CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Deelprogramma Klimaatadaptatie Schiedam2025 ONTWERP

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:13.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsprogramma Klimaat

Deelprogramma Klimaatadaptatie

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Klimaatverandering in Nederland 1.2 Schiedam en klimaatadaptatie 1.3 Leeswijzer

2. Visie en ambitie 2.1 Schiedamse visie en ambities 2.2 Meetbare doelstellingen tot 2050

3. Klimaateffecten in beeld 3.1 Schiedam in vogelvlucht 3.2 Klimaatadeffecten op stadsschaal 3.3 Visie van klimaatadaptatie op de uitvoering

4. Klimaatadaptatie op stadsschaal 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Integratie in bestaande projecten: openbare ruimte Integratie in bestaande projecten: ruimtelijke ontwikkelingen Knelpunten op stadsschaal Kansen op stadsschaal Principe-oplossingen op stadsschaal

5. Uitvoeringsprogramma 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Van principe-oplossingen naar uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie per wijk Communicatie, samenwerking en participatie Randvoorwaarden Monitoring en bijsturing Financiën Conclusie en vervolg

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

3 3 4 5

6 6 7

10 10 11 14

15 15 17 19 21 23

25 25 26 40 41 42 43 44

2

1. Inleiding

1.1 Klimaatverandering in Nederland Het klimaat in Nederland verandert, en dat merkt Schiedam ook. In de winter van het jaar 2023-2024 hadden veel inwoners van Schiedam last van grondwater in hun kelder. Ook moest de Maeslantkering sluiten vanwege de storm Pia, met hoge waterstanden in de Nieuwe Maas tot gevolg. Verhoogde temperaturen in zowel buitenruimte als wateren, een hoge neerslagintensiteit en extreme wateroverlast komen steeds meer voor en gaan gepaard met extremen tussen verhoogde en verlaagde grondwaterstanden. Vooral in de oudere wijken leiden deze extreme weersomstandigheden van neerslag, droogte en hitte tot overlast, hinder of schade in zowel openbare ruimte als private ruimte. Voorbeelden hiervan zijn water- en stormschade, zettingen in de ondergrond met nadelige gevolgen voor infrastructuur en bebouwing, schade aan groen, riscio op gezondheidsproblemen, verlies van leefbaarheid en waterkwaliteitsproblemen. Dit zijn gevolgen van extreme weersomstandigheden die Schiedam als stad ook in het verleden al heeft ervaren. Daarnaast heeft het KNMI in 2023 nieuwe klimaatscenario’s gepubliceerd, waarin ook in het meest optimistische scenario met een lage CO2-uitstoot, de klimaatextremen in neerslag, droogte en hitte verder toenemen. Dit betekent dat Schiedam een flinke opgave heeft om de stad klimaatadaptief in te richten.

Op landelijk niveau is er een voorzet gemaakt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over het thema klimaatadaptatie. In mei 2024 beschrijft het PBL zelfs dat Klimaatadaptatie sturend moet worden voor beleidskeuzes op lange termijn. Er moet als land, provincie, regio en stad stappen gezet worden in het klimaatadaptatiebeleid. Vooral in het maken van structurele, klimaatadaptieve, ruimtelijke keuzes in zowel openbare ruimte als bebouwing. Ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie horen hand in hand te gaan. De urgentie van het realiseren van klimaatadaptieve steden is in 2018 vertaald naar een nationaal programma: het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) waarin de ambitie wordt beschreven dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken hierin samen aan zeven gestelde ambities die naast oplossingsgericht ook procesgericht zijn om te komen tot deze klimaatadaptieve steden (Figuur 1.1). Hierin worden kansen gezocht om zo kosteneffectief mogelijk een klimaatadaptieve stad in te richten en iedere kans in de openbare ruimte en ondergrond zo goed mogelijk te benutten. De klimaatverandering is voelbaar in Nederland en brengt nu al grote uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen zullen in de toekomst alleen maar toenemen.

Het is daarom van essentieel belang dat er actief wordt ingezet op klimaatadaptatie, waarbij ruimtelijke ordening en klimaatbestendigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De opgave vraagt om structurele keuzes op het gebied van inrichting van de openbare ruimte en bebouwing, in

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

3

lijn met landelijke richtlijnen zoals het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en het Planbureau voor de Leefomgeving. Door samen te werken met andere overheden en gebruik te maken van elke kans in de openbare ruimte, kan Schiedam bijdragen aan het nationale doel om Nederland uiterlijk in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig in te richten. Daarnaast worden door bij te sturen, kosten bespaard. De urgentie is groot en vraagt om directe, integrale en toekomstgerichte actie.

Figuur 1.1: De 7 ambities uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

1.2 Schiedam en klimaatadaptatie Om de gestelde ambities van het PBL, maar ook de DPRA te verwezenlijken en in Schiedam tot een klimaatadaptieve stad te komen, zal de gemeente aan de slag moeten. Allereerst is het hievoor van belang dat er inzicht is in waar Schiedam nu staat. De eerste stap naar een klimaatadaptieve stad is in 2019 gezet, toen het Klimaatadaptatieplan is vastgesteld. Dit heeft ervoor gezorgd dat klimaatadaptatie in Schiedam een onderdeel is geworden van gebiedsontwikkelingen, projecten en herinrichtingen. Eind 2023 werd het klimaatadaptatieplan opgevolgd met de actualisatie van de klimaatatlas, waardoor nieuwe data inzichtelijk maakt in kaarten welke problematieken ten aanzien van klimaatadaptatie in Schiedam urgent zijn. Deze kaarten zijn te vinden op schiedam.klimaatmonitor.net. De nieuwe kaarten geven aanleiding om het Klimaatadaptatieplan van Schiedam uit 2019 een vervolg te geven in de vorm van een omgevingsprogramma. Inmiddels zijn in de gemeentelijke Rioleringsplannen, specifiek het programma Water en Riolering uit 2023, forse

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

4

stappen gezet in het tegengaan van wateroverlast, droogte, een beter grondwaterbeheer en het verminderen van vuilwater-lozingen naar het oppervlaktewater. Andere thema’s op het gebied van klimaatadaptatie, zoals hitte, verdienen in Schiedam nog extra aandacht om uiteindelijk een klimaatadatieve en voornamelijk toekomstbestendige, stad te realiseren. Voorliggend omgevingsprogramma Klimaatadaptatie, als deelprogramma van het Omgevingsprogramma Klimaat, is een vervolg op het Klimaatadaptatieplan Schiedam (2019). Het doel van dit Omgevingsprogramma is om concrete handelingsperspectieven te bieden voor klimaatadaptatie binnen de wijken van Schiedam in de bestaande, maar ook nieuwe, openbare ruimte. Dit Omgevingsprogramma is een uitwerking van een selectie van de, door de DPRA, gestelde ambities geprojecteerd op de gemeente Schiedam. De kwetsbaarheid van de stad op basis van wateroverlast, droogte en hitte wordt in beeld gebracht, meekoppelkansen worden benut, maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie worden gestimuleerd en er wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. Hiermee maakt de gemeente Schiedam inzichtelijk wat er moet gebeuren om van Schiedam een klimaatadaptieve stad te maken. Dit is in lijn met de visie die geschetst wordt in de Schiedamse Omgevingsvisie.

Er wordt hiermee voortgebouwd op de doelen uit het Klimaatadaptatieplan uit 2019, met name om de opgave in beeld te brengen en aan de slag te gaan met het klimaatbestendig en waterrobuust maken van de stad. In voorliggend programma wordt een concretiseringsslag gemaakt. Het thema klimaatadaptatie wordt verder uitgewerkt met knelpunten en kansen op wijk-niveau en principe-oplossingen per bouwperiode. De principeoplossingen worden gekoppeld aan geplande projecten in de openbare ruimte, waarop een uitvoeringsprogramma voor de komende vijf jaar volgt. Naast fysieke maatregelen worden in dit Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie ook financiële middelen geborgd om inwoners, bedrijven en woningcorporaties te stimuleren om aan de slag te gaan met klimaatadaptatie op hun eigen terreinen. Dit Omgevingsprogramma vormt een integrale benadering en is volledig in lijn met de Omgevingswet, waar integraal denken en handelen een kernwaarde is.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de urgentie van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie beschreven en benadrukt. Hoofdstuk 2 bevat de visie, ambitie en meetbare doelen van de gemeente Schiedam op het gebied van klimaatadaptatie, in samenhang met het landelijke en regionale beleid. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste uitdagingen op stadsniveau beschreven die Schiedam ervaart als gevolg van klimaatverandering. Hoofdstuk 4 biedt een overzicht van de kansen, knelpunten en principe-oplossingen die bijdragen aan het klimaatadaptief maken van Schiedam. Als aanvulling hierop zijn in de bijlage analyses opgenomen per wijk en per bouwperiode. Deze geven op detailniveau inzicht in de exacte locaties van kansen en knelpunten, inclusief passende principeoplossingen. In hoofdstuk 5 wordt het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie beschreven. Hierin zijn de principe-oplossingen vertaald naar concrete maatregelen op specifieke locaties. Deze maatregelen kunnen worden gerealiseerd binnen bestaande gemeentelijke projecten of in samenwerking met externe ontwikkelaars. Ook bevat dit hoofdstuk een overzicht van mogelijke financieringsbronnen, waaronder gemeentelijke middelen, bijdragen vanuit het Hoogheemraadschap, provinciale subsidies en landelijke regelingen.

Ook geeft hoofdstuk 5 een korte samenvatting van factoren die randvoorwaardelijk zijn om in 2050 de meetbare doelstellingen te behalen.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

5

2. Visie en Ambitie van Schiedam Schiedam staat voor de uitdaging van klimaatverandering. In dit hoofdstuk wordt beleid vertaald naar lokale ambities voor de openbare ruimte. Met meetbare doelen voor 2050 wordt koers gezet naar een klimaatbestendig en leefbaar Schiedam.

2.1 Schiedamse visie en ambities In dit omgevingsprogramma klimaatadaptatie worden de landelijke en regionale richtlijnen ten behoeve van klimaatadaptatie gecombineerd met bestaande gemeentelijk beleid. Vanuit het Rijk is de afgelopen jaren veel aandacht uitgegaan voor het vormen van klimaatadaptatiebeleid in Nederland en is geconcludeerd dat klimaatbestendigheid moet worden meegenomen in al het beleid en de uitvoering van overheden. Het Rijk geeft via de Kamerbrief “Water en bodem sturend” (2022) en de “Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving” (2023) richtlijnen mee hoe gemeenten dit kunnen doen. Daarnaast committeert de gemeente Schiedam zich aan regionale afspraken van zowel provincie als hoogheemraadschap zoals de Klimaatadaptatiestrategie 2019: Weerkrachtig Zuid-Holland, de Watervisie en het convenant Klimaatadaptief Bouwen waarin handreikingen en richtlijnen worden beschreven voor de transitie naar een klimaatadaptieve stad. Naast het beleid op grotere schaal wordt ook in het gemeentelijke Schiedamse beleid vaak verwezen naar klimaatadaptieve richtlijnen voor de fysieke leefomgeving van Schiedam.

Voor dit programma zijn de volgende beleidsstukken leidend: • De Schiedamse Omgevingsvisie (2025) • Klimaatbeleid (2020) • Omgevingsprogramma Water en Riolering (2023) • Groen-blauwe Structuurvisie (2015) • Groenvisie (2021) • Wateragenda (2023) • Woonvisie (2020) • Mobiliteitsvisie (2020) • Economische visie (2021) In de Schiedamse Omgevingsvisie en in het Klimaatbeleid is in hoofdlijnen vastgelegd dat iedere ontwikkeling in Schiedam moet bijdragen aan de realisatie van een toekomstbestendige, en klimaatbestendige stad. Hierin worden nog geen exacte maatregelen geschetst, maar worden vooral doelstellingen beschreven voor heel Schiedam. In het Programma Water en Riolering wordt de nadruk gelegd op het omgaan met water in de stad met betrekking tot hemelwater, grondwater en afvalwater. In de Groenblauwe Structuurvisie wordt ook aandacht gegeven aan klimaatadaptatie, waarbij uitgangspunten worden geschetst voor voornamelijk de omgang met water en hittestress in de stad. Ook de Groenvisie richt zich op het klimaatbestendig maken van de stad door meer in te zetten op het voorkomen van schade door klimaatextremen en ziet doelgerichte vergroening als een zeer waardevolle bijdrage Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

6

hiervoor. In de Wateragenda en het bijbehorende uitvoeringsprogramma staan afspraken over het omgaan met water in de stad waarin water en bodem als sturend worden gezien voor ruimtelijke ontwikkelingen om op langere termijn klimaatbestendig te blijven. De Woonvisie beschrijft de noodzaak om klimaatadaptief te bouwen om een leefbare stad te behouden. Hierin wordt de verhouding groen tegenover gebouwde omgeving bij elke ontwikkeling tegen elkaar afgewogen om de leefkwaliteit te waarborgen. In de Mobiliteitsvisie wordt een beeld geschetst van aanpassingen aan de verkeersstromen en snelheden die ruimte maken voor vergroening en daarbij ruimte in de stad maken voor maatregelen die passen bij een klimaatadaptieve stad. Ten slotte wordt in de Economische visie beschreven dat er wordt gestreefd naar het behoud en/of de realisatie van kwalitatief hoogwaardige en duurzame bedrijventerreinen. Daarnaast wordt in de verschillende visies en programma’s gewerkt met ruimtelijke raamwerken. Deze raamwerken vormen de de basis voor verschillende gebiedsontwikkelingen die in Schiedam plaatsvinden. Zij zorgen voor samenhang tussen groen, water, infrastructuur, wonen, werken en voorzieningen, en maken het mogelijk om integrale keuzes te maken op het gebied van leefbaarheid, waarbij klimaatadaptatie ook wordt meegenomen.

Binnen deze ruimtelijke raamwerken worden de hoofdlijnen voor inrichting en gebruik van de ruimte vastgelegd, zodat iedere ontwikkeling kan bijdragen aan een robuuste, toekomstbestendige en klimaatbestendige stad. Hiermee wordt richting gegeven aan de manier waarop vergroening, wateropgaven, mobiliteit en economische functies elkaar versterken in de stedelijke omgeving. Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie bundelt de landelijke, regionale en gemeentelijke richtlijnen en beleidsstukken in één samenhangend kader dat zich richt op doelstellingen voor de gehele stad waardoor ontwikkelingen in de stad bijdragen aan een toekomstbestendig Schiedam.

2.2 Meetbare doelstellingen tot 2050 Om invulling te geven aan de landelijke en regionale ambities op het gebied van klimaatadaptatie, stelt de gemeente Schiedam meetbare doelstellingen op voor 2050. Deze doelen richten zich voornamelijk op de inrichting van de openbare ruimte, wat ook de ruimte is waar de gemeente directe invloed op kan uitoefenen. De doelstellingen zijn zorgvuldig afgeleid van bestaande beleidskaders van de gemeente Schiedam en sluiten aan bij relevante regionale en landelijke richtlijnen, zoals het convenant ‘Klimaatadaptief Bouwen’ en de ‘Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving’. Hiermee wordt gezorgd voor consistentie en afstemming met bredere beleidsdoelen, terwijl tegelijkertijd concrete handelingsperspectieven voor de gemeentelijke uitvoering worden geformuleerd. Daarnaast bieden deze doelstellingen houvast voor samenwerking met maatschappelijke partners en marktpartijen. Op deze manier ontstaat een duidelijke koers richting een klimaatrobuuste en toekomstbestendige leefomgeving. De doelen ter voorkoming van wateroverlast komen uit het Schiedamse Programma Water en Riolering. Hierin wordt gesteld dat bij een bui van 60 millimeter in één uur: • deze zo veel mogelijk in de openbare ruimte wordt opgevangen zodat panden • geen schade ondervinden. • hoofdwegen en hoofdontsluitingen toegankelijk blijven.

• alle afkoppelkansen (het scheiden van afvalwater en hemelwater) worden benut. • de grondwaterstand de aan de grond gegeven bestemming niet nadelig beïnvloed. In de landelijke maatlat wordt ook een voorstel gedaan voor doelstellingen voor andere thema’s die met klimaatadaptatie te maken hebben. In Schiedam worden de doelstellingen op de thema’s hitte, droogte en overstromingen geformuleerd waarbij, naast de bovenstaande doelstelling voor wateroverlast, de volgende doelstellingen voor deze thema’s als haalbaar worden gezien als haalbaar gezien:

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

7

Voor hitte is de doelstelling voor Schiedam dat er voor iedere woning op maximaal 300 meter loopafstand ten minste 200 vierkante meter aan groene koele ruimte beschikbaar is en ten minste 40% schaduw op doorgaande fiets- en wandelroutes gemeten op een extreem hete dag van ten minste 30 graden. Dit doet de gemeente om: • de stad leefbaar te houden • voldoende koele biodiverse openbare verblijfsplekken te bieden • hittebestendige langzaamverkeersroutes te realiseren.

Tegen droogte is tenminste 15%-45% van de openbare ruimte groen ingericht, afhankelijk van het groendoel per wijk om te zorgen voor: • langzame infiltratie van regenwater en daardoor in de zomer tijdens droogte • voldoende (grond)water vast te houden en groen in de stad te behouden. • Voorkomen van grondwateronderlast en funderingsschade.

Bij een overstroming dienen kwetsbare functies in de stad te blijven functioneren en voldoende vluchtroutes beschikbaar te zijn: • om de veiligheid van de inwoners van Schiedam te kunnen borgen

* De gestelde doelen voor grondwater bij neerslag en droogte, zijn gebaseerd op resultaten van een uitgebreid grondwateronderzoek van Aveco de Bondt uit 2024. ** De doelen van de Landelijke Maatlat gaan over nieuwbouw, maar deze worden in dit programma als richtlijn gebruikt voor bestaande wijken, mits deze hiervoor haalbaar zijn. Voor het genoemde percentage groen in de openbare ruimte stelt Schiedam per wijk realistische doelen voor 2050. Deze doelen zijn gebaseerd op de huidige groenpercentages in de openbare ruimte in deze wijken. Hierbij is de grens gelegd voor een benodigde toename tot maximaal 10% ten opzichte van de huidige situatie, om een realistisch meetbaar doel te formuleren. In tabel 1 worden de groendoelen per wijk geformuleerd. GROENDOELEN PER WIJK Historische kernen Binnenstad

15%

Ketheldorp

40%

Vooroorlogse stadswijken Schiedam-Oost/Zuid/West

30%

Bijdorp

35%

Wederopbouw Nieuwland

35%

Groenoord

45%

Tuindorp

45%

Stadsvernieuwing, vinex en recente nieuwbouw Sveaparken

35%

Woudhoek

35%

Harga

35%

Bedrijventerreinen Spaanse Polder/’s Gravelandsepolder

20%

Schiedamse Havens en Nieuw Mathenesse

20%

TABEL 1: Groendoelen per wijk voor de openbare ruimte van Schiedam, zichtjaar 2050.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

8

2.2.1 Verankering in het omgevingsplan Met het formuleren van deze meetbare doelen geeft de gemeente Schiedam richting aan een toekomstbestendige, klimaatadaptieve stad. Door concreet te sturen op thema’s als wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen, wordt klimaatadaptatie verankerd in de ruimtelijke inrichting van de stad. Deze doelen vormen daarmee niet alleen een leidraad voor ruimtelijke ontwikkeling tot 2050, maar ook een toetsingskader voor projecten en plannen in de openbare ruimte. Zo werkt Schiedam stap voor stap aan een leefbare, veilige en klimaatbestendige omgeving voor huidige en toekomstige generaties. De meetbare klimaatadaptatiedoelen vormen de basis voor het omgevingsplan als richtinggevende elementen binnen de beleidsdoelen en regels voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat ze worden verankerd in programma’s en afwegingskaders die bij ruimtelijke ontwikkelingen worden toegepast. Bij vergunningverlening, herinrichting van de openbare ruimte of nieuwbouwprojecten kunnen deze doelen dienen als toetsingskader of als uitgangspunt voor nadere eisen en afwegingen. Door ze juridisch en beleidsmatig te verbinden aan het omgevingsplan, wordt de realisatie van klimaatadaptieve maatregelen structureel onderdeel van ruimtelijke keuzes, investeringsbeslissingen en samenwerking met externe partijen.

2.2.2 Kanttekeningen Voor de geformuleerde meetbare doelen voor 2050 op de verschillende thema’s van klimaatadaptatie zijn er de volgende kanttekeningen: •

•

•

•

•

•

•

De meetbare doelen gaan in eerste instantie over de bestaande openbare ruimte, waar de gemeente Schiedam zelf invloed op heeft. Er liggen ook kansen op private ruimte. Hier wordt verder op ingegaan in de principe-oplossingen per bouwperiode. In het uitvoeringsprogramma worden maatregelen opgenomen om private partijen te stimuleren om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. De meetbare doelen gaan over bestaand gebied. Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van de provinciale Leidraad “Bouwadaptief”. In het uitvoeringsprogramma worden maatregelen opgenomen om deze klimaatadaptieve eisen voor nieuwbouw te verankeren in juridische instrumenten zoals het Omgevingsplan. Momenteel wordt een landelijke maatlat klimaatadaptatie voor bestaand bebouwd gebied opgesteld, waarbij de huidige maatlat (voor nieuwbouw) de basis vormt. Mogelijk geeft deze maatlat aanleiding tot aanscherping van de Schiedamse doelen voor bestaand gebied. De doelstelling voor wateroverlast wordt gesteld op het voorkomen van schade aan panden of infrastructuur bij een bui van 60 millimeter in een uur. Dit is een hevige bui die in het huidig klimaat eens per 100 jaar voorkomt. De bui is gekozen binnen het beleid voor water en riolering en vanuit een afweging tussen kosten en een zekere risico-acceptatie. De doelen voor hitte richten zich vooral op het creëren van schaduw.

Dat kan door bomen, maar ook door gebouwen of schaduwdoeken. Het creëren van schaduw met groen heeft een groter verkoelend effect en heeft de voorkeur omdat dit ook bijdraagt aan een gezonde, biodiverse leefomgeving. De doelen voor overstromingen worden op stadsniveau beschouwd. De handelingsperspectieven in de openbare ruimte zijn beperkt. Om deze doelen te bereiken is samenwerking met de Veiligheidsregio, netbeheerders en nutsbedrijven nodig. Dit komt terug in het uitvoeringsprogramma in hoofdstuk 5. Ingrepen op bedrijventerreinen worden afgestemd met stakeholders en/of belanghebbenden (met name de bedrijven en ondernemersverenigingen ter plaatse). Hierbij staat het verder versterken en toekomstbestendig maken van het economische vestigingsklimaat centraal. Het uitgangspunt hiervoor is dat essentiële vestigingsfactoren als bereikbaarheid en functionaliteit van het bedrijventerrein in stand blijven en verbeteren.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

9

3. Klimaateffecten in beeld Schiedam is gevormd door water, bodem en geschiedenis – en die kenmerken bepalen nu de toekomst van de stad. Dit hoofdstuk geeft een analyse van Schiedam als geheel. Aan bod komen het ontstaan en de uitbreiding van de stad, het huidige hoogteverloop, de bodemopbouw en de structuur van water en groen. Daarnaast wordt geïnventariseerd welke klimaateffecten op stadsschaal bepalend zijn.

3.1 Schiedam in vogelvlucht De eerste nederzettingen in het gebied ontstonden op de oude rivierafzettingen en kreekruggen van zavel (een mengsel van zand en klei) en zand langs de Schie en de boezems. Om het land te beschermen tegen het water werden eenvoudige dijken gebouwd. Hier onstonden de eerste polders waar de natte veen- en kleigronden uitstekend geschikt waren voor akkerbouw en veeteelt. Schiedam kreeg pas betekenis doordat in 1230 een dam werd aangelegd in de Schie om de achterliggende polders beter te kunnen beschermen tegen het water van de grote rivier. De eerste huizen werden langs de dam en op de aanliggende dijken gebouwd. Uiteindelijk zijn ook de polders gebruikt voor bebouwing. In Figuur 3.1 is weergegeven waaruit de ondergrond van Schiedam is opgebouwd. Na de plaatsing van de dam groeide Schiedam snel vanwege de strategische ligging aan de rivier waar een knooppunt van handel en overslag van goederen ontstond aan deze dam. Een stelsel van sloten, singels en havens werd gebouwd, waardoor overtollig grondwater via de Schie kon worden afgevoerd. Dit heeft tevens tot daling van de bodem geleid. Inmiddels ligt een groot deel van Schiedam onder het zeeniveau. Het hoogteverschil in de stad varieert tussen +4.0m NAP in de buitendijkse gebieden in het zuiden, tot +1.5m NAP in het boezemland en -2.0m NAP in de polders. (Figuur 3 2).

Figuur 3.1: Bodemopbouw (Defacto, op basis van brondata: Nelen & Schuurmans)

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

10

In Schiedam bestaat het binnendijks gebied uit boezemland en polders. Het boezemland, waaronder de oude oeverwallen met een stevige bodem van zand, ligt boven zeeniveau en kan op een natuurlijke manier afwateren naar de Schie. De polders zijn ontstaan door de aanleg van dijken die zijn aangelegd op de oude oeverwallen en kreekruggen langs de kreken, boezems en rivieren. In de polders moesten sloten worden gegraven om de bestaande klei- en veengronden te ontwateren. Het overtollige water werd eerst met molens en later met gemalen uit de polder naar de singels en vaarten gepompt en van daaruit naar de rivier. De dijk langs de Nieuwe Maas, de Delflandsedijk, is aangelegd om het binnendijkse poldergebied te beschermen tegen de overstromingen vanuit de grote rivier. Bij extreem hoog water sluit de Maeslantkering, de stormvloedkering die behoort tot de Deltawerken, bij de monding van de Nieuwe Maas om het gehele achterland te beschermen. Inmiddels is Schiedam doorgegroeid naar een stad met een unieke landschappelijke ligging met belangrijke groenblauwe verbindingen, de Schie en de Poldervaart, tussen de Nieuwe Maas en de landelijke polders van Midden-Delfland.

Figuur 3.2: Hoogteverloop (Defacto, op basis van brondata: AHN4)

3.2 Klimaateffecten op stadsschaal Door de rijke geschiedenis en de wijze van uitbreiding van Schiedam is de stad vandaag de dag zeer dichtbebouwd. Deze bebouwingsdichtheid in combinatie de kenmerken van de bodem, ondergrond, inrichting en ligging van de stad zorgen ervoor dat op stadsschaal de volgende klimaateffecten te herkennen zijn: •

•

•

•

Wateroverlast en schade aan infrastructuur en groen, door extreme neerslag en verhoogde grondwaterstanden. In heel Schiedam zijn vergelijkbare uitdagingen in het beheersen van de grondwaterstand om wateroverlast te voorkomen. Daarom wordt dit klimaateffect beschouwd op zowel stadsschaal als per wijk. Principe-oplossingen voor hoge en lage grondwaterstanden worden behandeld en worden in de bijlage gespecificeerd naar wijkniveau met kansen en knelpunten. Wateroverlast door hevige neerslag is veel lokaler van aard, en wordt volledig op wijkniveau beschouwd in hoofdstuk 4 en in de bijlage. Schade aan funderingen en infrastructuur, door extreme droogte. Droogte leidt tot dalende grondwaterstanden en kan daarmee aanzienlijke schade veroorzaken aan funderingen, infrastructuur en groen. In heel Schiedam speelt de uitdaging om schade door droogte te beperken, waarbij zowel stadsschaal als wijkniveau relevant zijn. Principe-oplossingen voor het beperken van schade door droogte worden behandeld en zijn in de bijlage nader uitgewerkt per wijk, met een overzicht van kansen en knelpunten op kaart. Gezondheid en leefbaarheidrisico’s, door extreme hitte. Het effect van hitte wordt op stadsschaal beschouwd. Zo wordt duidelijk welk effect de stadsbrede groenen waterstructuren hebben op de gevoelstemperatuur op een extreem hete dag.

Daarna wordt het effect van hitte bekeken op bouwperiode en later op wijkniveau, inclusief principe-oplossingen en later de lokale kansen voor de aanpak van hittestress. Overstromingen als gevolg van dijkdoorbraken. Als een primaire of secundaire dijk doorbreekt is het overstroomde gebied groter dan een individuele wijk. Ook zijn mogelijke maatregelen wijk-overstijgend. Dit effect wordt daarom alleen op stadsschaal bekeken.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

11

3.2.1 Wateroverlast en droogte In Schiedam fluctueren grondwaterstanden per gebied. Deze fluctuatie zorgt voor problemen in de stad. Uitzakkende grondwaterstanden zorgen voor verzakking van wegen en panden terwijl hoge grondwaterstanden, dicht op het maaiveld, in natte periodes zorgen voor opkomend grondwater in kruipruimtes en kelders. De gemeente Schiedam spant zich in om te voorkomen dat een te lage of te hoge grondwaterstand structureel nadelige gevolgen kan veroorzaken aan de grond gegeven bestemmingen. De gewenste grondwaterstand sluit aan bij het peilbesluit. Figuur 3.3 laat zien dat de gemeten grondwaterstand op veel plekken gemiddeld te laag is. Dit geldt nu, maar uit onderzoek van Aveco de Bondt uit 2024, blijkt dat ook zo te zijn in het verwachte, toekomstige, klimaat. Hoge grondwaterstanden lijken vanuit dit onderzoek van Aveco de Bondt in Schiedam een minder urgent probleem te zijn. In de praktijk komt grondwateroverlast met regelmaat voor. Het grondwaterbeheer in Schiedam vereist een voortdurende balans om zowel te lage als te hoge waterstanden te voorkomen.

Figuur 3.3. Resultaten grondwateronderzoek (Defacto, op basis van brondata: Aveco de Bondt, 2023).

3.2.2 Hitte Op een hete zomerse dag kan de luchttemperatuur in de stad flink oplopen. De gevoelstemperatuur kan echter nog hoger zijn, helemaal als het windstil is en er weinig schaduw en groen in de buurt is. Figuur 3.4 laat de berekende gevoelstemperatuur op de maatgevende warme dag, 1 juli 2015 waarop het ten minste 30 graden celcius was, zien via de landelijke methode, ontwikkeld door Wageningen Universiteit. Stenige delen van Schiedam, zoals snelwegen, woonwijken en bedrijventerreinen, warmen op een dag met een dergelijke temperatuur fors meer op dan de groene en schaduwrijke delen van de stad. Er zijn op de kaart ook verschillen tussen de wijken te herkennen. Zo werd er in de jaren ‘60 veel minder dicht bebouwd dan in de vooroorlogse wijken en blijft er meer ruimte voor groen en koelte over. In de nacht geven de versteende oppervlakken de warmte weer af, waardoor de hitte in de stad blijft hangen. Tussen hoogbouw die dicht op elkaar staat blijft de warmte nog langer hangen, omdat de lucht minder makkelijk ververst door gebrek aan luchtcirculatie. Ook de inwonerdichtheid heeft effect op de nachthitte: meer inwoners betekent dat er ook meer warmte geproduceerd wordt die ’s nachts blijft hangen, bijvoorbeeld door gebruik van auto’s, airco’s en andere apparaten.

Figuur 3.4. Berekende gevoelstemperatuur op de maatgevende hete dag: 1 juli 2015. (Defacto, op basis van brondata Klimaatmonitor Schiedam)

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

12

3.2.3 Overstromingen Schiedam wordt beschermd door primaire keringen en regionale keringen. De primaire keringen zijn te vinden langs de Nieuwe Maas en regionale keringen bevinden zich langs de beide zijden van de Schie, ook wel de boezemwatergang genoemd. Bij stijging van de zeespiegel, in combinatie met veel regen, kan de Nieuwe Maas, geleden ten zuiden van Schiedam, haar water minder makkelijk kwijt. Dat geldt vervolgens ook voor de afvoer vanuit de polders en het boezemland, waardoor dergelijke omtandigheden leiden tot hoge waterstanden in zowel de Nieuwe Maas als de boezemwatergangen. Hoge waterstanden leiden tot overstromingsrisico’s. Hiermee moet rekening mee worden houden in de ruimtelijke inrichting van zowel de openbare ruimte als de bebouwing, maar ook in de calamiteitenbeheersing om zo veel mogelijk kwetsbare objecten in de stad bereikbaar te houden. Figuur 3.5 laat het berekende overstromingsbeeld zien voor Schiedam, waarin zowel primaire als regionale keringen zijn meegenomen. De gemeente Schiedam zorgt er samen met de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en het waterschap: het Hoogheemraadschap van Delfland ervoor dat haar primaire, maar ook regionale waterkeringen sterk genoeg zijn om Schiedam te blijven beschermen tegen overstromingen. Ook met het veranderend klimaat in acht genomen waarbij steeds vaker extreme weersomstandigheden zullen voorkomen.

Figuur 3.5: Overstromingsbeeld bij doorbraak van primaire en regionale keringen (Defacto, op basis van brondata: Risicokaart.nl).

3.2.4 Conclusie De analyse van Schiedam laat zien dat de stad, door haar historische ligging en ontwikkeling, unieke kansen en uitdagingen kent op het gebied van klimaatadaptatie. De combinatie van boezemland, polders en stedelijke verdichting zorgt voor variërende grondwaterstanden, lokale hitte-eilanden en risico’s op overstromingen. Wateroverlast, droogte, extreme hitte en overstromingen vormen de belangrijkste klimaateffecten op stadsschaal. Tegelijkertijd bieden de bestaande groenblauwe structuren, waaronder de Schie en de Poldervaart horen, belangrijke mogelijkheden om de effecten van toekomstige klimaatveranderingen te verminderen. Om Schiedam klimaatbestendig te maken richting 2050 is een integrale aanpak nodig, waarbij maatregelen dienen te worden afgestemd op stads- en wijkniveau, bestaande projecten benut dienen te worden, samenwerking met partners dient te worden versterkt en de uitvoering continu dient te worden gemonitord en bijgestuurd. Daarnaast vraagt de opgave om een bestuurlijke en organisatorische borging: duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden, intensieve samenwerking met het waterschap: het Hoogheemraadschap van Delfland en de provincie, en een actieve dialoog met inwoners en ondernemers.

Deze analyse vormt daarmee niet alleen de inhoudelijke basis voor de uitwerking van maatregelen, maar ook de bestuurlijke agenda om in Schiedam te voldoen aan de gestelde landelijke, provinciale en lokale doelstellingen en in de komende jaren Schiedamals als klimaatadaptieve stad ontwikkelen om in 2050 toekomstbestendig te zijn ingericht.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

13

3.3 Visie van Klimaatadaptatie op de uitvoering Uit de analyse van de huidige situatie blijkt dat er in Schiedam nog verschillende stappen nodig zijn om de geformuleerde, maatgevende, klimaatadaptatiedoelstellingen voor 2050 te realiseren. Hoewel er al waardevolle maatregelen zijn genomen, laat de huidige stand van zaken zien dat er in de uitvoering veranderingen nodig zijn om de ambities daadwerkelijk te behalen. De uitdagingen verschillen per wijk en thema, en vragen daarmee om een wijkgerichte aanpak. Om deze opgave efficiënt en praktisch uitvoerbaar aan te pakken, is een plan van aanpak opgesteld dat bestaat uit de volgende pijlers: Integratie in bestaande projecten: •

•

•

•

•

Integratie in bestaande projecten Bij alle geplande werkzaamheden in de openbare ruimte – zoals rioolvervanging, herinrichting en de aanleg van groenvoorzieningen – worden klimaatadaptieve maatregelen standaard meegenomen. Dit voorkomt extra kosten en versnelt de uitvoering. Wijkgerichte kansen en knelpunten: Op basis van de wijkanalyses worden gebieden aangepakt waar de grootste knelpunten en kansen liggen. Hierbij wordt maatwerk geleverd op basis van specifieke klimaateffecten en ruimtelijke kenmerken per wijk. Samenwerking en participatie: De gemeente werkt intensief samen met partners zoals het waterschap, woningcorporaties en ontwikkelaars. Daarnaast wordt bewonersparticipatie ingezet om draagvlak te creëren en lokale kennis te benutten bij het realiseren van maatregelen. Financiering en koppelkansen: Om de opgave financieel haalbaar te maken, worden klimaatadaptieve maatregelen gekoppeld aan andere investeringen in de stad. Daarnaast wordt actief gebruikgemaakt van externe financieringsbronnen, zoals provinciale subsidies en Rijksmiddelen uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Monitoring en bijsturing: De voortgang richting 2050 wordt gemonitord aan de hand van concrete indicatoren. Tweejaarlijkse evaluaties maken het mogelijk om tijdig bij te sturen en waar nodig nieuwe maatregelen te formuleren of het uitvoeringsprogramma aan te passen.

In de volgende hoofdstukken worden bovenstaande punten stapsgewijs doorlopen en zet Schiedam een realistische koers uit richting een klimaatbestendige stad in 2050.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

14

4. Klimaatadaptatie op stadsschaal De toekomst van Schiedam vraagt om slimme keuzes. Dit hoofdstuk belicht de belangrijkste kansen en knelpunten op stadsschaal en presenteert principe-oplossingen voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Het hoofddocument biedt een compact overzicht, terwijl de bijlage dieper ingaat op bouwperiodes en wijken, zodat per locatie passende oplossingen inzichtelijk worden.

4.1 Integratie in bestaande projecten: openbare ruimte De gemeente Schiedam staat de komende jaren voor diverse opgaven in de openbare ruimte, waaronder het herstel, de herinrichting en de vervanging van riolering, wegen en openbaar groen. Deze geplande werkzaamheden bieden belangrijke kansen om klimaatadaptieve maatregelen op een efficiënte manier mee te nemen. Om de klimaatdoelstellingen voor 2050, zoals geformuleerd in hoofdstuk twee, te realiseren in Schiedam, is het essentieel dat bij elk ruimtelijk project structureel wordt gekeken naar de thema’s van klimaatadaptatie: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingsrisico’s. Door deze thema’s te integreren in het beleid, het proces en de uitvoering van bestaande en toekomstige projecten, wordt klimaatadaptatie een vast onderdeel van het reguliere werkproces in de openbare ruimte. Figuur 4.1 geeft een overzicht van de projecten die de gemeente Schiedam de komende jaren uitvoert. Voor elk van deze projecten is het van belang dat wordt beoordeeld welke klimaatadaptieve ingrepen mogelijk, maar ook welke wenselijk zijn gezien de gestelde doelen voor 2050. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de wijkanalyses en principe-oplossingen uit de bijlage, zodat maatwerk per locatie kan worden geleverd.

Waar mogelijk worden deze maatregelen gekoppeld aan andere opgaven, zoals vergroening, verbetering van de leefkwaliteit en biodiversiteit, om zo tot integrale en toekomstbestendige oplossingen te komen.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

15

Figuur 4.1 Geplande projecten in de openbare ruimte (Defacto, op basis van input Nelen & Schuurmans)

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

16

4.2 Integratie in bestaande projecten: ruimtelijke ontwikkelingen Op een klimaatbestendige manier bouwen en ontwikkelen is een belangrijke en urgente stap om te zetten in Schiedam. De woningbouwopgave is groot, met het risico dat het beperken van de kosten en een kortere ontwikkeltijd voorrang hebben met als gevolg dat de verwachte klimaatverandering onvoldoende worden meegenomen. Provincie Zuid-Holland biedt via Bouwadaptief.nl richtlijnen om eisen voor klimaatadaptatie mee te nemen bij nieuwbouw. Het gaat dan zowel om de inhoud als het proces. In Schiedam wordt er gewerkt aan een effectief proces in de communicatie naar projectontwikkelaars en ook het vastleggen van deze procedure voor toetsing van een ontwerp. Schiedam betrekt het Hoogheemraadschap van Delfland hierin, zodat ook de weging van het waterbelang goed aansluit bij de gestelde eisen voor nieuwbouw. In figuur 34.2 wordt weergegeven waar in de stad op de tijd van schrijven van dit omgevingsprogramma wordt gewerkt. Door de richtlijnen van bouwadaptief.nl en de richtlijnen van de Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving bij ieder project mee te nemen worden er in Schiedam grote stappen gezet naar een klimaatadaptieve stad.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

17

Figuur 4.2 Ontwikkellocaties nieuwbouw (Defacto, op basis van input gemeente Schiedam)

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

18

4.3 Knelpunten op stadsschaal In Schiedam zijn op verschillende locaties knelpunten aanwezig die uitdagingen vormen voor de leefbaarheid in de stad bij significante, voorspelde, veranderingen in het klimaat. Voor heel Schiedam zijn deze knelpunten in kaart gebracht voor zowel de openbare ruimte als privégronden om een inzicht te geven in zowel de huidige als toekomstige problematiek als het gaat om wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Zo wordt op veel locaties in de stad wateroverlast ervaren bij een hevige bui waarbij 60 millimeter neerslag in een uur valt en kan een dergelijke bui op sommige plekken zelfs voor schade aan de panden zorgen. Bij zo’n bui staan, volgens de data uit de Klimaatatlas, veel straten onder water en zijn deze zelfs niet meer begaanbaar. Voornamelijk voor hoofdwegen in de stad is dit problematisch omdat hierdoor veel kwetsbare objecten zoals gezondheidsinstellingen en scholen onbereikbaar worden. Met name voor deze belangrijke routes in de stad is het van belang dat er oplossingen komen in de vorm van een ruimtelijke ingreep om deze wegen begaanbaar te houden. Wel is op deze kaart goed te zien dat veel groene plekken ook vol met water komen te staan bij een hevige bui, dit wordt als positief gezien omdat hiermee geen overlast wordt veroorzaakt rondom woningen en andere faciliteiten, en de stad leefbaar blijft.

Verder komen er op de knelpuntenkaart naast knelpunten op wateroverlast ook knelpunten op hittestress naar voren. Zo wordt duidelijk dat in verschillende gebieden, voornamelijk in de vooroorlogse wijken en op de industrieterreinen, koele plekken zich voor veel inwoners en werknemers op meer dan 300 meter loopafstand bevinden. Dit zorgt ervoor dat, op een hete dag, koele plekken voor deze personen slecht toegankelijk zijn en hun gezondheid in het geding kan komen, maar ook de leefbaarheid van de stad omlaag wordt gebracht. Kortere groene routes en meer koele plekken zijn noodzakelijk om de kwaliteit van de stad te waarborgen. Verder worden op de kaart belangrijke routes aangegeven voor langzaamverkeer die over minder dan 40% schaduw beschikken en daarmee minder aantrekkelijk zijn op een hete dag. Concluderend geeft de knelpuntenkaart aan waar de noodzaak ligt voor verbetering van de stad om de gezondheid en leefbaarheid van de stad te waarborgen. In de bijlage wordt verder uiteengezet welke knelpunten er per wijk zijn en hoe hierop ingespeeld kan worden als het gaat om ruimtelijke inrichting van de stad.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

19

Figuur 4.3: Ruimtelijke knelpunten klimaatadaptie stadsschaal (Defacto, op basis van input Nelen & Schuurmans)

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

20

4.4 Kansen op stadsschaal In Schiedam zijn er ruimtelijk gezien op verschillende plekken kansen om anders om te gaan met de inrichting van de ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie en de stad hiermee voor te bereiden op toekomstige klimaateffecten. Voor heel Schiedam zijn deze kansen in kaart gebracht voor zowel de openbare ruimte als privégronden om een inzicht te geven in mogelijke oplossingen. Zo wordt er op plekken waar al veel groen aanwezig, zoals parken en grote groenstructuren, bovengrondse waterberging als kans gezien. Ook wordt er op een aantal van deze plekken een zoekgebied voorgesteld voor waterberging aan de hand van de bekende waterproblematiek. Verder worden er op veel plekken kansen gevonden om te vergroenen of groene plekken met elkaar te verbinden om een sluitend netwerk te realiseren. Dit zorgt er niet alleen voor dat er meer ruimte is voor waterberging, maar ook worden hierdoor extra groene, koele buitenruimtes gerealiseerd. Deze zorgen op hun beurt weer voor een kortere afstand tot een koele plek voor bewoners, waardoor zij de stad als leefbaar en gezond kunnen ervaren als het gaat om hittestress. In de kaart worden locaties aangegeven waar ruimte en potentie is voor het realiseren van groenblauwe schoolpleinen. In de afgelopen jaren zijn al op verschillende plekken in de stad groenblauwe schoolpleinen gerealiseerd.

Dit levert niet alleen een bijdrage aan klimaatadaptatie met thema’s zoals wateroverlast en hitte, maar zorgt ook voor een verhoogde biodiversiteit en een vergrote leefbaarheid voor de schoolgaande kinderen. Op privégronden is op de stadsschaal te zien dat er door de gehele stad potentie voor groene daken wordt weergegeven. Deze potentie is gebaseerd op de aanwezige platte daken en de maatvoering daarvan. Het inzichtelijk maken van deze daken kan helpen met de bewustwording van kansen ten behoeve van klimaatadaptatie voor particulieren. In de kansenkaart worden op stadsschaal ook gebiedsontwikkelingen geprojecteerd. Deze plekken zijn nog in ontwikkeling en brengen daarom uitgelezen kansen met zich mee om oplossingen ten behoeve klimaatadaptatie goed in te passen zoals ook al in hoofdstuk 4.2 benoemd werd. In de bijlage wordt verder uiteengezet welke kansen er per wijk zijn en hoe hierop ingespeeld kan worden om de stad klimaatadaptiever in te richten.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

21

Figuur 4.4: Ruimtelijke kansen klimaatadaptie stadsschaal (Defacto, op basis van input Nelen & Schuurmans)

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

22

4.5 Principe-oplossingen op stadsschaal Als reactie op de kansen en de knelpunten die in kaart zijn gebracht, zijn er principe-oplossingen geschetst die toegepast kunnen worden op de geselecteerde locaties waar kansen of knelpunten worden gezien. Deze principeoplossingen worden in de bijlage per bouwperiode uiteengezet, waardoor deze locatiespecifiek zijn gemaakt. Iedere bouwperiode die in Schiedam te herkennen is heeft namelijk zijn eigen karakteristieken en kenmerken. Deze bouwperiodes zorgen ervoor dat op sommige plekken in de stad bijvoorbeeld veel minder openbare ruimte beschikbaar is dan in andere wijken. Zo is de bebouwing voor 1940 voornamelijk dicht op elkaar gebouwd en zijn de woningen vaak individueler van aard, terwijl naoorlogse wijken snel gebouwd moesten worden en voornamelijk veel van hetzelfde is in de vorm van appartementencomplexen. Één oplossing per thema volstaat dus niet voor de gehele stad. Hieronder is een lijst uiteengezet van alle principe-oplossingen die toepasbaar zijn in de verschillende delen van de stad om een totaalplaatje te schetsen van de oplossingsrichtingen waaraan gedacht kan worden. In Schiedam kunnen de volgende principe-oplossingen worden geprojecteerd: •

•

•

•

Hemelwater en afvalwater scheiden Het afkoppelen van hemelwater en de aanleg van een gescheiden riolering leidt tot minder wateroverlast en meer mogelijkheden om het grondwater aan te vullen bij droogte. Zo wordt schade aan funderingen voorkomen. Zichtbaar afgekoppeld regenwater maakt inwoners meer bewust van de noodzaak om regenwater tijdelijk op te vangen bij hevige neerslag. Dit kan worden gecombineerd met een robuust watersysteem met voldoende waterberging en waterafvoer. Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt efficiënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen. Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. Infiltratievelden en wadi’s Er is ruimte voor infiltratievelden en wadi’s in het openbaar groen. Belangrijk is dat de wadi wordt gecombineerd met drainage-infiltratieleidingen voor een goede grondwaterbeheersing.

Ook is een noodafvoer van belang; zo worden overstromingen vanuit het infiltratieveld of de wadi voorkomen. De wadi kan worden gecombineerd met extra groen met als bijvangst meer schaduw, maar ook een verhoogde biodiversiteit. Met het plaatsen van bankjes maken kan dit ook fungeren als een koele plek. Gerichte vergroening in de openbare ruimte Langs doorgaande routes wordt ruimte gezocht voor extra bomen. Fiets- en wandelroutes kunnen waar nodig verplaatst worden naar plekken met meer schaduw.

Figuur 4.5: Principe-oplossingen Schiedam deel 1 (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans) Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

23

•

•

•

•

•

•

•

Ondergrondse waterdoorlating en waterberging Een DIT-riolering vermindert wateroverlast en creëert een goede grondwaterbeheersing. Een dergelijk riool verwerkt hemelwater en draagt daarnaast bij aan aanvulling van het grondwater. Het grondwater zakt bij droogte minder uit, met als gevolg dat de openbare ruimte minder snel zakt. Vergroening van gebouwen Groene gevels en geveltuinen zijn oplossingen om te vergroenen in de stad, in samenwerking met woningcorporatie en inwoners. Groenblauwe daken houden regenwater vast, zodat water bij hevige neerslag niet direct in de straten en in het riool terechtkomt. Daarnaast bieden groene en/of blauwe daken koelte aan zowel het binnenklimaat van het gebouwen als de nabije omgeving en kan zorgvuldig gekozen beplanting op het dak bijdragen aan biodiversiteit. Groenblauwe schoolpleinen Infiltrerende (water)speelplaatsen en groen-blauwe schoolpleinen zijn kansrijke maatregelen, vanwege de vele scholen in deze wijken. Extra open water realiseren De aanwezige singelstructuur biedt kansen voor het creëren van extra open water door het verbreden van het doorstroomprofiel en dubbelgebruik toe te kennen aan het groenprofiel naast de watergang om hevige neerslag beter te kunnen opvangen. Een voorbeeld hiervan is het verbreden van een watergang in combinatie met de realisatie van natuurvriendelijke oevers en schaduwrijke, koele verblijfsplekken.

Waterstructuur verbeteren Het versterken van het functioneren en de kwaliteit van het open water kan door af te koppelen en overstortingen te verminderen. De waterstructuur kan worden versterkt qua berging en doorstroming, en wordt waar mogelijk natuurvriendelijk ingericht, met koele verblijfsplekken langs het water. De bomen worden ver genoeg van de waterloop geplaatst om bladval in het water te voorkomen. Overstromingsbestendige inrichting Schiedamse Havens ligt buitendijks en is kwetsbaar voor overstromingen. Het waterbergend vermogen van de straat kan gebruikt worden bij aanleg van verlaagde bestrating ten op zichte van de vloerpeilen. Ook zijn natuurlijke oevers en getijdenparken hier een oplossing om meer ruimte te geven aan het water. Ten slotte kunnen de dijken versterkt worden met dubbelgebruik als groene structuren. Tegelwippen stimuleren Het stimuleren van inwoners tot het verder vergroenen en vasthouden van regenwater. Dit is in versteende gebieden zeer belangrijk, omdat de straatprofielen in veel wijken te weinig ruimte bieden voor waterberging en versteende voortuinen hier direct een negatieve impact op hebben. Achtertuinen ondervinden bij hevige neerslag veel wateroverlast. Met hoogteverschillen, en de aanleg van “watertuinen” kunnen wijken klimaatadaptiever worden ingericht door bewoner zelf.

De verscheidenheid van oplossingen zorgt ervoor dat er in de stad op veel verschillende plekken kansen zijn om de stad klimaatadaptiever in te richten. In de bijlage worden bovenstaande principe-oplossingen per bouwperiode gespecificeerd en wordt per locatie duidelijk welke principe-oplossing op welke locatie geschikt zijn.

Figuur 4.6: Principe-oplossingen Schiedam deel 2 (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans) Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

24

5. Uitvoerings programma Klimaatadaptatie wordt pas zichtbaar wanneer ideeën werkelijkheid worden. In dit hoofdstuk worden principe-oplossingen vertaald naar concrete uitvoering in de stad. Per wijk zijn de oplossingen gekoppeld aan lopende en geplande projecten, inclusief de bijbehorende kosten. Ook komen de succesfactoren aan bod die bepalen of de gemeente haar meetbare doelen in 2050 kan behalen.

5.1 Van principe-oplossingen naar uitvoeringsprogramma De wijken Binnenstad, Oost, West en Zuid zijn het meest kwetsbaar voor wateroverlast, hitte en droogte. In deze wijken wordt in de komende tijd een groot scala aan Integrale Uitvoerings Planning Buitenruimte (IUPB) projecten uitgevoerd, waardoor er veel kansen in de openbare ruimte zijn om meer prioriteit te geven aan de opgaves van klimaatadaptatie en deze mee te koppelen tijdens de uitvoering van deze projecten. In de overige wijken van Schiedam is hitte, en het gebrek aan schaduwrijk groen, de grootste uitdaging. Om alle, in hoofdstuk 4 geïnventariseerde, kansen en knelpunten in de stad uit te voeren, en de stad zo klimaatadaptief als mogelijk in te richten, is het noodzakelijk om extra budget te reserveren te worden buiten het beschikbare budget vanuit het programma Water en Riolering dat wordt gefinancierd via rioolheffing. De principe-oplossingen zijn vertaald naar uitvoeringsmaatregelen voor de periode 2025-2030. Drie factoren zijn hierin bepalend: • • •

De Integrale Uitvoerings Planning Buitenruimte (IUPB) voor 2025-2030 is het uitgangspunt, waarin is gezocht naar meekoppelkansen. De aard en ernst van het knelpunt speelt een rol in de keuze van principe-oplossingen. Het handelingsperspectief in de openbare ruimte bepaalt welke principe-oplossing per project is gekoppeld.

In de aanpak worden de volgende stappen doorlopen: 1.

Het selecteren van projecten uit de IUPB die in aanmerking komen voor het meekoppelen van klimaatadaptatie. Het gaat om groot onderhoud, gebiedsontwikkelingen of reconstructies die vóór 2035 uitgevoerd worden, waarbij natuurlijke momenten benut worden. Bij al deze projecten gaat de weg open, wat mogelijkheden biedt om klimaatadaptieve maatregelen mee te nemen. Bij gebiedsontwikkelingen en reconstructies is de aanlooptijd langer dan bij groot onderhoud en is het belangrijk om vanuit klimaatadaptatie al eerder

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

25

2.

3.

4.

5.

6.

betrokken te zijn. Daarom is hier gekozen om alle projecten vóór 2035 mee te nemen. Klein onderhoud en reparaties zijn niet geschikt om klimaatadaptatie in mee te nemen, omdat deze werkzaamheden zeer lokaal en relatief kleinschalig zijn. Na filtering is nog een restgroep overgebleven van veelal projecten van derden of overige programma’s waar nog geen planjaar van bekend was. Deze restprojecten worden individueel bekeken en waar kansrijk geselecteerd voor het meekoppelen van klimaatadaptatieve maatregelen. Het koppelen van principe-oplossingen aan de geselecteerde projecten die in aanmerking komen voor klimaatadaptatie. Hierbij wordt gekeken naar de kansen en knelpunten binnen het projectgebied, en de geschikte principeoplossingen. Afhankelijk van de aard van een project (rioolvervanging, afkoppelen, wegvervanging en/of vervanging openbaar groen) worden de meest kansrijke principe-oplossingen geselecteerd en omgezet naar concrete maatregelen. Tussentijdse controle van maatregelen voor klimaatadaptatie afstemmen met projectleiders en beheerders op haalbaarheid en beheerbaarheid. De haalbaarheid en beheerbaarheid wordt ingeschat op basis van de beschikbare ruimte (ondergrond, ruimtelijke inpassing, kabels en leidingen etc.), planning, mobiliteit en overige omgevingseffecten. Het koppelen van kosten aan de lijst met klimaatadaptatie-maatregelen.

Na haalbaarheid en beheerbaarheid worden per project de meerkosten inzichtelijk gemaakt. De kosteninschatting worden op basis van expertkennis, ervaringen van eerdere projecten en de database kostenkengetallen van Nelen & Schuurmans gedaan. Het samenvatten van maatregelen in een overzichtelijke tabel: het uitvoeringsprogramma. De projectnaam, het startjaar, een concrete omschrijving van de klimaatadaptatieve maatregelen en het bedrag zijn hierin opgenomen. Financieren van het uitvoeringsprogramma. Na het inventariseren van de maatregelen en de gekoppelde kosten, is het noodzakelijk om de financiering hiervoor te brogen. Hiervoor dient naast de IUPB-middelen, ook actief te worden gezocht naar subsidiemogelijkheden.

5.2 Klimaatadaptatie per wijk Per wijk worden uitvoeringsmaatregelen voor wateroverlast, droogte en hitte benoemd, passend bij de kansen, knelpunten en principe-oplossingen passend bij de bouwperiode en de wijk. Hierbij worden wateroverlastmaatregelen gecombineerd met droogte-maatregelen. In veel gevallen wordt dit gedaan in de vorm van een DIT-riolering. Waarmee een betere beheersing van de grondwaterstand mogelijk is. Er wordt in iedere paragraaf per wijk verwezen naar de IUPB-projectgebieden, die op kaart zijn weergegeven. De volgordelijkheid van de uitvoering van deze projecten wordt weergegeven van donkergroen naar lichtgroen. Hiervoor geldt hoe donkerder groen het projectgebied is, hoe eerder het op de planning staat voor uitvoering. Deze IUPBprojectgebieden zijn geprojecteerd op de kansenkaart van het openbaar gebied. Hiermee wordt in één oogopslag duidelijk wat de beoogde kansen zijn en worden deze, waar mogelijkheid wordt gezien tot uitovering, uiteengezet in een tekstuele opsomming. Daarnaast worden benodigde maatregelen voor onderzoek, samenwerking met derden en stimulering van derden beschreven. De benodigde financiën hiervoor worden voor de gemeente als geheel begroot.

Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

26

5.2.1 Historische kernen: Binnenstad Uitvoeringsmaatregelen wateroverlast en droogte In de Binnenstad zijn delen van de openbare ruimte en de woningen verzakt door fluctuerende grondwaterstanden. Hierdoor zijn de risico’s op wateroverlast bij een hevige bui groot. Bij het kiezen van maatregelen is het dan ook van belang om, naast het tegengaan van wateroverlast, ook een goede grondwaterbeheersing te realiseren. Waar mogelijk wordt de openbare ruimte afgekoppeld van het riool en wordt een DIT-riool aangelegd voor een goede grondwaterbeheersing. En soms kan bovengrondse waterberging slim gecombineerd worden met groen en koelte. De volgende uitvoeringsmaatregelen worden geselecteerd voor wateroverlast en droogte, waarbij het werk wordt gecombineerd met regulier werk in de IUBP-projectgebieden (Figuur 5.1): •

Vier bovengrondse waterbergingen, waar mogelijk afkoppelen, DIT -riolering en een groene koelteplek Broersvest (Land van Belofte), projectgebieden 217 en 75. Parkeerplaats Munnikenbuurt, projectgebied 79 Dirk Zwager terrein (projectgebied 74)

Uitvoeringsmaatregelen groen en koelte In de Binnenstad is beperkt ruimte om bomen te planten voor groen en koelte. De volgende uitvoeringsmaatregelen voor groen en koelte worden geselecteerd, waarbij het werk wordt gecombineerd met regulier werk in de IUBP-projectgebieden: • •

Vergroenen van straten en verbinden bestaande groenstructuren: Schie-Spinhuispad (verbinding over Noordvestgracht), Baan en Broersvest, in combinatie met projectgebieden 74, 79 en 216. Creëren van 2 extra groene koele plekken: terrein tussen Noordvest-Palboomstraat en de Koemarkt, in combinatie met projectgebieden 74 en 216.

Onderzoek, samenwerking en stimulering Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om extra koele verblijfsplekken langs de Schie te creëren. Daar waar geen ruimte is voor bomen (in een groot deel van de Binnenstad) worden inwoners gestimuleerd om groene geveltuinen en groene daken aan te leggen.

Figuur 5.1: IUPB-projecten in de binnenstad (Defacto, op basis van Nelen & Schuurmans) Omgevings­programma Klimaat | Deelprogramma Klimaatadaptatie

27

5.2.2 Vooroorlogse stadswijken: Schiedam-Zuid Uitvoeringsmaatregelen wateroverlast en droogte In het midden van de wijk Schiedam-Zuid is zowel wateroverlast- als droogteproblematiek. Hierdoor zijn versnelde verzakking van panden en funderingsschade een groot probleem. De uitdaging is om de wateroverlast bij hevige neerslag te verminderen en tegelijk de grondwaterstand beter te beheersen in tijden van droogte. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door meer regenwater te laten infiltreren. Verschillende boven- en ondergrondse maatregelen om de wateroverlast rondom de Groenelaan en Strijensestraat te voorkomen zijn mogelijk. Een belangrijke maatregel voor deze wijk is het inrichten van de Groenelaan als een waterbergende straat. Ook het inrichten van Wilhelminaplein en Rozenburgplein voor waterberging zijn geschikte maatregelen. Beide pleinen bevinden zich namelijk in de directe omgeving van het gebied dat wateroverlast ondervindt. De volgende uitvoeringsmaatregelen worden geselecteerd voor wateroverlast en droogte, waarbij het werk kan worden gecombineerd met regulier werk in de IUBP-projectgebieden (Figuur 5.2): •

•

•

Zeven bovengrondse waterbergingen, waar mogelijk in combinatie met afkoppelen, DIT -riolering en een groene koelteplek: Nieuwe Maasstraat, projectgebied 32 Rozenburgplein, projectgebied 32 Plein tussen de Ridderkerksestraat en de Lekstraat, projectgebied 32 Kruising Oude Maasstraat-Abbenbroekstraat, projectgebied 33 Kruising Visserstraat-Dwarsstraat, projectgebied 30 Wilhelminaplein, projectgebied 30 Grevelingenplein, projectgebied 30 Twee bovengrondse waterbergingen, waar mogelijk in combinatie met afkoppelen en DIT-riolering: Tijdelijke waterberging in het profiel van de Groenelaan, projectgebied 30. In de zuidwesthoek van de IJsselmondestraat, waar nu geparkeerd wordt, projectgebied 33. Een ondergrondse waterberging bij de parkeerplaats van de flats in het oosten van Zuid, projectgebied 37, waar mogelijk in combinatie met afkoppelen en DIT-riolering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16075391/1