15 Brief ROGPlus 14 september 2023 Begroting Rogplus 2024
Tekst van het document
Hier is voor gekozen, omdat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Daarbij wijst Rogplus inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. Vanaf 2025 wordt rekening gehouden met het effect van de (her)invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage voor huishoudelijke hulp. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat zowel de aantallen cliënten met een beschikking als de aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd in 2022 in alle drie de gemeenten is gedaald. In Maassluis was de daling 11,4%, in Vlaardingen 3,0% en in Schiedam 10,0%. De verzilveringsgraad ligt in alle drie de gemeenten rond 88,0%. In de begroting 2024 gaat Rogplus daarom in 2023 en 2024 uit van dalende aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis en in 2025 en verder van stabilisatie. Rogplus doet een nadere analyse op de daling van het aantal cliënten dat de maatwerkvoorziening Schoon Huis gebruikt. Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen.
Daarmee kunnen ze voor maximaal 104 uur per jaar hulp bij het huishouden krijgen voor een bedrag van € 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het minimuminkomen. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2022 gebruik hebben gemaakt van de AAV. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2023. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.
28
Prijs Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 105 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de begroting 2024 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 105 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2023 is dit uurtarief € 34,80. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). De tarieven voor 2024 worden in september vastgesteld. Aanbieders en andere betrokkenen verwachten dat de tarieven voor 2024 naar met 7,5% tot 10% zullen stijgen. In de begroting hanteert Rogplus daarom voor 2024 een indexpercentage van 7,5%. Voor de jaren daarna worden de uurtarieven geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand van dit percentage is 4,74%5.
Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2022, geïndexeerd met dezelfde indexpercentages als voor huishoudelijke hulp. Ook is in de begroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen’. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Onderdeel
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Algemene voorziening Schoon Huis
18.311.979
21.833.200
22.068.900
21.812.600
Maatwerkvoorzieningen
1.607.756
1.732.800
1.723.600
1.781.800
Aanvullende algemene voorziening
47.825
86.200
36.700
55.300
pgb
128.800
157.100
158.300
151.500
1.688.721
1.755.800
1.753.000
2.038.200
21.785.081
25.565.100
25.740.500
25.839.400
Overhead
5
https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten
29
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Algemene voorziening Schoon Huis
21.812.600
22.907.100
24.040.100
25.162.000
26.331.600
Maatwerkvoorzieningen
1.781.800
1.866.300
1.954.700
2.047.300
2.144.300
55.300
57.900
60.600
63.500
66.400
Aanvullende algemene voorziening pgb Overhead
151.500
159.000
167.200
175.600
184.700
2.038.200
2.112.900
2.187.600
2.266.300
2.348.000
25.839.400
27.103.200
28.410.200
29.714.700
31.075.000
Risico’s • Er worden meer indicaties voor de Algemene Voorziening Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Maatwerkvoorzieningen Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien • Loonontwikkelingen Cao VVT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien. 3.2.5
Meedoen in de Stad
Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: • sociale redzaamheid; • maatschappelijke participatie; • psychosociaal functioneren; • psychosociaal welbevinden en/of; • mentaal functioneren. Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: • Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. • Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. • Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger. Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met
30
ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Beide contracten zijn in 2020 ingegaan. Voor Meedoen in de Stad – ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partije. Meedoen in de Stad – niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Recent zijn de dienstverlening van ZorgSamen MVS en de samenwerking tussen Rogplus en ZorgSamen MVS geëvalueerd door een externe partij (Berenschot) en door Rogplus zelf. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan doven en slechthorenden en aan blinden en slechtzienden op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. Uitgangspunten
Aantallen Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De begroting 2024 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Begeleiding binnen het genoemde contract is een vorm van Zorg in Natura. Het nieuwe contract heeft geen significante invloed op de vraag naar begeleiding op basis van een pgb. Aangenomen wordt dat dit in 2023 en verder ook niet zal gebeuren. In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Het gebruik over 2022 wordt als basis gebruikt voor de berekening van de uitgaven over 2023 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad – ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op niet-ouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.
Prijs Meedoen in de stad – niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de begroting 2024. Met ZorgSamen MVS is afgesproken dat zij deels gecompenseerd worden voor onvoorzien hoge kostenstijgingen. De vergoeding vanwege de onverwacht hoge kostenstijgingen in 2022 verwerkt is in de opdrachtwaarde verwerkt. In de begroting is aangenomen dat ook over 2023 deze compensatie toe moet worden gepast.
31
Voor Meedoen in de stad - ouderen en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de begroting 2024 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2023) van dit percentage is 4,74%. Voor Meedoen in de Stad – ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.458.012
9.495.900
9.633.800
9.565.300
Meedoen in de Stad - ouderen
1.766.307
1.803.600
1.828.000
1.876.200
pgb
1.936.181
2.051.300
2.068.500
2.136.800
Overhead
1.014.014
910.900
964.700
1.125.500
14.174.513
14.261.700
14.495.000
14.703.800
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.565.300
9.579.200
9.593.700
9.609.000
9.624.900
Meedoen in de Stad - ouderen
1.876.200
1.981.000
2.096.800
2.219.000
2.340.400
pgb
2.136.800
2.240.300
2.352.100
2.474.600
2.600.200
Overhead
1.125.500
1.166.800
1.208.100
1.251.500
1.296.600
14.703.800
14.967.300
15.250.700
15.554.100
15.862.100
Risico’s • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen verzilverd dan voorzien • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.
3.2.6
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Omschrijving Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Geclusterd Wonen kostenefficiënter dan
32
dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Sinds 2020 begroot Rogplus de kosten van Geclusterd Wonen in een apart begrotingsonderdeel. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (Argos) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) • Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten
Aantallen De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2023. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. In de begroting 2023 heeft Rogplus geanticipeerd op de realisatie van 70 nieuwe plekken voor PlusWonen in Schiedam in 2025. Dit nieuwbouwproject gaat niet door. Het aantal plekken in Schiedam in 2025 en verder wordt daarom naar beneden bijgesteld.
Prijs In de begroting 2024 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2023) van dit percentage is 4,74%. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2.314.594
2.175.800
2.271.300
2.375.800
2.314.594
2.175.800
2.271.300
2.375.800
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2.375.800
2.473.000
2.590.300
2.713.100
2.841.600
2.375.800
2.473.000
2.590.300
2.713.100
2.841.600
Risico’s •
De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.
33
3.2.7
Regeling tegemoetkoming meerkosten
Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar. Uitgangspunten
Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). Maassluis hanteert in ieder geval in 2023 en 2024 een inkomensgrens van 150% van het minimuminkomen en een tegemoetkoming van € 200 per variant van de regeling. In Vlaardingen en Schiedam is de inkomensgrens 120% en de hoogte van de tegemoetkoming € 100. In het meerjarenperspectief zijn geen wijzigingen in de gehanteerde inkomensgrens verwerkt. In de begroting 2024 worden de aantallen (toegekende) aanvragen in Schiedam gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2022. In Vlaardingen is het startpunt de opgave van de gemeente bij de herintroductie van de regeling in 2023. In Maassluis wordt het aantal gebaseerd op de opgave van de gemeente bij de verruiming van de regeling in 2023. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten.
Prijs In Maassluis geldt dat is de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling € 200 is. In Schiedam en Vlaardingen is dit € 100 per variant. In de begroting zijn geen wijzigingen in dit tarief voorzien.
34
Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Tegemoetkoming meerkosten
290.900
363.000
623.000
565.000
290.900
363.000
623.000
565.000
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
Tegemoetkoming meerkosten
565.000
574.000
577.400
577.100
579.700
565.000
574.000
577.400
577.100
579.700
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Risico’s • Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien. 3.2.8
Projecten en innovatie
Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan de Regiovisie Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Rogplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie handen en voeten te geven en blijven dit ook de komende jaren doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn een terugverdieneffect bewerkstelligen. Recente voorbeelden, zoals Fief en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten de transformatie succesvol ondersteunen. In 2023 en 2024 worden onder meer de kosten van de pilot Powerful Ageing en de pilot met deelscootmobielen gedekt uit de middelen voor innovatie. Uitgangspunten
Aantallen De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen.
Prijs De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,74%.
35
Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Projecten
225.664
226.400
226.400
237.100
Herindicaties
82.308
172.700
172.700
180.900
Innovaties
157.547
269.800
269.800
282.600
465.519
668.900
668.900
700.600
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
Projecten
237.100
248.300
260.000
272.300
272.300
Herindicaties
180.900
189.400
198.400
207.900
207.900
Innovaties
3.2.9
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
282.600
296.100
310.100
324.800
324.800
700.600
733.800
768.500
805.000
805.000
Preventie
Omschrijving Al langere tijd is de rol van onze consulenten van Rogplus veranderd. In het kader van de transformatie hebben de consulenten ‘de kanteling’ in hun werk toegepast en zijn breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op preventie en daarmee het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Ook bij het aangaan van nieuwe contracten zet Rogplus in op preventie en verbinding tussen de zorgleveranciers en het voorliggend veld. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel ‘Preventie’ geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: • Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. • Adviesgesprekken. Rogplus hanteert zo veel mogelijk de principes van positieve gezondheid.
In de adviesgesprekken met inwoners met een hulpvraag verkennen de consulenten van Rogplus wat er nodig is om betekenisvol te leven en wat bijdraagt in het leven van de hulpvrager aan een groter gevoel van eigenwaarde. Ook gaat de consulent in op leefstijl, gezondheid en zingeving. • Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen
36
met het informele – en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams. Uitgangspunten De helft van de personeelslasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams, een kwart van de personeelslasten van consulenten die adviesgesprekken houden, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Als de pilot met Powerful Ageing succesvol blijkt en Powerful Ageing als reguliere Wmovoorziening in wordt gezet, is dit ook een vorm van preventie. De pilot loopt in 2024 af. Omdat de resultaten van de pilot nog onvoldoende bekend zijn, wordt in het meerjarenperspectief 2025-2028 nog geen budget opgenomen voor Powerful Ageing (als reguliere Wmo-voorziening). Als hier besluitvorming over de opvolging van de pilot plaats heeft gevonden, kan hier in de begroting rekening mee worden gehouden. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Wijkteams
0
273.900
273.900
347.600
Fief
0
137.400
137.400
139.700
0
411.300
411.300
487.300
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Wijkteams
347.600
360.300
373.100
386.400
400.400
Fief
139.700
144.900
149.900
155.300
161.000
487.300
505.200
523.000
541.700
561.400
3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo Omschrijving De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: • Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. • Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk.
37
• •
Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.
Tijdens het opstellen van de begroting heeft het kabinet via de Voorjaarsnota bekend gemaakt dat met ingang van 2026 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden. Omdat nog niet bekend is hoe deze inkomensafhankelijkheid er in de praktijk uit komt te zien, is vooralsnog geen rekening gehouden met de invloed van het afschaffen van het abonnementstarief op de inkomsten uit eigen bijdragen. Uitgangspunten De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: • Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OVtarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2023 is het opstaptarief € 1,08 per persoon en het kilometertarief € 0,166 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en € 0,33 per kilometer voor ritten daar buiten6. Voor 2024 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen twee jaar. •
Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. Het kabinet heeft voorgesteld om de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp vanaf 2025 voor hogere inkomens weer inkomensafhankelijk te maken. Voor 2025 en verder wordt een extra stijging van de inkomsten uit eigen bijdrage met 10% aangenomen. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2022. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis stijgt zoals beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.
•
6
Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. De ontwikkeling van de inkomsten uit bijdragen voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis volgt de ontwikkeling van de kosten.
https://mrdh.nl/nieuws/ov-tarieven-2023#:~:text=Tarieven%20per%20regio,was%2017%2C4%20eurocent).
38
•
Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.
Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen
-415.517
-598.600
-584.700
-631.400
-1.497.327
-1.481.300
-1.481.400
-635.100
Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten
-8.967
-19.600
-7.900
-11.100
-47.150.993
-52.569.400
-53.956.600
-54.617.600
-49.072.804
-54.668.900
-56.030.600
-55.895.200
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
Inkomsten Regiotaxi
-631.400
-653.500
-666.500
-679.800
-693.400
Eigen bijdragen
-635.100
-638.500
-641.200
-644.600
-649.000
Bijdrage AAV Schoon huis
-11.100
-11.000
-11.000
-11.100
-11.100
-54.617.600
-56.466.800
-58.502.100
-60.592.400
-62.750.600
-55.895.200
-57.769.800
-59.820.800
-61.927.900
-64.104.100
Bijdrage gemeenten
3.3
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Programma Beschermd Wonen
Omschrijving In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2023 is onder artikel 2.5.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: • een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis; • niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen;
39
• •
noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis.
De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. De centrumregeling wordt vanaf 2024 in tien jaar afgebouwd. Dit betekent dat vanaf 2024 een deel van de rijksuitkering aan de gemeenten voor Beschermd Wonen toegekend wordt aan Maassluis en Schiedam. Hoe deze herverdeling vormgegeven wordt, is nog niet bekend. De gemeenten moeten onderling afspraken maken over de verdeling van de budgetten. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de begroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. Uitgangspunten
Aantallen Door een stelselwijziging is eind 2020 en begin 2021 een aanzienlijk deel van de cliënten met Beschermd Wonen op basis van de Wmo overgegaan naar de Wlz. Per cliënt heeft het CIZ bepaald of een cliënt toegang bleef houden tot de Wmo of overging naar de Wlz. De stelselwijziging geldt zowel voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van een pgb. In de MVSgemeenten is als gevolg van de stelselwijziging het aantal cliënten dat op basis van de Wmo gebruik maakt van Beschermd Wonen met meer dan 60% afgenomen. Met ingang van 2022 zijn de nieuwe contracten met negen aanbieders van Beschermd Wonen van toepassing. Met deze aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. Begin 2023 kenden de MVS-gemeenten één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de begroting is daarom beperkt. De uitstroom van cliënten Beschermd Wonen wordt gehinderd door het beperkte aantal voor de cliënten geschikte woningen. Omdat niet alleen weinig plaatsen vrijkomen, maar ook geen nieuwe plaatsen en nieuwe locaties worden gecreëerd, bestaan wachtlijsten voor Beschermd Wonen.
Rogplus en de MVS-gemeenten werken aan een actieplan om op korte termijn de wachtlijsten weg te werken en op lange termijn balans te houden tussen het beroep op Bescherm Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen. In de begroting 2023 is een budget gereserveerd om dit actieplan uit te voeren. In de begroting is aangenomen dat vanaf 2024 de uitvoering van het actieplan tot een afname van de wachtlijsten voor Bescherm Wonen leidt. De verwachting is dat het actieplan ongeveer 10 nieuwe woningen voor Beschermd Wonen oplevert en hiermee wordt rekening gehouden in de begroting en het meerjarenperspectief. Ondanks de 10 nieuwe woningen daalt het aantal cliënten binnen het programma Beschermd Wonen ten opzichte van voorgaande jaren. Met name in 2022
40
is door de naweeën van de stelselwijziging nog een fors aantal cliënten uitgestroomd. In de begroting 2024 wordt rekening gehouden met een stabiel aantal cliënten binnen het programma Beschermd Wonen. Een landelijk ingegeven ontwikkeling is de wijziging van het woonplaatsbeginsel in 2025. In de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel bij beschermd wonen geldt als uitgangspunt voor de woonplaats de gemeente waar de cliënt onmiddellijk voorafgaande aan één of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. De gemeente waar de cliënt vandaan komt blijft dus verantwoordelijk voor de cliënt en voor de kosten van de hulp aan deze cliënt. Door de wijziging wordt in sommige gevallen een andere gemeente verantwoordelijk voor de zorg. Op basis van de huidige inzichten, zijn vooralsnog geen significante wijzigingen in de aantallen cliënten beschermd wonen voorzien. De begroting 2024 komt te vroeg om rekening te houden met het financieel effect van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Rogplus volgt de ontwikkelingen nauwlettend en zal als dat nodig is wijzigingen initiëren.
Prijs Tegelijkertijd met de hiervoor genoemde stelselwijziging is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd. Sinds 2021 wordt per cliënt bepaald welke ‘bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
Wonen 24-uurs toezicht in nabijheid 24 uurs toezicht op locatie Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gezamenlijke ruimte
Aan elke bouwsteen is een contractueel vastgelegd tarief gekoppeld. De invoering van het bouwstenenmodel en de stelselwijziging (cliënten die in de Wmo zijn gebleven ontvangen gemiddeld minder complexe zorg en hulp) hebben tot lagere gemiddelde kosten per cliënt geleid. In de begroting 2024 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt begin 2023. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2023 is dit percentage 4,74%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van
41
de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2022 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2024 Onderdeel Zorg in natura
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
6.448.469
8.956.900
6.997.300
5.441.300
pgb
79.141
1.496.500
100.000
109.700
Overhead
370.300
436.100
424.300
470.600
6.897.910
10.889.500
7.521.600
6.021.600
Totaal Lasten Eigen bijdragen
-254.021
-389.500
-240.000
-241.900
Bijdrage gemeenten
-6.643.889
-10.500.000
-7.281.600
-5.779.700
Totaal Baten
-6.897.910
-10.889.500
-7.521.600
-6.021.600
0
0
0
0
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Zorg in natura
5.441.300
5.699.200
5.969.400
6.252.300
6.548.700
pgb
109.700
114.900
120.300
126.000
132.000
Overhead
470.600
487.900
505.100
523.300
542.200
Totaal Lasten
6.021.600
6.302.000
6.594.800
6.901.600
7.222.900
Eigen bijdragen
-241.900
-253.400
-265.400
-278.000
-291.200
Bijdrage gemeenten
-5.779.700
-6.048.600
-6.329.400
-6.623.600
-6.931.700
Totaal Baten
-6.021.600
-6.302.000
-6.594.800
-6.901.600
-7.222.900
0
0
0
0
0
Risico’s • Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
42
3.4
Programma Jeugdhulp
3.4.1
Jeugdhulpopdracht
Omschrijving De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken wel deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Uitgangspunten
Omvang De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten heeft Rogplus in de begroting 2023 de opdrachtwaarde opgenomen, zoals deze bepaald is op basis van het werkelijke zorggebruik en het prijspeil in 2021. Hierbij is het effect van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet verwerkt en zijn de inzichten in de omvang van de uitgaven en de prijsontwikkeling voor de jeugdzorg in de MVS-gemeenten in 2021 meegenomen. De herziene opdrachtwaarde voor 2023 is hierbij vastgesteld op € 53.367.000. Een belangrijk voorbehoud bij deze begroting is dat, conform afspraak met Mevis en de gemeenten, in de tweede helft van 2023 een herijking plaats vindt van het budget voor de jeugdhulpopdracht. De herijking wordt gedaan op basis van het werkelijk zorggebruik over 2022 inclusief de inzet van de wijkteams voor jeugdhulp. Ook wordt bij de herijking rekening gehouden met de gevolgen van de wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Naar verwachting leidt de herijking tot een ophoging van het voor de jeugdhulpopdracht benodigde budget. Na de herijking van het budget past Rogplus, als dat nodig is, haar begroting aan door middel van een begrotingswijziging.
43
Op de betaling aan het consortium worden de bestedingen aan Jeugdhulp via pgb in mindering worden gebracht. In de begroting 2024 neemt Rogplus daarom de budgetten voor Jeugdhulp via pgb apart op. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb is berekend als onderdeel van de herijking van de opdrachtwaarde en bedraagt in 2023 € 1.224.800. In de begroting is aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2024 en verder gelijk blijft op de stand van 2023. Er wordt daarom geen index toegepast op de aantallen pgb-cliënten. In 2024 is geen sprake meer van zorgcontinuïteit. Dit verklaart het relatief grote verschil tussen de omvang van het programma Jeugdhulp in de tweede begrotingswijziging 20237 en de begroting 2024. Het verschil tussen de opdrachtwaarde en het budget voor Jeugdhulp via pgb wordt begroot voor het door Mevis als zorg in natura uitgevoerde deel van de jeugdhulpopdracht. Rogplus neemt in de begroting geen budgetten op voor jeugdhulp die in 2024 en verder door de GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) blijft worden ingekocht en taken die door de GRJR blijven worden uitgevoerd. Dit betreft jeugdhulp op basis van landelijke contracten (LTA), jeugdhulp door Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering), de subsidies aan JBRR en VTRR, de uitvoeringskosten van de GRJR en andere algemene posten in begroting GRJR.
Rogplus blijft wel verantwoordelijk voor de backofficetaken voor de jeugdhulp die ook in 2023 en verder door de GRJR wordt ingekocht. Rogplus houdt in de formatie rekening met de uitvoering van deze backofficetaken. In het Regeerakkoord Rutte-4 staat onder meer dat mogelijk een eigen bijdrage voor de jeugdzorg wordt ingevoerd en dat de behandelduur aan banden wordt gelegd. Ook moet gespecialiseerde jeugdzorg (waaronder jeugd-GGZ) centraler worden ingekocht. Het nieuwe kabinet wil excessieve winstuitkering door zorgaanbieders tegengaan door nadere voorwaarden aan winstuitkering te stellen. Op het moment van opstellen van de begroting is nog onduidelijk op welke wijze en op welk moment het kabinet invulling wil geven aan deze plannen. Daarom is hierop nog niet geanticipeerd op mogelijke maatregelen voortkomend uit het regeerakkoord.
Prijs Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks, voor het eerst in 2024, geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers: • 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit8 • 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit9 • 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit10
7
Op aangeven van de accountant is bepaald dat de budgetten voor jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit in 2023 in de begroting van Rogplus moeten worden opgenomen. In de derde begrotingswijziging 2023 wordt de begroting hierop aangepast. Besluitvorming op de derde begrotingswijziging 2023 is voorzien in het laatste kwartaal van 2023. 8 https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten 9 https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-ishet-prijsindexcijfer-materiele-kosten 10 https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-indexcijfervoor-de-kapitaallasten-awbz-wlz
44
De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 4,21%. In de begroting rekent Rogplus met dit percentage. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Jeugdhulpopdracht
0
39.691.200
36.729.700
54.196.400
Zorgcontinuïteit
0
7.369.800
4.238.300
0
pgb
0
2.071.100
1.224.800
1.417.600
UItvoeringsorganisatie Jeugd
0
1.751.000
1.728.200
1.489.000
0
50.883.100
43.921.000
57.103.000
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Jeugdhulpopdracht
54.196.400
56.478.100
58.855.800
61.333.700
64.191.900
Zorgcontinuïteit
0
0
0
0
0
pgb
1.417.600
1.477.400
1.539.800
1.604.600
1.681.400
UItvoeringsorganisatie Jeugd
1.489.000
1.593.900
1.649.600
1.707.700
1.767.900
57.103.000
59.549.400
62.045.200
64.646.000
67.641.200
Risico’s • De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit als gevolg van de herijking of significante afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten in het contract; • De samengestelde index voor de opdracht aan Mevis valt hoger uit dan voorzien; 3.4.2
Jeugdhulp- en leerlingenvervoer
Omschrijving Jeugdhulpvervoer brengt kinderen en jongeren van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Jeugdvervoer valt onder de Jeugdwet. Er is, in tegenstelling tot bij leerlingenvervoer, geen sprake van onderwijs. Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Dit betekent onder dat Rogplus contracthouder voor jeugdhulpvervoer wordt en dat Rogplus de uitgaven voor jeugdhulpvervoer opneemt in de begroting. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten
45
verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de begroting nog niet op geanticipeerd. De uitvoeringskosten voor de backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer zijn vanaf 2023 opgenomen in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Voorheen was dat het programma Overhead. In de begroting is verwerkt dat Rogplus met ingang van het schooljaar 2023 ook voor de gemeente Vlaardingen de backofficetaken voor leerlingen- en jeugdhulpvervoer uit gaat voeren. Uitgangspunten
Aantallen Op basis van de feitelijke kosten voor jeugdhulpvervoer in 2022 is berekend dat de omvang van het budget voor jeugdhulpvervoer in 2023 € 822.200 is. Rogplus houdt de ontwikkeling van deze kosten in de gaten. Dit bedrag is als uitgangspunt genomen voor de begroting 2024.
Prijs In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de Nza. In de begroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Jeugdhulpvervoer
0
0
822.200
896.500
Backoffice Jeugdhulpvervoer
0
113.400
37.900
51.200
Backoffice Leerlingenvervoer
0
37.800
113.400
119.800
0
151.200
973.500
1.067.500
2027 L
2028 L
1.008.800
1.045.700
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
Jeugdhulpvervoer
896.500
2025 L 941.800
2026 L 974.000
Backoffice Jeugdhulpvervoer
51.200
53.100
55.000
56.900
59.100
Backoffice Leerlingenvervoer
119.800
124.300
128.500
133.200
138.000
1.067.500
1.119.200
1.157.500
1.198.900
1.242.800
Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met jeugdhulpvervoer valt hoger uit dan voorzien; • De NEA-index valt hoger uit dan voorzien.
46
3.4.3
Inkomsten Jeugdhulp
Omschrijving Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2023 vastgesteld op € 112.300. Dit bedrag is voor 2024 en verder geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage voor de ontwikkeling van personeelslasten van 3,9%. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten. Begroting 2024 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Onderdeel Bijdrage Mevis in UOJ
0
0
-112.300
-117.000
Bijdrage gemeenten
0
-51.034.300
-44.782.200
-58.053.500
0
-51.034.300
-44.894.500
-58.170.500
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
Bijdrage Mevis in UOJ
-117.000
-122.000
-127.200
-132.600
-139.000
Bijdrage gemeenten
-58.053.500
-60.546.600
-63.075.500
-65.712.300
-68.745.000
-58.170.500
-60.668.600
-63.202.700
-65.844.900
-68.884.000
3.5
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Programma Overhead
Uitgangspunten
Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de begroting 2024 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan Rogplus 2022-2025. Ten opzichte van de begroting 2023 is de formatie uitgebreid in overeenstemming met het Organisatieplan uitgebreid met de nieuwe functies voor de UOJ. De voor 2024 begrote vaste formatie bedraagt 101,6 FTE en is als volgt verdeeld over de afdelingen van Rogplus:
47
Begroting 2e wijziging 2023 Afdeling
Aantal
FTE
Begroting 2024 Aantal
FTE
Uitvoering
53
43,8
52
49,1
Bedrijfsvoering
43
37,0
46
40,3
Staf en directie
14
12,4
15
12,9
Totaal
110
93,2
113
101,6
In de begroting 2024 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2023 (inclusief vacatureruimte), inclusief de formatie in de UOJ voor de jeugdwettaken. Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste jaren intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de begroting. In de begroting 2024 zijn de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2023 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. Hierin is de salarisstijging van € 240 en 2% per fte per maand toegepast. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 3,6%.
Algemene kosten Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1. De huisvestingskosten worden in de begroting 2024 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden vanaf 2022 conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 9,9%. Vanwege de huidige piek in de inflatie en het vermoedelijk tijdelijke karakter daarvan wordt voor 2024 en verder gerekend met het indexpercentage voor 2022. Dit is 5,2%. In de begroting 2024 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten worden begroot op basis van het kostenniveau 2022, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 3,6%. De uitgaven voor het Programma Overhead worden gedekt door bijdragen van de gemeenten.
Directe en indirecte overhead De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van de UOJ aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s
48
verdeeld. Met ingang van de begrotingswijziging 2022 geeft Rogplus de uitvoeringskosten voor Beschermd Wonen niet langer weer op basis van een (verouderd) vast bedrag, maar op basis van een berekening van de feitelijke kosten. Binnen het programma Wmo worden een deel van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Voor de overige begrotingsonderdelen binnen dit programma zijn de budgetten voor directe overhead bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten 2022. Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Totaal
2024% 9,9% 8,1% 3,5% 50,9% 27,7% 100,0%
De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. De algemene kosten vallen onder het programma Overhead. Begroting 2024 Onderdeel Overhead
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
4.010.575
4.158.300
4.359.300
4.814.300
644.310
0
0
0
Backoffice Jeugd Backoffice LLV en JHV
122.000
0
0
0
Totaal Lasten
4.776.885
4.158.300
4.359.300
4.814.300
Bijdrage gemeenten
-4.776.885
-4.158.300
-4.359.300
-4.814.300
Totaal Baten
-4.776.885
-4.158.300
-4.359.300
-4.814.300
0
0
0
0
Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Onderdeel
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Overhead
4.814.300
4.901.900
5.145.000
5.319.800
5.501.200
0
0
0
0
0
Backoffice Jeugd Backoffice LLV en JHV
0
0
0
0
0
Totaal Lasten
4.814.300
4.901.900
5.145.000
5.319.800
5.501.200
Bijdrage gemeenten
-4.814.300
-4.901.900
-5.145.000
-5.319.800
-5.501.200
Totaal Baten
-4.814.300
-4.901.900
-5.145.000
-5.319.800
-5.501.200
0
0
0
0
0
49
Overhead totaal Begroting 2024 Overhead Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
6.677.254
8.198.500
8.484.200
9.489.400
Personeel derden
593.156
483.700
476.300
240.500
Externe advisering
98.570
147.000
219.000
199.700
Algemene kosten
1.132.849
1.365.500
1.284.500
1.410.500
Kapitaallasten
90.347
110.000
110.000
114.000
8.592.176
10.304.700
10.574.000
11.454.100
Totaal
Overhead
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2022
Primair 2023
2e wijziging 2023
2024
Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten
339.599
324.200
344.900
392.500
Scootmobielen en rolvoorzieningen
260.922
258.400
273.500
327.300
Woonvoorzieningen
141.735
147.500
156.300
138.500
Schoon Huis
1.688.721
1.755.800
1.753.000
2.038.200
Meedoen in de Stad
1.014.014
910.900
964.700
1.125.500
0
411.300
418.800
487.200
3.444.992
3.808.100
3.911.200
4.509.200
Beschermd Wonen
370.300
436.100
424.300
470.600
Totaal Beschermd Wonen
370.300
436.100
424.300
470.600
Backoffice Jeugd
0
0
0
0
Uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp
0
1.751.000
1.727.900
1.489.000
Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
0
151.200
151.300
171.000
Totaal Jeugdhulp
0
1.902.200
1.879.200
1.660.000
Backoffice Jeugd
481.900
0
0
0
Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
122.000
0
0
0
Preventie Totaal Wmo Programma Beschermd Wonen
Programma Jeugdhulp
Programma Overhead
Uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp
162.410
0
0
0
Overhead
4.010.575
4.158.300
4.359.300
4.814.300
Totaal Overhead
4.776.885
4.158.300
4.359.300
4.814.300
Totaal
8.592.176
10.304.700
10.574.000
11.454.100
50
Overhead totaal Meerjarenperspectief 2025-2028 Begroot Overhead
2024
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten
9.489.400
9.760.800
10.185.200
10.552.000
10.932.000
Personeel derden
240.500
249.200
258.100
267.400
277.100
Externe advisering
199.700
206.900
214.300
222.000
230.000
Algemene kosten
1.410.500
1.449.000
1.489.300
1.531.400
1.575.400
Kapitaallasten
114.000
118.100
122.300
126.700
131.300
11.454.100
11.784.000
12.269.200
12.699.500
13.145.800
2025 L
2026 L
2027 L
2028 L
Totaal
Begroot Overhead
2024
Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten
392.500
407.000
421.400
436.600
452.300
Scootmobielen en rolvoorzieningen
327.300
339.300
351.200
363.900
377.000
Woonvoorzieningen
138.500
143.400
148.600
154.000
159.500
Schoon Huis
2.038.200
2.112.900
2.187.600
2.266.300
2.348.000
Meedoen in de Stad
1.125.500
1.166.800
1.208.100
1.251.500
1.296.600
487.200
505.100
522.900
541.800
561.300
4.509.200
4.674.500
4.839.800
5.014.100
5.194.700
Beschermd Wonen
470.600
487.900
505.100
523.300
542.200
Totaal Beschermd Wonen
470.600
487.900
505.100
523.300
542.200
0
0
0
0
0
1.489.000
1.542.300
1.595.800
1.652.200
1.710.600
Preventie Totaal Wmo Programma Beschermd Wonen
Programma Jeugdhulp Backoffice Jeugd Uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
171.000
177.400
183.500
190.100
197.100
1.660.000
1.719.700
1.779.300
1.842.300
1.907.700
Backoffice Jeugd
0
0
0
0
0
Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
0
0
0
0
0
Totaal Jeugdhulp Programma Overhead
Uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp
0
0
0
0
0
Overhead
4.814.300
4.901.900
5.145.000
5.319.800
5.501.200
Totaal Overhead
4.814.300
4.901.900
5.145.000
5.319.800
5.501.200
Totaal
11.454.100
11.784.000
12.269.200
12.699.500
13.145.800
51
3.6
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: • Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; • Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; • Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; • Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2022 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2023 en 2024 is dit ook niet voorzien; • Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend; • Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7
Investerings- en financieringsstaat
Vaste activa Materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde 31-12-2023
Mutaties +
Mutaties -/-
319.835 319.835
112.640 112.640
-
Onderhanden werk inz. Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8
Afschrijving Boekwaarde 2024 31-12-2024 112.640 112.640
319.835 319.835
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.
52
3.9
Geprognosticeerde balans
Activa Vaste activa Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa Totaal activa Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Vreemd vermogen Voorzieningen Vlottende passiva Vlottende schulden Overige vlottende schulden Overlopende passiva Vooruit ontvangen van overige overheden Overige overlopende passiva Totaal passiva
Werkelijk Ultimo 2022
Prognose Ultimo 2023
Prognose Ultimo 2024
Prognose Ultimo 2025
Prognose Ultimo 2026
Prognose Ultimo 2027
Prognose Ultimo 2028
319.835 319.835
319.835 319.835
319.835 319.835
319.835 319.835
319.835 319.835
319.835 319.835
319.835 319.835
264.406
264.406
264.406
264.406
264.406
264.406
264.406
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
282.163
282.163
282.163
282.163
282.163
282.163
282.163
1.676.599
401.831
401.831
401.831
401.831
401.831
401.831
471.585 471.585 471.585 471.585 471.585 471.585 471.585 12.773.245 11.498.477 11.498.477 11.498.477 11.498.477 11.498.477 11.498.477 13.093.079 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311
0
0
0
0
0
0
0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
665.368
665.368
665.368
665.368
665.368
665.368
665.368
7.541.498 6.266.730 6.266.730 6.266.730 6.266.730 6.266.730 6.266.730 4.886.213 4.886.213 4.886.213 4.886.213 4.886.213 4.886.213 4.886.213 13.093.079 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 13.093.079 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311 11.818.311
53
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen
Omschrijving Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: • de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van de risico’s Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd.
Hierbij is onderscheid gemaakt tussen risico’s op een onvoorziene toename in de aantallen verstrekte voorzieningen en risico’s op een onvoorziene stijging van de prijs van de voorzieningen. •
•
Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal 10% en maximaal 50% dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 20% van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van minder dan € 1 miljoen, 10% van de begroting bij posten tussen € 1 miljoen en € 10 miljoen en 5% boven € 10 miljoen. Hierbij is een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd. De ‘kans’ is het percentage dat de mogelijkheid weergeeft dat in het actuele begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is. Voor de jeugdhulpopdracht geldt dat de totale omvang van de jeugdhulpopdracht nog kan wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten in de aantallen cliënten, mede als gevolg van de toepassing van het nieuwe woonplaatsbeginsel.
54
De totale risicosom bedraagt op basis van de actuele begroting € 2.516.000. De risico’s worden gecumuleerd per programma per soort gepresenteerd. Omdat van de actuele begroting uit wordt gegaan, is ook een risicosom voor het programma Jeugdhulp opgenomen. Programma
Soort
Wmo
Meer voorzieningen verstrekt dan voorzien en/of meer cliënten
682.000
Hogere prijsstijging dan voorzien
825.000
Meer cliënten Beschermd Wonen dan voorzien
56.000
Hogere prijsstijging dan voorzien
112.000
Hogere opdrachtwaarde en/of meer jeugdhulpvervoer
283.000
Beschermd Wonen Jeugdhulp
Hogere prijsstijging dan voorzien
Risicosom
558.000 2.516.000
Beheersmaatregelen Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn. 4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Rogplus heeft geen gebouwen of andere kapitaalgoederen in eigendom of exploitatie die moeten worden onderhouden. Rogplus huurt het kantoor aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. 4.3