17 Brief 1 november 2025 Intrekking WOO-verzoeken (geanonimiseerd)
Tekst van het document
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Gemeenteraad,
B&W
en
Burgemeester
Datum:
1 november 2025
Zaaknummer(s): Betreft:
diverse
Intrekking Woo-verzoeken
(Woo-)medewerker gemeente, B&W, Gemeenteraad
Geachte
en
Burgemeester,
Bij dezen trek ik alle 12 (Woo-)verzoeken die ik bij uw gemeente heb ingediend in. Ik heb voldoende data verzameld. Het aanvang
van
overgaan
tot
de
eigenlijke onderzoeksobject van deze casestudie was
niet de
inhoudelijke beoordeling procedure’; van alle dossiers op mijn naam. afsluiting
van
“de
die verzoeken. U kunt
De uitkomst van juridische procedures kan mede worden beïnvloed door de wijze waarop besluitketen wordt ingericht. In een veranderende wereld waarin Al automatisering van is het van belang in kaart te brengen waar misbruik Woo-verzoeken mogelijk zal maken
een
—
—
mogelijk
is.
Mijn onderzoek richt zich erop hoe u mijn ‘lastige’ Woo-verzoeken en een misbruik heeft aangevlogen. En welke juridisch-technische implicaties uw kadering zou kunnen hebben bij een vervolg van de procedures. Ik breng u graag op de hoogte vermoeden van
van
de resultaten zodra de
analyse voltooid is. In deze brief deel ik alvast enkele voorlopige
observaties. De Raad
en
de
Burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan
In ECLI:NL:RVS:2025:894 herhaalt de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat een verzoek om openbaarmaking van documenten waarop geheimhouding rust, altijd ook moet worden opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding. Een opheffingsverzoek moet worden doorgezonden als de beslissingsbevoegdheid bij een ander orgaan rust. In die uitspraak onderstreept de Afdeling ook dat beide bestuursorganen ieder voor
zich moeten
beslissen.
In
mijn verzoeken heb ik expliciet verwezen naar de opheffing van de geheimhouding. Toch is veruit het grootste deel van communicatie vanuit gemeenten stelselmatig vanuit alleen B&W gedaan. Ook als de communicatie zag op de verzoeken opheffing geheimhouding (de
'
opheffingsverzoeken). De opheffingsverzoeken betroffen in principe alle drie de
bestuursorganen binnen uw gemeenten.”
|
Een kleine minderheid
Die verzoeken vielen onder de gemeentewet,
zodat
de gemeenten (vermoedelijk <5%) heeft ook namens de raad en/of burgemeester gecommuniceerd. ? Zoals u weet zijn sinds 1 april 2023 de burgemeester, B&W en de Raad alle drie bevoegd geheimhouding op te leggen, en dus ook op te heffen. Daarvóór waren dat B&W en de Raad. Dat betekent dat elk cluster van vier verzoeken dat ik indiende tien verzoeken opheffingen geheimhouding inhielden (4x Raad, 4x B&W en 2x Burgemeester) en 4 Woo-verzoeken. De termijnen van die opheffingsverzoeken zijn ingegaan op het moment dat het verzoek gedaan is, ongeacht het feit dat die verzoeken op dat moment mogelijk nog onduidelijk waren. In totaal liepen bij uw gemeente technisch gezien dus 42 termijnen ten aanzien van mijn 12 verzoeken: 12x onder de Woo
en
van
30x onder de gemeentewet.
daarvoor een beslistermijn van acht weken gold. ’ B&W kan die termijn niet opschorten voor de Raad , tenzij die bevoegdheid expliciet is gedelegeerd34 én B&W expliciet mededeelt dat het (ook) namens de Raad communiceert. 5 Meestal gebeurde dat laatste niet. Bovendien moet voor opschorting van de gemeentewettermijn expliciet het opheffingsverzoek genoemd worden (en niet alleen het Woo-verzoek). Ook dat gebeurde meestal niet. Het voorgaande betekent dat bij vrijwel alle gemeenten de termijnen voor de opheffingsverzoeken ongeadresseerd doorliepen; zelfs als de Woo-termijnen wel waren opgeschort. 6 Dit is voor u relevant om te weten omdat de gemeentewet niet is uitgesloten van de bestuurlijke dwangsom. Indien de Woo-verzoeken inmiddels buiten behandeling waren gesteld , zou daar - in ieder geval tijdelijk - geen bloed uit vloeien. 7 Maar als u de Wooverzoeken in behandeling had genomen , had u in theorie tegen een veelvoud aan bestuurlijke dwangsommen kunnen aanlopen. 8 Op de (veelvoud aan) opheffingsverzoeken moest namelijk steeds afzonderlijk worden beslist door Burgemeester , B&W en de Raad. 9 De Afdeling bepaalde in ECLI:NL:RVS:2016:3140 weliswaar dat behandeling van het opheffingsbesluit de beslistermijn van het Woo-verzoek wel opschort , maar niet andersom.
Opschorting via 4:15 , eerste lid , onder a , van de Awb had uitkomst kunnen bieden , maar dat had dan wel moeten worden ingeroepen door het betreffende bestuursorgaan; vóór afloop van de achtwekentermijn. Na een ingebrekestelling had dat niet meer gerepareerd kunnen worden. Ook in het kader van beroepen niet-tijdig10 hadden de gemeentewet-termijnen een lelijke schadepost kunnen worden. Hoewel ik er vanuit ga dat deze kwetsbaarheid is opgemerkt , valt op dat maar een klein percentage gemeenten daadwerkelijk namens de Raad (en de Burgemeester) heeft gecommuniceerd. Steeds opnieuw opschorten Sommige gemeenten hebben de (Woo-)beslistermijn steeds opnieuw opgeschort na mijn reactie op een informatieverzoek. 11 Een nieuwe opschorting impliceert echter dat de oude is gestopt (door het verstrekken van informatie door de aanvrager). Om te voorkomen dat steeds dagen ‘weglekken’ tussen de brieven , verdient het technisch gezien de voorkeur vast te stellen dat de (initiële) schorsing ‘doorloopt’ tot ook de nieuwe vragen beantwoord zijn. Geen bestuurlijke aangelegenheid
Mijn voorlopige indruk is dat sommige gemeenten verzoeken buiten behandeling hebben gesteld omdat deze niet onder de definitie van een bestuurlijke aangelegenheid zouden vallen. Naar mijn mening staat ECLI:NE:RVS:2016:659 aan die buitenbehandelingstelling in de weg. De verzoeken hielden desondanks een moeilijke opgave in , waarop vrijwel nooit binnen de wettelijke termijnen beslist had kunnen worden. Het enige ventiel voor de Woo-termijnen is
3 Zie artikel 4:13 tweede lid van de Awb 4 Gedelegeerd daarvoor moet zijn niet alleen de bevoegdheid over Woo-verzoeken te beslissen namens de Raad maar ook de bevoegdheid over opheffingen van geheimhouding te beslissen namens de Raad. 5 Voor de burgemeester ligt dat anders omdat die onderdeel uitmaakt van B&W maar technisch gezien kan dat ook in uw nadeel uitgelegd worden (het betreft immers verzoeken onder verschillende wetten). 6 En zelfs ongeacht of al op de Woo-verzoeken was beslist. 7 De Raad B&W en de Burgemeester die op een ingebrekestelling onder de gemeentewet zouden moeten beslissen zouden dan komen tot ‘geen belang’ en dus ook een buiten behandelingstelling. Dat type besluit is op grond van Artikel 4:17 zesde lid onder b van de Awb uitgesloten van de bestuurlijke dwangsom. 8 Namelijk in theorie tien per cluster: Zie hiervoor. 9 Zie ook: ECLI:NL:RVS:2025:894. 10 Zoals bedoeld in artikel 6:12 van de Awb. 11 Een verzoek op grond van artikel 4.1 vijfde lid van de Woo. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
gegeven in artikel 8.4 van de Woo, welk artikel pas opgaat bij een bestuursrechtelijke procedure. Deelbesluiten kunnen dit probleem alleen dan oplossen als de aanvrager meewerkt maken de gemeente niet gehaald worden. en
kwetsbaar
voor
rechterlijke dwangsommen
als
besproken termijnen
Voorlopige conclusie Uit de veelvoud
voorlopig worden opgemaakt dat de aangeschreven gemeenten meestal niet volledig op de verzoeken hebben gereageerd. De termijnen van de opheffingsverzoeken zijn zelfs vrijwel nooit geadresseerd. Dat is zorgwekkend aangezien de verzoeken in dit geval bijzonder omvangrijk en gedetailleerd van aard waren. Gezien de wijze van indiening zou mogen worden verondersteld dat gemeenten zich bewust waren van hun ‘technische’ verplichtingen. Is de
van
data kan
opdracht die de Woo
In de Memorie
en
de Wet
dwangsom
stellen onhaalbaar?
Toelichting bij de Wet dwangsom uit 2004 werd onder meer vermeld dat de wet naar verwachting geen grote financiële gevolgen zou hebben voor bestuursorganen of de bestuursrechtspraak.”? Destijds werd aangenomen dat bestuursorganen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen een dwangsom zouden verbeuren. In de praktijk worden thans miljoenen begroot voor dwangsommen, ook door gemeenten. Gemeenten vertegenwoordigen veruit de grootste groep bestuursorganen die deze discrepantie zou kunnen aankaarten bij de landelijke politiek en beschikken gezamenlijk over een ongekende hoeveelheid data. van
De komende maanden zal ik de verzamelde onderzoeken wat de verschillende
gegevens
analyseren.
In het
bijzonder zal ik
aanvliegroutes van de gemeenten zijn geweest
en
de
juridisch-technische implicaties daarvan. Daarnaast ben ik benieuwd of er onderlinge samenwerking of uitwisseling tussen gemeenten plaatsvindt waar ik mogelijk nog geen zicht op heb. Mocht u informatie hierover willen delen, dan waardeer ik dat zeer. Ik
hoop dat mijn bevindingen kunnen bijdragen aan een constructieve dialoog over mogelijke procedurele verbeteringen ten aanzien van de Woo en de Wet dwangsom. Hartelijk bedankt voor uw geduld
(geanonimise rd)
en
hoogachtend, verblijf ik, met vriendelijke groet,
1?
Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2004-2005, Kamerstuk 29934, nr. 3.: “Dit wetsvoorstel heeft verwachting geen grote financiële gevolgen voor bestuursorganen of voor de bestuursrechtspraak. Wat de bestuursorganen betreft, mogen we ervan uitgaan dat zij over voldoende middelen beschikken om hun taken naar behoren uit te voeren, dus ook binnen de gestelde termijnen. Na de valbijl ondervinden uitsluitend de bestuursorganen die hun zaakjes dan nog niet op orde hebben, financiële gevolgen in de zin van het betalen van dwangsommen. Dit is te voorkomen of te beperken door in de aanloopfase waar nodig organisatorische maatregelen te treffen die ook los van dit wetsvoorstel al nodig zouden zijn of door waar nodig wettelijke termijnen aan te passen opdat die in alle gevallen haalbaar zijn.” naar
—
—