11 Collegebrief 5 april 2023 Kaderbrieven 2024 Gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
gemeente Schiedam
Financiën & Control
Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Aan de gemeenteraad van Schiedam
14 010 schiedam.nl
uw kenmerk
uw brief van
ons kenmerk
datum
23UIT01558
5 april 2023
doorkiesnummer
contact@schiedam.nl onderwerp
Kaderbrieven 2024 gemeenschappelijke regelingen
Geachte leden van de gemeenteraad, De gemeente Schiedam werkt voor het uitvoeren van de publieke taak met andere gemeenten in de regio samen in een aantal gemeenschappelijke regelingen. Hoe deze samenwerking vorm is gegeven, is uitgewerkt in de door de raad vastgestelde Nota Verbonden Partijen 2018. Wij verzoeken op basis van deze nota de gemeenschappelijke regelingen om ons ieder jaar een kaderbrief te doen toekomen. In de kaderbrief geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de voor de begroting relevante ontwikkelingen, vóór de verzending van de ontwerpbegrotingen. De informatie uit de kaderbrief kan het college en de gemeenteraad van Schiedam meenemen in de beoordeling van de begrotingen die later in het proces voor zienswijze worden voorgelegd. Uw gemeenteraad kan dit moment ook gebruiken om eventuele aandachtspunten af te stemmen met collega’s onderling of met collega-raadsleden uit andere gemeenten in voorbereiding op de behandeling van de zienswijzeprocedures bij de ontvangst van de begrotingen. Opvolgend aan de kaderbrief worden komende periode de begrotingen 2024 ontvangen van de gemeenschappelijke regelingen. Bij deze begrotingen heeft uw gemeenteraad gelegenheid om een zienswijze in de dienen over de inhoud van de begroting. In de bijlage van deze brief treft u per gemeenschappelijke regeling een samenvatting en beoordeling aan van de kaderbrief.
Deze beoordeling vindt plaats op basis van de aandachtspunten zoals die verwoord zijn in de eerdergenoemde Nota Verbonden Partijen 2018. Daarbij wordt aandacht besteed aan onder andere de belangrijkste ontwikkelingen en de bestuurlijke en financiële aspecten. Daarnaast is opgenomen of de kaderbrief leidt tot wijziging van het risicoprofiel van de verbonden partij. Elke beoordeling is vervolgens voorzien van een standpunt en advies van het college. In zijn algemeenheid voorzien wij dat de ontwerpbegrotingen gaan afwijken van de voorliggende kaderbrieven. Dit heeft onder ander te maken met het doorwerken van CAOontwikkelingen op de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen.
*23UIT01558*
Wij constateren dat er dit jaar minder kaderbrieven zijn ontvangen dan voorgaande jaren. Door de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn verschillende wettelijke termijnen gewijzigd. Naar verwachting leiden de gewijzigde wetgeving en termijnen tot verminderde aandacht voor de kaderbrieven bij de gemeenschappelijke regelingen. Wij zullen het proces rondom de kaderbrieven meenemen in de evaluatie van de Nota Verbonden Partijen dit jaar. Voor wat betreft de per gemeenschappelijke regeling opgenomen adviezen zullen wij de desbetreffende gemeenschappelijke regelingen via een afschrift van deze brief informeren. Wij concluderen dat met deze cyclus van kaderbrieven de sturingsmogelijkheden voor gemeenschappelijke regelingen worden vergroot. De gemeenschappelijke regelingen zenden hun ontwerpbegrotingen medio juni a.s. aan uw raad voor een zienswijzeprocedure. Bij de behandeling daarvan is er gelegenheid voor uw raad om eventuele zienswijzen in te dienen. Hierover ontvangt u te zijner tijd van ons een voorstel.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
Pagina 2 van 22
A. Gemeenschappelijke regelingen met een gemiddeld/hoog en hoog risicoprofiel Jeugdhulp Rijnmond Hoofdlijnen De belangrijkste ontwikkelingen in de kadernota zijn (a) realistisch begroten, (b) de Hervormingsagenda, (c) aanpak van de problemen in de jeugdbeschermingsketen en (d) regionale samenwerking en informatievoorziening. Op basis van de definitieve jaarrekening 2021 en de tweede burap 2022 is duidelijk geworden dat de begroting 2023 (nog gebaseerd op een onvolledige voorlopige jaarrekening 2021) te laag is. Dit komt met name door het effect van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel en de gestegen afname van landelijk gecontracteerde (hoog specialistische, dure) LTA-zorg. (LTA betekent: Landelijk Transitie arrangement, is ingevoerd bij de decentralisatie van de jeugdhulp ion 2015). Om tot een realistische begroting te komen zal dit leiden tot een begrotingswijziging voor 2023; deze verhoging wordt ook meegenomen in de begroting 2024. Schiedam blijft in de komende jaren nog de LTA-zorg via de GRJR afnemen, dus treft deze begrotingswijziging ook onze gemeente. Voor de begroting 2023 is eenmalig een ophoging nodig omdat, anders dan was aangenomen, voor MVS in 2023 zorgcontinuïteit loopt via de oude contracten van de GRJR. Dit zorgt niet voor wijzigingen in de begroting van Schiedam omdat ditzelfde bedrag in mindering wordt gebracht op het budget van Mevis.
De Hervormingsagenda zou tot besparingen moeten gaan leiden in meerjarenperspectief. De landelijke discussie daarover loopt nadrukkelijk nog, met name over het op voorhand inboeken van een besparing. Mocht onverhoopt niets aan de huidige Hervormingsagenda veranderen, dan dreigt een eventueel dekkingstekort zichtbaar te worden in de gemeentelijke begrotingen. Voor Schiedam zullen de kortingen in de Rijksbijdrage vooral merkbaar zijn ten aanzien van het budget van Mevis. De opdracht van Mevis, waarin toegewerkt wordt naar het voor 80% vanuit Mevis zelf oplossen van hulpvragen, zou er echter wel toe moeten leiden dat minder gebruik wordt gemaakt van dure specialistische hulp, en daarmee het voorkomen van verdere stijging van de kosten. De aanpak van problemen in de jeugdbeschermingsketen zal naar verwachting tot hogere uitgaven leiden, onder meer door landelijke afspraken over aanpassing van de caseload. Het rijk stelt hier extra middelen voor beschikbaar maar vraagt dat ook van de gemeenten. Hierover is landelijk nog geen uitsluitsel. De VNG stelt zich bovendien op het standpunt dat extra investeringen moeten worden betrokken bij de Hervormingsagenda. De contractering van de Jeugdbeschermingsorganisaties loopt voor Schiedam ook de komende tijd via de GRJR, dus ook deze informatie in de kadernota is voor Schiedam relevant.
De kadernota gaat tot slot in op ontwikkelingen in de regionale samenwerking en informatievoorziening. Er wordt aangekondigd dat in 2023 de governance afspraken worden geëvalueerd, de organisatorische afspraken met Rotterdam over ondersteunende taken worden geëvalueerd en de informatiepositie van de GRJR nader wordt onderzocht. Hieraan zijn vooralsnog geen financiële vertalingen van gemaakt. Aangezien Schiedam onderdeel blijft van de GRJR volgen we deze ontwikkelingen kritisch, maar de consequenties wegen minder zwaar dan toen we nog de meeste vormen van specialistische jeugdhulp van de GRJR afnamen.
Pagina 3 van 22
Financiële ontwikkelingen De financiële uitwerking van de kadernota besteedt alleen maar aandacht aan de begroting van de GRJR als geheel en niet wat de financiële gevolgen per gemeente zijn. Met ingang van 2023 is de deelname van Schiedam aan deze gemeenschappelijke regeling beperkt omdat vrijwel alle specialistische jeugdhulp wordt ingekocht via Mevis. Bij de GRJR zijn we nog aangesloten voor Jeugdbescherming, Veilig Thuis, LTA en crisiszorg. In de kadernota komt duidelijk naar voren dat LTA en Jeugdbescherming in 2023 en verder hogere kosten met zich mee gaan brengen! Daarnaast is Jeugdhulp-plus een onzekere factor. Het is mogelijk dat deze in de toekomst onder het landelijke aanbod gaat vallen (LTA), waardoor de kosten hiervoor nog verder op kunnen lopen. Beoordeling Bestuurlijk Deze kaderbrief geeft geen aanleiding om het bestuurlijk risico nu aan te passen. Wel zal de GRJR bij de eerstkomende evaluatie grondig opnieuw worden bekeken.
Financieel Gezien de omvang van onze deelname wordt het financieel risico kleiner, bij de evaluatie zal dat worden meegenomen. Opmerkelijk is dat voor twee van de vier diensten waarvoor we binnen de GRJR blijven (financiële) risico’s worden benoemd.
Advies Door de veranderde situatie rond de inkoop van jeugdhulp worden bij de evaluatie de risicoprofielen van ROGplus (waar vanaf 1 januari 2023 de uitvoeringsorganisatie Jeugd voor de MVS gemeenten is ondergebracht)en de GRJR in samenhang met elkaar opnieuw beoordeeld. ROGplus Rogplus heeft geen kaderbrief aangeleverd, omdat de planning van Rogplus en de gemeente Schiedam niet synchroon lopen waardoor er nog geen kaderbrief is. Stroomopwaarts Het dagelijks bestuur dient voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting van toepassing is, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de drie deelnemende gemeenten te zenden. Om hieraan te voldoen, heeft Stroomopwaarts deze kaderbrief opgesteld. De hoofdambities voor 2024 zijn afkomstig uit de Strategische visie Werk en Inkomen Stroomopwaarts 2022-2025 (21VR083). Deze ambities heeft Stroomopwaarts in de begroting 2024 vertaald in doelstellingen en wijzen van aanpak via de vier programma’s: 1. Inkomen. 2. Werk. 3. Werkleerbedrijf. 4. Inburgering. Bedrijfsvoering wordt uitgewerkt in de paragraaf Bedrijfsvoering. Financiële ontwikkelingen Key Performance Indicators (KPI’s) Per programma worden de benodigde budgetten aangegeven in combinatie met de daarmee te bereiken prestaties, de KPI’s. Deze worden regelmatig kritisch bekeken wat betreft relevantie en inzicht. Pagina 4 van 22
In de begroting 2024 wordt er een aantal nieuwe KPI’s toegevoegd aan de bestaande set. Uit een eerste inventarisatie kwam bijvoorbeeld naar voren, dat er meer behoefte is aan inzicht op de aanpak van taalproblemen en de sociale activering van cliënten die (nog) een beperkte mogelijke ureninzet hebben.
Indexeringen 2024 Lonen en prijzen worden in principe geïndexeerd conform de besluitvorming van de colleges in december 2022. De door de gemeenten aangegeven indexering voor 2024 komt uit op een gewogen gemiddelde van 3,6% (lonen 3,9%, prijzen 2,4%). Dat percentage is echter alleen realistisch als er daaraan gekoppeld een correctie plaatsvindt van de indexering voor 2023. Die bedroeg 1,9%, maar door de ontwikkelingen in de wereld is dat percentage inmiddels achterhaald. De prijsontwikkelingen en de ontwikkelingen op het loonfront rechtvaardigen een correctie van de indexering in 2023 met minimaal 3%. Op 22 februari 2023 is een voorlopige overeenkomst tussen VNG en vakbonden bekend geworden met betrekking tot de lonen van ambtelijk personeel. Deze overeenkomst leidt tot een forse stijging van de gemiddelde ambtelijke salarislasten. De gemiddelde stijging is voor Stroomopwaarts berekend op circa 8%. De stijging van de salarissen van de WSWmedewerkers blijft daar (voorlopig) iets bij achter, maar ook daar zijn wellicht nog ontwikkelingen te verwachten. Ook bij prijsgevoelige onderdelen is er sprake van substantiële kostenstijgingen, de energielasten zijn in 2023 meer dan verdubbeld. In overleg met de gemeenten worden de kostenstijgingen gemonitord en vinden zo nodig bijstellingen plaats.
Voorlopig hanteert Stroomopwaarts een indexpercentage voor de algemene bijdrage van de gemeenten van 4,9% vanaf 2023 en 3,6% vanaf 2024. Het college is kritisch ten opzichte van het genoemde percentage voor de herindexatie 2023. Met name als daar het indexeringspercentage van 2024 nog eens op wordt doorberekend. Bijzondere aandacht is er voor de effecten van de aanpassing van het wettelijk minimumloon (WML) per 1 januari 2023 (direct met name op de lonen binnen het werkleerbedrijf en de gemiddelde hoogte van de bijstandsuitkeringen, indirect op de omvang van de regelingen armoede en schulden).
Ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden Vanaf het tweede kwartaal van 2022 ziet Stroomopwaarts een geleidelijke daling van het aantal bijstandsuitkeringen (in totaal met 4 à 5%). Over geheel 2022 bezien is de daling iets lager, bijna 4% (vanwege het negatieve covid-effect in het eerste kwartaal). De ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden in 2022 is voor Schiedam (-6,8%) zelfs gunstiger dan de landelijke trend (daling met circa 4%, op basis van voorlopige gegevens 2022, Centraal Bureau voor de Statistiek). In de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau (september 2022) wordt aangegeven dat landelijk het aantal bijstandsuitkeringen in 2023 met 1,5% zal afnemen en wordt er een stabilisatie van het aantal uitkeringen in 2024 verwacht. Stroomopwaarts is er alles aan gelegen om de landelijke trend te verslaan door in te zetten op een hogere participatiegraad voor kwetsbare groepen, het terugdringen van (langdurige) afhankelijkheid van een bijstandsuitkering en het verlagen van de gemiddelde bijstandslasten (bijvoorbeeld door parttime werken). Pagina 5 van 22
Verdeelsleutel De kosten voor de uitvoering van de taken van Stroomopwaarts op het gebied van Werk en Inkomen worden verdeeld over de MVS-gemeenten op basis van eerlijke, actuele en transparante maatstaven. De definitieve verdeelsleutel van de netto kosten voor het betreffende begrotingsjaar wordt met een begrotingswijziging in dat jaar aangepast. De verdeelsleutel is in 2022 conform het voornemen in de eerder genoemde strategische visie tegen het licht gehouden. Gezien de complexiteit van het onderwerp en de noodzakelijke zorgvuldigheid vergt de concrete uitwerking voor het begrotingsjaar 2024 meer tijd dan voorzien. Het voorstel van Stroomopwaarts in de kaderbrief 2024 is om de verdeelsleutel 2022 als voorlopig uitganspunt te nemen. Dit is ongunstig voor Schiedam omdat de verdeelsleutel gekoppeld is aan het aantal uitkeringen en dit aantal voor Schiedam is gedaald. Het college verwacht voor de nieuwe verdeelsleutel 2024 dan ook zo snel mogelijk een apart voorstel voor besluitvorming. Daarna volgt de verwerking door middel van een begrotingswijziging.
CAO Aan de Slag (Participatiewet) De cao loopt tot 1 januari 2024 en is van toepassing op werknemers met de indicatie Beschut Werk, medewerkers met de indicatie Wet Banenafspraak en medewerkers met een Wajongindicatie én loonkostensubsidie. In deze cao hebben de sociale partners FNV, CNV (werknemersvertegenwoordiging), Cedris en VNG (werkgeversvertegenwoordiging) afspraken gemaakt over arbeidsvoorwaarden en is gericht op doorstroom naar regulier werk. Op termijn zal dit een kostenverhogend effect hebben. Vanuit het Rijk zijn, tegen de verwachting in, nog geen middelen beschikbaar gesteld. Deze ontwikkeling wordt door Stroomopwaarts op de voet gevolgd. Stroomopwaarts beseft dat doorstroom naar een reguliere werkgever niet voor alle medewerkers mogelijk is. Zij zijn duurzaam afhankelijk van een plek binnen Stroomopwaarts of een samenwerkende organisatie (zoals de gemeenten). Stroomopwaarts fungeert sinds 2022 als materieel en formeel werkgever voor de doelgroep Beschut Werk. Alleen in geval van kortlopende dienstverbanden wordt er nog gebruik gemaakt van externe “verloning” (met name vanwege het WW-risico).
Ontwikkelingen omtrent het takenpakket Verbreding doelgroep loonkostensubsidie In 2020 is Stroomopwaarts gestart met de verbreding van de doelgroep voor loonkostensubsidie (jonger dan 27 jaar en ouder dan 50 jaar). Door een wijziging van de verordening is het mogelijk zonder indicatie een tijdelijke loonkostensubsidie te geven. Deze cliënten krijgen hiermee de kans zich bij een werkgever te ontwikkelen en de afstand tot de arbeidsmarkt te overbruggen. Uit nader (juridisch) onderzoek in 2022 is gebleken dat Stroomopwaarts over voldoende middelen beschikt om de loonkostensubsidie snel en ruim toe te passen. Dit is in lijn met het verzoek van de MVS-raden bij de vaststelling van de Strategische visie Stroomopwaarts (21VR083).
Doelgroep WSW, Beschut en doelgroepen PW In de begroting 2023 heeft Stroomopwaarts scherpe doelstellingen opgenomen ten aanzien van de landelijke banenafspraak (externe loonkostensubsidies), parttime werk, beschut werk en interne participatiebanen (interne loonkostensubsidies). Deze doelstellingen komen terug in de ontwerpbegroting voor 2024. De cijfers zijn vergelijkbaar met die in de begroting 2023 en leiden niet tot grote financiële effecten. Pagina 6 van 22
Kostendelersnorm De kostendelersnorm is landelijk per 1 januari 2023 gewijzigd zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.
Delegatiemodel In de Strategische visie Werk en Inkomen Stroomopwaarts 2022-2025 wordt een vereenvoudigde werkwijze tussen de gemeente en Stroomopwaarts beschreven. In 2022 is daarom onderzoek gedaan om een deel van de (standaard)taken om te zetten van mandaat naar delegatie. Delegatie betekent dat in de bedrijfsvoering een aantal taken efficiënter en sneller door Stroomopwaarts uitgevoerd kan worden. Dit houdt in dat de Gemeenschappelijke Regeling Stroomopwaarts moet worden gewijzigd. Voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Stroomopwaarts zal, conform de nota Verbonden Partijen, de wensen-en-bedenkingenprocedure worden gevolgd.
Risico’s In de kaderbrief heeft Stroomopwaarts een aanvullend risico opgenomen, namelijk: Inburgering Stroomopwaarts voert sinds 2022 de Wet Inburgering uit voor de MVS-gemeenten. Op basis van gegevens vanuit het Rijk wordt er jaarlijks een meerjarige raming gemaakt van de verwachte instroom van statushouders en gezinsmigranten. Stroomopwaarts verwacht dat vanaf 2024 de instroom van statushouders en gezinsmigranten zich stabiliseert. De genormeerde verwachte ambtelijke inzet is in 2024 circa 17 fte. De kosten (inclusief bedrijfsvoering en inhuur tolken) worden geraamd op circa € 1,9 mln (prijspeil 2024). De verwachte inzet van ingekochte trajecten 1 bedraagt voor 2024 circa € 3 mln. (prijspeil 2024). Het verwachte risico op dit onderwerp is dat de compensatie vanuit het Rijk onvoldoende lijkt. Met name de trajecten voor onderwijs blijken in 2023 niet volledig te worden gecompenseerd. Stroomopwaarts houdt bij het Rijk de vinger aan de pols. Het college wil hierbij de kanttekening maken dat de uitvoering van de Wet Inburgering binnen de bestaande budgetten van het Rijk moet plaatsvinden. Verder lezen we een aantal ontwikkelingen in de Kaderbrief begroting 2024 dat onze aandacht heeft, namelijk: Transitie Hosting Met ingang van 2022 werd Stroomopwaarts zelf verantwoordelijk voor de bedrijfsvoeringstaken. Doelstelling is om het ontvlechtingsproces in twee jaar af te ronden.
De evaluatie wordt in het eerste halfjaar van 2024 uitgevoerd. De huisvesting blijft nog buiten deze overdracht.
1
Wet Open Overheid Stroomopwaarts richt zijn organisatie in op de uitvoering van de WOO (Wet Open Overheid). In de kaderbrief wordt aangegeven dat er een apart voorstel, inclusief mogelijke financiële consequenties kan volgen. De WOO is echter al in 2022 ingegaan.
Onderwijsroute, B1 route (taal en schrijven), Z-route (leerproblemen), maatschappelijke begeleiding, participatieverklaring
Pagina 7 van 22
Het bevreemdt het college dat voor 2024 nog een voorstel zou worden gedaan inclusief mogelijke financiële consequenties en is benieuwd naar de onderbouwing van dit voorstel.
Duurzaamheid In 2023 is onderzoek gedaan naar de CO2-footprint van de productie- en transportprocessen van Stroomopwaarts. Daarbij is aangesloten op een onderzoek van de gemeente Schiedam. In de kaderbrief wordt aangegeven dat dit waar nodig en gewenst in 2024 zal leiden tot een investeringsvoorstel. In Schiedam streeft het college echter naar verbeteringen binnen bestaande budgetten. Dit zal dan ook voor het college het uitgangspunt zijn.
Regionale visie Armoede en Schulden MVS en Activiteitenplan 2020-2023 Binnen de huidige omstandigheden (stijgende lasten energie, toenemende knelpunten levensonderhoud) is ervoor gekozen de raad voor te stellen de bestaande visie met één jaar te verlengen. Wel vindt in 2023 een evaluatie plaats van de visie en het daaraan verbonden activiteitenplan. Als de gemeenteraad instemt met de verlenging (in april 2023) dan zijn de activiteiten voor 2024 op het gebied van armoede en schulden meegenomen in de ontwerpbegroting 2024.
Lokaal Schuldenlab Het Schuldenlab MVS is in 2022 opgericht. Het zet in op innovatieve projecten voor het bestrijden en voorkomen van schulden. Vanuit de invalshoek van de schuldenproblematiek wordt er binnen het Schuldenlab geëxperimenteerd met het aanpakken van domein overstijgende problematiek (Participatiewet, Wmo, Jeugdwet). De inzet voor een lokaal Schuldenlab is in aanvang voor een periode van 3 jaar gefinancierd. Het Schuldenlab wordt in 2023 geëvalueerd waarna besluitvorming voor 2024 en verder volgt. In de kaderbrief wordt voorgesteld om vanaf 2024 in de begroting van Stroomopwaarts (programma Inkomen) al structurele middelen op te nemen ten behoeve van de invulling van de projectcoördinatie en -communicatie. Het college stelt echter voor om de evaluatie af te wachten en nog geen extra financiële ruimte op te nemen in de ontwerpbegroting 2024.
Breed Offensief Stroomopwaarts wil in 2024 gebruik maken van verwachte verruimingen van de Participatiewet. Met name de maatregelen in het kader van het Breed Offensief van het kabinet zijn daarbij interessant. Het gaat onder meer om de vereenvoudiging van het verkrijgen van loonkostensubsidie voor werkgevers, hulp op maat voor de werknemer en meer duidelijkheid over welke re-integratiemiddelen een werkgever kan krijgen en gebruiken. Maar ook de mogelijkheid, dat het inkomen uit deeltijdwerk niet meer volledig gekort wordt op de bijstandsuitkering van de werknemer die werkt met loonkostensubsidie. Deze voorstellen in het kader van het Breed Offensief zijn begin 2023 besproken in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer. De wetswijziging Breed Offensief is nu in de maak. Deze zal naar verwachting 1 januari 2024 in werking treden.
Pagina 8 van 22
Beoordeling Bestuurlijk De kaderbrief leidt op dit moment niet tot een wijziging van het risicoprofiel.
Financieel De kaderbrief geeft geen aanleiding om het huidige risicoprofiel (hoog) te wijzigen.
Advies Wij adviseren u om de kaderbrief Stroomopwaarts voor kennisgeving aan te nemen. De raden van de deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om bij het Dagelijks Bestuur van Stroomopwaarts hun zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen. Het Dagelijks Bestuur Stroomopwaarts voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting 2024. Daarna wordt de begroting 2024 aan het Algemeen Bestuur Stroomopwaarts voor vaststelling aangeboden.
Pagina 9 van 22
B. Overige gemeenschappelijke regelingen Metropoolregio Rotterdam Den Haag Hoofdlijnen Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de Strategische Agenda MRDH 2023-2026. De raad heeft eind februari hierover de zienswijze vastgesteld (23VR001). Besluitvorming vindt plaats door het algemeen bestuur van de MRDH op 26 mei 2023. In de strategische agenda beschrijft de MRDH vier regionale opgaven, grotendeels gebaseerd op de prognose van ongeveer 400.000 nieuwe inwoners en schaarste in ruimte in onze regio, namelijk: 1. Investeren in bereikbaarheid; 2. Toekomstbestendige economie stimuleren; 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren; 4. Vernieuwen van werklocaties; 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk en 6. Herstellen van Ov-systeem. Het strategische kader voor de begroting 2024 wordt gevormd door de zes opdrachten. Financiële ontwikkelingen onderdeel Economisch Vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat (van prijspeil 2023 naar prijspeil 2024) sluit aan op het indexeringskader dat de MRDH, namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten), heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd. De colleges van de overige MRDH gemeenten (RotterdamRijnmond gemeenten) sluiten zich hierbij aan.
In voorgaande jaren is er door de gemeenten een onderscheid gemaakt tussen het indexcijfer voor loonkosten en het indexcijfer voor materiële kosten. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de indexcijfers die zijn opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2023 (MEV 2023) van september 2022 van het Centraal Planbureau. De eerdere inschattingen voor 2021, 2022 en 2023 worden geactualiseerd en betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2024. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de indexering voor 2024 ten opzichte van het basisjaar 2023: 6,7% voor de loonkosten en 12,2% voor de materiële kosten. De hoogte van de indexatie wordt dit jaar sterk gestuurd door de gestegen energiekosten en inflatie. Op basis van deze voorgeschreven indexering stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van € 2,82 voor de begroting 2023 met € 0,15 naar € 2,97 voor de begroting 2024. Dit bedrag zal meegenomen worden in de Zomernota 2024 en is opgenomen binnen het programma Overheid in Balans. De indexering is hoger dan in vorige jaren (2022: + 1.01%, 2023: + 1,8%). De bestaande druk op de gemeentelijke begroting zal ook door dit stijgende kostenniveau nog verder toenemen. Een aantal gemeenten heeft MRDH al eerder verzocht te besparen. Thans is het verzoek ingediend om inzichtelijk te maken hoe de MRDH tot een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering komt.
Pagina 10 van 22
Financiële ontwikkelingen onderdeel Vervoersautoriteit De COVID-19 pandemie had grote gevolgen voor het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH. Er is al sinds 2020 sprake van fors lagere reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding. Daarmee is tot en met 2022 een groot deel van de kosten van de vervoerders vergoed. Onderdeel van die afspraken is dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen blijft uitkeren aan de vervoersbedrijven. Daarnaast is een Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken. In het programma is een pakket aan maatregelen opgenomen dat een gedeelte van de grote financiële opgave voor het openbaar vervoer op moet lossen. Voor 2023 is sprake van een Transitievergoeding vanuit het Rijk op basis van de verwachting dat er sprake zal zijn van een weg naar herstel van reizigersinkomsten. De hoogte van de vergoeding ligt dan ook lager dan de eerdere beschikbaarheidvergoeding. Vast staat dat er sprake zal zijn van een structureel effect op het OV in de MRDH.
Daarom wordt het transitieprogramma de komende tijd meerdere malen herijkt, om zo elke keer bij te kunnen sturen als de situatie daar om vraagt. Dit met als doel om uiteindelijk het OV weer op het hoge niveau te krijgen zoals we dat voor COVID-19 gewend waren. Verder is er door stijging van personeelslasten en stijgende kosten voor energie en grondstoffen sprake van sterk stijgende kosten bij inkoop, aanbesteding en uitvoering. Deze kostenontwikkelingen worden onderkend en gemonitord en leiden daar waar nodig tot bijstelling van prijspeil, begroting en/of planning van projecten. Kader voor overbesteding BDU-middelen bedraagt maximaal drie achtereenvolgende kalenderjaren. De meest recente inzichten in de meerjarenraming op basis van de huidige projectenportefeuille laten zien dat er meerjarig sprake is van een positief saldo op de begroting. Er is beperkte ruimte om te investeren. Dit positieve saldo is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren, zoals blijkt uit de ontwikkeling van het financiële meerjarenbeeld BDU tot en met 2040. Dit meerjarenbeeld dient als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen en faciliteert het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn.
Ontwikkelingen omtrent takenpakket onderdeel Economisch Vestigingsklimaat Geen wijzigingen. Ontwikkelingen omtrent takenpakket onderdeel Vervoersautoriteit Binnen de meerjarenbegroting (uitwerking/ realisatiefase) zijn er onder andere recentelijk de volgende projectbesluiten genomen welke (voor 2030) al een beslag gaan leggen op de investeringsmiddelen. Dit zijn: Metronet, Randstadrail, MOVV, als eerste fase van het gebiedsprogramma Mobiliteit en verstedelijking (MoVe) en MIRT Oude Lijn en knooppunten. Oeververbindingen regio Rotterdam Bereikbaarheid CID-Binckhorst Den Haag. De MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten in het kader van Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). Pagina 11 van 22
Een regionale bijdrage aan de realisatie van het project Oude Lijn en Knooppunten ligt, ondanks de fase-overgang van Pre Verkenning naar Verkenning, nog niet vast. Dit is onderdeel van het zogenaamde 6e werkspoor in de MIRT verkenning Oude Lijn en Knooppunten waarin nadere afspraken worden uitgewerkt en vastgelegd rondom wederkerigheid van investeringen. Een eventuele regionale investering ligt vooralsnog ook buiten de tijdscope van de vast te stellen Meerjarenbegroting en wordt hierin vooralsnog nog niet opgenomen. Risico’s onderdeel Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat organiseert, met een netwerkgerichte en faciliterende aanpak, op een zo licht mogelijk wijze impact voor de 21 gemeenten. Met een relatief beperkt budget en bijbehorend apparaat wordt bijgedragen aan het verbeteren van het economisch vestigingsklimaat in onze regio en worden de activiteiten van gemeenten en andere organisaties op dit terrein versterkt. Het grootste deel van het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat betreft (co)financiering voor projecten in de regio, via een bijdrage aan gemeenten. Met dit co-financieringsbudget kunnen we gericht en snel urgente regionale projecten ondersteunen, zoals bijvoorbeeld digitalisering van de economie en de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Bij financiële problemen kan worden besloten minder projecten aan te jagen en op die manier kan de cofinanciering worden teruggebracht. Een bezuiniging op de inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat is, indien nodig, wel mogelijk. Tegelijkertijd zou dit een tegengesteld signaal afgeven voor de noodzaak van het gezamenlijk investeren in het verdienvermogen van de regio. De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat of uittreedt. In dat geval valt een deel van de inwonerbijdragen weg. Om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen, is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding.
Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig en daarom is de risicoreserve opgeheven. Risico’s onderdeel Vervoersautoriteit Er kleven risico’s aan de combinatie van oplopende kosten voor inkoop, aanbesteding en uitvoering én het achterblijven van reizigersinkomsten bij de exploitatie van openbaar vervoer. Dit risico moet met bijbehorende beheersmaatregelen verder worden uitgewerkt in de meerjarenbegroting. Kostenstijgingen bij projecten en/of bij de exploitatie van het openbaar vervoer welke als gevolg van inflatie hoger zijn dan de indexering van de BDU bijdrage door het Rijk kunnen mogelijk leiden tot minder investeringsruimte. Indien dit risico zich voordoet kan de programmering worden aangepast, bijvoorbeeld door projecten te faseren.
Pagina 12 van 22
Daarnaast vormen de in de begroting 2023 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit het uitgangspunt voor de begroting 2024. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDH-gemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2023, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte. Beoordeling Bestuurlijk Economisch Vestigingsklimaat Het bestuurlijk risicoprofiel voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Er is sprake van een laag risico.
Bestuurlijk Vervoersautoriteit Bestuurlijk gezien blijft het risicoprofiel wat betreft Vervoersautoriteit laag. Er zijn geen ontwikkelingen die leiden tot een ander oordeel.
Financieel Economisch Vestigingsklimaat Het financieel risicoprofiel voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Er is sprake van een laag risico. De financiële bijsturing van het programma EV is hoog. Mochten er financiële problemen zijn, dan kunnen projecten en projectbijdragen worden stopgezet.
Financieel Vervoersautoriteit Covid-19 geeft in de periode tot 2030 een mogelijk forse extra financiële opgave. De bijbehorende risico’s en beheersmaatregelen ervan op de korte en langere termijn worden opgenomen in de begroting. De beheersmaatregelen werken echter mogelijk ook door op de gemeentelijke financiering via derving van subsidies (voor infraprojecten) en/of verschuiving van vervoervraag richting het sociale domein. Dit inzicht is er op dit moment nog onvoldoende.
Advies Wij adviseren u om de kaderbrief, met inachtneming van de geschetste risico’s, voor kennisgeving aan te nemen. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Hoofdlijnen Op 1 januari 2023 is het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2023 van start gegaan. Dit beleidsplan staat grotendeels in het teken van de uitkomsten van de VRR Ontwikkelagenda. Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur van de VRR het voorgenomen besluit genomen tot invoering van een nieuwe kostenverdeelsleutel voor de deelnemende gemeenten die gebaseerd is op een verdeling naar evenredigheid van de inkomsten uit het gemeentefonds. Deze nieuwe verdeelsleutel is inmiddels uitgewerkt in de kadernota 2024. Pagina 13 van 22
De komende jaren zal gewerkt worden aan de versterking van de crisisbeheersing. Hiervoor is door het Rijk extra geld beschikbaar gesteld. De minister van Justitie en Veiligheid zal in nauw overleg met onder andere het Veiligheidsberaad doelstellingen op het gebied van de crisisbeheersing afkondigen. Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die van belang zijn om het bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Hiervoor wordt gewerkt aan een nadere uitwerking. Financiële ontwikkelingen Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur na een positieve zienswijzeprocedure ingestemd met de kostenverdeelsystematiek voor de deelnemende gemeenten. De basiszorgbijdrage wordt niet langer bepaald door het inwoneraantal, maar is evenredig aan het aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Crisisbeheersing en brandweer. Voor Schiedam betekent dit een stijging van 5,99% (verdeelsleutel voor herijking) naar 6,61% (verdeelsleutel na herijking).
In de aanbiedingsbrief van de kadernota 2024 van de VRR is de bijdrage van Schiedam (rekening houdende met de herijking) over de periode 2024/2027 als volgt vermeld: 2024 2025 2026 2027 Gemeentelijke bijdrage (ex. 7.235.576 7.761.242 7.992.759 7.992.759 DVO’s) Dienstverleningsovereenkomsten 80.850 80.850 80.850 80.850 (DVO’s) In het accrespercentage voor 2024 is een aanpassing verwerkt van de inflatie percentages over 2023. Deze aanpassing ligt echter nog steeds onder de daadwerkelijke loon en prijsstijgingen. Hierdoor wordt er voor 2024 ook een tekort verwacht. De begroting 2024 zal daarmee sluiten met een tekort. Het verloop van 2023 en de definitieve afspraken met betrekking tot de cao zullen bepalend zijn voor de maatregelen die nog nodig zijn voor 2024. Het AB heeft besloten geen tussentijdse begrotingswijziging te maken voor de gestegen loonkosten en prijsstijgingen, maar dat in de reguliere planning en controlcyclus van de VRR mee te nemen. In de meerjarenraming zal een stelpost worden opgenomen voor aanpassingen op de indexatie over de jaren 2022 tot en met 2024. Daarmee zal de begroting meerjarig positief sluiten. Beoordeling Bestuurlijk Conform de besluitvorming door gemeenteraden in 2022 (22VR009) stijgt de begroting van de VRR de komende jaren naar ca.
€ 120 miljoen ten gevolge van de verwerking van de ontwikkelagenda en implementatie van de nieuwe kostenverdeelsleutel. De afgesproken groei door de ontwikkelagenda is noodzakelijk om de VRR op orde te brengen, voorbereid te zijn op de toekomst en in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Het doel is een betere en veiligere veiligheidsregio voor de inwoners en de partners.
Pagina 14 van 22
Financieel De kadernota geeft nog geen aanleiding om het huidige risicoprofiel te wijzigen, wel is het zo dat de Veiligheidsregio een begrotingstekort verwacht, zoals hierboven beschreven. Daarover is afgesproken dat de Veiligheidsregio tzt. een begrotingswijziging zal sturen die voor zienswijze naar uw raad wordt gestuurd.
Advies Wij adviseren u om de kaderbrief voor kennisgeving aan te nemen. Na behandeling van de conceptbegroting in het Algemeen Bestuur van de VRR zal deze voor zienswijzen aan de gemeente worden gezonden. GGD Rotterdam-Rijnmond Achtergrond De kaderbrief is in concept ontvangen en is nog niet gereed voor verzending naar de raden. De kaderbrief wordt samen met de begroting 2024 verzonden naar alle raden. Dit zal naar verwachting uiterlijk 31 maart zijn. Op donderdag 30 maart is er nog een AB. Daar zal nog enige discussie plaatsvinden. Hierdoor kan de inhoud van de concept kaderbrief veranderen. Om die reden hebben de raden nog geen kaderbrief ontvangen. Wel is de raad door de GGDRR eerder op de hoogte gebracht over de meerjarenbegroting 2024-2027, middels een raadsinformatiebrief d.d. 9 februari 2023. De brief is als bijlage toegevoegd. Naast de raadsinformatiebrief konden de raadsleden zich aanmelden voor een fysieke avond of digitale avond informatieavond over de meerjarenbegroting. Deze avonden stonden in het teken van de wettelijke taken die de GR GGD-RR uitvoeren voor ons en de verhoging van de inwonerbijdrage. Raadsleden werd de gelegenheid gegeven om inhoudelijke vragen te stellen. Een opname van de digitale sessie is terug te kijken via: Webinar GGD infoavond - 23 februari 2023 (vimeo.com).
Hoofdlijnen De wet op de gemeenschappelijke regelingen verplicht het algemeen bestuur (AB) van het gemeenschappelijk orgaan elk jaar vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening te zenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Besluitvormingsproces De conceptmeerjarenbegroting 2024-2027 wordt in de vergadering van het AB van de GGD op donderdag 30 maart 2023 vastgesteld. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht dat de gemeenteraden 12 weken de gelegenheid krijgen voor het opstellen van hun zienswijze. Op 29 juni 2023 is de definitieve vaststelling van de meerjarenbegroting inclusief de zienswijzen van de raden voorzien, zodat deze conform wettelijke eis tijdig kan worden toegezonden aan de Gedeputeerde Staten. Voorafgaand aan dit proces heeft de GGD-RR na de zomer 2022 aangegeven met de huidige begroting niet meer de wettelijke taken uit te kunnen voeren. Op 8 december heeft de GGD-RR 3 varianten van een meerjarenbegroting voorgelegd aan het AB. Deze varianten zijn: 1. Variant 1 omvat alle taken en ambities van de GGD-RR (€ 18,15 per inwoner). 2. Variant 2 omvat alle wettelijke taken van de GGD-RR en een aantal extra taken om tot een betere uitvoering van de wettelijke taken te komen (€ 11,06 per inwoner). Pagina 15 van 22
3. Variant 3 is de minimale variant. In deze variant is alleen de noodzakelijke uitbreiding opgenomen om een goed functionerend GGD-RR te behouden (€ 8,81 per inwoner). Ter vergelijking: de inwonerbijdrage van 2023 is € 6,23. Het AB heeft op 8 december gekozen voor de uitwerking van variant 3 in de vorm van een meerjarenbegroting. Dit betekent dat het AB een begroting wil waarbij de gemeenten kunnen rekenen op een stabiele GGD-RR die voldoende geëquipeerd is om alle wettelijke taken voor ons uit te voeren. Op 9 februari heeft het AB ingestemd met de concept-meerjarenbegroting 2024-2027 van variant 3. Uiteraard zijn daarbij vele opmerkingen meegegeven. Wij zullen deze verwerken tot een zienswijze. De inwonerbijdrage van 2024 in variant 3 is door de uitwerking in een begroting inmiddels bijgesteld naar € 8,55. Dit was mogelijk doordat de GGD voor 2024 minder indexering toepast i.p.v. de toegestane 8,4%. Meerkosten meerjarenbegroting 2024-2027 GR GGD Rotterdam-Rijnmond Vanwege een toenemende infectiedruk, aangepaste wet- en regelgeving en bijkomende werklast o.a. op terrein van crisisbeheersing, is de huidige begroting voor de GGD-RR niet meer toereikend om alle wettelijke basistaken die bij de GGD belegd zijn per 2024 en verder uit voeren. De GGD-RR stelt dat het leidt tot meerkosten voor specifiek drie basistaken, te weten: 1. Ondersteuning en advisering bestuur; 2.
GROP en crisisbeheersing; 3. Infectieziektebestrijding. De uitgebreide onderbouwing voor deze claim wordt per basistaak nader uitgewerkt en gespecificeerd in de kaderbrief die de raad ontvangt op 30 maart 2023. Voor de GGD-RR zijn de meerkosten meerjarenbegroting 2024-2027 onvermijdbaar wanneer alle basistaken die bij de GGD belegd zijn, conform wet- en regelgeving en geldende kwaliteitskaders, uit te kunnen blijven voeren per 2024 en verder. Met de verhoging van de financiële bijdrage aan de GR GGD-RR houdt de GGD-RR het minimale basistakenpakket in stand. De GGD-RR zal de ambities die benoemd staan in GGD 3.0 geen verdere invulling geven. Op dit moment hebben de gemeenten daar de middelen niet voor. Technische sessies voor gemeenteraden De GGD Rotterdam-Rijnmond organiseert in afstemming met de griffies in april/ mei twee digitale technische raadsinformatiesessies, waar technische vragen over de begroting 20242027 door de GGD-RR worden beantwoord. Financiële ontwikkelingen Indexatiepercentage 2024 Conform afspraak wordt het indexpercentage zoals afgegeven door de Kring van Gemeentesecretarissen van de gehele regio Rotterdam-Rijnmond gehanteerd. Dit zou mogen leiden tot een stijging van de uurtarieven met 8,4%. Omdat de tarieven voor de GGD in 2023 opnieuw zijn berekend, zijn deze reeds op het prijsniveau van 2023 gebracht.
Het gedeelte van de indexatie dat rekening houdt met de doorwerking van de jaren 2022-2023 wordt voor 2024 niet opnieuw meegerekend. De toegepaste indexatie komt daarmee op 3,6%. Dit heeft effect gehad op de hoogte van de inwonerbijdrage. Pagina 16 van 22
De meerkosten van de basistaken zijn berekend op basis van het aantal inwoners vermenigvuldigd met een bedrag per inwoner De vaste inwonerbijdrage stijgt voor het jaar 2024 van €6,23 in 2023 naar €8,55 per 2024. Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket Gewijzigde inkoopstrategie kinderopvanginspecties Het AB-GGD heeft d.d. 9 februari 2023 besloten tot een gewijzigde inkoopstrategie voor de basistaak ‘Kinderopvanginspecties’ per 2024 . Bij de voorgaande inkoopstrategie werden onuitgevoerde ingekochte inspecties aan de regiogemeenten terugbetaald. De financiële consequenties daarvan vielen volledig ten laste van de gemeente Rotterdam als risicodrager. Dit leidde tot financiële schade omdat regiogemeenten doorgaans te ruim inkochten (om verzekerd te zijn van voldoende inzet indien nodig), en de uiteindelijke financiële dekking na terugbetaling niet meer aansloot op de georganiseerde personele capaciteit o.b.v. de inkoop. In opdracht van het AB is samen met de ambtenaren kinderopvang van de gemeenten een nieuwe inkoopstrategie uitgewerkt, waarbij de financiële verantwoordelijkheid voor de inkoop van de inspecties collectief gedragen wordt. Om te borgen dat er voldoende capaciteit is om op onvoorziene gebeurtenissen te kunnen anticiperen, betalen gemeenten een verzekeringsbijdrage van 5% boven op de jaarlijkse inkoop inspecties kinderopvang.
Met deze verzekeringsbijdrage kan voorzien worden in voldoende capaciteit en flexibiliteit om gemeenten bij te staan bij onvoorziene ingrijpende gebeurtenissen en bijstand te bieden bij bezwaar- en rechtszaken, zonder nadelige financiële consequenties voor de gemeente Rotterdam en de GGD organisatie. De bijdrage voor kinderopvanginspecties zijn afhankelijk van het aantal kinderopvanglocaties in een gemeente. Gemeenten zijn verantwoordelijk de gewenste inkoop jaarlijks vast te stellen, welke afspraken separaat worden vastgelegd. Het betreft zodoende binnen de meerjarenbegroting een variabele bijdrage. Het tarief voor de basistaak kinderopvanginspecties is vastgelegd in de meerjarenbegroting. Risico’s De GR GGD-RR is onderdeel van gemeente Rotterdam. Het financieel risico ligt daarom bij de gemeente Rotterdam. Het niet voldoen aan een goede basis van de GGD-RR kan bij infectieziekten uitbraken leiden tot maatschappelijke onrust. Ook het niet tijdig kunnen helpen van inwoners kan leiden tot chaotische taferelen. De GGD-RR voldoet niet aan de inspectienormen. De uitvoering van de wettelijke taken kunnen daardoor niet of onvolledig worden uitgevoerd. Hiermee kan de 24/7 uurs bereikbaarheid niet worden gegarandeerd. De GGD-RR kan niet of niet tijdig anticiperen op een dreiging of uitbraak van infectieziekten, met een onnodig aantal zieken/sterfgevallen tot gevolg.
De GGD-RR heeft geen capaciteit voor (inhoudelijke) informatieverstrekking en advisering aan bestuurders en gemeenten. De GGD-RR zal geen inzet plegen op risicobeheersing van de dalende vaccinatiegraad, waarmee het risico voor kwetsbare burgers op gezondheidsschade toeneemt. Vereist overleg met ketenpartners kan door de GGD-RR niet of in beperkte mate plaatsvinden. Het ontbreekt de GGD-RR aan tijd voor verplichte oefeningen (vaardigheden) van het medisch personeel. Pagina 17 van 22
Toenemende druk op het GGD-personeel leidt tot meer uitval en schaarste van medische expertise, waar het huidig ziekteverzuim voor de GGD-RR al een punt van zorg is. Hierdoor kunnen taken ook niet worden uitgevoerd. College voldoet niet aan de Wet publieke gezondheid.
Beoordeling Bestuurlijk Door akkoord te gaan met de nieuwe inwonerbijdrage blijft het risicoprofiel voor de GR GGDRR nog steeds hetzelfde. Er is geen hoog risico. Er is wel afgesproken om binnen de begrotingscyclus, jaarlijks opnieuw te kijken naar de bijdragen vanuit het Rijk. Indien dit leidt tot mogelijke verandering van de financiën, dan kan de begroting worden bijgesteld. Met als doel een verlaging van de inwonerbijdrage. Wanneer er niet akkoord wordt gegaan met de minimale variant 3, dan ontstaat er een hoog risico en zal het risicoprofiel van de GR GGD-RR aangepast moeten worden. De VISI-norm is een landelijk instrument bij het vaststellen van de noodzakelijke minimale norm. Deze norm dateert uit 2013. In de norm staat de bestrijding centraal en is weinig plaats voor proactief handelen (infectiepreventie en vroege opsporing). Ook voor de nieuwe visi-norm die nog moet uitkomen (er is nog geen datum bekend), zal de aanpassing van de begroting opnieuw een gespreksonderwerp worden. De huidige fte aantallen berusten op een visi-norm uit 2013. Wanneer de nieuwe visi-norm gereed is, zal de inzet van het aantal fte op de verschillende producten opnieuw beoordeeld worden. Het doel van de herziening normering is GGD ‘en te ondersteunen bij het vaststellen van de noodzakelijke formatie van het team Algemene Infectieziektebestrijding.
Door het formuleren van een norm wordt inzichtelijk of GGD ’en kunnen beschikken over de capaciteit die nodig is om op een kwalitatief verantwoorde wijze de infectieziektebestrijding in al zijn facetten uit te voeren conform de 9 deeltaken: surveillance, taken in het kader van de meldingsplicht, beleidsadvisering, preventie, bron- en contactopsporing, regie- en netwerkfunctie, vangnetfunctie, outbreak- management en onderzoek. Risico dat de gemeente kan lopen is dat de bijdrage aan de GR hoger wordt de komende jaren, omdat er steeds meer wettelijke eisen worden gesteld aan het werk van de GGD en taken vanuit het Rijk bij de GGD worden belegd. Financieel De inwonerbijdrage 2024 is als volgt opgebouwd ten opzichte van 2023. Productnaam Inwoner Bijdrage 2023 A1 Ondersteuning en beleidsvoorbereiding bestuur € 0,46 gemeenschappelijke regeling A2 Informatieverstrekking € 0,07 A3 GGD Rampen opvangplan (GROP) en € 0,15 crisisorganisatie A4 Integrale Gezondheidsmonitor Rijnmond € 0,41 A5 Coördinatie Psych. Sociale hulpverlening (Psi, vh € 0,14 KIZ) B1 Infectieziektebestrijding € 2,15 B2 Tuberculosebestrijding € 0,94 B3 Soa/hiv-preventie en –bestrijding € 0,47 Pagina 18 van 22
Bijdrage 2024 € 0,65 € 0,11 € 0,51 € 0,41 € 0,14 € 3,98 € 0,92 € 0,46
B4 Technische hygiënezorg B5 Medische milieukunde (inclusief collectieve advisering gezonde leefomgeving) Totaal
€ 0,38 € 1,05
€ 0,37 € 1,00
€ 6,23
€ 8,55
De begroting GR GGD-RR 2024 komt voor Schiedam uit op een bedrag van: 2023 € 36.873
2024 € 52.108
€ 5.786 € 11.585 € 32.906
€ 8.472 € 40.821 € 32.687
A5 Coördinatie Psych. Sociale hulpverlening (Psi, vh KIZ)
€ 11.192
€ 10.941
B1 Infectieziektebestrijding B2 Tuberculosebestrijding B3 Soa/hiv-preventie en –bestrijding B4 Technische hygiënezorg B5 Medische milieukunde (inclusief collectieve advisering gezonde leefomgeving) Totaal vaste deel basistakenpakket Variabel deel basistakenpakket (kinderopvang inspecties en gastouderopvang) Totaal basistakenpakket
€ 171.313 € 75.043 € 37.856 € 30.315 € 84.110
€ 317.469 € 73.271 € 37.031 € 29.681 € 79.654
€ 496.979 € 203.816
€ 682.134 € 160.000
€ 700.795
€ 842.134
A1 Ondersteuning en beleidsvoorbereiding bestuur gemeenschappelijke regeling A2 Informatieverstrekking A3 GGD Rampen opvangplan (GROP) en crisisorganisatie A4 Integrale Gezondheidsmonitor Rijnmond
Het vaste deel basistakenpakket stijgt met 37,5% ten opzichte van 2023. De voorlopige totale financiële bijdrage aan de GR GGD-RR stijgt met een bedrag van: € 141.339. Dit is een stijging van ongeveer: 20%. De variabele inkoop van de kinderopvanginspecties is inbegrepen in het totaal van onze financiële bijdrage aan de GR GGD-RR. De stijging op het totaalbedrag valt lager uit doordat er scherper is ingekocht waardoor er minder inspecties nodig zijn voor de kinderopvang. Advies Ondanks de stijging van 37,5% op de begroting van de GR GGD-RR erkennen de gemeenten dat het op orde hebben van de basis van de GGD-RR noodzakelijk is. Voor de komende jaren wordt er gekeken naar mogelijkheden om de inwonerbijdrage lager bij te stellen. Ook zal er gekeken worden naar middelen vanuit het Rijk, die in te zetten zijn voor de wettelijke taken. Voor deze begroting waren er nog geen middelen maar de gesprekken met het Rijk worden nog steeds gevoerd. Tevens willen wij meer inzicht in de financiële stromen van de GGD-RR en voorkomen dat er producten dubbel worden gefinancierd. Wij adviseren u om de kaderbrief, met inachtneming van de geschetste risico’s, voor kennisgeving aan te nemen. Na 30 maart zullen wij een zienswijze opstellen welke wij aan u zullen zenden. Pagina 19 van 22
DCMR Milieudienst Rijnmond Hoofdlijnen In de DB vergadering van 15 februari 2023 van de DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) zijn de uitgangspunten voor de begroting 2024 van de DCMR vastgesteld. Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van + 8,4 % op de werkplanbijdragen overeenkomstig de indexeringsbrief voor gemeenschappelijke regelingen die door de gemeenten aan de DCMR is gestuurd. Het structureel kader van de provincie Zuid Holland wordt met + 3,4 % geïndexeerd op basis van de kaderbrief van de provincie. De indexering voor de provincie Zeeland voor de uitvoering van de BRZO taken in Zeeland is vastgesteld op het indexeringspercentage van de gemeenten. De totaal begroting van de DCMR is ong. 70 miljoen euro. Aandeel Schiedam in 2023 is 1,5 miljoen euro (1,9 %). Financiële ontwikkelingen Geopolitieke en financiële dynamiek Voor de begroting 2024 is de huidige economische en financiële dynamiek van groot belang. Mede door geopolitieke ontwikkelingen en onzekerheden zijn de kosten voor o.a. lonen, externe inhuur en energie in 2022 en 2023 sterk gestegen. Bij het vaststellen van de begroting 2023 bleek dat de aannamen en uitgangspunten al snel door een nieuwe realiteit werden ingehaald. Het is moeilijk om te voorspellen of en hoe deze dynamiek ook voor de begroting 2024 zal optreden.
In het Algemeen en Dagelijks bestuur van de DCMR zal in 2023 blijvende aandacht aan deze ontwikkelingen en onzekerheden worden besteed. CAO-ontwikkeling in 2024 Voor een kostendekkende begroting en bedrijfsvoering is de ontwikkeling van de loonkosten relevant, vooral omdat de loonkosten het grootste deel van de DCMR-begroting vormen. De huidige CAO loopt tot 31 december 2023. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) is verantwoordelijk voor de CAO. De secretaris werkgeverszaken van het IPO kan nu geen indicatie voor 2024 afgeven, omdat naar verwachting pas in het najaar van 2023 het onderhandelingsproces voor de CAO 2024 zal worden opgestart. De DCMR en de provincie Zuid-Holland zijn beiden ontvangers van de uitkomst van de CAO onderhandelingen, maar hebben ieders proces voor de totstandkoming van een schatting van de nieuwe CAO stijging gedeeld. De provincie gebruikt de laatste index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers van het Centraal Planbureau (CPB). De DCMR zal in lijn met de provincie gebruik gaan maken van deze methode. Aangezien de laatste indexatie voor het vaststellen van de begroting 2024 in maart 2023 is kan nu niet exact worden aangegeven wat de CAO indexatie zal zijn.
Bij het vaststellen van de tarieven voor 2024 in het Dagelijks bestuur van 12 april 2023 en het Algemeen bestuur van 5 juli 2023 zullen de meest recente inzichten worden gebruikt, waaronder (indien beschikbaar) de maartramingen van het CPB. Gelet op de onzekerheden en de ervaringen in 2022, toen aanpassing van de tarieven in het Algemeen bestuur van december 2022 nodig was, zal in het najaar van 2023 de kostendekkendheid van de tarieven 2024 opnieuw worden bezien vanuit de dan beschikbare informatie van het CPB en eventuele CAOontwikkelingen.
Pagina 20 van 22
Omgevingswet De invoeringsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2024. DCMR stelt voor om voor het jaar 2024 rekening te houden met de invoering van de Omgevingswet, maar dit alleen te richten op de wijzigingen vanuit de wet. De mogelijke frictiekosten (o.a. storingen Digitaal Stelsel, langere doorlooptijden) die kunnen optreden bij de invoering van deze grote wijziging zijn vooraf niet goed in te schatten en worden niet meegenomen, maar kunnen uiteindelijk wel een effect hebben op het resultaat. De risico’s die voortkomen uit de implementatie van de Omgevingswet worden meegenomen in de integrale risicobeoordeling en zijn een bepalend onderdeel van de hoogte van het weerstandsvermogen. Meerjarenraming 2025-2029 In de begroting wordt, conform de BBV-richtlijnen, een meerjarenraming opgenomen. De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de meerjarenraming kennen onzekerheden, o.a. door de algemene dynamiek in de overheidsfinanciën. Ten aanzien van de meerjarige kaders voor de DCMR zijn de jaarlijkse indexering en de waarborgen binnen de Gemeenschappelijke regeling relevant. In de begroting worden, zoals ook in voorgaande jaren, voor het meerjarige kader de bijdragen van het komende begrotingsjaar 2024 aangehouden omdat de indexeringen van de participanten nog onbekend zijn voor 2025 en verder.
Ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket Er zijn geen ontwikkelingen ten aanzien van het takenpakket in 2024. Risico’s De geopolitieke ontwikkelingen, de financiële dynamiek en de aflopende CAO maken dat er veel onzekerheden zijn over de kosten van o.a. de lonen, externe inhuur en energie in 2024. Dit vereist dat hierop door de DCMR goed wordt gemonitord, eventueel bijgesteld en besproken met het Dagelijks en Algemeen Bestuur. Hierbij dient aandacht te zijn voor beperking van kosten en eventueel ook het bijstellen van ambities. Door genoemde onzekerheden bestaat er de kans dat de begroting 2024 van de DCMR die in de vergadering van het Algemeen bestuur van juli 2023 wordt vastgesteld moet worden aangepast. Daarmee bestaat er ook de kans dat de begrotingspost van de DCMR in de gemeentebegroting 2024 naar boven moet worden bijgesteld. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 1 januari 2024 en mogelijke frictiekosten zijn onderdeel van het weerstandsvermogen van de DCMR. Vooralsnog is er geen aanleiding om het huidige risicoprofiel aan te passen. Beoordeling Bestuurlijk Gelet op het risicoprofiel zijn er geen wijzigingen in de beoordeling van de criteria. Het bestuurlijke risico is laag/gemiddeld. Het bestuurlijke risico hoeft niet te worden aangepast.
Pagina 21 van 22
Financieel Gelet op het risicoprofiel zijn er geen wijzigingen in de beoordeling van de criteria. De financiële risico’s zijn gemiddeld, maar de bedragen zullen waarschijnlijk laag zijn aangezien er ook een verdeling naar ratio over alle deelnemers zal worden vastgesteld. Het financiële risico hoeft niet te worden aangepast.
Advies U ontvangt de kaderbrief ter kennisname. Op basis van deze kaderbrief zal de DCMR de ontwerpbegroting 2024 opstellen. De DCMR dient uiterlijk 15 april 2023 deze ontwerpbegroting aan de gemeenteraad aan te bieden. De gemeenteraad kan vervolgens haar zienswijze op deze begroting bekend maken. In de definitieve begroting wordt rekening gehouden met ingebrachte zienswijze. Regionale Belasting Groep De RBG was nog bezig met het uitwerken en vaststellen van de kaderbrief ten tijde van het opstellen van deze raadsinformatiebrief. Deze is daarom helaas niet tijdig genoeg ontvangen om mee te kunnen nemen.
Pagina 22 van 22