CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

119 Brief ROGPlus 5 februari 2026 Kadernota ontwerpbegroting 2027

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen:6.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

rogplus Gemeenteraad van Schiedam

Datum

Postbus 1501

Behandeld door Frank Rost

5 februari 2026

3100 EA Schiedam

Onderwerp:

Kadernota ontwerpbegroting 2027

Geachte raad, Met deze brief bied ik u de kadernota voor de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2031 van Rogplus aan. Deze kadernota presenteert per begrotingsonderdeel de aannames voor de ontwikkeling van de prijs en van de aantallen en houdt, waar nodig, rekening met de geldende contractafspraken. Conform artikel 19 van de Gemeenschappelijke Regeling ontvangt u deze kadernota ter informatie. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur van Rogplus,

VI M. Kroonen Voorzitter algemeen en dagelijks bestuur Rogplus

Bijlagen: »

Kadernota ontwerpbegroting 2027

Bezoekadres Westlandseweg 1 Maassluis

Postadres Postbus 234 3140 AE Maassluis

www.rogplus.nl info@rogplus.nl 010 8701111

rocplus

Kadernota

Kadernota Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenperspectief 2028-2031 Versie 1.0

Maassluis, 2 februari 2026

Status: Definitief

Opgesteld door: Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering

Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik

Bezoekadres Westlandseweg 1 Maassluis

Postadres Postbus 234 3140 AE Maassluis

www.rogplus.nl info@rogplus.nl 010 8701111

rogplus

Kadernota

ínhoud Inleiding........................................................................... 3 Doelstellingen en algemene kaders.............................. 3 Doelstellingen...................................................................................................................3 Algemene kaders.............................................................................................................5

Programma Wmo............................................................6 Vervoerskosten............................................................................................................... 6 Scootmobielen en rolvoorzieningen........................................................................... 7 Woonvoorzieningen........................................................................................................8 Schoon Huis...................................................................................................................... 9 Meedoen in de Stad........................................................................................................ 11 Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen............................................................12 Regeling tegemoetkoming meerkosten...................................................................13 Projecten en Innovatie..................................................................................................13 Preventie..........................................................................................................................13 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo.................................................................................14

Programma Beschermde Woonvormen...................... 16 Programma Jeugdhulp................................................. 18 Jeugdhulpopdracht...................................................................................................... 18 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer.............................................................................. 19 Inkomsten Jeugdhulp.................................................................................................. 19

Programma Overhead.................................................. 21 Verdeelsleutels............................................................. 23

Kadernota

Inleiding Deze kadernota presenteert per begrotingsonderdeel de aannames voor de ontwikkeling van de prijs en van de aantallen voor de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2031 en houdt, waar nodig, rekening met de geldende contractafspraken. Eind 2028 lopen de contracten voor huishoudelijke hulp, Meedoen in de Stad (met name begeleiding en dagbesteding) en jeugdhulp af. Deze contracten hebben betrekking op ongeveer drie kwart van de uitgaven van Rogplus. In het meerjarenperspectief zijn de nu geldende contractafspraken ook van toepassing verondersteld voor 2029 en verder. In de praktijk kunnen de nieuwe contracten invloed hebben op de begroting. Zodra de nieuwe inrichtings- en contractafspraken bekend zijn, verwerkt Rogplus deze in de begroting. De begroting van Rogplus is niet gekoppeld aan de ontwikkeling van de inkomsten van de gemeenten uit het gemeentefonds. Wel houdt Rogplus in haar begroting, waar mogelijk, rekening met de financiële ontwikkelingen waar de gemeenten mee te maken hebben. Net als de gemeenten zelf en andere verbonden partijen, voert Rogplus beheersmaatregelen door om de kostenontwikkeling te controleren. Wanneer de besluitvorming op de maatregelen concreet genoeg is, zal Rogplus hier rekening mee houden in haar (ontwerp)begroting. Als de besluitvorming nog loopt, wordt dit toegelicht in de tekst van de (ontwerp)begroting.

Doelstellingen en algemene kaders Doelstellingen Wmo Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: «

*

*

Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.

3

rogplus

Kadernota

Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: *

» «

*

Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben; Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding.

Jeugdwet Als onderdeel van het MVS Jeugdmodel hebben de gemeenten met ingang van 2023 de uitvoering van de Jeugdwet grotendeels gedelegeerd aan Rogplus. Vanuit dit kader doet Rogplus het contract- en informatiemanagement voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. Uit het MVS Jeugdmodel en de opdracht aan Mevis volgen de volgende doelstellingen, waaraan Rogplus bijdraagt: »

*

De cliënt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.

4

rogplus

Kadernota

Strategisch plan Rogplus heeft in het strategisch plan 2026-2029 de volgende speerpunten opgenomen: « Rogplus zet in op een waardevol leven en veerkracht van inwoners » Rogplus is een aantrekkelijke werkgever » Rogplus is strategisch adviseur voor gemeenten en partners binnen het sociaal domein * Rogplus is flexibel, wendbaar en in control Algemene kaders De begroting van Rogplus kent vier begrotingsprogramma's Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdhulp en Overhead. Rogplus heeft momenteel geen reserves. De ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2031 worden opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en gaan uit van het in de Gemeentewet opgenomen beginsel van reëel begroten. Het iv3 informatievoorschrift voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen is van toepassing. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2027 wordt voor de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opgedane ervaringen en beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op de Wmo en de Jeugdwet in de MVS-gemeenten. Rogplus maakt ter referentie gebruik van het Wmo-voorspelmodel1 van de VNG. De prijsontwikkeling wordt waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties (zoals het CBS en de NZa) afgegeven indicatoren.

Voor het meerjarig toepassen van prijsindexcijfers hanteert Rogplus de volgende methodiek: 1. Rogplus gaat per begrotingsonderdeel na wat de contractueel vastgelegde toe te passen prijsindex is voor het eerstvolgende begrotingsjaar. 2. Rogplus toetst of deze prijsindex representatief is voor de verwachte meerjarige ontwikkeling van de tarieven. Hierbij kijkt Rogplus naar de historische ontwikkeling van de prijsindex én betrekt Rogplus kennis over toekomstige ontwikkelingen. 3. Zo ja, past Rogplus de index meerjarig toe. 4. Zo nee, zoekt Rogplus een alternatief dat wel representatief is. Omdat elke index zijn eigen dynamiek kent, is het wenselijk per geval het alternatief te bepalen. Hiermee komt Rogplus het best tegemoet aan het beginsel van reëel begroten. Wanneer dit van toepassing is, wordt dit toegelicht en uitgelegd in de kadernota.

1 https:ZZwmovoors pelmodel.vna.nl/

5

Kadernota

Programma Wmo Vervoerskosten Vervoerloket Binnen het Wmo-vervoer in de MVS-gemeenten wordt onderscheid gemaakt tussen het vervoerloket (planning van de ritten) en het doelgroepenvervoer (uitvoering van de ritten). Dit zijn gescheiden opdrachten die elk door verschillende aanbieders uit worden gevoerd. De vergoeding voor het vervoerloket bestaat uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op het historisch gebruik van het Wmo-vervoer. De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2025. Conform het contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,30Zo2. Doelgroepenvervoer Wmo Het doelgroepenvervoer wordt uitgevoerd door twee aanbieders. De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief per inzetuur per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 20oZo. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerders aan wie de opdracht is gegund. Bovenop het vaste tarief per inzetuur wordt een tarief per inzetkilometer vergoed.

De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven (gecorrigeerde) percentage voor de NEA-index is 4,1 "/o3. Dit percentage is van toepassing op 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2030. Dit percentage geldt ook voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Wmo-vervoer). Plan van aanpak doelgroepenvervoer In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus tot en met 2028 rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer.

2 httosV/opendata. cbs.nl/statline/tf/CBS/nl/dataset/70936NED/table9fromstatweb

3HttDs:ZZwww.sfmobiliteit.nlZnea-index

6

rogplus

Kadernota

Het gaat om de volgende drie acties: » Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders « Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer » Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) Het begrote budget voor deze acties is C 80.000 in 2027 en 2028. Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2027 wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten. Jurisprudentie gaat uit van een reisafstand van 1500-2000 km op jaarbasis om voldoende te kunnen participeren en deelnemen aan de maatschappij. De maximale reisafstand van 1500 km is al langer opgenomen in de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS. Circa 100 cliënten reizen jaarlijks meer dan 1500 km en circa 50 cliënten reizen jaarlijks meer dan 2000 km (gemiddeld reizen cliënten 200 km op jaarbasis). Vanaf 2026 wordt het maximale aantal te reizen kilometers gehandhaafd wat in potentie tot lagere vervoerskosten leidt.

Rogplus verwerkt deze beleidswijziging in haar begroting.

Scootmobielen en rolvoorzieningen Aantallen De budgetten in de ontwerpbegroting 2027 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits, fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2025. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2025 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening en zijn voor 2027 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. De afgelopen járen heeft op initiatief van Rogplus een succesvolle pilot met deelscootmobielen plaats gevonden. De deelscootmobiel is daarom sinds 2026 een vast onderdeel van de via Rogplus verstrekte Wmo-voorzieningen.

De kosten voor de verdere uitrol van deelscootmobielen en het onderhoud van de bestaande voorzieningen worden begroot binnen het begrotingsonderdeel ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’ voor de scootmbielen en ‘Woonvoorzieningen’ voor de stallingen.

7

rogplus

Kadernota

De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag op scootmobielen af kan nemen. De (duurzame) financiële effecten van het gebruik van deelscootmobielen kunnen nog niet worden gekwantificeerd. Hierom wordt in de ontwerpbegroting 2027 nog geen rekening gehouden met een eventueel inverdieneffect van het gebruik van deelscootmobielen. Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 zijn de uitgaven hiervoor apart begroot. Prijs Het huidige contract voor scootmobielen en rolvoorzieningen is per 1 juni 2025 ingegaan. De geldende tarieven en contractafspraken zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2027. Conform de geldende contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,307o4.

Woonvoorzieningen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen, zoals de tillift en de douche/toiletstoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde aannames en uitgangspunten als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Aantallen In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Door het gemeentelijke beleid in combinatie met de demografische ontwikkeling in de regio zal naar verwachting het beroep op woningaanpassingen toenemen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkings­ overeenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord meer samen op te trekken in het thema langer zelfstandig wonen.

In de ontwerpbegroting 2027 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven.

4 https://opendata.cbs.nI/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table7fromstatweb

8

rogplus

Kadernota

In de ontwerpbegroting 2027 volgen de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie. Prijs Rogplus heeft contracten met leveranciers van (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met deze contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,30Zo5. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2024 en 2025 als basis genomen voor de ontwerpbegroting.

Schoon Huis Sinds 2026 wordt hulp bij het huishouden niet langer als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten, maar als maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. Aantallen De te leveren uren voor de maatwerkvoorziening schoon huis in 2027 en verder worden gebaseerd op ervaringscijfers voor het beroep op voorzieningen voor huishoudelijke hulp over 2025 en eerder. Hierbij wordt rekening gehouden met het effect van de omzetting van het verdwijnen van de algemene voorziening op het beroep op huishoudelijke hulp. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting ook rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor huishoudelijke hulp en de verzilveringsgraad daarvan. In de (ontwerp)begroting 2026 heeft Rogplus geanticipeerd op de komst van de inkomensen vermogensafhankelijke eigen bijdrage. In de loop van 2025 is gebleken dat de plannen om per 2027 voor Wmo-voorzieningen de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren niet worden doorgevoerd. Het is onduidelijk Of en wanneer de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (alsnog) in wordt gevoerd.

In de (ontwerp)begroting 2027 houdt Rogplus daarom geen rekening met mogelijke effecten van de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, zoals een afname van het beroep op huishoudelijke hulp voor de Wmo. Bij de prognose van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt verder rekening gehouden met de volgende factoren:

https://ODendata.cbs nlZstatlineZ#ZCBSZnlZdatasetZ70936NEDÅable?fromstatweb

rogplus

Kadernota

»

« »

Verariizina. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk. Bevolkingsgroei. Het aantal inwoners van de MVS-gemeenten neemt toe. Het beroep op Wmo-voorzieningen groeit hierin mee. Adviesoesorekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei.

Mantelzorgers kunnen de aanvullende voorziening Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal 2 uur per week hulp bij het huishouden krijgen voor een bijdrage van C 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 1300Zo van het minimuminkomen; Vlaardingen en Schiedam hanteren geen inkomensgrens. De budgetten voor de aanvullende voorziening worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2025 gebruik hebben gemaakt van de aanvullende voorziening. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd in eerste instantie op de stand van de pgb’s aan het begin van 2026. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente. Het verdwijnen van de algemene voorziening schoon huis, leidt naar verwachting tot een toename van het beroep op huishoudelijke hulp op basis van een pgb. Rogplus houdt hiermee rekening in de (ontwerp)begroting. Prijs In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2026 is dit uurtarief C 41,62. Dit tarief is van toepassing tot juli 2026, omdat daarna een nieuwe CAO wordt afgesloten.

Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (WT). Het genoemde tarief is onder voorbehoud van vaststelling van deze CAO. Om te anticiperen op de ontwikkeling van de (jaarlijks vast te stellen) uurtarieven voor huishoudelijke hulp, worden in de ontwerpbegroting de uurtarieven voor 2027 en verder jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Het voorlopige percentage voor 2026 van de OVA is 4,240Zo6. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2025, geïndexeerd met de OVA (4,240Zo). Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen. Met ingang van de tweede (ontwerp)begrotingswijziging 2026 worden deze budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel.

6httPs:ZZwww. nza.nl/onderweroen/Driisindexciifers

10

rogplus

Kadernota

Meedoen in de Stad Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van taakgerichte financiering: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2027 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Voor Meedoen in de Stad — Ouderen wordt het gebruik over 2025 als basis genomen voor de berekening van de uitgaven over 2026 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad - ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt.

Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. Ook voor initiatieven voor het intensiveren van de samenwerking met partijen in het voorliggend veld is nog niet te zeggen of en hoe deze een (financieel) effect hebben. De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder af is gesloten. De landelijke contracten en de 'uitzonderingscontracten' maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2025. De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Voor de ontwerpbegroting 2027 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2026. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

11

rogplus

Kadernota

Prijs Meedoen in de stad - niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van taakgerichte financiering. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Jaarlijks wordt een prijsindex toegepast die gelijk is aan jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 3,30Zo7. Voor Meedoen in de stad - ouderen, de landelijke contracten voor auditief en visueel beperkten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2027 de tarieven en budgetten jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2025) van dit percentage is 4,2407o. Voor Meedoen in de Stad - ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders.

Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen Aantallen Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Dit noemt Rogplus 'Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen’. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Onder Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen vallen de volgende initiatieven: » Maassluis: Vertrouwd à Zeker (SOL) « Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) * Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2026. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. Prijs In de ontwerpbegroting 2027 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast.

Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2026) van dit percentage is 4,2407o.

7 httPs:ZZopendata-cbs-nlZstatlineZ#ZCBSZnlZdatasetZ70936NEDZtable?fromstatweb

12

rogplus

Kadernota

Regeling tegemoetkoming meerkosten Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). In de ontwerpbegroting 2027 worden de aantallen (toegekende) aanvragen gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2024 en 2025. Hierbij wordt rekening gehouden met de in 2027 geldende inkomensgrenzen voor het beroep op de regeling. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten. Prijs In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling C 200 is. In Schiedam is dit 6 100 per variant. Rogplus past deze tarieven toe in de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief.

Projecten en Innovatie Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie en innovatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor collectieve woningaanpassingen, het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Het budget voor projecten en innovatie wordt niet geïndexeerd voor aantallen. Wel wordt het budget geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,2407o.

Preventie De Wmo-consulenten van Rogplus houden zich niet alleen bezig met de toeleiding tot Wmo-voorzieningen, maar ook met preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken kent de begroting van Rogplus het begrotingsonderdeel ‘Preventie’. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: » Cliëntparticipatie! Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. *

Cliëntparticipatie! Meedoen. In de Meedoen-groep zitten cliënten die actief meedenken over het aanbod en de kwaliteit van Wmo-voorzieningen in de MVSgemeenten en de dienstverlening van Rogplus.

13

rogplus

Kadernota

»

Wijkteams. De consulenten draaien mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en afstemmen met het informele - en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams.

»

Preventieaerichte aanpak. Via Rogplus worden cliënten activiteiten aangeboden die hen helpen fit en gezond te blijven. Een voorbeeld hiervan is Powerful Ageing.

De inzet van de consulenten van Rogplus in de Wijkteams, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie.

Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: »

Collectief Wmo-vervoer (ievo). Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor het Wmo-vervoer volgt de ontwikkeling van de kosten van het Wmo-vervoer. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van het Wmo-vervoer zijn conform het contract gebaseerd op de OVtarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2026 is het opstaptarief C 1,12 per persoon en het kilometertarief C 0,19 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en Ç 0,38 per kilometer voor ritten daar buiten8. Voor 2026 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar.

9

9

Overname scootmobielen en rolvoorzieninaen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied kan de gemeente waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit zijn als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen. Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd C 21,80 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2025. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten. In de loop van 2025 is gebleken dat de plannen om per 2027 voor Wmo-voorzieningen de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren niet worden doorgevoerd. Het is onduidelijk of en wanneer de inkomens- en

8 httDs:ZZmrdh nl/nieuws/tarieven-QDenbaar-vervoer-2026-vastaesteld

14

rogplus

Kadernota

vermogensafhankelijke eigen bijdrage (alsnog) in wordt gevoerd. In de (ontwerp)begroting 2027 houdt Rogplus daarom geen rekening met de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. *

Biidraae gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

15

rogplus

Kadernota

Programma Beschermde Woonvormen Aantallen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. In 2026 zijn de contracten met de aanbieders van Beschermde Woonvormen opnieuw aanbesteed. Met deze aanbesteding sluit Rogplus het aanbod beter aan op de in de praktijk ervaren behoefte aan ondersteuning. In het aanbod is onder meer rekening gehouden met de mogelijkheid tot ‘beschut wonen’ en ‘beschermd thuis wonen'. Naar verwachting heeft de nieuwe aanbesteding beperkt effect op de aantallen cliënten. Vanwege de uitbreiding van het aanbod is de naam van het begrotingsprogramma veranderd van 'Beschermd Wonen’ in 'Beschermde Woonvormen’. Sinds de vorige aanbesteding is het aanbod van Beschermde Woonvormen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura.

Eind 2025 waren er in de MVS-gemeenten geen cliënten Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt. Prijs Sinds de meest recente aanbesteding kent Rogplus de volgende producten voor Beschermde Woonvormen: « * » » » » « » «

Wachtlijst (overbruggingszorg) Beschermd Wonen Beschut Wonen inclusief huisvestingscomponent Beschut Wonen exclusief huisvestingscomponent Beschermd Thuis Safehouse inclusief huisvestingscomponent Safehouse exclusief huisvestingscomponent Uitstroombegeleiding Time-outvoorziening

Naast deze producten bestaan ook de volgende aanvullende bouwstenen: » Intermediaire verhuur » Dagbesteding « Individuele Begeleiding * Vervoer van/naar dagbesteding « Safehouse bouwsteen 24/7

16

I

rogplus

Kadernota

Bij de aanbesteding zijn per product en per aanvullende bouwsteen tarieven vastgesteld. Daarbij is er aandacht voor meer differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht). De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2026 is dit percentage 4,240Zo. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Beschermde Woonvormen geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2025 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten.

17

Kadernota

Programma Jeugdhulp Jeugdhulpopdracht Jeugdhulpmodel De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht dooréén Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam maakt deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Opdrachtwaarde Mevis is voor Rogplus de enige contractpartij op het gebied van jeugdhulp.

Vanuit het MVS Jeugdmodel werken Mevis, Rogplus en de gemeenten aan de transformatie van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In dit kader wordt, mede met het oog op beheersing van de ontwikkeling van de kosten, (onder meer) verkend of het wenselijk en mogelijk is aanpassingen te doen bijvoorbeeld in de Verordening Jeugdhulp en in het contract tussen de MVS-gemeenten, Rogplus en Mevis. Uitgangspunt voor de vergoeding aan Mevis is dat het budget reëel moet zijn voor de uitvoering van alle jeugdhulptaken door Mevis binnen de in het contract opgenomen kaders. De opdrachtwaarde voor 2026 wordt aangesloten op de begroting 2026 van Mevis. Mevis heeft deze begroting toegelicht aan vertegenwoordigers van Rogplus en de MVS-gemeenten. Hierbij is geconstateerd dat de begroting van Mevis realistisch is en goed rekening houdt met maatregelen voor de transformatie van specialistische jeugdhulp naar hulp meer in de nabijheid van de kinderen. Uit een analyse van de ontwikkeling van de cliëntenaantallen volgt dat deze stabiliseren. De verwachting van Mevis en Rogplus is dat dit beeld ook van toepassing is op 2027 en verder. In de (ontwerp)begroting 2027 en het meerjarenperspectief wordt de opdrachtwaarde voor 2026 alleen voor prijs geïndexeerd. Het contract met Mevis loopt tot en met 2028. Daarna wordt de inrichting van de jeugdhulp in de MVS-gemeenten herzien.

Hierbij wordt rekening gehouden met het Besluit

18

f

rogplus

Kadernota

verbetering beschikbaarheid jeugdzorg9 (meestal aangehaald als amvb Zorgvormen) behorende bij de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. De MVS-gemeenten en Rogplus moeten in de loop van 2026 en 2027 besluiten over het inkoopmodel voor jeugdhulp en de inrichting van de uitvoering van de jeugdhulp in de regio. In de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief houdt Rogplus (nog) geen rekening met deze ontwikkelingen en de financiële effecten daarvan. De aannames voor 2027 worden hierom van toepassing verondersteld voor het meerjarenperspectief. Jeugdhulp via pgb De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb wordt bepaald op grond van de werkelijke uitgaven voor Jeugdhulp op basis van pgb over 2025. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. In de ontwerpbegroting wordt het aantal pgb-cliënten in 2026 en verder gebaseerd op een analyse van de ontwikkeling van de aantallen in 2025. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten voor de jeugdhulpopdracht worden in de ontwerpbegroting gebaseerd op de organisatie, zoals Rogplus die in 2025 had. De ontwikkeling en verdeling van overheadkosten is nader beschreven in het hoofdstuk over het programma Overhead.

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer Voor de ontwerpbegroting 2027 worden de budgetten voor jeugdhulpvervoer berekend op basis van de feítelijke kosten voor jeugdhulpvervoer over 2025. In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de NEA-index. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Omdat de uitkomst van deze oriëntatie nog onduidelijk is, wordt hier in de ontwerpbegroting nog niet op geanticipeerd.

Inkomsten Jeugdhulp Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2026 vastgesteld op C 127.000. Voor de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage.

9 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2025-357.html 19

rogplus

Kadernota

De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten.

20

9

rogplus

Kadernota

Programma Overhead Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2027 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. In de ontwerpbegroting 2027 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2026 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste járen intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de ontwerpbegroting. Ook is rekening gehouden met nieuwe taken en extra werkzaamheden die Rogplus moet uitvoeren als gevolg van externe ontwikkelingen. In de ontwerpbegroting 2027 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2026 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2026 voert Rogplus de HR21 -methodiek in voor functiewaardering. In de begroting wordt rekening gehouden met het effect van de komst van HR21 op de personeelslasten. In 2027 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Dit is 3,41 “/o.

Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2025 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus. De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermde Woonvormen; de

personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld.

Huisvesting Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2027 en het meerjarenperspectief gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 2,9Vow. ICT In de ontwerpbegroting 2027 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds

10 https://www.cbs.nl/nl-nl/ciifers/detail/83131NED

21

f

rogplus

Kadernota

scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2025, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Inkomsten Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2027 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2025. Buiten deze rente-inkomsten en eventuele andere incidentele inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten. Beheersmaatregelen De gemeenten hebben te maken met een daling van de inkomsten uit de algemene uitkering. Hierom houdt Rogplus rekening met de uitspraak dat Rogplus in 2027 een inverdieneffect van 2,57o op de overheadkosten moet realiseren en dit met concrete maatregelen in moet vullen. Eerder heeft Rogplus in de begroting 2026 ook een inverdieneffect van 2,570 op de overheadkosten verwerkt. Om te komen tot beheersmaatregelen die invulling geven aan deze taakstellingen, kijkt Rogplus kritisch naar haar overheadkosten. Dit heeft geresulteerd in maatregelen die via procesoptimalisatie en digitalisering tot een efficiencywinst leiden. In de ontwerpbegroting verdisconteert Rogplus deze besparing met de berekende uitgaven.

22

I

rogplus

Kadernota

Verdeelsleutels De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: » Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; » Het aantal unieke cliënten; » Het aantal beschikkingen. Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2027 is dit 2025. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. Op basis van de actuele situatie is de verdeelsleutel voor de programma’s Wmo en Beschermd Wonen als volgt: » Maassluis: 20,00Zo * Vlaardingen: 42,0oZo » Schiedam: 38,00/) Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2025. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: * Maassluis: 15,207o « Vlaardingen: 46,207o « Schiedam: 38,607o Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten.

De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: * Maassluis: 15,03o7o » Vlaardingen: 44,040Zo « Schiedam: 40,9307o De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen kinderen met een beschikking voor leerlingenvervoer in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: » Maassluis: 23,507o » Vlaardingen: 39,QaZo » Schiedam: 36,707o

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16585166/2