CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Reacties van de Fracties 29 en 30 juni 2021

Raadscommissie 29 juni 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Agendadocumenten9.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

reacties van de fracties

Datum

Ons kenmerk

23 juni 2021

21GRF00042

Raadscommissie 29 en 30 juni 2021

Agendapunten: 06 Raadsvoorstel Achtervangovereenkomst WSW 1.

Pagina 3: De achtervangovereenkomst wordt niet afgesloten per wooncorporatie zoals eerder wel het geval was, maar geldt voor alle corporaties die actief zijn binnen de gemeente. Vraag: In hoeverre worden er als gevolg hiervan negatieve effecten voorzien? Kan dit nader worden geduid? Antwoord: De negatieve effecten kunnen worden ingeschat op nihil. Op dit moment bezitten Vestia en Woonplus sociale woningbouw in Schiedam waarvoor leningen zijn afgesloten met waarborg van het WSW en achtervang van de gemeente Schiedam. Voor investeringen in Schiedam kunnen zij na ondertekening van de overeenkomst ook in de toekomst rekenen op waarborg van het WSW met achtervang. Indien een nieuwe corporatie sociaal woningbouwbezit zal aankopen in Schiedam, kan ook die corporatie rekenen op waarborging door het WSW en achtervang van de gemeente Schiedam. Het WSW bepaalt per corporatie op basis van een aantal criteria een borgingsplafond. Er wordt alleen waarborg afgegeven door het WSW met achtervang van de gemeente, indien binnen het vastgestelde borgingsplafond wordt gebleven.

2.

Overeenkomst WSW/Gemeente, Artikel 8.1: Indien sprake is van een ontoereikend risicokapitaal en WSW hiervan op de hoogte is gesteld, een en ander zoals gedefinieerd en bepaald in Beleidsregel I, zal WSW tot het moment waarop het risicokapitaal weer toereikend is geen nieuwe borgtochtverplichtingen in verband met door Deelnemers aan te trekken geldleningen meer aangaan, behoudens borgtochtverplichtingen ten behoeve van Herfinanciering indien en voor zover wordt voldaan aan de vereisten zoals gesteld in dit artikel. Vraag: Wat is het huidige risicokapitaal in dit verband Antwoord: Artikel 8 gaat over ontoereikend risicokapitaal van het WSW. Indien een corporatie onvoldoende middelen heeft om de resteerde rente- en aflossingsverplichting te voldoen, zal het WSW hiervoor worden aangesproken. Op het moment dat een aanspraak leidt tot een daling van het risicovermogen tot onder het garantieniveau (0,25% van het geborgd schuldrestant), is WSW genoodzaakt obligo te innen, om het risicovermogen weer op niveau te brengen. De corporaties die deelnemen aan het WSW staan onderling garant voor elkaar via de zogeheten ‘obligoverplichting’. Een obligo is een verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bedrag over te maken. De hoogte daarvan is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen dat de corporatie heeft. De obligoverplichting is voorwaardelijk.

Zolang de borgstellingsreserve van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen, wordt er geen beroep op gedaan. Een obligoverplichting is dan ook nog nooit aan de orde geweest.

*21GRF00042*

Op basis van de jaarrekening 2020 van het WSW (2021 nog niet beschikbaar), was er sprake van een gewaarborgd schuldrestant ultimo 2020 van € 80,0 miljard, waarvoor een garantieniveau geldt van € 200,2 miljoen. Het risicovermogen bedroeg ultimo 2020 € 517,9 miljoen met de mogelijkheid om € 3.124 miljoen aan obligo’s bij deelnemers te innen.

07 Tweede technische aanpassing begroting 2021 3.

Pagina 7: Voorgesteld wordt het onbesteed deel uit 2020, ter grootte van € 215.000, te onttrekken uit de reserve Binnenstad in 2021 voor de uitwerking van het Plan van Aanpak Broersvest. Vraag: Kan het bedrag van 215K nader worden gespecificeerd? Antwoord: Dit college heeft de ambitie om werk te maken met de beeldkwaliteit aan de Broersvest. Binnen het UP Binnenstad 2019 zijn voor deze aanpak middelen gereserveerd. Doel van deze reservering was om een passende aanpak te kiezen rekening houdend met de beeldkwaliteit. Hierbij moet u denken aan algemeen onderhoud van panden, reclame-uitingen en de vormgeving van winkelpuien en luifels, zoals de Werk aan de Winkel aanpak. Bij de uitvoering van het plan Broersvest bleek het noodzakelijk om een goede analyse van de vastgoedsituatie en achterliggende uitdagingen te maken, om te beoordelen welke maatregelen het meest effectief zouden zijn ten behoeve van de beeldkwaliteit. Het concept-plan met uitwerkingsopdracht is vastgesteld. Bij dit besluit is ook besloten uw raad middels een TA voor te stellen het binnen het UP Binnenstad beschikbare budget voor 2020 in 2021 beschikbaar te houden. Dat is wat nu voorligt. Later volgt een besluit over het project- en uitvoeringsplan waarin verder wordt uitgewerkt hoe de middelen worden aangewend om de gestelde doelen te verwezenlijken. Uw raad zal hiervan op de hoogte worden gesteld.

4.

Pagina 8: Subsidie ten behoeve van slimme laadpleinen. Vraag: Wat was het aanvankelijke subsidiebedrag en wat is er nu van over? Antwoord: Voor de slimme laadpleinen is eenmalig een subsidiebedrag van € 79.160 verstrekt, te weten 100% dekking van de kosten. In 2020 is € 64144 uitgegeven en in 2021 het resterend bedrag.

5.

Pagina 9: Deze woningen dienen binnen een aanvaardbare termijn aangepakt te worden. Er is sinds het vaststellen van het project initiatiedocument 10 jaar verstreken. Vraag: Kan er worden toegelicht waarom? Antwoord: Het is altijd al de bedoeling geweest dat dit een langjarig project zou worden, rond groot stedelijke vernieuwing. Het budget hebben we in tranches ontvangen en geven we ook in tranches uit. Er zijn in Schiedam inmiddels al enkele honderden woningen verbeterd, we zijn begonnen bij de woningen met de hoogste geluidsbelasting. Inmiddels treffen we voorbereidingen voor de volgende woningen, ook hierbij gaat het om enkele honderden woningen. Vorig jaar is helaas vertraging opgelopen, omdat werkzaamheden in huis niet altijd plaats konden vinden door Corona.

6.

Pagina 10: De toekomstige reserveringsvergoeding en verkoopopbrengsten zullen immers ook gestort worden in de reserve Kansen in de Stad, mits eerst voor € 2,9 mln. aan verkoopopbrengsten ten gunste van de algemene reserve zijn gebracht om de in de jaarrekening 2020 gevormde voorziening achterstallig onderhoud gemeentelijk vastgoed te 21GRF00042

Pagina 2 van 22

compenseren. Vraag: Wat is het gevolg als er geen 2,9 mln aan verkoopopbrengsten worden gegenereerd? Antwoord: Het is onze verwachting dat de uiteindelijke opbrengsten zullen uitstijgen boven het genoemde bedrag. Inmiddels gesloten overeenkomsten binnen tranche 1 hebben dit beeld bevestigd. 7.

Pagina 12: Dit bedrag kan gedekt worden door een onttrekking aan de reserve compensatie Corona. De stand van deze reserve bedraagt dan € 2.472.700. Vraag: Is deze reserve hetzelfde als de reserve corona, waar in de zomernota 2 miljoen euro zal vrijvallen in 2022. Antwoord: Ja, deze is hetzelfde.

08 Grondexploitatie Lange Achterweg 8.

Raadsvoorstel pagina 4: Ontwikkelaar heeft op 25 oktober 2018 een informatiebijeenkomst georganiseerd voor omwonenden. Vraag: Hoe zijn de omwonenden in de tussentijd op de hoogte gehouden? Antwoord: In de tussentijd zijn de omwonenden via de gemeentelijke website en de website van de ontwikkelaar op de hoogte gehouden van de voortgang. Er is tussentijds tevens overleg geweest met het museum.

9.

Koopovereenkomst, pagina 9: Urbannerdam zal geheel voor eigen rekening en risico bijdragen aan het beantwoorden en naar het oordeel van de Gemeente juiste manier verwerken van eventuele zienswijzen die zijn binnengekomen in het kader van de formele tervisielegging van het ontwerp Planologisch Plan. Vraag: Wat wordt verstaan onder ‘naar het oordeel van de gemeente juiste manier verwerken van…’? Antwoord: Ingekomen zienswijzen kunnen leiden tot aanpassingen in het plan. Indien dit zo is zal de ontwikkelaar het plan aan moeten passen. Onder de genoemde zinsnede wordt verstaan dat wij vervolgens zal controleren of de aanpassingen door de ontwikkelaar correct zijn doorgevoerd en recht doen aan de eventuele zienswijze.

10.

Koopovereenkomst pagina 9: Urbannerdam (dan wel de kopers van Urbannerdam) zal in overleg met de Gemeente zorg dragen voor het tijdig betrekken van omwonenden en daar werkenden in het kader van participatie, met als intentie het verkrijgen van draagvlak voor en verrijking van het Project en/of het Definitief Ontwikkelplan en/of het Planologisch plan. Ontwikkelaar zal Gemeente hierbij tijdig betrekken. Vraag: Wat wordt verstaan onder ‘tijdig betrekken’? Hoe kan dit worden getoetst? Antwoord: Hiermee wordt bedoeld het informeren van omwonenden vooraf bij de start van de procedures wijziging bestemmingsplan en aanvraag bouwvergunning. In dit traject trekken gemeente en ontwikkelaar samen op om de voortgang en de reacties te monitoren. 21GRF00042

Pagina 3 van 22

13 Raadsvoorstel Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 11.

Ten zuiden van de spoorlijn gaat u betaald parkeren invoeren. In Schiedam Oost is betaald parkeren in overleg met de bewoners ingevoerd. D66 heeft daar positieve reacties op gehoord. Vraag: In hoeverre gaat u de bewoners betrekken bij het verder invoeren van betaald parkeren? Antwoord: Het invoeren van betaald en vergunninghoudersparkeren het zuidelijk stadsdeel (onder de A20) is een onderdeel van de mobiliteitsvisie die door de raad is vastgesteld. Bij de uitwerking van het raadsbesluit zullen de bewoners weer betrokken worden via een wijkraadpleging door middel van een huis-aan-huis enquête waarin men het tijdvenster voor betaald en vergunningparkeren kan kiezen. Voorafgaand aan deze enquête gaat de gemeente met een aantal bewoners in gesprek om de informatievoorziening over de enquête en de keuzen die voorliggen af te stemmen op de behoefte van de wijk en om zoveel mogelijk bewoners en andere belanghebbenden te bereiken en tot deelname op te roepen. De gemeente volgt de keuze van de wijk voor het tijdvenster. De eerst wijkraadpleging is in West in september 2021, in november volgt Zuid (de Gorzen) en begin 2022 Nieuwland en Bijdorp.

12.

Wat gaat u doen met de verkregen parkeergelden? Worden deze gebruikt om de mobiliteit te verbeteren of gaan zij in de algemene middelen? Antwoord: De meeropbrengsten van het uitbreiden van betaald parkeren worden gebruikt om de mobiliteit te verbeteren.

13.

Punt 2a: Er bestaat op dit moment een reserve parkeren, maar hierin worden al enige tijd geen parkeerinkomsten meer gestort. Vraag: Waarom is er indertijd voor gekozen om de parkeerinkomsten in de algemene reserves te gaan storten i.p.v. in de reserve parkeren? Antwoord: In 2016 zijn verbeteringen binnen de parkeerorganisatie doorgevoerd. Er is tevens een analyse gemaakt van de kosten en opbrengsten van het taakveld parkeren. Hieruit bleek dat er onvoldoende inzicht was in de uitvoeringskosten en dat de kosten en opbrengsten niet goed begroot waren. Gebleken is dat er een structureel nadeel voor het begrotingssaldo te constateren is. Bij de Zomernota 2018 is daarom besloten om geen stortingen meer te doen in de reserve Parkeren. En om het tekort op de begroting op te vangen is toen voorgesteld om vanaf 2019 het saldo tussen de parkeerkosten en -opbrengsten te storten in de algemene middelen. De kosten van invoering van betaald parkeren en het uitvoeringsprogramma mobiliteit die in 2021 gemaakt worden ad € 494.000 worden onttrokken uit de reserve parkeren. Daarmee is de reserve parkeren uitgeput.

14.

pagina 10: Om dit te voorkomen zal ter dekking van de exploitatielasten in 2022 en 2023, € 914.000 (2022: € 568.750; 2023: € 345.250) een beroep worden gedaan op het reserve IUPB. De doelstelling van de reserve IUPB is als volgt: “reserveren om fluctuaties op te vangen binnen de totaal beschikbare middelen van het IUPB voor het groot onderhoud openbare ruimte. Vraag: Welk risico lopen we m.b.t. de openbare ruimte als we nu een beroep doen op de reserve IUPB? Antwoord: 21GRF00042

Pagina 4 van 22

Het bedrag waar een beroep op wordt gedaan komt uit de reserve van het IUPB en is qua omvang dusdanig beperkt dat er weinig risico’s zijn. Daarnaast worden de bedragen waar een beroep op wordt gedaan in 2024 en 2025 teruggestort. Een beroep op de reserve van het IUPB heeft ook geen directe invloed op de jaarbegroting(en) van het IUPB zelf.

15.

Wanneer wordt de bypass, een extra baan voor automobilisten die rechtdoor willen vanaf de 'sGravelandseweg naar de Slimme Watering, aan de rotonde in Schiedam-Noord toegevoegd? Antwoord: Voor realisering van de bypass is nader onderzoek nodig. Met name voor detaillering van het ontwerp, consequenties voor de verkeersveiligheid, de landschappelijke inpassing, inpasbaarheid in bestemmingsplan, kabels en leidingen en consequenties van geluidhinder voor nabijgelegen woningen. Het voornemen is dit jaar het onderzoek uit te laten voeren en af te ronden. De engineering van het ontwerp van de bypass vergt nader onderzoek. Vervolgens kan de impact worden bepaald, welke financiering benodigd is en wanneer mogelijke uitvoering plaatsvindt. Als dit onderzoek is afgerond, kunnen de kosten voor de uitvoering worden begroot en in de planning van het IUPB worden opgenomen. In het UVPM zijn de kosten van dit onderzoek opgenomen (€ 50.000,- in 2021 onder Schiedam-Noord beter bereikbaar).

16.

Wordt er bij punt 1 in het uitvoeringsprogramma een "knip" op de Koemarkt overwogen? Zo ja, is dat met het vaststellen van dit programma onvermijdelijk geworden? Antwoord: De opgave is het verbeteren van het verblijfsklimaat in de binnenstad door aanpassing van de verkeerscirculatie. Bij de inrichting van de Koemarkt wordt gestreefd naar een situatie waar langzaam verkeer meer ruimte krijgt en de binnenstad beter bereikbaar wordt voor bestemmingsverkeer. Verschillende oplossingsrichtingen moeten nog verder onderzocht worden, maar uit de eerste resultaten van het onderzoek naar de bereikbaarheid van het zuidelijk stadsdeel achten we het niet waarschijnlijk dat we een “knip op de Koemarkt” gaan overwegen.

17.

Punt 4 geeft ons de indruk dat er erg slecht is nagedacht over de consequenties van het maken van 30 kilometer van veel wegen. Zijn er andere straten en kruispunten die moeten worden heringericht omdat ándere wegen dan die wegen zelf eventueel 30 worden? Antwoord: Het is voor de leefbaarheid en veiligheid in onze wijken wenselijk om het doorgaande verkeer buiten de stad en wijken om te leiden. Dit gaat voor het grootste deel gebeuren via de A4 en de A20. Meer lokaalverkeer gebruikt de ringweg. Om het gewenste effect te bereiken is het noodzakelijk de doorstroming op een aantal kruispunten te verbeteren, waaronder op de Vlaardingerdijk en Westfrankenlandsedijk. Zie voorstellen 3 en 4. Op andere wegen, bijvoorbeeld in Nieuw-Mathenesse, is al reconstructie voorzien in het kader van onderhoud en ontwikkeling. Bij het herontwerp hiervan houden we rekening met de nieuwe verkeerssituatie.

21GRF00042

Pagina 5 van 22

18.

Punt 6. In welke mate is sluipverkeer na de opening van de A4 werkelijk een probleem? Welke dosseerinstallaties liggen nu op Schiedams grondgebied? Hoeveel zouden we besparen door te stoppen met doseerinstallaties? Antwoord: Schiedam bezit een doseerinstallatie aan de Harreweg en is beheerder van 2 ‘sluiproutes’ door Midden-Delfland: de Harreweg en de Kerkweg (met in het verlengde Kandelaarweg en Schieweg in Rotterdam). Het sluipverkeer op de polderwegen is na de openstelling van de A4 Delft-Schiedam (A4DS) gaandeweg weer toegenomen tot boven de 70% van de waarden van voor de openstelling van de A4DS. Dit was aanvankelijk gezakt naar 50% en minder. Hiermee is de overlast die voorheen werd ervaren in belangrijke mate teruggekeerd en de nut/noodzaak om te gaan doseren weer toegenomen. De verkeersintensiteiten liggen immers weer boven de afgesproken doseerintensiteiten. Belangrijke oorzaak is de sterk toegenomen fileproblematiek rondom de Ketheltunnel. Het niet vervangen van de doseerinstallaties scheelt eenmalig +/€40.000 voor de vervanging en ca. € 10.000 euro per jaar aan regulier beheer en onderhoud. De onderhoudskosten voor de wegen en bermen in de polder zullen hierdoor wel toenemen.

19.

Waarom wordt het aanleggen van een fietspad in twee richtingen aan beide kanten van de weg "groot onderhoud" genoemd en niet een nieuw project? Antwoord: Bij de projecten is gekeken of het meegenomen kan worden met het reguliere beheer en onderhoud van wegen. In het IUPB staan de wegen die volgens planning de komende jaren worden aangepakt. Bepaalde projecten uit het uitvoeringsprogramma mobiliteit sluiten hierbij aan. Als een project niet hierop kan aansluiten is het als nieuw project in het uitvoeringsprogramma opgenomen. “Groot onderhoud” betekent dat het deel uitmaakt van het beheerprogramma, vastgelegd in het IUPB.

20.

Waarom wordt er nu pas een onderzoek gedaan naar de rotonde aan de Slimme Watering, terwijl dit scherp is benoemd in de mobiliteitsvisie zelf? Antwoord: Naar de bereikbaarheid van Schiedam Noord is uitgebreid onderzoek gedaan. Uit deze verkeersstudie, die voorafgaand aan het opstellen van de mobiliteitsvisie is gehouden, is gebleken dat het opheffen van de fietsoversteek over de ’s-Gravelandseweg en het creëren van een bypass een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de doorstroming op de rotonde. Het nader onderzoek dat nu nog nodig is, is voor de realisering van de bypass. Met name voor detaillering van het ontwerp, consequenties voor de verkeersveiligheid, de landschappelijke inpassing, inpasbaarheid in bestemmingsplan, kabels en leidingen en consequenties van geluidhinder voor nabijgelegen woningen. Het voornemen is dit jaar het onderzoek uit te laten voeren af te ronden. De engineering van het ontwerp van de bypass vergt nader onderzoek. Vervolgens kan de impact worden bepaald, welke financiering benodigd is en wanneer mogelijke uitvoering plaatsvindt. Als dit onderzoek is afgerond, kunnen de kosten voor de uitvoering worden begroot en in de planning van het IUPB worden opgenomen. In het UVPM zijn de kosten van dit onderzoek opgenomen (€ 50.000,- in 2021 onder SchiedamNoord beter bereikbaar).

21GRF00042

Pagina 6 van 22

21.

22.

Het is opvallend dat het college in het uitvoeringsprogramma bij punt 13 speculeert over het betaald parkeren in Schiedam-Noord, terwijl dit nadrukkelijk niet werd genoemd in de mobiliteitsvisie. (Betreft inleidende tekst en geen vraag) Zijn er andere plekken dan het Bachplein in Schiedam-Noord waar het college toch aast op het invoeren van betaald parkeren? Antwoord: U formuleert uw vraag politiek, wij geven hier een feitelijk antwoord. In het uitvoeringsprogramma spreken we over parkeerregulering rond het Bachplein en niet specifiek over betaald parkeren. Betaald parkeren is een vorm van regulering, maar niet de enige vorm. Rondom het Bachplein kan de noodzaak voor parkeerregulering door woningbouw ontstaan. Er zijn nu geen plannen om buiten de omgeving van het Bachplein het parkeren in Schiedam-Noord verdergaand te reguleren.

23.

Punt 15. Waarom wordt er voordat vergunningparkeren onder de snelweg is ingevoerd niet gekeken naar alternatieve parkeerlocaties aan de randen van de wijk / innovatieve parkeeroplossingen? Is er werkelijk nog niets concreets te melden? Antwoord: Daar wordt nadrukkelijk wel naar gekeken. Dit gebeurt gelijktijdig met het invoeren van betaald parkeren. Zie punt 15 van het Uitvoeringsprogramma (blz 15).

24.

Waarom wijkt het college met punt 16 af van de afspraak om slechts onder de snelweg gereguleerd parkeren in te voeren? Als we een eventueel (ontbreken van een) waterbedeffect meenemen, waarom moet Park Harga dan vergunningparkeren worden? Antwoord: Het gebied ten zuiden van de De Brauwweg heeft door de ligging nabij het station en Schiedam Oost veel last van parkeren door forenzen en uitwijkparkeerders uit wijken ‘onder de A20’. Dit terwijl deze parkeerplekken bedoeld zijn voor bezoekers en werknemers van de bedrijven. Bovendien is er met de P+R Pathé/Euroscoop meer dan voldoende parkeercapaciteit voor forenzen beschikbaar. Invoeren van gereguleerd parkeren in de ’s-Gravelandsepolder helpt bij het verschuiven van parkeren van de straat naar de P+R. Ook voorkomt deze oplossing uitwijkgedrag vanuit Schieveste waar een lage parkeernorm van toepassing gaat zijn. Binnen Park Harga kan de parkeerregulering hoogstwaarschijnlijk beperkt blijven, maar bewoners van Park Harga geven wel aan hinder te ondervinden van (fout)parkerende bezoekers van de sportverenigingen die geen gebruik maken van het parkeerterrein aan het Trimpad.

25.

Punt 18. Klopt het dat het college een bepaalde parkeernorm (auto’s per huis) blijft hanteren naast normen voor andere modaliteiten? Antwoord: Ja. Het blijft voor ontwikkelaars mogelijk om voldoende parkeergelegenheid te realiseren op de oude manier. Door de beperkte ruimte en de grote behoefte aan woningen, moet parkeren bij nieuwbouw al snel in garages worden opgelost, lopen de kosten van een parkeerplaats bij woningen daarmee snel op en beraden veel ontwikkelaars zich op alternatieve oplossingen 21GRF00042

Pagina 7 van 22

voor de bereikbaarheid. Daarnaast heeft Schiedam zich, met ondertekening van het verstedelijkingsakkoord, gecommitteerd aan het combineren van de woningbouwopgave en verduurzaming van het mobiliteitspatroon van toekomstige bewoners. Hierbij past het om naast parkeernormen ook te werken met mobiliteitsnormen voor duurzame vormen van mobiliteit waarmee de bereikbaarheid voor huidige en toekomstige bewoners gewaarborgd blijft.

26.

Hoeveel geld wordt er in de begroting besteed aan het 30 kilometer maken van wegen? Is dit het subtiele kopje "doorgaand verkeer om de stad heen"? Antwoord: De projecten die hier direct aan gerelateerd zijn vallen onder het thema doorgaand verkeer. Dit zijn in het uitvoeringsprogramma de projecten 1 t/m 6 . De begrote kosten hiervoor zijn: • • • • •

2022 € 150.000,2023 € 2.650.000 2024 € 2.600.000,2025 € 2.600.000,Na 2025 € 3.000.000,-

27.

Hoe wil het college industrieterreinen inrichten voor 30 kilometer? Wij nemen aan niet met drempels voor vrachtwagens? Antwoord: Bij de inrichting van een 30 km/u weg, houden we rekening met het soort verkeer, zoals vracht- en busverkeer, dat dagelijks over deze weg rijdt en het geluid dat dit veroorzaakt. Dit betekent dat het straatprofiel (en het toepassen verkeersdrempels) niet voor elke 30 km/u weg hetzelfde is.

28.

Waarom wordt de enquête over vergunningparkeren in West, een onderwerp dat veel mensen dichtbij raakt, in de zomervakantie gehouden? Is een hoog aantal deelnemers wel een doel van het college? Antwoord: U formuleert uw vraag politiek, wij geven hier een feitelijk antwoord. De enquête waarin bewoners en bedrijven in West het tijdvenster voor betaald en vergunningparkeren kunnen kiezen wordt uitgezet na afloop van de schoolvakanties op 30 augustus. De enquête sluit op 20 september. Tijdens de enquête zal de gemeente extra publiciteitsmiddelen inzetten om zoveel mogelijk betrokkenen te bereiken om de enquête in te vullen.

29.

Punt 61. Zijn de beoogde wegen die de ring gaan vormen aan de oostkant van Schiedam wel reeds geschikt voor de ringfunctie? Antwoord:

21GRF00042

Pagina 8 van 22

Op dit moment kunnen de Rotterdamsedijk, de Schiedamseweg en de Tjalklaan het verkeer verwerken. Met de ontwikkeling van Nieuw-Mathenesse en Merwe4Havens neemt hier de verkeersdruk toe en is aanpassing van de wegstructuur noodzakelijk. Met Rotterdam stemmen we af hoe de verkeersafwikkeling aan de oostzijde van de stad in de toekomst uit gaat zien. Een mogelijkheid zoals die in de mobiliteitsvisie is aangegeven zou het complementeren van de ring zijn over de Hogenbanweg.

30.

Punt 47. "In het voetgangersgebied wordt kentekenregistratie door middel van camera's ingezet om de leefbaarheid te verbeteren". Kan het college uitweiden over wat het wil met een kentekenregistratie? Antwoord: Door middel van camerahandhaving kan kentekenregistratie plaatsvinden van voertuigen die zonder een geldige ontheffing het voetgangersgebied inrijden. Overtreders ontvangen vervolgens een boete.

31.

Verkeersveiligheid is terecht een belangrijk onderwerp in deze nota. Is er ook nagedacht over de samenhang tussen verkeersveiligheid en het op tijd snoeien van groen? Antwoord: De samenhang tussen verkeersveiligheid en het op tijd snoeien ligt in het groenbeheer van de gemeente (regulier onderhoud). Als we constateren dat (niet) snoeien invloed heeft op de verkeersveiligheid, worden er maatregelen genomen.

32.

Punt 34. Kan verduidelijkt worden hoe een fietspad aan de Noordzijde van de Slimme Watering eruit gaat zien? Een tijd terug is juist een deel van het fietspad daar weggehaald. Waarom moet dit nu weer terugkomen? Antwoord: Op basis van tellingen in 2017 en 2019 is geconstateerd dat het fietspad aan de noordzijde van de Slimme Watering vaker door fietsers gebruikt wordt dan het fietspad aan de zuidzijde. Uit deze tellingen is ook te zien dat met enige regelmaat tegen de richting in wordt gefietst, met name tussen de Stockholm en de rotonde Slimme Watering-Zwaluwlaan. Dit heeft te maken met het feit dat fietsers uit Sveapark de Slimme Watering twee keren moeten oversteken om uiteindelijk op het fietspad aan de noordkant van de ’s Gravelandseweg te komen. Een tweerichtingenfietspad aan de noordzijde van de Slimme Watering moet voorkomen dat fietsers twee keren de Slimme Watering moeten oversteken. De oversteek bij de Harreweg is een overzichtelijke en veilige oversteek. Om voor de fietsers uit de buurten De Velden en Sveapark een veilige route richting deze oversteek te faciliteren is een tweerichtingenfietspad tussen De Velden en de Harreweg, aan de noordzijde van de Slimme Watering, noodzakelijk.

33.

Wat is de juridische/ verkeerskundige betekenis van een "fietsstraat"? Antwoord:

21GRF00042

Pagina 9 van 22

Een fietsstraat heeft geen verkeersjuridische betekenis. Het is volgens de verkeerswetgeving een erftoegangsweg (30 km/u) waar met aangepaste weginrichting (het is ingericht als fietsroute) verduidelijkt wordt dat de automobilist te gast is en de snelheid dient aan te passen. Een goede inrichting van een fietsstraat zorgt voor een snellere, een comfortabele en een fietsveilige fietsroute.

34.

Punt 30. Waar komt deze "fietsstraat" te liggen. Begrijpen wij goed dat de hele wijk Schiedamse Meesters alleen maar door deze "fietsstraat" is te bereiken? Antwoord: Het voornemen is om de Schiedamseweg tussen de Iepenlaan en Hof van Spaland, als onderdeel van het metropolitaans fietsnetwerk, in te richten als fietsstraat conform de ambities/eisen van zowel de gemeente als de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, alsmede conform de richtlijnen van het CROW. De Schiedamse Meesters sluit aan op de Schiedamseweg. Dit verandert niet met het inrichten van de Schiedamseweg als fietsstraat. De capaciteit van de Schiedamseweg als fietsstraat is voldoende om het totale verkeer vanuit de Schiedamse Meesters te kunnen opvangen.

35.

Welke aannames over tarieven voor straatparkeren en vergunningen liggen ten grondslag aan de gepresenteerde financiën? Hoe kan een dergelijke begroting al worden gemaakt zonder dat de precieze invulling van het vergunning parkeren wordt vastgesteld? Zou over deze invulling niet nog (uitgebreid) geparticipeerd worden? Antwoord: Bij de gepresenteerde cijfers over betaald parkeren zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De inkomsten vanuit betaald parkeren nemen toe, doordat het aantal parkeerplaatsen, waarvoor betaald moet worden, stijgt van 5.900 in 2021 tot 18.000 ultimo 2023. Het aantal uitstaande parkeervergunningen neemt in die periode toe van 5.800 tot 16.500 (waarvan 15.000 voor bewoners). 2. Er is uitgegaan van een betaalvenster in de uitbreiding van 16 tot 22 uur, maandag t/m zaterdag). In het bestaande gebied blijft het betaalvenster ongewijzigd. 3. De cijfers zijn gebaseerd op een verlaging van het tarief van € 75,- (nu € 94,-) voor de eerste bewonersparkeervergunning en € 185,- voor de tweede (nu € 400,-). De tarieven worden in november bij de belastingverordeningen definitief vastgesteld. 4. De effecten van een lager tarief op de bestaande vergunninginkomsten zijn meegenomen. 5. Er is rekening gehouden met de benodigde uitbreiding van de parkeerorganisatie zoals vergunningenuitgifte, parkeerhandhaving, betaalsystemen en coördinatie van de uitvoering.

De bewoners kunnen kiezen welk tijdvenster voor betaald parkeren zij willen. Daarvoor wordt per wijk een enquête gehouden. Bij de financiele doorrekening heeft het college rekening gehouden met het tijdvenster dat financieel de minste opbrengsten kent. Het college heeft ook al rekening gehouden met de veelgehoorde mening dat een parkeervergunning voor bewoners, met name die voor een tweede auto als relatief duur wordt ervaren. Het tarief dat het college aan de raad voorstelt is daarom verlaagd, van € 94,- per jaar voor een eerste 21GRF00042

Pagina 10 van 22

bewonersparkeervergunning naar € 75,- en voor en tweede bewonersparkeervergunning van € 400,- per jaar naar € 185,- per jaar.

36.

Kan het college helder maken hoeveel geld er wordt opgehaald met het extra vergunningparkeren en op welke wijze de automobilist die moet gaan betalen voor het parkeren betere voorzieningen voor zichzelf terugziet? Antwoord: Als betaald en vergunninghoudersparkeren in het hele zuidelijk stadsdeel is ingevoerd, worden de extra inkomsten uit parkeervergunning begroot op € 0,9 mln. per jaar, daarbij is ook rekening gehouden met de daling van inkomsten uit parkeervergunningen uit het bestaande gebied door de daling van het tarief van de eerste en tweede bewonersparkeervergunning. Het totaal aan extra parkeerinkomsten voor de gemeente bedraagt (2025) € 1,85 mln. (dit bedrag is na aftrek van alle extra uitvoeringskosten). Het bedrag komt ten goede van de reserve mobiliteit waaruit de kosten van het UVPM worden betaald. Hierin zijn onder meer opgenomen de aanleg en exploitatie van parkeerterreinen aan de randen van de wijk om de parkeerdruk in de wijk te verminderen (zie de tabel op blz. 9 van het raadsvoorstel).

37.

Begrijpen wij goed dat in de huidige begroting er 0 euro is opgenomen voor het aanleggen van parkeerplaatsen aan de randen va de wijken / toepassen van innovatieve parkeeroplossingen? Antwoord: Nee dit klopt niet. In het raadsvoorstel zijn deze kosten en investeringen specifiek benoemd. De exploitatielasten voor parkeren zijn terug te vinden op pagina 8. De investeringskosten voor parkeerplaatsen/parkeergarages, als de aanschaf van parkeerautomaten, zijn benoemd in de tabel van de investeringskredieten op pagina 9.

38.

Hoe kunnen ondernemers aan bijvoorbeeld de Nolenslaan of Groenelaan als nietwijkbewoners een parkeervergunning krijgen en wat gaat deze voor hen kosten? Antwoord: Ondernemers in deze straten kunnen net zoals alle ondernemers, gebruik maken van een parkeervergunning voor bedrijven. Een vergunning die geldig is van maandag t/m vrijdag kost thans € 273 per jaar, een die ook geldig is op zaterdag kost € 400 per jaar. Om het parkeren van bezoekers aan de winkels in deze straten gemakkelijk te maken, komen er daar parkeerplaatsen waar men kan parkeren voor € 0,10 voor een half uur.

39.

Pagina 3: Dit uitvoeringsprogramma sluit aan op de planning van de beheerprojecten van het IUPB. Het college stelt jaarlijks in het 4e kwartaal het IUPB programma voor het volgende jaar vast. Hierna wordt de raad hierover geïnformeerd. Door het UVPM en het bestaande IUPB te integreren en deels samen te voegen, ontstaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de bufferwerking, die ingebouwd zit in het IUPB. Vraag: Is er sprake van aansluiting of integratie van beide programma’s? Is er in dat geval ook sprake van verantwoordingstechnische aspecten waar mee rekening gehouden moet worden? (financieel en op het gebied van rechtmatig/doelmatigheid) 21GRF00042

Pagina 11 van 22

Antwoord: Er is sprake van aansluiting van het uitvoeringsprogramma mobiliteit bij het IUPB. Waar mogelijk wordt deze aansluiting gezocht als het gaat om fysieke ingrepen in de buitenruimte. Projecten uit het IUPB worden ook vanuit die hoedanigheid verantwoord. De governance van het uitvoeringsprogramma sluit zoveel mogelijk aan bij de bestaande governance zoals die geldt voor IUPB-gerelateerde projecten. 40.

Pagina 4: Het reizigersverlies zowel landelijk en regionaal als gevolg van de coronamaatregelen legt een enorme druk op de MRDH en de OV dienstverleners. De verwachting is dat het nog jaren zal duren voordat het aantal reizigers weer op het niveau is van voor de Coronacrisis. Dit heeft ook impact op de OV dienstregelingen in Schiedam. Hierdoor schuift de realisering van (uitbreiding van) de ringlijn door naar 2022. Vraag: In het uitvoeringsprogramma zelf staat ‘De ringlijn in Schiedam die is ontstaan door een koppeling van de lijnen 51 en 53, is in 2021 gaan rijden op werkdagen tussen 7 uur ‘s ochtends en 7 uur ‘s avonds.’ Wat is het nou? Antwoord: Op werkdagen overdag was het mogelijk om lijn 51 en 53 te koppelen. Na 19 uur en in het weekend is dit niet mogelijk, omdat de lijnen dan niet rijden. Het voorstel van het college is om de ringlijn uit te breiden naar de avonden en de weekenden. Uitvoering hiervan is echter alleen zinvol als er weer voldoende reizigersvraag is. Dit is naar verwachting vanaf 2022 weer het geval.

41.

Pagina 5: De meeste maatregelen zijn als projecten omschreven. Dit vraagt dus om een projectmatige aanpak, waarbij capaciteit en een goede planning een belangrijke vereiste is. Vraag: In hoeverre zijn de medewerkers getraind in het projectmatig aanpakken van dergelijke maatregelen (bijvoorbeeld PRINCE2)? Antwoord: Binnen de organisatie zijn er voldoende gekwalificeerde medewerkers (projectleiders en – medewerkers) beschikbaar die bijvoorbeeld ook al worden ingezet voor buitenruimte- en woonprojecten.

42.

Pagina 6: De doelstelling van de reserve IUPB is anders dan het voorfinancieren van middelen. De reserve IUPB heeft als doel: “Reserve om fluctuaties op te vangen binnen de totaal beschikbare middelen van het IUPBP voor het groot onderhoud openbare ruimte.” Aangezien dit tekort anders uit de algemene reserve zou moeten worden opgevangen, is voor deze optie gekozen. Vraag: In hoeverre kan de rechtmatigheid in dat geval worden geborgd? Antwoord: De projecten die gedekt worden vanuit de reserve IUPB sluiten ook zoveel mogelijk aan bij infrastructurele aanpassingen in de openbare ruimte. Gedragsmaatregelen zijn bijvoorbeeld in de dekking vanuit deze reserve niet meegenomen om dit onderscheid duidelijk te maken.

43.

Pagina 7: De effecten van een lager tarief op de bestaande vergunninginkomsten zijn meegenomen. Vraag: Kan dit cijfermatig worden geduid? Antwoord: De derving van inkomsten op de bestaande vergunngingsinkomsten bedragen € 240.204,-

21GRF00042

Pagina 12 van 22

44.

Pagina 7: Daarnaast ligt in Spaland/Sveaparken de nadruk op een verbetering van het openbaar vervoer. Vraag: Kan er een overzicht worden geboden van concrete last-mile oplossingen (ook in termen van frequentie en bereikbaarheid OV) om te voorkomen dat Schiedammers de auto pakken omdat er geen bus of tram rijdt? Antwoord: Concrete en kansrijke last-mileoplossingen als alternatief voor het OV zijn op dit moment vooral de deelauto en de deelscooter en in iets mindere mate de (deel)fiets. Daarnaast verbetert ook met de ringlijn de bereikbaarheid van Spaland en Sveaparken in de avonden en weekenden.

45.

Pagina 9: Ook andere vormen van mobiliteit, zoals deelmobiliteit, fietsen en openbaar vervoer zullen meegewogen worden bij toekomstige woonprojecten en gebiedsontwikkelingen. Vraag: Is deze opsomming naar volgorde van prioritering? Antwoord: Nee. Op basis van onder andere het type gebiedsontwikkeling, de locatie, het huidige aanbod van infrastructuur en mobiliteit en uiteraard de vraag zal het aanbod aan andere vormen van mobiliteit worden afgestemd.

46.

Pagina 18: De rol van de gemeente is hierbij faciliterend. De investeringen worden door de deelautoaanbieders zelf gefinancierd. Vraag: In hoeverre worden er voorwaarden gesteld aan de (uitbreiding van en) aanbieders van deelauto’s? Hoe heeft dit bijvoorbeeld effect op de parkeerdruk? Antwoord: Uitbreiding van aanbod van deelauto’s wordt altijd in goed overleg met aanbieders vormgegeven en pas na toestemming gerealiseerd. Dit geldt ook voor het type aanbod (type auto’s en fossiel versus elektrisch). Volgens de factsheet autodelen van RWS vervangt in de regel één deelauto vier tot acht privéauto’s. Eén deelauto levert op termijn een ruimtebesparing op van 36-38 m².

47.

In hoeverre wordt er in dit uitvoeringsprogramma rekening gehouden met het bijhouden van de buitenruimte (maaien gras/onkruid) als manier om de overzichtelijkheid van wegen en fietspaden (en daarmee ook de verkeersveiligheid) te bevorderen? Antwoord: De samenhang tussen verkeersveiligheid en het op tijd snoeien ligt in het groenbeheer van de gemeente (regulier onderhoud). Als we constateren dat (niet) snoeien invloed heeft op de verkeersveiligheid, worden er maatregelen genomen.

48.

Pagina 42: Vanuit veiligheidsrichtlijnen is parkeren langs 50 km/u wegen niet wenselijk. Door het verplaatsen van deze parkeerplekken bevorderen we de verkeersveiligheid. Vraag: Hoeveel parkeerplekken zullen hier naar verwachting door worden geraakt? Antwoord:

21GRF00042

Pagina 13 van 22

Vrijwel alle wegen die de ring vormen zijn al vrij van parkeerplaatsen. Uitzondering daarop betreft de Nieuw-Mathenesserstraat, Van Deventerstraat en Zwaluwlaan. Het gaat hier om ca. 90 parkeerplaatsen.

14 Raadsvoorstel Uitvoeringsorganisatie jeugd MVS wensen en Bedenkingen 49.

Geeft Schiedam het Openbaar Lichaam ROGPlus straks dezelfde opdrachten als Vlaardingen en Maassluis? (Zijn er gezamenlijke en ook gemeentelijke taken die zij specifiek gaan uitvoeren?) Antwoord: Er wordt dezelfde opdracht gegeven. Het betreft namelijk grotendeels een wettelijke taak: uitvoering van de jeugdwet en uitvoering van de Wmo, dit moet op een gelijke wijze worden uitgevoerd. Voor wat betreft bovenwettelijke taken kan wel apart opdracht worden gegeven. Dat kan/moet dan in de ‘statuten’ (tekst van de gemeenschappelijke regeling) of de begroting/jaarrekening duidelijk worden gemaakt bij de ‘kostenverdeling’. Dit gebeurt bv ook bij de DCMR en de GGD waar de uit te voeren wettelijke taken en aanvullende afspraken per gemeente worden vastgelegd. Ook bij ROGplus is hier nu sprake van zoals bij de regeling meerkosten die ROGplus uitvoert voor Maassluis en Schiedam en niet voor Vlaardingen.

50.

Is het mogelijk om productinkoop aan te passen op de behoeften van de gemeenten? Antwoord: De aanbesteding ziet toe op het taakgericht inkopen van de (specialistische) jeugdhulp als een integrale opdracht door middel van populatiebekostiging. Dit houdt in dat de opdrachtnemer(s) één bedrag krijgt om alle vormen van (specialistische) jeugdhulp te leveren, die binnen de afbakening van de integrale opdracht vallen, zonder hierbij producten, arrangementen of prijzen op cliëntniveau te definiëren. Er is dus niet langer sprake van het inkopen van producten of arrangementen, maar de oplossing voor de cliënt in zijn dagelijkse leefomgeving staat centraal. Professionals krijgen daardoor meer ruimte om te doen wat nodig is en maatwerk te leveren. De integrale opdracht biedt dus bij uitstek de mogelijkheid om de inwoner centraal te stellen in de opdracht. Niet de producten of arrangementen, maar de gewenste resultaten en maatwerkoplossingen voor de cliënt staan centraal. Door de inwoner centraal te stellen en uit te gaan van zijn/haar behoeften bij het bieden van hulp, wordt bij uitstek aangesloten op de behoeften van de gemeenten. 15 Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen Stationsplein 2

51.

Het is de bedoeling om in dit gebouw 130 appartementen te maken. Daardoor kunnen parkeerproblemen in de omgeving ontstaan. Vraag: In hoeverre is het mogelijk om onder het gebouw een kelder te maken voor parkeerplaatsen? Antwoord: Het plan is getoetst aan de gemeentelijke parkeernormen. Op grond van deze normen dient ten behoeve van de ontwikkeling te worden voorzien in 84 parkeerplaatsen. Om te voorzien in de 21GRF00042

Pagina 14 van 22

parkeerbehoefte wordt gebruikt gemaakt van een nabij gelegen bestaande parkeergarage aan de Horvathweg (onder het spoor), waarvan een deel in eigendom is van de ontwikkelaar. Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en worden geen parkeerproblemen in de omgeving ten gevolge van deze ontwikkeling verwacht (zie ook: paragraaf 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing). Omdat hiermee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zijn alternatieve opties niet overwogen. De genoemde optie voor een parkeerkelder is daarbij technisch nagenoeg onmogelijk omdat sprake is van transformatie van een bestaand pand. Bij projecten waar sprake is van nieuwbouw zou een dergelijke optie wel mogelijk zijn. 52.

Pagina 2: In de in voorbereiding zijnde anterieure overeenkomst zal worden geborgd dat deze parkeerplaatsen ter beschikking worden gesteld en blijven voor de toekomstige bewoners. Vraag: Hoe zal dit worden geborgd? Antwoord: Bij ontwikkelingen als deze is het gebruikelijk om aanvullende afspraken vast te leggen in een anterieure overeenkomst. In dit geval zal in de overeenkomst een bepaling worden opgenomen waarin de ontwikkelaar verklaard dat hij de parkeerplaatsen in zijn parkeergarage ter beschikking zal stellen, en houden, voor de toekomstige bewoners van het gebouw. Hoewel er op voorhand geen aanleiding is te veronderstellen dat de ontwikkelaar zich niet aan deze afspraak houdt, biedt dit ons de mogelijkheid om handhavend op te treden op het moment dat de afspraak wordt geschonden. Daarbij geldt dat de vergunning pas zal worden verleend nadat de anterieure overeenkomst is gesloten en daarmee de afspraak over het parkeren bindend is vastgelegd.

53.

Pagina 3: In het ‘Actieplan Lucht & Geluid 2019-2022’ is de ambitie opgenomen om ernstige hinder en slaapverstoring, zowel in bestaande als nieuwe situaties, te voorkomen. De gehanteerde plandrempel van 55 dB wordt ten gevolge van het railverkeerslawaai overschreden. Vraag: Bij hoeveel projecten is er, sinds het actieplan lucht- en geluid in stemming is gebracht, sprake van een overschrijding van de plandrempel van 55dB. Graag een cijfermatige duiding (deel van het totaal). Antwoord: Het ‘Actieplan Lucht & Geluid 2019-2022’ is in 2019 vastgesteld. Sindsdien zijn bij 7 projecten hogere waarden (geluid) vastgesteld. Daarnaast zijn momenteel 4 projecten in procedure waarvoor hogere waarden (geluid) vereist zijn. In navolgende overzicht is weergegeven welke projecten dit zijn:

Fase

Woningen totaal

Woningen hogere waarden

Woningen overschrijding plandrempel

Parkweg-Midden

Vastgesteld

240

106

92

Dirkzwager

Vastgesteld

150

60

0

Blauwhuiskwartier

Vastgesteld

43

43

0

Warande 185

Vastgesteld

2

2

0

Willem Andriessenlaan / Jacques Urlusplein

Vastgesteld

7

7

7

Burg.Verveenstraat ong.

Vastgesteld

1

1

0

Project

21GRF00042

Pagina 15 van 22

54.

Tuinlaan 56

Vastgesteld

1

1

0

Polderweg 260

Ontwerp

7

7

7

HavenVeste

Ontwerp

62

62

4

Stationsplein 2

Ontwerp

150

72

50

Schieveste

Ontwerp

3.500

3.500

1.615

Pagina 3: Daarnaast wordt in het kader van de ontwikkeling van Schieveste gekeken naar de mogelijkheden voor het verlagen van de maximale snelheid op de A20 naar 80 km/h en/of het toepassen van 2- laags ZOAB. Vraag: Welke invloed heeft de gemeente Schiedam hierop? Met andere woorden, wat is de slagingskans hiervan, welke invloed heeft dit op het plan? Antwoord: Er is op dit moment nog geen duidelijkheid of een snelheidsverlaging of het toepassen van ander asfalt op de A20 mogelijk of gewenst is. Dit neemt niet weg dat Rijkswaterstaat in het kader van de ontwikkeling van Schieveste heeft aangegeven hierover in overleg te willen treden. Als gemeente zullen wij van deze uitnodiging gebruik maken. Tot welke uitkomsten dit overleg gaat leiden is nu nog onzeker, al worden er wel mogelijkheden gezien om in samenspraak met Rijkswaterstaat tot maatregelen aan de weg te komen. Welke invloed dit gaat hebben op het plan is gelet op de onzekerheden moeilijk te duiden, al kan in algemene zin worden opgemerkt dat elke maatregel zal leiden tot een verbetering omdat dan sprake zal zijn van een vermindering van de geluidsbelasting; zowel bij dit plan als bij de omliggende woningen in Oost en Nieuwland. 17 Raadsvoorstel Transitie bedrijfsvoering Stroomopwaarts (=uitvoering BMC-rapport)

55.

Waarom zijn de aangeleverde cijfers in rapportage Benchmark SOW niet onderworpen aan een accountantscontrole? Antwoord: De bij de benchmark gebruikte cijfers waren op het moment van het uitvoeren van de benchmark nog niet definitief gecontroleerd door een accountant in verband met de controle van de jaarrekening. Inmiddels is de jaarrekening gecontroleerd en hebben de cijfers geen wijziging ondergaan. Een benchmark zelf wordt bovendien niet door een accountant getoetst. De jaarrekening wordt door de accountant getoetst en dat is gedaan.

56.

Wat is de hoogte van de gemaakte kosten voor hosting van de bedrijfsvoering Stroomopwaarts bij de start in 2015? Antwoord: De hoogte van de werkelijke gemaakte kosten voor de hosting is onbekend. Dit komt omdat de gerealiseerde kosten niet worden geregistreerd. Volgens de begroting hosting 2015 (van 1 juli tot en met 31 december) bedroegen de begrote kosten € 4,4 miljoen.

57.

Welke invloed heeft de raad op de organisatiekosten na de transitie bedrijfsvoering? Antwoord: 21GRF00042

Pagina 16 van 22

De organisatiekosten worden voor een deel bepaald door de aard en omvang van de taken die Stroomopwaarts moet uitvoeren. U kunt als raad invloed hebben op de organisatiekosten door uw invloed op de taken van Stroomopwaarts (beleidskader).

20 Mededelingen en ingekomen stukken

58.

02 Collegebrief 12 mei 2021 aanbieding rapportage WOT 2021 In de WOT rapportage wordt de hoeveelheid en welke casuïstiek aangegeven, maar er ontbreekt of de werkwijze leidt tot effectievere hulp en wat de uiteindelijke resultaten zijn. Graag reactie hierop. Antwoord: In 2020 is een uitgebreide evaluatie van de wot’s uitgevoerd door onderzoeksbureau LPBL, juist om in beeld te brengen of de beoogde doelen van de wot’s daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Leidt de werkwijze tot effectievere hulp en ondersteuning en/of zijn bewoners eerder stabiel of gevonden, en wordt er meer gebruik gemaakt van eigen en samenkracht. De conclusie uit dit onderzoek was dat de wot’s de beoogde effecten realiseren, maar dat er ook zeker verbeteringen mogelijk zijn. In de WOT rapportage staat hoe wij uitvoering geven aan deze verbeterpunten. In de WOT rapportage staat ook hoe we de prestaties van de wot’s meten. Een belangrijke indicator is de zelfredzaamheid. We willen weten of de bewoners die in zorg zijn genomen aan het eind van het traject beter in staat zijn voor zichzelf te zorgen. Dit doen we aan de hand van de zelfredzaamheidsmatrix die samen met de bewoner wordt ingevuld. Op alle leefgebieden is aan het eind van het traject sprake van een hogere mate van zelfredzaamheid waarbij er natuurlijk per leefgebied verschillen zijn.

59.

Er worden géén klantgegevens vastgelegd van alle korte trajecten. Dit zou toch meer inzicht geven welke klantgroepen en leeftijden aankloppen voor hulp? Antwoord: Van alle trajecten (kort en lang) worden klantgegevens vastgelegd in een klantdossier. Alleen als sprake is van een kort contact en er geen traject wordt opgestart, wordt er ook geen klantdossier aangemaakt. De reden hiervan is dat we de administratieve druk zo laag mogelijk willen houden. Wat wel wordt geregistreerd bij een kort contact is: soort hulpvraag, eventuele doorverwijzing, leeftijdscategorie en wijze waarop de vraag is gesteld (op de locatie, wijkspreekuur, telefoon, e-mail).

60.

Er is inmiddels een uitbreiding van wijkconnect. Wordt de website goed gevonden door Schiedammers? Zijn er inzichten in bezoekersaantallen van de website? Antwoord: WijkConnect wordt heel goed gevonden. Bij de beheerder van WijkConnect (DOCK) zijn de volgende cijfers opgehaald: Over de periode januari tot juni zijn 16.000 bezoekers geregistreerd (dit zijn er 5.000 meer dan dezelfde periode vorig jaar). Verder zijn op dit moment 190 organisaties aangemeld bij WijkConnect met in totaal 119 activiteiten.

61.

De WOT’s zitten ook op Facebook. Wat is hiervan het bereik en in welke doelgroepen en leeftijden? 21GRF00042

Pagina 17 van 22

Antwoord: De Facebookpagina WOT Schiedam wordt met name gebruikt voor het delen van informatie op het gebied van zorg en welzijn in Schiedam. Doelgroepen en leeftijden zijn via de statistieken van Facebook niet beschikbaar. Op dit moment volgen 477 mensen de Facebookpagina WOT Schiedam. 62.

Wat zijn de specifieke eisen en opleidingen personeel en professionals? Antwoord: De professionals in de wot’s zijn Hbo of academisch (gedragswetenschappers) opgeleid. De medewerkers hebben een SKJ-registratie. SKJ staat voor de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en is het beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland. Met een SKJ-registratie laten medewerkers zien dat ze ervaring, kennis en vaardigheden hebben om goede hulp te bieden in complexe situaties. Medewerkers moeten aan hun vakbekwaamheid blijven werken en door scholing accreditatiepunten halen om geregistreerd te blijven.

63.

Hoe worden de financiën met ons gedeeld? Antwoord: In 2020 is een evaluatie uitgevoerd door onderzoeksbureau LPBL met een goed inzicht in de (maatschappelijke en financiële) kosten en baten van de wot’s. Verder worden financiën gedeeld door middel van de gemeentelijke begrotingscyclus.

64.

Hoe is klachtenmanagement vormgegeven? Wordt hier een registratie van bijgehouden? Antwoord: De gemeentelijke klachtenprocedure en het gemeentelijk klachtenprotocol zijn van toepassing op klachten over de wot’s. Binnengekomen klachten en de wijze van afhandeling van klachten worden door de gemeente geregistreerd.

65.

Afschalen van 1e en 2e lijns-zorg naar 0e lijn. Welke zorg/casuïstiek en naar wie? Antwoord: Het gaat om zorg en ondersteuning die onder andere door de partners van Samen Schiedam wordt geboden. Dit is heel divers. Voorbeelden van ondersteuning zijn: vrijwilligers die bewoners helpen met het op orde brengen van hun administratie zodat ze een aanvraag schuldhulpverlening kunnen doen, vrijwilligers die ouders ondersteunen met (lichte) opvoedvragen, vrijwilligers die helpen met de boodschappen of kleine klusjes doen in en om het huis. Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Er zijn veel initiatieven in Schiedam om kwetsbare bewoners te ondersteunen.

66.

Bij organisaties die met vrijwilligers werken (0e lijn) komen nu complexe vragen van de WOT’s binnen vanwege het afschalen van zorgtaken. Het bezoeken van iemand met borderline of gesprekken voeren over rouwverwerking. Vraag: Is de gemeente van mening, dat wij deze problematiek bij vrijwilligers kunnen neerleggen? Antwoord: De wot’s en de partners van Samen Schiedam zijn via de thematafels (opgroeien, gezondheid, ontmoeten en veerkracht) met elkaar in gesprek over wie welke zorg en ondersteuning kan oppakken. In de vraagstelling staan een paar voorbeelden, maar zo zijn er natuurlijk meer. Doel van de gesprekken is om duidelijk te krijgen wat ieders kerntaken zijn zodat de 21GRF00042

Pagina 18 van 22

samenwerking goed verloopt en bewoners zo goed mogelijk worden ondersteund. De gesprekken moeten leiden tot een actieplan met een aantal acties voor de korte en langere termijn. 67.

68.

69.

Worden de wijkteamprofessionals voldoende meegenomen en gehoord in de doorontwikkeling? Want het is een zorgelijke ontwikkeling, dat er een groot verloop is onder de wijkteamprofessionals. Wellicht “outboarding” meenemen in rapportage? Antwoord: De medewerkers worden zeker betrokken in de doorontwikkeling van de organisatie. Er zijn verschillende bijeenkomsten geweest en ook in teamgesprekken is hier voldoende aandacht voor. Het is niet duidelijk wat hier wordt bedoeld met een ‘groot verloop’. De organisatie van de wot’s bestaat uit 111 professionals. In 2020 hebben 17 medewerkers de organisatie verlaten vanwege een andere baan, verhuizing, pensioen e.d. Dit is een personeelsverloop van 15% en een gemiddeld verloop voor de branche zorg, jeugdzorg en welzijn. In een volgende rapportage kunnen zeker ook cijfers over human resources opgenomen worden. 04 Collegebrief 18 mei 2021 Vaststelling ruimtelijke kaders Kansen in de Stad tranche In de brief is beschreven dat Hoogstraat 85 “aan een aantal eindgebruikers” meervoudig onderhands zal worden aangeboden. Vraag: Op basis van welke criteria wordt besloten welke eindgebruikers het pand aangeboden krijgen? En hoe zijn deze criteria tot stand gekomen? Antwoorden 68 & 69: Er zijn drie partijen uitgenodigd om een bod te doen om Hoogstraat 85 te herontwikkelen.

Het betreft partijen die serieuze interesse in het pand hebben getoond en een invulling voor ogen hadden die pasten binnen het Ruimtelijk Kader. Doel is een (eind)gebruiker te selecteren die borgt dat de Hoogstraat 85 weer een passende functie krijgt in het centrum. In het verleden is gebleken dat Hoogstraat 85 een complexe locatie is om te ontwikkelen. Aangezien er 3 serieuze partijen bij ons bekend waren, was nadere selectie niet nodig.

70.

71.

08 Collegebrief 2 juni ontwerp-wijzigingsplan Polderweg Pagina 2: Door sloop van de kas ontstaat ruimte om een aantal woningen toe te voegen op ruime kavels. Dit draagt bij aan een divers woningaanbod in onze stad. Vraag: Op welke wijze wordt er middels dit project bijgedragen aan een divers woningaanbod? Kan er in het antwoord worden gegaan op het aspect ‘divers’? Antwoord: De initiatiefnemer gaat vooralsnog uit van de realisatie van drie vrijstaande en vier 2-onder-1kap woningen op de locatie. Het gaat om toevoeging van grondgebonden (half)vrijstaande woningen op ruime percelen nabij het buitengebied van Schiedam. Toevoeging van dit type woningen past goed binnen de doelstellingen van de Woonvisie. Het bestaande aanbod van dergelijke woningen in Schiedam is beperkt.

09 Collegebrief 3 juni 2021 Te verkopen vastgoed Pagina 2: Overige gronden (zoals o.a. SchieDistrict, Wetenschappersbuurt/Daltonstraat) zijn niet opgenomen in het overzicht, omdat zij onderdeel uitmaken van grotere 21GRF00042

Pagina 19 van 22

gebiedsontwikkelingen. Vraag: Wat is kwantitatieve grens van wat er wordt verstaan onder ‘grotere gebiedsontwikkelingen’? Graag een vollediger beeld geven. Antwoord: Wat verstaan wij onder een grotere gebiedsontwikkeling: een grotere gebiedsontwikkeling richt zich op de (her)ontwikkeling van meerdere percelen en/of gebouwde objecten tot een nieuw gebied. In dit nieuwe gebied krijgen een combinatie van verschillende functies, zoals wonen, bedrijven, detailhandel, groen, recreatie en infrastructuur een plek. Het ‘Dirkzwagerterrein’ en ‘SchieDistrict’ zijn voorbeelden van een grotere gebiedsontwikkeling.

72.

73.

74.

75.

10 Collegebrief 7 juni 2021 Consultatie wensen en bedenkingen Uitvoeringsorganisatie Jeugd MVS In de brief is beschreven dat de gemeenteraad zich alleen van instemming mag onthouden “wegens strijd met het recht of het algemeen belang”. Vraag: Kan het college concretiseren wat de grens is van het algemeen belang? Wanneer is iets wel of niet in strijd met het algemeen belang? Antwoorden 72 en 73: Onder de weigeringsgrond ‘strijd met het algemeen belang’ vallen die gevallen waarin de grond voor onthouding van toestemming niet nauwkeurig in de wet kan worden gespecificeerd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de situatie dat de gemeenteraad meent dat het ondoelmatig is om ten aanzien van de desbetreffende belangen samen te werken met andere gemeenten of dat de gemeenteraad meent dat de bevoegdheid zich niet leent voor gezamenlijke behartiging. Deze grond is dus iets vager. Maar in geval van Schiedam is in de door de gemeenteraad vastgestelde nota verbonden partijen opgenomen wanneer een taak door een andere partij dan de gemeente zelf kan worden uitgevoerd. De inhoud van de nota zou – in dit verband – gezien kunnen worden als een uitwerking van het onthouden van toestemming in strijd met het algemeen belang. Tot slot: het niet verlenen van toestemming wordt gezien als een ultimum remedium. Dat betekent dat gemeenteraad niet zomaar van dit middel gebruik zou moeten maken.

In de literatuur wordt gesteld dat de gemeenteraad alleen tot strijd met het algemeen belang kan oordelen als de bezwaren tegen de samenwerking overwegend zijn.

13 Collegebrief 14 juni 2021 Verlenging leden welstandscommissie In de brief is beschreven dat de drie leden eigenlijk op 1 juni 2021 vervangen hadden moeten worden en dat de benoeming een raadsbevoegdheid is, maar dat o.a. de inwerkingtreding van de Omgevingswet ertoe leidt dat het college ervoor kiest de termijn zelf te verlengen tot 1 januari 2022. Vraag: Waarom heeft de inwerkintreding van de Omgevingswet invloed hierop als deze volgend jaar juli ingaat? Antwoord: De nieuw te vormen gemeentelijke adviescommissie en de evaluatie van de welstandsnota hebben beide invloed op de implementatie van de werkprocessen i.h.k.v. de Omgevingswet. Uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ten tijde van dit schrijven nog niet bij ons bekend. In hoeverre verwacht het college dat het termijn nogmaals verlengd zal moeten worden, rekening houdend met het feit dat de Omgevingswet op 1 januari 2022 ook nog niet in werking is getreden? 21GRF00042

Pagina 20 van 22

Antwoord: In welke vorm dat wordt is afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie van de welstandsnota.

76.

77.

16 Brief Afvaloven nee 15 mei 2021 Burgers van uw gemeente de dupe van CO2 heffing door afvaloven Harlingen In de brief wordt beschreven hoe de afvalverwerker Omrin, die pretendeert een duurzame oplossing te bieden voor het verwerken van afval, feitelijk niet voor reductie van CO2-uitstoot zorgt. Vraag: In hoeverre maakt Schiedam gebruik van de afvalverwerking van Omrin? Antwoord: De gemeente Schiedam heeft het doen verwerken van afvalstromen middels een dienstverleningsovereenkomst bij Irado belegd. Het is vervolgens aan Irado om binnen de grenzen van het aanbestedingsrecht, deze opdracht uit te voeren. Het huishoudelijk restafval wordt vanaf 1 januari 2017 via quasi-inbesteding door Omrin verwerkt (nascheiden en verbranden). Irado is daartoe als aandeelhouder van Afvalsturing Friesland (Omrin) toegetreden.

Zou het college overwegen een andere afvalverwerker te zoeken als inderdaad blijkt dat Omrin niet voor de beloofde reductie van CO2-uitstoot zorgt? Antwoord: De algemeen directeur van Omrin stelt volgens bijgaande memo van 9 juni 2021 aan de aandeelhouders van Afvalsturing Friesland N.V. (waaronder N.V. Irado) dat de installatie en de werking daarvan voldoet aan alle vergunningsvoorschriften en dat onafhankelijke instanties daar toezicht op houden. Het bestuur van Omrin is verantwoordelijk om aan de vergunningsvoorwaarden te voldoen. In de Reststoffen Energie Centrale (REC) wordt het nietrecyclebare afval door middel van verbranding omgezet in duurzame energie. De CO2-uitstoot hiervan is volgens de memo het laagste van alle energiecentrales van Nederland. Bijlage: Memo van John Vernooij (algemeen directeur Omrin) van 9 juni 2021 aan de aandeelhouders van Afvalsturing Friesland N.V. (w.o. N.V. Irado).

78.

17 Open brief aan gemeenteraden van de politie-eenheid Rotterdam Herkent het college zich in de geuite zorgen van de ANPV? Antwoord: De burgemeester begrijpt de zorgen die door de ANPV geuit zijn. We herkennen dat de politiecapaciteit al enkele jaren onder druk staat. Ook binnen ons basisteam hebben we te maken met onderbezetting door vacatures. Hierover spreekt de burgemeester regelmatig met de teamchefs van het basisteam. In 2019 heeft de burgemeester de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over tekort van politiecapaciteit in de regio en de keuzes die toen zijn gemaakt (19U1T12761). Ook nu nog wordt bij evenementen kritisch gekeken naar de benodigde politie-inzet, leveren de wijkagenten een bijdrage aan de noodhulp en vindt er zoveel mogelijk afstemming plaats tussen de politie en Toezicht en Handhaving om de operationele werkzaamheden zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Hierdoor kan de basispolitiezorg in onze gemeente nog steeds gegarandeerd worden en leidt de krapte in de bezetting nog niet tot echte problemen op operationeel niveau. We moeten ons realiseren dat dit nog twee jaar zal duren. Er vindt inmiddels voldoende instroom plaats op de opleiding zodat tekorten in de bezetting aangepakt kunnen worden. Naast instroom van nieuwe medewerkers werkt de politie ook aan 21GRF00042

Pagina 21 van 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10336731/1