Antwoorden reacties van de Fracties raadscommissie 15 november 2022
Tekst van het document
Reacties van de fracties Commissievergadering 15 november 2022
Raadsvoorstel Plan van aanpak doelgroepenvervoer MVS-gemeenten 1.
Vraag: In de wijzigingen van het plan van aanpak wordt er gewezen op de stijgende brandstof en energieprijzen. Is er gekeken naar een manier om de benodigde voertuigen versneld te vervangen door elektrische of zuinigere voertuigen?
Antwoord: Jazeker. Bij de inkoop van vervoer zal rekening worden gehouden met de nieuwe Europese richtlijn Clean Vehicles Directive (CVD). Deze richtlijn heeft tot doel om de markt voor schone en energiezuinige wegvoertuigen te stimuleren. In Nederland is deze richtlijn geïmplementeerd in de Wet Milieubeheer en de bijbehorende ‘Regeling bevordering schone wegvoertuigen’. 2. Vraag: In de reacties van de betrokken partijen is te zien dat er een transitie plaatsvindt van de regiotaxi naar de argos mobiel, is er een verschil tussen de diensten die beide organisaties bieden en bedienen beide organisaties dezelfde groep? Antwoord: Ja, er zijn verschillen tussen beide diensten. Inwoners kunnen met Argos Mobiel alleen reizen binnen de gemeentegrens van Schiedam. Met de Regiotaxi is het ook mogelijk om van en naar Schiedam te reizen. Een ander verschil is dat iedere inwoner gebruik mag maken van Argos Mobiel. Dit geldt niet voor de Regiotaxi, want deze dienst is alleen bedoeld voor inwoners met een indicatie voor Wmovervoer.
3. Vraag: De Frankelandgroep meldt in de reactie dat de reactie dat de rek van vrijwilligers er uit is, was dit bekend bij de schrijvers van het voorstel? Antwoord: Nee, dit was niet bekend tijdens het opstellen van het plan van aanpak. De Frankenland Groep geeft wel aan mogelijkheden te zien om het werk voor vrijwilligers aantrekkelijker te maken. 4. Vraag: In de businesscase wordt ervan uitgegaan dat het vervoersvolume in 2023 weer op het niveau van voor de coronacrisis komt. Is er een scenario opgesteld dat rekening houdt met een mogelijke stijging van het vervoersvolume als het gevolg van de precaire situatie in het OV of door een stijging van het aantal mensen dat niet met het OV durft te reizen door medische redenen, zoals long-covid of mensen met een minder sterk immuunsysteem? Antwoord: Nee, er is in de businesscase geen scenario opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met stijgende vervoervolumes als gevolg van een precaire situatie in het OV en/ of mensen die niet in het OV durven te reizen.
5.
Vraag: De uitvoering meldt dat er gebruik gemaakt zal worden van de gebruikelijke kanalen, welke kanalen zijn dit? En zijn alle groepen in het verleden voldoende bereikt?
Antwoord: Deze vraag heeft mogelijk betrekking op het antwoord dat is gegeven tijdens de beeldvormende raadsbijeenkomst d.d. 1 november jl. Het gaat hier over de wijze waarop de inwoners met een indicatie voor Wmo-vervoer worden geïnformeerd over hun persoonlijke reizigersprofielen. De communicatie naar de inwoner over het reizigersprofiel wordt uitgevoerd door Rogplus. Tot op heden heeft de communicatie naar inwoners met een indicatie voor vervoer altijd via Rogplus plaatsgevonden. Het voornemen is dat alle inwoners met een indicatie voor Wmo-vervoer (pashouders van de Regiotaxi) een brief van Rogplus ontvangen waarin informatie wordt verstrekt over de reizigersprofielen. In deze brief zal een folder worden toegevoegd en/ of een verwijzing naar de website van Rogplus worden opgenomen. In de brief wordt ook een mogelijkheid geboden om aan Rogplus vragen te stellen over het reizigersprofiel. Vervolgens ontvangt iedere pashouder een brief waarin het persoonlijke reizigersprofiel is opgenomen. Deze wordt opgesteld op basis van gegevens die bij Rogplus bekend zijn. Mocht het reizigersprofiel niet (helemaal) voldoen aan de persoonlijke situatie dan wordt er een mogelijkheid geboden om bij Rogplus het reizigersprofiel aan te passen.
6. Kan in het raadsvoorstel de e-bike als vervoersmiddel worden opgenomen als doelgroep
voor zelfstandig reizende kinderen? Antwoord: Wanneer een kind in aanmerking komt voor het traject zelfstandig reizen, dan wordt in overleg met MEE op weg, de ouders/ verzorgers en kind bezien welk vervoermiddel het best passend is om zelfstandig naar school en v.v. te reizen. Indien blijkt dat een e-bike het best passende vervoersmiddel is, en het kind is in het bezit van een e-bike of kan gebruik maken van een deel e-bike, dan is een traject zelfstandig reizen met een e-bike mogelijk. In het plan van aanpak onder actie 4 kan fiets dus ook als e-bike of deel e-bike worden gelezen. Raadsvoorstel Participatieverordening 2022 7.
Pagina 4: Bewonersinitiatief: Initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of bedrijven woonachtig of gezeteld in Schiedam. Vraag: Er staat gezeteld in Schiedam, maar ik neem aan dat hier bedoeld wordt dat de activiteiten moeten plaatsvinden in Schiedam, maatschappelijk relevant zijn voor Schiedam of ten goede komen aan Schiedammers. Nu lijkt het alsof initiatieven niet ingediend kunnen worden door organisaties of bedrijven die niet in Schiedam gezeteld zijn, maar wel iets voor Schiedammers of de stad willen opzetten of uitvoeren. Die zouden hier dan nog aan toegevoegd moeten worden.
Antwoord: We bedoelen inderdaad dat het ook gaat om initiatieven die Schiedam of Schiedammers ten goede komen. We zullen dit verhelderen in de begripsbepaling over wat we onder het bewonersinitiatief verstaan. 8. Pagina 4: Uitdaagrecht: Het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak (deels) over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren.
Vraag: In de verordening wordt aangegeven dat het gaat om een taak beter en goedkoper uitvoeren. Maar het wetsvoorstel heeft het over beter of efficiënter. Waarom wijken wij af van het wetsvoorstel? Efficiënter en goedkoper zijn niet hetzelfde. Antwoord: Efficiënter en goedkoper zijn inderdaad niet hetzelfde. We wijken hiervan af omdat ‘goedkoper’ een eenvoudig meetbaar criterium is. ‘Efficiënter’ is namelijk voor vele interpretaties vatbaar en kan leiden tot onduidelijke afspraken.
9. Pagina 8: Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt participatie over omgevingsplannen en omgevingsvergunningen plaats overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Omgevingswet Vraag: De omgevingswet wordt nu later ingevoerd. Hoe gaan we in de tussenliggende periode om met participatie op deze onderwerpen? Antwoord: Het toepassen van participatie staat op zichzelf los van de Omgevingswet. Ook nu wordt bij elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarvoor thans nog een bestemmingsplan of omgevingsvergunning vereist is, participatie toegepast overeenkomstig het gemeentelijk participatiebeleid. Daarmee wordt reeds gehandeld in de gedachte van de Omgevingswet. Deze handelswijze staat los van het moment waarop de Omgevingswet wordt ingevoerd.
Mededelingen en ingekomen stukken Collegebrief 13 oktober 2022 Aanwijzingsbesluit veiligheidsrisicogebieden Omdat er in West nog wel zorgen zijn over de veiligheidssituatie in algemene zin, zal ik de ontwikkelingen in deze wijk nauwlettend in de gaten houden. 10. Vraag: Er wordt aangegeven ‘veiligheidssituatie in algemene zin’. Waar moeten we dan aan denken? Antwoord: In de brief is aangegeven dat er vanuit de afgelopen periode geen significante aanwijzingen zijn die een verlenging van dit zware middel rechtvaardigen zoals die dat in het verleden wel deden. Met de “veiligheidssituatie in algemene zin” wordt het beeld bedoeld dat, los van de in de brief genoemde argumenten voor het al dan niet instellen van een veiligheidsrisicogebied, bestaat over de wijk West. Daarbij moet worden gedacht aan veiligheids- en leefbaarheidsaspecten zoals parkeeroverlast, het foutief aanbieden van huisvuil, overlast in de buitenruimte, woonoverlast, de handel in illegale goederen, hennepkwekerijen en heling.
Openstaande vraag uit de beeldvormende avond van 1 november jl. Vraag: Blijft het aantal sociale huurwoningen in Nieuwland uiteindelijk gelijk? Antwoord: Het aandeel sociale huurwoningen in Nieuwland blijft getalsmatig gelijk (3660), maar wordt procentueel lager (van 55% in 2021 naar 42% in 2030). Doordat het totaal aantal woningen in Nieuwland toeneemt, neemt het percentage sociale huurwoningen af.