54 Brief Stichting de Schiedamse Molens 2 maart 2022 Steunverzoek integraal debat hoogbouw
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Paul Sporken <psporken@deschiedamsemolens.nl> woensdag 2 maart 2022 10:10 contact@schiedam.nl; Steunverzoek integraal debat hoogbouw 20220216 DHM_The Miller_Schiedam_2022-1098_DEF.pdf
Beste fractievoorzitter, Stichting De Schiedamse Molens heeft recent de publiciteit gezocht rond een bij B&W ingekomen initiatief voor een ultra hoog bouwplan (72 meter, een plint met 23 verdiepingen) in de periferie van de binnenstad. Deze nieuwbouw bedreigt direct de windvang van meerdere molens en is in flagrante strijd met de gemeentelijk en provinciaal beschermde molenbiotoop. Vereniging De Hollandsche Molen heeft als landelijke belangenbehartiger van alle winden watermolens in Nederland de plannen voor The Miller bestudeerd. Ook zij hebben negatief geadviseerd. Zie hun rapport in de bijlage. Onze stichting is door de gemeente Schiedam in het leven geroepen om de belangen van de molenmonumenten zo goed mogelijk te beschermen en dat doen wij al meer dan 40 jaar. Nog nooit hebben wij meegemaakt dat er op zo'n achteloze manier met het molenerfgoed wordt omgesprongen. Stichting De Schiedamse Molens zal zich dan ook tot het uiterste blijven verzetten tegen dit specifieke bouwplan. Daarnaast realiseert de Stichting zich terdege dat Schiedam moet blijven bouwen aan meer, en meer verschillende, woningen. Daar zijn echter qua vorm en locatie vele invullingen voor mogelijk. Marktpartijen weten Schiedam steeds beter te vinden, en er is veel interesse om nieuwe projecten te ontwikkelen.
Dit stelt Schiedam naar de mening van onze stichting voor de fundamentele vraag of ultrahoogbouw (meer dan 25 meter) in de periferie van de binnenstad een goed idee is. De Hoogbouwvisie 2008 geeft hierop geen duidelijk antwoord en uit de stad bereiken ons veel geluiden die hier tegen zijn. Men voelt goed aan dat als dit bouwplan daadwerkelijk wordt gerealiseerd, de deur open staat voor een wand van ultrahoogbouw rond het monumentale centrum. De gemeenteraad dient daarom als vertegenwoordiging van alle Schiedammers hier een weloverwogen antwoord op te formuleren. Welke vorm moet het Schiedam van de toekomst krijgen, in balans met de historische binnenstad (beschermd stadsgezicht) en in harmonie met ons bijzondere verleden? De Stichting pleit voor een Schiedams hoogbouwbeleid dat disproportionele (ultra) hoogbouw weert uit de historische binnenstad zelf en uit de periferie daarvan, met het oog op behoud van het beschermd stadsgezicht en het daarbij passende uitzicht vanuit diezelfde binnenstad. Enkele partijen hebben hun standpunt al met het grote publiek gedeeld terwijl anderen zich hullen in stilzwijgen.
Wij vinden echter dat dit een open discussie zou moeten zijn en vragen daarom aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen nogmaals om het standpunt van uw partij over dit specifieke nieuwbouwproject èn over een nieuw hoogbouwbeleid openbaar te maken en dit met onze stichting te delen. Namens bestuur, personeel en alle molenvrijwilligers met vriendelijke groet,
Paul Sporken medewerker communicatie & educatie Stichting De Schiedamse Molens Doeleplein 6 3111 PA Schiedam T 010 426 12 91 F 010 273 20 54 E psporken@deschiedamsemolens.nl www.deschiedamsemolens.nl Werktijden: ma.| di.| wo.| do. van 9.00 - 15.00 uur
Notitie met betrekking tot de invloed van de ontwikkeling van het bouwplan The Miller te Schiedam, op de molenbiotopen van molen De Kameel en molen De Palmboom.
Per email van 10 februari 2022 is door de stichting De Schiedamse Molens, die zich ten deze laat vertegenwoordigen door de heer H. Boogaard, directeur, verzocht aan De Hollandsche Molen om de invloed van het bouwplan “The Miller” in relatie tot de molenbiotoop en de windvang van molen De Kameel en molen De Palmboom te analyseren en hierover advies te geven. Het advies is op 17 februari 2022 per e-mail aan opdrachtgever verzonden.
De Kameel De Kameel is een ronde stenen stellingmolen met een gevlucht van 25,95 m zonder wiekverbeteringen (een “Oud-Hollands” getuigd gevlucht). De molen is voorzien van een stelling, waardoor de onderste punt van de verticaal staande wiek op ca. 15,50 m boven het omliggende peil is gelegen. Het maaiveld is gelegen op ca. 0,05 m boven NAP.1
De Palmboom De Palmboom is een ronde stenen stellingmolen met een gevlucht van 26,70 m zonder wiekverbeteringen (een “Oud-Hollands” getuigd gevlucht). De molen is voorzien van een stelling, waardoor de onderste punt van de verticaal staande wiek op ca. 16,90 m boven het omliggende peil is gelegen. Het maaiveld is gelegen op ca. 0,20 m boven NAP.2
Ontwikkellocatie De ontwikkellocatie is gesitueerd binnen de 400 m-contour, gemeten vanuit het hart van beide molens, op een kortste afstand van ca. 310 m vanuit het hart van molen De Palmboon en op een kortste afstand van ca. 350 m vanuit het hart van molen De Kameel.3 Opmerking: deze analyse c.q. dit advies richt zich niet op molen De Noord, aangezien molen De Noord is gelegen op een kortste afstand van ca. 410 m uit de ontwikkellocatie; dat betekent dat de ontwikkellocatie buiten de molenbiotoop van molen De Noord ligt. Het beoogde bouwplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex met een maximale bouwhoogte van 24 bouwlagen (ca. 72,00 m) ten opzichte van het lokale peil (0,05 m boven NAP)
1
Het maaiveld is ca. 0,05 m boven NAP gelegen ingevolge de gegevens, zoals opgenomen in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). 2 Het maaiveld is ca. 0,20 m boven NAP gelegen ingevolge de gegevens, zoals opgenomen in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). 3 Ingemeten middels de afstandstool via www.ruimtelijkeplannen.nl.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
1
alsmede groene daken met onder meer hoogopgaande beplanting (zie fig. 1), zie onderstaande uitsneden uit het bouwplan:
Fig. 1. Uitsnede impressie Woontoren The Miller, projectpagina The Miller van KAW (https://www.kaw.nl/projecten/the-miller-schiedam/), laatst geraadpleegd 14 februari 2022.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
2
Fig. 2. Uitsnede impressie Woontoren The Miller, projectpagina The Miller van KAW (https://www.kaw.nl/projecten/the-miller-schiedam/), laatst geraadpleegd 14 februari 2022.
Fig. 3. Uitsnede impressie Woontoren The Miller, projectpagina The Miller van KAW (https://www.kaw.nl/projecten/the-miller-schiedam/), laatst geraadpleegd 14 februari 2022.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
3
Fig. 4. Uitsnede huidige situatie ter plaatse van Woontoren The Miller, projectpagina The Miller van KAW (https://www.kaw.nl/projecten/the-miller-schiedam/), laatst geraadpleegd 14 februari 2022..
Fig. 5. Uitsnede toekomstige situatie ter plaatse van Woontoren The Miller, projectpagina The Miller van KAW (https://www.kaw.nl/projecten/the-miller-schiedam/), laatst geraadpleegd 14 februari 2022.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
4
Vigerende planologie Ter plaatse van de ontwikkellocatie wordt het vigerende planologische regime gevormd door het bestemmingsplan Nieuwland 2016 (NL.IMRO.0606.BP0038-0003). In dit bestemmingsplan zijn de molenbiotopen van de Schiedamse molens, waaronder De Kameel en de Palmboom, planologisch geborgd middels een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop' die op de plankaart is aangeduid met twee concentrische cirkels met een radius van 100 m respectievelijk 400 m, gemeten vanuit het hart van de respectievelijke molens.
Fig. 6. Uitsnede plankaart bestemmingsplan Nieuwland 2016; de gebiedsaanduiding vrijwaringszone – molenbiotoop 400 m is “aangelicht”, de ontwikkellocatie is handmatig met een rode punt aangeduid. Bouwen en gebruik van gronden binnen de windvangzones van molen De Kameel en molen De Palmboom ingevolge de molenbiotoop is in het bestemmingsplan Nieuwland 2016 als volgt bepaald in art. 24.3 Vrijwaringszone – molenbiotoop:
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
5
[…] In hoofdstuk 3.3.10 Molenbeleid Schiedam vermeldt de Toelichting bij het bestemmingsplan Nieuwland 2016 het volgende over de aanwezige molens en het door de gemeente Schiedam gevoerde molenbeleid:
[…]
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
6
Provinciaal beleid In aanvulling op de planologische borging van de molenbiotopen in het vigerende planologische regime zijn de molenbiotopen tevens op provinciaal niveau vastgelegd in de Omgevingsverordening ZuidHolland (NL.IMRO.9928.OVerordening2019-GC04). Op de kaart (kaartlaag 15 “Cultureel Erfgoed”) zijn deze aangeduid met twee concentrische cirkels met een radius van respectievelijk 100 m en 400 m, gemeten vanuit het hart van een molen, zie fig. 6.
Fig. 6. Uitsnede kaart Omgevingsverordening Zuid-Holland (kaartlaag 15 “Cultureel Erfgoed”; de molenbiotopen zijn hierop middels rode concentrische cirkels aangegeven, de ontwikkellocatie is handmatig met een rode punt aangeduid.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
7
In art. 6.25 Bescherming Molenbiotoop Omgevingsverordening Zuid-Holland is het volgende bepaald:
[…] De Toelichting bij de Omgevingsverordening Zuid-Holland geeft navolgende toelichting bij artikel 6.25 molenbiotoop:
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
8
[…] Verordening ruimte 2014/Omgevingsverordening Zuid-Holland versus bestemmingsplan Nieuwland 2016 ▪ De molenbiotoop in het bestemmingsplan Nieuwland 2016 is conform de toen geldende Verordening ruimte 2014; Opmerking: de molenbiotoop in het bestemmingsplan Nieuwland is ook conform de thans geldende Omgevingsverordening Zuid-Holland ▪ Verzoeken om planologische medewerking voor ontwikkelingen binnen de molenbiotoop worden door het daartoe bevoegde bestuursorgaan getoetst aan het bestemmingsplan Nieuwland 2016. Ingevolge artikel 24.3 van het bestemmingsplan Nieuwland 2016 geldt binnen de vrijwaringszonemolenbiotoop dat de 1:30-regel toegepast moet worden op een afstand van 100 m tot 400 m, gemeten vanuit het hart van de molen. Ingevolge het bestemmingsplan Nieuwland 2016 kan van die regels worden afgeweken voor het oprichten van ondergeschikte bouwdelen, dakkapellen en het vergroten van de (nok)hoogte indien sprake is van een situatie waarin de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt is door bebouwing of beplanting én de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder wordt beperkt (en vooraf de Stichting “De Schiedamse Molen” wordt gehoord).
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
9
De Hollandsche Molen merkt hierbij het volgende op: -
In art. 24.3, sub b. van het bestemmingsplan Nieuwland 2016 is bepaald dat binnen een radius van 100 m tot 400 m, gemeten vanuit het hart van de molen, de maximale bouw- en beplantingshoogtes worden vastgesteld middels de 1:30-regel
Opmerking: deze bepaling wijkt af van de in Toelichting van het bestemmingsplan Nieuwland 2016 aangehaalde de nota 'Molenbeleid Schiedam'; in de nota ‘Molenbeleid Schiedam’ is uitgangspunt: “Binnen een straat4 van 100 tot 400 meter is geen nieuwe bebouwing of beplanting toegelaten welke hoger is dan de hoogte van de verticaal staande wiek vermeerderd met 1/50ste van de afstand tussen de bebouwing en beplanting en de molen. Deze regels zijn opgenomen in het bestemmingsplan met zogenoemde molenbiotopen.” -
-
4
De toepassing van de 1:30-regel sluit aan bij het provinciaal beleid voor molenbiotopen in stedelijke context, zoals opgenomen in art. 6.25 Bescherming Molenbiotopen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Afwijking van de 1:30-regel is enkel mogelijk indien er geen verslechtering plaatsvindt van de windvang of dat het verlies aan windvang elders in de molenbiotoop gecompenseerd wordt. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is molen De Kameel niet voorzien van een molenbiotoop; de molens in de Schiedamse binnenstad die met molenbiotoop zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland betreffen De Palmboom, De Noord, De Vrijheid, De Drie Koornbloemen en De Walvisch.
Bedoeld zal zijn ‘straal’.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
10
Biotoopformule Voor het berekenen van de maximale bouwhoogten binnen molenbiotopen, alsmede de planologische borging van molenbiotopen, geldt de biotoopformule van De Hollandsche Molen binnen Nederland als een “gouden standaard”. De formule is opgesteld aan de hand van wetenschappelijk onderzoek, dat in 1982 is gepubliceerd in het werk De inrichting van de omgeving van de molen. Het wijde gebruik van de biotoopformule hangt samen met de toepasbaarheid in alle Nederlandse landschappen door als variabele in de formule een ruwheidscoëfficiënt op te nemen. Het andere grote voordeel van de biotoopformule is het feit dat binnen de biotoopformule middels de “constante” reeds de “maximaal toelaatbare windreductie” van 5% ten opzichte van de “oude” situatie is meegenomen, wat zich vertaalt naar een vermogensverlies van 14%; een grotere reductie wordt gezien als onwenselijk en onevenredig. De formule kan als volgt worden geformuleerd: H(x) = x/n+c*z (toegestane hoogte op afstand x = afstand x/coëfficiënt + (constante x askophoogte)).
Daarbij dient opgemerkt te worden dat de biotoopformule pas gaat ‘werken’ op een afstand van meer dan 100 m, gemeten vanuit het hart van de molen; binnen een radius van 100 m, gemeten uit het hart van de molen, geldt ingevolge de biotoopformule dat de bouwhoogte van bouwwerken niet meer mag bedragen dan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. De askophoogte wordt berekend door de lengte van het gevlucht (een roede) door 2 te delen. Zo kent een molen met een gevlucht van 20 m een askophoogte van 10 m. Bij een verhoogd gebouwde molen, zoals een beltmolen of een stellingmolen, dient daar tevens nog de afstand vanaf aangrenzend maaiveld tot de onderste punt van de onderstaande wiek bij te worden opgeteld. Zo geldt voor molen De Kameel, met een gevlucht van 25,95 m en voorzien van een stelling van 15,50 m hoogte, een askophoogte van 28,48 m (1/2 gevlucht is 12,98 m + 15,50 m vanaf maaiveldniveau tot de onderste punt van de verticaal staande wiek). Dit vertaalt zich naar een (absolute) askophoogte op 28,53 m boven NAP. Voor molen De Palmboom, met een gevlucht van 26,70 m en voorzien van een stelling van 16,90 m hoogte, geldt dan een askophoogte van 30,25 m (1/2 gevlucht is 13,35 m + 16,90 m vanaf maaiveldniveau tot de onderste punt van de verticaal staande wiek). Dit vertaalt zich naar een (absolute) askophoogte op 30,45 m boven NAP.
Zoals hierboven reeds gesteld kan de biotoopformule worden gebruikt in ieder Nederlands landschap door de ruwheidscoëfficiënt aan te passen. Voor de bepaling van de ruwheidscoëfficiënt wordt gebruik gemaakt van de ruwheidsklassentabel van Wieringa, die het landschap classificeert als: “open” (ruwheidscoëfficiënt van 140), “ruw” (ruwheidscoëfficiënt van 75) en “gesloten” (ruwheidscoëfficiënt van 50). Bij een open landschap kan men denken aan open akkerland, waar de wind vrijwel onbelemmerd over het land aan kan komen zetten. Een ruw landschap is bijvoorbeeld landbouwgrond, waarop hoge en lage gewassen elkaar afwisselen, zoals een maisveld of akkers met bomensingels ertussen. Bij een gesloten landschap is er sprake van een landschap, waarbij de bodem vrijwel volledig bedekt is met grote obstakels, zoals woonwijken of grote boerenbedrijven. Aangezien binnen een molenbiotoop meerdere landschapstypen kunnen voorkomen, kan er sprake zijn van meerdere ruwheidscoëfficiënten, afhankelijk van de windhoek. Aangezien zowel molen De Kameel als molen De Palmboom zich binnen een (stedelijke) bebouwde
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
11
omgeving bevinden, kan worden gesteld dat er sprake is van een gesloten omgeving, waardoor een ruwheidscoëfficiënt van 50 toegepast dient te worden voor beide molens. Maximale bouwhoogte ingevolge biotoopformule In het bestemmingsplan Nieuwland 2016 zijn de molenbiotopen van molen De Kameel en molen De Palmboom geborgd middels de 1:30-regel. Op grond daarvan hebben we de maximale bouwhoogte ingevolge de 1:30-regel afgezet tegen de maximale bouwhoogte zoals volgt uit de biotoopformule van De Hollandsche Molen. In het geval van molen De Kameel kan de biotoopformule als volgt worden ingevuld: H(x) = x/50+0,2*28,48.
Op basis van de toepassing van de biotoopformule respectievelijk de 1:30-regel, zoals opgenomen in bestemmingsplan Nieuwland 2016, zijn de volgende maximale bouwhoogten toegelaten, gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse van de molen (0,05 m boven NAP): De Kameel Afstand gemeten vanuit Maximale bouwhoogte ingevolge de Maximale bouwhoogte ingevolge het hart van de molen formule H(x) = x/50+0,2*28,48 de 1:30-regel 0m 15,50 m 15,50 m 50 m 15,50 m 15,50 m 100 m 15,50 m 18,83 m 150 m 15,50 m 20,50 m 170 m 15,50 m 21,17 m 200 m 15,50 m 22,17 m 210 m 15,50 m 22,50 m 220 m 15,50 m 22,83 m 230 m 15,50 m 23,17 m 240 m 15,50 m 23,50 m 250 m 15,50 m 23,83 m 260 m 15,50 m 24,17 m 270 m 15,50 m 24,50 m 280 m 15,50 m 24,83 m 290 m 15,50 m 25,17 m 300 m 15,50 m 25,50 m 310 m 15,50 m 25,83 m 320 m 15,50 m 26,17 m 330 m 15,50 m 26,50 m 340 m 15,50 m 26,83 m 350 m 15,50 m 27,17 m 360 m 15,50 m 27,50 m 370 m 15,50 m 27,83 m 380 m 15,50 m 28,17 m 390 m 15,50 m 28,50 m 400 m 15,50 m 28,83 m
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
12
In het geval van molen De Palmboom kan de biotoopformule als volgt worden ingevuld: H(x) = x/50+0,2*30,25. Op basis van de toepassing van de biotoopformule respectievelijk de 1:30-regel, zoals opgenomen in zoals opgenomen in bestemmingsplan Nieuwland 2016, zijn de volgende maximale bouwhoogtes toegelaten, gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse van de molen (0,20 m boven NAP): De Palmboom Afstand gemeten vanuit Maximale bouwhoogte ingevolge de Maximale bouwhoogte ingevolge het hart van de molen formule H(x) = x/50+0,2*30,25 de 1:30-regel 0m 16,90 m 16,90 m 50 m 16,90 m 16,90 m 100 m 16,90 m 20,23 m 150 m 16,90 m 21,90 m 170 m 16,90 m 22,57 m 200 m 16,90 m 23,57 m 210 m 16,90 m 23,90 m 220 m 16,90 m 24,23 m 230 m 16,90 m 24,57 m 240 m 16,90 m 24,90 m 250 m 16,90 m 25,23 m 260 m 16,90 m 25,57 m 270 m 16,90 m 25,90 m 280 m 16,90 m 26,23 m 290 m 16,90 m 26,57 m 300 m 16,90 m 26,90 m 310 m 16,90 m 27,23 m 320 m 16,90 m 27,57 m 330 m 16,90 m 27,90 m 340 m 16,90 m 28,23 m 350 m 16,90 m 28,57 m 360 m 16,90 m 28,90 m 370 m 16,90 m 29,23 m 380 m 16,90 m 29,57 m 390 m 16,90 m 29,90 m 400 m 16,90 m 30,23 m Wil men een bouwplan realiseren waarin geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de molenbiotoop, dan is de maximale biotoopformule ingevolge de biotoopformule leidend: middels de formule wordt de maximale bouwhoogte berekend, waarin de maximaal toelaatbare windreductie van 5% (een
vermogensverlies van 14%) ten opzichte van de “oude” situatie is meegenomen; een grotere reductie wordt gezien als onwenselijk en onevenredig. Juist het feit dat deze molens maalvaardig zijn, maakt een groter vermogensverlies dan 14% zeer onwenselijk. 2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
13
Molenbiotopen onder de Omgevingswet Naar verwachting treedt eind 2022 de Omgevingswet in werking. Hoewel de Omgevingswet dus nog niet geldt ten tijde van het opstellen van deze notitie, is het in de optiek van De Hollandsche Molen wenselijk om kort uiteen te zetten hoe de molenbiotopen (voor zover nu bekend) onder de Omgevingswet zullen worden beschermd. De molenbiotoop is specifiek opgenomen in het bij de Omgevingswet behorende Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in art. 5.130 “Behoud cultureel erfgoed”, lid 2 onder d.5 In de toelichting van het Bkl is onder meer het volgende vermeld: “[…] Het gaat bij dit onderdeel niet zozeer om het voorkomen van de aantasting van de omgeving op zich, maar om een aantasting van de omgeving van een (voor)beschermd monument die dat monument ontsiert of beschadigt. Het verrichten van activiteiten of de aanwezigheid van een (bouw)werk in de omgeving van een monument kan bijvoorbeeld het aanzicht en de waardering van dat monument negatief beïnvloeden. Daarnaast kan de omgeving van een monument ook van invloed zijn op de instandhouding of het functioneren van een monument. Zo is (de bebouwing of beplanting in) de omgeving van een molen van invloed op de windvang van een molen. Een molen die niet kan functioneren omdat deze onvoldoende wind vangt, heeft een veel groter risico om te vervallen.
[…]” (einde citaat) In de toelichting van het Bkl wordt niet enkel op de bescherming van cultureel erfgoed en het tegengaan van verdere achteruitgang, conform art. 4 van het Verdrag van Granada, ingezet. Een ander belangrijk uitgangspunt dat in de toelichting van het Bkl wordt genoemd betreft de verbetering van de omgeving van een beschermd monument, gericht op de kwaliteit van de (inrichting van de) openbare ruimte, conform art. 7 van het Verdrag van Granada.6
5
Stb-2018-292, art. 5.130: Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden (Besluit kwaliteit leefomgeving), 2018-0831, raadpleegbaar via: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-292.html 6 Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, Granada, 03-10-1985, raadpleegbaar via: https://wetten.overheid.nl/BWBV0002624/1994-06-01
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
14
Tussenliggende gronden Bij de beoordeling van het bouwplan is ook van belang of er op de gronden, gelegen tussen de molen en de ontwikkellocatie, al sprake is van objecten die reeds een windluwe zone binnen de molenbiotoop veroorzaken in de hoek van de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkellocatie is gelegen in de noordoosthoek vanuit molen De Palmboom gezien en in de noordhoek vanuit molen De Kameel gezien. In de hoek waar de ontwikkellocatie zich bevindt, is voor molen De Palmboom geen sprake van belemmering van de windtoevoer door aanwezige beplanting of bebouwing. In de hoek waar de ontwikkellocatie zich bevindt, is voor molen De Kameel reeds sprake van belemmering van de windtoevoer door aanwezige bebouwing, zie onderstaande uitsneden uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN):
Fig. 5: Uitsnede hoogtekaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland via www.ahn.nl/ahn-viewer ; molen De Palmboom is handmatig aangeduid met een rode pijl; molen De Kameel is handmatig aangeduid met een witte pijl; de ontwikkellocatie is handmatig aangeduid met blauwe omlijning. 2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
15
De feitelijke situatie met betrekking tot de invulling van tussenliggende gronden ziet er, gemeten vanuit het hart van de molen naar initiatiefnemers perceel, zowel ten noorden van de ontwikkellocatie als op de ontwikkellocatie zelf, als volgt uit:
Fig. 6: Uitsneden hoogtekaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland via www.ahn.nl/ahn-viewer met bijbehorende hoogteprofielen in meters van de gronden, gelegen tussen molen De Palmboom en de ontwikkellocatie (boven) en molen de Kameel en de ontwikkellocatie (onder). Hieruit volgt dat op zowel de gronden gelegen tussen molen De Palmboom en de ontwikkellocatie als op de ontwikkellocatie zelf geen sprake is van windbelemmerende objecten (de hoogste objecten in deze 2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
16
lijn blijven onder de onderste punt van de verticaal staande wiek). Daarbij merkt De Hollandsche Molen op dat ook ingevolge de verleende omgevingsvergunning Burgemeester Honnerlage Gretelaan 51-67 geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gerealiseerd hoger dan de stellinghoogte van molen De Palmboom. Met betrekking tot molen De Kameel geldt dat op de gronden gelegen tussen de molen en de ontwikkellocatie reeds sprake is van windbelemmerende objecten (de hoogste objecten in deze lijn zijn ca. 30 m hoog, aanzienlijk hoger dan ingevolge de biotoopformule of de maximale bouwhoogte ingevolge de dubbelbestemming vrijwaringszone – molenbiotoop wenselijk respectievelijk toegestaan zouden zijn) op een kortste afstand van ca. 160 m, gemeten vanuit het hart van molen De Kameel.
Conclusie De ontwikkellocatie bevindt zich op een afstand op een afstand van ca. 310 m van molen De Palmboom (gemeten vanuit het hart van de molen tot de dichtstbijzijnde te ontwikkelen bebouwing) en op ca. 350 m van molen De Kameel (gemeten vanuit het hart van de molen tot de dichtstbijzijnde te ontwikkelen bebouwing). Gelet op de aanwezige bebouwing en beplanting in de nabije omliggende omgeving is De Hollandsche Molen van mening dat het voorgestelde bouwplan (een appartementengebouw met 24 bouwlagen en een bouwhoogte van ca. 72,0 m) zal leiden tot een onevenredige afbreuk aan de windvang van beide molens. Daarbij overweegt De Hollandsche Molen dat de invloed van het voorgenomen bouwplan voor molen De Palmboom (nog) aanzienlijk nadeliger is dan voor molen De Kameel. Voor molen De Palmboom geldt dat in de noordoosthoek (waar de ontwikkellocatie is gesitueerd) geen bebouwing of beplanting aanwezig is welke de stellinghoogte van molen De Palmboom overschrijdt; daarnaast bevindt molen De Palmboom zich op kortere afstand van het voorgenomen bouwplan dan molen De Kameel.
Voor beide molens is van belang dat voor een goed functioneren (de molens zijn beiden maalvaardig en malen granen tot meel) en een goed behoud van het “gaande werk” (de stenen en spillen) het regelmatig belast draaien (“in zijn werk”) met de molens bijdraagt aan het behoud van een goede onderhoudsstaat van de molens. Tevens merkt De Hollandsche Molen op dat de invloed van de op te richten beplanting (de “groene daken”) niet is meegenomen in de analyse van dit bouwplan, hoewel deze beplanting boven het beoogde bouwplan kan uitsteken. In de optiek van De Hollandsche Molen zal het realiseren van beplanting op het appartementengebouw additionele windbelemmering veroorzaken, welke de molenbiotoop van zowel molen De Kameel als molen De Palmboom nog verder zal aantasten. Gelet op de aanzienlijke overschrijding van de maximale bouwhoogte ingevolge zowel de biotoopformule als de 1:30-regel, zoals opgenomen in art. 24.3 Vrijwaringszone – molenbiotoop van het bestemmingsplan Nieuwland 2016, alsmede gelet op de huidige bestaande feitelijke inrichting van gronden tussen de ontwikkellocatie en deze molens, adviseert De Hollandsche Molen negatief over het voorgestelde bouwplan.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
17
De Hollandsche Molen is van mening dat aanpassing van het voorliggende bouwplan “The Miller” noodzakelijk is om voldoende windvang te behouden voor molen De Kameel respectievelijk molen De Palmboom. Gelet op de afstand tussen deze molens en de ontwikkellocatie en de huidige bestaande situatie ter plaatse van de ontwikkellocatie adviseert De Hollandsche Molen om de 1:30-regel als uitgangspunt te nemen voor het bepalen van de maximale bouwhoogte voor bebouwing binnen de molenbiotoop van molen De Kameel respectievelijk molen De Palmboom. Hoewel bij toepassing van de biotoopformule rekening wordt gehouden met de maximaal toelaatbare windreductie (5%), waarbij het functioneren van de molen als werktuig niet onevenredig wordt belemmerd, ziet De Hollandsche Molen in dit geval reden om te adviseren de 1:30-regel toe te passen, conform de vigerende planologie respectievelijk het provinciale beleid voor molens in een stedelijke context.
2022-1098 / 17-2-2022 – Molenbiotopen De Kameel en De Palmboom - The Miller gem. Schiedam
18