Beantwoording Reacties van de Fracties 7 8 9 december 2021
Tekst van het document
reacties van de fracties
Datum
Ons kenmerk
23 november 2021
21GRF00074
Reacties van de Fracties raadscommissie 7, 8 en 9 december 2021
04
Raadsvoorstel Aanvraag voorbereidingsbudget project “Renovatie en herstructurering Staatsliedenbuurt” 1.
Kan er op hoofdlijnen worden toegelicht aan welke voorwaarden er moet worden voldaan, naast de 70/30 procent verhouding co-financiering en het binnen 10 jaar realiseren van het plan, om de subsidie te mogen behouden? Antwoord: Binnen 2 jaar na toekenning van de subsidie moet de gemeenteraad een onomkeerbaar besluit hebben genomen om de renovatie en herstructurering van de Staatsliedenbuurt uit te gaan voeren. Zie daarnaast de onderstaande passage uit de afgegeven subsidiebeschikking: De minister vordert terug: a. voor zover er geen (volledige) of onjuiste verantwoordingsinformatie is verstrekt; b. indien de verantwoordingsinformatie te laat is ontvangen; c. voor zover het daadwerkelijk financiële tekort minus de vereiste cofinanciering per deelplan lager is dan de uitkering; d. voor zover de uitkering niet rechtmatig is besteed, bijvoorbeeld door besteding aan zaken die buiten de scope van artikel 2 van de Regeling vallen of bij besteding aan woningen buiten de opgegeven postcodegebieden; e. voor zover de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is. f. voor zover u niet voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting (waaronder de vereiste van 30% cofinanciering).
2. Hoe ziet het proces er m.b.t. de verdere besluitvorming uit? Wanneer kan de raad een nadere uitwerking verwachten? Antwoord: Uiterlijk in Q1-2023 zal een ruimtelijk raamwerk worden voorgelegd voor besluitvorming inclusief een gebieds- of grondexploitatie.
3. Hoe kan worden geborgd dat de huidige bewoners en minder draagkrachtige Schiedammers terug kunnen keren naar de geherstructureerde Staatsliedenbuurt? Antwoord: In het Stedelijk Sociaal Plan 2018-2022 zijn afspraken gemaakt met Woonplus over de rechten en plichten van huurder van Woonplus, die te maken krijgen met
*21GRF00074*
verhuizing in verband met sloop of ingrijpende renovatie, waarbij de huurder in redelijkheid niet meer in de woning kan blijven. Deze huurders krijgen een zogenaamde ‘stadsvernieuwingsurgentie’ en voorrang op andere woningzoekenden in de regio. Afgelopen zomer, na de bekendmaking van de toekenning van de subsidiebijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds, heeft Woonplus de huidige huurders van de Staatsliedenbuurt al geïnformeerd met een nieuwsbrief. Dit om te zorgen dat de huurders tijdig geïnformeerd zijn. In de Staatsliedenbuurt is sprake van een grote doorstroming van huurders (hoge mutatiegraad); zij wonen er vaak niet lang en komen vaak uit andere steden naar Schiedam. Huurders kunnen kans maken op een nieuwe woning in de Staatsliedenbuurt als zij na verhuizing ingeschreven blijven staan bij Woonnet Rijnmond en reageren op het woningaanbod.
4. Hoeveel geld resteert er in Enecopotje ‘Gebiedsontwikkeling’ inclusief en exclusief duurzaamheid, na onttrekking van het bedrag ten behoeve van het voorbereidingsbudget? Antwoord: In de reserve Eneco-gelden is op basis de Motie Eneco in eerste instantie €4 miljoen geoormerkt voor een ‘Duurzaamheidsfonds’ en € 6,5 miljoen voor ‘Gebiedsontwikkeling inclusief groen’. Er hebben tot op heden geen besluiten plaatsgevonden, die hebben geleid tot onttrekkingen in het geoormerkte deel ‘Duurzaamheidsfonds’. Hier resteert dus €4 miljoen. Bij raadsbesluit over de Groenvisie is op 2 februari besloten om €2 miljoen euro te storten in een aparte reserve Groenfonds voor het realiseren van groenkwaliteit. Dit is ten laste gegaan van het geoormerkte deel ‘Gebiedsontwikkeling inclusief groen’. Er is dus nu nog €4,5 miljoen beschikbaar voor het geoormerkte deel ‘Gebiedsontwikkeling’ (nu dus zonder de toevoeging ‘groen’). Na onttrekking van het voorbereidingsbudget project “Renovatie en herstructurering Staatsliedenbuurt” resteert nog €4,5 miljoen minus €232.500 = € 4.267.500
05
Raadsvoorstel Start aanpak Stedelijke Vernieuwing Nieuwland en Oost 5.
In het startdocument wordt (p.9) gesteld dat ‘dit onderdeel van de governance als voorwaarde is meegegeven door het ministerie van BZK’. Welke voorwaarden / eisen stelt het ministerie precies? Moet er daardoor eenzelfde organisatorische opzet als bij NPRZ worden gebruikt? Antwoord: Het is nog niet vastgesteld wat precies de voorwaarden met betrekking tot de governance zal zijn. Wel stelt BZK dat de aanpak van het NPRZ en organisatie een goede inspiratiebron is. Met name het gelijkwaardige partnerschap van de aanpak, waarbij het Rijk ook aanschuift, is een succesformule om langjarig aan het programma verbonden te zijn.
6. Kan de evaluatie van NPRZ waarnaar in de beeldvormende avond werd gerefereerd kunnen worden gedeeld? Antwoord: 21GRF00074
Pagina 2 van 16
Het verhaal van NPRZ is reeds toegevoegd aan de stukken van de beeldvormende avond van 23 november 2021 in notubiz.
7.
Welke lessen uit de ervaringen met, en evaluaties van, NPRZ zijn meegenomen in dit voorstel? Wat doen wij anders hier dan NPRZ op basis van die lessen? Antwoord: De dynamiek van de lokale situatie in Schiedam Nieuwland en Oost verschilt met die van Rotterdam Zuid. De schaalgrootte, de samenstelling van de bevolking, de aanwezige bedrijven maakt dat er lokaal maatwerk nodig is. De focus op onderwijs, werk en wonen komt overeen met die van het NPRZ. De leefvelden Samenleven en Veiligheid nemen we vanaf het begin van de aanpak mee. De gelijkwaardigheid van de partners is het uitgangspunt. Alle partners committeren zich aan de langjarige inzet.
8. Waarom wordt er bij het doel ‘meer bewoners aan het werk’ gekozen voor een vast percentage als doel, en niet een relatieve score tov het gemiddelde in NL of Schiedam? Antwoord: Het uitgangspunt is dat het werkeloosheidscijfer in de beide wijken over tien jaar niet meer afwijkt van het gemiddelde van Schiedam. Om dat te concretiseren is er een vast percentage aan gekoppeld. 9. Het doel is dat de WOZ-waarde van beide wijken in 20 jaar naar het Schiedamse gemiddelde zal groeien. Dat zou nu een stijging betekenen van 36.000 (Nieuwland) of 43.000 (Oost) euro gemiddeld. Gegeven het feit dat niet alle of het merendeel van de woningen zal kunnen worden gesloopt en herbouwd of gerenoveerd, wat betekent dat voor de gemiddelde prijs van nieuwe woningen die gebouwd worden? Hoeveel woningen zullen worden toegevoegd of gesloopt en welke prijsklasse zouden de nieuwe woningen dan moeten hebben? En hoe realistisch is dit? Antwoord: Het doel is een evenwichtige woningvoorraad met kwalitatief betere verbindingen en openbare ruimte. De WOZ-waarde is een indicator. De WOZ-waarde hangt samen met de marktontwikkeling. Het doel is dat de samenstelling van wijken meer in balans komt, daarom voegen we ook in andere wijken betaalbare woningen toe om op die manier deels ruimte te maken voor meer middelduur en duur in Nieuwland en Oost.
Ontwikkeling van de WOZ waarde is een langjarige ontwikkeling, waarin behalve de kwaliteit van de woning, ook de kwaliteit en populariteit van de locatie (wijk) en de actuele marktontwikkeling in tot uitdrukking komt. De WOZ als meetinstrument wordt beïnvloed door de woningmarkt als geheel en kent daarmee ook zijn beperkingen. De ontwikkeling van de WOZ waarde is teveel aan de marktontwikkeling gekoppeld om de vraag naar welke woningen er dan precies bij moeten te kunnen beantwoorden. Bij de uitwerking, op basis van de woonvisie, zal worden bepaald hoeveel woningen (%) van de verschillende segmenten tot de juiste mix zullen leiden.
21GRF00074
Pagina 3 van 16
10. Is het niet logischer om de WOZ-waarde van Nieuwland en Oost te willen laten toegroeien naar het gemiddelde in andere volkswijken in Schiedam? Antwoord: Gezien de uitgangspunten in de woonvisie om het aanbod van sociaal bereikbare woningen meer te spreiden over de stad, zal er uiteindelijk minder verschil zijn in de gemiddelde WOZ-waarde tussen de wijken.
11. Kan er een onderbouwing / indicatieve begroting worden gegeven voor de benodigde 600.000 euro in 2022? Antwoord: Personeelskosten 1 fte programmamanager 1fte, 0,8 fte programmasecretaris, 0,5 fte communicatieadviseur, 0,5 fte ondersteuning. Overhead € 180.000 Totaal Personeelskosten inclusief overhead € 450.000 Proceskosten T.b.v. opstellen gezamenlijk uitvoeringsprogramma, organiseren bijeenkomsten, cofinanciering kleine subsidies, subsidieaanvragen bij subsidieverstrekkers, lobbytrajecten bij ministeries en partners, onderzoeken et cetera. Totaal Proceskosten € 75.000 Communicatiebudget Social media, website, communicatiemiddelen, bewonersparticipatie Totaal Communicatie € 75.000 12. Pagina 4: Op welke wijze worden bewoners betrokken bij de planvorming? Bij het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid hebben bijvoorbeeld ook de bewonersorganisaties/ bewonersinitiatieven aan de voorkant input geleverd en worden zij als partners in de stad gezien. Antwoord: De wijze waarop we tot de resultaten komen is een gezamenlijke inspanning, waarbij ook de inwoners zelf een rol hebben, krijgen, dan wel ruimte krijgen om te nemen. Net zoals in het NPRZ zullen bewonersorganisaties en bewonersinitiatieven een rol en plaats krijgen. Naast dat hen gevraagd wordt om actief invulling te geven aan de activiteiten die in de buurt worden georganiseerd en hierover mee te denken.
Hierbij kan gedacht worden de invulling van naschoolse activiteiten op de scholen, acties om de buurt schoner en veiliger te maken en verbetering van de inrichting van het openbare gebied. 13. Pagina 6: In hoeverre houdt het college ook rekening met doelstellingen voor de middellange termijn voor de komende 10 jaar? Antwoord: Als we uitgaan van een periode van 5 tot 10 jaar als middellange termijn, dan worden behaalde resultaten afgezet tegen de periode die is verstreken, én die nog gaat komen. De doelstellingen op middellange termijn zijn een stap in de richting van waar we over 21GRF00074
Pagina 4 van 16
20 jaar willen staan. Dus hoever zijn we op weg om de lange termijn doelstelling te halen. In de uitvoeringsplannen worden de doelstellingen concreet uitgewerkt. 14. Pagina 7: Welke rol ziet het college voor een zelfbewoningsplicht bij aankoop van nieuwbouwwoningen (inmiddels opgenomen in de woonvisie) en de aankoop van bestaande woningen? Antwoord: Per nieuwbouwproject wordt, onder andere, ook inschatting gemaakt van het risico tot opkopen. Indien dat risico er is dan zijn dergelijke eisen mogelijk. Als de gemeente in de positie is om deze eisen te stellen. voor die projecten waar de gemeente op basis van bijvoorbeeld grondpositie of samenwerkingsvorm in positie is om een zelfbewoningsplicht voor te schrijven. Voor bestaande bouw wordt onderzocht (motie begrotingsbehandeling 2022) of en zo ja op welke wijze het instrument is in te zetten, uit dit onderzoek volgt ook welke buurten/ welk prijssegment daar voor in aanmerking komen. 15. Pagina 9: OP welke manier onderscheidt de aanpak in Nieuwland zich van de aanpak Vogelaarwijken? Kijkend naar de governance en het uitgangspunt van werken in een netwerkorganisatie? Antwoord: Bij de aanpak van de Vogelaarwijken lag de regie bij de gemeente. In de aanpak die nu wordt voorzien pakken maatschappelijke partners hun eigen verantwoordelijkheid, in verbinding met elkaar. De gemeente heeft dus niet de regie op het programma, maar is
wel een volwaardige partner in de samenwerking.
06
Raadsvoorstel Verordening Stimuleringslening Nieuwe Energie voor Groenoord 2021 16. In hoeverre draagt de door Woonplus ingediende zienswijze bij aan het oplossen van het renovatie- en achterstallig onderhoud van het Woonplus bezit? Antwoord: In de wijk Groenoord is Woonplus partner van het project Nieuwe Energie voor Groenoord. In de huurcomplexen die 100% in eigendom zijn van Woonplus kan zij met 70% instemming van de huurders aan de slag met renovaties en maatregelen rondom de energietransitie. Van de 2740 woningen die Woonplus heeft en verhuurt in de wijk Groenoord zijn er echter 900 woningen die zich bevinden in zogenaamde gemengde VvE’s. Woonplus heeft daar slechts een deel van de appartementsrechten in bezit. Voor deze gemengde VvE's hebben partijen afgesproken in art 4.1. van de Samenwerkingsovereenkomst dat Woonplus meestemt met de meerderheid van de appartementeigenaren (of ze nu voor of tegen het aansluiten op het warmtenet kiezen en bijbehorende energiemaatregelen aan het pand). De keuze om deze maatregelen te nemen o is voor deze VvE's medeafhankelijk van de mogelijkheid om tegen gunstige voorwaarden financiering te regelen. Zo hebben enkele gemengde VvE’s in hun ALV besloten om een groot aantal
21GRF00074
Pagina 5 van 16
maatregelen voor het isoleren van het gebouw en verduurzamen van de warmte verder in 2022 te willen onderzoeken. De verordening beoogt dit mogelijk te maken. De ingebrachte zienswijze van Woonplus had als doel om de verordening passender te maken voor de financiering van de te uitvoeren werkzaamheden door de (gemengde) VvE's om de gebouwen en woningen aardgasvrij-gereed te maken. Dit heeft invloed op de mogelijkheid voor Woonplus om haar eigen woningen tegelijkertijd te renoveren en verduurzamen.
07
Voor details over zienswijze en impact op de besluitvorming van de (gemengde) VvE’s, zie hieronder: De inzet van de maatwerk- en verzilverlening zorgt ervoor dat er een vangnet geboden wordt voor woningeigenaren voor wie het regelen van de financiering voor werkzaamheden die in de woning dienen te gebeuren (en dus niet collectief zijn geregeld door een VvE) een knelpunt vormt. Op deze wijze kunnen ze alsnog financiering krijgen en zal dit ook voor draagvlak zorgen binnen de VvE voor de maatregelen; De ingebrachte zienswijze over de maatregelen waarvoor de financiering aangevraagd kan worden zorgt voor een meer dekkend instrument. Sommige maatregelen die samenhangen met de voorgestelde renovaties moeten ook gefinancierd kunnen worden. Valt te denken aan zaken zoals het boren van gaten in wanden en vloeren, brandwering bij doorvoeren in wanden en vloeren, het aanhelen van vervallen doorvoeren, asbestsanering, inrichting onderstation en aanpassingen of vernieuwing in het CV verdeelnet in het gebouw.
Raadsvoorstel Voorbereidingsbesluit terrein Glasfabriek NieuwMathenesse 17. Wat wordt verstaan onder ‘een ongewenste industriële invulling’ van het terrein van de glasfabriek? Zijn hier concrete signalen van bekend dat dit zich kan voordoen? Antwoord: Op dit moment is op het terrein industriële bedrijvigheid toegestaan variërend van milieucategorie 2 (direct zuidelijk van de woningen aan de Rotterdamsedijk) tot categorie 3.2. Aanvullend is op het gehele terrein een glasfabriek toegestaan. Ook maakt het terrein deel uit van een gezoneerd industrieterrein, bedoeld voor bedrijven die veel geluid produceren. Deze planologische mogelijkheden bieden in principe ruimte voor invulling met relatief zware bedrijfsfuncties (denk bijvoorbeeld aan een houtzagerijbedrijf, een metaalbewerkingsbedrijf of een groothandel in chemische producten). Een dergelijke invulling is ongewenst. De verwachting is overigens niet dat de huidige eigenaren van het terrein een zware bedrijfsmatige invulling binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan voorstaan. Op dit moment wordt gewerkt aan het uitwerken van de afspraken over herontwikkeling tot gemengd woon-werkgebied, zonder zware industrie.
08
Raadsvoorstel Afsluiting grondexploitatie Wetenschappersbuurt
21GRF00074
Pagina 6 van 16
18. In het kader van kennisborging en verbetering: kan er iets worden gezegd over de belangrijkste lessen die gedurende de realisatie van dit project zijn getrokken? Welke zijn dit volgens het college? Antwoord: De grondexploitatie Wetenschappersbuurt is grotendeels verlopen zoals van tevoren was ingeschat. Dat heeft enerzijds te maken met de gesloten overeenkomsten voor de gebiedsontwikkeling voor meerdere jaren, anderzijds speelde een gunstige ontwikkeling op de woningmarkt ook een belangrijke rol. Immers, een ongunstige ontwikkeling van de woningmarkt kan zorgen voor een klemmende situatie en mogelijk een wens tot herprogrammering. Om die reden is het blijvend van belang om de gebiedsontwikkelingen gefaseerd uit te voeren en herprogrammering als optie mee te nemen in de overeenkomsten. Een goede overeenkomst zorgt voor zulke flexibiliteit. Zo konden wij overigens – in lijn met de overeenkomst met Woonplus - 4 sociale huurwoningen toevoegen aan het programma. 09
Raadsvoorstel Belastingverordening voor bedrijfsinvesteringszone (BIZ) Vijfsluizen 19. Pagina 2 Raadsvoorstel: “Indien uit de draagvlakmeting blijkt dat de wettelijk vereiste gekwalificeerde meerderheid niet behaald is, dan zal de BIZ niet worden ingesteld. De situatie kan dus ontstaan dat de verordening is vastgesteld, maar niet in werking treedt voor wat betreft de inning van BIZ-bijdragen.” Welk sentiment komt naar voren uit de gesprekken die zijn gevoerd met de ondernemers binnen het gebied waarvoor de BIZ kan gaan gelden? Antwoord:
De ondernemersvereniging heeft een inventarisatie gedaan onder de 140 gevestigde bedrijven waar een positief sentiment uit naar voren kwam. Ook uit gesprekken van de gemeente met de ondernemers blijken grote ondernemers uitgesproken positief.
13
Raadsvoorstel Startnotitie visie sociaal domein 20. Wat zijn de huidige mogelijkheden om gedeelde doelen aan een subsidie toekenning als randvoorwaarde toe te voegen? Antwoord: In de algemene subsidieverordening 2017 (ASV) is geregeld dat het college subsidieaanvragen kan weigeren als de activiteiten niet bijdragen aan het beleid van de gemeente zoals is vastgesteld in de programmabegroting. Dat betekent dat de doelen van de subsidieaanvrager dus aan moeten sluiten op beleidsdoelen van de gemeente. In de subsidiebeschikking benoemt het college aan welke beleidsdoelen de toegekende subsidie bijdraagt.
21. Kan de wethouder aangegeven of er ook andere beleidsstukken op het gebied van het sociaal domein buiten het lokaal Schiedams niveau worden meegenomen in de uitwerking van de visie? 21GRF00074
Pagina 7 van 16
Antwoord: Ja. We kijken ook naar beleid van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen waarmee we in het sociaal domein veel samenwerken. Daarnaast nemen we (wetenschappelijke) rapporten of journalistieke analyses mee in ons onderzoek. Door onze gesprekspartners laten we ons ook graag attenderen op interessante/ relevante documenten. In het einddocument maken we inzichtelijk welke bronnen we geraadpleegd hebben.
22. Pagina 6: Waar zijn de vrijwilligersinitiatieven en bewonersinitiatieven terug te vinden in dit overzicht. Dit zijn namelijk geen welzijnsorganisaties. Antwoord: We hebben een overzicht op hoofdlijnen opgenomen. Vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven vatten we in deze hoofdlijnen onder ‘voorliggend veld’ en/of welzijnssubsidies. We noemen vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven daarmee geen welzijnsorganisaties. 23. Pagina 10: Moet de procesbrief niet het eerste kwartaal 2022 zijn? Antwoord: Dat klopt. 24. Pagina 11: Waar is de Schiedammers terug te vinden, welke rol hebben zij in dit geheel? Antwoord: Op deze pagina beschrijven we de mogelijke (hoofdstuk)indeling van de visie. In hoofdstuk 4 beschrijven we hoe we de Schiedammer betrekken. Dat doen we door input van Schiedammers op andere beleidsstukken in het sociaal domein te gebruiken en door te praten met verschillende gesprekspartners die vanuit hun praktijkervaring weten waar Schiedammers nu tegenaan lopen en/of nodig hebben. Hierbij gaat het om meer algemene principes die voor een overkoepelende visie van belang zijn. De ervaring bij participatie is, dat Schiedammers graag mee willen denken op uitvoerend niveau. Bij het opstellen van de uitvoeringsplannen bekijken we opnieuw hoe we de input van Schiedammers en ervaringsdeskundigen kunnen gebruiken.
Hierbij houden we steeds rekening met de mate van beleidsvrijheid die er per onderwerp is. Ook in het sociaal domein wordt deze beperkt door wetgeving op verschillende domeinen.
15
Raadsvoorstel Ophoging budget lokale jeugdhulp 2021 25. Kan het college aangeven hoe de kwaliteit van de niet gecontracteerde partijen getoetst wordt? Antwoord:
21GRF00074
Pagina 8 van 16
Er kan op verschillende manieren sprake zijn van niet gecontracteerde aanbieders: bij een PGB verstrekking (persoonsgebonden budget), bij maatwerk en bij onderaannemerschap. Bij maatwerk en PGB is de casusregisseur een medewerker van het WOT. Deze medewerker is altijd verantwoordelijk voor toetsing van de kwaliteit van de zorg. Dit gebeurt door controle van de gegevens van de zorgaanbieder bij het aangaan van de overeenkomst en doormiddel van de evaluatie. Ook vindt een tussentijdse evaluatie plaats, waarbij wordt onderzocht of de benoemde doelen zijn behaald en de kwaliteit van de zorg voldoet aan de eisen vanuit de jeugdwet. Bij onderaannemerschap gebeurt dit door de hoofdaannemer. Deze is verantwoordelijk voor de inzet en kwaliteit van de zorg. De casusregie ligt dan bij de hoofdaannemer en de controle wordt op dezelfde wijze uitgevoerd als hierboven beschreven. 17
Raadsvoorstel Strategische visie Stroomopwaarts 26. Wat is in het huidig beleid geregeld voor de maximale invulling van vrijlating (parttime) inkomsten? Antwoord: Stroomopwaarts hanteert de maximale inkomsten vrijlating, conform de ruimte die de Participatiewet hierin biedt. Dit houdt in:
Regelingen 25% inkomsten vrijlating voor 6 maanden (max. € 221 per maand)
Doelgroep Iedereen die parttime werkt (uitgezonderd jongeren <27 jaar)
12,5% inkomsten vrijlating voor 30 maanden (max. € 137,94 per maand)
Alleenstaande ouder met zorg voor kind tot 12 jaar (uitgezonderd jongeren <27 jaar)
15% inkomsten vrijlating onbeperkte duur (max. € 139,90 per maand)
Persoon met medische uren beperking
Doel regeling Parttime werk belonen. De regeling is tijdelijk; prikkel om fulltime te gaan werken. Parttime werk belonen. Vanwege de combinatie van zorg en werk is urenuitbreiding lastiger te realiseren. Parttime werk belonen. Vanwege medische beperkingen is parttime werk hoogst haalbare; maximale inspanning wordt hiermee beloond.
27. Hoeveel cliënten van Stroomopwaarts vallen maken nu gebruik van de arbeidsplaatsen die onderdeel zijn van de banenafspraak? Antwoord: Stroomopwaarts verstrekt 220 loonkostensubsidies aan werkgevers van mensen uit de doelgroep banenafspraak (tweede Bestuursrapportage 2021). 28. Heeft de wethouder een beeld van wat de ervaringen zijn van de andere gemeenten met de 'basisbaan’? 21GRF00074
Pagina 9 van 16
Antwoord: Doordat er nog geen éénduidige definitie is van de basisbaan zijn ervaringen op dit gebied lastig uitwisselbaar. Uit onderzoek blijkt dat Groningen een basisbaan heeft gecreëerd waar geen door- of uitstroomdoelstelling aan is verbonden. De Groningse basisbaan zorgt voor beter welzijn en betere gezondheid en in bepaalde situaties volledige bijstandsonafhankelijkheid. De Haagse en Amsterdamse basisbanen zijn gericht op doorstroom naar regulier werk. Doelstelling van Amsterdam is dat 70% van de deelnemers na 2 jaar is uitgestroomd. In Den Haag zijn afgelopen paar jaar ruim 1.000 mensen aan het werk gegaan, waarvan 55% is uitgestroomd naar regulier werk. De basisbaan in de MVS-gemeenten sluit meer aan bij Den Haag, dan bij Groningen. 29. Wat wordt bedoelt met "een maximale invulling te geven aan de vrijlating van inkomsten uit (parttime) arbeid van bijstandsgerechtigden". Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 26. 30. Bij de intake van cliënten wordt in de visie gesproken over brede aanpak en zal er ihkv schuldpreventie ook gekeken worden naar de energierekening. Zijn er veel cliënten van SOW in Schiedam die een energierekening hebben die meer bedraagt dan 10% van het besteedbaar inkomen? Graag een schatting van dat aantal. Antwoord: Wij hebben geen zicht op de hoogte van een energierekening.
Wel is er – in het kader van vroegsignalering – een convenant met grote energieleveranciers en andere vaste lasten partners. Hiermee kunnen betalingsachterstanden van gas, licht en water bij deze partners zeer vroeg worden gesignaleerd en kunnen inwoners al in een vroeg stadium worden geholpen met het oplossen van deze achterstand. 31. Worden deze mensen geadviseerd hoe zij hun energierekening omlaag kunnen brengen? Zo ja, door welke instantie? Antwoord: De gemeente zet in op de energietransitie en het tegengaan van energiearmoede. Zo worden bijvoorbeeld energiecoaches opgeleid om Schiedammers laagdrempelig te ondersteunen bij energiebesparende maatregelen; zowel in materiaal als in gedrag. We doen dit als gemeente zoveel als mogelijk samen met uitvoerende organisaties in de stad, zoals de woningcorporatie, de energiecoöperatie en welzijnsorganisaties. 32. Is er in Schiedam financiële ondersteuning voor huurders om kleine aanpassingen aan hun woning te realiseren om hun energieverbruik hiermee te verlagen? Antwoord: De gemeente neemt momenteel deel aan de regeling ‘inclusieve energietransitie’ van de provincie, waarbij aandacht is voor de kwetsbaardere huishoudens in relatie tot de energietransitie. Als eerste concrete project in 2021 dragen we met verschillende energiebesparende maatregelen bij aan de ‘Blieb kerstactie’ van de Kleine Ambassade.
Verder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 150 miljoen aan gemeenten ter beschikking gesteld om in 2022 energiearmoede aan te pakken. 21GRF00074
Pagina 10 van 16
Voor Schiedam gaat het om een bedrag van €539.208. We zijn voornemens om dit bedrag voor 2.013 Schiedamse huishoudens in te zetten. Deze huishoudens hebben een laag inkomen en hoge energiekosten en/of wonen veelal in een huis dat niet goed is geïsoleerd. We zullen de middelen inzetten om deze huishoudens te ondersteunen bij het nemen van gerichte maatregelen om het energieverbruik te verminderen. Dat kan bijvoorbeeld via energiebespaaradvies of energiebesparende maatregelen. Hiermee kunnen onze inwoners aan de slag om hun stookkosten te verlagen. Aangezien ongeveer 75%* van huishoudens met energiearmoede in Nederland in een corporatiewoning woont zal de aanpak in nauwe samenwerking met o.a. de woningcorporatie worden vormgegeven. Uitvoering zal medio 2022plaatsvinden. *‘De feiten over energiearmoede in Nederland - Inzicht op nationaal en lokaal niveau’ (2021, TNO).
20
Raadsvoorstel Vierde Technische Aanpassing van de Begroting 2021 33. Pagina 5, aanpassing 8: Terugvordering te veel betaalde compensatie leerlingen- en jeugdhulpvervoer 2020. Incidenteel € 45.514 ten gunste van het begrotingssaldo. Op welke wijze zal de compensatie worden teruggevorderd, rekening houdend met de draagkracht van deze sector momenteel? Antwoord: In de laatste periodieke overleggen met de vervoerders (oktober/november 2021) is nogmaals aangegeven wij de te veel ontvangen compensatie gaan terugvorderen. Het is bij hen duidelijk dat de compensatie onder Staatssteun valt en wij ons moeten houden aan de voorwaarden die daarbij zijn gesteld qua berekening van de compensatie. De vervoerders zullen in de week van 29 november 2021 daarover een brief ontvangen. In de brief wordt ook opgenomen dat zij binnen twee weken een nota van ons zullen ontvangen. Tijdens de overleggen hebben de vervoerders niet aangegeven dat zij dit niet kunnen terugbetalen.
34. Pagina 8, aanpassing 17: Deze nieuwe overeenkomst heeft tot gevolg dat de gemeente een vergoeding van circa € 19.500 per jaar zal ontvangen op basis van de omzet die de leverancier van de oplaadpalen als gevolg van het gebruik genereert. Deze omzet is berekend op basis van de ervaringscijfers van de vorige concessieperiode (2017 t/m 2020) waarbij ook een inschatting is gemaakt het aantal nieuwe oplaadpalen. Is deze stelling nog juist, gezien de stijgende energieprijzen van de afgelopen maanden? Antwoord: De concessievergoeding is een vast tarief en bij start van de overeenkomst vastgesteld voor de gehele concessieperiode. (Stijgende - of dalende) energieprijzen zijn voor rekening van de concessiehouder (Engie) en hebben geen invloed op de afgesproken concessievergoeding van de gemeente(n). 35. Pagina 11, aanpassing 23: Deze tegenvaller wordt met het alsnog realiseren van de verkoopopbrengsten in 2022 goedgemaakt. Met hoeveel zekerheid kan dit worden gezegd, kijkend naar de algemene vertragende factoren die in de toelichting worden genoemd? 21GRF00074
Pagina 11 van 16
Antwoord: Het verwachte nettoresultaat voor 2022 van het MPV 2021-2022 dekt het tegenvallende resultaat uit 2021. Op basis van de ervaring uit 2021, zijn de te verwachten opbrengsten voor het jaar 2022 nadrukkelijk tegen het lichte gehouden. Alleen panden waarvan we op dit moment zeker zijn dat ze passeren bij de notaris in 2022 zijn opgenomen. Overige panden zijn opgenomen voor 2023. 36. Pagina 12, aanpassing 25: Onderdeel van de afspraken is een anti-speculatie beding. Kan deze zin nader worden geduid? Antwoord: Het antispeculatiebeding omvat het volgende: indien de eigenaar/verhuurder van de hiervoor genoemde appartementen zou besluiten om binnen 10 jaar na eigendomsverkrijging van het verkochte ("het aangekochte erfpachtrecht") tenminste 52 of meer appartementen te gaan verhuren in de zogenaamde "vrije sector huurmarkt" (dat zijn dus woningen met een huurprijs vanaf 752,33 EUR per maand en hoger) dan zal een verrekening volgen. Er zal dan een taxatieonderzoek worden opgestart, om te bepalen welke grondwaarde het verkochte dan heeft, die vervolgens vergeleken zal worden met de grondwaarde zoals die thans geldt (thans: op dit moment, bij het passeren van de Akte binnenkort). Bij een positief verschil moet de eigenaar/verhuurder van de Stricklede dan gaan "afrekenen".
Voor dit afrekenen is een jaarlijkse staffel gevormd: worden binnen 5 jaar na eigendomsverkrijging 52 of meer appartementen verhuurd in de vrije sector, dan moet het volledige positief verschil (= 100 procent) worden afgedragen aan de gemeente. Tussen het vijfde en het tiende jaar neemt de afdrachtverplichting procentueel af, dat begint in jaar 6 met nog maar 80 procent van het positieve verschil en eindigt in jaar 9 met nog maar 20 procent van het positieve verschil. Vanaf het tiende jaar en nadien geldt geen enkele afdrachtverplichting meer voor de eigenaar/verhuurder. 37. Pagina 14: aanpassing 29: Er zullen 300 telefoons worden aangeschaft. Hoe verhoudt dit zich tot het aantal medewerkers. Is de 225k euro inclusief beheer en onderhoud van de devices? Antwoord: Bij het getal van 300 is rekening gehouden met het huidige aantal telefoons die inmiddels verstrekt zijn (circa 100 stuks) en het feit dat er een kleine groep is die geen telefoon nodig heeft. De 225K is inclusief beheer en onderhoud. 38. Pagina 14, aanpassing 30: Voorgesteld wordt om € 78.327 te onttrekken uit de reserve Corona ter dekking van de corona gerelateerde overschrijding op de werkkostenregeling.
Hoeveel resteert er in de reserve corona na onttrekking? Antwoord: Voor de stand van de reserve Corona wordt verwezen naar bijlage 1 van de Vierde technische aanpassing van de Begroting 2021 (pagina 21 van het pdf-bestand).
23
Raadsvoorstel Participatiebeleid Samenwerken in Schiedam
21GRF00074
Pagina 12 van 16
39. Proces: Welke ruimte heeft de nieuwe raad straks om kaders mee te geven in het participatiebeleid dat nu voor ons ligt (niet te verwarren met de verordening die de nieuwe raad zal gaan vaststellen in 2022)? Antwoord: De kaders worden vastgesteld met het raadsbesluit over het participatiebeleid. Het betreft echter een beleidsterrein dat dynamisch is. Het leren door te doen houdt hiermee niet op. Zo zal het participatiebeleid halverwege 2022 worden geëvalueerd. Daarbij zal ook worden bekeken wat aangevuld/aangepast dient te worden in de Participatieverordening. Deze evaluatie staat in de planning. Op basis daarvan kan het beleid desgewenst door de nieuwe raad worden aangepast, waarbij de raad in meerdere opzichten op basis van de bevindingen alle ruimte heeft. 40. Welke status hebben de spelregels van de raad inzake participatie als het gaat om de uitoefening van de in de Gemeentewet vastgelegde rollen en bevoegdheden van de gemeenteraad? Vindt er hiermee een inperking van deze wettelijk vastgelegde bevoegdheden plaats en hoe is dit juridisch getoetst? Antwoord: 30
Mededelingen en ingekomen stukken Collegebrief 29 oktober 2021: Zienswijze SIC initiatieven nieuwe PO en VO school 41. In de zienswijze wordt verwezen naar de toekomstige opening van een tweede vestiging van een Islamitische VO-school Avicenna in Rotterdam-West. Welke zienswijze heeft het college in gemeente Rotterdam ingediend? Antwoord: Het is voor een gemeente alleen mogelijk een zienswijze bij de Dienst Uitvoering Onderwijs in te dienen als het gaat om een initiatief binnen de eigen gemeente. En de toekomstige opening van een tweede vestiging van Avicenna staat reeds opgenomen in het RPO (Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen Rotterdam. Dit valt dus niet onder de wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ en er is dan ook door het bestuur van Avicenna geen initiatief ingediend. 42. Waarom wordt expliciet verwezen naar Avicenna, terwijl deze onderwijsinstelling (tot voor kort) onder verscherpt toezicht heeft gestaan? Antwoord: Er wordt verwezen naar de mogelijkheden binnen onze regio om Islamitisch (voortgezet) onderwijs te volgen. Dit betreft Avicenna. De onderwijsinspectie gaat over de kwaliteit van het onderwijs. 43. Kan het college aangeven welke concrete gevolgen de aanvraag van het SIC bij eventuele goedkeuring heeft voor het IHP in Schiedam? Antwoord:
21GRF00074
Pagina 13 van 16
Het IHP Schiedam 2021-2036 is een richtinggevend document voor de uitvoering van een breed onderwijshuisvestingspakket voor alle huidige scholen in onze stad. De uitwerking van deze projecten vindt plaats in vierjarige uitvoeringsplannen die door de gemeenteraad worden vastgesteld. In december 2020 heeft de gemeenteraad het 1 e Uitvoeringsplan IHP Schiedam 2021-2024 vastgesteld. Aanvragen voor aanpassingen of vestiging van nieuwe scholen vallen buiten het IHP (en zijn dus ook niet opgenomen in het vastgestelde uitvoeringsplan) en moeten via een reguliere aanvraag en op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Schiedam 2021’ worden ingediend. Behandeling van deze aanvraag vergt een raadsbesluit. Voor het IHP en de hierop gebaseerde uitvoeringsplannen kan dit betekenen dat in de indicatieve planning van alle huisvestingsprojecten wijzigingen zouden kunnen ontstaan. Hierover zal dan met alle schoolbesturen voor PO en VO die het IHP hebben ondertekend nieuw overleg moeten worden gevoerd. 44. Wat is het college van plan indien de zienswijze wordt afgewezen? Antwoord: De zienswijze kan niet worden afgewezen. De zienswijze wordt meegenomen in het besluit van de minister. Het besluit van de minister is alleen gebaseerd op de eisen van de wet.
Mocht het College in een later stadium overwegen om in beroep te gaan tegen het besluit van de minister, dan zal bij verweer inhoudelijk gekeken worden naar de zienswijze. 45. Wat wordt er bedoeld met een aanzuigende werking van leerlingen, die niet in Schiedam wonen terwijl de helft van de leerlingen zittend op een VO-school in Schiedam afkomstig zijn buiten de gemeentegrenzen? Antwoord: Daar wordt mee bedoeld dat de nieuwe VO-school in Schiedam meer leerlingen van omringende gemeenten zal aantrekken. Hier zitten financiële consequenties aan vast zoals bijvoorbeeld de bekostiging van zorgondersteuning en huisvestigingskosten.
Collegebrief 4 oktober 2021 Toezegging evaluatie welstandsnota 46. In de brief wordt beschreven dat plannen soms worden teruggetrokken door initiatiefnemers voordat ze formeel worden ingediend, omdat dan reeds duidelijk is dat een bepaald plan niet op een positief advies kan rekenen. Kan het college inzicht geven in de hoeveelheid plannen waar dit het geval bij was en wat de redenen zijn waarom deze plannen niet op een positief advies konden rekenen? Antwoord: Het aantal plannen dat wordt teruggetrokken is zeer beperkt. Plannen waar dit speelt betreffen voornamelijk plannen in de binnenstad, waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de (cultuurhistorische) waarden van het beschermd stadsgezicht. Voor dergelijke plannen geldt dat de plannen alsnog mogelijk zijn indien de uitstraling of detaillering van de plannen wordt aangepast op een wijze die recht doet, bijvoorbeeld aan het historische, beschermd stadsgezicht van Schiedam. 21GRF00074
Pagina 14 van 16
47. In de brief worden verder verscheidene aandachtspunten genoemd. Kan het college toelichten met welke aandachtspunten en op welke wijze hiermee het beleid zal worden aangescherpt? Antwoord: De evaluatie is uitgevoerd naar aanleiding van de toezegging om na een periode van 2 jaar te evalueren. De ervaring leert inmiddels dat deze periode te kort is voor het evalueren van het welstandsbeleid aangezien het proces van ideevorming, uitwerking en uitvoering van een bouwplan vaak veel tijd in beslag neemt. Een periodieke evaluatie (bijvoorbeeld) elke 5 jaar geeft een beter inzicht in de doorwerking van het beleid in de stad. Aandachtspunten zoals de gebruiksvriendelijkheid zijn voor dit moment zaken waar we extra aandacht aan zullen besteden.
Collegebrief 15 oktober 2021 Update Nieuwe Energie voor Groenoord
48. In de brief worden drie oorzaken benoemd van waarom er minder particuliere eigenaren woonlastenneutraal kunnen overstappen op het warmtenet; alle drie hebben betrekking op de VvE’s. Deze oorzaken zijn aan het licht gekomen door verdiepend onderzoek te doen bij de 17 VvE’s in Groenoord. Kan het college toelichten waarom er niet eerder voor is gekozen om dit verdiepende onderzoek te doen, gezien de noodzaak dat de VvE’s voldoen aan financiële voorwaarden en de verordening alleen voor collectieve voorzieningen kan worden aangesproken? Antwoord: Bij het opstellen van de business case Nieuwe Energie van Groenoord is er gekozen voor een financieringsinstrument in de vorm van de Verordening Stimuleringslening om VvE’s en andere particuliere woningeigenaren de kans te bieden om de overstap op het warmtenet (en bijbehorende aanpassingen aan het gebouw/de woning) gunstige te financieren. De gedachte was destijds dat de VvE als perfect “gebouw-gebonden financieringsvehikel” kon dienen. Op basis hiervan is het energieadviestraject bij de gemengde VvE’s in de wijk Groenoord opgestart en uitgevoerd. Bij het uitvoeren van het traject heeft de adviseur in beeld gekregen welke installaties er zijn en of deze als collectieve of particuliere voorziening moeten worden aangeduid.
Het bleek per VvE anders te zijn geregeld: bij sommige valt de ruimteverwarming en het warmtapwater onder de collectieve voorzieningen en bij anderen enkel de ruimteverwarming, of zelfs helemaal niets. Op basis van deze constateringen is besloten om nog verder te gaan onderzoeken wat de beweging (en dus financieringsbeslissings)- ruimte voor de VvE’s zijn. De splitsingsaktes worden onderzocht op appartementsrechtskwesties en er wordt ook gekeken naar de regelingen over dienstbaarheid. Wij merken op dat er wel op landelijk niveau wordt gewerkt aan nieuwe financieringsconstructies die getest worden om te kijken of er, waar de VvE niet mag beslissen/financieren, alsnog particuliere eigenaren de kans te geven om laagdrempelig te financieren.
21GRF00074
Pagina 15 van 16
Collegebrief 16 november 2021 Uitvoeringsprogramma Groen 49. Kan het college toelichten op welke wijze de integraliteit wordt geborgd met de andere visies die van invloed zijn op de ruimtelijke ordening van Schiedam bij het Uitvoeringsprogramma Buitengewoon groen Schiedam? Antwoord: De ambities van de in januari vastgestelde groenvisie worden gerealiseerd bij ruimtelijke projecten die door marktpartijen worden geïnitieerd. Daarnaast worden de ambities uit de groenvisie meegenomen bij projecten die voortkomen uit het IUPB. Op deze wijze is het mogelijk om werk met werk te maken en integraal belangen af te wegen.
21GRF00074
Pagina 16 van 16