CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden Reacties van de fracties raadscommissie 5 en 6 maart 2024

Raadscommissie 5 maart 2024, gemeente Schiedam8.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadscommissie 5 en 6 maart 2024

Agendapunt 4 raadsvoorstel Uitvoering motie Noodfonds Cultuur 0. Welke gesubsidieerde culturele instellingen (2 tot 4 volgens uw voorstel) zouden naar mening van het college in aanmerking komen voor een bijdrage uit het Noodfonds? Antwoord: In gesprekken met de gesubsidieerde culturele instellingen geven het Stedelijk Museum Schiedam en het Theater aan de Schie aan in ernstige financiële problemen zitten. Naast deze twee instellingen is het ook mogelijk dat andere instellingen beroep doen op het noodfonds. 1. Waar zijn de liquiditeits- en solvabiliteitsratio op gebaseerd en welke instellingen hebben ratio onder deze ratio? Antwoord: De ondergrenzen van de liquiditeits- en solvabiliteitsratio zijn geformuleerd in geldende beleidsstukken. Zo zijn dezelfde ratio’s ook in de beleidsregel behorende bij de Reserve Energiecrisis partners Schiedam opgenomen, als toetsingskader voor de beoordeling van de financiële positie van de instellingen.

2. Worden bestemmingsreserves ook gerekend onder de definitie van ‘eigen vermogen’ zoals gehanteerd door het college? Zo ja, hoe is dit te rijmen met het dictum van de motie? Antwoord: Onder het eigen vermogen wordt verstaan het totale bedrag uit de bezittingen (waaronder bestemmingsreserves) min de schulden die er mogelijk zijn. De bestemmingsreserves maken hier onderdeel van uit.

3. Er wordt gesproken over bezuinigingsmaatregelen vanuit de eigen begroting: aan welke wordt dan door het college gedacht? Antwoord: Het is aan de instellingen om hier invulling aan te geven. In eerdere gesprekken met de culturele instellingen zijn mogelijke bezuinigingsmaatregelen aan de orde geweest. Hierbij kan worden gedacht aan een vermindering van activiteiten.

4. Pag. 4 onder G. Het college heeft voor het resterende saldo in de reserve Noodfonds Energiecrisis al een bestemming bedacht. Gelet op het budgetrecht van de gemeenteraad: welke bestemming heeft het college in gedachten? Antwoord: We zullen de raad hierover bij de behandeling van de jaarrekening nader informeren.

5. Wat is de onderbouwing van de gehanteerde getallen 1,5 en 0,5 bij de liquiditeitsratio en solvabiliteitsratio? Antwoord: Zie antwoord vraag 1.

1

6. “De culturele instelling heeft geen bezuinigingsmogelijkheden om het tekort in de begroting zelf op te lossen”. Vraag: Wie bepaalt of een instelling wel of geen bezuinigingsmogelijkheden heeft? Antwoord: Dit is aan de instelling zelf. In gesprekken hierover wordt gevraagd naar bezuinigingsmaatregelen. De instellingen geven vervolgens aan of zij deze wel of niet hebben, welke dit zijn en wat hier de gevolgen van kunnen zijn.

7. In het raadsvoorstel wordt gesuggereerd dat er vanuit de culturele sector noodkreten zijn geweest. Hoeveel en welke culturele instellingen hebben deze noodkreet gedaan? Antwoord: Op 30 juni 2023 hebben het Theater aan de Schie, het Stedelijk Museum Schiedam, de Bibliotheek Schiedam en het Jenevermuseum in gezamenlijk een brandbrief gestuurd aan de gemeenteraad. In deze brandbrief hebben zij de financiële zorgen geuit die zijn ontstaan door de indexeringen.

8.

Zijn er culturele instellingen geweest die failliet zijn gegaan in de betreffende periode?

Antwoord: Er zijn geen culturele instellingen, waar wij een subsidierelatie mee hebben, in de afgelopen periode failliet gegaan.

9. Hoeveel culturele instellingen hebben contact gezocht met de gemeente als gevolg van de bedreigingen in hun voortbestaan? Antwoord: Het Theater aan de Schie, het Stedelijk Museum Schiedam, de Bibliotheek Schiedam en het Jenevermuseum hebben in gezamenlijk een brandbrief gestuurd afgelopen juni gericht aan zowel het college als de gemeenteraad. In deze brandbrief hebben zij hun zorgen geuit over de financiële problemen die zij ervaren.

10.

noodfonds?

Hoeveel geld kan één culturele instelling krijgen als zij in aanmerking komt voor het

Antwoord: Hier is geen maximum voor gesteld, er wordt gekeken naar het (verwachte) begrotingstekort.

11. Zijn de administratieve kosten die hierbij komen kijken al bekend? Zo ja, wat is de verwachting van de administratieve last per aanvraag die het college verwacht? Antwoord: Nee, er zijn geen aanvullende administratieve kosten. De administratieve afhandeling kan worden gedaan binnen de reguliere werkzaamheden van de beleidsafdeling.

12. In het raadsvoorstel wordt benoemd dat het hier om max. 4 instellingen gaat. Welke instellingen zijn dat? Antwoord: Zie antwoord op vraag 0.

2

13. In het raadsvoorstel staat: 'Voor het resterende saldo in de reserve Noodfonds Energiecrisis hebben wij al een bestemming voor ogen'. Wat is deze bestemming? Antwoord: Zie antwoord op vraag 4.

14.

Op welke andere manier kon het potje 'Noodfonds Energiecrisis' uitgegeven worden?

Antwoord: Aan het Noodfonds Energiecrisis was een beleidsregel gekoppeld, er kon een verzoek worden ingediend als tegemoetkoming voor gestegen energiekosten voor 2022 en 2023. Deze aanvragen zijn afgehandeld en het noodfonds energiecrisis was nog niet volledig uitgeput.

15. Hoe is het potje 'Noodfonds Energiecrisis' en nu dus 'Noodfonds Cultuur' tot stand gekomen? Met welke gelden is dit potje gecreëerd? Is hier, direct of indirect, Schiedams belastinggeld mee gemoeid? Antwoord: In het raadsvoorstel 23VR009 is voorgesteld om een systeemreserve Energiecrisis partners Schiedam in te stellen. Het doel van de reserve is de benodigde middelen te alloceren voor het noodfonds Energiecrisis Partners Schiedam. Onder Partners wordt verstaan de maatschappelijke en culturele instellingen, daarbij inbegrepen de beheerstichtingen voor Sport en Cultuur. Ter dekking hiervan wordt voorgesteld om € 2 mln te onttrekken uit de reserve “compensatie rijk”, en te herbestemmen in een systeemreserve Energiecrisis partners Schiedam. De dekking komt dus uit de reserve compensatie Rijk die in het kader van de jaarrekening 2022 uit de resultaatbestemming is gevormd.

16. Waarom is één van de kaders om in aanmerking te komen voor de Reserve Noodfonds Cultuur dat de Culturele instelling vaste huurlasten en/of loonkosten moet hebben? Antwoord: Omdat dit de vaste lasten zijn van de instelling. Deze kosten zijn als gevolg van inflatie gestegen en de subsidie is niet evenredig mee geïndexeerd.

17.

Hoe zijn we überhaupt tot deze 7 kaders gekomen?

Antwoord: In het tweede verzoek aan het college in de motie is verzocht het noodfonds zo in te richten dat gesubsidieerde culturele instellingen er aanspraak op kunnen maken wanneer aangetoond kan worden dat ze in zodanige financiële problemen dreigen te komen dat ze daarmee in hun voortbestaan bedreigd worden. Met de voorgestelde kaders kunnen de gesubsidieerde culturele instellingen dit aantonen.

18. In het voorstel staat dat er nu 2 tot max. 4 instellingen voldoen aan de gestelde kaders en in aanmerking kunnen komen voor herziening van de toegezegde subsidie. Welke instellingen zijn dat? Antwoord: Zie antwoord vraag 0.

19. In het voorstel staat: “De kaders zijn een directe vertaling van de motie van de gemeenteraad, maar sluiten dus andere culturele initiatieven en instellingen uit, die ook kampen met financiële problemen”. Waar staat precies in de motie welke kaders gesteld moeten worden waardoor initiatieven en instellingen worden uitgesloten? 3

Antwoord: In het tweede verzoek aan het college in de motie is verzocht het noodfonds zo in te richten dat gesubsidieerde culturele instellingen er aanspraak op kunnen maken wanneer aangetoond kan worden dat ze in zodanige financiële problemen dreigen te komen dat ze daarmee in hun voortbestaan bedreigd worden. Met de voorgestelde kaders kunnen de gesubsidieerde culturele instellingen dit aantonen.

20.

Over welke max. 4 instellingen, die mogelijk aanspraak maken op het fonds, gaat het?

Antwoord: Zie antwoord vraag 0.

21.

reactie.

Is er reeds contact geweest met deze instellingen over de voorwaarden? Zo ja, wat is hun

Antwoord: Gesprekken met een aantal instellingen hebben na afloop van de publicatie van de raadsstukken plaatsgevonden of zijn op korte termijn ingepland.

4

Agendapunt 5 raadsvoorstel Vergroten van revolverend fonds voor de Starterslening

22. Per wanneer kunnen Schiedammers weer aanspraak maken op een lening, wanneer de kosten pas in de zomernota van 2025 worden meegenomen? Antwoord: Wanneer de raad nu dit besluit neemt, dan kunnen Schiedammers in 2024 zo snel mogelijk na het raadsbesluit aanspraak doen op een lening. Het meerjarig financieel effect wordt via de Zomernota 2025 in de meerjarenbegroting verwerkt en maakt daarbij onderdeel uit van financiële ruimteberekening in de Zomernota.

23. Het voorstel lezende heeft de regeling het karakter van ‘wie-het-eerst-komt-wie-het-eerstmaalt’. In hoeverre is er dan sprake van rechtsongelijkheid tussen burgers in deze? Antwoord: Aanvragen die binnenkomen hebben een registratiedatum in ons klant contactcentrum (KCC). Deze volgorde wordt aangehouden. De volgorde wordt dus bepaald aan de hand van de registratie in KCC. Rechtsongelijkheid; de regeling is vanaf invoering gebaseerd geweest op een maximaal beschikbaar budget per jaar. Dus in principe geldt dat aanvragen niet meer gehonoreerd kunnen worden als het budget op is. Dit heeft zich voorheen nog niet voorgedaan.

24. Als GroenLinks het voorstel goed leest, worden slechts de mensen geholpen die vorig jaar niet in aanmerking kwamen. Zijn er ook in 2024 al aanvragen gedaan en zo ja om hoeveel gaat het dan? Antwoord: Op het moment dat het budget op was werd dit gecommuniceerd via onze webpagina en via de email. Alle nieuwe aanvragen, ook in 2024, zijn daarna niet meer in behandeling genomen. We hebben gecommuniceerd dat er pas aanvragen kunnen worden ingediend als de raad besloten heeft dat het fonds wordt vergroot.

25.

Wat is de gemiddelde doorlooptijd van een aanvraag voor een starterslening?

Antwoord: De doorlooptijd is gemiddeld twee weken.

26. Hoe vaak zorgt deze periode ervoor dat de aanvragers niet op tijd een bod kunnen doen? (of dat er om deze reden voor een andere bieder wordt gekozen)? Antwoord: We hebben daar geen inzicht in. De gemeente ziet alleen aanvragen.

27. Hoe vaak moet een starter die in aanmerking wil komen voor een starterslening een aanvraag doen als hij/zij willen bieden op verschillende koopwoningen in verschillende periodes? Antwoord: Een starterslening kan alleen worden aangevraagd met een getekende koopakte. In principe doet men één keer een aanvraag.

28. Is overwogen om te werken met, een al dan niet tijdelijke, garantiestelling aan starters zodat zij bij het bieden op een huis niet worden belemmerd om meerdere aanvragen te doen en te moeten wachten op toekenning van de starterslening? Antwoord: Dit is niet aan de orde. Een starterslening kan alleen worden aangevraagd met een getekende koopakte waarin voorbehoud van financiering is opgenomen.

5

29.

Wat zijn de nadelen van het verstrekken van een tijdelijke garantiestelling aan starters?

Antwoord: Dit is niet aan de orde.

30.

Waarom wordt er gekozen voor een verhoging van €875.000 en niet meer?

Antwoord: Dit bedrag is gebaseerd op maximaal 25 startersleningen van € 35.000. Dit is de regeling geweest bij invoering. Het budget is toen bepaald.

31. Wat zouden de financiële gevolgen voor de gemeente zijn als we dit verder zouden verhogen? Dus in de zin van kosten per jaar, maar ook eventuele impact op solvabiliteit, risico’s etc. Antwoord: Een verdere verhoging van het fonds betekent een toename van de structurele lasten (o.a. omdat er geleend moet worden om de storting in het fonds te kunnen doen). Hogere structurele lasten zonder directe dekking hebben een negatief effect op de solvabiliteit. Daarbij gelden de risico’s zoals aangegeven in het voorstel.

32.

plan?

Is er een plan als de nieuwe bestedingsruimte weer snel verbruikt wordt? En zo ja, wat is het

Antwoord: Als blijkt dat de aanvragen heel hard gaan na invoering, dan kan daar mogelijk rekening mee worden gehouden in de begroting van de zomernota.

6

Agendapunt 6 Collegebrief van 18 januari met betrekking tot de uitkomst draagvlakmeting betaald parkeren Nieuwland: 33. Verwacht het college een verschuiving van parkeerproblemen van de Cartonnagebuurt naar Schiehart, nu er betaald parkeren zal worden ingevoerd in de Cartonnagebuurt? Antwoord: De ervaring leert dat er altijd een waterbedeffect mogelijk is op het moment dat in een gebied parkeerregulering wordt ingevoerd. Wijken/buurten net buiten de gebieden met parkeerregulering waar een draagvlakmeting is uitgevoerd hebben op dit moment ook last van dit zogenoemde waterbedeffect.

34. Welke werkzaamheden staan op de planning om het parkeerprobleem in de betreffende wijken aan te pakken? Antwoord: Het college is van mening dat de parkeerdruk in de betreffende wijken alleen effectief kan worden aangepakt met het invoeren van parkeerregulering. Nu er in de meeste wijken geen draagvlak is voor invoering van betaald parkeren, zijn er slechts beperkt andere maatregelen mogelijk om de parkeerdruk aan te pakken. Zo wordt een parkeerverbodszone ingevoerd in de Nolensbuurt om de parkeeroverlast te verminderen. Dit kan echter ook leiden tot verplaatsing van de parkeerdruk (waterbedeffect) in de directe omgeving.

35. Waarom is er gekozen om het draagvlak voor betaald parkeren in Nieuwland in 2 delen te meten in plaats van 1 gebied? Antwoord: Er is hiervoor gekozen vanwege de ligging van deze deelgebieden. De gebieden raken elkaar, maar kennen geen uitwisseling van autoverkeer door de knip bij station Parkweg. Door een mogelijke regulering in één gebied, wordt een ander gebied niet ingesloten. Bovendien wordt op deze wijze het beste recht gedaan aan de mening van de ondervraagden. Deze insteek is aan het begin van alle draagvlakmetingen gekozen en met u afgestemd voor onder andere de metingen in West. Deze lijn is voortgezet in het verdere traject.

36. Zorgt de beslissing om de aanschaf van nieuwe parkeerautomaten samen te laten vallen met de aanbesteding voor vervanging van parkeerautomaten voor vertraging voor het invoeren van betaald parkeren in de Cartonnagebuurt? Antwoord: Er is geen raamcontract voor de aanschaf van parkeerautomaten. Daarnaast loopt dit jaar het beheer en onderhoudscontract voor de bestaande parkeerautomaten af. Inkooptechnisch is het niet zorgvuldig om naast een noodzakelijke aanbesteding een los inkooptraject voor een beperkt aantal parkeerautomaten uit te voeren. Daarmee zouden we ook het risico lopen op het contracteren van twee verschillende marktpartijen. Dit is niet efficiënt en kan kostenverhogend zijn voor de gemeente. In tijd gezien kost de samenvoeging van deze activiteiten zo’n 3 maanden extra.

37. Hoe ziet de planning en tijdslijn eruit voor het invoeren van betaald parkeren in de Cartonnagebuurt? Antwoord: De beschikbaarheid van parkeerautomaten bepaalt het moment dat daadwerkelijk parkeerregulering gaat gelden. Naast de aanschaf wordt het parkeervergunningsysteem voor dit nieuwe gebied ingericht. De verwachting is dat de invoering niet voor 1 januari 2025 plaatsvindt. De communicatie naar bewoners en andere doelgroepen zal vanaf september 2024 van start gaan. Dit communicatie- en informatietraject vindt minimaal 4 maanden voor inwerkingtreding van parkeerregulering plaats.

7

38.

Wat is het doel van een nieuwe meting van de parkeerdruk in het najaar van 2024?

Antwoord: De laatste parkeerdrukmetingen dateren uit 2019. We zien de afgelopen jaren een stijging van het aantal meldingen over toenemende parkeerdruk. Dit zowel in gebieden met parkeerregulering (buiten de venstertijden) als daarbuiten. Het doel in zijn algemeenheid is om per 4/5 jaar de parkeertellingen binnen de gemeente te actualiseren. Daarnaast is er ook behoefte aan actuele informatie voor de aanpak van de parkeersituatie in verschillende wijken en buurten die we hierin kunnen meenemen. Zo moet er ook een nulmeting worden gehouden in en om de Cartonnagebuurt voordat parkeerregulering wordt ingevoerd. Er is ook behoefte aan actuelere data voor onder andere Schiedam Oost, voordat we bijvoorbeeld tot aanpassing van venstertijden overgaan.

39.

te voeren?

Waarom is er voor deze periode (najaar 2024) gekozen om de meting van de parkeerdruk uit

Antwoord: Op grond van landelijke ervaring is bekend dat de periodes buiten (school)vakanties en feestdagen het meest representatieve beeld geven over de parkeerdruk. Hiermee vallen de zomer- en winter periodes af, als ook de schoolvakanties. De periode maart/april was gezien het te doorlopen inkoopproces niet haalbaar en de zomerperiode is minder geschikt. Daarmee komen de maanden september/november (uitgezonderd de herfstvakantie) in beeld als eerste geschikte periode voor het houden van dit onderzoek.

40.

mogelijk?

Welke maatregelen voor welke gebieden zijn er op basis van de laatst gemeten parkeerdruk al

Antwoord: De laatst bekende gemeten parkeerdruk is uit 2019 en mogelijk niet meer actueel. Zie ook het antwoord bij vraag 39. Wel blijft staan dat de parkeerdruk in vrijwel de hele stad hoog is. Het ontbreekt echter aan ruimte, mogelijkheden en middelen om de parkeerproblemen effectief en merkbaar op andere wijzen te verminderen. Zoals in de mobiliteitsvisie is weergegeven helpt het invoeren van parkeerregulering om de parkeerdruk te verminderen en draagt het bij aan een leefbare, gezonde en aantrekkelijke stad waar inwoners met plezier wonen, werken en verblijven. Het college is daarom van mening dat de parkeerdruk in de betreffende wijken alleen effectief kan worden aangepakt met het invoeren van parkeerregulering.

41. Zijn er aanwijzingen om te veronderstellen dat de parkeerdruk in bepaalde delen van de stad gedaald is? Zo ja, wat zijn de aanwijzingen daarvoor? Antwoord: De Vakbondsliedenbuurt is de enige wijk waar de parkeerdruk sinds 2019 is gedaald. Dit hangt vooral samen met het invoeren van parkeerregulering in februari 2019. Dit is naar boven gekomen bij de evaluatie die in maart 2020 is uitgevoerd.

42. Wat kostte het uitvoeren van de draagvlakmeting inclusief de gehele communicatie etc. (ongeveer)?| Antwoord: De totale kosten van de gehouden draagvlakmeting bedragen € 150.000. Hiervoor was €185.000 begroot , zoals bij de bestuursrapportage in september 2022 aan de raad was voorgelegd.

8

43. Is er iets veranderd in de uitvoering van de communicatie voor deze wijken vergeleken met andere wijken? Antwoord: De communicatie is in alle onderzochte wijken gelijk geweest. Er is intensief ingezet op het informeren van de bewoners en bedrijven. Na de eerste draagvlakmeting in West is de gehele communicatie geëvalueerd. De hoge opkomst toont aan dat de intensieve communicatiecampagne rond de meting succesvol was. Waar nodig hebben we de teksten in de campagne verduidelijkt en verbeterd maar de ingezette middelen zijn hetzelfde gebleven. Via brieven, flyers, social media, gemeentelijke website, webinars (terug te kijken), bewoners- en bedrijvenbijeenkomsten en de aanwezigheid in de wijken met een tuk-tuk (direct aanspreekbaar) zijn zoveel mogelijk verschillende middelen en kanalen benut om de belanghebbenden te bereiken.

9

Agendapunt 7 raadsvoorstel Vaststellen meerjarenperspectief Vastgoed (MPV) 44. Het gaat nog steeds niet goed met de verkoop (afstoten) van gemeentelijk vastgoed. Ondanks de toezegging van het college vorig jaar om daar in 2023 meer aandacht aan te besteden, heeft dit geleid tot slechts 1 verkoop. Dit staat in schril contrast met de 31 die volgens opgave van het college verkocht zouden moeten worden. Dit heeft grote financiële gevolgen voor de gemeente: namelijk geen opbrengsten, maar nog wel hoge uitgaven voor onderhoud, verzekeringen e.d. GroenLinks wil graag dat het college nu wel serieus werk hiervan gaat maken. Welke kosten worden jaarlijks gemaakt voor het aanhouden van de 31 panden die op nominatie staan om verkocht te worden en welke opbrengsten worden gegenereerd? Antwoord: Na vaststelling van het vorige MPV in oktober 2023 is er één pand getransporteerd, maar meerdere zijn er verkocht. In hoofdstuk 2.2.5 is nader inzicht gegeven in de stand van zaken van de verkoop. Uit het overzicht blijkt dat van de 66 objecten in de strategische vastgoed portefeuille 39 objecten afhankelijk zijn van planvorming, waarvan de regie en realisatie elders binnen de gemeente ligt. Er zijn daarnaast nu nog 21 objecten die aangeboden zijn of aangeboden zullen gaan worden voor verkoop en 9 die onder voorbehoud verkocht zijn, maar nog niet getransporteerd.

De verwachte jaarlijkse beheerskosten voor deze 30 objecten zijn € 690.723. De verwachte verhuuropbrengsten van deze objecten zijn € 244.426. 45. Welke maatregelen gaat het college op korte termijn treffen om verkoop van gemeentelijk vastgoed wel te realiseren? Antwoord: Wij stellen in het MPV op pagina 27 (hoofdstuk 3.6.2) voor om een pilot te starten met een versnelde verkoopprocedure door het veilen van in eerste instantie (maximaal) drie panden. In het MPV wordt toegelicht dat voorwaarden en haalbaarheid zorgvuldig onderzocht moeten worden. Het is in essentie mogelijk panden snel af te stoten indien de gemeente dan ook onvoorwaardelijk de geboden opbrengst aanvaardt. Er moet echter wel een minimale drempelwaarde worden behaald om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. Een ander voorbeeld van een maatregel is dat we de communicatie over het beschikbare vastgoed hebben verbeteren, en verder zullen optimaliseren. Zo wordt op https://www.schiedam.nl/a-totz/actueel-verkoop-en-verhuuraanbod het actuele aanbod gepresenteerd en wordt ook via sociale media over gecommuniceerd. 46. De routekaart voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed is vorig jaar ook al aangekondigd. Nu gaat deze pas in Q3 2024 verschijnen, terwijl dit voornemen al reeds jaren geleden door (toenmalige) colleges is genomen.

Wat is de reden van deze vertraging? Antwoord: De reden van de vertraging lag in het feit dat de basis van de gebruikte inspecties als basis had duurzame maatregelen die tot een verbetering van het energielabel, (maar niet duidelijk was hoeveel CO2-reductie) zou opleveren. Hier moest extra inspanning op worden gepleegd. Tevens kostte het meer uitzoektijd om de verduurzaming financieel te optimaliseren door het integreren van de duurzame maatregelen in de natuurlijke momenten (MJOP’s en einde afschrijvingstermijnen). 47. Over strategisch vastgoed wordt aangegeven: “De portefeuille kan groter of kleiner worden als daarop bewuste sturing wordt gehanteerd. Indien sturing er is, dan zou het een beleidsdoelstelling kunnen dicteren: - Hoeveel gemeentelijk vermogen de portefeuille maximaal mag vertegenwoordigen - Wat een exploitatiesaldo mag zijn in het licht van het regiedoel wat met het vastgoed gediend wordt.” Dit lezende constateert de fractie van GroenLinks dat er geen bewuste sturing op strategisch vastgoed is. Klopt deze veronderstelling en zo ja, wanneer mag de raad een visie op strategisch vastgoed tegemoet zien? En zo nee, waarom is dan gekozen voor deze formulering?

10

Antwoord: De veronderstelling dat er geen bewuste sturing is, is niet juist. De gekozen formulering poogt aan te tonen dat de omvang van de portefeuille kan variëren op basis van op handen zijnde (ontwikkel)plannen en dat het verkleinen van de portefeuille strategisch vastgoed niet een doel op zich is. 48. Hoe verhouden de uitgaven voor de huur van de panden van Stadserf 32 en 46-48 zich met het voornemen om te verhuizen naar het eigen vastgoed aan het Stadserf? Relatie met het volgende punt op de agenda. Antwoord: De structurele huur-, service- en energiekosten van de panden vervallen bij de verhuizing naar het Stadserfcomplex. Daar tegenover staan incidentele kosten om het eigen vastgoed aan het Stadserf aan te passen aan de eisen van het team Toezicht en Handhaving. 49. Hoe verhouden de kosten van 50K voor eventuele externe verhuur zich met de huidige beschikbare ambtelijke capaciteit/ vacatures? Antwoord: Externe inhuur zal voornamelijk ingezet worden ter ondersteuning (advisering) op de verduurzamingsprocessen, verdere verbetering MPV, mogelijk strategisch adviseren bij versnelling verkopen en niet voor (interne) vacatures. 50. Wie het beslispunt over de extra huuropbrengsten over 2024 leest en relateert aan de uitgavenposten die nu worden aangedragen, mag constateren dat er geen causaal verband is.

Verondersteld mag worden dat de extra huuropbrengsten bedoeld zijn om gestegen kosten van onderhoud, ambtelijke ondersteuning en door te rekenen energiekosten te betalen. Nu wordt de indruk gewekt dat er desondanks een surplus wordt gegenereerd. Graag inzicht in de kosten die tegenover de extra huuropbrengsten staan. Antwoord: Er is inderdaad geen causaal verband tussen extra huuropbrengsten en de uitgavenposten. De financiële gevolgen van de extra kosten en inkomsten zijn uitgewerkt in tabel 4 van het raadsbesluit. 51. Over de verkoop van welke gemeentelijk vastgoed wordt gesproken onder punt j? Antwoord: Het gaat hier over de verkoop van Noordvestsingel 87. 52. Pag. 6 onder 1.e: wat wordt bedoeld met “… omdat er tot verkort plannen waren …”? Antwoord: Hier wordt gerefereerd aan het plan Curve (ontwikkeling Stadserfcomplex) waarin rekening werd gehouden met een nieuwe archiefbewaarplaats. Dit plan vond geen doorgang door te hoge kosten. De raad is hiervan destijds op de hoogte gesteld. 53. Pag. 9 onder Financiële gevolgen in 2023 en het voorgestelde besluit onder e. (pag. 12): is de accountant geraadpleegd over het nog ten laste brengen van het boekjaar 2023 van een bedrag van € 182.521,-- (pag.

9)? Antwoord: Nee, er is vastgesteld dat de staat van de archiefbewaarplaats niet meer aan de wettelijke normen voldoet; de onderhoudstoestand geeft reden tot herstel (het gebruik wordt dermate aangetast). Volgens de BBV wordt dit aangemerkt als achterstallig onderhoud en dient dit alsnog te worden verwerkt in de voorziening Achterstallig onderhoud 2023 bij de jaarrekening 2023.De accountant is niet geraadpleegd, deze toetst dit bij de jaarrekening. 54. Zo ja, hecht deze zijn goedkeuring daaraan? Antwoord: Nee, niet vooraf via raadpleging.

11

55. Zo nee, gaat die raadpleging nog geschieden voor de concept jaarstukken 2023 aan de raad zullen worden aangeboden? Overigens wordt onder beslispunt e. op pag. 12 een bedrag van € 182.520,-- genoemd. Zie voor deze verschillen ook de pagina’s 6, 18, 23, 33 en 37 van het Meerjaren Perspectief Vastgoed 20232024. Antwoord: Er geschiedt vooraf geen raadpleging van de accountant. De actualisatie van de voorziening Achterstallig onderhoud geschiedt conform BBV en wordt verwerkt in de concept jaarstukken, de accountant toetst deze. 56. pagina 24 Er staat: “Ten eerste koste het meer tijd om de verduurzaming financieel te optimaliseren door het integreren van de duurzame maatregelen in de natuurlijke momenten (MJOP’s en einde afschrijvingstermijnen).” Dit snappen wij niet. Graag een nadere toelichting. Antwoord: In de routekaart worden verduurzamingsvoorstellen gedaan. Die kunnen of zullen (naar verwachting) wijzigingen aan de installaties betreffen of aan het gebouw (de zgn. thermische schil). Maatregelen worden logischerwijs zo goed mogelijk geïntegreerd in de MJOP’s door het moment van uitvoering zoveel mogelijk te synchroniseren met reeds geplande vervanging. Zaken worden pas bij voorkeur vervangen door een duurzame variant indien de bestaande situatie grotendeels of geheel is afgeschreven (natuurlijke momenten).

Per direct alles vervangen zou leiden tot een gigantische kapitaalsvernietiging waarmee de verduurzamingsopgave onhaalbaar wordt. 57. Op dezelfde pag. staat: “Ten tweede blijken de adviezen van Parkstad Inspecties niet tijdig voldoende basisgegevens op te leveren.” Vraag: hoe kan dit? Antwoord: Het uitgangspunt van de opdracht van de Parkstad Inspecties was een uitwerking van maatregelen die leiden tot een verbetering van het energielabel. De herijking van de routekaart zet naast een verbetering van het energielabel ook in op reductie van de CO2-uitsoot van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. In het uitrekenen van deze CO2-reductie is extra tijd gaan zitten. 58. Pag. 26, bovenaan Er staat: “Het voorstel is om deze maatregelen op te nemen als besluit in het MPV-2024.” Wat is de reden om nu niet de raad voor te stellen het besluit te nemen?’ Antwoord: Deze formulering bevat een omissie. Hier wordt bedoeld om deze maatregelen als onderdeel van de routekaart voor te leggen, niet in het MPV 2024 (dat ligt immers nu reeds voor). De gehele paragraaf is bedoeld om te illustreren wat voor onderwerpen met de routekaart zullen worden voorgelegd. Het is verstandig te wachten tot de routekaart er is omdat op dat moment ook de volledige context beschikbaar is. 59. Pag.

32, onder 4.1.1 Kan het planmatig onderhoud niet zo verdeeld worden dat ook in de jaren 2025 en 2026 meer gedaan wordt, zodat niet in 2027 een gigantisch bedrag moet worden opgehoest? Dit is onzes inziens mede gelet op de o.a. al maar stijgende kosten van materialen wellicht een betere optie. Graag ook hierop een reactie van het college. Antwoord: Antwoord: De essentie van de MJOP’s is een spreiding van kosten op basis van technische noodzaak. Minder in 2027 en meer in 2025/2026 betekent het naar voren halen van uitgaven nog voordat deze technisch gezien noodzakelijk worden geacht. Daarbij zijn MJOP’s al gebaseerd op een voorgecalculeerd moment.

12

60. Onder D. (1.c) op pag. 5 en beslispunt 1.c: Welke (huur)kosten komen t.l.v. 2025? Antwoord: De huur van Stadserf 46-48 is opgezegd en eindigt per 28-2-2025. De huurovereenkomst voor Stadserf 32 zal naar verwachting worden opgezegd per 1 juli 2025. De huurkosten voor beide adressen in 2025 zullen alsdan €29.160,98 bedragen (dit bedrag is exclusief de jaarlijkse huurverhoging). 61. Noot: Beslispunt 1a bevat een tekstgedeelte dat er niet in thuis hoort. Ook na het ondertekeningsgedeelte op pag. 13 is dit het geval. Wij zien graag een gecorrigeerd document tegemoet. Antwoord: De verwijzingsfoutmeldingen zijn verwijderd en een gecorrigeerd document zal via de gebruikelijke kanalen aan de raad worden verstrekt. 62. Wat is de stand van zaken met betrekking tot (het inlopen van) de achterstand (groot)onderhoud gemeentelijk vastgoed? Antwoord: Hier wordt vermoedelijk bedoeld ‘achterstallig onderhoud’. In paragrafen 2.2.3 en 4.1.2. van het MPV wordt toegelicht dat de stand van het achterstallig onderhoud in 2023 is ingelopen met € 527.284—(afname van de voorziening), maar dat de voorziening door het toevoegen van de Westmolenstraat 25 en de archiefbewaarplaats wel weer toeneemt met € 155.844,--. Voorts is in paragraaf 3.3 toegelicht dat de voorziening in 2024 naar verwachting verder afneemt (wordt ingelopen) met € 748.188 excl. BTW of € 905.307 incl. BTW.

13

Agendapunt 8 raadsvoorstel verhuizing team Toezicht en Handhaving naar Stadserfcomplex.

63. Volgens het raadsvoorstel moeten de exploitatielasten van de v.m. bibliotheek nog in beeld worden gebracht. Wanneer kan de raad deze cijfers tegemoet zien? Deze vraag wordt gesteld mede gezien in het licht van de zinsnede dat “de financiële gevolgen nader uitgewerkt en aan de raad voorgelegd worden via de reguliere P&C-cyclus” en de tekst: “Aan de raad wordt voorgesteld om de meerjarige financiële gevolgen mee te nemen in de ruimteberekening van de Zomernota.” Antwoord: De exploitatielasten omvatten onder andere gas, water en elektriciteit. Deze kosten zullen niet meer gemaakt worden op Stadserf 32 en Stadserf 46-48. Verwacht wordt dat de exploitatiekosten op het Stadserf zullen stijgen door het intensiever gebruik. Per saldo wordt een positief resultaat verwacht. Wij verwachten dit saldo voor de begroting 2026 mee te kunnen nemen

64.

Hoeveel extra inloop wordt er verwacht door deze verhuizing?

Antwoord: Het team Toezicht en Handhaving bestaat uit ongeveer 65 fte. Zij werken in ploegendienst. Voor de extra inloop van bewoners wordt samenwerking gezocht met het KCC. De extra inloop van bewoners is beperkt.

65. Hoe gaan we verschillende entrees bedienen? Is het de bedoeling dat dit bij de taken van de receptie komt zodat zij iedereen de juiste kant op dirigeren? Antwoord: Zowel in persoon (huidige receptie) als in bewegwijzering zullen bezoekers de weg worden gewezen.

66. Zijn er ook nog (al dan niet gedeeltelijk) andere opties overwogen? (Bijvoorbeeld leegstaande ruimte politiebureau aan het Bijdorpplein? (Dit is namelijk ook een instantie waar geregeld mee samengewerkt dient te worden). Antwoord: Nee, er zijn geen andere locaties onderzocht. De samenwerking tussen de toezichthouder en de handhavers met de andere medewerkers van Toezicht en Handhaving, zoals de juristen maar ook met het team Horeca en Evenementen is een belangrijke overweging om naar het Stadserfcomplex te verhuizen. Dit naast de mogelijkheid om een structurele besparing te realiseren.

67.

Hoe valt dit samen met de totstandkoming van een nieuwe ingang van het theater?

Antwoord: Dit valt niet samen met een mogelijke totstandkoming van een nieuwe ingang van het theater.

68. In de stukken staat dat er 655.000 euro vrijgemaakt wordt voor het klaarmaken van de nieuwe werkruimte, voor technische en ruimtelijke aanpassingen. Dit roept bij ons drie vragen op. Om hoeveel werkplekken gaat het, en wat zal de bezetting van deze werkplekken zijn? Antwoord: We gaan uit van 30% flexratio voor de toezichthouders en 70% flexratio voor de juristen, leidinggevenden en het team Horeca en Evenementen (Leidraad is het CBRE-rapport ‘Samen één

14

Schiedam). De bezetting en inrichting wordt samen met de medewerkers ingetekend. Het gaat om ca 30 werkplekken.

69.

Welke technische aanpassingen worden gedaan, wat wordt er met het krediet gerealiseerd?

Antwoord: De ICT wordt in zijn geheel vervangen. Verder worden er wanden geplaatst voor verschillende functionele ruimtes en worden er voorzieningen aangebracht om veilig te kunnen werken.

70.

Wat zijn verdere faciliteiten die op de nieuwe locatie gerealiseerd moeten worden?

Antwoord: Er worden kleedruimten voor het team Toezicht en Handhaving, een gescheiden pauzeruimte en briefingruimte (laatste twee nu één ruimte) gerealiseerd. Tevens zal de camerauitkijkruimte arbo-technisch worden verbeterd.

15

Agendapunt 13 raadsvoorstel Regiovisie Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang MVS

71. pag. 8 onder 3.3, 1 bullet Er staat: “Met deze informatie brengen we de resultaten en prestaties van onze partners en voorzieningen in kaart en kunnen we als gemeenten beter te sturen toekomstige resultaten.” Vraag: wat staat hier? e

Antwoord: Er is sprake van een kennelijke verschrijving. Dit passen we indien mogelijk aan. Door meer informatie te verzamelen omtrent BW, MO en VO (zoals aantallen cliënten, hoogte van wachtlijsten, etc.) hebben we meer zicht in hoe alle partners functioneren en ook of hierin verbeterd kan worden. Op deze manier kan de gemeente beter sturen op de resultaten van deze partners.

72. Als er al foto’s van gebouwen in een “Schiedams” of zo u wilt “regionaal” document moeten worden opgenomen en dat document wordt door het Schiedamse college gepresenteerd, waarom worden dan foto’s gebruikt van een kerk die niet in deze regio staat? Zie de pag. 9 en 25. Antwoord: De opmaak in dit document is gedaan door een extern bureau. Zij hebben gebruik gemaakt van stockafbeeldingen. De keuze uit deze afbeeldingen is beperkt waardoor er niet altijd regionale afbeeldingen te vinden zijn. Er zijn afbeeldingen gekozen die de sfeer van de regio en de inhoud van het document weerspiegelen.

73. Pag. 10, meest rechtse kolom, 2 bullet Er staat dat de gemeenten er “vooralsnog” voor kiezen regionaal de voorzieningen te organiseren en te financieren. Moet dat woordje “vooralsnog” gezien worden in relatie met uitgangspunt 3, genoemd onder 7.2 op pag. 19? e

Antwoord: Ja, dat klopt. Tot aan de doordecentralisatie kiezen we ervoor om BW regionaal te organiseren en financieren.

74. Graag een toelichting van het college op de inhoudelijke transformatie die aan het begin van punt 4.1 wordt genoemd. Antwoord: Bij BW is de beweging naar beschermd thuis een belangrijk onderdeel. Beschermd thuis moet niet gezien worden als een product, maar als een transformatie. Dit wil zeggen; het zorglandschap moet getransformeerd worden. Naast 24-uurs intramurale voorzieningen, moeten er ook ambulante voorzieningen ingericht worden, die het zo zelfstandig mogelijk wonen ondersteunen.

75. pag. 13, onder 5.1 Er staat: Sinds 1 januari 2023 onderzoeken we de effecten naar een dagopenstelling voor cliënten die dit nodig hebben. Wat heeft dat onderzoek opgeleverd? Antwoord: In 2023 zijn we gestart met de dagopenstelling, met de intentie dit te evalueren in 2024. Vooruitlopend op de evaluatie is te zien dat steeds meer cliënten gebruik maken van de dagopenstelling en zij geven aan meer rust te hebben om te werken aan andere uitdagingen in hun leven.

16

76. Pag. 14, onder 5.7 De bestaande beleidsregels worden geherijkt. Wanneer is deze herijking gereed en wordt de raad van de uitkomsten op de hoogte gesteld? Antwoord: Dit is een van de actiepunten die terugkomt in het uitvoeringsprogramma. Hier wordt het lopende jaar aan gewerkt. Zodra deze vastgesteld zijn, wordt u geïnformeerd.

77. Pag. 16, onder 6.2 Heeft het college het rapport ontvangen over het effect van het Toekomstscenario op de wijkteams? Wordt de raad over de uitkomsten geïnformeerd? Antwoord: Het rapport (impactanalyse Toekomstscenario op de wijkteams) is nog niet ontvangen, Het rapport is niet op gemeenteniveau. De scans zijn op regionaal niveau verwerkt en de volgende stap is het uitwerken van een implementatieplan voor het vervolg. De vraagt ligt er om deze scans ook op gemeenteniveau te analyseren, zodat de wijkteams deze mee kunnen nemen in de verdere implementatie. Het hele traject maakt onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Rotterdam Rijnmond, via welke weg ook de informatievoorziening richting de raden wordt georganiseerd.

78. pag. 21, onder 8.1 De financiële opstelling in de middelste kolom is niet juist. Het bedrag boor Rogplus moet zijn € 5.800.000, of volgens het raadsvoorstel onder G. € 5.779.700,--. Wordt dit nog aangepast? Antwoord: Dat klopt. Dit wordt nog aangepast.

79.

Zo ja, kan dan gelijk gekeken worden naar de dubbele teksten bovenaan pag. 4?

Antwoord: Dat klopt. Dit wordt nog aangepast.

80. Onze fractie is benieuwd naar de opmerkingen die door de raden van Maassluis en Vlaardingen over de regiovisie zijn of nog worden gemaakt. Vraag: kan het college er voor zorgen dat deze voor de Schiedamse raad beschikbaar komen? Antwoord: De regiovisie is in de gemeente Maassluis nog niet behandeld. Tijdens de commissievergadering van de gemeente Vlaardingen is een aantal moties ingediend. Deze kunt u terugvinden vinden op Bijeenkomst/1147033 Gemeente Vlaardingen (raadsinformatie.nl).

81. Kunnen we een totaaloverzicht krijgen van de 24 stakeholders die deel hebben genomen aan het participatietraject zoals omschreven bij punt 1.6? Antwoord: Deze staan alle 24 vernoemd in bijlage 1 van de regiovisie: Aanloophuis de Groene Luiken, Participatieraad Schiedam, Adviesraad Samenlevingszaken Maassluis, Rogplus, Arosa, Stichting Elckerlyc, Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen, Stichting Jados, Directzorg Nederland, Stoed, Enver, Stroomopwaarts, Gemeente Maassluis, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, Gemeente Schiedam, Waterweg Wonen, Gemeente Vlaardingen, Woonplus Schiedam, Minters, WOT Schiedam, New Life Living, Zero&Sano, Nico Adriaan Stichting, ZorgSamen MVS.

17

82.

Hoe wordt het "absorptievermogen van wijken" onderzocht/gemeten/bepaald?

Antwoord: In het participatietraject over de uitvoeringsplannen is dit een van de thema's in de gesprekken met bewoners en professionals in de wijken. Met deze informatie bepalen we hoe het absorptievermogen van de wijken onderzocht, gemeten en/of bepaald kan worden.

83.

Wanneer is de integrale woonzorgvisie klaar om te worden voorgelegd aan de raad?

Antwoord: Momenteel wordt gewerkt aan de integrale woonzorgvisie. Het voornemen is deze voor het einde van het jaar gereed te hebben.

84. Veelvuldig wordt gezegd dat zaken worden uitgewerkt in uitvoeringsprogramma's ... welke staan op stapel en wanneer kunnen deze worden verwacht? Antwoord: De speerpunten van de regiovisie worden concreter uitgewerkt in één uitvoeringsprogramma waar de drie deelthema's onder vallen, nl: BW, MO en VO. Dit wordt eind 2024 aan het college ter vaststelling aangeboden. Daarna wordt het ter informatie naar de raad gestuurd.

85. Bij het speerpunt "Vergroten aanbod": kan meer worden gezegd over hoe de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties er concreet uitzien? Antwoord: Net als de gemeente wil Woonplus een bijdrage leveren aan een samenleving waar iedereen tot zijn recht kan komen. Gemeente en Woonplus dragen een gezamenlijke zorg om kwetsbare inwoners een thuis te bieden. Dit kan maatwerk in de thuissituatie inhouden, verhuizing naar een andere woning betekenen of het bieden van een tijdelijke oplossing. Woonplus stelt hier woningen voor beschikbaar en daar maken we afspraken over.

86. "Er is op dit moment onvoldoende beeld bij de groep die zich wel meldt voor opname in de opvang, maar niet wordt toegelaten." (p.8) Betekent dit dat niet wordt bijgehouden waarop is afgewezen en dat deze data niet centraal worden verzameld? Antwoord: Er is wel informatie beschikbaar over de cliënten die zich melden voor opname in de opvang, maar de data wordt inderdaad niet centraal verzameld. Dit betekent dat we de bewegingen en vervolgstappen van cliënten onvoldoende in beeld hebben en daardoor niet voldoende informatie hebben om goed te kunnen monitoren en bijsturen.

87.

Per wanneer gebeurt dit wel?

Antwoord: We zijn reeds in gesprek met zorgpartijen en het Centraal Onthaal- loket over welke informatie we nodig hebben voor de juiste dataverzameling en monitoring.

88.

Is er in de begeleiding van de kwetsbare beschreven doelgroep een personeelstekort?

Antwoord: We zien in bijna alle sectoren een krapte op de arbeidsmarkt. Ook in de zorg is het tekort aan gekwalificeerd personeel een groeiend probleem. Dit is niet anders in onze regio.

18

89.

lossen?

Zo ja, op welke plekken, hoe groot is het tekort en wat wordt ondernomen om dit op te

Antwoord: We zien dat de zorginstellingen met externe inhuur en tijdelijke oplossingen hun personeelsbestand (tijdelijk) op peil kunnen houden. Hierdoor is er sprake van veel personeelswisselingen. Met de verghoging van de CAO-lonen wordt het voor medewerkers aantrekkelijker om te werken in de zorg. Ook proberen zorginstellingen hun organisaties aantrekkelijker te maken voor nieuw talent en wordt er gewerkt aan het behouden van personeel.

90.

Hoe ziet het Schiedamse lokale aanbod aan MO-inloopvoorzieningen eruit?

Antwoord: We hebben in Schiedam een aantal inloopvoorzieningen gericht op de GGZ-doelgroep en we hebben de buurtkamer van het Leger des Heils in Schiedam-Zuid waar ook dak- en thuisloze inwoners welkom zijn. Echter, een inloopvoorziening specifiek voor de doelgroep dak- en thuislozen ontbreekt. We zijn aan het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn en hoe we dit kunnen en willen organiseren.

91. Er is een beperkt aantal plaatsen bij "De Elementen" lezen we en dus zijn er strengere toelatingseisen. Antwoord: Dit hoort bij vraag 93.

92. Maar als het vriest kan worden opgeschaald. Klopt het dat het creëren van vaste extra plekken waarmee de lengte van de wachtlijst kan worden teruggedrongen (weggenomen?) dus niet zozeer in het aantal vierkante meters zit, maar in het gebrek aan geld voor een maaltijd en personele bezetting? Antwoord: In de Elementen is reguliere (nacht)opvang beschikbaar en zijn er crisisbedden voor mensen in ernstige nood. Dit zijn vormen van opvang die intensieve begeleiding vergen en waar cliënten samen met hulpverleners werken aan de toekomst. Daarnaast wordt waarde gehecht aan ‘eigen’ ruimte en privacy (max 2/3 op een kamer). De opvang tijdens de winterkouderegeling betreft een lichte vorm van opvang zonder actieve begeleiding. Daarvoor hebben we een andere locatie met bedden waar de toelatingscriteria losgelaten worden zodat cliënten niet buiten hoeven te slapen. Dit vraagt voornamelijk toezicht. Dus zowel het aantal vierkante meters als de personele bezetting zijn van invloed op het creëren van extra plekken. Een van de speerpunten in het uitvoeringsprogramma is het onderzoeken of winteropvang anders geregeld kan worden.

93. De winterregeling is er nu puur voor dagen waarop het beneden vriespunt is, maar storm en langdurige neerslag maken ook koud en ziek. Is er nagedacht over een uitbreiding van de regeling t.b.v. de gezondheid van de dakloze stadsgenoten? Antwoord: Een van de speerpunten in het uitvoeringsprogramma is het onderzoeken of winteropvang anders geregeld kan worden. We zijn hier in de regio over in gesprek. Een aandachtspunt hierbij is wel een mogelijke aanzuigende werking van dak -en thuislozen vanuit andere regio's.

94. Wanneer kunnen we de herijking van de bestaande beleidsregels tot toelating van de daklozenopvang verwachten? Zijn er al denkrichtingen hierover met ons te delen? Antwoord: Dit is een van de actiepunten die terugkomt in het uitvoeringsprogramma. Hier wordt het lopende jaar aan gewerkt. Zodra deze vastgesteld zijn, wordt u geïnformeerd. Wat we kunnen meegeven

19

is dat die toelatingscriteria beter moeten aansluiten bij de visie dat inwoners in onze regio deel kunnen nemen aan de samenleving op de manier waarop zij dat willen en kunnen.

95. Wordt hierover ook gesproken met Rotterdam? En met mensen als Michelle van Tongerloo en Eric van 't Zelfde? Antwoord: Ja wij voeren het gesprek met de gemeente Rotterdam. Nee wij voeren (nog) niet het gesprek met Michelle van Tongerloo en Eric van 't Zelfde.

20

Agendapunt 15 collegebrief 2 oktober Sociale Index 2022

96. In de Bijlage Historische vergelijkingen staat: “SCHIEDAM SOCIALE INDEX 2023 en

VERGELIJKING 2017 – 2023”. Is dit een typefoutje of is er ook data beschikbaar over het jaar 2023 maar niet opgenomen in dit rapport? Antwoord: Hier is geen sprake van een typefout; de verwijzing naar het jaar 2023 heeft betrekking op het jaar waarin de Sociale Index is gepubliceerd (net als het andere jaar waarnaar wordt verwezen, 2017). In beide gevallen is de analyse gebaseerd op informatie die over het jaar daarvoor is verzameld (respectievelijk 2016 en 2022).

97. In de wijk Groenoord wordt op Jongerenvoorzieningen een 10 gescoord. Los van het feit dat dit opmerkelijk is in vergelijking met de rest van Schiedam zijn wij benieuwd welke voorzieningen daar precies mee bedoelt worden? Antwoord: Het genoemde rapportcijfer is inderdaad opmerkelijk hoog en reflecteert het feit dat inwoners van Groenoord in de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2021 relatief vaak tevreden waren over jongerenvoorzieningen. In de vragenlijst is niet nader omschreven wat er met jongerenvoorzieningen werd bedoeld, dus er kan niet worden achterhaald over welke voorzieningen inwoners precies tevreden waren.

98. En is er een eerste verklaring voor dit extreem hoge rapportcijfer in Groenoord voor Jongerenvoorzieningen? Antwoord: Nee. Wel valt op dat het aandeel inwoners dat in Groenoord (zeer) tevreden is met jongerenvoorzieningen, ook in 2019 al relatief hoog was. Overigens is het goed om op te merken dat het rapportcijfer vooral uitdrukt hoe de tevredenheid in Groenoord zich verhoudt tot het gewogen gemiddelde van Maassluis en Schiedam; in andere gemeenten is zijn inwoners doorgaans nog vaker tevreden.

99. De schaalscore schoon is in 7 van de 9 wijken en gemiddeld in heel Schiedam gedaald. Zien we hier een directe of indirecte oorzaak voor?

Antwoord: Dit kan op basis van de Sociale Index zelf niet worden verklaard. Wel is het zo dat de relatieve daling van het rapportcijfer in sommige wijken zo klein is, dat deze binnen de onzekerheidsmarge valt. Dit betekent dat niet duidelijk is of er daadwerkelijk van een daling sprake is, of dat de daling kan worden toegeschreven aan natuurlijke variatie in de wijze waarop dit gemeten wordt.

100. Het rapportcijfer veiligheid is gemiddeld gedaald en bedraagt overall slechts een 6,3 en in onze kwetsbare wijken Oost en Nieuwland respectievelijk zelfs een 5,8 en 5,9. Zijn er concrete doelstelling voor dit rapportcijfer voor de toekomst? Antwoord: Hoewel veiligheidsbeleving als outcome-indicator in de begroting voor 2024 is opgenomen, is er ten aanzien hiervan overeenkomstig de nieuwe methodiek voor P&C-stukken geen prestatie-indicator opgenomen. Dat neemt niet weg dat de veiligheidsbeleving wel regelmatig wordt gemonitord. Dit heeft tot doel om te meten of het beleid dat is ingezet om het veiligheidsgevoel te verbeteren, succesvol is. Dit betreft onder meer een integrale aanpak van de ‘signal places’, de doorontwikkeling van het concept wijkboa’s in de wijken Oost en Nieuwland, een brede aanpak van geweld achter de voordeur, het extra inzetten op vergroten van weerbaarheid tegen onveiligheid en criminaliteit etc.

101. We zien een opvallende verslechtering van de Objectieve veiligheid in Kethel. Hebben we een idee wat de oorzaak hiervan zou kunnen zijn? 21

Antwoord: Een nadere analyse wijst uit dat deze verslechtering hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door een toegenomen aantal aangiften voor diefstal en vernieling. Deze concentreren zich met name rondom het Beatrixpark, het Welnesscluster, het winkelcentrum Hof van Spaland en (het toen nog in aanbouw zijnde) Park Harga. Het is niet duidelijk waar deze toename precies door is veroorzaakt, al ligt het voor de hand dat een deel van tijdelijke aard is. Dat geldt bijvoorbeeld voor het aantal aangiften dat betrekking heeft op Park Harga, aangezien dit onder meer gaat om diefstal van bouwmaterialen.

102. De scores voor voorzieningen in Oost laten een verontrustend beeld zien en zijn significant gedaald ten opzichte van 2017. Hebben we een idee wat de oorzaak hiervan zou kunnen zijn? Antwoord: In algemene zin is het zo dat de rapportcijfers voor Oost in 2017 relatief hoog waren. Dit verklaart mogelijk deels waarom de rapportcijfers in 2022 ook relatief sterk zijn gedaald. Waarom individuele rapportcijfers zijn gestegen of gedaald, kan op basis van de verzamelde informatie niet worden vastgesteld. De kans is echter groot dat het per voorziening verschilt. De daling van het rapportcijfer voor parkeervoorzieningen past bijvoorbeeld in een daling die zich ook in andere wijken voordoet (met name in West en Groenoord) en die tevens een landelijke trend is.

22

Agendapunt 16 Evaluatie Jaarwisseling inclusief de brief van de burgemeester van 5 december 2023 over beroep vuurwerkverkoop 103. In de Terugblik Jaarwisseling wordt alleen gerapporteerd over de jaarwisseling, niet over de mogelijke oorzaken van de toename van schade. Waarom niet? Antwoord: De oorzaak van de schade is niet eenvoudig te duiden, dit ligt in de basis aan het roekeloos omgaan met vuurwerk. In aanloop naar de aankomende jaarwisseling nemen wij mee op welke wijze we kunnen inspelen op verandering van dit gedrag.

104. Wordt er overlegd met buurgemeenten en/of Irado en/of de hulpdiensten over mogelijkheden om volgende jaarwisselingen (andere) maatregelen te nemen om schade te voorkomen en te beperken? Antwoord: Elk jaar vindt er frequent overleg plaats met o.a. hulpdiensten en Irado, waarbij de aanpak en evaluatie van het jaar ervoor worden besproken en meegenomen ter voorbereiding op de komende jaarwisseling.

105. Is de mogelijkheid om het "vergunningstelsel voor vuurwerkverkoop" uit de APV te halen overwogen en juridisch getoetst? Antwoord: Ten tijde van het instellen van het afsteekverbod is tevens overwogen de verkoop van vuurwerk te stoppen. Dit is beoogd via intrekking van de verkoopvergunningen door de burgemeester. Recent heeft de rechter geoordeeld, dat het invoeren van een afsteekverbod niet meteen leidt tot een verkoopverbod en heeft de intrekkingen vernietigd. Voorgaande betekent dat het verwijderen van het vergunningenstelsel voor vuurwerkverkoop uit de APV in die zin, niet is overwogen, noch juridisch is getoetst.

106. De burgemeesters van Delft en Zoetermeer hebben samen een brief gestuurd aan de minister van Justitie en Veiligheid, waarin ze hun zorgen uiten over de de hoeveelheid illegaal vuurwerk. Zijn er in onze regio vergelijkbare initiatieven? Heeft Schiedam zich daarbij aangesloten? Zo ja, waarom wordt dat niet in de brief van 13 februari benoemd? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De gemeente is vooraf niet in kennis gesteld van deze brief. Dit kan te maken hebben dat de genoemde gemeenten onderdeel zijn van een andere veiligheidsregio.

107. De burgemeester van Zoetermeer heeft aan de gemeenteraad laten weten dat een tweede brief aan dezelfde minister in de maak is, waarin samen met andere gemeenten, oogartsen en werkgevers van hulpverleners aandacht wordt gevraagd voor hetzelfde probleem. Is Schiedam daarbij betrokken? Zo ja, waarom wordt dat niet in de brief van 13 februari benoemd? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zie antwoord vraag 106.

23

Agendapunt 17 Gemeenschappelijke regelingen Is er een business case beschikbaar met voor en nadelen van de diverse varianten? • 6 intercitystops en 6 sprinters; • 6 intercitystops en 4 sprinters; • 4 intercitystops en 6 sprinters.

108.

Antwoord: Nee. Er is ongetwijfeld intern bij NS een businesscase voor deze varianten gemaakt op basis waarvan NS voorstellen heeft gedaan richting het ministerie van I&W. Deze businesscase is echter complex en zijn vanwege bedrijfsgevoelige karakter van de informatie niet voor gemeenten in te zien. De beantwoording van de kamervragen van het lid Grinwis geeft inzicht in de redeneerlijn van NS. Als het gaat om effecten is er, op basis van een terugkoppeling van NS, op station Schiedam Centrum een verschil van 5%-punt in reizigers die meer profiteren van de extra sprinters dan van extra intercity’s.

109.

Wat is de huidige frequentie? (3 sprinters en 6 intercity’s)?

Antwoord: Vanwege het overzicht beperken we ons tot de frequenties op maandag t/m donderdag. Op vrijdagen en in het weekend geldt al een beperktere dienstregeling. Intercity Sprinter Spits

6

4

Spitsranden (overdag + vroege avond)

4

4

Dal

2

2

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13860550/1