3. CE Delft 230280 Monitoring klimaatbeleid Schiedam - Hoofdrapport def
Tekst van het document
i
Monitoring klimaatbeleid Schiedam
Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Huidige emissies 3 Doelbereik 4 Prognose per sector 5 Hernieuwbare elektriciteit 6 Aanvullende maatregelen 7 Aanbevelingen
1
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
A 1990-emissies B Wijziging cijfers klimaatmonitor Verkeer en Vervoer C Verplichtingen voor gemeenten in de gebouwde omgeving
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De gemeente Schiedam werkt aan een Omgevingsprogramma Klimaat om het doel van de gemeente van 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 te realiseren. De gemeente wil een goede kwantitatieve onderbouwing van het klimaatbeleid en de daaraan gerelateerde beleidsmaatregelen. Dit rapport richt zich op de klimaatimpact. In het Omgevingsprogramma wordt aanvullend ook ingegaan op de positieve en negatieve impact hiervan op de stad en de bewoners. De gemeente is benieuwd wat de huidige beleidsmaatregelen uit het Omgevingsprogramma Klimaat en andere relevante beleidsstukken bijdragen aan de CO2-reductiedoelstellingen voor 2030 en 2050 en wat voor aanvullende maatregelen genomen kunnen worden om in iedere sector voldoende maatregelen te nemen om de doelen te halen. Daarom heeft zij CE Delft gevraagd het Schiedamse klimaatbeleid door te rekenen en het effect op de uitstoot van broeikasgassen te bepalen. Deze notitie presenteert de belangrijkste resultaten van de doorrekening en geeft antwoord op de volgende vragen:
2
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
— In hoeverre is de gemeente Schiedam met haar huidige beleid op de goede weg om haar CO2-reductiedoelstellingen voor 2030 te realiseren? — Wat voor aanvullende klimaatmaatregelen kunnen genomen worden om broeikasgasemissies in Schiedam verder te reduceren? Voor een toelichting op de berekeningsmethode en aanvullende resultaten, zie het achtergrondrapport bij deze notitie.
1.2 Afbakening De klimaatdoelstelling van Schiedam is 49% reductie van broeikasgassen in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. We gaan in de doorrekening uit van de afbakening zoals die ook geldt voor de door Schiedam gestelde doelstelling. Hierna lichten we daar de belangrijkste elementen van toe.
CO2 én overige broeikasgassen Deze notitie geeft inzicht in de broeikasgasemissies (CO2-emissies en emissies van overige broeikasgassen, uitgedrukt in CO2-equivalenten). Het gaat hierbij om emissies gerelateerd aan energiegebruik en directe emissies naar de lucht binnen de gemeentegrens. We hebben de overige broeikasgassen, zoals lachgas (N2O), methaan (CH4) en fluorhoudende gassen (F-gassen) omgerekend naar
CO2-equivalenten met Potentials (GWP).
de
zogenoemde
Global
Warming
Focus op Scope 1 en 2 De nationale en Schiedamse doelstellingen voor CO2-reductie betreffen Scope 1 en 2 (zie Figuur 1). In deze doorrekening hebben we daarom alleen de Scope 1- en 2-emissies beschouwd. Activiteiten in de gemeente kunnen emissies veroorzaken die buiten de gemeente- of zelfs landsgrenzen plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan de productie en het transport van spullen of voedsel dat wel in de gemeente wordt geconsumeerd, maar elders wordt geproduceerd. Deze indirecte emissies (ook wel Scope 3-emissies genoemd, zie Figuur 1) hebben weliswaar een belangrijke klimaatimpact, maar zijn geen onderdeel van de landelijke of regionale klimaatdoelstellingen. Daarom worden deze indirecte emissies in de monitoring van broeikasgasemissies meestal buiten beschouwing gelaten. Verreweg de grootste Scope 3-impact komt door de aanschaf van spullen. Daarnaast hebben autogebruik, vliegen en de consumptie van vlees een grote impact. De gemeente heeft op veel Scope 3-emissies slechts beperkt invloed. De gemeente heeft wel invloed op de Scope 3-emissies als gevolg van haar eigen inkoop. Daar kan de gemeente actief beleid op voeren. Voor meer informatie over Scope 3-emissies, zie: Impact top 10 van Think Big Act Now en CE Delft.
3
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
In dit rapport focussen we op Scope 1- en 2-emissies, en nemen we Scope 3-emissies niet mee. Figuur 1 - Scope 1-, 2- en 3-emissies
1990-emissies De doelstelling van Schiedam is 49% reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Daarom is het nodig om de emissies in 1990 te weten. De emissieregistratie geeft voor 1990 echter alleen de Scope 1-emissies. Wij berekenen daarom wat de Scope 2-emissies zijn. In Bijlage A lichten we dit verder toe.
Hernieuwbare elektriciteit apart in beeld Voor het berekenen van de CO2-uitstoot gerelateerd aan elektriciteitsverbruik, gebruiken we de emissiefactor van het landelijke elektriciteitsnet. Omdat het Nederlandse elektriciteitsnet zo goed verbonden is, kan in de praktijk de elektriciteit die gebruikt wordt in Schiedam ook van buiten de gemeente komen. De elektriciteit die in Schiedam wordt opgewekt, wordt weer in heel Nederland gebruikt. Daarom tellen we de eigen opwek binnen de gemeente met bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens niet direct mee als CO2-reductie, anders dan dat gemeentelijke of regionale inspanningen een bijdrage leveren aan reductie van de landelijke emissiefactor. Vergroening van de nationale (en internationale) elektriciteitsproductie werkt als externe ontwikkeling door op de emissies van de gemeentelijke elektriciteitsvraag. De opwek van hernieuwbare elektriciteit in Schiedam wordt met deze methodiek dus niet gerekend als directe emissiereductie. Wel gaan we in Hoofdstuk 5 in op de huidige produc-
4
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
tie van hernieuwbare elektriciteit. Dit zetten we af tegen het huidige en toekomstige elektriciteitsverbruik. Hiermee geven we inzicht in de omvang van de opgave en de bijdrage van gemeentelijke maatregelen.
2 Huidige emissies De grootste uitstoot komt van gebouwen, gevolgd door mobiliteit In 2021 bedroegen de totale broeikasgasemissies in de gemeente Schiedam 297 kton CO2-eq. Figuur 2 laat zien dat de sector Gebouwde omgeving (woningen en utiliteitsbouw) de belangrijkste veroorzaker van emissies is. Het gaat hier voor het overgrote deel over de uitstoot van CO2. In deze sector, bestaande uit woningen en de commerciële en publieke dienstverlening, komen de meeste emissies door aardgasverbruik in woningen. De sector Mobiliteit is ook een belangrijke uitstoter van broeikasgassen, met name CO2. Binnen deze sector worden de meeste emissies veroorzaakt door wegverkeer (vooral personenauto’s). Een aanzienlijk deel (67%) van de emissies van mobiliteit komt van snelwegen die door het grondgebied van de gemeente lopen. De sector Industrie (procesemissies) heeft een relatief klein aandeel in de totale uitstoot van Schiedam 1. De sector Landbouw is verwaarloosbaar voor Schiedam. ________________________________ 1
De data over de industrie is relatief onnauwkeurig. Regelmatig ontbreken bedrijven in de data. Voor meer zekerheid over de cijfers is aanvullend onderzoek nodig.
5
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Figuur 2 – Verdeling van broeikasgasemissies over de (deel)sectoren in 2021
De uitstoot van de industrie is sterk afgenomen door het vertrek van de glasfabriek
Figuur 3 – Ontwikkeling van de emissies uit de industrie in Schiedam sinds 1990
In 1990, het referentiejaar voor de doelstelling, waren de industriële emissies in Schiedam nog veel hoger. Deze werden voor een groot deel veroorzaakt door de glasfabriek van O-I Manufacturing. In 2017 is deze fabriek dichtgegaan. De emissies van Schiedam zijn daardoor sterk afgenomen. De productie uit Schiedam is gedeeltelijk overgeplaatst naar Leerdam en Maastricht.2 Er is hier dus eerder sprake van een verplaatsing van emissies dan een daadwerkelijke afname. Figuur 3 laat zien hoe de emissies uit de industrie zich hebben ontwikkeld. Daaruit blijkt dat met name tussen 1990 en 2015 de overige emissies van de industrie ook zijn afgenomen. Die afname is verspreid over verschillende subsectoren.
Gasverbruik in 2022 13% lager dan in 2018 De gemeente Schiedam had de doelstelling om in 2022 10% minder aardgas te verbruiken dan in 2018. Het aardgasverbruik is in werkelijkheid nog verder gedaald, namelijk met 13%. Daarbij moet opgemerkt worden dat in de periode 2018-2022 de coronacrisis heeft plaatsgevonden én de oorlog in Oekraïne is uitgebroken, waardoor de energieprijzen sterk zijn gestegen. Beide situaties hebben invloed gehad op de daling van het gasverbruik. ________________________________ 2
6
Glasfabriek in Schiedam dicht: 230 banen verdwijnen | Rotterdam | AD.nl
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
3 Doelbereik
Figuur 4 – Ontwikkeling van de emissies in Schiedam en prognose richting 2030 en 2050
Schiedam haalt doel voor 2030, dankzij sterke reductie industrie Figuur 4 laat zien dat de gemeente Schiedam met de huidige landelijke beleidsmaatregelen en de huidige beleidsmaatregelen van de gemeente haar doel voor 2030 haalt. In 2030 zijn de emissies zelfs met 59% afgenomen ten opzichte van 1990. Dat is echter voor een groot deel te danken aan het sluiten van de glasfabriek en het verdwijnen van de overige industrie en niet aan klimaatbeleid. Als de emissies van de glasfabriek gelijk zouden zijn gebleven sinds 1990, zou de emissiereductie in 2030 40% zijn en zou de doelstelling dus niet gehaald worden. In de gebouwde omgeving is ook een daling van de emissies te zien. Dat komt vooral doordat er landelijk steeds meer hernieuwbare energieproductie komt en de uitstoot uit het gebruik van elektriciteit daardoor afneemt.
Figuur 4 laat zien dat de emissies in de mobiliteitssector nauwelijks afnemen. In Hoofdstuk 4 gaan we dieper in op de ontwikkelingen in de verschillende sectoren. Ook zijn er in 2050 nog emissies en wordt het doel van 100% emissiereductie dus niet gehaald.
7
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
4 Prognose per sector
Figuur 5 – Ontwikkeling van de emissies per sector
De daling van emissies komt vooral door landelijk beleid en autonome ontwikkelingen Figuur 5 geeft het effect weer van het basispad en gemeentelijk beleid op de emissies in 2030 en 2050 in de verschillende sectoren. Het basispad laat zien hoe de emissies zich ontwikkelen als we geen rekening houden met gemeentelijke beleidsmaatregelen, maar wel met autonome ontwikkelingen, nationaal beleid en bevolkingsgroei. De grote daling van de emissies van de industrie tussen 1990 en 2021 komt door het vertrek van de glasfabriek en andere industrie. De meeste reductie vanaf 2021 vindt plaats in het basispad, met name door de afname in de landelijke CO2-emissiefactor van elektriciteit (in 2030 77% lager dan in 2021 en nul in 2050).
8
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
De emissiereductie door het gemeentebeleid vult de ontwikkelingen in het basispad aan en bestaat alleen uit maatregelen die concreet genoeg waren om door te rekenen en waarover voldoende gegevens te verzamelen waren. Het gaat om de volgende maatregelen in de gebouwde omgeving: — Transitievisie Warmte: • Warmtenet Groenoord; • Sveaparken: elektrificatie, waarvan 80% klaar in 2030; • Nieuwland: isolatie naar Label C. — Isolatieprogramma; — corporatiewoningen naar Label C; — verduurzaming openbare verlichting.
Op het gebied van mobiliteit hebben we de volgende maatregelen doorgerekend: — bouwen rondom ov-locaties; — parkeertarieven; — parkeernormen; — modal shift korte ritten (fiets en ov aantrekkelijker maken ten opzichte van de auto op korte ritten van <15 km); — deelmobiliteit; — metropolitane fietsroutes (hoogwaardige fietsroutes aanleggen tussen woon- en werkgebieden); — werkgeversaanpak: dit omvat maatregelen voor werkgevers om hun werknemers op een duurzamere manier te laten reizen voor zowel zakelijk motief als woon-werkverkeer. Voorbeelden zijn het aanbieden van ov-vrij voor medewerkers, mobiliteitsbudget en parkeerbeleid; — zero-emissie (ZE) stadslogistiek in de binnenstad; — zero-emissie (ZE) eigen wagenpark.
9
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
In de gebouwde omgeving nemen de emissies richting 2030 sterk af dankzij de verduurzaming van elektriciteit In de sector Gebouwde omgeving is een sterke daling van de emissies te zien. In 2030 zijn de emissies met 55% afgenomen ten opzichte van 1990, van 191 kton naar 86 kton. Dit komt grotendeels doordat de emissies van elektriciteitsverbruik omlaaggaan, omdat de productie van hernieuwbare elektriciteit landelijk sterk zal toenemen tot 2030. Figuur 6 laat het effect zien van het basispad (landelijk beleid en autonome ontwikkeling) en van de afzonderlijke beleidsmaatregelen van de gemeente in de gebouwde omgeving. Schiedam heeft in haar Transitievisie Warmte (TVW) opgenomen dat gestart wordt met verduurzaming van de wijken Groenoord, Sveaparken en Nieuwland. Er wordt op dit moment gewerkt aan de aanleg van een warmtenet in Groenoord. Sveaparken zou over moeten gaan naar all-electric verwarming (door middel van warmtepompen). De planvorming hiervoor zou in 2023 starten, maar op dit moment wordt pas een voorverkenning gedaan. We nemen aan dat deze aanpak wel wordt doorgezet en dat in 2030 80% van de woningen is verduurzaamd naar all-electric. Voor Nieuwland is in de TVW opgenomen dat er een warmtenet wordt aangelegd. Dit is echter nog niet gestart en de gemeente verkent andere opties.
In overleg met de gemeente hebben we daarom een andere aanpak doorgerekend, namelijk isolatie van alle gebouwen met
energielabel E, F of G in Nieuwland naar Label C. In Paragraaf 6.1 laten we het verschil zien tussen verschillende aanpakken voor Nieuwland.
Van de maatregelen die de gemeente neemt, heeft de TVW-aanpak in de wijken Sveaparken en Groenoord de grootste impact.
Naast de TVW hebben we ook het isolatieprogramma, het isoleren van corporatiewoningen naar Label C en het verduurzamen van openbare verlichting meegenomen. Figuur 6 - Emissiereductie van basispad (landelijk beleid en autonome ontwikkelingen) en gemeentelijke beleidsmaatregelen in de sector Gebouwde omgeving) in 2030
10
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
In de mobiliteitssector nemen de emissies tot 2030 nauwelijks af Figuur 5 laat zien dat in de mobiliteitssector de emissies slechts beperkt afnemen tussen 1990 en 2030. Tussen 1990 en 2021 zijn de mobiliteitsemissies toegenomen van 107 kton naar 116 kton. Tot 2030 daalt dat weer naar 98 kton. Per saldo is er maar een afname van 9% tussen 1990 en 2030. Figuur 6 laat zien wat het effect is van landelijk beleid en gemeentelijk beleid. De negen gemeentelijke maatregelen die het huidige beleid vormen, zijn relatief klein van schaal en leveren dus maar beperkt effect op. De meest effectieve maatregelen die al zijn genomen, zijn lagere parkeernormen en ZE-stadslogistiek in de binnenstad. De gemeente Schiedam heeft afspraken gemaakt in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) over een gezamenlijke aanpak duurzame mobiliteit. In Uitvoeringsagenda Mobiliteit van 10 april 2019 hebben de MRDHgemeenten de ambitie vastgelegd om in 2025 30% minder CO2uitstoot van verkeer te hebben dan in 2016. Hoewel wij niet specifiek berekeningen hebben gedaan voor deze periode, is uit onze prognose wel duidelijk op te maken dat die doelstelling door Schiedam niet gehaald wordt. In Bijlage B gaan we in op wijzigingen in de klimaatmonitor op het gebied van mobiliteit.
11
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Figuur 6 - CO2-effecten van basispad (landelijk beleid en autonome ontwikkelingen) en gemeentelijke beleidsmaatregelen in de sector Mobiliteit in 2030
12
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
5 Hernieuwbare elektriciteit We hebben de plannen op het gebied van hernieuwbare elektriciteit niet meegenomen bij het berekenen van de CO 2effecten van maatregelen, omdat voor elektriciteit de landelijke emissiefactor van toepassing is (zie Paragraaf 1.2). Om de landelijke emissiefactor verder te laten dalen, moet ook Schiedam haar steentje bijdragen door middel van hernieuwbare energieproductie. In dit hoofdstuk brengen we daarom de energetische opbrengst van een aantal maatregelen in beeld en laten we zien hoe dit zich verhoudt tot het elektriciteitsverbruik in de gemeente.
6% hernieuwbare elektriciteit in 2022 In 2022 werd in Schiedam 1.030 TJ aan elektriciteit verbruikt en werd er 67 TJ hernieuwbare elektriciteit geproduceerd met zonnepanelen (zie Figuur 7). Het percentage hernieuwbare elektriciteit dat met deze productiecapaciteit kan worden geproduceerd, is dus 6% (in 2021 was dit 5%). Ter vergelijking: in Nederland was de hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2021 ruim 33% en in Zuid-Holland 13%.3 De gemeente Schiedam ________________________________ 3
13
Bron: Regionale klimaatmonitor
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
heeft dus een relatief elektriciteitsproductie.
laag
aandeel
hernieuwbare
Figuur 7 - Elektriciteitsverbruik en hernieuwbare elektriciteit in Schiedam in 2021 en 2022
6 Aanvullende maatregelen De gemeente Schiedam heeft ons gevraagd om mee te denken over aanvullende maatregelen die zij kan nemen om op koers te blijven voor haar klimaatdoelen. Door onder andere de sluiting van de glasfabriek haalt Schiedam in onze prognose een reductie van 59% in 2030 en daarmee wordt formeel het doel van 49% reductie voor 2030 gemakkelijk gehaald. Daar is echter een aantal kanttekeningen bij te maken: — Het doel van Schiedam is gebaseerd op het oude landelijke doel. Het huidige landelijke doel is om met het beleid te sturen op 60% reductie, zodat ten minste 55% wordt gehaald. — Het 2030-doel is gesteld als tussendoel richting 2050, het jaar waarin de uitstoot nul moet zijn. Dat doel wordt volgens onze prognose nog niet gehaald. — Het is bovendien van belang dat ook in de andere sectoren voldoende voortgang wordt geboekt in 2030 om ook de 2050-doelen te kunnen halen. Met name in de mobiliteitssector is nog nauwelijks reductie te zien. We beschrijven hieronder per sector wat voor aanvullende maatregelen mogelijk zijn en wat dat betekent voor de verwachte emissiereductie in de betreffende sector.
14
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Daarnaast spelen in Schiedam meer uitdagingen dan alleen klimaatverandering. De gemeente houdt zich bijvoorbeeld ook bezig met de aanpak van energiearmoede, klimaatadaptatie en de ontwikkeling van bedrijventerreinen. In de voorstellen die we doen voor klimaatbeleid houden we ook rekening met gerelateerde beleidsterreinen en het effect daarop.
6.1 Gebouwde omgeving Zoals toegelicht in Hoofdstuk 4 wordt in de gebouwde omgeving naar verwachting in 2030 een reductie van 56% gerealiseerd, dankzij de snelle toename van hernieuwbare elektriciteit in de landelijke mix en de inzet op drie wijken in de TVW, waarbij met name de verduurzaming van Groenoord en Sveaparken impact maken. Het doel van 49% reductie wordt dus naar verwachting ook in de gebouwde omgeving gehaald. Of de TVW daadwerkelijk (tijdig) wordt uitgevoerd is echter zeer onzeker. Om Schiedam in 2050 aardgasvrij te maken, is nog aanvullend beleid nodig. Omdat de verduurzaming van de gebouwde omgeving lange doorlooptijden kent, is het van belang om hier nu al actie op te ondernemen. In Bijlage C is een overzicht opgenomen van de verplichtingen die vanuit het Klimaatakkoord aan gemeenten worden gesteld voor de gebouwde omgeving.
In Tabel 1 geven we een overzicht van aanvullende maatregelen die de gemeente kan nemen om verdere verduurzaming te realiseren. Tabel 1 – Mogelijke aanvullende maatregelen gebouwde omgeving
15
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Figuur 8 – Emissiereductie per scenario voor de wijk Nieuwland (het effect van scenario
Nieuwland
‘geen aanpak’ is 0)
Voor de wijk Nieuwland hebben we in de prognose een beperktere aanpak meegenomen dan in de TVW staat. Als in Nieuwland het plan uitgevoerd wordt om een warmtenet aan te leggen, levert dat een reductie van 6 kton op, dat is 4,7 kton meer dan de aanpak waarbij naar Label C wordt geïsoleerd en die is meegenomen in de prognose. Tabel 2 geeft het effect van de verschillende scenario’s weer voor Nieuwland, inclusief een scenario waarin er niets wordt gedaan in Nieuwland. Tabel 2 - Ontwikkeling emissies met verschillende scenario’s voor Nieuwland
Groenoord Daarnaast laten we in Tabel 1 zien wat er gebeurt als bij het warmtenet in Groenoord een hogetemperatuuropslag (HTO) wordt gerealiseerd. Het huidige warmtenet heeft nog een relatief grote emissiefactor, omdat in de winter gas moet worden bijgestookt om voldoende warmte te kunnen leveren. Door in de zomer ondergronds warmte op te slaan, hoeft er in de winter minder gas bijgestookt te worden.
16
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Corporatiewoningen naar Label B Ook laten we zien wat het effect is van het verder isoleren naar Label B van naoorlogse corporatiewoningen. De huidige afspraken met corporaties zijn om naar Label C te isoleren. Dat is het minimale niveau dat nodig is bij het geplande warmtenet. Het potentieel van verder isoleren is beperkt, maar is wel van belang om energiearmoede terug te dringen.
Maatschappelijk vastgoed Ten slotte is er nog onbenut potentieel in de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Door het maatschappelijk vastgoed vergaand te isoleren, kan aanzienlijk worden bespaard op de warmtevraag van deze gebouwen. Het is wenselijk om daarbij zo veel mogelijk rekening te houden met meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) en/of natuurlijke momenten. Figuur 9 laat het effect zien van de genoemde aanvullende maatregelen op de CO2-reductie. Met alle aanvullende maatregelen is het mogelijk om 60% reductie te realiseren in de gebouwde omgeving.
17
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Figuur 9 - Het effect op de CO2-emissies van aanvullende maatregelen in de gebouwde omgeving
18
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
6.2 Mobiliteit en transport
uitbreiding van de ZE-zone stadslogistiek en een verlaging van de maximumsnelheid op de snelwegen.
De mobiliteitsemissies zijn tussen 1990 en 2021 gestegen. Om een emissiereductie te bewerkstelligen, is dus een trendbreuk nodig. Volgens onze prognoses is er in 2030 op basis van het huidige beleid wel een daling ten opzichte van 2021 te zien, maar zijn de emissies maar 4% lager dan in 1990. Er is dus aanvullend beleid nodig om de emissies verder omlaag te brengen.
Een groot deel van de emissies, namelijk 67% van de mobiliteitsemissies in Schiedam, komt van snelwegen. Daar heeft de gemeente dus niet direct invloed op. Wel kan de gemeente bij het Rijk pleiten voor een verlaging van de maximumsnelheid. Dit hebben we als aanvullende maatregel meegenomen in Tabel 3. Dit heeft veel impact. Daarnaast kan de gemeente op een andere manier invloed hebben. Veel verkeer op de snelwegen heeft als herkomst en bestemming de eigen regio. Dat vraagt om een regionale aanpak om de snelwegemissies te reduceren. De gemeente Schiedam werkt al regionaal samen op het gebied van mobiliteit in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). In dit samenwerkingsverband kunnen maatregelen worden geformuleerd om de snelwegemissies terug te dringen. Dit kan bijvoorbeeld door in te zetten op het beperken van de reisbewegingen (bijvoorbeeld thuiswerken) of het verschonen van de reisbewegingen (bijvoorbeeld elektrificatie, overstap naar ov).
In Tabel 3 laten we een aantal aanvullende maatregelen zien die de gemeente Schiedam kan nemen op het gebied van mobiliteit. Figuur 10 laat de emissieprognose voor mobiliteit zien met de aanvullende maatregelen. Met deze aanvullende maatregelen kan 23 kton extra emissiereductie worden gerealiseerd. De maatregelen met verreweg de grootste impact zijn de
19
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Tabel 3 - Mogelijke aanvullende maatregelen mobiliteit
Figuur 10 - Het effect op de CO2-emissies van aanvullende maatregelen Mobiliteit
21
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
De resterende industrie kan verder verduurzamen De emissies in de sector Industrie zijn al sterk afgenomen, door het vertrek van de glasfabriek en andere industrie. Voor de resterende industrie kan Schiedam echter ook maatregelen nemen om verduurzaming verder in te zetten. We noemen hierna enkele suggesties. Omdat de emissiereductie die gerealiseerd kan worden, sterk afhankelijk is van de invulling van de maatregel en de betrokken bedrijven, hebben we hiervoor geen inschatting van de mogelijke emissiereductie gemaakt. In de Wet milieubeheer is een verplichting opgenomen voor bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. De gemeente is verantwoordelijk voor de handhaving. In het geval van Schiedam wordt de handhaving uitgevoerd door DCMR. Landelijk is het beeld dat intensivering van de handhaving kan zorgen voor aanvullende energiebesparing. Mogelijk kan dit ook effect hebben in Schiedam. Daarvoor is wel aanvullende handhavingscapaciteit nodig. Schiedam heeft meerdere bedrijventerreinen. Op bedrijventerreinen komen verschillende vraagstukken met betrekking tot de energietransitie samen. Veel gemeenten ontwikkelen daarom een integrale verduurzamingsaanpak per bedrijventerrein. De gemeente heeft daarin een coördinerende en aanjagende rol. De gemeente Schiedam heeft de ambitie om de
22
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
bedrijventerreinen te verduurzamen en voert daarover al gesprekken met ondernemers. Dit kan verder worden uitgewerkt naar een integrale aanpak. De gemeente Schiedam heeft daarbij een gunstige ligging ten opzichte van nieuwe infrastructuur, zoals WarmtelinQ en de geplande waterstofbackbone.
7 Aanbevelingen Volgens onze prognose zal de gemeente Schiedam haar doelstelling van 49% reductie in 2030 halen. Ook als de doelstelling wordt aangescherpt naar 55%, wordt deze gehaald. Dit komt vooral door het vertrek van industriële bedrijven, met name de glasfabriek van O-I die in 2017 uit Schiedam vertrok. Dat Schiedam haar doel bereikt is dus te wijten aan toeval en niet aan verduurzamingsmaatregelen. Het doel van 100% reductie in 2050 wordt nog niet gehaald. Het jaar 2050 lijkt nog ver weg, maar veel beleidsmaatregelen hebben een lange doorlooptijd, zoals in de gebouwde omgeving. Daarbij moet bovendien rekening gehouden worden met natuurlijke momenten, zoals verhuizingen/vervangen cv-ketel bij huishoudens en meerjarenonderhoudsplannen bij bedrijven. Ook kan niet alles tegelijkertijd worden uitgevoerd. Dat vraagt te veel capaciteit van met name technisch personeel, maar ook bijvoorbeeld bij de gemeente zelf. Schiedam zal dan ook het tempo van verduurzaming moeten versnellen om de doelstelling voor 2050 te halen. Een aandachtspunt daarbij is dat de gemeente niet overal direct invloed op heeft. Dit geldt met name voor de snelwegen die door Schiedam lopen. Hoewel het Rijk hierover gaat, kan
23
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
de gemeente Schiedam hier wel invloed op uitoefenen. Daar gaan we hierna verder op in. De gebouwde omgeving en de mobiliteitsemissies op gemeentelijke wegen liggen wel binnen de directe invloed van de gemeente. Hierna geven we een aantal aanbevelingen om het duurzaamheidsbeleid aan te scherpen
Ga verder met de uitvoering van de Transitievisie Warmte In de gebouwde omgeving nemen de emissies tot 2030 flink af, dankzij de landelijke verduurzaming van de elektriciteitsmix. Er is echter nog een flinke opgave om woningen en utiliteitsgebouwen van het gas af te halen, waarop Schiedam weinig voortgang boekt. Alleen de aanleg van het warmtenet in Groenoord is in gang gezet, de andere geplande wijken (Nieuwland en Sveaparken) zijn stilgevallen. In onze prognose hebben we wel aangenomen dat hier verduurzaming in gang wordt gezet, maar dit vereist dus nog wel actie van de gemeente. In 2050 moet de Transitievisie Warmte (TVW) volledig zijn uitgevoerd. Dit is echter een flinke opgave die veel tijd kost. Om 2050 te halen, moet Schiedam nu al verdergaan met de uitvoering van de TVW. Het opnieuw opstarten van de wijkaanpak in Nieuwland en Sveaparken is daarin een belangrijke eerste stap, maar het is ook van belang dat de rest van de TVW verder geconcretiseerd wordt. Uiterlijk in 2026
moet de TVW 2.0 worden vastgesteld. De gemeente zou nu moeten beginnen met de voorbereidingen daarvoor. Daarnaast heeft de gemeente nu nog geen beleid voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, terwijl daar veel potentieel ligt en de gemeente hier invloed op kan uitoefenen. We raden dan ook aan om hiermee aan de slag te gaan.
Benut deze positie om energiearmoede aan te pakken Schiedam heeft de luxepositie dat ze haar doel voor 2030 lijkt te halen. Tegelijkertijd is Schiedam een gemeente waar veel energiearmoede is. Dat geeft de gelegenheid om verduurzamingsmaatregelen te nemen waarmee tegelijkertijd energiearmoede kan worden aangepakt. Dat kan met name door mensen met lage inkomens te helpen met het verduurzamen van hun woning. Voorbeelden daarvan zijn verdergaande isolatie van sociale huurwoningen (bijvoorbeeld naar Label B, zie Hoofdstuk 6), het plaatsen van zonnepanelen op sociale huurwoningen of het uitdelen van vouchers voor energiebesparende materialen.
24
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Aanvullend beleid is nodig op gebied van mobiliteit De emissies van mobiliteit gaan nog onvoldoende omlaag. Dat komt overigens overeen met de landelijke trend. Aanvullend beleid is dus nodig. In Hoofdstuk 6 hebben we een aantal mogelijke maatregelen genoemd, namelijk het uitbreiden van de ZE-zone voor logistiek naar het gebied binnen de ring, ZE-zones voor tweewielers, beprijzing van verkeer en logistieke hubs. Maar er zijn nog talloze andere maatregelen mogelijk. Effectieve maatregelen om de CO2-emissies van de sector Mobiliteit terug te dringen, zijn: — Beleid om autoverkeer in de gemeente terug te dringen, zoals: • parkeertarieven verhogen; • lagere parkeernormen; • autoluw beleid; • verlagen maximumsnelheden binnen de ring (auto te gast). — Daartegenover is het belangrijk om duurzamere alternatieven aantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld door: • stimuleren van de (elektrische) fiets en wandelen; • stimuleren/faciliteren voor elektrische auto’s (bijvoorbeeld in het parkeerbeleid of door middel van laadpaalinfrastructuur);
•
•
•
het stimuleren van duurzaam werkgebonden verkeer door bijvoorbeeld: ◦ afspraken te maken met werkgevers in de gemeente over reductiedoelstellingen; ◦ stimuleren van thuiswerken/vergaderen; ◦ stimuleren duurzaam woon-werk- en zakelijk verkeer. verbeteren van het aanbod ov en deelmobiliteit, bijvoorbeeld door meer buslijnen aan te bieden of meer deelmobiliteit aan te bieden; stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit, bijvoorbeeld met een promotiecampagne.
Pak snelwegverkeer aan in regionaal verband Maar liefst 67% van de mobiliteitsemissies in Schiedam is afkomstig van snelwegen. De gemeente kan daar alleen niet direct invloed op uitoefenen. Een verlaging van de maximumsnelheid op de snelwegen naar 80 km/uur zou veel impact hebben. De gemeente Schiedam kan daarvoor pleiten bij de Rijksoverheid. Bovendien kan een regionale aanpak werken om de snelwegemissies af te laten nemen. Veel snelwegverkeer is namelijk binnen de regio. Schiedam zit al in het samenwerkingsverband Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De gemeente kan zich daarbinnen inzetten om meer maatregelen te nemen
25
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
gericht op snelwegemissies, bijvoorbeeld door in te zetten op het beperken van de reisbewegingen (bijvoorbeeld thuiswerken) of het verschonen van de reisbewegingen (bijvoorbeeld elektrificatie, overstap naar ov).
A 1990-emissies In de emissieregistratie wordt gerapporteerd dat de emissies in Schiedam in 1990 407 kton waren. Wij gaan echter uit van 484 kton. We leggen hier uit waar dit verschil in zit. Er zijn voor de toekenning van emissies naar een bepaald gebied (zoals een gemeente) twee benaderingen: 1. De bronbenadering (alleen Scope 1): In deze benadering wordt gekeken naar de CO2 en overige broeikasgassen die fysiek in het betreffende gebied worden uitgestoten. Bijvoorbeeld de schoorsteen van een huis, fabriek of energiecentrale en de uitlaatpijp van een voertuig. 2. Verbruiksbenadering (Scope 1 en 2): Deze benadering kijkt met name naar de locatie waar het energieverbruik (elektriciteit, warmte, gas) plaatsvindt. Dit veroorzaakt mogelijk elders emissies. In de praktijk verschilt de ‘verbruiksbenadering van de bronbenadering op het gebied van elektriciteit en warmte. Bij de verbruiksbenadering wordt de uitstoot door het elektriciteitsgebruik in de gemeente meegenomen, ook als deze in een andere gemeente wordt geproduceerd. Bij de bronbenadering wordt het elektriciteitsgebruik niet meegenomen, maar wordt gekeken naar de uitstoot van de elektriciteitscentrales in de
26
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
gemeente. Voor warmte (bijvoorbeeld uit warmtenetten) geldt hetzelfde verschil. De emissieregistratie is de enige bron voor 1990-emissies. Hier komt voor Schiedam de 407 kton uit. Deze gaat uit van de bronbenadering. Landelijk is het echter gangbaar om uit te gaan van de verbruiksbenadering. De Klimaatmonitor rapporteert cijfers volgens de verbruiksbenadering. Dit is de bron die de meeste gemeenten, waaronder Schiedam, aanhouden om uitstoot te monitoren. Ook de landelijke doelstelling is geformuleerd op basis van de verbruiksbenadering. Schiedam heeft zich voor haar eigen doelstelling op de landelijke doelstelling gebaseerd. Daarom gaan wij bij de berekeningen uit van de verbruiksbenadering. Omdat de emissies in 1990 alleen volgens de bronbenadering bekend zijn, rekenen we die om naar de verbruiksbenadering. Daar komt 484 kton uit. Dit is dus meer dan de eerder gecommuniceerde 407 kton. Daar staat tegenover dat er ook meer mogelijkheden zijn voor emissiereductie en er tot nu toe al meer emissiereductie heeft plaatsgevonden volgens de verbruiksbenadering. De emissieregistratie wordt regelmatig aangepast naar nieuwe inzichten. Wij hebben gerekend met cijfers die we op 18 maart 2024 uit de emissieregistratie hebben gehaald.
B Wijziging cijfers klimaatmonitor Verkeer en Vervoer De cijfers in de klimaatmonitor worden jaarlijks geactualiseerd, omdat de achterliggende cijfers uit de Emissieregistratie ook worden geactualiseerd. De cijfers in de Emissieregistratie worden regelmatig met terugwerkende kracht gewijzigd op basis van voortschrijdend inzicht. Daarnaast zijn er in de Emissieregistratie alleen cijfers beschikbaar voor jaren die eindigen op een vijftal (bijvoorbeeld 2015) en van de twee meest recente jaren. Voor de cijfers van tussenliggende jaren (zoals bijvoorbeeld 2016 t/m 2019) wordt in de Klimaatmonitor een aanvullende bewerking gedaan. Deze jaarlijkse wijzigingen hebben als consequentie dat nieuwe data kunnen kan wijken van eerder uitgedraaide data. In 2019 heeft de gemeente Schiedam gegevens uit de Klimaatmonitor gebruikt, met als peiljaar 2017. Op dat moment was 2017 één van de twee meest recente jaren, waardoor er direct gegevens beschikbaar waren over dat jaar in de Emissieregistratie. In de huidige datasets van de Emissieregistratie is 2017 niet meer beschikbaar. Dat betekent
27
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
dat de Klimaatmonitor een bewerking heeft uitgevoerd voor het genereren van gegevens over 2017. Dit is gedaan aan de hand van een verkeersmodel. Verder is het verkeersmodel van 2020 verrijkt met mobiele-telefoondata, waardoor het model is verbeterd. Het gevolg hiervan is dat er op onderdelen afwijkingen zijn van de verdeling in voorgaande jaren. De dataset die de gemeente Schiedam in 2019 heeft gebruikt, is daarom anders dan de data die nu beschikbaar is in de Klimaatmonitor. De cijfers uit de klimaatmonitor veranderen nog steeds regelmatig. Wij hebben gerekend met cijfers die we op 12 maart 2024 uit de Klimaatmonitor hebben gehaald.
C Verplichtingen voor gemeenten in de gebouwde omgeving De VNG heeft een Routekaart Klimaat en Energie opgesteld met de verplichtingen die vanuit het Klimaatakkoord aan gemeenten worden gesteld. Deze routekaart geeft per sector de verplichtingen weer voor de komende jaren. Voor de sector Gebouwde omgeving zijn dit de volgende: 2024 — Gemeenten hebben tot eind 2025 om de toegereikte middelen voor energiearmoede te besteden. — In 2024 vindt de tweejaarlijkse herijking van de Sectorale Routekaart Maatschappelijk Vastgoed plaats. Gemeenten moeten het elektriciteit- en aardgas verbruik naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) rapporteren. 2025 — In 2025 vindt de vierjaarlijkse evaluatie van de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed plaats.
28
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
2026 — Uiterlijk eind 2026 moeten gemeenten de TVW 2.0 vastgesteld hebben. — Gemeenten rapporteren de tweejaarlijkse voortgang van de routekaart maatschappelijk vastgoed naar BZK. 2027 — Vanaf 2027 moeten utiliteitsgebouwen en gebouwen van publieke instellingen met energielabel G omgebouwd worden naar minimaal energielabel C. Gemeenten moeten hierop controleren en handhaven. 2028 — Gemeenten rapporteren de tweejaarlijkse voortgang van de Routekaart Maatschappelijk Vastgoed naar BZK. 2029 — In 2029 vindt de vierjaarlijkse evaluatie van de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed plaats. 2030 — In 2030 moeten 1.5 miljoen woningen geïsoleerd en/of aardgasvrij zijn (nationaal doel). — Utiliteitsgebouwen met energielabel F moeten omgebouwd zijn naar energielabel C. De gemeente moet hierop handhaven.
— Vanaf 2030 geldt een verbod op huurwoningen met energielabels lager dan E. — In 2030 moet er een CO2-reductie van 49% gerealiseerd zijn in gemeentelijk maatschappelijk vastgoed.
29
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024
Colofon Delft, CE Delft, april 2024 Deze publicatie is geschreven door: Suzanne Breman, Denise Hilster, Marijke Meyer, Sander Raphaël en Simone Tanis Publicatienummer: 24.230280.056a Opdrachtgever: Gemeente Schiedam Alle openbare CE-publicaties zijn verkrijgbaar via www.ce.nl © copyright, CE Delft, Delft
CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al meer dan 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.
30
230280 - Monitoring klimaatbeleid Schiedam – April 2024