Antwoorden reacties van de Fracties 1 en 2 juni 2021
Tekst van het document
reacties van de fracties
Datum
Ons kenmerk
20 mei 2021
21GRF00031
Raadscommissie 1 en 2 juni 2021 Agendapunten 03 Rondvraag commissieleden Aanmelding AOV over verharde tuinen in nieuwbouwwijken. 06
Raadsvoorstel Kapitaalbehoefte Stedin Holding N.V. 1.
Welke alternatieve oplossingen voor deze investering heeft Stedin verkend, denk aan bv rijk en provincie? Antwoord: Het gaat om de financiering van extra investeringen die Stedin moet doen in het kader van de energietransitie. Die transitie vindt plaats in een door wetten gereguleerde omgeving. Zoals op blz. 2 van de brief van Stedin van 31 maart 2021 (bijlage 1 van het raadsvoorstel) alsmede op sheet 22 van de presentatie ‘Financieel gezond in de energietransitie’ (bijlage 3 van het raadsvoorstel) staat vermeld, is sprake van ‘voorfinanciering’ in een periode van sterk stijgende investeringen. Er is een discrepantie in tijd tussen investeringsverplichtingen en inkomsten. Dit heeft te maken met het ‘reguleringskader’ van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De keuze om daarin te voorzien is financiering met vreemd vermogen of met eigen vermogen. De voorgestelde keuze van Stedin in samenwerking met de aandeelhouderscommissie (AHC) en externe adviseurs is eigen vermogen door uitgifte van cumulatief preferente aandelen. Op blz. 3 van de brief van 31 maart 2021 (bijlage 1 van het raadsvoorstel) schrijft Stedin dat met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en met de ACM gesprekken gevoerd zijn en nog steeds gevoerd worden over de financierbaarheid van de energietransitie en de financiële positie van de netwerkbedrijven.
Op dit moment zijn daar nog geen concrete resultaten van te melden. Naar verwachting zullen er op termijn wel enkele aanpassingen komen ten gunste van de netbeheerders maar dat zal onvoldoende zijn en te laat komen om aan de huidige financiële uitdagingen van de actuele extra investeringen tegemoet te komen met behoud van de huidige kredietwaardigheid. De AHC geeft op blz. 6 van zijn advies (bijlage 4 van het raadsvoorstel; punt 8) aan dat EZK en ACM aan zet zijn om de (financiële) perspectieven van de netbeheerders te verbeteren. De provincie speelt hierbij geen rol.
2. Kunt u het moment van de vraag toelichten. Hoe heeft Stedin in voorgaande jaren geanticipeerd op de ontwikkelingen? Welke rol hebben de aandeelhouders in de afgelopen jaren gespeeld m.b.t. de innovatie en aansluiten op de (regionale) energietransitie? Antwoord: Stedin bestaat als zelfstandige juridische entiteit sinds 31 januari 2017, de datum van splitsing van Eneco Holding N.V. Vanaf januari 2019 heeft Stedin overlegd met de AHC om te voorzien in de kapitaalbehoefte. In de aandeelhoudersvergaderingen is hieraan ook voortdurend aandacht voor geweest. Via de raadsinformatiebrieven ‘Terugkoppeling gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen’ is de gemeenteraad
*21GRF00031*
hierover vanaf 2019 periodiek geïnformeerd. Tegelijkertijd heeft Stedin de afgelopen periode intern maatregelen uitgevoerd om de financiële positie te verbeteren waaronder een efficiencyprogramma, temporisering van investeringen en verkoop van commerciële bedrijfsonderdelen zoals Joulz. De grenzen van interne maatregelen zijn inmiddels bereikt en daarom is naar externe scenario’s gekeken om de financiële positie te verbeteren. Met als resultaat het voorstel om cumulatief preferente aandelen uit te geven aan bestaande aandeelhouders. De vennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur met een raad van commissarissen als toezichthouder. De rol van de aandeelhouders is tot op heden beperkt tot een adviesrecht over het strategisch plan van Stedin. In samenhang met de voorgestelde uitgifte van de cumulatief preferente aandelen wordt de invloed van de aandeelhouders uitgebreid met o.a. een goedkeuringsrecht over de ondernemingsstrategie. In Nederland zijn 30 RES-regio’s. Stedin is bij 13 hiervan nauw betrokken. 07 Raadsvoorstel Overdragen van de uitvoering van de Wet Inburgering aan Stroomopwaarts 3. Wanneer is er meer duidelijkheid over de totstandkoming van de lagere regelgeving, het beschikbare budget en de impact daarvan op Schiedam? Antwoord: Met de meicirculaire zal meer duidelijkheid komen over de uitvoeringsbudgetten voor 2021.
De lagere regelgeving is inmiddels bekend: Besluit inburgering en Regeling inburgering. De uitvoering zal binnen het beschikbare budget moeten blijven. 4. Welke rol speelt corona op de situatie voor inburgeringsplichtigen binnen de Schiedamse context en is Stroomopwaarts hierop ingesteld? Antwoord: Voor de huidige groep inburgeringsplichtigen ligt de verantwoordelijkheid bij de inburgeraar zelf. Stroomopwaarts heeft hier dus (nog) geen rol in. De begeleiding van inburgeringsplichtigen die onder de Participatiewet vallen, gebeurt in deze coronaperiode digitaal of telefonisch. 5.
Is het mogelijk dat er vanwege alle onzekerheden rondom overeenstemming, regelgeving en budgetten opnieuw uitstel van de invoering van de wet volgt? Antwoord: Nee, de invoerdatum per 1 januari 2022 is definitief.
6. Wanneer zullen de pilots gaan draaien en in hoeverre is de verwachting dat digitale begeleiding werkt voor deze doelgroep? Hebben we zelf of is er elders in het land positieve ervaring opgedaan met digitaal contact met inburgeraars tijdens de corona? Antwoord: Vanaf 1 augustus 2021 gaan de pilots draaien. De verwachting is dat de begeleiding vanaf dat moment ook weer gedeeltelijk fysiek kan plaatsvinden. Binnen het regionale (MVS) project De Maatwerkplaats (gericht op statushouders met een grote afstand tot de arbeidsmarkt) is de afgelopen periode ervaring opgedaan met zowel digitaal contact als digitale lessen. Voor een deel van de doelgroep (die digitaal onderlegd is) werkt dit goed, voor een ander deel werkt dit minder.
21GRF00031
Pagina 2 van 10
Notitie Aanbod op hoofdlijnen nieuwe Wet Inburgering De financiële administratie van de vaste lasten gaat de eerste 6 maanden geregeld worden door de SOW (pag 6). Verondersteld mag worden dat dit gebeurt vanuit het financiële budget van de migrant, zoals uitkering en toeslagen. 7. Is die veronderstelling juist Antwoord: Ja. 8. Welke zijn die vaste lasten Antwoord: Het betreft huur, verzekering en energielasten. 9. Is SOW daarmee ook verantwoordelijk en aansprakelijk voor het op tijd betalen van de rekeningen? Antwoord: Ja. 10. Zo ja, weten leveranciers, verhuurders en dienstverleners dat ook? Antwoord: Ja. 11. Eén van de negatieve gevolgen van de huidige inburgeringswet is dat veel statushouders risicomijdend zijn gaan inburgeren waardoor veel van hen op een lager taalniveau zitten dan van hen, gezien hun achtergrond, verwacht mag worden. Dit belemmert hun kansen op werk. Gaan er inspanningen verricht worden om deze oudkomers alsnog naar B1 of liever nog naar B2 te krijgen? Antwoord: Als een oudkomer een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt wordt er -indien nodig- passend taalaanbod aangeboden om uitstroom naar werk te kunnen realiseren. Financiering vindt plaats vanuit de WEB-middelen. 12. Pag. 2: Nadere toelichting getrapte besluitvorming. Wordt de financiële invulling van de inburgeringstaken, het bijbehorende budget door het college vastgesteld? Antwoord: Ja. 13.
Wordt er bij het Rijk nog gelobbyd voor geld voor de uitvoeringsplannen? Antwoord: Ja, er wordt door de VNG gelobbyd voor voldoende budget voor de uitvoering van de nieuwe wet inburgering. 14. D. Argumenten. Volgens het RV is Stroomopwaarts een juiste keuze om een goed geolied proces in de begeleiding van statushouders neer te zetten. Teruggrijpend naar de rapporten Berenschot en BMC. Zijn de aanbevelingen door Stroomopwaarts al opgepakt? Antwoord: De aanbevelingen worden door de MVS-gemeenten, in samenwerking met Stroomopwaarts en uw raad, opgepakt. De aanbevelingen kunnen we onderverdelen in drie categorieën: organisatie, inhoud en governance. De organisatorische vraagstukken 21GRF00031
Pagina 3 van 10
worden door Stroomopwaarts in samenwerking met de gemeenten opgepakt. Denk hierbij aan de transitie bedrijfsvoering (BMC). Ten aanzien van de inhoud heeft er een zienswijzeprocedure op de beleidsvisie oftewel uitvoeringsvisie van Stroomopwaarts in april 2021 plaatsgevonden (21VR017). De aanbevelingen voor wat betreft de governance zal deels meegenomen worden in de (door)ontwikkeling van de nota verbonden partijen en de te ontwikkelen strategische visie Stroomopwaarts. Ten behoeve van de te ontwikkelen strategische visie op Stroomopwaarts MVS zal het college met uw raad in gesprek gaan. Hierover krijgt u een procesvoorstel toegezonden dat we graag met uw raad bespreken in de raadscommissie van 29 juni 2021. 15. Pag. 3: Volgens het RV is Stroomopwaarts een geschikte uitvoeringspartner, omdat ze de participatiewet uitvoeren. Is dit het enige argument waarop dit antwoord is gebaseerd? Antwoord: Nee, er zijn ook andere argumenten. Een deel van de doelgroep is al bekend bij SOW. Daarnaast heeft Stroomopwaarts een uitgebreide infrastructuur. Denk hierbij aan een breed werkgeversnetwerk en samenwerking met taalscholen en vrijwilligersorganisaties. 16. Zijn er buiten Stroomopwaarts andere mogelijkheden onderzocht? Antwoord: Nee. Stroomopwaarts gaf tijdens de MVS- marktconsultatie begin 2020 aan de uitvoering voor haar rekening te willen nemen.
De haalbaarheid hiervan is onderzocht en positief bevonden. Dit betekende dat er geen andere opties onderzocht hoefden te worden. 17. F. Kanttekeningen en risico’s: Waarom moet de raad nu het raadsvoorstel vaststellen en toestemming verlenen als de budgetten nog tot stand moeten komen en er een risico bestaat, dat de partners onvoldoende overeenstemming bereiken. Antwoord: Stroomopwaarts wil kunnen starten met de invoering van de nieuwe wet en wil vanaf augustus dit jaar met pilots gaan starten. Hiertoe is een overdracht van taken nodig. 18. Is er nog een escape mogelijk? Antwoord: Nee, vanaf 1 januari zullen de gemeenten de wet inburgering moeten uitvoeren, onafhankelijk van de hoogte van het budget dat vrijkomt. Financieel streven we ernaar om binnen het beschikbare budget te gaan werken. 19. Bijlage 2 Notitie Aanbod op hoofdlijnen nieuwe Wet Inburgering. Pag. 4: Aandachtspunt taalonderwijs: 14 weken taalonderwijs vanuit het COA, 15 weken niets. Na 29 weken, mogelijk langer, pas huisvesting in de gemeente door te krappe woningmarkt. Hoe denkt het college in te zetten op taalachterstand bij onvoldoende geld, middelen en vrijwilligers voor taalvaardigheid? Antwoord: Dit probleem speelt bij veel gemeenten. Het signaal is daarmee op landelijk niveau bekend en wordt daar opgepakt. Zodra het instrumentarium er is, zullen we er gebruik van maken. 20. Pag. 6: 4.
Financiële ontzorging. Er vindt 6 maanden financiële ontzorging voor asielstatushouders plaats. Wanneer de statushouder onvoldoende financieel zelfredzaam is, kan de periode van financiële ontzorging verlengd worden. Is er onderzoek gedaan waarom er onvoldoende inburgeraars vrijwillig wilden deelnemen aan de training financiële zelfredzaamheid? Antwoord: 21GRF00031
Pagina 4 van 10
Van de groep die is benaderd om op vrijwillige basis deel te nemen aan de pilot financiële zelfredzaamheid vond een deel het spannend om de financiën uit handen te geven; een ander deel was al langer in Nederland en gaf aan de financiële huishouding al op orde te hebben. 21. Pag. 8: 3. Onafhankelijke cultuur-sensitieve casemanager. Waarom training in het cultuursensitief werken van een casemanager? Antwoord: Het cultuursensitief werken is een cruciaal onderdeel van de aanpak, gezien de verscheidene achtergond van de inburgeraars. 22. Pag. 8: 5. Zet voorveld in, waaronder vrijwilligers. Waarom kiest Stroomopwaarts voor de inzet van vrijwilligers en niet voor een professionele aanpak? Antwoord: Het is niet de keuzen tussen het een of ander. Naast de inzet van professionals heeft de inzet van vrijwilligers die inburgeraars kunnen begeleiden, een grote meerwaarde. 12 Raadsvoorstel Speelplaatsen en sportmogelijkheden in de openbare ruimte € 1.000.000 voor brede doelgroep (ENECO gelden) 23. Hoeveel Schiedammers verwacht de gemeente naar de BMXbaan te trekken en waarop baseren we die aantallen? Antwoord: Bij een behoeftepeiling onder Schiedamse jongeren zijn 186 handtekeningen opgehaald. Bij deze doelgroep in het bijzonder leeft een grote behoefte aan een dergelijke voorziening. In het projectteam wordt verwacht dat er tussen 350-400 jongeren in Schiedam belangstelling hebben.
Dit aantal is gebaseerd op gesprekken van Jongerenwerk, buurtsportcoaches en de Wijkregisseurs. Naast Schiedamse jongeren kan de voorziening naar verwachting ook een regionale doelgroep bedienen, omdat dit de enige multifunctionele baan in de regio is. 24. Hoeveel mensen hebben de afgelopen maanden (gedurende de pilot) gebruik gemaakt van de fitnesstoestellen aan de Maasboulevard en welk aantal betrof unieke bezoekers? Antwoord: Gedurende de pilotperiode van 28 weken werden ruim 9800 gebruikers geteld. Het gaat dus om gemiddeld 350 gebruikers per week of 50 gebruikers per dag. Uit de gebruikersenquête van OpenSports blijkt dat het gaat om ten minste 500 unieke bezoekers. In de komende lente en zomerperiode wordt een aanzienlijke stijging voorzien, omdat het weer dan (meestal) beter is. Ook wordt gewerkt aan een pilot om mensen met een beperking kennis te laten maken met de toestellen. 25. Wat is de verwachte levensduur van de BMXbaan en wat is de verwachte levensduur van de fitnestoestellen op de Maasboulevard? Antwoord: De technische levensduur van de BMX-baan is 20 jaar en van de fitnesstoestellen is dat 5 jaar. 26.
Welke verenigingen hebben (behalve handbalvereniging DWS) de afgelopen 3 jaren ook een aanvraag gedaan voor een bijdrage in de kosten voor een clubhuis, bijdrage in huurkosten of anderszins een bijdrage in clubkosten? En hoe zijn wij hiermee omgegaan? Antwoord: De reguliere begroting voorziet in beperkte financiële ondersteuning van verenigingen. Verenigingen kunnen gebruik maken van een opleidingssubsidie voor trainers en 21GRF00031
Pagina 5 van 10
scheidsrechters. Er wordt geen bijdrage gegeven aan huurkosten (uitgezonderd de coronaregelingen inzake kwijtschelding huur). Wel is een klein bedrag gereserveerd voor incidentele en onvoorziene uitgaven, bijvoorbeeld na brand of vernieling. In de afgelopen jaren werden bijdragen gedaan aan: Tennisvereniging Los Amigos, Excelsior 20, Damvereniging Van Stigt Thans, SCV de Postduif en honk- en softbalvereniging SVHV. De verenigingen hebben een subsidie aangevraagd via het reguliere subsidie aanvraagproces (ASV). De aanvragen zijn getoetst aan de voorwaarden en vervolgens verstrekt. Naast deze subsidiebijdragen is er in het kader van Schiedam in Beweging geïnvesteerd in de sportaccommodaties van de verenigingen die op Sportpark Harga en Willem-Alexander gehuisvest zijn, alsmede in Sportpark Bijdorp. 27. Welke voorwaarden zullen er worden gekoppeld aan de verstrekking van de bijdrage vanuit de gemeente aan de bouw van het clubhuis? Antwoord: De gemeentelijke bijdrage wordt verstrekt op voorwaarde van co-financiering. De vereniging dient 67% van het benodigde bedrag uit eigen middelen of andere financiering te bekostigen. Verder worden hier de voorwaarden zoals die in de ASV zijn opgenomen aangehouden. 28.
Waarom is er in de sportbegroting geen rekening gehouden met deze kansen die zich nu voordoen en welke kansen kunnen we op korte termijn nog meer verwachten die een flinke financiële investering vragen? Antwoord: In de sportbegroting zijn alleen middelen aanwezig voor de sportstimulering en het reguliere dagelijkse en geplande groot onderhoud van velden en gebouwen die de gemeente in beheer heeft. Daarnaast wordt jaarlijks een inschatting gemaakt van mogelijke subsidie aanvragen. Verschillende sportaccommodaties in Schiedam bereiken op relatief korte termijn het einde van de technische levensduur. De kadernota sportaccommodaties is in ontwikkeling en biedt kaders voor de nodige investeringen in - met name - de Schiedamse binnensportaccommodaties. 29. Wanneer bespreken we sport integraal? Dat is nog steeds niet ingepland. Was wel toegezegd. Antwoord: Er wordt momenteel gewerkt aan nieuw uitvoeringsprogramma Bewegen en Sporten. We nemen de raad graag mee in de ontwikkelingen en de voorziene aanpak voor de komende jaren. De verwachting is dat we hier in het najaar een moment voor plannen. 30.
Waarvoor zal het budget van €500.000 rondom speelplaatsen en sportmogelijkheden worden ingezet, en is dat bedrag voldoende om ook alle onderhoud en vervanging van speeltoestellen en achterstanden op dit gebied op te pakken? Antwoord: Voor de besteding van € 500.000 voor speelplaatsen en sportmogelijkheden wordt ingespeeld op de steeds ontwikkelende behoefte in de stad. Het is nog niet duidelijk wat de kosten van aanleg/aanpassingen zijn en in hoeverre deze vanuit dit budget worden gefinancierd. Voor onderhoud, vervanging en achterstanden van speeltoestellen zijn aparte budgetten beschikbaar bij Beheer Openbare Ruimte. 13
Raadsvoorstel RES 1.0 regio Rotterdam Den Haag 31. Voorwaarden en risico’s (pag 34) Welke verbinding/ samenhang is er te vinden tussen de RES en de vraag van Stedin? Wordt het knelpunt regionaal opgepakt? Antwoord: Stedin wordt als netbeheerder van het gas- en elektriciteitsnet van onze regio nauw betrokken bij de totstandkoming van de RES, maar ook de gemeentelijke Transitievisie
21GRF00031
Pagina 6 van 10
Warmte. Dit is o.a. van belang om het toekomstig beslag op de openbare ruimte van netinfrastructuur, zowel onder- als bovengronds, nader te kunnen bepalen. Zo hebben veel regionale en gemeentelijke ambities en doelstellingen (zoals de RES of het aansluiten van lokale wind- en zonne-energie en laadpalen) raakvlakken met de noodzaak tot netverzwaring. De kapitaalbehoefte van Stedin is dan ook nodig om de versterking en uitbreiding van het energienet mogelijk te maken. Voor Stedin is het van belang toegang onder gunstige voorwaarden tot de kapitaalmarkt te behouden en de rentelasten niet verder te laten stijgen, zodat de energietransitie ook niet te duur wordt voor de aandeelhouders. De uitbreiding en versterking van de infrastructuur is tevens goed voor de werkgelegenheid: Stedin besteedt op dit moment ongeveer 700 tot 800 miljoen euro per jaar aan onderaannemers die in de diverse gemeenten hun thuisbasis hebben. Zij leggen de nieuwe infrastructuur aan en versterken het bestaande net. De knelpunten die Stedin tegenkomt bij het haalbaar en betaalbaar houden van de energietransitie, zullen op zowel gemeentelijk, regionaal en nationaal niveau kunnen worden geadresseerd, al naar gelang de aard van het knelpunt. 32. Participatie en communicatie. Indirecte communicatie met bewoners wordt gedaan door de gemeente.
Kunnen we daar een plan van aanpak voor verwachten voor de communicatie en participatie? (pag 31) Antwoord: Schiedam heeft de conceptversie van de RES vorig jaar tijdens een informatieavond met bewoners besproken. Tot nu toe is de RES een vrij technische zaak geweest. Hoe concreter de uitvoering van de RES en de Transitievisie Warmte wordt, hoe nadrukkelijker we inzetten op participatie. Het Wijkenergieplan zal bijvoorbeeld samen met geïnteresseerden en belanghebbende worden ontwikkeld. Ook het onderwerp ‘lokaal eigendom’ is geborgd in de RES, daar zetten we stevig op in. Omdat de regionale ambities uiteindelijk lokaal tot uitvoer komen, is dit wat ons betreft ook het schaalniveau waarop communicatie en participatie over specifieke projecten omtrent de energietransitie met name zal moeten plaatsvinden. 16 Mededelingen en ingekomen stukken Collegebrief 30 maart 2021 Verkoop Monopole 33. In hoeverre zijn er naast de koper Stadsherstel andere potentiële kopers geweest tijdens verkoopproces, die de mogelijkheid hadden een voorstel te kunnen doen voor de transformatie van de Monopole? Antwoord: In het verleden zijn er verschillende pogingen gedaan tot verkoop van de Monopole. Deze hebben geen resultaat opgeleverd. Zoals al in de brief aan uw raad d.d.
19 oktober 2019 is aangegeven hadden de fondsen – nadat eerdere gesprekken niet tot resultaten hadden geleid - exclusief het recht met een voorstel of plan te komen voor de Monopole. Gedurende de uitwerking van het plan bleek het voor de besluitvorming over de verkoop van de Monopole noodzakelijk eerst een besluit te nemen over de toekomst van de zogenaamde Hoogstraatpanden van Stadsherstel Schiedam. Deze panden zijn vorig jaar overgedragen aan Stadsherstel Maassteden BV. Stadsherstel Maassteden heeft, samen met de fondsen en het museum, ondertussen wel het plan voor de Monopole verder uitgewerkt. Deze uitwerking vergt investeringen in geld en tijd. Om die reden hebben wij – in lijn met de in de brief van 19 oktober beschreven koers – niet overwogen om gedurende de periode van uitwerking andere initiatieven en/of kopers te zoeken. Dat liet onverlet dat genoemde partijen voor eigen risico het plan verder uitwerkten. 34. In de brief wordt beschreven dat een investering van €161.000 nog niet gedekt is en dat de partners hier een gemeentelijke bijdrage voor vragen. De partners ‘voorzien’ 21GRF00031
Pagina 7 van 10
echter een investering van ruim €2 miljoen, dit is nog geen garantie. In hoeverre is de garantie gegeven dat het om een eenmalig verzoek gaat? Antwoord: Wij geven in onze brief een weergave van de investering die door de initiatiefnemers in de Monopole wordt voorzien, om u een beeld te geven van de omvang van het project. Wij geven ook aan dat deze investering van ruim 2 miljoen euro voor ruim 1,8 miljoen euro wordt gedekt door de fondsen: door de inbreng van eigen vermogen in Stadsherstel Maassteden BV door het kopen van nieuwe aandelen; door inbreng van vreemd vermogen in Stadsherstel Maassteden BV in de vorm van laagrentende leningen, en; door directe bijdragen aan investeringen die nodig zijn voor het gebruik door het museum. Voor het resterende deel van €161.000 wordt de gemeente gevraagd om een bijdrage. Het plan voor de Monopole is gemaakt in samenwerking met de fondsen. Als er geen zicht was op de dekking van de investering, was het plan niet aan ons voorgelegd. Vanzelfsprekend is de eventuele gemeentelijke bijdrage gekoppeld aan de totale investering. Als deze lager uitvalt, dan wordt onze bijdrage minder. Als deze hoger uitvalt, dan is de bijdrage gemaximeerd tot het bedrag van €161.000. Wij hebben aangegeven dat wij geen aanvullende bijdragen zullen geven.
35. In de brief is beschreven dat de gevraagde investering van €161.000 als ‘principieel’ wordt beschouwd en dat ‘welwillend’ is gereageerd op het verzoek. Houdt dit in dat de gemeentelijke bijdrage al is toegezegd of gaat hier nog een raadsbesluit aan vooraf? Antwoord: De bijdrage is niet toegezegd, omdat er geen formeel subsidieverzoek is ingediend. Wij staan wel open voor een dergelijk onderbouwd verzoek. Dat omvat onze ‘welwillendheid’. Onze welwillende houding laat onverlet dat een aanvraag getoetst zal worden, zoals iedere subsidieaanvraag, aan de vereisten uit onze Algemene Subsidieverordening. Duidelijk moet worden onderbouwd voor welke activiteit de subsidie wordt aangevraagd, wanneer deze wordt uitgevoerd en welke doelen er mee worden gediend. Dit zal in de subsidiebehandeling worden getoetst en dit zal leiden tot een besluit. De dekking van een eventuele subsidie vinden wij in reeds beschikbare budgetten in onze begroting. Bij het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma Binnenstad zijn middelen beschikbaar gesteld voor het afmaken van het Museumkwartier. Wij handelen aldus binnen de door de raad gestelde financiële kaders en er is geen nadere besluitvorming van uw raad noodzakelijk. Collegebrief 28 april 2021 MVS aanpak Transformatie Sociaal Domein 36.
In de brief wordt onder ‘Huishoudelijke hulp’ beschreven dat de kosten voor huishoudelijke hulp oplopen en het college op zoek gaat “naar mogelijkheden die de stijging kunnen verminderen of stoppen”. In hoeverre heeft het college (eerst) onderzoek gedaan naar de redenen waarom de kosten oplopen, naast de invoering van het abonnementstarief? Antwoord: ROGplus monitort de kostenstijging en verantwoordt deze in haar jaarstukken. De redenen voor stijgende kosten bij huishoudelijke hulp zijn: Minder plekken in verzorgingshuizen. Vanaf 2015 is er minder plek in verzorgingshuizen. Mensen die voorheen naar een verzorgingshuis gingen moeten nu 21GRF00031
Pagina 8 van 10
thuis blijven wonen omdat er geen plek is. Inwoners ontvangen hulp uit de Wmo om langer thuis te kunnen blijven wonen. Toenemende vergrijzing. Ruim 70% van de cliënten van ROGplus is 65 jaar of ouder. In Schiedam is 17,5% van de bevolking ouder dan 65 jaar. En we verwachten dat dit komende jaren toeneemt. In 2040 is ongeveer 20% van de bevolking 65 jaar of ouder. Doordat de groep 65-plussers stijgt, neemt ook het aantal cliënten van ROGplus toe. De algemene maatregel van bestuur (AMvB) reële prijs Wmo 2015. Deze AMvB bepaalt dat gemeenten een reële prijs moeten betalen voor de ondersteuning en hoe die prijs tot stand komt. Door de AMvB zijn de kosten gestegen. Het abonnementstarief. Door het abonnementstarief zijn de inkomsten uit eigen bijdragen gedaald. Daarnaast is het voor inwoners met een hoger inkomen financieel aantrekkelijker geworden om voorzieningen uit de Wmo aan te vragen. Het aantal cliënten is daardoor toegenomen.
Brief SOBO 12 april 2021 Open brief over behandeling van de Omgevingswet 37. In hoeverre herkent het college zich in het beeld, dat in deze brief wordt geschetst, dat inspraak van Schiedammers vanwege het digitaal vergaderen moeizaam of helemaal niet werkt en het daardoor moeilijker wordt voor burgers om oppositie te voeren? Antwoord: Het college deelt het beeld niet dat geschetst wordt in de brief. De gemeenteraad vergadert al sinds het voorjaar van 2020 digitaal, inclusief inspreekmogelijkheden, en de gemeente doet ook tal van participatieprocessen digitaal. Het heeft nieuwe en interessante resultaten opgeleverd, bijvoorbeeld dat mensen die normaliter niet zouden meedoen aan inspraakavonden, nu via de digitale weg wel geïnteresseerd zijn. De gemeente Schiedam is in het kader van de omgevingsvisie in 2019/2020 gestart met een participatietraject om inbreng van de bewoners van Schiedam te krijgen. Zowel online als offline. Dit proces wordt dit jaar nog vervolgd. Vervolgens zal alle relevante besluitvorming met betrekking tot de Omgevingswet (het omgevingsplan, de omgevingsvisie en eventueel programma’s) ter inzage gelegd worden, waarna er mogelijkheden zijn om zienswijzen in te dienen om eventueel in bezwaar of beroep te gaan. Dit specifieke geval ging niet over het publieke deel van de Omgevingswet, en was daarmee niet bedoeld voor participatie.
Nagekomen vraag 07 Raadsvoorstel Overdragen van de uitvoering van de Wet Inburgering aan Stroomopwaarts 38. De toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Antwoord: Wat zijn de criteria/regels die in strijd zijn met het algemeen belang? Onder de weigeringsgrond ‘strijd met het recht’ valt strijd met zowel het geschreven als het ongeschreven recht. De gemeenteraad zou de toestemming kunnen onthouden wanneer het college een bevoegdheid die zij niet zelf bezitten (bijvoorbeeld de verordende bevoegdheid van de gemeenteraad) willen delen met Stroomopwaarts. Maar in dit specifieke geval worden door het college alleen de eigen college bevoegdheden met Stroomopwaarts gedeeld. En dat mag het college doen. Er is in dit geval dan ook geen strijd met het recht. Onder de weigeringsgrond ‘strijd met het algemeen belang’ vallen die gevallen waarin de grond voor onthouding van toestemming niet nauwkeurig in de wet kan worden gespecificeerd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de situatie dat de gemeenteraad meent dat het ondoelmatig is om ten aanzien van de desbetreffende belangen samen te 21GRF00031
Pagina 9 van 10
werken met andere gemeenten of dat de gemeenteraad meent dat de bevoegdheid zich niet leent voor gezamenlijke behartiging. Deze grond is dus iets vager. Maar in geval van Schiedam is in de door de gemeenteraad vastgestelde nota verbonden partijen opgenomen wanneer een taak door een andere partij dan de gemeente zelf kan worden uitgevoerd. De inhoud van de nota zou – in dit verband – gezien kunnen worden als een uitwerking het onthouden van toestemming in strijd met het algemeen belang. Tot slot: het niet verlenen van toestemming wordt gezien als een ultimum remedium. Dat betekent dat gemeenteraad niet zomaar van dit middel gebruik zou moeten maken. In de literatuur wordt gesteld dat de gemeenteraad alleen tot strijd met het algemeen belang kan oordelen als de bezwaren tegen de samenwerking overwegend zijn
21GRF00031
Pagina 10 van 10