CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

37 Brief ROGPlus 21 februari 2025 Kadernota 2026

Gemeenteraad 15 april 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen7.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

rogplus Gemeenteraad van Schiedam Postbus 1502 3100 EA Schiedam

Onderwerp:

21 februari 2025 Behandeld door Corine Deykerhoff Datum

Kadernota 2026

Geachte Raad, Namens het Dagelijks Bestuur van Rogplus bied ik u hierbij Kadernota 2026 aan. In de kadernota presenteert Rogplus per begrotingsonderdeel de aannames voor de ontwikkeling van de prijs en van de aantallen voor de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030. Op basis van de kaders in de kadernota stelt Rogplus de ontwerpbegroting 2026 op. Rogplus is voornemens de ontwerpbegroting 2026 in april 2025 aan te bieden aan uw gemeente. Daarna kunt u uw zienswijze op deze begroting bekend maken. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van Rogplus op 10 juli 2025 wordt de begroting 2026 ter vaststelling geagendeerd. In de definitieve begroting wordt rekening gehouden met ingebrachte zienswijzen. Hoogachtend, Het Dagelijks Bestuur van Rogplus,

Bijlage: Kadernota 2026 Bezoekadres Westlandseweg I Maassluis

Postadres Postbus 234 3140 AE Maassluis

www.rogplus.nl info@rogplus.nl 010 870 1111

rogplus

Kadernota

Kadernota Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenperspectief 2027-2030 Versie 1.0

Maassluis, 6 februari 2025

Status: Definitief

Opgesteld door: Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering

Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik

Bezoekadres Westlandseweg 1 Maassluis

Postadres Postbus 234 3140 AE Maassluis

www.rogplus.nl info@rogplus.nl 010 870 1111

rogplus

Kadernota

ínhoud Inleiding.............................................

... 3

Doelstellingen en algemene kaders

....3

Doelstellingen.............................................. Algemene kaders...........................................

Programma Wmo.............................. Vervoerskosten............................................... Scootmobielen en rolvoorzieningen........................ Woonvoorzieningen....................................... Schoon Huis.................................................. Meedoen in de Stad..........................................

......3 ..... 4

...6 ..... 6

.....7 .....8

.....9 ....12

Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen...........

.... 13

Regeling tegemoetkoming meerkosten.................

....14

Projecten en Innovatie............................................... Preventie.........................................................

....14 ...14

Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo................................

...15

Programma Beschermd Wonen.......

.17

Programma Jeugdhulp.....................

.19

Jeugdhulpopdracht....................................................

...19

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer.............................

.. 20

Inkomsten Jeugdhulp.............................................

.20

Programma Overhead.......................

.21

Verdeelsleutels....................

23

Kadernota

rogplus

Inleiding Deze kadernota presenteert per begrotingsonderdeel de aannames voor de ontwikkeling van de prijs en van de aantallen voor de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 en houdt, waar nodig, rekening met de geldende contractafspraken. De begroting van Rogplus is niet gekoppeld aan de ontwikkeling van de inkomsten van de gemeenten uit het gemeentefonds. Wel houdt Rogplus in haar begroting rekening met het ‘ravijnjaar’ waar de gemeenten in 2026 mee te maken hebben. Net als de gemeenten zelf en andere verbonden partijen, voert Rogplus beheersmaatregelen door om de kostenontwikkeling te controleren. Wanneer de besluitvorming op de maatregelen concreet genoeg is, zal Rogplus hier rekening mee houden in haar (ontwerp)begroting. Als de besluitvorming nog loopt, wordt dit toegelicht in de tekst van de (ontwerp)begroting.

Doelstellingen en algemene kaders Doelstellingen Wmo Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: *

*

.

Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.

Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: .

*

Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben; Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden;

3

rogplus

Kadernota

*

worc^ 9estreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding.

Jeugdwet Als onderdeel van het MVS Jeugdmodel hebben de gemeenten met ingang van 2023 de uitvoering van de Jeugdwet grotendeels gedelegeerd aan Rogplus. Vanuit dit kader doet Rogplus het contract- en informatiemanagement voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. Uit het MVS Jeugdmodel en de opdracht aan Mevis volgen de volgende doelstellinqen waaraan Rogplus bijdraagt: ’ *

De cllĵnt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk. zij

*

Algemene kaders Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 wordt voor de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opgedane ervaringen en beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmo-voorzieningen in de MVS-gemeenten. Rogplus maakt ter referentie gebruik van het Wmo-voorspelmodel1 van de VNG. De prijsontwikkeling wordt waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties (zoals het CBS en de NZa) afgegeven indicatoren.

1 https://wmovoorsDelmodel.vna.nl/

4

Kadernota

rogplus

De begroting van Rogplus kent sindsdien vier begrotingsprogramma’s Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdhulp en Overhead. De ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 worden opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en gaan uit van het in de Gemeentewet opgenomen beginsel van reëel begroten. Het iv3 informatievoorschrift voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen is van toepassing. Voor het meerjarig toepassen van prijsindexcijfers hanteert Rogplus de volgende methodiek: 1. Rogplus gaat per begrotingsonderdeel na wat de contractueel vastgelegde toe te passen prijsindex is voor het eerstvolgende begrotingsjaar. 2. Rogplus toetst of deze prijsindex representatief is voor de verwachte meerjarige ontwikkeling van de tarieven. Hierbij kijkt Rogplus naar de historische ontwikkeling van de prijsindex én betrekt Rogplus kennis over toekomstige ontwikkelingen. 3. Zo ja, past Rogplus de index meerjarig toe. 4. Zo nee, zoekt Rogplus een alternatief dat wel representatief is. Omdat elke index zijn eigen dynamiek kent, is het wenselijk per geval het alternatief te bepalen. Hiermee komt Rogplus het best tegemoet aan het beginsel van reëel begroten. Wanneer dit van toepassing is, wordt dit toegelicht en uitgelegd in de kadernota.

Rogplus heeft, zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling, geen reserves. Eind 2024 heeft Rogplus wel een voorziening ingesteld ter dekking van mogelijke extra uitgaven voor jeugdhulp over het jaar 2024. Deze voorziening heeft een incidenteel karakter. In de ontwerpbegroting 2026 worden daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.

5

Kadernota

Programma Wmo Vervoerskosten Vervoerloket Binnen het Wmo-vervoer in de MVS-gemeenten wordt onderscheid gemaakt tussen het vervoerloket (planning van de ritten) en het doelgroepenvervoer (uitvoering van de ritten). Dit zijn gescheiden opdrachten die elk door een andere aanbieder uit worden gevoerd. De vergoeding voor het vervoerloket bestaat uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op het historisch gebruik van het Wmo-vervoer. De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2024. Conform het contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,50A2.

Doelgroepenvervoer Wmo Het doelgroepenvervoer wordt uitgevoerd door twee aanbieders. De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20Vo. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerders aan wie de opdracht is gegund. Bovenop het vaste tarief per inzetuur wordt een tarief per inzetkilometer vergoed. Deze vergoeding bedraagt (onafhankelijk van het voertuigtype) C 24,10 per 100 inzetkilometers (prijspeil 2025). De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven (gecorrigeerde) percentage voor de NEA-index is 1,5 0/,3. Dit percentage is van toepassing op 2025. Omdat dit percentage relatief laag is en daarom niet representatief voor de kostenontwikkeling op middellange termijn, wordt op de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 het gemiddelde percentage van de index over de afgelopen 10 jaar toegepast. Dit is 3,40Z0. Dit percentage geldt ook voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Wmo-vervoer).

In de (ontwerp)begroting 2025 kon het laatst afgegeven percentage van de NEA-index wel meerjarig worden toegepast. De ontwerpbegroting 2026 wijkt op dit punt af van die van vorig jaar.

2 https://opendata.cbs.nI/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/tahlR9fromstatwfih 3Https:ZZwww.sfrnobiliteit.nlZnea-inrifix

6

Kadernota

rogplus

Plan van aanpak doelgroepenvervoer In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer. Het gaat om de volgende drie acties: . Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders . Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer * Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) Het begrote budget voor deze acties is C 108.000 in 2026 en 6 80.000 in 2027 en 2028. Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2026 wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten.

Scootmobielen en rolvoorzieningen Aantallen Sinds juni 2020 zijn de huidige contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing. De budgetten in de ontwerpbegroting 2026 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2024. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2024 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening en zijn voor 2026 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Momenteel vindt op initiatief van Rogplus een pilot met deelscootmobielen plaats. De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag op scootmobielen af kan nemen.

Omdat de pilot nog loopt en de (duurzame) financiële effecten van het gebruik van deelscootmobielen nog niet kunnen worden gekwantificeerd, wordt in de ontwerpbegroting 2026 nog geen rekening gehouden met het gebruik van deelscootmobielen en een eventueel inverdieneffect.

7

rogplus

Kadernota

Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 zijn de uitgaven hiervoor apart begroot.

Prijs Momenteel loopt een aanbesteding voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Het nieuwe contract gaat per 1 juni 2025 in. Dat heeft mogelijk een (verhogend) effect op de prijs. Als de nieuwe tarieven en contractafspraken bekend zijn, worden deze verwerkt in de begroting. Conform de geldende contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,50704.

Woonvoorzieningen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen, zoals tillift en douche-Aoiletstoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde aannames en uitgangspunten als voor scootmobielen en rolvoorzieningen.

Aantallen In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Door het gemeentelijke beleid in combinatie met de demografische ontwikkeling in de regio zal naar verwachting het beroep op woningaanpassingen toenemen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkings­ overeenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord meer samen op te trekken in het thema langer zelfstandig wonen. In de ontwerpbegroting 2026 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven. In de ontwerpbegroting 2026 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie.

4 https://opendata.cbs.nI/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table7fromstatwah

8

Kadernota

rogplus

Prijs Rogplus heeft contracten met leveranciers van (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met deze contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,50/)5. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2023 en 2024 als basis genomen voor de ontwerpbegroting.

Schoon Huis Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten: de algemene voorziening Schoon Huis. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Vanaf 2027 wordt voor Wmo-voorzieningen de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd. Dit is voor Rogplus en de MVS-gemeenten aanleiding om het aanbieden van huishoudelijke hulp op basis van een algemene voorziening te heroverwegen. Actueel is nog niet besloten of huishoudelijke hulp wordt voorgezet als algemene voorziening of wordt omgezet naar een maatwerkvoorziening en, in dat laatste geval, hoe en per wanneer dat gebeurt. De besluitvorming is voorzien in de loop van 2025. In afwachting hiervan gaat Rogplus in de ontwerpbegroting 2026 vooralsnog uit van het (voort)bestaan van de algemene voorziening Schoon Huis. Als hierover meer duidelijkheid bestaat, verwerkt Rogplus dit in de (ontwerp)begroting.

Aantallen De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2026 en verder worden gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening over 2024. Bij de prognose van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

5 https://opendata.cbs.nlZstatlineZ#ZCBSZnlZdataseť70936NEDZtable?fromstatweb

9

rogplus

Kadernota

Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: » Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Deze groei is inmiddels afgevlakt, maar zet nog wel door. Inmiddels is bekend dat het abonnementstarief per 1 januari 2027 wordt vervangen door de inkomens- en vermogensafhankelijke eiaen bijdrage. * Verg rijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten verariist geleidelijk. * Bevolkingsgroei. Het aantal inwoners van de MVS-gemeenten neemt toe. Het beroep op Wmo-voorzieningen groeit hierin mee. Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: * Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. * Powerful Ageing. Cliënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen krijgen via Rogplus de mogelijkheid om onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen te doen die een positieve invloed hebben op hun spierkracht. Hierdoor kunnen de cliënten zelf meer huishoudelijk werk doen. * Inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage.

Op dit moment betaalt elke cliënt die van een of meer van deze voorzieningen gebruik maakt het abonnementstarief van C 21 per maand, ongeacht het inkomen. Het Rijk is voornemens vanaf 2027 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (her) in te voeren. Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien wordt in de komende periode verder uitgewerkt.. * Pilot Schoon Huis. Rogplus voert samen met aanbieders een pilot uit om te kijken in welke gevallen kan worden volstaan met minder uur huishoudelijke hulp per week en zo de wachtlijsten te verminderen. De bevindingen uit deze pilot worden meegenomen in de toekomstplannen voor het aanbieden van huishoudelijke hulp in de MVSgemeenten. Het beroep op de algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe. In 2024 is het aantal cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis toegenomen met 3,307o. De verzilveringsgraad was in 2024 vergelijkbaar met 2023: 92070. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis en de verzilveringsgraad daarvan. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat de aantallen cliënten met een beschikking in 2024 in alle drie de gemeenten is gedaald.

De aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd heeft zich gestabiliseerd op het niveau van eind 2023. De verzilveringsgraad ligt in alle drie de gemeenten rond 1QX. In de ontwerpbegroting 2026 gaat Rogplus uit van stabilisatie van de aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten.

10

Kadernota

rogplus

Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal 2 uur per week hulp bij het huishouden krijgen voor een bijdrage van C 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 13007o van het minimuminkomen; Vlaardingen en Schiedam hanteren geen inkomensgrens. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2024 gebruik hebben gemaakt van de AAV. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2025. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.

Prijs Het tarief van de algemene voorziening Schoon Huis is gebaseerd op jaarlijks 108 uur huishoudelijke hulp per huis. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de ontwerpbegroting 2026 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 108 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. Op basis van de bevindingen van de pilot Schoon Huis wordt nagegaan voor welk deel van de cliënten gerekend kan worden met minder dan 108 uur. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2025 is dit uurtarief C 40,02. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (WT). Het genoemde tarief is onder voorbehoud van vaststelling van deze CAO. Om te anticiperen op de ontwikkeling van de (jaarlijks vast te stellen) uurtarieven voor huishoudelijke hulp, worden in de ontwerpbegroting de uurtarieven voor 2026 en verder jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit).

Het voorlopige percentage voor 2025 van de OVA is 4,1807o6. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2024, geïndexeerd met de OVA (4,1807o). Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2026 worden deze budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2024.

ehttDs:ZZwww.nza.nl/onderwerpen/priisindexciifers

11

rogplus

Kadernota

Meedoen in de Stad Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van taakgerichte financiering: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag perjaarom maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2026 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Voor Meedoen in de Stad - Ouderen wordt het gebruik over 2024 als basis genomen voor de berekening van de uitgaven over 2025 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad - ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt.

Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. Ook voor initiatieven voor het intensiveren van de samenwerking met partijen in het voorliggend veld is nog niet te zeggen of en hoe deze een (financieel) effect hebben. De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder af is gesloten. De landelijke contracten en de ‘uitzonderingscontracten’ maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2024. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Voor de ontwerpbegroting 2026 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2025. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

12

Kadernota

rogplus

Prijs Meedoen in de stad - niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van taakgerichte financiering. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Jaarlijks wordt een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,50zó7. Voor Meedoen in de stad - ouderen, de landelijke contracten voor auditief en visueel beperkten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2025 de tarieven en budgetten jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,1807o. Voor Meedoen in de Stad - ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders.

Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen Aantallen Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Dit noemt Rogplus ‘Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen’. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Onder Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen vallen de volgende initiatieven: * Maassluis: Vertrouwd â Zeker (SOL) . Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) « Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2025. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten.

Prijs In de ontwerpbegroting 2026 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2025) van dit percentage is 4,1807o.

7 https://opendata.cbs.nlZstatlineZ#ZCBSZnlZdatasetZ70936NEDZtable?fromstatweb

13

rogplus

Kadernota

Regeling tegemoetkoming meerkosten Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico) In de ontwerpbegroting 2026 worden de aantallen (toegekende) aanvragen gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2023 en 2024. Hierbij wordt rekening gehouden met de m 2026 geldende inkomensgrenzen voor het beroep op de regeling. Meerjariq wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten. Prijs In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling C 200 is. In Schiedam is dit C 100 per variant. Rogplus past deze tarieven toe in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief.

Projecten en Innovatie Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie en innovatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (bijvoorbeeld collectieve woningaanpassingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Het budget voor projecten en innovatie wordt niet geïndexeerd voor aantallen. Wel wordt het budget geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,18070.

Preventie De Wmo-consulenten van Rogplus houden zich niet alleen bezig met de toeleiding tot Wmo-voorzieningen, maar ook met preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken kent de begroting van Rogplus het begrotingsonderdeel ‘Preventie’.

14

Kadernota

rogplus

De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie:

niičļntnartioioatie I Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende

.

zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. Cliëntparticipatie Z Meedoen. In de Meedoen-groep zitten cliënten die actief meedenken over het aanbod en de kwaliteit van Wmo-voorzieningen in de MVS-

.

gemeenten en de dienstverlening van Rogplus. Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen met het informele — en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de

*

.

collega’s in de wijkteams. Preventieaerichte aanpak. Via Rogplus worden cliënten activiteiten aangeboden die hen helpen fit en gezond te blijven. Dit gebeurt in de vorm van Powerful Ageing.

De inzet van de consulenten van Rogplus in de Wijkteams, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie.

Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: «

Collectief Wmo-vervoer (ievo). Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor het Wmo-vervoer volgt de ontwikkeling van de kosten van het Wmo-vervoer. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van het Wmo-vervoer zijn conform het contract gebaseerd op de OVtarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2025 is het opstaptarief C 1,12 per persoon en het kilometertarief CO, 19 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en C 0,38 per kilometer voor ritten daar buiten8. Voor 2026 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar.

.

Overname scootmobielen en rolvoorzieningen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied kan de gemeente waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit worden als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen.

8httDs:ZZmrdh.nlZnieuwsZov-tarieven-2025#:-:text^arieven07o20per07o20reqio.was07o201807o2C70Zo20eurocęnî)

15

rogplus

Kadernota

*

—qen bíİdraclen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd C 21,00 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2024. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis zich ontwikkelt, zoals eerder beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Het kabinet heeft besloten dat de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen vanaf 2027 (weer) inkomensen vermogensafhankelijk wordt. Daarom wordt voor 2027 en verder een extra stijging van de inkomsten uit eigen bijdrage aangenomen. De omvang hiervan wordt berekend op basis van de inkomsten uit eigen bijdragen vóór de introductie van het abonnementstarief.

*

Bijdrage qemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdraqen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

16

t

Kadernota

rogplus

Programma Beschermd Wonen Aantallen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. In 2025 worden de contracten met de aanbieders van Beschermd Wonen opnieuw aanbesteed. Met deze aanbesteding sluit Rogplus het aanbod beter aan op de in de praktijk ervaren behoefte aan ondersteuning. In het aanbod wordt onder meer rekening gehouden met de mogelijkheid tot 'beschut wonen’ en 'beschermd thuis wonen’. Naar verwachting heeft de nieuwe aanbesteding beperkt effect op de aantallen cliënten. Sinds de vorige aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. In 2024 was er in de MVSgemeenten maar één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt.

Prijs Sinds 2021 is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd en wordt per cliënt bepaald welke 'bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

Wonen 24-uurs toezicht in nabijheid 24 uurs toezicht op locatie Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gemeenschappelijke ruimte

Afhankelijk van de soort ondersteuning die een cliënt ontvangt, hanteert Rogplus verschillende profielen voor cliënten Beschermd Wonen: het instroomprofiel, het ondersteuningsprofiel en het uitstroomprofìel. Daarbij is er aandacht voor meer differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht).

17

»

rogplus

Kadernota

In de ontwerpbegroting 2026 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt per profiel begin 2025. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2024 is dit percentage 4,18V0. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voorde eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2024 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten.

18

Kadernota

rogplus

Programma Jeugdhulp Jeugdhulpopdracht Jeugdhulpmodel De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook jeugdhulpvervoer, het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp.

Opdrachtwaarde Mevis is voor Rogplus de enige contractpartij op het gebied van jeugdhulp. In 2023 en 2024 zijn de uitgaven van Mevis fors hoger uitgevallen dan de daarvoor door Rogplus op basis van de aanbesteding begrote budgetten. Voor 2023 is een beroep gedaan op het veiligheidsventiel en zijn de uitgaven van Mevis gedekt uit een bijdrage van Rogplus. Op basis van een business case wordt beoordeeld of en in welke mate Mevis over 2024 een beroep kan doen op het veiligheidsventiel voor de uitgaven boven het budget. Vanuit het MVS Jeugdmodel werken Mevis, Rogplus en de gemeenten aan de transformatie van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In dit kader wordt, mede met het oog op beheersing van de ontwikkeling van de kosten, (onder meer) verkend of het wenselijk en mogelijk is aanpassingen te doen bijvoorbeeld in de Verordening Jeugdhulp en in het contract tussen de MVS-gemeenten, Rogplus en Mevis. Op het moment van schrijven van deze kadernota loopt dit proces en kan nog geen uitspraak worden gedaan over de uitkomsten daarvan. Wel is duidelijk dat het op basis van de oorspronkelijke opdracht voor Mevis begrote budget lager uitvalt dan de begroting van Mevis.

Vanwege dit verschil en de onzekerheden rond de uitkomst van de gezamenlijke acties voor kostenbeheersing, kiest Rogplus ervoor in deze kadernota nog geen uitspraak te doen over de wijze waarop het budget voor Mevis wordt opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030.

19

rogplus

Kadernota

Rogplus biedt de ontwerpbegroting 2026 in april 2025 aan de MVS-gemeenten aan. Alle betrokken partijen streven ernaar in de ontwerpbegroting (meer) duidelijkheid te kunnen geven over de omvang van het budget voor Mevis in 2025, 2026 en verder.

Jeugdhulp vía pgb De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb wordt bepaald op grond van de werkelijke uitgaven voor Jeugdhulp op basis van pgb over 2024. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van *oepass,ng is-ln de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2026 en verder gelijk blijft op de stand van 2024. Er wordt daarom geen index toeqepast op de aantallen pgb-cliënten. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten voor de jeugdhulpopdracht worden in de ontwerpbegroting gebaseerd op de organisatie, zoals Rogplus die in 2024 had. De ontwikkeling en verdeling van overheadkosten is nader beschreven in het hoofdstuk over het programma Overhead.

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Sinds 2023 zijn daarom de budgetten voor het jeugdhulpvervoer in de begroting van Rogplus opgenomen. Voor de ontwerpbegroting 2026 worden de budgetten voor jeugdhulpvervoer op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer over 2024 berekend. In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de NEA-index. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de ontwerpbegroting nog niet op geanticipeerd.

Inkomsten Jeugdhulp Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2026 vastgesteld opC 129.500. Voorde ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten.

20

Kadernota

rogplus

Programma Overhead Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2026 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. In de ontwerpbegroting 2026 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2025 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste járen intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de ontwerpbegroting. Ook is rekening gehouden met nieuwe taken en extra werkzaamheden die Rogplus moet uitvoering als gevolg van externe ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn de actieve vergewisplicht voor de jeugdhulp, de Wmebv en de komst van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. In de ontwerpbegroting 2026 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2025 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2026 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage.

Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2024 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus. De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld.

Huisvesting Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 4,00/)9. ICT In de ontwerpbegroting 2026 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder

9 https://wvw.cbs.nl/nl-nl/ciifers/detail/83131NED

21

rogplus

Kadernota

de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2024, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage.

Inkomsten Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2026 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2023. Buiten deze rente-inkomsten en eventuele andere incidentele inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten. Beheersmaatregelen De overheadkosten van Rogplus bestaat uit de uitgaven voor personeel, inhuur van derden, extern advies, algemene kosten (waaronder huisvesting en ICT) en kapitaallasten. Als onderdeel van de beheersmaatregelen die Rogplus treft in het kader van het ravijnjaar 2026, heeft Rogplus kritisch gekeken naar haar overheadkosten. Dit heeft geresulteerd in maatregelen die via procesoptimalisatie en digitalisering tot een efficiencywinst leiden. In de ontwerpbegroting 2026 verdisconteerd Rogplus deze besparing met de berekende uitgaven.

22

rogplus

Kadernota

Verdeelsleutels De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: * Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; « Het aantal unieke cliënten; * Het aantal beschikkingen. Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2026 is dit 2024. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten.. Op basis van de actuele situatie is de verdeelsleutel voor de programma’s Wmo en Beschermd Wonen als volgt: » Maassluis: 19,507o » Vlaardingen: 42,0X * Schiedam: 38,507o Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2024. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: * Maassluis: 16,90/) * Vlaardingen: 45,7X * Schiedam: 57,4X Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten.

De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: * Maassluis: 15,0307o » Vlaardingen: 44,0407o « Schiedam: 40,93o7o De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen kinderen met een beschikking voor leerlingenvervoer in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel' * Maassluis: 24,20/) » Vlaardingen: 38,907o « Schiedam: 36,907o

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15266463/2