Bijlage 1 21e Wijzigingsbesluit APV 2013
Tekst van het document
21e Wijzigingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 (24VR057/24BW000172) De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 augustus 2024, nr. 24INT00308; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de raadscommissie; besluit vast te stellen: het 21e Wijzigingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013.
Artikel I A Artikel 2:25a wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:25a Vrijstelling vergunningplicht, melding evenement
Voorgestelde tekst Artikel 2:25a Vrijstelling vergunningplicht, melding evenement
1. Geen vergunning is vereist voor evenementen, als:
1. Geen vergunning is vereist voor evenementen, als:
a. er niet meer dan 300 personen (medewerkers, deelnemers en bezoekers) tegelijkertijd aanwezig zijn; en
a. er niet meer dan 300 personen (medewerkers, deelnemers en bezoekers) tegelijkertijd aanwezig zijn;
b. die plaatsvinden tussen 08.00 uur en 24.00 uur of op zondag, indien het een evenement op een openbare plaats betreft, tussen 13.00 uur en 24.00 uur, en
b. die plaatsvinden tussen 08.00 uur en 24.00 uur of op zondag, indien het een evenement op een openbare plaats betreft, tussen 13.00 uur en 24.00 uur;
c. eventueel muziekgeluid op een openbare plaats, zondag tot en met donderdag niet later dan 22:00 uur en vrijdag en zaterdag niet tot later dan 23:00 uur ten gehore wordt gebracht; en
c. eventueel muziekgeluid op een openbare plaats, zondag tot en met donderdag niet later dan 22:00 uur en vrijdag en zaterdag niet tot later dan 23:00 uur ten gehore wordt gebracht;
d. die niet langer dan zeven aaneengesloten dagen duren, en e. die niet plaatsvinden op een rijbaan, (brom)fietspad of op een andere manier een belemmering vormen voor het verkeer, de hulpdiensten of lijndiensten van het openbaar vervoer, en
d. die niet langer dan zeven aaneengesloten dagen duren; e. die niet plaatsvinden op een rijbaan, (brom)fietspad of op een andere manier een belemmering vormen voor het verkeer, de hulpdiensten of lijndiensten van het openbaar vervoer;
f. slechts kleine objecten, met een totale oppervlakte van 25m2 worden geplaatst. Onder kleine objecten worden geen (party)tenten verstaan die worden gehuurd van een verhuurbedrijf. Podiumblokken mogen niet hoger zijn dan 1 meter; en
f. slechts kleine objecten, met een totale oppervlakte van 25m2 worden geplaatst. Onder kleine objecten worden geen (party)tenten verstaan die worden gehuurd van een verhuurbedrijf. Podiumblokken mogen niet hoger zijn dan 1 meter;
g. er geen toestellen of geluidsapparaten in werking worden gebracht of handelingen worden verricht waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt; en
g. er geen toestellen of geluidsapparaten in werking worden gebracht of handelingen worden verricht waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. De vrijstelling van de vergunningsplicht als bedoeld in lid 1 geldt niet voor
2. De vrijstelling van de vergunningsplicht als bedoeld in lid 1 geldt niet voor:
a. braderieën en markten als bedoeld in artikel 2:24 lid 3 onder b;
a. braderieën en markten als bedoeld in artikel 2:24 lid 3 onder b;
b. optochten in de Binnenstad;
b. optochten in de Binnenstad;
c. evenementen die plaatsvinden op Koningsdag, tijdens de Brandersfeesten en op 31 december, tenzij deze evenementen niet in de directe omgeving van voornoemde evenementen plaatsvinden;
c. evenementen die plaatsvinden op Koningsdag, tijdens de Brandersfeesten of andere Cevenementen en op 31 december, tenzij deze evenementen niet in de directe omgeving van voornoemde evenementen plaatsvinden;
d. evenementen die plaatsvinden op 4 mei na 18.00 uur, behalve herdenkingen in het kader van de nationale dodenherdenking;
d. evenementen die plaatsvinden op 4 mei na 18.00 uur, behalve herdenkingen in het kader van de nationale dodenherdenking; en
e. evenementen die plaatsvinden op de locatie Grote Markt, met uitzondering van kleinschalige activiteiten bij trouwerijen.
e. evenementen die plaatsvinden op de locatie Grote Markt, met uitzondering van kleinschalige activiteiten bij trouwerijen.
3. Het is verboden om een vergunningvrij evenement te organiseren indien niet minimaal 14 dagen voorafgaand aan het evenement een schriftelijke melding is gedaan aan de burgemeester.
3. Het is verboden om een vergunningvrij evenement te organiseren indien niet minimaal 14 dagen voorafgaand aan het evenement een schriftelijke melding is gedaan aan de burgemeester.
4. De burgemeester kan het organiseren van een gemeld evenement als bedoeld in het eerste lid verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
4. De burgemeester kan het organiseren van een gemeld evenement als bedoeld in het eerste lid verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Toelichting Administratieve wijziging: ‘of andere C-evenementen’ toegevoegd aan lid c van dit artikel. Daarnaast zijn er een aantal tekstuele ‘fouten’ verbeterd.
B Artikel 2:28e wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:28e Schorsen, intrekkin, wijziging en vervallen van een exploitatievergunning
Voorgestelde tekst Artikel 2:28e Schorsen, intrekking, wijziging en vervallen van een exploitatievergunning
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of geheel of gedeeltelijk wijzigen:
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of geheel of gedeeltelijk wijzigen:
a. indien een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting de artikelen 2:29, 2:31, 2:31a, 2:32 of 2:34, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning overtreedt;
a. indien een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting de artikelen 2:29, 2:31, 2:31a, 2:32 of 2:34, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning overtreedt;
b. indien aannemelijk is, dat een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
b. indien aannemelijk is, dat een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
c. indien een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting toestaat dan wel gedoogt, dat de openbare inrichting strafbare of beboetbare feiten worden gepleegd;
c. indien een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting toestaat dan wel gedoogt, dat de openbare inrichting strafbare of beboetbare feiten worden gepleegd;
d. indien een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie;
d. indien een exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie;
e. indien zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
e. indien zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
f. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken indien hij in een periode van twee jaar ten minste drie maal een aanvraag om bijschrijving van een leidinggevende op de vergunning heeft geweigerd op grond van artikel 2:28a, eerste lid, onder b.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken indien hij in een periode van twee jaar ten minste drie maal een aanvraag om bijschrijving van een leidinggevende op de vergunning heeft geweigerd op grond van artikel 2:28a, eerste lid, onder b.
3. De burgemeester trekt de vergunning in indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:28a, lid 1b gestelde eisen.
3. De burgemeester trekt de vergunning in indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:28a, lid 1b gestelde eisen.
4. Een vergunning vervalt, wanneer:
4. Een vergunning vervalt, wanneer:
a. sedert haar verlening, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
a. sedert haar verlening, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
b. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.
b. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.
c. geen van de exploitanten op de vergunning meer als zodanig functioneert.
c. geen van de exploitanten op de vergunning meer als zodanig functioneert.
Toelichting Administratieve wijziging: het woord ‘intrekking’ is gecorrigeerd in de titel. Administratieve wijziging: de letter f verwijderd na lid 1 sub e.
C Artikel 2:34b wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:34b regulering paracommerciële rechtspersonen
Voorgestelde tekst Artikel 2:34b regulering paracommerciële rechtspersonen
1. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken van maandag tot en met zaterdag vanaf 12.00 uur tot 01.00 uur en op zondag vanaf 11.00 uur tot 01.00 uur;
1. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken van maandag tot en met zaterdag vanaf 12.00 uur tot 01.00 uur en op zondag vanaf 11.00 uur tot 01.00 uur.
2. Per kalenderjaar kan een paracommercieel rechtspersoon alcoholhoudende drank verstrekken tijdens in totaal ten hoogste 12 bijeenkomsten:
2. Per kalenderjaar kan een paracommercieel rechtspersoon alcoholhoudende drank verstrekken tijdens in totaal ten hoogste 12 bijeenkomsten:
a. die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken;
a. die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken; of
b. die gericht zijn op leden of andere personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon, wanneer deze bijeenkomsten geen verband houden met de doelstellingen van de rechtspersoon;
b. die gericht zijn op leden of andere personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon, wanneer deze bijeenkomsten geen verband houden met de doelstellingen van de rechtspersoon.
3. Het is een paracommercieel rechtspersoon niet toegestaan bijeenkomsten van persoonlijke aard te organiseren;
3. Het is een paracommercieel rechtspersoon niet toegestaan bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bedoeld in de Alcoholwet, te organiseren.
4. Dit verbod is niet van toepassing op ontmoetingscentra in de wijken;
4. Dit verbod is niet van toepassing op ontmoetingscentra in de wijken.
5. Bij fusies van meerdere paracommerciële rechtspersonen kan van het maximum aantal bijeenkomsten genoemd in het tweede lid, worden afgeweken tot 2 jaar na de fusiedatum.
5. Bij fusies van meerdere paracommerciële rechtspersonen kan van het maximum aantal bijeenkomsten genoemd in het tweede lid, worden afgeweken tot 2 jaar na de fusiedatum.
6. Een paracommercieel rechtspersoon doet 6. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk drie werkdagen voor een bijeenkomst uiterlijk drie werkdagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid hiervan melding als bedoeld in het tweede lid hiervan melding aan de burgemeester. aan de burgemeester. Toelichting Administratieve wijziging: ‘zoals bedoeld in de Alcoholwet’ toegevoegd aan lid 3 van dit artikel.
D Artikel 2:34c wordt toegevoegd: Huidige tekst (nog niet opgenomen)
Voorgestelde tekst Artikel 2:34c Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
Toelichting Dit artikel is een nieuw artikel in de APV. Met het voorgestelde artikel is het toegestaan om een proeverij te organiseren in een slijtersbedrijf. Dit voorstel komt voort uit de model APV van de VNG.
E Artikel 2:48a wordt vervallen verklaard Huidige tekst Artikel 2:48a Verbod gebruik lachgas
Voorgestelde tekst Artikel 2:48a Verbod gebruik lachgas
1. Het is verboden lachgas voor recreatief gebruik te verkopen.
[vervallen]
2. Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water lachgas voor recreatief gebruik of daarop gelijkende waar met een ballon of enig ander hulpmiddel te gebruiken, toe te dienen, of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Toelichting Art 2:48a APV (verbod gebruik lachgas) kan geheel komen te vervallen. Lachgas staat nu op lijst II van de Opiumwet en het openlijk gebruik hiervan is derhalve verboden o.g.v. art. 2:74b Openlijk drugsgebruik.
F Artikel 2:58 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
Voorgestelde tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare plaats.
1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen, zoals hondenlosloopgebieden en hondentoiletten. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden. 4. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 en 3 is een ieder die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, verplicht een deugdelijk opruimmiddel, niet zijnde zijn of haar hand, bij zich te hebben ter onmiddellijke verwijdering van eventuele hondenuitwerpselen. 6. De eigenaar of houder van een hond die zich met de hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht het opruimmiddel, niet zijnde zijn of haar hand, op eerste vordering te laten zien aan de toezichthouder. Toelichting Artikel gewijzigd conform mode APV van de VNG, waardoor het artikel beter leesbaar is.
G Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Voorgestelde tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
a. aanwezig te hebben, of
a. aanwezig te hebben;
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluitgestelde regels, of
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of
c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of
d. te voeren.
d. te voeren.
2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Het voorstel is om in lid 1 het woord ‘opheffing’ te vervangen door ‘beëindiging’, conform de model APV van de VNG. Daarnaast worden leestekens die eerder foutief opgenomen waren en een tekstuele fout nu verbeterd.
H Artikel 2:60a Storend geluid / voederen van dieren wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:60a Storend geluid/voederen van dieren
Voorgestelde tekst Artikel 2:60a Storend geluid/voederen van dieren
1. Een ieder, die de zorg voor een dier heeft, is verplicht al het mogelijke te doen om te voorkomen, dat dit voor de omgeving in ernstige mate storend geluid maakt. 2. Het college kan voor nader te bepalen locaties en perioden een verbod instellen om dieren te voeren indien: a. er door het voeren verkeersonveilige situaties ontstaan; b. er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen (stank en gladheid); c. dieren ook ’s nachts op of bij voerplaatsen aanwezig blijven en dan geluidsoverlast veroorzaken; d. er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn ; e. er door een overdaad aan voer, gezondheidsproblemen voor de gevoerde dieren ontstaan (bij kinderboerderij en dierenweiden).
1. Een ieder, die de zorg voor een dier heeft, is verplicht al het mogelijke te doen om te voorkomen, dat dit voor de omgeving in ernstige mate storend geluid maakt. 2. Het is verboden op een openbare plaats dieren, anders dan huisdieren, te voeren.
3. Ingeval van schaarste kan het college afwijken van het in het tweede lid genoemd verbod door bij te voeren.
Toelichting N.a.v. de Motie van de gemeenteraad: ‘Voederverbod M13’ van 4 juli 2023 is dit artikel gewijzigd en vanuit het oogpunt van preventie een algeheel voederverbod ingesteld in het tweede lid van dit artikel. De Motie betrof de gezondheid voor dieren. Door een algeheel voederverbod zal het verkeerd voeren van dieren (met veelal menselijk voedsel) waardoor de gezondheid van dieren in gevaar komt, én er te veel dieren van een soort op een plek kunnen, voorkomen worden.
Door het nieuwe derde lid op te nemen is er voor het college de mogelijkheid ingeval van schaarste bij bijvoorbeeld (zeer) strenge weersomstandigheden professioneel bij te (laten) voeren. I Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:71 Begripsbepalingen
Voorgestelde tekst Artikel 2:71 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, niet zijnde fopen schertsvuurwerk;
a. consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, niet zijnde fop- en schertsvuurwerk;
b. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd;
b. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd;
c. leidinggevende:
c. leidinggevende:
o de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd;
o de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd; of
o de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de vuurwerkverkooppunt;
o de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de vuurwerkverkooppunt.
d. fop- en schertsvuurwerk: fop- en schertsvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit.
d. fop- en schertsvuurwerk: fop- en schertsvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit.
Toelichting Administratieve wijziging: de categorieaanduidingen F1, F2 en F3 in sub a zijn geschrapt, conform de model APV van de VNG.
J Artikel 2:77a wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:77a Verblijfsverbod
Voorgestelde tekst Artikel 2:77a Verblijfsverbod
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste zestien weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste zestien weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Toelichting Tekstuele wijziging conform VNG- voorstel: bevel wordt vervangen door tijdelijk verbod. Ook is er een nieuw vierde lid toegevoegd, waarbij er voorrang gegeven wordt aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsaanwijzing door de burgemeester. Dit kan voorkomen wanneer iemand de openbare verstoort en er een overlap ontstaat tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden.
K Artikel 2:77b wijzigt als volgt: Huidige tekst Artikel 2:77b Mosquito 1. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats. 3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. 4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. 5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.
Voorgestelde tekst Artikel 2:77b Verblijfsverbod drugsdealers 1. De burgemeester kan degene die zich op of aan de weg ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden. 2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen.
Toelichting Verblijfsverbod drugdealers staat niet in de APV specifiek voor dealers, maar wel in het algemeen, zie artikel 2:77a. Dit is op dit moment reeds geregeld middels artikel 2:77a APV i.c.m. het Beleid overlastgevende personen Schiedam. Dit artikel geldt in de hele gemeente, niet alleen in aangewezen gebieden, maar het gebiedsverbod kan voor kortere duur worden opgelegd. Opnemen van dit artikel kan een goede toevoeging zijn om in aangewezen gebieden aan dealers een langer gebiedsverbod op te leggen.
L Artikel 2:77c wordt toegevoegd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
(niet opgenomen)
Artikel 2:77c Mosquito 1. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats. 3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. 4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. 5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.
Toelichting Dit artikel staat nu in de APV onder 2:77b. Met de komst van het nieuwe artikel ‘verblijfsverbod drugdealers’ is het logischer om het artikel 2:77b Mosquito door te schuiven naar 2:77c en Verblijfsverbod drugdealers op 2:77b te zetten.
M Artikel 4:3 wijzigt als volgt: Huidige tekst Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
Voorgestelde tekst Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
1. De geluidsnormen als bedoeld in artikel 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening zijn, mits de houder van de inrichting tenminste vijf werkdagen voor aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld, per kalenderjaar niet van toepassing voor maximaal twaalf incidentele festiviteiten.
1. De geluidsnormen als bedoeld in artikel 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening zijn, mits de houder van de inrichting tenminste vijf werkdagen voor aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld, per kalenderjaar niet van toepassing voor maximaal twaalf incidentele festiviteiten.
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal tien incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de vergunninghouder van de milieubelastende activiteit ten minste vijf
de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
3. Het college stelt de wijze vast waarop de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt gedaan.
3. Het college stelt de wijze vast waarop de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt gedaan.
4.De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer zij tijdig en volgens de wijze die door het college is vastgesteld, is gedaan.
4. De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer zij tijdig en volgens de wijze die door het college is vastgesteld, is gedaan.
5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, toestaat.
5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, toestaat.
6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 15 dB(A) ten opzichte van de in het eerste lid genoemde geluidsnormen, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter en in- en aanpandige gevoelige gebouwen.
6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 15 dB(A) ten opzichte van de in het eerste lid genoemde geluidsnormen, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter en in- en aanpandige gevoelige gebouwen.
7. De geluidswaarde als bedoeld in het zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Ook wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid geldt voor zowel versterkte muziek alsook voor onversterkte muziek. De muziekgeluidcorrectie en de bedrijfsduurcorrectie worden bij deze beoordeling buiten beschouwing gelaten.
8. Gedurende een incidentele festiviteit, als bedoeld in het eerste lid, dient het ten gehore brengen van de extra muziek –hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikel 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- plaats te vinden op zondag tot en met donderdag tussen 07:00 uur en 01:00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 07:00 uur en 02:00 uur.
8. Gedurende een incidentele festiviteit, als bedoeld in het eerste lid, dient het ten gehore brengen van de extra muziek –hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in de artikel 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- plaats te vinden op zondag tot en met donderdag tussen 07:00 uur en 01:00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 07:00 uur en 02:00 uur.
9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen in een inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen in een inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Toelichting In lid 2 is het aantal incidentele festiviteiten voor licht verruimd van tien naar twaalf. Hiermee wordt voldaan aan de landelijke norm en is het gelijk met het aantal incidentele festiviteiten voor licht. Lid 7 is aangepast conform huidige wetgeving.
N Artikel 4:5 komt te vervallen Huidige tekst Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Voorgestelde tekst Artikel 4:5 Onversterkte muziek
1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. Tabel 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)
[vervallen]
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 2. Voor de duur van acht uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 4. Onverminderd het bepaalde in lid 1 tot en met lid 3 van dit artikel, zijn de artikelen 4:2 en 4:3 van overeenkomstige toepassing. 5. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen in een inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Toelichting In artikel 22.70 onder i van het Omgevingsplan gemeente Schiedam is opgenomen dat onversterkte muziek buiten beschouwing wordt gelaten voor de grenswaarden die zijn opgenomen in artikel 22.63 van het Omgevingsplan gemeente Schiedam. Hierdoor is dit artikel niet meer relevant en derhalve het voorstel om deze te laten vervallen.
O Artikel 4:13 wijzigt als volgt: Huidige tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Voorgestelde tekst Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of
c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Toelichting op de wijziging Tekstuele wijziging conform VNG voorstel: opheffing vervangen door beëindiging en een tekstuele wijziging.
P Artikel 5:12 wijzigt als volgt Huidige tekst Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
Voorgestelde tekst Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de volksgezondheid aangewezen wegen of weggedeelten fietsen of bromfietsen:
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de volksgezondheid aangewezen wegen of weggedeelten fietsen of bromfietsen:
a. onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan, of
a. onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan; of
b. langer dan twee weken aaneengesloten onbeheerd te laten staan.
b. langer dan twee weken aaneengesloten onbeheerd te laten staan.
2. Het is verboden op of aan de weg fietsen of bromfietsen hinderlijk te parkeren, zoals:
2. Het is verboden op of aan de weg fietsen of bromfietsen hinderlijk te parkeren, zoals:
• op zodanige wijze voor of tegen een gebouw, dat daardoor voor een bewoner of gebruiker van dat gebouw de toegang of het uitzicht wordt belemmerd;
• op zodanige wijze voor of tegen een gebouw, dat daardoor voor een bewoner of gebruiker van dat gebouw de toegang of het uitzicht wordt belemmerd;
• op zodanige wijze op een voetpad of trottoir, dat daardoor de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;
• op zodanige wijze op een voetpad of trottoir, dat daardoor de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;
• op geleidelijnen die op de weg zijn aangebracht ten behoeve van visueel gehandicapten;
• op geleidelijnen die op de weg zijn aangebracht ten behoeve van visueel gehandicapten;
• op zodanige wijze dat daardoor het in- en uitstappen bij tram, bus taxi of gehandicaptenplaats gehinderd of belemmerd wordt;
• op zodanige wijze dat daardoor het in- en uitstappen bij tram, bus, taxi of gehandicaptenplaats gehinderd of belemmerd wordt;
• op zodanige wijze dat daardoor de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt;
• op zodanige wijze dat daardoor de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt;
• tegen monumenten of gedenktekens;
• tegen monumenten of gedenktekens; of
• op een zodanige wijze dat daardoor de doorgang en opbouw op een markt wordt gehinderd of belemmerd.
• op een zodanige wijze dat daardoor de doorgang en opbouw op een markt wordt gehinderd of belemmerd.
Toelichting op de wijziging Tekstuele wijziging conform VNG voorstel: opheffing vervangen door beëindiging. Daarnaast is een tekstuele fout gecorrigeerd.
Q Artikel 5:21b wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 5:21b Standplaatsvrije gebieden
Voorgestelde tekst Artikel 5:21b Standplaatsvrije gebieden
1. Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor geen vergunning wordt verleend.
1. Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor geen vergunning wordt verleend.
2. Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde gebieden kan het college ontheffing verlenen voor het innemen van een standplaats met een verplaatsbare verkoopinrichting voor de verkoop van de navolgende (seizoensgebonden) producten in de volgende perioden:
2. Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde gebieden kan het college ontheffing verlenen voor het innemen van een standplaats met een verplaatsbare verkoopinrichting voor de verkoop van de navolgende (seizoensgebonden) producten in de volgende perioden:
a. ijs 1 maart tot en met 31 oktober (inrichting maximaal 10 m²);
a. ijs 1 maart tot en met 31 oktober (inrichting maximaal 10 m²);
b. haring 1 mei tot en met 1 augustus (inrichting maximaal 10 m²);
b. haring 1 mei tot en met 1 augustus (inrichting maximaal 10 m²);
c. oliebollen 15 oktober tot en met 1 januari;
c. oliebollen 1 oktober tot en met 15 januari;
d. kerstbomen 6 december tot en met 24 december;
d. kerstbomen 6 december tot en met 24 december;
e. bloemen gehele jaar (alleen op zaterdag) (inrichting maximaal 10 m²);
e. bloemen gehele jaar (alleen op zaterdag) (inrichting maximaal 10 m²);
f. kortlopende standplaatsen met een incidenteel karakter voor de promotie van een product of dienst (inrichting maximaal 10 m²).
f. kortlopende standplaatsen met een incidenteel karakter voor de promotie van een product of dienst (inrichting maximaal 10 m²).
Toelichting Deze wijziging vloeit voort uit de Motie: Standplaatsvergunningen, ingediend door partij Lokaal Onafhankelijk Schiedam. Met de voorgestelde wijziging is het seizoen voor de standplaats van oliebollen verruimd.
R Artikel 5:24 wordt vervallen verklaard Huidige tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Voorgestelde tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
(vervallen)
2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de door het gemeentebestuur vastgestelde wijze. 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Schiedam 2017 of de Telecommunicatiewet. Toelichting op de wijziging Dit is ondervangen in andere regelgeving zoals Bouwbesluit, bestemmingsplan/Omgevingsplan, Waterwet en Havenverordening Schiedam 2020.
S Artikel 6:1 wijzigt als volgt:
Huidige tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling
Voorgestelde tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:
2:1 (Samenscholing en ongeregeldheden)
2:1 (Samenscholing en ongeregeldheden)
2:6 (Beperking aanbieding stukken)
2:6 (Beperking aanbieding stukken)
2:10 (Voorwerpen of stoffen op de weg)
2:10 (Voorwerpen of stoffen op de weg)
2:11 (Aanleggen, beschadigen en veranderen weg)
2:11 (Aanleggen, beschadigen en veranderen weg)
2:12 (Maken, veranderen van uitweg)
2:12 (Maken, veranderen van uitweg)
2:13 (Veroorzaken van gladheid)
2:13 (Veroorzaken van gladheid)
2:14 (Winkelwagentjes)
2:14 (Winkelwagentjes)
2:16 (Openen straatkolken)
2:16 (Openen straatkolken)
2:18 (Rookverbod bossen en natuurterreinen)
2:18 (Rookverbod bossen en natuurterreinen)
2:20 (Vallende voorwerpen)
2:20 (Vallende voorwerpen)
2:21 (Voorzieningen voor verkeer en verlichting)
2:21 (Voorzieningen voor verkeer en verlichting)
2:21a (Verwijdering e.d. van voorzieningen en voor verkeer en verlichting)
2:21a (Verwijdering e.d. van voorzieningen en voor verkeer en verlichting)
2:22 (Objecten onder hoogspanningslijnen)
2:22 (Objecten onder hoogspanningslijnen)
2:22a.(Valschermspringen)
2:22a.(Valschermspringen)
2:23 (Veiligheid op het ijs)
2:23 (Veiligheid op het ijs)
2:23a (Verboden slaapverblijf)
2:23a (Verboden slaapverblijf)
2:25 (Evenement)
2:25 (Evenement)
2:25a (Vrijstelling vergunningplicht, melding evenement)
2:25a (Vrijstelling vergunningplicht, melding evenement)
2:25b(Nadere regels, organiseren van een evenement)
2:25b(Nadere regels, organiseren van een evenement)
2:26 (Ordeverstoring tijdens evenement)
2:26 (Ordeverstoring tijdens evenement)
Artikel 2:26a (Verbod gebruik wegwerpplastic)
Artikel 2:26a (Verbod gebruik wegwerpplastic)
2:28 (Exploitatievergunning horecabedrijf)
2:28 (Exploitatievergunning horecabedrijf)
2:28f (Sluiting van horecabedrijven)
2:28f (Sluiting van horecabedrijven)
2:29 (Openings- en sluitingstijden)
2:29 (Openings- en sluitingstijden)
2:30a (Individuele ontheffingsmogelijkheden sluitings- en openingstijden)
2:30a (Individuele ontheffingsmogelijkheden sluitings- en openingstijden)
2:31 (Verboden gedragingen)
2:31 (Verboden gedragingen)
2:31a (Exploitatieregels horecabedrijven, verplichtingen exploitant)
2:31a (Exploitatieregels horecabedrijven, verplichtingen exploitant)
2:32 (Handel binnen openbare inrichtingen)
2:32 (Handel binnen openbare inrichtingen)
2:34 (Beperking sterke drank)
2:34 (Beperking sterke drank)
2:38 (Verschaffen gegevens nachtregister)
2:38 (Verschaffen gegevens nachtregister)
2:40a (Vergunningsplicht speelautomatenhal)
2:40a (Vergunningsplicht speelautomatenhal)
2:40c (De vergunning)
2:40c (De vergunning)
2:40f (Gokken op de openbare weg)
2:40f (Gokken op de openbare weg)
2:40g (Sluiting overlastgevende gokpanden)
2:40g (Sluiting overlastgevende gokpanden)
2:41 (Betreden gesloten woning)
2:41 (Betreden gesloten woning)
2:41a (Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen)
2:41a (Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen)
2:42 (Plakken en kladden)
2:42 (Plakken en kladden)
Artikel 2:47a (Messen en andere steekwapens)
Artikel 2:47a (Messen en andere steekwapens)
Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
2:59 (Gevaarlijke honden)
2:59 (Gevaarlijke honden)
2:60 (Houden van hinderlijke/schadelijke dieren)
2:60 (Houden van hinderlijke/schadelijke dieren)
Artikel 2:60a Storend geluid/voederen van dieren
Artikel 2:60a Storend geluid/voederen van dieren
2:65 (Bedelarij)
2:65 (Bedelarij)
2:73 (Verbod gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling)
2:73 (Verbod gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling)
2:73a (Verbod bezigen van carbid)
2:73a (Verbod bezigen van carbid)
2:74 (Drugshandel op straat)
2:74 (Drugshandel op straat)
2:74a (Verzameling van personen in verband met drugs)
2:74a (Verzameling van personen in verband met drugs)
2:74b (Openlijk drugsgebruik)
2:74b (Openlijk drugsgebruik)
2:74c (Weggooien van spuiten en dergelijke)
2:74c (Weggooien van spuiten en dergelijke)
2:77a (Gebiedsontzeggingen)
2:77a (Gebiedsontzeggingen)
3:3 (Nadere regels)
3:3 (Nadere regels)
3:4 (Seksinrichtingen)
3:4 (Seksinrichtingen)
3:6 (Sluitingstijden)
3:6 (Sluitingstijden)
3:7 (Sluiting van de seksinrichting)
3:7 (Sluiting van de seksinrichting)
3:8 (Aanwezigheid/toezicht exploitant en beheerder)
3:8 (Aanwezigheid/toezicht exploitant en beheerder)
3:9 (Straatprostitutie)
3:9 (Straatprostitutie)
3:10 (Sekswinkels)
3:10 (Sekswinkels)
3:11 (Tentoonstellen/aanbieden pornografisch materiaal)
3:11 (Tentoonstellen/aanbieden pornografisch materiaal)
3:14 (Vervallen exploitatie vergunning seksinrichting e.a.)
3:14 (Vervallen exploitatie vergunning seksinrichting e.a.)
3:15 (Wijziging beheer)
3:15 (Wijziging beheer)
4:4 (Verboden incidentele activiteiten
4:4 (Verboden incidentele activiteiten
4:6 (Overige geluidhinder)
4:6 (Overige geluidhinder)
4:7 (Straatvegen)
4:7 (Straatvegen)
4:9 (Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen)
4:9 (Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen)
Artikel 4:10 (Verbod oplaten ballonnen)
Artikel 4:10 (Verbod oplaten ballonnen)
4:13 (Verbod opslag voertuigen e.d.)
4:13 (Verbod opslag voertuigen e.d.)
4:15 (Hinderlijke reclame)
4:15 (Hinderlijke reclame)
4:18 (Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein)
4:18 (Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein)
5:2 (Parkeren voertuigen autobedrijf)
5:2 (Parkeren voertuigen autobedrijf)
5:3 (Te koop aanbieden voertuigen)
5:3 (Te koop aanbieden voertuigen)
5:4 (Defecte voertuigen)
5:4 (Defecte voertuigen)
5:5 (Voertuigwrakken)
5:5 (Voertuigwrakken)
5:6 (Kampeermiddelen e.d.)
5:6 (Kampeermiddelen e.d.)
5:7 (Reclamevoertuigen)
5:7 (Reclamevoertuigen)
5:8 (Parkeren grote voertuigen)
5:8 (Parkeren grote voertuigen)
5:9 (Parkeren uitzichtbelemmerende voertuigen)
5:9 (Parkeren uitzichtbelemmerende voertuigen)
5:10 (Parkeren voertuigen met stankverspreidende stoffen)
5:10 (Parkeren voertuigen met stankverspreidende stoffen)
5:11 (Aantasting groenvoorzieningen)
5:11 (Aantasting groenvoorzieningen)
5:12 (Overlast fiets/bromfiets)
5:12 (Overlast fiets/bromfiets)
Artikel 5:12a Vergunningsplicht deeltweewielers
Artikel 5:12a Vergunningsplicht deeltweewielers
5:13 (Inzameling geld of goederen en werving van leden of donateurs)
5:13 (Inzameling geld of goederen en werving van leden of donateurs)
5:15 (Venten)
5:15 (Venten)
5:18 (Standplaatsen)
5:18 (Standplaatsen)
5:23 (Snuffelmarkten)
5:23 (Snuffelmarkten)
5:24 (Voorwerpen op/in/boven water) 5:27 (Verbod innemen ligplaats)
5:27 (Verbod innemen ligplaats)
5:28 (Beschadigen waterstaatswerken)
5:28 (Beschadigen waterstaatswerken)
5:29 (Reddingsmiddelen)
5:29 (Reddingsmiddelen)
5:29a (Zwemmen)
5:29a (Zwemmen)
5:31 (Overlast aan vaartuigen)
5:31 (Overlast aan vaartuigen)
5:33 (Beperking verkeer in natuurgebieden)
5:33 (Beperking verkeer in natuurgebieden)
5:34 (Stookverbod)
5:34 (Stookverbod)
5:36 (Asverstrooiing
5:36 (Asverstrooiing
2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:
2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:
2:9 (Straatartiest)
2:9 (Straatartiest)
2:43 (Vervoer plakgereedschap)
2:43 (Vervoer plakgereedschap)
2:44 (Vervoer inbrekerswerktuigen)
2:44 (Vervoer inbrekerswerktuigen)
2:45 (Betreden plantsoenen)
2:45 (Betreden plantsoenen)
2:46 (Rijden over bermen)
2:46 (Rijden over bermen)
2:47 (Hinderlijk gedrag op of aan de weg)
2:47 (Hinderlijk gedrag op of aan de weg)
2:48 (Openlijk drankgebruik)
2:48 (Openlijk drankgebruik)
2:48a Verbod gebruik lachgas 2:49 (Hinderlijk gedrag in of bij gebouwen)
2:49 (Hinderlijk gedrag in of bij gebouwen)
2:50 (Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimte)
2:50 (Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimte)
2:50a (Overig hinderlijk gedrag)
2:50a (Overig hinderlijk gedrag)
2:51 (Neerzetten van fietsen)
2:51 (Neerzetten van fietsen)
2:52 (Overlast van (brom)fiets op markt of kermis)
2:52 (Overlast van (brom)fiets op markt of kermis)
2:53 (Bespieden van personen)
2:53 (Bespieden van personen)
2:57 (Loslopende honden)
2:57 (Loslopende honden)
2:58 (Verontreiniging door honden)
2:58 (Verontreiniging door honden)
2:62 (Loslopend vee)
2:62 (Loslopend vee)
4:8 (Natuurlijke behoefte doen)
4:8 (Natuurlijke behoefte doen)
5:30 (Veiligheid op het water
5:30 (Veiligheid op het water
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid, 2:11, tweede lid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid, 2:11, tweede lid.
4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Toelichting op de wijziging De door dit wijzigingsbesluit vervallen verklaarde artikelen zijn verwijderd uit artikel 6:1.
Artikel II De artikelsgewijze toelichting bij de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 wordt gewijzigd conform bijlage 1 bij dit wijzigingsbesluit.
Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 8 oktober 2024.
De griffier,
De voorzitter,
M.J.W. Tobeas
mr. H.M. Bergmann