CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

20260330 Sdam Advies verkenner DEF

Gemeenteraad 1 april 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Advies van de verkenner, de heer A.J. Hoekstra4.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eindrapport verkenner Bestuursperiode 2026 - 2030 Schiedam

A.J. Hoekstra 30 maart 2026

1

Voorwoord Geachte lijsttrekker van GROENLINKS-PvdA-Progressief Schiedam, mevrouw Van Dijk i.a.a. de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Bergmann Als lijsttrekker van de grootste partij heeft u mij gevraagd om de rol van verkenner te vervullen. Dat wil zeggen dat mij gevraagd is om met een advies te komen over welke partijen in eerste aanleg moeten proberen om samen tot een coalitie te komen en een college te vormen. Dat verzoek heb ik als een grote eer ervaren. Het is bijzonder om bij te dragen aan de eerste stappen richting een nieuw gemeentebestuur. Het feit dat ik als onafhankelijk verkenner van buiten de eigen partij ben gevraagd, getuigt van de oprechte wens om dit proces zo zuiver mogelijk te laten verlopen en daarbij alle inwoners centraal te stellen. De verkennende fase gaat om veel meer dan het adviseren over hoe een coalitie eruit kan zien. Deze fase bepaalt tevens de samenstelling van de oppositie, een onmisbare tegenmacht die naast een belangrijke controlerende taak ook een initiërende rol kan vervullen en volwaardig kan meebepalen in het stellen van de beleidskaders. De verkennende fase draait om een goede en eerlijke start, gebaseerd op luisteren en wederzijds respect. Het is belangrijk te realiseren dat deze fase bepalend is voor in hoeverre men een start als negatief ervaart, of juist energie geeft om samen aan de slag te gaan.

Daarom is zorgvuldigheid en oprechtheid in deze fase vele malen belangrijker dan tijdsdruk, haast of ongeduld. Ik kijk met veel plezier terug op de gesprekken die ik in dit kader heb mogen voeren met vertegenwoordigers van de verschillende partijen. In een open en constructieve sfeer is gesproken over de verkiezingsuitslag, de duiding daarvan en de mogelijkheden voor samenwerking. Wat daarbij opviel is de grote betrokkenheid bij de stad en de brede bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor het bestuur van Schiedam.

De gesprekken kenmerkten zich door de gedeelde opvatting dat bij alles de inwoner centraal moet staan. Er is een brede constructieve houding om te komen tot een sterk en effectief stadsbestuur dat met respect omgaat met elkaar en anderen. Uiteraard zijn er verschillen in visie en prioriteiten, maar er is ook een duidelijke wil om samen te zoeken naar werkbare oplossingen voor de opgaven waar Schiedam voor staat. Met de aanbieding van dit verslag beschouw ik mijn opdracht als uitgevoerd. Ik blijf beschikbaar om het debat waarvoor dit verslag is opgesteld bij te wonen en over mijn verslag inlichtingen te verstrekken.

Met vriendelijke groet, Arnout Hoekstra 30 maart 2026

2

Inleiding De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 hebben in Schiedam geleid tot een nieuwe politieke werkelijkheid. De kiezer heeft zich nadrukkelijk uitgesproken, met verschuivingen in zetelaantallen en een veranderde krachtsverhouding tussen de partijen in de gemeenteraad. Er ligt een duidelijke opdracht: vorm een stabiel en daadkrachtig bestuur dat recht doet aan de diversiteit van de stad en de signalen uit de samenleving serieus neemt. De verkiezingsuitslag laat een gefragmenteerd politiek landschap zien, waarin geen enkele partij een vanzelfsprekende meerderheid heeft. Tegelijkertijd zijn er duidelijke accenten zichtbaar in de keuzes van kiezers, variërend van aandacht voor bestaanszekerheid en wonen tot zorgen over leefbaarheid en veiligheid. Deze uitkomst vraagt om samenwerking over partijgrenzen heen, waarbij inhoudelijke overeenkomsten en bestuurlijke verantwoordelijkheid centraal staan. In dit krachtenveld is de verkenningsfase van groot belang. De verkiezingsuitslag vormt daarbij het vertrekpunt voor gesprekken tussen partijen over mogelijke coalitievorming. De verkenner heeft in deze fase de opdracht gekregen om te onderzoeken welke combinaties van partijen kunnen rekenen op voldoende vertrouwen en stabiliteit, en welke inhoudelijke basis aanwezig is om te komen tot een gedragen coalitieakkoord. Het document is als volgt opgebouwd.

Eerst wordt de uitgangspositie geschetst, met daarin de verkiezingsuitslag en een duiding van de belangrijkste kenmerken daarvan. Vervolgens wordt een rekenkundige en theoretische analyse gegeven van mogelijke coalitierichtingen, los van inhoudelijke en relationele overwegingen. Daarna wordt ingegaan op de verkennende gesprekken met de partijen. Op basis van deze bouwstenen wordt vervolgens stapsgewijs toegewerkt naar een advies over de meest voor de hand liggende coalitievariant. Het document sluit af met aandachtspunten en aanbevelingen voor de (in)formateur en de formerende partijen.

3

Uitgangspositie Op 26 maart heeft de voorzitter van het Centraal Stembureau de officiële verkiezingsuitslag bekendgemaakt. Deze uitslag bevestigde het beeld dat op de uitslagenavond van 18 maart duidelijk werd. Belangrijk om te benoemen is dat er met deze verkiezingen twee zetels extra te verdelen waren ten opzichte van vier jaar geleden: 35 -> 37 zetels. Hieronder wordt de uitslag weergegeven, gesorteerd op het aantal stemmen, met een vergelijking met de uitslag van de vorige verkiezingen. In dit verslag gebruik ik, om praktische redenen, afkortingen voor de partijnamen. Achterin het document staan de volledige namen van alle partijen, zoals geregistreerd bij de Kiesraad. Partij 2022 GL-PvdA-PS 11 AvS 2 DENK 4 VVD 6 LMV 0 D66 3 CDA 2 FvD 0 OPS 3 LOS 2 50PLUS 0 PvdD 0

2026 8 5 4 4 3 3 3 2 2 1 1 1

<> (-3) (+3) (0) (-2) (+3) (0) (+1) (+2) (-1) (-1) (+1) (+1)

Stemmen 5.388 3.228 3.082 2.988 2.464 2.051 2.042 1.864 1.425 1.121 1.092 1.060

Wat opvalt is dat er vier nieuwe partijen hun intrede doen: LMV, FvD, 50PLUS en PvdD. GL, PvdA en PS, die voorheen zelfstandig deelnamen, doen juist gezamenlijk mee, wat weer leidt tot twee partijen minder. Deze gezamenlijke lijst gaat met drie zetels terug in omvang. Ook de VVD verliest zetels, waardoor er niet een heel duidelijke verschuiving is tussen links en rechts.

‘Recht doen aan de verkiezingsuitslag’: Rekenkundige analyse en theoretische richtingen Op basis van de verkiezingsuitslag kan er, voorafgaand aan het spreken van de partijen en het verkennen van overeenkomsten, een aantal mogelijke richtingen worden bepaald. Er is in verschillende samenstellingen een meerderheid te vormen. Daarbij kan worden vastgesteld dat voor het vormen van een meerderheid minimaal 19 zetels nodig zijn. Het inventariseren van deze mogelijke richtingen is relevant voor het vraagstuk hoe een te vormen coalitie recht kan doen aan de verkiezingsuitslag. Iedere denkbare raadsmeerderheid beschikt over een democratische legitimatie, omdat zij is gebaseerd op een meerderheid van de gekozen volksvertegenwoordigers. Toch zou je vanuit verschillende invalshoeken kunnen redeneren dat er in de totale uitslag een uitspraak van de kiezer verborgen zit.

4

Een eerste logische benadering is om te kijken naar de variant waarbij op basis van de grootste partijen een minimale meerderheid wordt gevormd. Op basis van de uitslag zijn daar vier partijen voor nodig (GL-PvdA-PS, AvS, DENK en VVD). Samen komen zij uit op 21 zetels. Ook kan er worden gekeken naar de winnaars versus verliezers. Een coalitie bestaande uit slechts winnaars komt uit op zes partijen / 15 zetels. Deze variant haalt geen meerderheid en is dus niet levensvatbaar. Daarnaast is de redenering niet zuiver, omdat een partij die voor het eerst meedoet sowieso wint ten opzichte van vier jaar geleden. Daarbij: Iedere verkiezing begint iedere partij de dag met nul stemmen. Ook kan er gekeken worden naar een balans tussen lokale partijen en landelijke partijen. Deze verhouding kan een rol spelen bij de vraag in hoeverre een coalitie als herkenbaar en representatief wordt ervaren door inwoners. Een lastig te duiden partij hierin is GL-PvdA-PS, omdat dit een combinatie is van een landelijke en een lokale partij. 8.238 Schiedammers hebben op een partij gestemd die niet landelijk vertegenwoordigd is, 14.179 Schiedammers op een partij die wel landelijk vertegenwoordigd is. Wanneer je GL-PvdA-PS als landelijke partij zou meerekenen dan komen de landelijke partijen uit op 19.567, zou je ze bij de lokale partijen optellen, dan komen die uit op 13.626 stemmen.

Daarbij blijft deze discussie subjectief, omdat partijen met een landelijk georganiseerde vereniging zullen bepleiten dat zij lokaal net zo goed bestaan uit lokale inwoners. Verder kan men kijken naar combinaties die bestaan uit juist zo min mogelijk partijen of juist zo breed mogelijk, coalities die een nipte of een ruime meerderheid hebben, minderheidscoalities, het vervangen van een coalitie door een raadsbreed akkoord en combinaties die zijn gebaseerd op verhoudingen als links/rechts (economisch dan wel cultureel), conservatief/progressief of juist coalities die ideologisch in het midden liggen. Je kunt vanuit een behoefte aan continuïteit ook uitgaan van partijen die in de afgelopen periode bewezen hebben te kunnen besturen, of in het recente verleden bestuurservaring hebben opgedaan, terwijl er ook iets te zeggen valt voor de keuze om juist partijen die voorheen in de oppositie zaten de kans te geven zich in een coalitie te laten bewijzen. Ook kun je verschillend denken over de vraag of totaal nieuwe partijen niet beter eerst vanuit de oppositie ervaring zouden moeten opdoen; of dat ze in staat zijn direct verantwoordelijkheid te nemen binnen een college. Het is ook belangrijk om te kijken welke partijen eventueel de oppositie gaan vormen. Een goede oppositie is minstens zo belangrijk als een goede coalitie.

De parlementaire democratie bestaat bij uitstek uit een gezonde verhouding van macht en tegenmacht, waarin de uitvoerende macht kritisch wordt gecontroleerd en de coalitie in publiek toegankelijke vergaderingen wordt bevraagd op overwegingen en waar alternatieven worden voorgelegd en afgewogen. Uiteraard geven partijen zelf een duiding aan wat de algehele boodschap van de kiezer is, waarbij die duiding veelal in het voordeel van de eigen partij is waardoor er op voorhand onder de partijen geen algehele consensus bestaat over welke duiding de juiste is. Het is aan de verkenner om bij de partijen op te halen welke vertaling zij geven aan de totale uitslag.

De realiteit is dat het niet enkel een zuiver rekenkundige of theoretische verkenning is, en dat zowel inhoudelijke overeenkomsten, onderling vertrouwen en omgangsvormen uiteindelijk

5

doorslaggevend zijn in of er een meerderheid te vinden is die stabiel, daadkrachtig en toekomstbestendig is. Daarvoor zijn veel gesprekken nodig, dit komt in de volgende alinea’s aan bod.

Verkennende gesprekken Als verkenner heb ik met alle partijen gesprekken gevoerd. In drie avonden heb ik iedere partij maximaal een half uur gesproken. De griffier en de plaatsvervangend griffier waren bij deze gesprekken aanwezig om te notuleren. Het bepalen van de afvaardiging was aan de partijen zelf, waarbij de meeste partijen met twee vertegenwoordigers waren, en anderen met één of met drie. De vertegenwoordiging bestond in ieder geval uit de lijsttrekker, meestal aangevuld met de zittende fractievoorzitter, wethouder of andere (toekomstige)raadsleden/commissieleden. Alle gesprekken waren enerverend en in geen geval saai.

In de uitnodigingsbrief zijn op voorhand een aantal vragen benoemd die in de gesprekken naar voren zouden komen, zodat de partijen zich goed konden voorbereiden. De vragen waren als volgt: - De thema’s die volgens partijen in de komende periode prioriteit hebben. - Met welke partijen men samenwerking mogelijk (of juist niet aannemelijk) ziet en welk draagvlak in de Raad een coalitie vraagt. - Belangrijkste waarden / uitgangspunten van een bestuurscultuur en samenwerking in coalitie/ college. - Eventuele wethouderskandidaten bij collegedeelname. - Eventuele andere eigen overwegingen die nog niet aan bod zijn geweest. Verslaglegging De verslaglegging hielp mij als verkenner zodat ik me volledig kon concentreren op het gesprek en niet gelijktijdig aantekeningen hoefde te maken. De verslagen die gemaakt zijn, zijn beknopt en bedoeld als input voor dit advies. De verslagen zijn aan de betreffende vertegenwoordigers van de partijen voorgelegd voor een extra controle zodat de aantekeningen overeenkomen met wat er is gezegd, en aan hen is de mogelijkheid gegeven dit eventueel te corrigeren. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het geen meerwaarde heeft om deze verslagen integraal te publiceren, aangezien de vertaling van de verslagen volledig tot haar recht komt in dit advies, en beknopte (niet woordelijke verslagen) zonder toelichting en nuance verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd.

De partijen aan het woord De basis Er is onder de partijen een algemeen gedragen opvatting dat het logisch is om eerst te kijken naar GL-PvdA-PS + AvS. Dit om meerdere redenen: Zij zijn cijfermatig de grootste, zonder hen wordt het ingewikkeld om met een werkbaar aantal partijen een meerderheid te vormen. Zij

6

samen geven een representatief beeld van de uitslag in de links-rechts verhouding en de balans tussen lokaal en landelijk georganiseerde partijen. Als verkenner ga ik daarom allereerst uit van deze twee partijen als basis. Vervolgens is de vraag: Met welke partijen kan deze basis worden aangevuld? Een stabiele meerderheid In de gesprekken constateerde ik een algemene zorg over een cijfermatige kwetsbaarheid. Deels wordt dit gevoed door ervaringen uit de afgelopen raadsperiode en deels door zorgen over mogelijke kwetsbaarheden binnen fracties zoals de samenstelling na de laatste verkiezingen. Een krappe meerderheid kan spanning opleveren wanneer één of meerdere raadsleden verhinderd zijn. De impact is nog groter wanneer tussentijds een raadslid vanuit de coalitie oversteekt naar de oppositie, omdat in dat geval de coalitie niet alleen een stem minder heeft, maar de oppositie ook een stem meer. Dat maakt dat een minimale meerderheid (19 zetels) niet op voldoende draagvlak kan rekenen. Breder draagvlak is er voor minimaal 20, waarbij enkele partijen ook varianten noemen met een nog bredere raadssteun. Uiteraard moeten wij daarbij in ogenschouw nemen dat er partijen zijn die er belang bij kunnen hebben om voor een hele brede steun te opteren, omdat dit in de verkenning de eigen partij cijfermatig relevanter maakt.

Samengevat komt het erop neer dat men het moet kunnen veroorloven dat raadsleden (hoewel onwenselijk) verhinderd zijn of gedurende de rit van fractie wisselen, zonder dat er direct een bestuurscrisis ontstaat. Daarbij is het belangrijk te realiseren dat iedere zetel meer aan de kant van de coalitie en zetel minder is aan de kant van de oppositie, waardoor dus iedere zetel extra een dubbele impact heeft. Bijvoorbeeld: in een situatie waarin een voorstel vanuit het college slechts op steun van de coalitie kan rekenen, staken de stemmen in de volgende scenario’s: 19 - 18 = 1 afwezige, 20 - 17 = 3 afwezigen, 21 - 16 = 5 afwezigen.

Het is goed om te horen dat er ook partijen zijn die aangeven dat - ook al komen ze uiteindelijk in de oppositie - zij steun zullen geven aan voorstellen vanuit het college, mits het inhoudelijk goede voorstellen zijn. Het helpt daarin als een coalitie zowel bij het opstellen van het coalitieakkoord als gedurende de bestuursperiode oog heeft voor ideeën en opvattingen vanuit de oppositie. Een goede relatie tussen coalitie en oppositie kan daarmee het college minder kwetsbaar maken. Ik ben verheugd te horen dat partijen aangeven de Schiedammer centraal te stellen, in de context dat men aangeeft dat de inwoner geen belang heeft bij politieke machtsspelletjes en geruzie, en de inhoud in alle gevallen leidend moet zijn. Ik ga daarmee uit van een minimale meerderheid van 20 zetels, waarbij een nog ruimere meerderheid de voorkeur heeft. Ook adviseer ik de partijen die gaan formeren de overige partijen tijdens de formatie en daarna te blijven betrekken en samen te werken aan een breed draagvlak en een stabiel bestuur. Vervolgens is de vraag uit hoeveel fracties een coalitie moet bestaan. Zoals eerder geconcludeerd is de ondergrens vier fracties. De bovengrens bij een minimale meerderheid is negen fracties, wanneer drie grote fracties niet meedoen. Minder fracties leidt tot meer stabiliteit, in de zin van dat je als college minder fracties hoeft te overtuigen om op een

7

meerderheid te kunnen rekenen. Meer fracties kan leiden tot een bredere afspiegeling van de raad en eventueel cijfermatig een bredere steun. Ook kan het aantal fracties invloed hebben op het aantal wethouders: Als iedere fractie een wethouder wil leveren betekent méér fracties méér wethouders. Er is echter ook een minimaal aantal wethouders nodig om het vele werk van het college te kunnen verdelen. Daarmee neemt bij een kleiner aantal fracties de kans toe dat een grotere partij twee wethouders wil/moet leveren, waarbij dat bij een groot aantal fracties ingewikkelder wordt. Ik ga als verkenner daarom uit van minimaal vier en maximaal vijf fracties. Dit komt overeen met het bredere beeld dat ik uit de gesprekken heb opgehaald.

De samenstelling De belangrijkste vraag in dit proces is: met welke partijen kan de basis van GL-PvdA-PS+AvS worden aangevuld om tot een meerderheid te komen? Dit is de belangrijkste vraag, omdat hierin de meeste keuzemogelijkheden zitten die doorslaggevend zijn voor welk profiel de coalitie en het college zal krijgen. Op basis van de eerder genoemde uitgangspunten en overwegingen gaat het om DENK, VVD, LMV, D66, CDA. Twee van deze partijen zijn nodig. LMV geeft aan zich bescheiden op te stellen. Zij lopen niet weg voor bestuursverantwoordelijkheid, maar zien ook kansen om vanuit de oppositie constructief bij te dragen aan de belangen van Schiedam. Daarbij is het relevant om te melden dat veel partijen LMV niet als mogelijke coalitiegenoot zien, omdat de inhoudelijke verschillen als onoverbrugbaar worden gezien of als niet voor de hand liggend. DENK, VVD, D66 en CDA zien zichzelf bij voorkeur in de coalitie. Cijfermatig zijn DENK en VVD het meest interessant, omdat zij beide een zetel meer meebrengen dan D66 en CDA. Een combinatie van D66 én CDA is sowieso niet interessant, omdat dit optelt tot 19, wat wordt gezien als een te krappe meerderheid. Daarmee kan geconcludeerd worden dat minimaal óf DENK óf VVD nodig is, waarbij de combinatie van die twee een extra zetelmeerderheid geeft (21 zetels), maar een combinatie van DENK of VVD met D66 of CDA (20 zetels) ook een optie is.

In dit vraagstuk zijn zowel GL-PvdA-PS als AvS relevant, zij hebben als eerste een positie om een voorkeur aan te geven. DENK, VVD, D66 als CDA staan open voor de samenwerking met GL-PvdA-PS én AvS, en sluiten ook elkaar onderling niet uit. Als grootste partij geeft GL-PvdAPS de voorkeur aan een college dat zo progressief en/of sociaal mogelijk is. Daarom heeft de combinatie van DENK en D66 voor hen de voorkeur. AvS heeft direct in het eerste gesprek aangegeven niet als enige rechtse partij in een linkse coalitie te willen zitten. Zij hebben daarom een voorkeur om tot een meerderheid te komen door juist VVD en CDA toe te voegen. Een samenwerking met DENK ligt voor hen niet direct voor de hand op basis van zowel inhoudelijke standpunten (mede gevoed door landelijke boegbeelden) als door de indruk / verwachting dat deze partijen een te verschillende politieke rolopvatting hebben. De combinatie GL-PvdA-PS+AvS+DENK+VVD is daarmee een logisch compromis, omdat het een extra ruime raadsmeerderheid geeft, het GL-PvdA-PS met name op belangrijke sociale thema’s in DENK een metgezel geeft, en AvS met de VVD niet als rechtse partij alleen staat.

8

Deze combinatie doet de uitslag ook meer recht dan andere opties en leidt daarnaast tot een oppositie die het bredere politieke spectrum vertegenwoordigt. Dat bevordert constructieve samenwerking met de raad vanuit een college. Dit alles maakt dat zowel GL-PvdA-PS als AvS water bij de wijn moet doen om nader tot elkaar te komen en tot een variant te komen van een constellatie van partijen waarin beiden voldoende mogelijkheden zien om verder mee over de inhoud te praten. Om die reden heb ik beide partijen individueel uitgenodigd voor een tweede gesprek om deze constatering met hen te bespreken. Uit deze twee gesprekken kwam niet direct een antwoord op wat de puzzelstukken passend maakt. Het is daarom nodig om extra tijd te nemen om deze partijen met elkaar in gesprek te laten gaan om eventuele zorgen uit te spreken en weg te nemen en dit vervolgens met de eigen achterban te bespreken. Alle partijen hebben aangegeven hiertoe bereid te zijn.

Conclusie Ik adviseer GL-PvdA-PS, AvS, DENK en VVD om op zeer korte termijn met elkaar het gesprek aan te gaan, om zorgen, bedenkingen en kansen met elkaar te bespreken, en er alles aan te doen om eventuele blokkades weg te nemen. Mits er over en weer voldoende vertrouwen kan worden uitgesproken, is het aan GL-PvdA-PS om een informateur te vinden die hen verder kan begeleiden in het formeren van een coalitie, het schrijven van een akkoord en het samenstellen van een college.

Advies aan de (in)formateur en de formerende partijen In de verkennende gesprekken heb ik meer opgehaald dan alleen de samenstelling van partijen waarmee doorgesproken moet worden over de inhoud. Ik heb veel interessante inzichten meegekregen die relevant zijn om in de volgende fase verder uit te diepen. Een groot deel hiervan komt voort vanuit de vragen die vooraf in de uitnodigingsbrief waren meegegeven, en een deel vanuit het eigen initiatief van de partijen om zaken bij mij aan de orde te stellen. Thema’s Ik heb de partijen gevraagd wat de thema’s zijn die volgens partijen in de komende periode prioriteit hebben. Op basis van deze gesprekken met alle partijen (dus niet alleen die gaan formeren), concludeer ik dat wonen zonder twijfel het meest gedeelde en dominante thema is. Verschillen zitten vooral in de doelgroep waarvoor gebouwd moet worden (ouderen, starters, brede doelgroep), de rol van de overheid (markt vs. regie), woonruimteverdeling (wie krijgt voorrang) en focus op nieuwbouw of op bestaande bouw/leegstand. Als tweede thema is veiligheid een breed gedragen prioriteit, maar met duidelijke verschillen: links/progressief legt de nadruk op veiligheidsgevoel en preventie, waarbij rechts/lokaal de nadruk legt op handhaving en repressie. Als derde thema komt participatie naar voren.

Participatie wordt gezien als een mogelijkheid om het vertrouwen van de inwoners in de overheid te vergroten en uiteindelijk de opkomst bij de verkiezingen te verhogen. Ook is er de overtuiging dat er betere keuzes worden gemaakt wanneer deze aan de inwoners zelf worden voorgelegd. Wel is er een duidelijk verschil in opvatting over hoe radicaal de maatregelen daartoe moeten zijn. Variërend

9

van representatieve participatie (wijkraden / bewonersbijeenkomsten) tot bindende referenda. Vervolgens noemen veel partijen ook expliciet mobiliteit en parkeren. Parkeren ligt mogelijk gevoelig, omdat de ideeën daarover tegenstrijdig zijn: gratis parkeren versus reguleren, en het realiseren van fors meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte tot juist het opofferen van parkeerruimte voor meer groen en het stimuleren van alternatieve vervoermiddelen. OV en bereikbaarheid spelen bij een deel van de partijen, waarbij wordt aangegeven dat dit beter moet door een sterkere positie in te nemen richting de MRDH. Er is brede aandacht voor de sociale kwaliteit van de stad, waarbij links de nadruk legt op voorzieningen en gelijkheid en rechts op economie en werk. Leefbaarheid is een verbindend thema, met verschil in ambitie van “schoon en heel” (breed gedragen) tot “radicale vergroening” (progressieve partijen). AZC/ (asiel)migratie is een scherp verdeeld thema. De opvattingen variëren van de wet uitvoeren, uitvoeren onder voorwaarden, menswaardig opvangen, als vrije kwestie beschouwen, wettelijke mogelijkheden zoeken om te voorkomen en onder alle omstandigheden tegenhouden. Hierbij speelt dat het onderwerp voor veel kiezers zeer bepalend was en sommige partijen hier het belangrijkste speerpunt van hebben gemaakt en verwachtingen hebben gewekt.

Gelijktijdig is er de vraag welke bestuurlijke besluitvorming op dit onderwerp nog te verwachten is. Naast alle andere thema’s zijn dit de zeven thema’s die naar verwachting de meeste aandacht vragen en waarbij het voor het draagvlak kan helpen om hier raadsbreed met elkaar over in gesprek te gaan. Waarden, bestuurscultuur en onderlinge samenwerking Op de vraag ‘Wat zijn de belangrijkste waarden / uitgangspunten van een bestuurscultuur en samenwerking in coalitie/ college?’ is ook een interessant beeld te zien. Vrijwel alle partijen benadrukken het belang van betrouwbaarheid binnen de coalitie. Er is brede consensus dat een coalitie alleen werkt als afspraken stevig zijn, partijen zich daaraan houden en er interne stabiliteit is. Dit wijst op een sterke voorkeur voor een klassiek coalitiemodel met discipline en voorspelbaarheid. Dit vraagt om vooraf afspraken te maken hoe je met elkaar omgaat bij onvoorspelbare situaties. Veel partijen benadrukken dat het college als één team moet functioneren. Dat biedt weinig ruimte voor individuele profilering in het college, maar vraagt om gezamenlijk optreden en verantwoordelijkheid dragen. Een andere breed gedeelde waarde is transparant bestuur. Er is duidelijke aandacht voor herstel/versterking van vertrouwen in de politiek en zichtbaarheid en uitlegbaarheid van besluiten. Transparantie wordt gezien als voorwaarde voor legitimiteit.

Diverse partijen benoemen dat het respecteren van de Grondwet en de rechtsstaat, een voorwaarde is, ingegeven vanuit een aanname dat dit kennelijk niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Veel partijen benoemen expliciet de toon van samenwerking. Er wordt gevraagd om respectvolle omgang en professionaliteit. Een inhoudelijk stevig debat is prima, maar zonder beschadiging van onderlinge relaties. Dit uit zich ook in respect voor hoe iemand aangesproken wenst te worden, bijvoorbeeld wanneer iemand zich als non-binair identificeert. Het vraagstuk over omgang overstijgt het vraagstuk van de formatie en vraagt om een raadsbrede bespreking, maar in de coalitievorming kan daarin wel het gewenste voorbeeld worden gegeven. Opvallend is dat meerdere partijen expliciet aandacht vragen voor ruimte voor oppositie en brede samenwerking. Hoewel men kiest voor coalitievorming, is er duidelijke wens tot inclusiever besturen. Dit vraagt om een dualistische en open bestuursstijl. Veel partijen

10

benadrukken dat politiek niet intern gericht moet zijn, maar zich juist moet richten op de inwoners en de stad. Benoemen van wethouders Vrijwel alle partijen geven aan dat zij in staat zijn een wethouder te leveren of daar in ieder geval op voorbereid zijn. De verdere invulling van de wethoudersposten is voor de verkennende fase niet aan de orde.

Nawoord De verkenning vormt de eerste stap in de totstandkoming van een nieuw gemeentebestuur. In relatief korte tijd is met alle partijen gesproken over de duiding van de verkiezingsuitslag, de mogelijkheden voor samenwerking en de inhoudelijke opgaven voor de komende periode. Die gesprekken geven een rijk en genuanceerd beeld van de politieke verhoudingen en de gedeelde verantwoordelijkheid voor de stad. Het is nu aan de informateur en de formerende partijen om op basis van deze verkenning verdere stappen te zetten. Daarbij zal moeten blijken in hoeverre partijen in staat zijn om verschillen te overbruggen en te komen tot een stabiele en gedragen samenwerking. De bereidheid die in de gesprekken naar voren kwam om verantwoordelijkheid te nemen, biedt daarvoor een goede basis.

Tot slot spreek ik mijn waardering uit voor de openheid en constructieve houding van alle gesprekspartners. Daarnaast dank ik de griffie en de voorzitter van de raad voor de zorgvuldige en hartelijke ondersteuning gedurende dit proces. Arnout Hoekstra, 30 maart 2026

11

Tijdlijn 18 maart - Gemeenteraadsverkiezingen 20 maart - Overleg met lijsttrekker grootste partij over praktische zaken en verzenden aankondiging 23 maart - Contact met de griffier over de praktische ondersteuning 24 maart - Gesprekken met GL-PvdA-PS, AvS, DENK, LMV 25 maart - Gesprekken met VVD, D66, CDA, FvD 26 maart - Gesprekken met OPS, LOS, 50PLUS, PvdD 26 maart - Bekendmaking officiële verkiezingsuitslag 27 maart - Gesprek met voorzitter gemeenteraad: toelichting op het proces 27 maart - Uitwerken/voor controle voorleggen gespreksverslagen 28 maart - Verdiepende gesprekken met GL-PvdA-PS, AvS 28/29 maart - Opstellen advies 30 maart – Publicatie advies

Partijnamen voluit, op volgorde van lijstnummer

1. GROENLINKS-PvdA-Progressief Schiedam 2. VVD 3. DENK 4. D66 5. OuderenPartij Schiedam 6. CDA 7. Lokaal Onafhankelijk Schiedam (L.O.S.) 8. Forum voor Democratie 9. Lijst Mark Verspeek 10. Alles voor Schiedam 11. Partij voor de Dieren 12. 50PLUS

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16774127/1