CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Collegebrief 19 maart 2024 Afschrift brief aan Oudervereniging Balans over jeugdzorg

Raadscommissie 9 april 2024, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:2.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Schiedam

Jeugd & Onderwijs

Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam

PER E-MAIL: daisy@jvb2021.nl Oudervereniging Balans Belangen Vereniging Intensieve Zorg Kind Jeugdhulp Voldoende Beschermd

Uw kenmerk

14 010 schiedam.nl

Ons kenmerk

Datum

24UIT01589

19 maart 2024

Uw brief van

Doorkiesnummer

E-mail

7 maart 2024

14 010

contact@schiedam.nl

Onderwerp

Reactie op uw brief d.d. 7 maart 2024

Beste mevrouw Kooreman, Hooguit en Claase,

Bedankt voor uw inzet voor de rechten van kinderen en de brief van 7 maart jl. waarin u ons attendeert op vermeende onjuistheden in de Verordening Jeugdhulp en schendingen van de privacy. Hieronder geven wij onze reactie. Wij zetten ons vanuit de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam continu in voor een goede start en toekomst voor alle kinderen in onze gemeenten. Dit hebben wij als de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam vastgelegd in een gezamenlijke visie (Koersdocument MVS Jeugdmodel). Met het MVS Jeugdmodel werken we samen met kind, ouders, jeugdhulpprofessionals, huisartsen, instellingen, verenigingen en onderwijs aan goede en effectievere jeugdhulp voor het kind en gezin. Met mensen die er voor hen toe doen, thuis, op school of in hun vrije tijd. Dichtbij, in de omgeving van het kind. Van voorkomen dat hulp nodig is, laagdrempelige ondersteuning, hulp vanuit het wijkteam tot en met specialistische hulp wanneer nodig. De colleges van de MVS-gemeenten hebben de verantwoordelijkheden op het gebied van jeugdzorg in een gemeenschappelijke regeling gedelegeerd naar Rogplus. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor jeugdzorgtaken bij Rogplus is belegd. De gecertificeerde instellingen zijn hiervan uitgezonderd (zie gemeenschappelijke regeling). De uitvoering van de jeugdzorg is belegd bij Mevis.

De gemeenten hebben vanwege de samenwerking eenzelfde verordening. In de verordening Jeugdhulp is vastgesteld op welke manier de gemeente ondersteuning en hulp biedt aan jeugdigen en hun ouders. In 2023 zijn de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam gestart met beschikkingsarm werken om de schaarse tijd van jeugdprofessionals te besteden aan effectieve en flexibele inzet van jeugdhulp. De gemeenten wilden daarmee kinderen snel helpen en jeugdprofessionals in hun kracht zetten. Beschikkingen zijn op aanvraag verstrekt en betrokkenen werden daarover mondeling en schriftelijk geïnformeerd.

*24UIT01589*

De verordening was gebaseerd op de modelverordening van de VNG. De praktijk wijst uit dat deze werkwijze onduidelijkheid met zich meebrengt over de rechtsbescherming. Wij onderschrijven het belang van rechtsbescherming voor onze inwoners. Op basis van gesprekken met belangenorganisaties, vragen uit de gemeenteraad en de uitvoeringspraktijk hebben de colleges in het najaar van 2023 besloten over te gaan op beschikken en de verordening hierop aan te passen. Inwoners en adviesraden vanuit de gemeenten hebben in het najaar met een zienswijze hierop kunnen meedenken. De colleges van burgemeester en wethouders van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben op 5 en 12 maart 2024 besloten om aan de gemeenteraden voor te stellen om de verordening jeugdhulp op een aantal punten te wijzigen. De wijzigingen hebben onder andere betrekking op het standaard afgeven van een beschikking bij niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen en het verrichten van zorgvuldig onderzoek naar de noodzaak van jeugdhulp aan de hand van de stappen van de Centrale Raad van Beroep. Hiermee willen de gemeenten zorgen dat de toegang tot procedures voor bezwaar, beroep en klachten niet belet wordt door het ontbreken van een beschikking en de rechtsbescherming van de jeugdigen optimaal borgen.

De gemeenten gaan hiertoe standaard beschikkingen afgeven, waarmee jeugdigen en hun ouders kunnen zien op welke hulp ze recht hebben en hoe ze eventueel bezwaar kunnen indienen.

Ondersteuningsplan Volgens u is het idee om een ondersteuningsplan te laten dienen als beschikking onjuist. Het ondersteuningsplan zou in strijd zijn met het motiveringsbeginsel en de rechten van ouders en jongeren en kan daarom niet als beschikking dienen. Wij merken hierbij op dat noch in de verordening jeugdhulp noch in het wijzigingsbesluit sprake is van het hanteren van het ondersteuningsplan als beschikking. In het ondersteuningsplan worden de uitkomsten van het onderzoek naar de noodzakelijke jeugdhulp vastgelegd. Indien uit het onderzoek volgt dat er sprake is van een individuele voorziening jeugdhulp, dan wordt dit vastgelegd in een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Het ondersteuningsplan kan daarbij als motivering voor het besluit dienen. Van een ondersteuningsplan dat zelfstandig dient als beschikking is geen sprake. U stelt tevens dat het ondersteuningsplan in strijd is met de AVG. Er zouden meer persoonsgegevens worden verwerkt dan noodzakelijk is en is er geen grondslag (zoals toestemming) voor het verwerken van persoonsgegevens. Wij merken daarover op dat ‘toestemming’ geen grondslag is voor het verwerken van persoonsgegevens bij de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van een voorziening op het gebied van jeugdhulp.

Voor het verwerken van persoonsgegevens bij deze wettelijke taken is een andere wettelijke grondslag van toepassing, namelijk ‘noodzakelijk voor een taak van algemeen belang of een taak in het kader van de uitvoering van het openbaar gezag (artikel 6 lid 1 sub e AVG). Vooropgesteld, willen we benadrukken dat we vanuit het MVS Jeugdmodel samen werken volgens de wet- en regelgeving en het aantal persoonsgebonden gegevens minimaliseren. Wij gaan daar zorgvuldig mee om conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit houdt in dat als Rogplus en Mevis persoonsgegevens verwerken, zij niet meer gegevens gebruiken dan nodig is voor het doel waarvoor ze gebruikt worden.

24UIT01589

Pagina 2 van 5

Mochten we binnen het MVS Jeugdmodel data delen of verzamelen, dan doen we dit altijd volgens de privacyregels en met een uitvoering van een DPIA (data protection impact assessment). Dit is een onderzoek dat duidelijk maakt of en waar privacy-risico’s ontstaan als er persoonsgegevens gebruikt worden en welke maatregelen er nodig zijn om deze te ondervangen. Op grond van de Jeugdwet heeft de gemeente een wettelijke taak om te voorzien in jeugdhulp. Om die taak goed te kunnen vervullen, moeten persoonsgegevens worden verwerkt. Dit recht van de gemeente om persoonsgegevens, waaronder gezondheidsgegevens, te verwerken is vastgelegd in artikel 7.4.0 lid 1 van de Jeugdwet. In dit artikel staat, net als in de AVG, dat het is toegestaan om persoonsgegevens te verwerken voor zover deze noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van die wettelijke taak. De gemeente mag op basis van dit artikel gegevens verwerken voor de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van een voorziening op het gebied van jeugdhulp. Dat een jeugdhulpaanbieder of casusregisseur informatie met elkaar uitwisselen, is geen wettelijke taak, daarvoor is dus aparte toestemming nodig. Wanneer ouders niet instemmen met de uitwisseling van persoonsgegevens zal het kind alsnog de benodigde jeugdhulp ontvangen. De AVG stelt strenge eisen aan ‘toestemming’ als grondslag voor gegevensverwerking.

De definitie van toestemming onder de AVG luidt namelijk: elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betrokkene door middel van een verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling hem betreffende verwerking van persoonsgegevens aanvaardt. U geeft in uw brief aan dat in het huidige ondersteuningsplan generieke toestemming wordt gebruikt wat in strijd is met de AVG. Een eerdere versie van het ondersteuningsplan was inderdaad verwarrend omdat het leek alsof er sprake was van een algemene vraag om toestemming tot gegevensuitwisseling. Wij hebben Rogplus en Mevis gevraagd dit aan te passen en er is een nieuwe versie van het ondersteuningsplan ingevoerd waarmee sinds 1 januari 2024 wordt gewerkt. Indien jeugdige/ouders het niet eens zijn met de inhoud van het ondersteuningsplan dan kunnen zij het plan ‘voor gezien’ ondertekenen en aangeven waar ze het niet mee eens zijn en waarom niet. De stappen van de Centrale Raad van Beroep maken onderdeel uit van het onderzoek. De uitkomsten worden opgenomen in het ondersteuningsplan. De casusregisseur is een SKJ-gekwalificeerde jeugdprofessional en aanspreekpunt van de jeugdige/ouders. De casusregisseur kan namens de ouders/kind bellen met instanties om te kijken of er plek is voor hulp, etc. Casusregie is het coördineren, afstemmen en volgen van de hulpverlening.

Dit voorkomt dat professionals die bij het gezin betrokken zijn langs elkaar heen werken en draagt bij aan het met de jeugdhulp te bereiken resultaat. De uitwisseling van persoonsgegevens moet daarbij beperkt blijven tot wat strikt noodzakelijk is voor dat doel. De hulpverlener bekijkt samen met de jeugdige/ouders welke informatie daarvoor wordt verstrekt aan de casusregisseur. Casusregie in het vrijwillige kader is geen dranghulp.

24UIT01589

Pagina 3 van 5

WMO Verordening De belangenverenigingen voor ouders en jongeren verzoeken de colleges om de nieuwe Verordening Jeugdhulp in lijn te brengen met de Jeugdwet de Awb en hiermee nadrukkelijk de lijn van de rechtbank Rotterdam te volgen. ECLI:NL:RBROT:2020:2333 Rechtbank Rotterdam, 18-03-2020, ROT 19/704 In de Verordening jeugdhulp is opgenomen dat jeugdigen en hun ouders een hulpvraag kunnen melden bij het college. Volgens u is dit in strijd met de Awb en mist de bepaling verbindende kracht. U verwijst daarbij naar een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 18 maart 2020. In genoemde rechtszaak betreft het een artikel waarin is bepaald dat een aanvraag voor een individuele voorziening wordt ingediend door middel van ondertekening van een ondersteuningsverslag waarin naast een gespreksverslag ook een ondersteuningsplan is opgenomen. Dit artikel mist volgens de rechtbank verbindende kracht omdat het contactverzoek (= datum melding) als aanvraagdatum moet worden beschouwd en niet de datum waarop het ondersteuningsverslag is ondertekend. De redelijke termijn waarbinnen een besluit moet worden genomen, vangt dus aan vanaf de datum van de melding van de hulpvraag. Het missen van de verbindende kracht heeft in deze uitspraak geen betrekking op het artikel waarin is opgenomen dat een melding van een behoefte aan jeugdhulp bij het college kan worden gedaan.

Artikel 5, eerste lid van de verordening, waarin is opgenomen dat een melding van een hulpvraag bij het college kan worden gedaan, is niet in strijd met de bepalingen van de Awb. De datum van melding is het startpunt van het onderzoek naar de noodzakelijke jeugdhulp. Binnen de in de Awb opgenomen redelijke termijn moet – wanneer uit het onderzoek volgt dat een individuele voorziening jeugdhulp nodig is – een beslissing worden genomen. Ingevolge artikel 4:13, tweede lid Awb is dat uiterlijk binnen 8 weken. Deze termijn kan op grond van artikel 4:14, tweede lid Awb en artikel 4:15, tweede lid worden verlengd en respectievelijk opgeschort. De bepalingen van de Awb zijn onverminderd van toepassing en behoeven niet in de verordening opgenomen te worden.

MVS Koersplan & Privacy In uw brief verzoekt u ons om te stoppen met het vervaardigen dan wel inzetten van zgn. populatieprofielen. U spreekt over profilering en een grootschalige vorm van dataverzamelingen, waarbij straks ouders de omgekeerde bewijslast toegespeeld krijgen en vergelijkt dit zelfs met de toeslagenaffaire. Wij benadrukken dat er geen sprake is van populatieprofielen of grootschalige vorm van dataverzamelingen. Wij herkennen ons dan ook niet in de door u aangehaalde voorbeelden.

Privacy convenant samenwerking onderwijs-gemeenten-jeugdhulp Met het privacy convenant zijn afspraken vastgelegd tussen gemeenten, jeugdhulp en samenwerkingsverbanden over het verwerken van persoonsgegevens van jeugdigen in de samenwerking tussen deze partijen. De wettelijke bepalingen over privacy zijn uitgangspunt bij dit convenant. Daarbij gaat het om de AVG en de Uitvoeringswet AVG maar ook om sectorspecifieke wetgeving zoals de onderwijswetgeving, de Jeugdwet en de WGBO.

24UIT01589

Pagina 4 van 5

Uit de AVG volgt bijvoorbeeld dat duidelijk moet zijn welke grondslagen gelden bij uitwisseling van persoonsgegevens, welke doelen daarbij aan de orde zijn en hoe de rechten van jongeren en hun ouders zijn beschermd. De AVG hanteert verschillende grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens. In het Convenant wordt duidelijk gemaakt welke grondslag van toepassing is voor welke partij. Er worden geen nieuwe of aanvullende bepalingen gecreëerd, de bestaande privacyregels met betrekking tot de samenwerking binnen een casusoverleg op school worden in het convenant uitgelegd. De centrale doelstelling van de uitwisseling van persoonsgegevens is het mogelijk maken van een ononderbroken ontwikkelingsproces van de jongere; die doelstelling is zowel in het onderwijs als bij de gemeente (leerplicht) en in de jeugdhulp het gezamenlijk belang dat wordt nagestreefd. De AVG bepaalt daarbij dat er sprake moet zijn van voldoende wettelijke waarborgen zodat zorgvuldig met persoonsgegevens wordt omgegaan; het convenant benoemt een aantal belangrijke vuistregels die onderwijs, gemeenten en jeugdzorg in acht moeten nemen om de persoonlijke levenssfeer van de jongere en zijn ouders waar mogelijk te beschermen door niet meer persoonsgegevens uit te wisselen dan nodig voor het doel van de samenwerking.

Het convenant is een hulpmiddel om het casusoverleg op een school volgens de privacyregels te laten verlopen. Zowel schoolbesturen, samenwerkingsverbanden als jeugdhulpaanbieders hebben behoefte aan duidelijke afspraken over samenwerking waarbij de privacy van jeugdigen is geborgd, het convenant voorziet hierin. Het is uitdrukkelijk niet bedoeld en ook niet mogelijk om met het convenant data over jeugdigen te verzamelen en te gebruiken voor andere doeleinden. Bij het opstellen van het convenant is gebruik gemaakt van het Model Privacy Convenant. De Functionarissen Gegevensbescherming van de deelnemende organisaties zijn betrokken bij het opstellen. Momenteel wordt het convenant geactualiseerd waarbij onder andere de grondslagen concreter worden uitgewerkt en de relevante bepalingen van de wetsvoorstellen Terugdringen verzuim en Aanpak meervoudige problematiek worden opgenomen. Voor het afsluiten van het ‘nieuwe’ convenant zal een Data Protection Impact Assessment (DPIA) worden uitgevoerd. Wij hopen u met onze inhoudelijke reactie inzicht te geven in hoe wij omgaan met de door u gestelde zaken in het MVS jeugdmodel. Heeft u aanvullende vragen, dan gaan wij graag persoonlijk verder met u in gesprek.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,

de burgemeester,

C.E. Bos

mr. H.M. Bergmann

24UIT01589

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13997300/1