Afschrift brief aan GGD RR 13 maart 2024 Zienswijze concept wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Tekst van het document
gemeente Schiedam
Welzijn, Sport & Participatie Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam
GGD Rotterdam - Rijnmond Postbus 70032 3000 LP ROTTERDAM
Uw kenmerk
Uw brief van
14 010 schiedam.nl
Ons kenmerk
Datum
24UIT00224
13-03-2024
Doorkiesnummer
010-2191529
s.badal@schiedam.nl
Onderwerp
Zienswijze concept wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Geacht bestuur, Wij hebben kennisgenomen van het concept wijzigingsvoorstel gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond door de door u verzonden documenten: - Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD Rotterdam-Rijnmond); - Was-wordt tabel aanpassing Gemeenschappelijke regeling GGD-RR). Op grond van de Wgr, artikel 1 lid 3 geven wij hieronder de zienswijze van onze raad op het concept wijzigingsvoorstel van de gemeenschappelijke regeling GGD-RR. 1. Stemverhoudingen Ten aanzien van de taken van de GR GGD-RR wordt nu voorgesteld om de tekst behorend bij artikel 4c, te wijzigen van een unaniem besluit naar een besluit met twee derde meerderheid van de stemmen. Concreet betekent dit dat er geen unaniem besluit nodig is om consensus te bereiken over de taken van de GR. Een stemverhouding van 2/3 is voldoende om een positief besluit te nemen ten aanzien van het takenpakket. Hierbij moet rekening gehouden worden met dat elke gemeente per 50.000 inwoners één stem heeft. Dit betekent dat grotere gemeenten meer invloed hebben wanneer er wordt gestemd. Daarom pleiten wij voor gelijke invloed voor elke gemeente en houden wij vast aan een unaniem besluit. Wij willen geen wijziging van het unaniem besluit. 2.
Besluitvorming takenpakket In het concept wijzigingsvoorstel artikel 10 lid 1 is opgenomen dat het AB elke vier jaar besluit over omvang en tarieven, en dat voor dit besluit ten minste twee derde meerderheid van het aantal stemmen is vereist. Het onderscheid tussen Wpg-taken en niet-Wpg-taken wordt niet meer gemaakt, omdat dit onduidelijk is en op zichzelf niets toevoegt (wordt dus niet meer genoemd in artikel 4 lid 1 sub c en toelichting). Daarbij komt dat er ook wettelijke GGD-taken zijn die anders dan op basis van de Wpg aan de GGD zijn opgedragen.
*24UIT00224*
Wanneer er geen unaniem besluit meer genomen moet worden, kan mede door stemverhoudingen in het AB besluiten genomen worden waar gemeente Schiedam niet achter staat. Door het huidige voorstel voor artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling bepaalt dan niet de gemeente Schiedam welke bovenwettelijke taken de GGD-RR voor de gemeente uitvoert maar de GGD-RR. Dat is geen wenselijke situatie. Zeker niet omdat de uitvoerende organisatie van de GGD-RR onderdeel is van de gemeente Rotterdam en de begroting van de GR GGD-RR in de begroting van gemeente Rotterdam is geconsolideerd. Deze begroting is verder niet transparant voor ons. Wij hebben daar geen zicht op. Dit doet ertoe, omdat er op het takenpakket geen afrekening plaatsvindt. Er is geen zicht op de financiële uitgaven, alleen op de inhoud. 3. Evaluatie De evaluatie van de gemeenschappelijke regeling is geregeld via artikel 31a. Een evaluatie is alleen mogelijk wanneer het AB daartoe besluit en bedoeld om het functioneren van de regeling te evalueren. De formulering bij artikel 31b is nu niet concreet genoeg. Om discussies te voorkomen in het AB, of afhankelijk te zijn van stemverhoudingen of unaniem besluit is het terecht om een afspraak op te nemen dat de regeling en het basispakket periodiek evalueert. Het is tenslotte ‘onze’ regeling.
Wanneer het AB elke vier jaar besluit over omvang en tarieven, zou dit besluit onderbouwd moeten worden door een onafhankelijk uitgevoerde evaluatie. De mogelijkheid dat de GGD-en vanuit landelijke ontwikkelingen rollen belegd krijgen, die door gemeenten bekostigd moeten worden is aanwezig. Daarom is het voorstel om op te nemen dat de regeling periodiek (gelijktijdig met het besluit van de nieuwe begrotingscyclus in het AB) wordt geëvalueerd, door een onafhankelijke partij en dit ook vast te leggen, waarbij in ieder geval het wettelijke basistakenpakket wordt geëvalueerd, waarbij de colleges worden gehoord en waarbij de resultaten van de evaluatie worden gedeeld met de raden. Met deze aanpassing sluiten wij aan bij de nieuwe tekst van de gemeenschappelijke regeling van jeugdhulp. 4. Participatie In het concept wijzigingsvoorstel van de gemeenschappelijke regeling, 31b wordt de mogelijkheid tot participatie als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen niet geopend. De mogelijkheid tot participatie en inspraak kan volgens het wijzigingsvoorstel van de regeling verlopen via de colleges en raden. Wij raden dit af. Dit is namelijk geen duidelijke route voor de burger. Daarnaast zijn het niet de colleges en raden die vergaderen over de agendapunten van het AB.
Als vorm van burgerparticipatie zouden burgers de mogelijkheid moeten krijgen om in te spreken bij de vergaderingen van het AB. De vergaderingen van het AB GR GGD-RR zijn openbaar, evenals de stukken voor deze vergadering. Door het niet opnemen van de mogelijkheid tot participatie, wordt er geen recht gedaan aan het openbaar karakter van het AB. Burgers kunnen de optie geboden krijgen om in te spreken bij het AB (bv voorafgaand aan de te bespreken agendapunten). Wij willen dat de gemeenschappelijke regeling een duidelijke route opneemt voor participatie. De participatie moet niet via colleges en raden verlopen. Het AB moet voldoen aan de Wgr en dus ook aan het participatie artikel. Wij verwachten dat de mogelijkheid tot inspreken alsnog wordt toegevoegd aan artikel 31B.
24UIT00224
Pagina 2
Wij gaan er vanuit dat onze punten uit de zienswijze betrokken worden bij de uitwerking van de definitieve gemeenschappelijke regeling. Wij wachten de toezending hiervan met belangstelling af.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeester,
C.E. Bos
drs. A.J.M. Laan, l.b.
24UIT00224
Pagina 3