CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Reacties van de Fracties 25 januari 2022

Raadscommissie 25 januari 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Agendadocumenten5.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reacties van de fracties

Datum

Ons kenmerk

13 januari 2022

22GRF00000

Reacties van de fracties raadscommissie 25 januari 2022 Agendapunten: 06

Collegebrief 23 december 2021 Uitvoeringsprogramma Zorg en Veiligheid 1.

Blz. 10 4. Aanpak ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’ (GHNT). Welke afspraken zijn er de afgelopen jaren gemaakt tussen Vlaardingen en Schiedam over de besteding DUVO-middelen? Antwoord: Het betreft een decentrale uitkering, bestemd voor de centrumgemeente. In onze situatie is dit de gemeente Vlaardingen. Zij geeft bijvoorbeeld uit deze middelen de vrouwenopvang vorm, maar ook taken als kindermishandeling of ‘geweld hoort nergens thuis’ bekostigt zij uit deze Rijksmiddelen. De onderliggende basis voor samenwerking tot nu toe is steeds geweest: “wie betaalt, bepaalt”. Daarbij heeft de gemeente Schiedam input gegeven op het dossier, zeker als het gaat om de regiovisie die nu vorm begint te krijgen.

2.

Wat doet centrumgemeente Vlaardingen om de samenwerking te effectueren met Schiedam en Maassluis? Antwoord: Er is een regionale visie, de Rijnmondvisie. Er wordt nu gekeken naar hoe er in MVS-verband uitwerking gegeven gaat worden aan deze visie. Wij zijn (tot nu toe) met regelmaat op de hoogte gehouden en geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de betreffende thema’s. We zien dat er inmiddels een verandering in gang is gezet: waar wij als gemeente eerst volgend waren, wordt onze rol steeds meer sturend.

3.

Welke samenspraak is er tussen de gemeenten? Antwoord: Zie beantwoording vraag 1 en 2.

4.

In hoeverre zijn onze politieagenten en boa’s getraind in de omgang met verwarde en overspannen personen? Antwoord: Boa’s worden jaarlijks in de volle breedte en veelzijdig getraind om op te treden bij uitlopende situaties met name waar het gaat om verwarde, overspannen, agressieve situaties en/of personen onder invloed van alcohol of verdovende middelen. In de basisopleiding voor executief politiepersoneel wordt aandacht besteed aan de zogenaamde verwarde personen. Denk hierbij aan herkennen van gedrag, basis ziektebeelden en benaderingstechniek in relatie tot veiligheid.

*22GRF00000*

Centraal in de omgang met verwarde personen staat dat politie zich richt op handhaving van rechtsregels en openbare orde. Hulpverlening aan personen bestaat met name uit signaleren en doorverwijzen naar specifieke hulpverleners. In de periodieke integrale beroepsvaardigheden training, die al het uitvoerend politiepersoneel verplicht volgt, wordt regelmatig aandacht besteed aan de praktische omgang met verwarde personen. 5.

Hebben politie en boa’s een opfriscursus gehad "Omgang met verwarde en overspannen personen in coronatijd”? Antwoord: Onze boa’s en de politie hebben de opfriscursus “Omgang met verwarde en overspannen personen in coronatijd” niet gevolgd. Wij zijn verder niet bekend met deze opfriscursus.

6.

Op pagina 7 wordt gesproken over een spanning tussen drang en dwang. Hoeveel gevallen van drang heeft Schiedam op dit moment? En hoeveel gevallen van dwang in Schiedam? Antwoord: In de context van het PGA- team wordt er op pagina 7 ingegaan op de randvoorwaarden en spanningen die er binnen de zorgcontext ontstaan als mensen zorgmijdend gedrag vertonen. Alleen als mensen een gevaar vormen voor zichzelf of voor de omgeving kunnen er dwangmaatregelen worden afgedwongen. De gemeente heeft als dwang het opleggen van een crisismaatregel -in 2020 is deze maatregel 76 keer toegepast- en het opleggen van huisverboden -die in 2020 54 keer voorkwamen-. Er is nog geen algehele registratie mogelijk om deze mensen te registreren, mede door de privacywetgeving. Wel willen wij in de toekomst een registratie vormgeven bij het PGA-team. Daarmee kan een deel van de problematiek in kaart worden gebracht.

7.

In het rapport van het Verwey-Jonker Instituut “Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen” (2020), werd als een van de grootste struikelblokken ervaren binnen het domein Zorg & Veiligheid, de juridische kant van informatiedeling en tegelijkertijd de borging van de AVG-richtlijnen. Hoe heeft de gemeente dit struikelblok getackeld binnen de PGA? Aangezien binnen de regio de MDA++ teams dit probleem niet hebben kunnen ondervangen horen wij graag hoe de gemeente Schiedam dit probleem denkt op te lossen? Antwoord: Net als de MDA++ aanpak willen wij in het PGA-team ook intensief gaan werken met partners en daarbij komen de richtlijnen van de AVG inderdaad om de hoek kijken. In veel gevallen zullen mensen toestemming geven voor het delen van informatie, mede omdat zij zelf daarvan ook het belang inzien. Het wordt vaak een struikelblok bij mensen met zorgmijdend gedrag. Een pasklare oplossing is hier niet voor. We monitoren dit wel en daarmee zullen we landelijke voorbeelden gebruiken om dit verder door te ontwikkelen zodat we optimaal kunnen samenwerken om mensen de juiste zorg te bieden. Daarbij houden we rekening

22GRF00000 Pagina 2 van 15

met de betrokken kaders en de mogelijkheden die de AVG ons biedt. 8.

Op pagina 8 wordt gesproken over het belang van de cliënt in de informatiedeling. Staat de veiligheid van de medewerkers binnen het Zorg & Veiligheidsdomein boven of onder het belang van de cliënt? Antwoord: De veiligheid van medewerkers staat altijd voorop. Om anderen te kunnen helpen moet je immers zelf op de eerste plaats veilig zijn. Veiligheid is de primaire basis voor hulpverlening.

9.

Op pagina 10 staat de volgende zin: “Het creëren van politiek-bestuurlijk draagvlak is cruciaal voor het slagen van een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zonder deze aandacht op de politiek-bestuurlijke agenda en gedegen organisatie zal de borging niet slagen.” Kunt u uitleggen wanneer er geen politiek-bestuurlijk draagvlak was voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling binnen de gemeente Schiedam? Antwoord: Vooropgesteld wordt dat er in de gemeente Schiedam de afgelopen jaren op bestuurlijk niveau veel draagvlak is geweest voor de aanpak van huiselijk geweld. De extra inzet vanuit de Raad bij het project ‘Geweld hoort nergens thuis’ heeft dat nog eens versterkt. De desbetreffende passage heeft te maken met de regionale afstemming. Om als gemeente Schiedam een meer sturende rol op te kunnen pakken in afstemming met de centrumgemeente Vlaardingen vereist dit zowel ambtelijk als bestuurlijk meer inzet om één en ander nader vorm te geven. Vanuit die insteek is de afgelopen tijd ook actief meegekeken met de regiovisie; daarin zijn inmiddels voorstellen van de gemeente Schiedam verwerkt. Als deze sturende participatie verder vorm krijgt, verwachten we dat de gemeente Schiedam straks een prominentere rol inneemt op dit dossier.

10.

In het afgelopen jaar was “Geweld achter de voordeur” een topprioriteit voor de gemeente Schiedam. Op pagina 11 punt 3 wordt besproken dat het gesprek met de centrumgemeente de afgelopen jaren onvoldoende heeft plaatsgevonden. Waarom was dit gesprek geen topprioriteit voor de gemeente Schiedam? Antwoord: De primaire verantwoordelijkheid op dit vlak heeft altijd bij de centrumgemeente Vlaardingen gelegen. Dit is historisch zo gegroeid, mede omdat door het Rijk destijds de keus is gemaakt om deze onderwerpen bij Vlaardingen te beleggen. Dit betekent dat zowel het financieel beheer als de beleidsmatige aansturing bij de centrumgemeente moet plaatsvinden. De huidige politieke en maatschappelijke ontwikkelingen geven aanleiding om de regie van onze kant te versterken. Dit betreft overigens een proces waar zowel ambtelijk als bestuurlijk al enige tijd op wordt ingezet. In 2021 is daar binnen MVS meer bereidheid voor ontstaan, waardoor wij kansen zien om de accenten vanuit Schiedam beter vorm te geven .

11.

Wat is het effect van de topprioriteit van de gemeente Schiedam op de regiovisie HGKM Rotterdam-Rijnmond?

22GRF00000 Pagina 3 van 15

Antwoord: De aanpak in de regio Rotterdam-Rijnmond heeft onze voorkeur omdat Schiedam dit als topprioriteit heeft benoemd. Wij lezen en doen intensief mee op het onderwerp en die prioriteit zal uitdrukkelijk meegenomen worden in de regiovisie. 12.

Wat is het verschil tussen ICR en CO-team zowel in aanpak als in casuïstiek? Antwoord: ICR is een intensieve casus regisseur die specifiek op het onderwerp huiselijk geweld actief is. In de regio wordt gewerkt met dit specialisme als proefproject. In Schiedam beschikken wij over een CO-team welke zich, altijd samen met het wijkteam, richt op het vergroten en herstellen van veiligheid, veelal in complexe casuïstiek. De nodige kennis omtrent ‘geweld hoort nergens thuis’ is aanwezig. Het verschil zit hem in het feit dat ICR zich specifiek richt op casuïstiek waar huiselijke geweld en kindermishandeling plaats vindt, waar het CO-team breder inzetbaar is. Het CO-team ondersteunt collega’s in het WOT bij vragen die zij hebben ten aanzien van de ondersteuning aan de bewoners, waarbij de casusregie bij de WOTmedewerker blijft. De ICR voert zelf regie en biedt en organiseert zelf de hulp die nodig is voor de bewoner.

13.

Op pagina 14 wordt gesproken over de ‘Scholen aanpak mensenhandel’. Wanneer mensen in de prostitutie gelokt worden met valse beloften voor een betere toekomst in een ander land, is er sprake van mensenhandel. Ook wordt genoemd dat de meldingsbereidheid afneemt door negatieve beeldvorming over Veilig Thuis. Wat heeft de beeldvorming van Veilig Thuis met mensenhandel te maken? Is de procedure in de gemeente Schiedam voor mensenhandel niet allereerst via CoMensHa of de politie? Antwoord: Waar mensen het beste terecht kunnen is vooral afhankelijk van de situatie, in dit geval de vraag waar precies het accent ligt als het bijvoorbeeld gaat om de aard van de problematiek, de kwalitatieve en kwantitatieve omvang, de mate van onveiligheid etc. In geval van mensenhandel is de politie aan zet, maar in dit geval gaat het om een bredere inzet van voorlichting en bewustwording over het onderwerp waarbij ‘Veilig Thuis’ één van de partners is.

14.

Hoe geeft het college partnerschap met de sleutelfiguren en bewonersinitiatieven invulling m.b.t. zorg en veiligheid? Antwoord: Sleutelfiguren en bewonersinitiatieven worden door de gemeente op veel fronten betrokken bij de aanpak, zowel vanuit Welzijn (denk daarbij aan de initiatieven die meegenomen worden aan de Schiedamse tafels) maar ook op het terrein van veiligheid (i.c. korte contacten met bewoners en omwonenden). Dit zal ook doorgezet worden in het PGA-team.

07 15.

Kwartaalrapportage Q3 Veilig Thuis In de memo van 5 januari jl. wordt kort gesproken over de Hervormingsagenda en “dat die niet verward moet worden met het Verbeterplan”. Terugkoppeling Q3 GR

22GRF00000 Pagina 4 van 15

laatste alinea pagina 2 staat: “Eind november zal er een regionaal bestuurlijk overleg zijn over de hervormingsagenda jeugd VNG." De fractie van de Schiedamse VVD heeft in de commissievergadering van 8 december gevraagd naar ofwel een mondeling dan wel een schriftelijke terugkoppeling over dit bestuurlijk overleg. De fractie van de VVD heeft in haar spreektijd bij dat agendapunt met geen woord gerept over het (of een) Verbeterplan. In dezelfde commissievergadering heeft de wethouder toegezegd een schriftelijk verslag te zullen delen met de raad over dit bestuurlijk overleg (terug te vinden in de besluitenlijst van deze avond). Pagina 4: “Tijdens het debat liep het gesprek over de hervormingsagenda en het verbeterplan enigszins door elkaar.” Kunt u aangegeven op welk moment in de commissievergadering - en wie er toen sprak - deze twee door elkaar liepen? Antwoord: Bij het terugkijken van de commissievergadering en de raadsvergadering werd duidelijk dat de vragen zich uitsluitend richtten op de hervormingsagenda, de verwarring zat dus bij de luisteraar en niet bij de sprekers. 16.

Wat is de reden waarom het schriftelijk verslag van het bestuurlijk overleg Hervormingsagenda jeugd VNG (nog) niet is gedeeld met de raad? Antwoord: De toezegging van de wethouder was (schriftelijk) terug te komen op de hervormingsagenda. Dat is gedaan in de memo die uw raad heeft ontvangen en die bij de stukken van agendapunt 7. Kwartaalrapportage Q3 Veilig Thuis is geplaatst. Er is van de bestuurlijke bijeenkomst van 22 november jl. geen verslag gedeeld, omdat er geen verslag van deze bijeenkomst is verspreid. Het karakter van deze bijeenkomst was vooral informerend en meningsvormend; besluiten zijn er niet genomen. Behalve algemene informatie over het proces, zijn twee aspecten van de hervormingsagenda nader besproken: de reikwijdte van jeugdhulp en bestaanszekerheid. Op dit moment is er rond de hervormingsagenda veel aan de hand. Een eerste concept wordt één dezer dagen verwacht, maar middels een unanieme aanvaarding tijdens de digitale algemene ledenvergadering op donderdag 13 januari j.l. heeft de VNG besloten de medewerking aan de totstandkoming van de hervormingsagenda op te schorten in afwachting van een nader gesprek met de regering naar aanleiding van beoogde bezuiniging van € 500 miljoen op Jeugdhulp.

17.

In de memo wordt gesteld dat de kosten van Jeugdhulp in de GRJR dichterbij de begroting liggen dan in eerste instantie gedacht werd. Kunt u aangeven over welke begroting hier gesproken wordt en hoeveel miljoen die boven de oorspronkelijke totaal begroting van de GRJR zit? Antwoord: De totale begroting van de GRJR bedraagt na de laatste begrotingswijziging €269 miljoen. In de meest recente berekening wordt een overschrijding van 5% verwacht. Gebaseerd op het actuele zorggebruik lijkt het er nu op dat Schiedam in 2021 binnen het begrote bedrag blijft.

22GRF00000 Pagina 5 van 15

08

Collegebrief d.d. 22 december 2021 Agenda Schiedam 2030 18. Op welke wijze zijn onder andere Schiedammers, Schiedamse organisaties, ondernemers, verenigingen betrokken bij deze agenda? Antwoord: De Agenda Schiedam 2030 is uitgewerkt op basis van de input die is verkregen uit het participatietraject bij het aanvankelijke traject voor de uitwerking van een nieuwe stadsvisie. Op deze inbreng is verder gewerkt, ook is dit samengebracht met informatie en opbrengst uit participatie uit diverse andere visietrajecten die de afgelopen periode zijn gestart of doorlopen. Denk aan de trajecten voor opstelling van de nieuwe Woonvisie, Groenvisie en Economische visie. 19.

Wat is de status van deze agenda? Antwoord: De Agenda heeft geen formele status als beleidsstuk of structuurvisie. De Agenda geeft een beeld van de uitdagingen die we zien en thema’s die we op dit moment belangrijk vinden voor Schiedam, gebaseerd op inbreng vanuit onze stad. De Agenda is daarmee ook een nuttig instrument voor de toekomst, deze kan goed worden gebruikt bij het bepalen van de prioriteiten van college en raad de komende periode.

12

Mededelingen en ingekomen stukken

07 Dienstverleningsovereenkomst MVS gemeenten-SOW inzake uitvoering inburgering 20. Waarom is in de strategische visie van Stroomopwaarts de nieuwe taak van inburgering niet meegenomen? Antwoord: De uitvoering van inburgering is belegd bij Stroomopwaarts, het beleid niet. Daarom is deze taak niet opgenomen in de strategische visie van Stroomopwaarts. 04 verlengen Cameratoezichtsgebieden 21. In hoeverre is het vanzelfsprekend om de verlenging van de cameratoezichtgebieden te laten afhangen van een administratieve incentive zoals het synchroon laten lopen van de termijnen van alle cameratoezichtsgebieden? Antwoord: In plaats van meerdere evaluaties in het tijdsbestek van een jaar, kunnen we nu één evaluatie voor alle cameratoezichtgebieden toepassen. Hierdoor kunnen we de administratieve lasten beperken. Dat geldt voor onze organisatie, maar ook voor de politie die nu ook maar één keer informatie hoeft aan te leveren. 22.

Cameratoezicht heeft eerdere jaren geleid tot een vermindering van incidenten, maar er is de afgelopen periode weer een stijging opgetreden. Daarom blijft het de komende jaren nog nodig om in te zetten op vermindering van incidenten en blijft cameratoezicht noodzakelijk’. Deze passage wijst erop dat het effect van

22GRF00000 Pagina 6 van 15

cameratoezicht de afgelopen tijd is afgenomen of is verdwenen. In hoeverre is het nog het aangewezen middel om hier in te zetten? Antwoord: Het aantal incidenten is afhankelijk van meerdere factoren. Het grootste deel van de incidenten heeft betrekking op het Stationsplein. Deze locatie kenmerkt zich door veel activiteit door de openbaar vervoer voorzieningen en heeft daarmee een dynamiek in vormen van overlast en criminaliteit die moeilijk te beïnvloeden is. Daarom blijft cameratoezicht noodzakelijk, zowel vanuit de bijdrage die het levert aan het veiligheidsgevoel, de bijdrage die het levert aan de openbare orde en veiligheid en als middel voor de politie voor het snel inschatten van situaties en het voorkomen van (verdere) escalaties. 23.

En hoe wordt er samen met de buurt inclusief de jongeren preventief gekeken naar/gesproken over de problemen op het gebied van (on)veiligheid/overlast en eventuele kansen die zij zien? Antwoord: Zoals in de kadernota integrale veiligheid is aangegeven, willen we meer samenwerking met de buurt, onder andere door gesprekken met de wijkagenten en de wijkboa’s. Zeker als het gaat om signal places willen we een integraal, intensief en fundamenteel offensief in de kwetsbare wijken. Dit offensief zullen we in het uitvoeringsprogramma, samen met alle betrokken partners, verder concreet uitwerken. Hierbij zullen we de buurt, inclusief de jongeren, betrekken. Zoals eerder toegezegd, zijn wij vooruitlopend hierop in 2021 al begonnen met een actieplan met betrekking tot de signal places.

09 Voortgang toeslagenaffaire kinderopvang MVS 24.

Kunnen de cumulatieven aan de tabellen worden toegevoegd? Nu moeten we zelf gaan rekenen. Antwoord: Totaaloverzicht 2021

Nog niet gestart

Activiteit A

Activiteit B

Activiteit C

Activiteit D

Eindtotaal

37

273

146*

36

34

49

28

293

183

309

34

49

28

603

310

* van deze ouders heeft de Belastingdienst niet de juiste contactgegevens aan het Meldpunt Toeslagen doorgegeven. Via de Basisregistratie Personen (BRP) proberen we deze ouders alsnog te bereiken. 25.

Hoe zijn de verschillen te verklaren tussen het aantal mogelijk gedupeerde ouders en het aantal daadwerkelijk gedupeerde ouders te verklaren? Zijn er nog steeds flinke achterstanden in de afhandeling van lichte dan wel integrale toetsen of komt de verklaring uit een andere hoek?

22GRF00000 Pagina 7 van 15

Antwoord: Dit is inderdaad te wijten aan de achterstanden bij de integrale toets van de Belastingdienst. Een lichte toets is vrij snel te beoordelen, omdat dit een systeemcontrole is. Een integrale toets is een dossieronderzoek, welke door medewerkers wordt uitgevoerd. Dit kost meer tijd. 26.

Worden ouders uit tabel 2 ook nog gebeld door SOW? Of gaat men ervanuit dat de €30.000 voldoende is om alle problematiek op te lossen? In hoeverre wordt getoetst of er nog aanvullende ondersteuning nodig is? Antwoord: Alle ouders (waarvan de gegevens door de Belastingdienst aan de gemeente/het Meldpunt worden doorgegeven) worden benaderd om te informeren of ouders ondersteuning wensen. De Catshuisregeling kinderopvangtoeslag waarbij ouders € 30.000,- ontvangen blijkt niet voldoende om alle –financiële- problematiek op te lossen. Denk hierbij ook aan psychosociale problematiek. Vanaf 5 januari 2022 kunnen ouders ook private schulden indienen bij het online loket private schulden van Sociale Banken Nederland (SBN). Het gaat om schulden die zijn ontstaan in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 die opeisbaar zijn. We ondersteunen ouders bij het indienen van hun private schulden.

27.

Met welk deel van de mogelijk gedupeerde/ daadwerkelijk gedupeerde ouders heeft er reeds een eerste contact plaatsgevonden (%)? Antwoord: Met ruim 75% van de gedupeerden is er contact geweest. We hebben 25% van de doelgroep nog niet bereikt. De reden hiervan is omdat de Belastingdienst niet de juiste contactgegevens heeft aangeleverd. Om deze ouders toch te bereiken zullen we de contactgegevens opzoeken in de Basisregistratie Personen (BRP). Vervolgens sturen we hen nog deze maand een handgeschreven kaart met daarin de uitnodiging om contact op te nemen met het Meldpunt Toeslagen als zij ondersteuning behoeven.

28.

En welk percentage wacht al langer dan een maand sinds de aanmelding vanuit de belastingdienst op het eerste contact? Antwoord: Op dit moment worden alle nieuwe aanmeldingen vanuit de Belastingdienst dezelfde week/maand gebeld om ondersteuning vanuit het Meldpunt Toeslagen aan te bieden. Er is geen achterstand bij het benaderen van aangemelde mogelijk gedupeerde ouders, behalve dat een deel van de doelgroep nog niet bereikt is doordat de Belastingdienst niet de juiste contactgegevens heeft aangeleverd. Zie het antwoord bij vraag 27.

10 Voortgang en besluitvorming Ringbus Schiedam Noord 22GRF00000 Pagina 8 van 15

29.

Hoeveel beschikbare middelen zijn door het uitstel van de ringlijn niet besteed? Antwoord: Het gaat hierbij om het (précorona) geraamde en begrootte bedrag van € 250.000,- voor de dienstverlening van de grote route van de ringbus. Zie hiervoor ook de beantwoording van vraag 30. De looptijd hiervan was 2021-2023. Deze is gewijzigd naar 2022-2024 vanwege het uitstel van de maatregelen rond lijn 121. De uiteindelijke dienstverlening en opdracht voor de ringbus is door corona verlaagd naar een bedrag van €136.544 per jaar vanaf 2022 in plaats van 2021.

30.

Welke alternatieven zijn door de gemeente Schiedam allemaal onderzocht en welke rol heeft de RET/MRDH hierin gespeeld? Antwoord: Het basisalternatief bestond (précorona) uit de koppeling van de bestaande lijnen 51 en 53. Daar bovenop hebben we de volgende alternatieven onderzocht:  uitbreiding dienstverlening naar avonden en weekend  frequentieverhoging van 2x per uur naar 4x per uur  routewijziging door Nieuwland, West en Oost (van Nieuwe Damlaan naar Troelstralaan, van Broersvest naar Boerhaavelaan) Door de coronamaatregelen is er sprake van een totaal gewijzigde situatie en is continuering van de OV-bereikbaarheid van Schiedam Noord, ook op dalmomenten, het belangrijkste doel geworden. RET en MRDH hebben een adviserende rol gespeeld, elk vanuit hun expertise, taak en zicht op de gevolgen van de coronamaatregelen.

17 Prestatieafspraken 2022 – 2023 31. blz. 5 stedelijke vernieuwing 1.4. Woonplus heeft een schetsontwerp gemaakt voor 68 nieuwe sociale huurappartementen ter vervangen van de huidige 44 sociale huurappartementen. In welk huursegment (1,2,3,4,5 of 6) zullen deze huurappartementen gaan vallen? Antwoord: Woonplus laat weten dat het plan op dit moment in de ontwerpfase is, de definitieve huurcategorieën worden vastgesteld na vaststelling van het definitief ontwerp. Daarna zal Woonplus een realisatieovereenkomst met de aannemer sluiten. Alle 68 woningen worden gerealiseerd als sociale huurwoning (DAEBsegment). Woonplus gaat nu uit van de volgende programmering:  6 woningen in huursegment 2 (1e aftoppingsgrens),  10 won in huursegment 3 (2e aftoppingsgrens),  42 won in Huursegment 4,  10 woningen huursegment 5 (onder de liberalisatiegrens). 32.

blz. 6-7 punt 1.9. Waarom eerst over 150 woningen praten en later over 100? Antwoord: 150 is het totaal aantal gewenste flexwoningen, hier is voor 100 woningen is subsidie aangevraagd. De omvang van die aanvraag hangt samen met de subsidieregeling en het project waarvoor deze ingezet gaat worden.

22GRF00000 Pagina 9 van 15

33.

blz. 8-9 liberalisatie aan en verkoop: Punt 1.16 liberalisatie van 223 huurwoningen? (13 per jaar) Punt 1.17 Groenoord 16 per jaar. Punt 1.18 31 cluster verkoop centrum. Gelden er nog speciale voorwaarden voor het kopen van deze woningen? Antwoord: Bij 1.16: Liberalisatie houdt geen verkoop in, maar verplaatsing van woningen van de DAEB-portefeuille naar de niet-DAEB-portefeuille. Dat betekent dat deze woningen na mutatie verhuurd worden in het middensegment. Dit is huurcategorie 6. Woningen in dit huursegment hebben een huurprijs van € 763,48 tot € 1.075 per maand. Het doel hiervan is meer woningen beschikbaar te stellen voor lage middeninkomens en het mengen van wijken. Bij 1.17: De corporatie dient de woning (onbewoond) tegen marktwaarde aan te bieden, zodat de opbrengst kan worden geïnvesteerd in hun volkshuisvestelijke taak. Wel stelt Woonplus een zelfbewoningsplicht voor de duur van twee jaar als voorwaarde. Bij 1.18: Bij clusterverkoop wordt het gehele complex in zijn geheel in keer verkocht. Ook bij clusterverkoop zoekt Woonplus naar kopers die de betreffende woningen wil inzetten om bij te dragen aan een beter Schiedam. Denk aan de verkoop van het monumentale bezit van Woonplus in 2005 aan Stichting Hendrick de Keyser, maar ook in 2015 de verkoop van een 18-tal woningen in west aan de gemeente die door de gemeente zijn verkocht als kluswoningen.

Meer informatie is te vinden op www.woningmarktbeleid.nl/onderwerpen bij corporaties en regelgeving.

34.

Blz. 16 Punt 3.7. In het kader van ‘Nieuwe Energie voor Groenoord’ hebben gemeente en Woonplus afgesproken gezamenlijk de zgn. meekoppelkansen in kaart te brengen. Is er een schatting te maken wanneer de meekoppelkansen van NEvG in kaart gebracht zullen zijn? Antwoord: De prestatieafspraken zijn voor de periode 2022 – 2023 gemaakt. Partijen hebben tot doel de gemaakte afspraken binnen de periode waarvoor de afspraken gelden te behalen. Voor NEvG geldt dat vanaf dit jaar partijen gezamenlijk (Eneco, gemeente en Woonplus) invulling gaan geven aan de Wíjkkansen.

18 Afdoening motie speelplaatsen en openbare sportvoorzieningen 35. Op basis van een inventarisatie van de locaties en signalen uit de stad hebben we een prioriteitenlijst gemaakt. Wie hebben er input geleverd voor de inventarisatie van de locaties? Antwoord: De input voor deze inventarisatie is gekomen vanuit de diverse betrokken teams en hun netwerk en een technische inspectie van het gemeentelijke speelareaal. De signalen uit de stad zijn zo getrechterd en verwerkt in het plan. Hierbij is conform het antwoord van het college tijdens de behandeling van deze motie vooral gebruik 22GRF00000 Pagina 10 van 15

gemaakt van de kennis en het netwerk van de wijkregisseurs.

36.

Hoe zijn de signalen uit de stad opgehaald? Antwoord: Zie vraag 35

37.

Welke participatie heeft er plaats gevonden voor het opstellen van het plan van aanpak van de locaties zoals genoemd in het overzicht? Antwoord: Participatie bij de aanpak van de locaties gaat plaatsvinden binnen de diverse projecten. Per locatie wordt bekeken en bepaald op welk niveau dit gaat gebeuren. De omgeving wordt vooraf geïnformeerd en kan waar mogelijk meedenken en meebeslissen. Bij de opstelling van het plan heeft de participatie bestaan uit de signalen zoals beschreven in het antwoord op vraag 36.

38.

In de collegebrief is beschreven dat de gemeente bewoners daar waar mogelijk laat meedenken en meebeslissen over de invulling van de werkzaamheden. Kan het college concretiseren wanneer dit als ‘mogelijk’ wordt beschouwd en hoe het proces van meedenken en meebeslissen er precies uitziet? Antwoord: Participatie zien wij als maatwerk en daarom wordt per project gekeken naar de mogelijkheden, waarbij het uitgangspunt is dat er participatie plaatsvindt. Bij bijvoorbeeld het vernieuwen van een trapveld is er weinig participatie mogelijk en informeren we vooral de omgeving. Voor het vernieuwen van een speelplek gaan we met omwonenden en belanghebbenden in gesprek om tot een passende invulling te komen en kan er bijvoorbeeld gekozen worden uit verschillende speeltoestellen.

21 Rapport GGD en ROGplus kwaliteit 39.

Is de “PGB-vaardig zijn” test voor de cliënten van Oron Care door Rogplus uitgevoerd? Antwoord: Rogplus indiceert de zorgbehoefte van de aanvrager, tegelijkertijd vindt er een beoordeling plaats door Rogplus of cliënt in staat is om een pgb budget te beheren. Een deel van de cliënten is niet pgb-vaardig en hebben ingevolge het pgb reglement een vertegenwoordiger aangedragen.

40.

Wanneer heeft het college besloten de cliënten van Oron Care over te plaatsen naar Stoed? Antwoord: Het college is niet gemachtigd om cliënten te verhuizen en ook Rogplus niet. Na de openbaarmaking van het GGD-rapport heeft Rogplus de pgb’s voor beschermd

22GRF00000 Pagina 11 van 15

wonen per 20 december beëindigd. Tijdens deze mededeling aan de cliënten van Oron Care heeft Rogplus gewezen op een alternatieve zorgplek die goede zorg levert. 26 Motie verzoek ondertekenen Verklaring van Dordrecht 41.

Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Schiedam het college in een motie opgeroepen de verklaring van Rotterdam te ondertekenen. Uit de collegebrief d.d. 22-12-2021 blijkt dat het college deze motie zonder onderbouwing naast zich neer heeft gelegd. Op welke punten denkt het college dat zij niet kan voldoen aan de Verklaring van Dordrecht? Antwoord: Het college heeft juist een zorgvuldige afweging gemaakt en komt daarbij tot de conclusie dat het waarschijnlijk niet aan alle punten uit de verklaring 100% zal kunnen voldoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de punten 5 en 6 uit de verklaring. In Schiedam draagt het managementteam als geheel zorg voor een transgendervriendelijke werkomgeving. Dit betekent dat we hiervoor geen specifieke leden uit het management aanwijzen. Op dit moment is niet bekend of en op welke wijze bewustwordingsprogramma’s om discriminerende houdingen tegen te gaan in Schiedam zullen worden uitgerold. Dit wordt in de heroverweging van het interne diversiteitsbeleid onderzocht. Het college onderschrijft dat deze groep extra aandacht nodig heeft, daarom zijn transgenders als onderdeel van de LHBTI-gemeenschap reeds als doelgroep opgenomen in het interne diversiteitsbeleid.

42.

Waarom heeft het college deze overwegingen niet eerder met de raad gedeeld? Antwoord: De raad heeft het college bij motie opgeroepen om de Verklaring van Dordrecht te ondertekenen. Het college heeft dit zorgvuldig afgewogen en bekeken in samenhang met het bestaande beleid, en komt op grond daarvan tot deze conclusie. Dit hebben we op het eerst mogelijke moment (na de rapportage aan het college) gedeeld met de raad.

43.

In de brief wordt beschreven dat ervoor gekozen is dat de Verklaring van Dordrecht niet door de gemeente Schiedam ondertekend wordt, omdat verwacht wordt dat niet aan alle punten kan worden voldaan. Kan het college concretiseren aan welke punten uit de verklaring niet kan worden voldaan en toelichten waarom zij zich niet willen inzetten om in de toekomst aan deze punten te voldoen? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 41.

29 Collegebrief Aanbesteding jongerenwerk 44.

Op basis van welke verordening/visie/kadernota is de aanbesteding van Jongerenwerk een Collegebesluit? Antwoord: De geldende kaders die worden gehanteerd komen uit de algemene

22GRF00000 Pagina 12 van 15

subsidieverordening en het inkoopbeleid van de gemeente Schiedam. Het college maakt bij het uitvoeren van beleid de afweging of activiteiten gefinancierd worden met subsidie of met een inkoopdracht. Jongerenwerk wordt tot op heden gesubsidieerd. Wij zijn echter van mening dat we met inkoop meer op resultaat kunnen sturen. In onze brief d.d. 29 juni 2021 (21UIT04974) hebben wij u geïnformeerd over ons voornemen om over te gaan van bekostiging via subsidie naar inkoop via aanbesteding. 45.

Welke 4 Jongerenwerk organisaties maken nu gebruik van de subsidieregeling Jongerenwerk in Schiedam? Antwoord: Momenteel hebben wij een subsidierelatie met; Dock, Yets Foundation, Buurtwerk en Welzijn E25 en verstrekken we tevens een jongerenwerk subsidie aan Lentiz Life College. In totaal 5 subsidiepartners.

46.

Zijn er frictiekosten en zo ja hoeveel? Antwoord: We hebben nog geen definitief zicht op frictiekosten. We verwachten dat de frictiekosten beperkt blijven. De betrokken partijen hebben wij op 9 december 2021 geïnformeerd over ons definitieve besluit om de subsidierelatie te beëindigen. Daarbij hebben we gevraagd naar hun zienswijze op de gevolgen voor hun activiteiten door ons besluit. Met een partij zijn we nog in gesprek. De andere partijen hebben geen zienswijze ingediend. Hieruit concluderen wij dat wij hen een redelijke termijn bieden om activiteiten af te bouwen en dat zij daardoor geen frictiekosten hebben.

Collegebrief 9 december 2021 Uitvoering aangenomen moties begroting 2022 47. In de reactie op Motie 3 ‘Maak het ondernemers makkelijker’ is beschreven dat bij een volgende aanbesteding onderzocht wordt welk systeem geschikt is voor het aanmaken of bijhouden van een digitaal klanten- of ondernemersdossier en dat er o.a. aan de hand van de financiële consequenties een keuze zal worden gemaakt. Kan het college toelichten wanneer de volgende aanbesteding plaats gaat vinden en concretiseren bij welke financiële consequentie er wel- of niet gekozen wordt voor een dergelijk systeem? Antwoord: De aanbesteding van het zaaksysteem staat gepland voor medio 2024. We zijn nu aan het onderzoeken of het huidige zaaksysteem de mogelijkheid biedt om een uitgebreider klanten- en/of ondernemersdossier te ontsluiten. Het is nu al mogelijk voor ondernemers met behulp van e-herkenning in het digitaal loket de eigen zaken in te zien. De Berichtenbox voor bedrijven willen we dit jaar ook buiten ons zaaksysteem gaan aanbieden. Dit alles zal natuurlijk ook allemaal organisatorisch moeten worden ingericht. 48.

In de reactie op Motie 7 ‘Bied de Schiedamse woningmarkt zuurstof’ is beschreven dat het college een onderzoek zal doen naar de diverse opties om via reeds bestaande koopconcepten de toegang voor middeninkomens naar nieuwbouwwoningen te verbeteren. Kan het college toelichten wanneer dit onderzoek precies plaats gaat vinden? Antwoord: Dit onderzoek zal plaatsvinden in 2022.

22GRF00000 Pagina 13 van 15

49.

In de reactie op Motie 8 ‘Geen huisuitzettingen kinderen bij overlijden ouders’ is beschreven dat Woonplus bij de afweging of een kind kan blijven wonen in de woning kijkt naar de passendheid van de woning voor het achterblijvende kind, het belang van andere woningzoekenden en de wetgeving die op dit terrein ontwikkeld wordt. Kan het college toelichten in hoeverre tevens sociale aspecten worden meegenomen in deze afweging? Denk hierbij bijvoorbeeld aan de sociale binding met de woonomgeving van het kind of de afstand tot de school waar het kind zich sociaal mee verbonden voelt vanwege bijvoorbeeld vrienden. Antwoord: De landelijke regelgeving die hiertoe ontwikkeld wordt, is bedoeld voor jongvolwassen kinderen (18 jaar en ouder), die zelfstandige woonruimte nodig hebben na het overlijden van een ouder waarbij zij inwonend waren. De wetgeving richt zich op het voorkomen van dakloosheid, tijd geven voor rouw en perspectief bieden voor de toekomst. De wetgever gaat straks uit van een periode van twee jaar, waarin het inwonende jongvolwassen kind middels een tijdelijk huurcontract de ruimte krijgt om de nieuwe situatie te verwerken. Uitgangspunt van de aanpak is dat gezocht wordt naar een passende oplossing voor het betreffende kind. Het genoemde voorbeeld van binding aan een buurtschool is aan de orde bij veel jongere kinderen.

In het geval van minderjarigen ligt het voor de hand dat het kind komt te wonen bij een familielid of pleegouder die de zorg voor dit kind heeft na het overlijden van de ouder(s).

Nagekomen vragen: 06 Collegebrief 23 december 2021 Uitvoeringsprogramma Zorg en Veiligheid Er wordt gewezen naar de financiële krapte maar de uitvoeringsprogramma’s budget neutraal zullen zijn. 1.

Kan het college aangeven, nu de prijzen zo sterk stijgen, of budget neutraal nog wel haalbaar kan zijn? Antwoord: Het budget voor het PGA-team is voldoende om de werkzaamheden uit te kunnen voeren conform de doelstelling. Mocht extra budget wel noodzakelijk zijn zullen wij u, als raad, hierover informeren.

2. Zo nee, welke onderdelen komen in aanmerking om op te bezuinigen en de gevolgen daarvan. Antwoord: Zie antwoord vraag 1. 08 Collegebrief d.d. 22 december 2021 Agenda Schiedam Er wordt gesproken in de bijlage, “Het Gesprek met de Stad”, dat de agenda elke 2 jaar tegen het licht wordt gehouden. 22GRF00000 Pagina 14 van 15

3. Krijgen de bewoners, of een delegatie van bewoners, ook de mogelijkheid voor inspraak? Antwoord: In algemene zin is het wenselijk de Agenda periodiek te herijken. Dit omdat nieuwe trends en ontwikkelingen opkomen, met invloed op de thema’s waar we aan werken. Daarnaast is het goed denkbaar dat in de toekomst op de thema’s uit de Agenda wordt geprioriteerd, en dat capaciteit en middelen worden toegekend. Met name op die concretisering in de uitwerking is inspraak denkbaar en wenselijk. Allereerst door bespreking in de raad, maar ook door in gesprek te gaan met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden in de stad. Op welke wijze de Agenda t.z.t. wordt herijkt is nu nog niet bepaald. Wanneer behoefte bestaat aan herijking, dan zal op dat moment worden bezien hoe de inbreng uit de stad vorm te geven. Dit in lijn met het in december 2021 door de raad vastgestelde Participatiebeleid.

22GRF00000 Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11057029/1