Beantwoording Reacties van de Fracties 26 en 27 september 2023
Tekst van het document
Technische vragen raadscommissie 26 en 27 september 2023
Agendapunt 04 Raadsvoorstel Herstructurering Staatsliedenbuurt Vraag 1: In de haalbaarheidsstudie voor de Staatsliedenbuurt, wordt voor de beste uitwerking in 3 mogelijke scenario's een parkeernorm geschetst tussen de 0,4 en 0,6 per woning. In hoeverre zijn deze getallen in lijn, of wijken deze af ten opzichte van de vastgestelde mobiliteitsnormen 2022? Antwoord: Er zijn verschillende normen van toepassing er is vastgehouden aan de vastgestelde mobiliteitsnormen 2022. Gemiddeld is er in de grondexploitatie rekening gehouden met een parkeernorm van o,7 parkeerplaats per woning (p.p.w.) waarvan 0,6 p.p.w. in de parkeergarage 0,1 p.p.w. op straat voor met name bezoekers en invaliden. Vraag 2: Wat wordt de financiële invloed als de raad besluit om bepaalde zaken te wijzigen in het plan? Antwoord: Dat hangt sterk af van wat er gewijzigd wordt en kan zo in de algemeenheid niet aangegeven worden. Vraag 3: Gekozen is voor variant 2, Sloop 228 woningen en nieuwbouw 500/ 550. Wat ligt er aan de grondslag welk aantal er definitief wordt gekozen? Antwoord: We hebben gekeken naar de laadcapaciteit van het plan waarbij een optimum gezocht is tussen de woningbehoefte, woninggrootte, groen, parkeren en vooral leefbaarheid. Bij de verdere ontwikkeling zullen we kijken of er op verantwoorde wijze meer woningen gerealiseerd kunnen worden.
Vraag 4: In het plan wordt veel gesproken over het parkeren. Binnen het plan worden de parkeerplaatsen van het particulierwoningen bezit aan de B v Haarenlaan opgeheven. Zijn de VvE’s daarover ingelicht? Antwoord: Het plan laat een ambitie zien en behoeft nog verdere uitwerking. In de nieuwe situatie kunnen bestaande bewoners aan de B. van Haarenlaan parkeren in de parkeergarage of op parkeerplaatsen in het openbaar gebied. De VvE’s zullen worden meegenomen in het ontwikkelproces en er is ruimte om op verschillende wijzen invulling te geven aan de benodigde parkeerplaatsen voor de particuliere woningen. Vraag 5: In de geplande parkeer voorzieningen voor de auto wordt uit gegaan van 45 P plaatsen aan de Johan de Wit singel en ca. 175 onder de 1e etage van de complexen. Zijn deze aantallen, naast de geplande nieuwbouw en inclusief het particulier woning bezit. Antwoord: Binnen het plangebied zullen voldoende parkeerplaatsen komen, ook voor de bestaande bewoners. Vraag 6: Binnen het plan wordt er ook gesproken over een parkeer hub. Komt deze boven op de reeds genoemde 45 en 175 parkeerplaatsen en om welk aantal plekken gaat het. Antwoord: In de Stedenbouwkundige Haalbaarheidsstudie (met name pagina 18) worden verschillende oplossingen met betrekking tot parkeren onderzocht. Gekeken is of het op verantwoorde wijze mogelijk is om voldoende parkeerplaatsen te realiseren.
Het is dus niet zo dat er nu een keuze gemaakt wordt voor een specifieke oplossing. Wel wordt hiermee duidelijk dat één of meer parkeergarages altijd onderdeel van het plan zullen zijn. In de grondexploitatie is dan ook gerekend met een parkeergarage met 368 parkeerplaatsen zijnde 0,6 parkeerplaatsen per (nieuwbouw)woning met daarnaast ook nog parkeerplaatsen op straat. Maar in de verdere uitwerking kunnen dus ook twee of drie kleinere garages worden gerealiseerd. Vraag 7: In de collectieve parkeer oplossingen wordt er gesproken over parkeren op straat en op de begane grond. Waarom is dubbel grondgebruik in dit plan niet meegenomen.
Antwoord: Een parkeergarage heeft meerdere verdiepingen waardoor er dus altijd sprake is van dubbel grondgebruik. Het is de ambitie om zo min mogelijk parkeerplaatsen op maaiveld te realiseren maar dit is niet helemaal te vermijden voor bezoekers, minder validen en bestaande bewoners. Vraag 8: Kan er expliciet worden aangegeven over welke huurprijzen er wordt gedacht voor de sociale huur. Antwoord: Woonplus heeft aangegeven voor de sociale huur uit te gaan van een huur die zich bevindt onder de liberalisatiegrens en die is in 2023 € 808,-. Daarnaast heeft de verhuurder zich te houden aan het woningwaarderingsstelsel (WWS). Vraag 9: Er worden in variant 2 aantallen genoemd over het slopen en de nieuwbouw. Blijft de sociale huur voor de lange termijn beschikbaar om in aanmerking te komen voor huursubsidie. Antwoord: Ja. Vraag 10: Naast de sociale huur komen er ongeveer 300 woningen die voor de hogere inkomens beschikbaar komen. Zijn er aantallen bekend voor eventueel huur in de vrije vestiging? Antwoord: Nee, vooralsnog wordt uitgegaan van koop naast 84 middeldure huurwoningen. Zie ook §2.3 op pagina 5 van de grondexploitatie. Vraag 11: Naast de sociale huur komen er ongeveer 300 woningen die voor de hogere inkomens beschikbaar komen. Zijn er aantallen bekend die voor koop in aanmerking komen? Antwoord: Ja, vooralsnog wordt uitgegaan van 328 woningen.
Zie ook §2.3 op pagina 5 van de grondexploitatie. Vraag 12: Naast de sociale huur komen er ongeveer 300 woningen die voor de hogere inkomens beschikbaar komen. Hoeveel parkeerplekken worden er apart gehouden voor het duurdere segment? Antwoord: Dit moet nog nader uitgewerkt worden. Vraag 13: Om de periode tot aan het werkelijk slopen voor de bewoners bewoonbaar en leefbaar te houden in de bestaande woningen wordt ook een hele opgave. Welke voorzieningen kunnen de bewoners verwachten van de gemeente in samenwerking met woonplus om deze moeizame tijd door te brengen? Antwoord: We gaan uit van een gefaseerde uitvoering. Daarmee komt niet het gehele gebied in een keer leeg te staan. Naast de te slopen woningen blijven er ook een groot aantal woningen staan. Bij de uitvoering zal extra aandacht nodig zijn vanuit zowel de gemeente als Woonplus om de overlast zo veel mogelijk te beperken en de leefbaarheid in stand te houden. Afhankelijk van de behoeften die de bewoners hebben kan hier op dat moment op ingespeeld worden. Bij vroegtijdig vertrek van een bewoner voor de einddatum van de fase, zal er een tijdelijke huurder in de woning worden geplaatst door Woonplus. Samen zal er gekeken worden naar oplossingen.
Agendapunt 05 Raadsvoorstel Verzoek toepassing coördinatieregeling art. 3.30 Wro voor het VROM-terrein Nieuw-Mathenesse Vraag 14: Waarom is de betreffende regeling specifiek hier voor het eerst gevraagd dan wel van toepassing, en in voorgaande gevallen niet? Anders gesteld, in welke recente vergelijkbare ontwikkelingen had de ontwikkelaar gebruik kunnen maken van deze regeling, en waarom is dat in die gevallen door de betreffende ontwikkelaars niet gedaan? Antwoord: Een verzoek om toepassing van de coördinatieregeling wordt door een initiatiefnemer gedaan. De argumenten om al dan niet een dergelijk verzoek aan de gemeente te richten, zijn divers en worden door elke ontwikkelaar al naar gelang de specifieke situatie van een project gewogen. In algemene zin is bekend dat initiatiefnemers veelal eerst duidelijkheid wensen over de planologische
haalbaarheid van hun initiatief, voordat zij een aanvraag omgevingsvergunning uitwerken en indienen. In dit geval is de insteek van de ontwikkelaar van meet af aan geweest om, indien dit voor haar haalbaar was, de coördinatieregeling toe te passen. Dit omdat zij denkt hiermee sneller te kunnen starten met de bouw van de eerste fase. Daarbij speelt mee dat veel wat kleinere ontwikkelingen in onze stad met een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, wat qua procedurele snelheid leidt tot een vergelijkbaar resultaat als de coördinatieregeling die nu wordt voorgelegd. Gelet op de omvang van de herontwikkeling op het VROM-terrein, en de samenhang met de transformatie van de voormalige glasfabriek, is een vergunning in afwijking van het bestemmingsplan hier echter niet wenselijk geacht. Vraag 15: In paragraaf 1.4 staat dat in de verkoopovereenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente is vastgelegd dat de coördinatieregeling wordt toegepast. Waarom is dit in de verkoopovereenkomst al vastgelegd? En waarom is dit in het contract al vastgelegd terwijl dit nog door de raad goedgekeurd moet worden? Antwoord: In de koopovereenkomst is de intentie uitgesproken de coördinatieregeling toe te passen. Dit onder voorbehoud van verdere uitwerking en eventuele nadere besluitvorming door het college en/of de raad.
Daarbij wordt opgemerkt dat er voor de gemeente geen zwaarwegende argumenten tegen toepassing van de regeling zijn. Vraag 16: In paragraaf 1.4 staat dat in de verkoopovereenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente is vastgelegd dat de coördinatieregeling wordt toegepast. Wat zijn de gevolgen voor de gemeente als de raad dit verzoek niet goedkeurd in verband met de contractverplichting? Antwoord: Directe gevolgen in de zin van bijv. schadeplicht zijn niet aan de orde. Uiteraard zal de ontwikkelaar benieuwd zijn naar de argumenten voor afwijzing van het verzoek. Concreet kan het niet toepassen van de coördinatieregeling met name gevolgen hebben voor de snelheid waarmee met start van de bouw op het VROM-terrein kan worden begonnen. Dit werkt onder andere door in het moment van levering van de grond, en dus de ontvangst van inkomsten.
Agendapunt 06 Raadsvoorstel Meerjarenperspectief Vastgoed (MPV) Vraag 17: Waarom ligt dit document nu pas voor? Antwoord: Het klopt dat we dit jaar hebben afgeweken van de publicatieperiode. Doorgaans zou het in het eerste kwartaal zijn, maar dat bleek niet haalbaar. Dit vanwege beperkte capaciteit op de afdeling en die van derden die betrokken zijn bij de totstandkoming van het MVP. Denk hierbij aan bureaus die Meerjarenonderhoudsplannen maken, die voor het MPV dus relevante informatie opleveren. We hebben er niettemin naar gestreefd u zo spoedig mogelijk een goed beeld te geven en ervoor gekozen in het derde kwartaal u het MPV toe te sturen. Vraag 18: Als de reden (mede) daarvoor een gebrek aan personeel is, waarom wordt dit personeel dan niet ingehuurd? N.B. Zeker in relatie met de kosten die gemoeid zijn met het uitstellen van een aantal noodzakelijke werkzaamheden. Antwoord: Capaciteit is slechts deels de oorzaak geweest van de vertraging. Zoals bij vraag 17 aangegeven is ook de beschikbaarheid van capaciteit bij derden een grote factor. Om uw raad een kwalitatief MPV te kunnen toezenden, is overigens zeker gebruikgemaakt van externe inhuur. Dat neemt niet weg dat het organiseren hiervan tijd heeft gekost en niet per se 'versnelling' oplevert. Vraag 19: Pagina 4. Er wordt gesproken over maatregelen om het proces te versnellen om vastgoed af te stoten.
Welke concrete maatregelen zijn dit? Waarom zijn deze niet al eerder ingezet? Antwoord: Tot nu toe heeft de gemeente (vaak om moverende redenen) in veel gevallen haar voorwaarden gesteld bij het afstoten van vastgoed. Daarbij valt te denken aan een zekere programmatische invulling. Iedere aanvullende voorwaarde maakt een verkoopproces echter complexer, de koop minder aantrekkelijk en introduceert het risico op vertraging.
Ter vergelijking, een woning in de particuliere sfeer verkopen zonder enig voorbehoud met betrekking tot verkrijgen van financiering of het laten uitvoeren van een bouwkundig keuring verloopt heel vlot. Zodra deze voorwaarden er echter zijn vraagt dit enkele weken onderzoekstijd, maar een voorbehoud kan ook leiden tot ontbinding van de overeenkomst. Dan moet het verkoopproces opnieuw gestart worden. Vraag 20: Pagina 5. Er wordt gesproken over duurzaamheidsinvesteringen voor de periode 2023 en 2024, maar ook dat er voor de periode 2022-2030 een verduurzamingswerkprogramma opgesteld moet worden. Op basis waarvan worden dan de eerder genoemde investeringen gedaan? Antwoord: Verduurzaming kent in voorkomende gevallen overlap met het achterstallig en planmatig onderhoud. Indien uit hoofde van onderhoud besloten wordt tot vervanging van zaken wordt vanzelfsprekend de meest duurzame oplossing gekozen. Vraag 21: Waarom heeft de gemeente besloten om in eerste instantie wel en daarna alsnog niet over te gaan tot de herbouw van het koetshuis aan de Sweelincksingel? Antwoord: Vanwege (onvoorziene) sterk oplopende bouwkosten, bleek tot 3 keer toe het aangevraagde bedrag te laag te zijn om herbouw te realiseren. Indien de gemeente zelf zou gaan herbouwen zou dat betekenen dat verkoop van het pand nog langer op zich zou laten wachten wat ook meer kosten, onderhoud, verzekeringen etc.
met zich meebrengt. Door nu te verkopen met de verplichting tot herbouw van het koetshuis slaan we twee vliegen in één klap. Er wordt zowel verkocht als herbouwd. Vraag 22: Waarom is er nog steeds geen alternatieve interne huisvesting voor de afdeling Veiligheid gevonden en worden nog steeds dure vierkante meters aan het Stadserf gehuurd? Antwoord: Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de teams Toezicht & Handhaving en Veiligheid & Crisisbeheersing gezamenlijk te gaan huisvesten in een deel van de voormalige bibliotheek aan het Stadserf. Deze voormalige ruimte voldoet op dit moment nog niet aan de eisen van kantoorruimte (Bouwbesluit 2012). Het onderzoek richt zich op een kostenefficiënte verbouwing. Uitgangspunt daarbij is dat op langere termijn een structurele besparing van de huidige huurpenningen kan worden gerealiseerd. De gemeente heeft verder geen andere objecten in bezit die geschikt zijn om beide teams te huisvesten. Vraag 23: Pagina 9. Waarom kan het document geen vooruitblik over geheel 2023 bevatten? Antwoord: De afdeling is zich bewust van de opgelopen vertraging en heeft gezocht naar een nieuw logisch moment om uw raad een gedegen MPV aan te kunnen bieden. Het ‘ijkmoment’ voor de informatie in het MPV ligt halverwege het jaar.
Het leek op dat moment niet relevant of realistisch om het dan reeds gepasseerde eerste deel van 2023 in het document te duiden als ‘vooruitblik’. Vraag 24: Pagina 12. Wat is de visie over het aanhouden van voor strategische doelen aangekocht vastgoed? Graag bij de beantwoording ook aandacht voor redelijke termijnen in relatie tot kapitaalslasten, kosten van onderhoud en maatschappelijk belang. Antwoord: Zoals het MPV ook aangeeft is strategisch vastgoed dat door de gemeente is aangekocht en wordt aangehouden in het kader van het mogelijk maken van (ruimtelijke) ontwikkelingen. Het betreft zowel (te slopen) panden als gronden. Het over grote deel van deze panden en gronden valt dan ook in lopende grondexploitaties. Het is altijd het idee om de panden zo kort mogelijk aan te houden om kosten die met het aanhouden zo laag mogelijk te houden. Onderhoud vindt plaats op een laag niveau en daar waar bekend is dat het pand gesloopt gaat worden zal dat voornamelijk toezien op beveiliging en het veilig houden van panden voor de omgeving. Het maatschappelijk belang zit voornamelijk het kunnen realiseren van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Vastgoed wordt niet nodeloos lang vastgehouden. Het komt echter voor dat ontwikkelingen vertragen waardoor het langer moet worden vastgehouden. Daarbij neemt verkoop ook tijd in beslag. Vraag 25: Pagina 13.
Waar is het aantal van 40 aan te houden panden in portefeuille op gebaseerd?
Antwoord: Dit betreft het kernvastgoed van de gemeente. Dit zijn de panden waar de gemeente zelf in zit of waarvan zij het belangrijk vindt deze zelf te behouden. Het betreft niet alleen panden zoals het Stadserfcomplex maar hiertoe behoort bijvoorbeeld ook ruïne Huis te Riviere. In bijlage 2 van het MPV (objectoverzicht) is het totaal van kernbezit terug te vinden. Vraag 26: Pagina 15. Er wordt een indicatie gegeven van kosten van achterstallig onderhoud. Daaruit kan worden opgemaakt dat er sprake is van een inventarisatie van deze kosten. Waarom wordt er niet gehandeld naar aanleiding van deze constateringen? N.B. Van een van de gebruikers van Leliestraat 10 hebben we begrepen dat het hoognodige groot onderhoud (rottende kozijnen, grote scheuren in de muren) aan het pand keer op keer wordt uitgesteld, onder andere vanwege de hoge kosten door stijgende prijzen. Hoe langer het onderhoud wordt uitgesteld, hoe erger de schade en hoe hoger de kosten zullen worden. Kan het college uitleg geven over de situatie en aangeven of bij meer gemeentelijke vastgoed vergelijkbare situaties spelen? Antwoord: Er wordt wel degelijk gehandeld naar aanleiding van de genoemde constatering. De inventarisatie van kosten betreft de in het document genoemde MJOP’s. Deze vormen de basis voor onderhoudswerkzaamheden, gerelateerde kostenraming en uitvoering van werkzaamheden.
Alle MJOP’s worden uitgevoerd op volgorde van prioriteit, maar betreffen gezamenlijk een grote werkvoorraad in termen van opdrachtgeverschap (uitbesteding, aanbesteding, projectleiding, toezicht). Vraag 27: Pagina 18. Waar kan in de bestuursrapportage de overdracht van de gymzalen van Primo naar de gemeente worden teruggevonden? Welke redenen zijn er om hiertoe over te gaan? Welke bedragen zijn hiermee gemoeid? Antwoord: De overdracht van de gymgebouwen van Primo naar de gemeente is niet verwerkt in de bestuursrapportage 2023. De voorgenomen overdracht wordt uitgesteld naar een latere datum, waardoor verwerking in deze bestuursrapportage niet langer passend is. Het collegebesluit tot dit uitstel wordt voorbereid. De verwachting is dat overdracht van de gymzalen naar de gemeente eind 2024 alsnog plaatsvindt. De overdracht van het eigendom van de gymgebouwen naar de gemeente is een juridische handeling en volgt uit het aflopen van de overeenkomst voor beheer en exploitatie van de gymgebouwen die tien jaar geleden met Primo werd gesloten. Het zogenaamd ‘economisch eigendom’ van de gymgebouwen ligt al bij de gemeente. Naast notariskosten betaalt de gemeente niet voor het eigendom van de gebouwen.
Vraag 28: Hoeveel is deels al gebruikt voor concept werkprogramma wat te wensen overliet, zoals u aangeeft op pag.5 van de MPV-rapportage 2023? Antwoord: De kosten voor de productie van het concept-werkprogramma bedragen tot nu toe € 53.560 (excl. btw). Zoals aangegeven in het MPV wordt in overleg met de betrokkenen aan een revisie gewerkt. Pagina 22 Vraag 29: Waarom wordt er geen of nog geen budget gereserveerd voor regulier onderhoud van het Stedelijk Museum? Antwoord: Er is nog geen MJOP van het Stedelijk Museum waarin het onderhoudswerkzaamheden na de renovatie worden beschreven. Dit heeft o.a. te maken met de afhandeling van de restpunten van de renovatie. Er is een opdracht verleend om de MJOP op te stellen. Met behulp van deze MJOP kunnen de kosten voor het regulier onderhoud worden begroot. Pagina 28. Er wordt gevraagd €125.000 krediet te voteren voor een scheidingswand van Berckenrodestraat-Gustoweg. Vraag 30: Waarom wordt dit voorstel niet aangehouden, totdat het huisvestingsplan Stroomopwaarts behandeld wordt? Antwoord: Het plaatsen van de wand is noodzakelijk om de vereiste brandscheiding aan te brengen tussen Van Berckenrodestraat 6 (Stroomopwaarts) en Gustoweg 61 (Drukkerij Juist!) Als verhuurder van dit pand komen deze kosten voor onze rekening. Zie ook pagina 30 van het MPV.
Pagina 28. Vraag 31: Wordt de huurprijs van het Theater aan de Schie en het Stedelijk Museum verhoogd? Zo ja, met hoeveel en per wanneer? Antwoord: De huurprijs wordt in overeenstemming met de huurovereenkomst jaarlijks per 1 januari verhoogd volgens de CPI-index. Begin dit jaar heeft het college besloten, vanwege de extreme stijging van energielasten in combinatie met hoge inflatie, de huurverhoging voor alle maatschappelijke huurders te matigen tot 6%, dus ook voor het theater en het Stedelijk Museum. Vraag 32: Het beveiligingsbudget is met €170.000 te laag ingeschat, hoeveel bedraagt de totale beveiligingskosten? Antwoord: Het totaal van de beveiligingskosten voor 2023 wordt geschat op € 188.000. Vraag 33: Het beveiligingsbudget is met €170.000 te laag ingeschat. Hoeveel bedraagt het aandeel van de beveiliging van de leegstaande panden in het totale beveiligingsbudget en het aandeel in het extra budget? Antwoord: Het beveiligingsbudget bedraagt € 20.420. Een uitsplitsing per pand is niet gemaakt. Wel is duidelijk dat dit budget ontoereikend is (geworden) en dat er aanvullend budget gewenst is. De raming die in juli 2023 is gemaakt gaat uit van een totaal van 188 duizend euro, waarvan 87 duizend euro (46 procent) bestemd voor de beveiliging van leegstaande panden.
Agendapunt 07 Raadsvoorstel Bestuursrapportage 2023 Vraag 34: Pagina 5. Op welke wijze monitort de gemeente de tevredenheid van de gebruikers van het leerlingenvervoer? Antwoord: Aan de hand van de meldingen en de klachtenrapportage monitort de gemeente de tevredenheid van de gebruikers leerlingenvervoer. Samen met vervoerder Noot werken wij aan oplossingen om de kwaliteit van het vervoer te verbeteren. Met de vervoerder vindt elke week overleg plaats om de voortgang te monitoren, welke acties er worden ondernomen om problemen op te lossen en wanneer deze worden gerealiseerd. Vraag 35: Pagina 7. Wat betekent in concreto de informatie over de nog te realiseren werkzaamheden op het Bachplein voor de herhuisvesting van de leerlingen uit Oekraïne? Antwoord: De te realiseren werkzaamheden op het Bachplein hebben geen negatieve gevolgen voor de te realiseren herhuisvesting van de leerlingen uit Oekraïne. Vraag 36: Er wordt een aanname gedaan over het vaststellen van de Participatiewet in relatie tot de Energietoeslag. Hoe actueel is deze informatie nog? In de media wordt gesproken over gemeenten die reeds zijn overgegaan tot het uitkeren van de energietoeslag. Is deze informatie correct? Antwoord: In de Bestuursrapportage 2023 wordt een aanname gedaan over het vaststellen van de Wet Energietoeslag 2023. Deze wet wacht nog steeds op behandeling in de Tweede en Eerste Kamer.
Deze informatie is correct. De uitkering betreft echter een naheffing van 500 energietoeslag 2022. Het college van Schiedam heeft in een brief aan de raad van 15 februari 2023 (23UIT00950) laten weten de 500 euro naheffing van 2022 te reserveren en samen te voegen met het budget van 800 euro energietoeslag 2023. Het uitgangspunt is namelijk altijd geweest om ook in 2023, aan alle huishoudens die leven van 120% van de bijstandsnorm, 1.300 euro uit te keren. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel en publicatie van de nieuwe beleidsregels 2023 kan aan de doelgroep 2023 een bedrag van 1.300 euro worden uitbetaald. Vraag 37: Pagina 13. Hoe inventariseert de gemeente de toegenomen vraag voor fietsparkeermogelijkheden? Antwoord: De inventarisatie gebeurt aan de hand van klachten en meldingen van bewoners. Vraag 38: Er wordt een reservering gemaakt voor het uiteindelijk planten van 115 bomen. Wanneer worden deze ook daadwerkelijk geplant?
Antwoord: Het college ambieert om, gedurende het plantseizoen extra bomen te planten. Het plantseizoen is vanaf het najaar tot het vroege voorjaar (november tot en met maart). Om deze ambitie te realiseren wordt er proactief gezocht naar locaties in de buitenruimte. Vraag 39: Pagina 14. Welke maatregelen is de gemeente van plan om het fietsparkeren van gebruiker van het openbaar vervoer bij metrostations te verbeteren? Antwoord: Door het realiseren van veilige en (gedeeltelijk) overdekte fietsenstallingen willen we het fietsparkeren bij metrostations verbeteren. Dit doen we in combinatie met het realiseren van hubs voor deeltweewielers (zie beslispunt 2 e). Vraag 40: Pagina 15. Er wordt geld gevraagd voor de extra uitgaven op energie. Welke maatregelen zijn door de gemeente getroffen om het verbruik terug te dringen? Antwoord: Door de gemeente is in diverse panden/complexen zoals bijvoorbeeld in de bedrijfshallen aan de van Berckenrode/gustoweg (stroomopwaarts) en de Piersonstraat 31 de oude dure verlichting vervangen door ledverlichting. Daarnaast zijn zonnepanelen geplaatst bij Boerhavelaan en Piersonstraat 31. Bij het vervangen van werktuigbouwkundige installaties, waaronder warmteinstallaties, wordt geoptimaliseerd qua energiegebruik. Vraag 41: Pagina 23.
Welk doel voor de gemeenschap en de gemeente wordt bereikt door het verwerven van de woningen aan de Jan Evertsenweg? Antwoord: Het doel voor de gemeenschap en de gemeente is opgenomen in de raadsinformatiebrief van 14 februari 2020: Het uitkopen van de woonfunctie (de bedrijfswoningen aan de Jan Evertsenweg) is een afgewogen beslissing tussen leefomgevingskwaliteit kunnen bieden aan onze inwoners en de economische belangen van onze haven behartigen. Alle vijf de bedrijfswoningen zijn inmiddels aangekocht. Vraag 42: Pagina 24. Hoeveel jongeren zijn tot op heden bereikt door activiteiten die zijn gefinancierd uit de jongerenimpulsgelden? Welke activiteiten betrof en door wie zijn deze georganiseerd? Antwoord: De rijksgelden voor stimulering van cultuurparticipatie onder jongeren over 2022 zijn als subsidie verstrekt aan een aantal culturele en maatschappelijke instellingen. De instellingen hebben hiervoor een plan aangeleverd voor programma’s in 2023. De rijksgelden over 2022 mogen namelijk over heel 2023 worden besteed, daarom is er nog geen verantwoording over de Jongerenimpuls 2022. Bij de verantwoording dienen de instellingen een toelichting te geven op de verrichte activiteiten. Er wordt niet gestuurd op het aantal te bereiken jongeren.
Zie hieronder een overzicht van de instellingen en projectplan die zijn gesubsidieerd vanuit de Jongerenimpuls 2022: DOCK Tijdgeest platform jongerenparticipatie Cultuurfabriek
ontwikkeling plan
Theatergezelschap De Stokerij
Jonge Stokerij activiteiten 2023
Stedelijk Museum Schiedam
Uitbreiding uren jongerenmedewerker
Theater aan de Schie
Theater voor de toekomst
Magnezy Dance Productions
Dansen zonder grenzen
Wenneker Cinema
Ontwikkeling plan jongeren
ACCR/Stichting Cem
Jongeren in Nieuwland
Yets Foundation
Yets Music Studio
Vraag 43: Pagina 27. Hoeveel jongeren worden inmiddels begeleid via het project De Steigers?
Antwoord: De afgelopen tijd zijn we vooral achter de schermen bezig geweest om De Steigers stevig neer te zetten. Zo zijn we in gesprek met de beoogd bestuursleden, in gesprek met het ministerie over de juist rechtsvorm en in gesprek met het Schiedamse onderwijs, stichtingen en de buurt. Die inzet is misschien niet direct zichtbaar, maar wel erg belangrijk. Inmiddels zitten we in de afrondende fase van deze afstemming. Op dit moment wordt 1 jongere begeleid. Naar verwachting zal dit snel meer worden omdat, zoals gezegd, de afstemmingsfase in de afronding zit. Vraag 44: Mens en stad in beweging. In Schiedam hebben we 11,4 fte aan Brede Regeling Combinatiefunctionarissen BRC verspreid door de stad , wijken en scholen. Buurtsportcoaches kunnen effectiever opereren als zij vanuit de sportvereniging de wijken met bewegingsarmoede ingaan, contact met scholen onderhouden en de eigen sportvereniging kwalitatief versterken. Is het college voornemens om deze optie verder te willen onderzoeken naar inzet van buurtsportcoaches bij sportverenigingen met de grootste behoefte? Antwoord: Voortdurend is er aandacht voor een optimale inzet van de functionarissen die vanuit de Brede Regeling Combinatiefunctionarissen (BRC) worden ingezet op het gebied van sport en cultuur. Op dit moment wordt deze inzet gerealiseerd vanuit onderwijsinstellingen, sport- en cultuurorganisaties.
Onder deze inzet valt ook een verenigingsadviseur die Schiedamse sportverenigingen ondersteunt en adviseert op allerlei thema’s. Verenigingen die aangeven een specifieke behoefte te hebben, krijgen extra ondersteuning. De BRC is in 2023 door het rijk herijkt. Dit geeft aanleiding om ook opnieuw te kijken naar de Schiedamse inzet en hoe deze kan worden versterkt. Daarbij is zowel een goede verbinding met het onderwijs als met de sportverenigingen een aandachtspunt. Dit wordt in het komende jaar verder uitgewerkt. Vraag 45: Kunnen wij in navolging van Rotterdam als uitwerking van lokaal sportakkoord II een (commerciële) lokale sport-en beweegloket verwachten tzt voor sportclubs/aanbieders en (ondernemers ) in regio MVS ? Antwoord: In Schiedam is Lekker bezig het centrale platform voor bewegen en sporten in Schiedam (www.lekkerbezigschiedam.nl). Via dit platform vindt je lokaal beweegaanbod, kun je hulp vragen aan een beweegcoach of in contact komen met de verenigingsadviseur. Dit platform wordt steeds uitgebreid en verrijkt. Aanvullend heeft uw raad met de Kadernota Sportaccommodaties 2021 de ambitie gesteld om tot een centraal loket te komen voor sportaccommodaties. Plannen hiervoor worden momenteel geconcretiseerd. Vraag 46: Schiedam krijgt onder voorwaarden van de overheid SPUK-gelden.
Hoe groot zijn deze bedragen en waaraan worden deze gelden besteed in Schiedam? Antwoord: De complete verantwoording van deze SPUK-gelden (SPecifieke UitKering) zijn te vinden in de bijlage “Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa)” in de Jaarrekening 2022 (geagendeerd in de Raad van 4 juli 2023). Vraag 47: Pagina 23 Beeldende Kunst. Kunst in de openbare ruimte maakt de stad mooier, leuker en interessanter. Er staat gelukkig veel kunst in de openbare ruimte. Bij veel kunstwerken is echter niet aangegeven hoe het heet, wat de achtergrond/bedoeling van het kunstwerk is, wie maker of initiatiefnemer is etc. Vraag 48: Is het mogelijk bij kunstwerken in de openbare ruimte bordjes, tegels of iets dergelijks te plaatsen, met daarop achtergrondinformatie, QR-code etc? Kan dit evt meegenomen worden in het onderhoud? Antwoord (op zowel vraag 47 en 48): Het is in principe mogelijk om achtergrondinformatie te geven over de kunstwerken in de openbare ruimte door middel van een informatiebordje, tegel en/of QR code. Er is dan wel nader onderzoek en afweging nodig naar de meerwaarde van informatiebordjes afgezet tegen het gebruik hiervan en de ontwikkel- en onderhoudskosten (zowel voor fysieke als digitale middelen). De gemeente onderhoudt momenteel ruim 70 kunstwerken in de stad en het onderhoudsbudget is beperkt.
Agendapunt 08 Raadsvoorstel Kadernota financieel beleid en Nota investeren, afschrijven en herwaarderen Vraag 49: Verwerven van subsidies en andere financieringswijzen: Waarom hier de toevoeging dat een bijdrage geleverd moet worden aan de doelstellingen van de budgetten op zichzelf? Antwoord: De doelstellingen van de budgetten zijn vastgelegd in de begroting en kaderstellend. De toevoeging is gemaakt om te voorkomen dat subsidies of financieringswijzen worden aangevraagd die niet passend zijn bij de doelstellingen van de gemeente c.q. die kaderstellend in de begroting zijn vastgelegd. Vraag 50: Gemeentelijke heffingen: Is Prijs Bruto Nationaal Product hier hetzelfde als Prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP)? Wat is de afweging voor het aanpassen van de basis voor begrotingsindexatie en maximale heffingstariefindexatie specifiek van pBBP naar CPI? Antwoord: Ja, Prijs Bruto Binnenlands Product is de officiële term van het CPB. Dit heeft te maken met de uitgangspunten die op rijksniveau worden gehanteerd bij het berekenen van de algemene uitkering (onze grootste inkomstenbron). Kort samengevat: Een indexatie die hierboven gaat, heeft tot effect dat er direct een begrotingstekort ontstaat. Daarnaast stelt de provincie als toezichthouder dit als minimum eis. Hoger indexeren mag, maar leidt direct tot een begrotingstekort.
Vraag 51: Revolverende fonden: De uitleg gaat niet specifiek in op de reden waarom de mogelijke deelname aan revolverende fondsen behalve SVN in dit kader naar de toekomst toe uitgesloten zouden moeten worden. Waarom wordt dit voorgesteld? Antwoord: Dit heeft te maken met de wetgeving in onder andere de Wet Fido. Uitzettingen/deelnemingen moeten binnen de publieke taak van de gemeente passen. Vraag 52: Voor het overzicht graag net als in de kadernota financieel beleid een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van 2014 en een toelichting per wijziging. Antwoord: Zie overzicht in de bijlage.
Agendapunt 09 Collegebrief 14 juni 2023 Uitvoeringsprogramma Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Nieuwland en Oost Vraag 53: behalve best practices, zijn er natuurlijk ook Lessons learned van andere steden, zoals rotterdam zuid. Hoe nemen we de aanbevelingen van 10 jaar NPRZ mee in ons programma? Antwoord: Al bij de inrichting van het programma door het Rijk en de 19 deelnemende gemeenten zijn aandachtspunten op basis van ervaringen met de aanpak in Rotterdam-Zuid meegenomen. Het Uitvoeringsprogramma voor Schiedam Nieuwland en Oost borduurt hier op voort. Zo is er veel aandacht voor taalachterstand en een focus op samenhang en integraliteit in de aanpak. Daarnaast zijn er reguliere contacten tussen de deelnemende gemeenten, vanuit Schiedam ook rechtstreeks met NPRZ in Rotterdam. Vraag 58: En is er ook aandacht voor de ervaringen en aandachtspunten die we eerder in de wijk Nieuwland tegenkwamen bij de aanpak van de vogelaarwijken? Antwoord: Er is zeker aandacht voor de eerdere ervaringen in Nieuwland; de evaluatie van de wijkaanpak gaf belangrijke input voor het programma. Ook vanuit het Rijk worden deze ervaringen ingebracht. Vraag 59: wordt er (bij)gestuurd op de sociale compositie van de wijk en zo ja op welke wijze wordt er gekeken naar een balans tussen draagkrachtige en minder draagkrachtige huishoudens?
Antwoord: Het is in het Nationaal Programma geen beleid om bij te sturen op de sociale compositie, het is niet de bedoeling om problemen te verplaatsen maar om ze te verminderen/op te lossen door de voorgestelde integrale en langjarige aanpak. Vraag 60: wordt er extra aandacht besteed aan samenwerking rondom wonen en zorg en betrekken we ook zorgpartijen als partners in het voortraject? Antwoord: Zorgpartijen zijn nu via DSW betrokken in de Stuurgroep. In de uitvoering wordt gestreefd naar aanhaking van meerdere partijen, o.a. zorgaanbieders. Het belang van samenwerking wordt zeker gezien, in projecten wordt onderzocht hoe wonen en zorg kunnen worden gekoppeld. Vraag 61: Wij zien allemaal partners in de stuurgroep, maar geen bewonersverenigingen of vergelijkbare organisaties. Terwijl in het voorwoord heel duidelijk het uitgangspunt benoemd wordt dat de verandering van de bewoners moet komen en niet vanuit de ivoren toren. Op welke manier worden bewoners(groepen) betrokken bij onder meer de planvorming en de rest van het traject? Antwoord: Betrokkenheid van bewoners bij de uitvoering van het programma is enorm belangrijk, het organiseren hiervan vergt een goede, gedegen voorbereiding en geduld. Het overkoepelende Nationaal Programma is voor bewoners niet relevant, zij hebben zorgen over hun directe leefomgeving.
Daarom betrekken we bewoners vooral bij onderdelen die dicht op hun leefwereld zitten, zoals de buitenruimte, veiligheid of voorzieningen in de wijk. We beginnen met het leggen en versterken van contacten met organisaties en actieve bewoners. Vanuit deze contacten kan een intensievere betrokkenheid groeien. Op dit moment wordt hiervoor een vaste participatiestrateeg geworven, die in principe fulltime het programma ondersteunt om betrokkenheid van bewoners(organisaties) te versterken.
Agendapunt 12 Raadsvoorstel Startnotitie Cultuurvisie “Een actualisatie van de cultuurvisie komt voort uit de wens om de cultuuruitgangspunten aan te laten sluiten bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt dus ook om een kritische blik op de verdeling van de financiële middelen voor cultuur in Schiedam. Dit kan echter niet los gezien worden van de energiecrisis, inflatie en loonkostenontwikkelingen, waar ook de cultuursector mee geconfronteerd wordt.” Vraag 62: Enkele grote culturele instellingen hebben over ditzelfde onderwerp eerder dit jaar een brandbrief gestuurd aan de raad (Mededelingen en ingekomen stukken, brief nr 45). Op welke wijze worden zij geholpen/tegemoetgekomen bij het opvangen van deze extra kosten? Antwoord: Het college heeft naar aanleiding van de brief gesproken met de instellingen. Hier is de afspraak gemaakt dat zij binnen de eigen organisatie en begroting nagaan hoe zij het hoofd kunnen bieden aan de gestegen kosten, bijvoorbeeld door aanspraak te maken op de reserves, minder activiteiten te verrichten of door taken terug te geven.
Agendapunt 13 Terugkoppeling verbonden partijen tweede kwartaal 2023 Vraag 63: In de terugkoppeling verbonden partijen in het tweede kwartaal 2023 wordt gesproken over een landelijk afgesproken caseloadverlaging voor jeugdbeschermers. Wat zijn de effecten van deze beslissing op de huidige begeleiding en bescherming van de Schiedamse hulpbehoevende jeugd? Antwoord: Vanuit het convenant met de FNV over caseloadverlaging, gaat de verlaging stapsgewijs met de inzet van een daling van 1,5 kinderbeschermingsmaatregel per stap. Op de lange termijn leidt dit tot betere begeleiding voor gezinnen, lagere werkdruk voor jeugdbeschermers waardoor deze functie aantrekkelijker wordt. Vraag 64: Hoeveel lager wordt de caseload van jeugdbeschermers? Antwoord: Op dit moment is de caseload van jeugdbeschermers van Jeugdbescherming RotterdamRijnmond 15 gezinnen per jeugdbeschermer. De inzet van het akkoord met de FNV is om dit
stapsgewijs te verlagen naar 12 maatregelen (dat gelijk staat aan 8 tot 9 gezinnen) per jeugdbeschermer. Vraag 65: Hoe lang duurt het om met deze verlaagde caseload dezelfde capaciteit op te bouwen? Antwoord: Het is een continu proces om de capaciteit op peil te brengen. Dit wordt sterk beïnvloed door wisselingen in de personele bezetting.
Agendapunt 14 Collegebrief 6 juli 2023 Jeugdmonitor 2023 Vraag 66: In de Jeugdmonitor 2023 staat dat het aandeel van jongeren die zich mentaal uitstekend en goed voelen met 21% gedaald is, heeft de gemeente scherp waar deze daling door komt? Antwoord: De nasleep van de corona jaren is voor de jeugd blijvend zichtbaar, zo hebben jongeren minder stevige sociale contacten kunnen opbouwen en voelen zij zich meer eenzaam. Daarnaast ervaren jongeren steeds meer prestatiedruk, zowel op school als sociaal. De druk van social media heeft hier ook een negatieve invloed op. Vraag 67: Ook staat er in de jeugdmonitor dat de 25% van de jeugd zich eenzaam voelt, en dat een groot deel van deze groep langdurig nadelige effecten ervaart van de covid maatregelen, heeft de gemeente een plan om de nadelige gevolgen van de maatregelen te verhelpen nu de pandemie voorbij is? Antwoord: Door het aanbieden van ondersteuning en activiteitenaanbod vanuit het jeugdwelzijn beoogen wij hier verbetering in te brengen. Dit doen we samen met diverse partners uit de stad, stadsbreed, op school of in de wijk. Activiteiten en plekken waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten dienen aan te sluiten bij de behoefte van de jeugd. We verkennen deze behoefte en maken met subsidiepartners afspraken over de uitnutting hiervan.
Vraag 68: Ook staat in de jeugdmonitor dat meisjes zich vaker onveilig voelen in Schiedam dan jongens, heeft de gemeente maatregelen die de veiligheid van meisjes in Schiedam vergroot? En heeft de gemeente maatregelen die het gevoel van veiligheid voor alle Schiedammers verhoogt? Antwoord: De veiligheidsbeleving in Schiedam blijft achter bij de objectieve veiligheid. In de kadernota van 2021 wordt hier dan ook aandacht aan besteed, met name door de aanpak van 'signal places'. Zie ook het recente uitvoeringsplan Openbare Orde en Veiligheid. Een werkgroep 'signal places' is nu bezig met de extra aandacht voor deze plaatsen waar Schiedammers zich onveilig voelen, ook jongeren en vrouwen worden hierin meegenomen. De werkgroep kijkt niet alleen naar maatregelen vanuit toezicht en handhaving en de politie, maar ook naar verbeteringen vanuit het fysieke en sociale domein, zodat bewoners zich hier veiliger gaan voelen.
Agendapunt 19 Mededelingen en ingekomen stukken Vraag 69: Collegebrief actuele ontwikkelingen luchtvaartdossier: Met betrekking tot het financieel/economisch doorrekenen van de voorgestelde en additioneel door de Commissie MER uitgevraagde varianten: gaat het dan om een puur bedrijfseconomische doorrekening en toetsing van elke variant vanuit het oogpunt vanuit de onderneming RTHA? En/of vanuit het oogpunt van de onderneming Schiphol Group? En/of om een maatschappelijke (dwz bredere economische) kostenbaten analyse? Antwoord: T.a.v. de voorgestelde en additioneel door de Commissie MER uitgevraagde varianten worden de maatschappelijke- en de economische kosten/baten onderzocht, zowel vanuit het oogpunt van de luchthaven RTHA/Schiphol Group als vanuit maatschappelijk oogpunt:
a.
MER: de gezondheidseffecten worden in de MER inzichtelijk gemaakt. Bij de besluitvorming over het Luchthavenbesluit worden de alternatieven conform de Luchtvaartnota ook beoordeeld op de afname van de negatieve gezondheidseffecten. b. Economische onderbouwing: er wordt een economische onderbouwing van de alternatieven opgesteld. Hieruit zal moeten blijken of, en onder welke voorwaarden, de genoemde gezonde financiële exploitatie van de luchthaven mogelijk is bij de te onderzoeken alternatieven. Het ministerie van IenW zal de economische onderbouwing laten toetsen door een onafhankelijke derde (second opinion). c. MKBA: RTHA heeft aangegeven dat er een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) wordt opgesteld, waarin de effecten van de varianten in beeld worden gebracht en tegen elkaar worden afgewogen conform de richtlijnen voor de luchtvaart specifieke MKBA’s.