CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

31 Brief Provincie Zuid Holland 6 juli 2022 Vaststelling Nota van Beantwoording m.b.t. Herziening omgevingsbeleid module nestgeluid

Raadscommissie 13 september 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven en documenten van derden:6.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Tom van Gelder Namens Omgevingsbeleid Verzonden: woensdag 6 juli 2022 16:33 Aan: Omgevingsbeleid <omgevingsbeleid@pzh.nl> Onderwerp: Vaststelling Nota van Beantwoording m.b.t. Herziening Omgevingsbeleid module Nestgeluid Provincie Zuid-Holland Geachte indiener, Op dinsdag 5 juli jl. is de Module Nestgeluid vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Daarbij is ook de Nota van Beantwoording vastgesteld, met daarin de reactie op uw zienswijze. De Nota van Beantwoording is bijgevoegd bij deze mail, en is tussen de andere stukken te vinden via deze link: https://pzh.notubiz.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/765614. Eveneens bijgevoegd zijn een uitnodiging tot inspreken en het inschrijfformulier hiervoor. Aanmelden kan door het aanmeldformulier volledig ingevuld te mailen naar la.kapoen@pzh.nl. U ontvangt hier ook nog van de commissiegriffier een mail over. Met vriendelijke groet, Tom van Gelder Beleidsmedewerker Team Omgevingsbeleid

www.zuid-holland.nl/contact Werkdagen: ma, di, wo, do, vr Elke dag beter. Zuid-Holland.

Nota van Beantwoording Module Nestgeluid Omgevingsbeleid

Afbeelding op voorpagina: Dordrecht aan de Oude Maas – door Gerhard van Roon / kunst en vliegwerk

Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................... 3 A – Gemeenten ............................................................................................................................ 4 A001 – Gemeente Rotterdam ............................................................................................................. 4 A002 – Gemeente Vlaardingen ........................................................................................................... 6 A003 – Gemeente Schiedam ............................................................................................................... 9 A004 – Gemeente Albrandswaard .................................................................................................... 11 A005 – Gemeente Westvoorne ........................................................................................................ 13 A006 – Gemeente Delft .................................................................................................................... 15 B – Overige bestuursorganen ..................................................................................................... 16 B001 – Omgevingsdienst West-Holland ...........................................................................................

16 C – Overige instanties................................................................................................................. 17 C001 – Deltalinqs .............................................................................................................................. 17 D – Personen en bedrijven ......................................................................................................... 18 D001 – Huisman Equipment B.V. ...................................................................................................... 18 D002 – Havenbedrijf Rotterdam ....................................................................................................... 19 Bijlage I – Overzicht van wijzigingen ........................................................................................... 20

2

Inleiding Voor u ligt de Nota van Beantwoording voor de ‘Module Nestgeluid van het Omgevingsbeleid van de Provincie Zuid-Holland. In deze Nota van Beantwoording vindt u alle zienswijzen, samengevat en opgedeeld op onderwerp. Er is voor gekozen de vragen uit de zienswijzen als citaat op te nemen. De integrale zienswijzen zijn als bijlage toegevoegd.

Terinzagelegging Het ontwerp van de ‘Module Nestgeluid’ heeft voor een ieder ter inzage gelegen van 24 februari 2022 tot en met 6 april 2022. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn 10 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord. De ingediende zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen. Dit is terug te lezen in de antwoorden op de zienswijze, en het overzicht van wijzigingen is te vinden in ‘Bijlage I’.

Technische wijziging Naast wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen worden er enkele ambtshalve wijzigingen aangebracht. De term “aanmerende schepen” wordt gewijzigd in de correcte term “afgemeerde schepen”. De paragraaf in de Omgevingsverordening wordt niet 6.2.12, maar 6.2.8c. Het artikel in de Omgevingsverordening wordt niet 6.52, maar 6.35c. Enkele plekken van paragrafen en artikelen in de verordening wordt gecorrigeerd. Enkele foutieve verwijzingen in artikelen wordt gecorrigeerd.

3

A – Gemeenten A001 – Gemeente Rotterdam Begripsbepaling Is de provincie voornemens om dit begrip "nestgeluid door afgemeerde schepen" nader uit te werken, door bijvoorbeeld een begripsbepaling op te nemen in de provinciale Omgevingsverordening of dit nader te verklaren in de toelichting? Voor de toepassing van de instructieregel in de praktijk is het belangrijk dat handen en voeten wordt gegeven aan dit begrip. Antwoord Onder nestgeluid van afgemeerde schepen – ook wel aangeduid als geluid van de hotelfunctie van die schepen – wordt verstaan het geluid dat afgemeerde schepen aan de kade produceren met uitzondering van geluid veroorzaakt door het werken aan de schepen en laad-en losactiviteiten. Wij zullen dit als begripsbepaling opnemen in de provinciale Omgevingsverordening.

Werkafspraken Binnen de gemeente Rotterdam zijn werkafspraken gemaakt over de wijze waarop rekening wordt gehouden met nestgeluid bij ruimtelijke plannen, waarin de realisering van geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van de haven mogelijk worden gemaakt. Volgens een zogenaamd stappenplan is aangeven hoe het geluid wordt berekend en op welke wijze nader wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om aanpassingen aan te brengen aan de modellering of om maatregelen te treffen aan de bronkant of aan de te bouwen objecten. Voor wat betreft de te bouwen objecten wordt – als onderdeel van deze werkwijze – geprobeerd woningen op passende wijze te voorzien van gevelisolatie, anticiperend op de situatie onder de Omgevingswet dat nestgeluid als industrielawaai wordt beschouwd. Zoals hiervoor aangegeven en hierna wordt benadrukt, maakt dit onderdeel van een bredere benaderingswijze, waarbij zowel de mogelijkheden aan de bronkant als ontvangende zijde in beschouwing worden genomen. Met deze werkwijze wordt – naar wij aannemen – op adequate wijze invulling gegeven aan de voorgaande instructieregel voor bestemmingsplannen. Graag ontvangen wij de bevestiging dat dit inderdaad het geval is. Antwoord Zoals de gemeente Rotterdam de werkafspraken beschrijft is goed denkbaar dat daarmee op adequate wijze invulling wordt gegeven aan de instructieregel voor bestemmingsplannen.

Essentieel is dat nestgeluid in de werkinstructie is meegenomen en dat de werkinstructie ten allen tijde wordt toegepast.

4

Toelichting module In de toelichting op de Module staat het volgende: "Vooruitlopend op het dichten van dit gat beoogt dit amendement een bepaling in te voegen in de Omgevingsverordening waarbij de gemeente vanaf nu verplicht rekening moet houden met nestgeluid bij het nemen van besluiten over woningbouw en andere geluidsgevoelige functies. Dit kan tot gevolg hebben dat de gewenste bouw of verder van de industrie wordt gezet of een zwaardere isolatie krijgt." Deze toelichting wekt de indruk dat alleen aan de ontvangende zijde van het nestgeluid, zoals woningbouw, de oplossing gezocht moet worden. Dit gaat er echter aan voorbij dat het draait om een goede en evenwichtige balans tussen industrie en wonen. Gelet hierop zijn wij van mening dat ook de ruimte moet bestaan om rekening te houden met het nestgeluid door te bezien welke mogelijkheden bestaan aan de kant van de bron. Al is het maar, omdat de gemeente Rotterdam voor een grote woningbouwopgave staat. De tekst van de wijziging van de omgevingsverordening lijkt deze ruimte ook te bieden. Graag vernemen wij of dit inderdaad het geval is. Een dergelijke benadering is namelijk ook in lijn met de gemeentelijke werkwijze, zoals hiervoor is beschreven.

Voor zover u voornemens bent deze teksten te verwerken in de toelichting bij de Omgevingsverordening, verzoeken wij u deze aan te passen, in die zin dat expliciet wordt gemaakt dat ook kan worden gekeken naar de mogelijkheden aan de kant van de bron. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze eens en zullen aan de zin “Dit kan tot gevolg hebben dat de gewenste bouw of verder van de industrie wordt gezet of een zwaardere isolatie krijgt” toevoegen “danwel te bezien welke mogelijkheden bestaan aan de kant van de bron, danwel welke mogelijkheden bestaan ten aanzien van overdrachtsmaatregelen”.

Nadere invulling Afsluitend merken wij op dat het rekening houden met het nestgeluid van afgemeerde schepen om een nadere invulling vraagt. De omvang van het nestgeluid is namelijk geen gegeven. Zo wordt bij het bepalen van het nestgeluid gebruik gemaakt van bepaalde invoergegevens en worden in dit kader aannames gedaan. Wij gaan ervan uit dat deze invulling plaats mag blijven vinden door de gemeente. Het verzoek aan u is om te bevestigen dat dit inderdaad het geval is. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze eens. Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” De provincie is niet voornemens hier rekenregels voor op te stellen.

5

A002 – Gemeente Vlaardingen Woningbouwopgave Wij missen een overweging over het gevolg van het amendement voor de woningbouwopgaven. Het zonder meer rekening houden met nestgeluid leidt tot een verzwaring van de woningbouwopgaven, terwijl u als provincie deze woningbouwopgaven ook aan ons oplegt. Wij missen in de afweging van belangen aandacht voor bronmaatregelen om zodoende de lasten gelijkelijk te verdelen tussen wonen en werken. Bronmaatregelen zijn verre te verkiezen boven maatregelen aan de gevel, omdat bronmaatregelen ook ten goede komen aan de bestaande woningen. De volgorde van maatregelen zou gelijk moeten zijn aan de systematiek van de Wet geluidhinder: eerst bronmaatregelen, dan overdrachtsmaatregelen, vervolgens maatregelen aan de woning. Antwoord Wij kunnen ons voorstellen dat de formulering reden geeft tot de gedachte dat de oplossing gezocht moet worden in het verzwaren van de woningbouwopgave. Om die reden zullen wij aan de zin “Dit kan tot gevolg hebben dat de gewenste bouw of verder van de industrie wordt gezet of een zwaardere isolatie krijgt” toevoegen “danwel te bezien welke mogelijkheden bestaan aan de kant van de bron, danwel welke mogelijkheden bestaan ten aanzien van overdrachtsmaatregelen”.

Jurisprudentie Het is echter vreemd om iets verplicht te stellen dat in het kader van goede ruimtelijke ordening op grond van jurisprudentie (zie bijvoorbeeld RvS 3 september 2003, zaaknr. 200203751/1) al verplicht is. Het amendement is ons inziens daarom overbodig. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze niet eens. Weliswaar lijkt de jurisprudentie uit te gaan van het verplicht meenemen van nestgeluid, maar dit is pas in de Omgevingswet verzekerd en in de praktijk niet altijd gangbaar.

Omvang nestgeluid Er wordt in uw Module Nestgeluid niet bepaald op welke wijze gemeenten rekening moeten houden met het nestgeluid. Dient het alleen te worden beschouwd bij een bestemmingsplan? Moet het meegenomen worden bij de gevelwering? Wat is een aanvaardbaar geluidniveau (in de woning en erbuiten)? Het amendement zegt daar niets over. Er gelden namelijk geen wettelijke grenswaarden voor nestgeluid. Binnen onze gemeente wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening het nestgeluid in beeld gebracht op basis van aannames van de ligplaatsen die onderdeel zijn van het industrieterrein Botlek Pernis en de Vlaardingse havens, omdat er geen rekenmodel beschikbaar is. Zonder duidelijkheid hierover heeft de Module Nestgeluid geen toegevoegde waarde. Het amendement geeft niet aan met welke omvang van nestgeluid onze gemeente rekening moet houden. Ook geeft het amendement niet aan voor welke gebieden of geluidniveaus nestgeluid een relevante/significante geluidsbron is. Over de omvang van nestgeluid zijn nog veel onzekerheden en er is nog geen consensus in de regio Rijnmond.

6

Antwoord Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” De provincie is niet voornemens hier rekenregels voor op te stellen. Op dit moment wordt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving een nadere bepaling van de berekening van nestgeluid gezocht. Daarnaast gelden de wettelijke bepalingen voor geluid op de gevel en binnenwaarden van gevoelige bebouwing.

Industrielawaai Het onderwerp nestgeluid is een thema geworden door de uitspraak Huisman (zie ECLI:NL:RVS: 2020:205, d.d. 22-1-2020, waarbij de inrichtingsgrens bepalend is). Tot die tijd werd op grond van goede ruimtelijke ordening al rekening gehouden met nestgeluid (zie hierboven). Volgens die uitspraak is het zeer waarschijnlijk dat nestgeluid gezien moet worden als industrielawaai. De consequentie hiervan is dat strikt juridisch gezien het nestgeluid bij bedrijven onder huidig recht opgenomen moet worden in de grenswaarden van de Wet geluidhinder, dus ook in de geluidzone. Bij deze interpretatie zouden er geen consequenties zijn voor de woningbouw. Door bij ruimtelijke plannen uit te gaan van de saneringscontouren van de havenindustrieterreinen Rotterdam kan gesteld worden dat al rekening wordt gehouden met nestgeluid. De gedachte dat nestgeluid industrielawaai zou moeten zijn, blijkt ook uit de toevoeging van nestgeluid aan industrielawaai onder de Omgevingswet (artikel 12.2, vierde lid, onder b Besluit kwaliteit leefomgeving). Ook om die reden is het amendement niet juist, omdat het er blijkbaar vanuit gaat dat nestgeluid geen industrielawaai is. Antwoord Het amendement laat in het midden onder welke categorie nestgeluid zou moeten worden geschaard. Zoals u aangeeft is het zeer waarschijnlijk dat het als industrielawaai moet worden gezien, maar niet volledig zeker.

Juist om die reden is het amendement opgesteld.

Saneringsbesluiten Wij zien niet in waarom u als provincie bij de saneringsbesluiten van de havenindustrieterreinen Rotterdam geen rekening heeft gehouden met nestgeluid bij bestaande woningen en u gemeenten nu verplicht om bij nieuwbouw wel rekening te houden met nestgeluid (wat wij overigens in het kader van goede ruimtelijke ordening op grond van regionale afspraken al doen, zie hierboven). Nu u blijkens de Module Nestgeluid deze vorm van geluid een serieuze geluidsbron vindt om rekening mee te houden, zou u met terugwerkende kracht alsnog saneringsmaatregelen moeten nemen op kosten van de provincie bij bestaande woningen in verband met het nestgeluid. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze niet eens. De wettelijke systematiek kent het uitgangspunt dat de bestaande geluidssituatie als maatschappelijk aanvaardbaar mag worden geacht (vandaar de vaststelling van geluidproductieplafonds op basis van de bestaande geluidssituatie). Het amendement richt zich alleen op toekomstige ontwikkelingen. Wel zijn wij met u van mening dat gegeven de bestaande geluidssituatie het belangrijk is te bezien hoe om te gaan met de leefomgeving, waaronder bestaande bouw. Deze vraag wordt opgepakt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving. Een eventuele verantwoordelijkheidsverdeling is daarbij ook onderwerp van gesprek.

7

Woningbouw Wij ondervinden bij ruimtelijke plannen dagelijks de problematiek van industrielawaai, nestgeluid, geluid van varende schepen en dergelijke versus de woningbouwopgaven. Het kan niet zo zijn dat de lasten en inhoudelijke uitdagingen bij de gemeente dan wel bij de projectontwikkelaars wordt neergelegd in de tijd dat er in Nederland veel woningen gebouwd moeten worden, zoals opgenomen in het Programma Woningbouw van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Antwoord Wij herkennen ons in het door u beschreven belang van woningbouw. Desalniettemin is dit niet de enige opgave in Zuid-Holland. Het is van belang dat de verschillende opgaven zoveel mogelijk in samenhang worden opgepakt, om op die manier zoveel mogelijk oplossingsruimte te benutten. Ook gemeenten en projectontwikkelaars zullen daarin hun rol moeten pakken.

Afraden amendement Op basis van bovenstaande overwegingen raden wij de vaststelling van het amendement af. Wij zouden graag met u van gedachten wisselen over ideeën om dit dilemma tot een voor iedereen werkbaar en aanvaardbaar einde te brengen en een meer integrale afweging te maken bij de woningbouwopgaven in relatie tot de samenhangende opgave voor werkgelegenheid, maar ook gezondheid en leefomgevingskwaliteit. Antwoord Wij nemen kennis van het afraden van het amendement. Desalniettemin geeft uw reactie onvoldoende reden om van het amendement af te zien. Uiteraard zijn wij ten volle bereid met u nader te overleggen hoe te komen tot een balans in industrie, woningbouw en gezonde leefomgeving.

8

A003 – Gemeente Schiedam Jurisprudentie Onze zienswijze betreft in de eerste plaats de noodzaak van het opnemen van een regel op grond waarvan bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening moet worden gehouden met het nestgeluid van afgemeerde schepen. Uit de uitspraak van de Raad van State inzake de activiteiten van Huisman Equipment B.V. te Schiedam (ECLI:NL:RVS:2020:205) volgt dat het nestgeluid moet worden beschouwd als industrielawaai als bedoeld in de Wet geluidhinder. De consequentie hier van is dat het nestgeluid onderdeel is van de toetsing van een nieuwe ontwikkeling aan de geluidsnormen die gelden op grond van de Wet geluidhinder. Aanvullend wijzen wij u ook op de vaste jurisprudentie dat, ook indien de Wet geluidhinder niet van toepassing zou zijn, bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, alle relevante geluidsbronnen moeten worden beoordeeld (ECLI:NL:RVS:2003:AI1750). Op grond hiervan dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelegen binnen het invloedsgebied van een locatie waar schepen kunnen aanmeren reeds rekening te worden gehouden met het nestgeluid van deze schepen. Het is gelet op voornoemde wettelijke verplichting die volgt uit hogere wetgeving overvloedig en niet noodzakelijk om via uw verordening een verplichting op te nemen inzake het rekening houden met nestgeluid.

Wij verzoeken u derhalve te besluiten de Module Nestgeluid niet vast te stellen. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze niet eens. Weliswaar lijkt de jurisprudentie uit te gaan van het verplicht meenemen van nestgeluid, maar dit is pas in de Omgevingswet verzekerd en in de praktijk niet altijd gangbaar.

Nadere concretisering Indien u het toch noodzakelijk acht de Module Nestgeluid vast te stellen dan verzoeken wij u deze nader te concretiseren. De regel is algemeen geformuleerd en lijkt vooral bedoeld om te signaleren dat bij nieuwe ontwikkelingen ook het nestgeluid moet worden beschouwd. Nu de bepaling niet nader is geclausuleerd, is onduidelijk wanneer al dan niet in voldoende mate rekening is gehouden met het geluid van aangemeerde schepen. Zonder verduidelijking heeft de module, mede gelet op voornoemde bestaande verplichting, geen toegevoegde waarde. De module geeft niet aan met welke omvang van nestgeluid rekening moeten houden. Ook geeft de module niet aan voor welke gebieden of geluidniveaus nestgeluid een relevante geluidsbron is en of bij het bepalen van de gevelwering ook rekening moet worden gehouden met nestgeluid. Over de omvang van nestgeluid zijn nog veel onzekerheden en er is nog geen regionale consensus over de aannames en (on)juistheden in het model voor het nestgeluid van schepen op de industrieterreinen behorende tot het Rotterdamse havengebied. Het is niet duidelijk op welke wijze, met de huidige onzekerheden, geacht wordt dat een inschatting wordt gemaakt van het nestgeluid die voldoet aan de Module Nestgeluid.

Antwoord Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” De provincie is niet voornemens hier rekenregels voor op te stellen. Op dit moment wordt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving een nadere bepaling van de berekening van nestgeluid gezocht. Daarnaast gelden de wettelijke bepalingen voor geluid op de gevel en binnenwaarden van gebouwen met een geluidgevoelige bestemming. 9

Saneringsmaatregelen Als provincie heeft u bij de saneringsbesluiten van de industrieterreinen behorend tot het Rotterdamse havengebied (1999) er voor gekozen om geen rekening te houden met het nestgeluid bij bestaande woningen. Blijkens de Module Nestgeluid vindt u het nestgeluid van aangemeerde schepen, in weerwil van uw eerdere standpunt, thans wel een significante geluidsbron waar rekening mee behoort te worden gehouden. Gelet op uw gewijzigde inzicht verzoeken wij u om, met terugwerkende kracht, alsnog te beoordelen welke saneringsmaatregelen aan de bestaande woningen getroffen hadden moeten worden indien u in 1999 op een vergelijkbare wijze met het nestgeluid van aangemeerde schepen rekening had gehouden, zoals u nu verplicht stelt. De aanvullende saneringsmaatregelen zouden dan alsnog, op kosten van de provincie, getroffen moeten worden. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze niet eens. De wettelijke systematiek kent het uitgangspunt dat de bestaande geluidssituatie als maatschappelijk aanvaardbaar mag worden geacht (vandaar de vaststelling van geluidproductieplafonds op basis van de bestaande geluidssituatie). Het amendement richt zich alleen op toekomstige ontwikkelingen. Wel zijn wij met u van mening dat gegeven de bestaande geluidssituatie het belangrijk is te bezien hoe om te gaan met de leefomgeving, waaronder bestaande bouw.

Deze vraag wordt opgepakt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving. Een eventuele verantwoordelijkheidsverdeling is daarbij ook onderwerp van gesprek.

10

A004 – Gemeente Albrandswaard Bronmaatregelen We missen aandacht voor bronmaatregelen om zodoende de lasten passend te verdelen tussen ons woon- en verblijfsgebied enerzijds en het havenindustrieel complex anderzijds. Bronmaatregelen zijn verre te verkiezen boven maatregelen aan de gevel, omdat bronmaatregelen ook ten goede komen aan de bestaande woningen. Bij walstroom wordt bovendien de uitstoot van CO2 en fijnstof- beperkt. Maatregelen zoals extra gevelisolatie zijn ook bij nieuwbouw minder wenselijk dan bronmaatregelen. Gevelisolatie heeft namelijk geen impact op de verblijfskwaliteit in de openbare ruimte, in tuinen en op balkons. Bovendien blijft de geluidbelasting waarneembaar bij het openen van ramen. Antwoord Wij kunnen ons voorstellen dat de formulering reden geeft tot de gedachte dat de oplossing gezocht moet worden in het verzwaren van de woningbouwopgave. Om die reden zullen wij aan de zin “Dit kan tot gevolg hebben dat de gewenste bouw of verder van de industrie wordt gezet of een zwaardere isolatie krijgt” toevoegen “danwel te bezien welke mogelijkheden bestaan aan de kant van de bron, danwel welke mogelijkheden bestaan ten aanzien van overdrachtsmaatregelen”. Daarnaast is de aandacht van het programma Havengeluid en Omgeving gericht op een balans tussen industrie, woningbouw en gezonde leefomgeving.

In dat kader zullen wij ook kijken naar de mogelijkheden de gezonde leefomgeving te optimaliseren, inclusief buitenruimten en bestaande bouw.

Industrielawaai De gedachte dat nestgeluid industrielawaai zou moeten zijn, blijkt ook uit de toevoeging van nestgeluid aan industrielawaai onder de Omgevingswet (artikel 12.2, vierde lid, onder b Besluit kwaliteit leefomgeving). Ook om die reden is het amendement niet juist, omdat het er blijkbaar vanuit gaat dat nestgeluid geen industrielawaai is. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze niet eens. Weliswaar lijkt de jurisprudentie uit te gaan van het verplicht meenemen van nestgeluid, maar dit is pas in de Omgevingswet verzekerd en in de praktijk niet altijd gangbaar.

Nadere concretisering Er wordt in uw Module Nestgeluid niet bepaald op welke wijze gemeenten rekening moeten houden met het nestgeluid. Dient het alleen te worden beschouwd bij een bestemmingsplan? Moet het meegenomen worden bij de gevelwering? Wat is een aanvaardbaar geluidniveau (in de woning en erbuiten)? Het amendement zegt daar niets over. Zonder duidelijkheid hierover heeft de Module Nestgeluid geen toegevoegde waarde. Het amendement geeft niet aan met welke omvang van nestgeluid gemeenten rekening moeten houden. Ook geeft het amendement niet aan voor welke gebieden of geluidniveaus nestgeluid een relevante/significante geluidsbron is. Over de omvang van nestgeluid zijn nog veel onzekerheden en er is nog geen consensus in de regio. Voor zover ons bekend is op dit moment alleen in de regio Rijnmond enig inzicht in de omvang van nestgeluid van schepen op de industrieterreinen die behoren tot het Havenindustrieel complex (HIC). De regiogemeenten hebben geen/onvoldoende inzicht in de aannames en (on)juistheid van het model.

11

Antwoord Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” De provincie is niet voornemens hier rekenregels voor op te stellen. Op dit moment wordt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving een nadere bepaling van de berekening nestgeluid gezocht. Daarnaast gelden de wettelijke bepalingen voor geluid op de gevel en binnenwaarden van gevoelige bebouwing.

Afraden amendement Op basis van bovenstaande overwegingen wat betreft woningbouw, leefkwaliteit en onzekerheden over nestgeluid raden wij de vaststelling de Module Nestgeluid af. Wij vinden dat er eerst maatregelen bij de bron genomen worden. Wij willen graag met u van gedachten wisselen om tot geluidsreductie aan de bron te komen. Dit om te zorgen voor een gezond woonklimaat waarin wij onze woningbouwplannen kunnen realiseren. Hierbij is een meer integrale afweging voor de woningbouwopgave wenselijk, waarbij ook voldoende aandacht is voor geluidbronnen zoals nestgeluid. Antwoord Wij nemen kennis van het afraden van het amendement. Desalniettemin geeft uw reactie onvoldoende reden om van het amendement af te zien. Uiteraard zijn wij ten volle bereid met u nader te overleggen hoe te komen tot een balans in industrie, woningbouw en gezonde leefomgeving.

12

A005 – Gemeente Westvoorne Deze zienswijze is mede ingediend namens de fusiegemeenten op Voorne, de gemeenten Brielle en Hellevoetsluis en de gemeente Nissewaard.

Woningbouwopgave In de Module Nestgeluid wordt de problematiek van nestgeluid eenzijdig bij de gemeenten gelegd. Dit leidt tot een verzwaring van de woningbouwopgave, die niet aansluit bij de provinciale doelstellingen op het gebied van woningbouw. Antwoord Wij herkennen ons in het door u beschreven belang van woningbouw. Desalniettemin is dit niet de enige opgave in Zuid-Holland. Het is van belang dat de verschillende opgaven zoveel mogelijk in samenhang worden opgepakt, om op die manier zoveel mogelijk oplossingsruimte te benutten. Ook gemeenten en projectontwikkelaars zullen daarin hun rol moeten pakken. Wij kunnen ons voorstellen dat de formulering reden geeft tot de gedachte dat de oplossing gezocht moet worden in het verzwaren van de woningbouwopgave. Om die reden zullen wij aan de zin “Dit kan tot gevolg hebben dat de gewenste bouw of verder van de industrie wordt gezet of een zwaardere isolatie krijgt” toevoegen “danwel te bezien welke mogelijkheden bestaan aan de kant van de bron, danwel welke mogelijkheden bestaan ten aanzien van overdrachtsmaatregelen”.

Nadere concretisering Er wordt in uw Module Nestgeluid niet bepaald op welke wijze gemeenten rekening moeten houden met het nestgeluid. Vragen of nestgeluid moet worden meegenomen bij de gevelwering en wat is een aanvaardbaar geluidniveau (in of buiten een woning) worden niet beantwoord. Ook geeft de Module Nestgeluid niet aan voor welke gebieden of geluidniveaus nestgeluid een relevante/significante geluidsbron is. Over de omvang van nestgeluid zijn nog veel onzekerheden en er is nog geen consensus in de regio. Voor zover ons bekend is op dit moment alleen in de regio Rijnmond enig inzicht in de omvang van nestgeluid van schepen op de industrieterreinen die behoren tot het Havenindustrieel complex (HIC). De regiogemeenten hebben geen/onvoldoende inzicht in de aannames en (on)juistheid van het model. Op dit moment is voor dit gebied een ruimtelijk plan in voorbereiding voor de regulering van het geluid afkomstig van de industrieterreinen. Onderdeel van de voorbereiding is een meetprogramma waarin onderzoek wordt gedaan naar de werkelijke omvang van de geluidbelasting door nestgeluid van schepen. Kortom, op het moment is er veel onzekerheid over de omvang van nestgeluid, meer duidelijkheid wordt in de toekomst verwacht. Het is niet duidelijk in de Module Nestgeluid hoe met de huidige onzekerheden een inschatting gemaakt kan worden van het nestgeluid.

Antwoord Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” De provincie is niet voornemens hier rekenregels voor op te stellen. Op dit moment wordt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving een nadere bepaling van de berekening van nestgeluid gezocht. Daarnaast gelden de wettelijke bepalingen voor geluid op de gevel en binnenwaarden van gebouwen met een geluidgevoelige bestemming.

13

Module Nestgeluid overbodig Vanwege al die onduidelijkheden over nestgeluid en omdat ook wij (voor)zien dat nestgeluid een onderwerp is om rekening mee te houden hebben wij, totdat die duidelijkheid er is, in de Rotterdamse regio afspraken gemaakt op welke wijze nestgeluid bij ruimtelijke plannen wordt betrokken. Daarom is de Module Nestgeluid in deze vorm overbodig. Het voegt niets toe aan de afspraken die al zijn gemaakt. Antwoord Wij zijn het met deze zienswijze niet eens. De gemaakte afspraken juichen wij ten zeerste toe, maar geven geen juridische zekerheid dat er ook invulling aan wordt gegeven. Die juridische zekerheid achten wij noodzakelijk.

14

A006 – Gemeente Delft Regelgeving Het is voor ons van belang om te weten vanaf wanneer deze maatregel wordt vastgesteld en in zal gaan. Dit om te kunnen weten wat de gevolgen zijn voor de ruimtelijke plannen nabij vaarwater. In hoeverre geldt dit besluit voor lopende trajecten? Gaat het om ruimtelijke plannen die al in procedure zitten, of geldt het alleen bij nieuw op te starten ruimtelijke trajecten. Wij zouden graag zien dat we de reeds gedane onderzoeken en berekeningen voor de deelgebieden Kabeldistrict en Nieuwe Haven nog onder de huidige voorwaarden en regelgeving kunnen voltooien. Antwoord De Omgevingsverordening is na vaststelling integraal van toepassing. Daarmee geldt deze voor alle nog niet afgeronde ruimtelijke plannen.

Definiëring begrip nestgeluid Het is ons niet duidelijk of met het nestgeluid van afgemeerde vaartuigen of drijvende werktuigen gedoeld wordt op bedrijfsmatige zeeschepen of dat ook (kleinere) binnenschepen en vakantie/recreatieve vaart moeten worden meegenomen in de berekening? En bij wat voor soort aanlegplaatsen (zoals openbare aanlegplaatsen, zeehavens, binnenhavens, enz.) zou dit inzichtelijk gemaakt moeten worden? Wij zien graag een definiëring van het begrip nestgeluid (incl. de te gebruiken rekenmethode). Antwoord Onder nestgeluid van afgemeerde schepen – ook wel aangeduid als geluid van de hotelfunctie van die schepen – wordt verstaan het geluid dat afgemeerde schepen aan de kade produceren met uitzondering van geluid veroorzaakt door het werken aan de schepen en laad-en losactiviteiten. Wij zullen dit als begripsbepaling opnemen in de provinciale Omgevingsverordening. Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” De provincie is niet voornemens hier rekenregels voor op te stellen. Op dit moment wordt in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving een nadere bepaling van de berekening van nestgeluid gezocht. Daarnaast gelden de wettelijke bepalingen voor geluid op de gevel en binnenwaarden van gebouwen met een geluidgevoelige bestemming.

15

B – Overige bestuursorganen B001 – Omgevingsdienst West-Holland Nadere concretisering De reikwijdte van het nieuwe artikel 6.52 is heel algemeen gesteld. Uit de tekst van het ontwerp artikel kan worden afgeleid dat in een bestemmingsplan ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden moet worden met nestgeluid van afgemeerde schepen. Dus niet alleen voor nestgeluid van afgemeerde schepen op (geluidgezoneerde) industrieterreinen, maar voor elke ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een bestemmingsplan nodig is. In vergelijking met hetgeen in de toelichting bij het ontwerp is gesteld over de bedoeling van het toevoegen van dit nieuwe artikel, heeft het artikel zoals nu is verwoord een bredere werking dan alleen het toevoegen van geluidgevoelige bestemmingen op of nabij (geluidgezoneerde) industrieterreinen. Dit geldt dus ook voor bijvoorbeeld een jachthaven of aangemeerde schepen bij een bedrijf dat niet gelegen is op een (geluidgezoneerde) industrieterrein. Het is van belang om hierover duidelijkheid te scheppen om te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen onnodig bemoeilijkt worden. De Omgevingsdienst West-Holland verzoekt om artikel 6.52 zodanig te concretiseren dat de werkingssfeer van dit artikel duidelijk wordt begrensd en aangepast wordt aan de bedoeling zoals aangegeven in de toelichting.

Antwoord Onder nestgeluid van afgemeerde schepen – ook wel aangeduid als geluid van de hotelfunctie van die schepen – wordt verstaan het geluid dat afgemeerde schepen aan de kade produceren met uitzondering van geluid veroorzaakt door het werken aan de schepen en laad-en losactiviteiten. Wij zullen dit als begripsbepaling opnemen in de provinciale Omgevingsverordening. Wij zullen in de Omgevingsverordening toevoegen “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” Dit kan bijvoorbeeld buiten de werkingssfeer van geluidsgezoneerde industrieterreinen betekenen dat in het bestemmingsplan wordt bepaald dat nestgeluid een dermate kleine bron is dat deze verwaarloosbaar is. De provincie is niet voornemens rekenregels voor nestgeluid op te stellen.

16

C – Overige instanties C001 – Deltalinqs Verdere uitwerking Vanuit het principe van een goede ruimtelijke ordening en in aanloop tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet waarin nestgeluid van afgemeerde schepen gedefinieerd wordt als industrielawaai, ziet Deltalinqs dit als een juist besluit. Een goede planologische verankering van nestgeluid is van groot belang om daarmee onnodige hinder en inbreuk op leefomgevingskwaliteit van toekomstige bewoners te voorkomen. Zolang de planologische verankering nog niet gerealiseerd is, wordt er gewerkt aan regionaal interim-beleid. Het is goed wanneer de Module Nestgeluid hierin een verdere uitwerking kan krijgen, waarin regionaal met alle betrokken afspraken worden gemaakt over hoe nestgeluid meegenomen zal worden in bestemmingsplannen rondom de haven. Antwoord Het interimbeleid wordt opgesteld in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving. Het is de bedoeling dat hierin nadere afspraken worden gemaakt over hoe nestgeluid meegenomen zal worden in bestemmingsplannen rondom de haven.

17

D – Personen en bedrijven D001 – Huisman Equipment B.V. Deze zienswijze is mede ingediend namens Huisman Equipment NML, NMT, Marin, TNO Traffic & Transp011, TNO BI&M, TU Delft/3mE, Havenbedrijf Rotterdam, FME, HAL Investments, IHC, Boskalis, Van Oord, Damen Holding, Mammoet, Gusto, SBM, HSM, Jumbo Shipping, BigLift, Allseas, Heerema, Oceanco, RH Marine.

Toevoeging Omgevingsverordening De nestgeluidmodule vult dus voor onbepaalde tijd een lacune in regelgeving en beschermt inwoners en industrie. De nestgeluidmodule is anderzijds niet extra bezwarend of beperkend voor nieuwe woningbouw, omdat dat de module tot niets meer of anders dwingt dan reeds op grond van een goede ruimtelijke ordening zou mogen worden verwacht. Wanneer vanwege specifieke gebiedskwaliteiten, zoals een aantrekkelijk grootstedelijk milieu of het vrije zicht op de rivier gekozen wordt voor nieuwe woningbouw in de nabijheid van zeehavens brengt een goede ruimtelijke ordening met zich mee dat extra gevelmaatregelen moeten worden getroffen. Voor zover onzekerheid over de grootte van het te verwachten nestgeluid bestaat zal daarbij moeten worden uitgegaan van conservatieve aannamen. De kosten van gevelmaatregelen zijn beperkt als nestgeluid tijdig wordt meegenomen in het stedenbouwkundig ontwerp en het gevelontwerp. Op grond van de voorgaande overwegingen stellen wij voor om in de Omgevingsverordening Zuid- Holland een bepaling van volgende strekking toe te voegen: ’Een bestemmingsplan reguleert de vanwege nestgeluid in acht te nemen gevelmaatregelen met het oog op een gezond binnenklimaat in gebouwen met een geluidgevoelige bestemming.’ Antwoord Vragensteller geeft terecht aan dat met deze module invulling wordt gegeven aan een goede ruimtelijke ordening.

Als de omgevingswet ingaat, is een dergelijke opdracht over het meewegen van nestgeluid bij nieuwe ontwikkelingen, geborgd in landelijke regelgeving. Tot die tijd kan deze tekst in de provinciale verordening een lacune invullen waarvan wij overigens de indruk hebben dat gemeentes hieraan ook al willen voldoen. Doel van deze wijziging is het verplichtend ruimtelijk incorporeren van nestgeluid, opdat nieuwe ruimtelijke functies hier niet aan voorbijgaan. Het is niet het doel reeds bestaande ruimtelijke functies, zoals bestaande inrichtingen, in hun functioneren te hinderen. Het is denkbaar dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een inrichting het verzoek krijgt mee te werken aan haalbare en betaalbare geluidsreducerende maatregelen aan de bron danwel haalbare en betaalbare overdrachtsmaatregelen. Wij zullen deze voorgestelde bepaling niet opnemen. In het Bouwbesluit en (bij inwerkingtreding van de Omgevingswet) het Besluit bouwwerken leefomgeving (afdeling 4.3) zijn bepalingen opgenomen waaraan de binnenwaarden van nieuwbouw aan moeten voldoen. Daarmee is al geborgd dat nieuwbouw een gezonde akoestische binnenwaarde heeft en is de genoemde toevoeging voor nieuwbouw een dubbeling met bestaande danwel toekomstige regelgeving. Daarnaast beperkt de voorgestelde zin de regulering tot gevelmaatregelen, terwijl bron- en overdrachtsmaatregelen ook denkbaar zijn.

Tenslotte zou de voorgestelde zin zich ook tot bestaande bouw kunnen uitstrekken. Als dat het juridische gevolg blijkt te zijn, betekent dat een sanering van alle woningbouw een

18

verplichting wordt, in plaats van – zoals nu beoogd in het programma Havengeluid en omgeving – een programma zonder juridische verplichting.

D002 – Havenbedrijf Rotterdam Verdere uitwerking Havenbedrijf Rotterdam N.V. (hierna: HbR) heeft met instemming kennis genomen van deze voorgestelde wijziging van het provinciaal Omgevingsbeleid. De Module Nestgeluid vult een lacune in huidig beleid en regelgeving op en beschermt zowel inwoners als de activiteiten in het haven- en industriegebied. Wij zijn van mening dat deze module niet bezwarend of beperkend is voor nieuwe woningbouw, omdat de module tot niets meer of anders voorschrijft dan reeds op grond van een goede ruimtelijke ordening zou mogen worden verwacht. We spreken de hoop uit dat de Module Nestgeluid een verdere uitwerking kan krijgen in regionaal interim beleid waarin we regionaal met alle betrokken afspraken maken over hoe nestgeluid meegenomen zal worden in bestemmingsplannen rondom de haven. Antwoord Het interimbeleid wordt opgesteld in het kader van het programma Havengeluid en Omgeving. Het is de bedoeling dat hierin nadere afspraken worden gemaakt over hoe nestgeluid meegenomen zal worden in bestemmingsplannen rondom de haven.

19

Bijlage I – Overzicht van wijzigingen 1. Aan de tekst van de toelichting op de herziening “Dit kan tot gevolg hebben dat de gewenste bouw of verder van de industrie wordt gezet of een zwaardere isolatie krijgt” toevoegen “danwel te bezien welke geluidsreducerende mogelijkheden bestaan aan de kant van de bron, danwel welke mogelijkheden bestaan ten aanzien van overdrachtsmaatregelen”. 2. Aan de tekst van de toelichting op de herziening toevoegen: de bedoeling van dit artikel is het verplichtend ruimtelijk incorporeren van nestgeluid, opdat nieuwe ruimtelijke functies hier niet aan voorbijgaan. Het is niet het doel reeds bestaande ruimtelijke functies, zoals bestaande inrichtingen, in hun functioneren te hinderen. 3. Begripsbepaling toevoegen aan de Omgevingsverordening: “Onder nestgeluid van afgemeerde schepen – ook wel aangeduid als geluid van de hotelfunctie van die schepen – wordt verstaan het geluid dat afgemeerde schepen aan de kade produceren met uitzondering van geluid veroorzaakt door het werken aan de schepen en laad-en losactiviteiten.” 4.

Begripsbepaling toevoegen aan de Omgevingsverordening: Onder afgemeerde schepen wordt verstaan die schepen die ten behoeve van de functie van een inrichting – in verband met een opdracht van de inrichting danwel voor werkzaamheden door de inrichting – afgemeerd liggen en waarbij de inrichting een sturende functie kan hebben op het door het betreffende schip geproduceerde geluid. Het betreft dus schepen die in veel gevallen een andere eigenaar dan de inrichting zelf hebben. 5. Toevoegen aan de toelichting van de verordening: “Het is aan de gemeente om een juridisch houdbare bepaling van het nestgeluid op te stellen.” 6. Wijzigen van de term “aanmerende schepen” naar “afgemeerde schepen”. 7. Bovenstaande wijzigingen aan de Omgevingsverordening en de in de inleiding genoemde ambtshalve wijzigingen aan de Omgevingsverordening zijn terug te vinden in het Wijzigingsbesluit Omgevingsverordening Zuid-Holland Nestgeluid: 8. Wijzigingen A. B, F en G in het Wijzigingsbesluit Technische correcties van onjuiste verwijzingen. Deze wijziging wordt gebruikt om dit z.s.m. te corrigeren. 9. Wijzigingen C, D, E en H in het Wijzigingsbesluit Het vervallen en opnieuw invoegen van paragrafen 6.2.8a en 6.2.8b en bijhorende artikelen gaat slechts om een technische wijziging in volgorde, waardoor de nummering weer logisch is. Hiervoor kwamen paragrafen 6.2.8a en 6.2.8b na 6.2.10.

Het gaat hier niet om nieuwe paragrafen of artikelen. 10. Het toevoegen van paragraaf 6.2.8c, artikel 6.27c en de wijzigingen onder H zijn een direct gevolg van amendement 710 (https://pzh.notubiz.nl/modules/6/Moties%20en%20amendementen/731309), ingediend op de vaststelling van de Herziening 2021 op 2 februari 2022 en de vervolgens hierop ingediende zienswijzen. 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11724131/2