gemaakt. Dit plan is door het AB op 14 oktober 2022 vastgesteld. Daarnaast is een stuurgroep Jeugdbescherming ingericht bestaande uit vijf wethouders (vertegenwoordigers namens het AB en DB).
Op 16 december 2022 heeft het AB besloten om deze stuurgroep te mandateren om besluiten te nemen ten aanzien van de financiën in 2023, mits dit binnen de begroting van 2023 blijft. Deze stuurgroep heeft als taak om erop te sturen dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst geborgd is, dat de veiligheid van die kinderen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is, en dat zij die hiervan afhankelijk zijn worden geholpen. Dit conform de kwaliteitseisen en normen die hiervoor gelden. 22
Verder heeft het AB op 14 oktober 2022 ingestemd met de financiering van een extern bureau dat JBRR gaat ondersteunen bij het ontwikkelen van scenario’s voor de middellange termijn. Van belang is dat JBRR een toekomstbestendige organisatie is en financieel in gezonde staat en de periode tot de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam (conform Toekomstscenario) goed doorkomt. De stuurgroep heeft onder andere de taak om te sturen op de uitvoering van het korte termijnplan van JBRR en bewaakt de voortgang van de externe opdracht en de kwaliteit van de scenario’s voor de toekomst van JBRR. Tekort in 2022 JBRR heeft extra personeel moeten inhuren om verdere onderproductie te voorkomen. Dit leidt tot een tekort bij JBRR omdat de productiekosten hoger zijn dan in de rekentarieven is voorzien. Als reactie op de vraag om extra middelen heeft het AB besloten tot compensatie van 50% van de meerkosten ten opzichte van de verleende subsidie 2022 tot een maximum van € 1 mln. De vaststelling 2022 zal nooit hoger worden dan het bedrag van de verlening 2022 en blijft hierdoor binnen de begroting 2022. Dit leidt tot een minder groot overschot dan in de voorlopige jaarrekening was opgenomen. 2. Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) Diagnostiek KSCD 2022 2022 Beslissingsondersteunende diagnostiek Intelligentie onderzoek Instemmingsverklaring t.b.v.
gesloten jeugdhulp Prestaties KSCD 2022 2022 Beslissingsondersteunende onderzoek binnen 90 dagen Doorlooptijd beslissingsondersteunende onderzoek binnen 90 dagen (kalenderdagen)
Q1
Q2
Q3
Q4
Totaal Begroot
25
19
14
20
78
120
2
4
7
3
16
30
67
55
58
52
232
350
Q1
Q2
Q3
Q4
10%
0%
7%
0%
194
145
196
148
Beslissingsondersteunende onderzoeken betreffen onderzoeken in opdracht van de rechtbank en/ of in opdracht van de jeugdbeschermer. Bij deze onderzoeken worden meestal alle gezinsleden betrokken en de resultaten worden benut voor ingrijpende besluitvorming, bijvoorbeeld uithuisplaatsingen of perspectiefbepalingen (kan een kind op termijn - weer terug naar huis). Instemmingsverklaringen zijn wettelijk verplichte onderzoeken voor kinderen waarbij sprake is van gesloten plaatsing.
23
De daling van de instemmingsverklaringen (ten opzichte van de raming) is een logisch gevolg van onze sturing op minder plaatsingen in de gesloten jeugdzorg. In 2022 is door ziekte en vertrek van personeel, maar ook door de complexiteit van de problematiek de KPI ‘beslissingsondersteunend onderzoek in 90 dagen’ niet behaald.
3. Diverse projecten Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders Voor het project: Gezamenlijk verantwoordelijk voor kinderen en ouders zijn in 2021 middelen die beschikbaar zijn gesteld door het ministerie van Justitie en veiligheid. Dit project richtte zich op twee activiteiten: ondersteunen van het lokale veld om casusregie in het vrijwilligerskader op te kunnen pakken en monitoring van de vragen die vanuit de lokale teams gesteld zijn aan het team Consultatie en Advies van JBRR. Dit met als doel de expertise van het lokale veld te vergroten en te ondersteunen. Doorbraak en versterken zorgbemiddeling Om te komen tot het versterken van de zorgbemiddeling voor de kinderen met een maatregel is het Zorgbemiddelingsteam van JBRR versterkt. Een extra medewerker wordt ingezet voor ondersteuning aan en het ontzorgen van de jeugdbeschermers specifiek bij de doorbraakkinderen. Deze ondersteuning richt zich op zowel de inhoud van de casuïstiek en het proces om toch complexe plaatsingen te realiseren. Daarnaast is een medewerker aangesteld als ondersteuning voor jeugdbeschermers die het inhoudelijke traject van de begeleiding van het kind/gezin uitvoeren. Deze medewerkers stuurt bij als er knelpunten zijn, escaleert daar waar nodig en levert het team de benodigde informatie om zaken op te lossen.
Proeftuin kind en gezinsbescherming De proeftuin ‘Wij doen het beter’ in Rotterdam Rijnmond is ontstaan vanuit een landelijke opdracht. De kind- en gezinsbeschermingsketen is complex en middels elf proeftuinen in het land wil het ministerie van VWS beproeven hoe deze keten vereenvoudigd kan worden. De proeftuin richt zich op 4 thema’s, namelijk 1) huiselijk geweld, 2) complexe scheidingen, 3) ontwikkelingsbedreigingen van kinderen en 4) jeugdcriminaliteit. Het project wordt geleid door een externe projectleider en vindt plaats in Ridderkerk en het Rotterdamse wijkteam IJsselmonde-Zuid. Daarnaast zijn de GI’s en Raad voor de Kinderbescherming gecommitteerd in het project, waarbij zij financieel gecompenseerd worden voor hun personele inzet. De GRJR is subsidiehouder en vanuit die hoedanigheid voornamelijk betrokken in het financiële proces. In 2022 zijn de middelen besteed aan de inzet van ervaringsdeskundigen, medewerkers van de betrokken instellingen, loonkosten van de projectleider en projectsecretaris en de nodige training.
24
Het project kent een oorspronkelijke einddatum van 31 december 2022, maar aangezien er in de loop van 2022 een koerswijziging heeft plaatsgevonden, heeft het project vertraging opgelopen. Aangezien het project gesubsidieerd wordt vanuit het ministerie van VWS, is er bij het ministerie van VWS-verlenging aangevraagd tot en met 31 mei 2023 om het project af te kunnen ronden. De overige middelen vanuit de subsidie worden daarmee slechts opgeschoven om in het eerste half jaar van 2023 te gebruiken. Deze overige middelen zullen worden besteed om de klantreis die nu op papier is opgesteld te kunnen beproeven in de praktijk.
25
2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (H VTRR) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€16.152.000
€ 16.375.000
€ 18.183.000
€ 17.593.000
Verschil realisatie vs begroting 2022 -€ 590.000
Periode 2022
Aantal Chats Meldingen Overige Overdracht Crisis V&V Onder THV Ondera/omeldingen na zoek steuning vragen politie veiligheidsbeoordeling Realisatie 12.273 1.425 12.379 1.959 5.890 683 1.036 437 626 112 2022 Subsidie 2022
13.000
1.300
14.000
1.600
5.250
700 1.150
400
700
500
Bovenstaand overzicht laat de realisatie zien op basis van alle kwartaalrapportages 2022, met daaronder de beschikte aantallen conform de subsidieverlening 2022 aan VTRR. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ontving in 2022 meer meldingen dan begroot. Dit geldt ook voor het hoge aantal politiezorgformulieren jeugd en het aantal overdrachten na een veiligheidsbeoordeling aan ketenpartners. Daarnaast valt het lage aantal ondersteuningsdiensten op dat in 2022 is gerealiseerd. In 2022 heeft VTRR diverse inspanningen verricht om toename van het aantal ondersteuningstrajecten mogelijk te maken door allereerst hierover voorlichting te geven binnen de interne organisatie. Ook zijn gemeenten en het lokale veld geïnformeerd over de wijze waarop VTRR ondersteuning kan bieden. In 2023 gaat VTRR met deze dienstverlening door.
26
KPI’s en werkvoorraad in 2022 2022
KPI afgesloten 80% binnen 10 70% binnen weken na start wettelijke termijn interventie 10 wkn
KPI afgesloten 80% binnen 10 70% binnen weken na start wettelijke interventie termijn 10 wkn
Q1
40,8%
87,70%
31%
77,8%
Q2
47,1%
87,3%
38,2%
82,1%
Q3
42%
84,8%
46,6%
85,2%
Q4
23,7%
89,1%
25,5%
89,1%
Werkvoorraad / interne wachtlijst
164
Het behalen van de KPI’s met betrekking tot veiligheidsbeoordelingen en de interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) laten in 2022 een zorgelijk beeld zien. De afgesproken norm is om de veiligheidsbeoordelingen binnen 5 dagen uit te voeren. Alle meldingen worden bij binnenkomst gescreend. Crisismeldingen worden direct opgepakt, overige meldingen gaan het proces in voor een veiligheidsbeoordeling. De afgesproken norm is om interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) uit te voeren en af te sluiten in 10 weken. Dit is een wettelijke termijn (KPI), die voor 70% behaald moet worden. Wat we zien is dat de termijnen in Q4 steeds slechter worden behaald. VTRR slaagt er wel in om de interventies binnen 10 weken af te ronden. VTRR heeft met externe partij afspraken gemaakt om hen te ondersteunen bij het wegwerken van de wachtlijsten. Die inzet richt zich eerst op de werkvoorraad van de veiligheidsbeoordelingen bij het Advies- en Meldpunt. Naar verwachting zal begin maart 2023 die extra inzet beschikbaar komen voor de gebiedsteams. Naast deze extra inzet heeft zet VTRR extra medewerkers in die op basis van tijdelijke ophoging van contracturen direct beschikbaar zijn. VTRR geeft prioriteit aan een omvangrijk project over duurzaam wachtlijstvrij te werken, dat voor de langere termijn structurele oplossingen moet bieden.
Het niet behalen van de KPI’s heeft geen invloed op de verleende subsidie voor 2022.
27
2.2.9 Overige opdrachten (I) 1. Buiten regionale plaatsingen en woonplaatsbeginsel Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 2.485.000
€ 2.569.000
€ 1.788.000
€ 17.816.000
Verschil realisatie vs begroting 2022 -€ 19.605.000
Dit onderdeel bestaat uit twee vormen van buiten regionale plaatsingen, namelijk buiten regionale pleegzorgplaatsingen via Enver (subsidie € 0,8 mln) en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio ad € 1,7 mln. Daar zijn sinds 2022 ook voor € 15,2 mln. maatwerkcontracten bijgekomen voor zorg elders die door aanpassing van het woonplaatsbeginsel voor rekening komt van een gemeente in de regio Rijnmond. Dit effect is veel groter dan de circa € 1,8 mln. waarmee op basis van opgaven van de gemeenten in de begroting rekening was gehouden. Dit verklaart het grote tekort. Op 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel ingevoerd. Hierbij is de gemeente verantwoordelijk voor de zorg waar het kind verblijft, tenzij dit verblijfszorg betreft. Dan is de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige tot op het moment van plaatsing ingeschreven stond. De gemeenten hebben middels een landelijke zogenaamde “transporttool” de mogelijkheid gehad om al vanaf 01-11-2021 de jeugdigen over te dragen op basis van BSN, zorgregel en aanbieder.
Eind januari 2022 waren de grote aantallen jeugdigen bekend die door het wijzigen van de wet verplaatsten: • Buiten regio naar regio Rijnmond: 1170 (regels) verplaatsingen, waarbij er 288 overgangen bij gecontracteerde aanbieders; • Binnen de regio naar buiten de regio Rijnmond: 320 (verklaard door de regiofunctie van stadsregio Rotterdam); • Binnen de regio verplaatsingen: 1478. Hierin is te zien dat er meer jeugdigen richting de regio Rijnmond kwamen dan er vanuit de regio Rijnmond naar andere gemeenten gingen.
28
Met name doordat de kosten voor zorg met verblijf (pleegzorg, opname, verblijf) terugkomen op de regio van voor het vertrek zijn deze hoger dan verwacht. Het is in veel gevallen voor gemeenten een puzzel geweest om uit te zoeken bij welke gemeente de inschrijving van de jeugdige en/of ouder bekend was alvorens de eerste uithuisplaatsing. Doordat uithuisplaatsingen elkaar kunnen opvolgen (via B naar C bijvoorbeeld) kunnen dit trajecten zijn die jaren lopend zijn, zo ook de trajecten binnen de pleegzorg. Hierdoor bleek dat er voor een veel grotere groep dan eerst ingeschat de financiële verantwoordelijkheid bij regio Rijnmond, met name gemeente Rotterdam te liggen. Andere grootstedelijke gebieden herkennen deze ontwikkeling.
2. Extra Adolescenten recht (ASR) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 1.912.000
€ 2.345.000
€ 2.472.000
€ 2.520.000
Verschil realisatie vs begroting 2022 € 48.000
De subsidie Adolescentenstrafrecht betreft voorschotten op verwachte zorgkosten voor de doelgroep van jeugdigen die te maken krijgen met jeugdreclassering. Deze kosten zijn iets hoger geweest dan verwacht op het moment van verlening. In de subsidie zit een deel voor coördinatie door Prokino (FTE inzet) op basis van realisatie uren. Deze zorgkosten zijn vanaf 2023 onderdeel van de regionaal ingekochte zorg. Prokino heeft ook extra ingezet op coördinatie i.v.m. het overdragen van de cliënten in zorg vanuit de huidige ASR naar de prestatieaanbieders die vanaf 1 januari 2023 zijn gecontracteerd. Er zijn ook extra uren gemaakt voor het overleg met de GRJR en de prestatieaanbieders hierover. 3. Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 13.533.000
€ 17.570.000
€ 16.035.000
€ 19.430.000
Verschil realisatie vs begroting 2022 € 3.395.000
De VNG contracteert namens alle gemeenten aanbieders die een essentiële, landelijke functie vervullen in het zorglandschap. Dit betreft veelal hoog specialistische zorg en/of uitzonderlijk aanbod. Voor deze functies sluit de VNG namens het collectief van gemeenten raamovereenkomsten waarbinnen gemeenten naar gebruik afrekenen.
29
Inhoudelijk varieert het LTA-aanbod van hoog specialistische ambulante hulp tot jeugdhulp met verblijf bij complexe problematiek (al dan niet met medische of zintuiglijke beperking) en opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld. De wettelijke verwijzers kunnen direct naar de landelijke gecontracteerde aanbieders verwijzen. Hoewel verschillend per zorgsoort zijn de wijkteams gemiddeld relatief kleine verwijzers en medische specialisten/jeugdartsen en huisartsen de grootste verwijzers. Het gebruik en daarmee de kosten van het LTA zijn in 2022 toegenomen ten opzichte van 2021. Naast een stijging als gevolg van indexatie zien we een stijging van het aantal cliënten in zorg in het LTA. Dit past in de landelijke trend van toegenomen zorgvraag, zowel een toename van het aantal cliënten als een toename in zorgzwaarte. Om passende zorg te verlenen aan cliënten is vaker doorverwezen naar de LTA-aanbieders. Onderstaand een overzicht van de tot nu toe bekende realisatie 2022 m.b.t. LTA per gemeente. Gemeente Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Eindtotaal
Realisatie 2022 € 114.000 € 711.000 € 51.000 € 988.000 € 358.000 € 868.000 € 323.000 € 713.000 € 826.000 € 1.186.000 € 443.000 € 11.181.000 € 656.000 € 930.000 € 83.000 € 19.431.000
Het afgelopen jaar is ingezet op het verbeteren van de grip op en informatievoorziening van de LTA-partijen binnen de beperkingen van het LTA-contract wat betreft (tijdige) rapportageverplichting aan gemeenten. Daarnaast heeft de GRJR geïnvesteerd in de samenwerking met de VNG op het gebied van de LTA-ontwikkelagenda, de Klankbordgroep Jeugd van de VNG en de landelijke inkoop LTA 2023 van de VNG. Daarbij is ook de expertise vanuit de GRJR Inkoop werkgroep betrokken met als doel om het regionaal ingekochte aanbod te versterken en overloop naar landelijke aanbieders tegen te gaan.
30
Begin 2023 is een werkgroep LTA gestart in samenwerking met gemeenten met als doel om de kostenontwikkeling LTA te analyseren en te onderzoeken of en hoe er beter sturing gegeven kan worden aan het gebruik van LTA ten gunste van regionale jeugdhulp. 4. Acute Dienst GGZ Realisatie JR 2020
Realisatie JR 2021
Begroting 2022
Realisatie JR 2022
€ 404.000
€ 770.000
€ 417.000
€ 790.000
Verschil realisatie vs begroting 2022 € 373.000
In 2022 is de productie van acute dienst jeugd-GGZ bij zowel GGZ Delfland als Parnassia Groep hoger uitgevallen dan verwacht. De realisatie is mede te verklaren door de toename aan GGZ-problemen vanwege de gevolgen van de coronapandemie. Er is een toename in het aantal huisartsenbezoeken door jeugdige met suïcidale gedachten te zien van 30%. Dit blijkt uit onderzoek van afgelopen september en wordt bevestigd door de samenwerkende huisartsen in de Rijnmond Regio. Een onderdeel van de realisatie is ook een extra bedrag van € 133.000 aan subsidie in verband met de aanpak wachttijden die in 2021 is uitbetaald als voorschot, maar betrekking had op de periode januari 2022 t/m april 2022.
2.3 Transformatie 2.3.1 Transformatieprojecten 2022 Voor 2022 is subsidie verleend voor zes innovatieve projecten: 1) pleegzorg maatwerk, 2) transformatiemonitor, 3) consultatie voor huisartsen, 4) specialistisch ambulant netwerk (SPAN), 5) doorontwikkeling zorgbemiddeling en 6) ontwikkeling interactieve sociale kaart. De subsidies waren bedoeld voor borging van transformatieprojecten van de jaren ervoor, zodat deze in de dagelijkse praktijk ingebed konden worden (1 t/m 4) en voor ondersteuning van de aanpak wachttijden (5 en 6): • Voor pleegzorg maatwerk geldt dat de GRJR deze pilot nog twee jaar middels een verhoging van de begroting 2023 en 2024 doorzet. Daarna faciliteren de gemeenten dit zelf.
31
• • •
•
•
De transformatiemonitor is in gebruik als onderdeel van de dashboards van de GRJR. SPAN is ingebed in de reguliere werkwijze. Het project Consultatie voor huisartsen is alleen door gemeente Rotterdam voortgezet; overige gemeenten wilden de samenwerking met huisartsen op een andere wijze faciliteren. Het project Doorontwikkeling van zorgbemiddeling is afgerond met een werkagenda, waarbij aanbieders, gemeenten en team zorgbemiddeling samenwerken aan de vormgeving van een Regionaal Expertiseteam (RER). Dit pakken wij in 2023 in gezamenlijkheid op. Voortzetting van de pilot Interactieve Sociale Kaart bevindt zich in de besluitvormingsfase.
2.3.2 Specifieke uitkeringen (SPUK’s Rotterdam, buiten exploitatie GRJR) De rijksoverheid heeft specifieke uitkeringen verstrekt voor Jeugdhulpplus, Bovenregionaal expertisenetwerk, Driemilieu-voorzieningen en Acute jGGZ. De ontvangende partij is coördinerend gemeente Rotterdam, deze geldstroom verloopt niet via de GRJR. De gemeente Rotterdam en de GRJR werken samen met de andere vier jeugdhulpregio’s in het landsdeel aan het uitwerken en uitvoeren hiervan: • Zo heeft het algemeen bestuur in december 2022 ingestemd met het bovenregionaal plan ‘ombouw driemilieu-voorzieningen’. Doel hiervan is deze intensieve open zorg kleinschalig en thuisnabij te organiseren. • GGZ-aanbieders zijn verdergegaan met het uitvoeren van acties om wachtlijsten bij de acute GGZ weg te werken. • Ten aanzien van jeugdhulpplus is een ambulant team gestart. Dit team heeft tot doel opschalen van zorg naar geslotenheid te voorkomen en eerder afschalen van zorg vanuit geslotenheid mogelijk te maken.
32
•
Voor het Bovenregionaal expertisenetwerk geldt dat vier bovenregionale bouwteams bezig zijn geweest met het opstellen van plannen voor kleinschalige woonvoorzieningen voor jongeren met complexe problematiek en jongeren uit de forensische doelgroep, met projecten gericht op hulp aan jongeren op wachtlijsten voor specialistische jeugdhulp (en hun ouders) door ervaringsdeskundige jongeren en met de voorbereiding van een onderzoek naar wat werkt in de jeugdzorg. Ook wordt aansluiting gezocht met landelijke partijen voor het opstarten van een campagne gericht op het accepteren dat niet alle problemen opgelost kunnen worden en dat in die gevallen moet worden geleerd met het ervaren probleem te leven.
2.3.3 Hervormingsagenda Op advies van een Commissie van Wijzen is door het Rijk en de VNG besloten tot het opstellen van een Hervormingsagenda voor jeugdhulp. Doel hiervan is verbeteren van de toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp voor kinderen die deze werkelijk nodig hebben, betere beheersing van de kosten en borging van de duurzame beschikbaarheid van goede jeugdhulp en het versterken van het (inzicht in het) functioneren van het systeem (als randvoorwaarde voor de inhoudelijke doelstellingen). Hiertoe is een tijdelijke regionale werkgroep ingericht bestaande uit vertegenwoordigers van regiogemeenten en de uitvoeringsorganisatie. De landelijke discussie stagneerde gedurende het jaar 2022 door verschillen van inzicht tussen rijk en gemeenten over de omvang van de rijksmiddelen en de haalbaarheid van besparingsmogelijkheden. In onze regio wordt ondertussen gewerkt aan de gewenste transformatie. De GRJR werkte samen met de gemeenten aan het vergroten van tijdig en volledig inzicht in gebruik en kosten van jeugdhulp, aanscherping van afspraken in de nieuwe inkoop, aanscherping van het arrangementenmodel voor inzet van jeugdhulp en ontwikkeling van kaders voor de casusregie.
33
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen
34
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Op basis van een risico-inventarisatie die in samenwerking met de gemeenten is opgesteld was in de begroting 2022 geconcludeerd dat de omvang van het gewogen risico beheersbaar is en dat er geen apart weerstandsvermogen gevormd hoeft te worden. Wel werd er voor 2022 nog een risicobudget opgenomen ter hoogte van € 3,6 mln. In de voorlopige jaarrekening was ten laste van dit budget een risico meegerekend met betrekking tot een geschil rond de subsidieafwikkeling 2021 met JBRR. Dat is inmiddels opgelost; de betreffende kosten zijn nu verwerkt in het overlopend resultaat. Alleen de coronameerkosten 2022 komen nog ten laste van het budget Risico’s Jeugdhulp. In totaal € 0,6 mln. In paragraaf 3.5 “Coronaparagraaf” wordt dit nader toegelicht. Het risicobudget in vanaf 2023 verder teruggebracht naar een minimale (en verplichte) post onvoorzien. De ontwikkeling van de jeugdhulpkosten is vooraf moeilijk in te schatten. Vanaf 2022 is veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om per gemeente deze inschatting zo goed mogelijk op maat te doen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten zelf beheerst en gemeenten houden daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen aan.
Terugkijkend op 2022 is er een fors negatief rekeningresultaat waarvoor iedere deelnemende gemeente naar rato van het zorggebruik extra bijdrage moet betalen. Dit rekeningresultaat komt door onzekerheden in de begroting in combinatie risico’s die zicht daadwerkelijk hebben voorgedaan. In onderstaande tabel is de top-6 van risico’s uitgewerkt en financieel vertaald. Met name de vooraf benoemde risico’s 5 en 6 hebben zich sterk voorgedaan. Onderliggend zijn er risico’s zoals minder snelle uitstroom uit residentiële zorg dan gewenst, moeilijke voorspelbaarheid en beheersbaarheid LTA en BRP, extra subsidienoodzaak vanwege knelpunten bij JBRR en VTRR en onduidelijk effect inzet van een specifieke uitkering buiten de GRJR op de inzet van acute dienst GGZ en ambulante hulp. Risico genoemd in begroting 2022 1. Hogere indicatie/toewijzing van hulp dan nodig Risico € 2,1 mln
2. Faillissement zorgaanbieder Risico € 1,2 mln
Realisatie 2022 Bij diverse opdrachten zijn stijgingen van het gebruik. De omvang van de inzet is de uitkomst van het arrangeren van de hulp bij de hulpvraag. Zonder inhoudelijk verdiepend onderzoek kan niet worden beoordeeld of indicaties hoger zijn dan nodig. Bij de nieuwe inkoop 2023 is veel geïnvesteerd in aanscherping van de casusregie in lokale teams. Hiervan was in 2022 geen sprake. Wel dienden op advies van de Jeugdautoriteit de aanbieders van gesloten jeugdhulp te worden ondersteund met financieringsregelingen (met voldoende zekerheden voor gemeenten), vergoedingen voor leegstand en het tot stand brengen van continuïteitsplannen.