07 Collegebrief 15 oktober 2025 HHM Rapportage Contract MVS Jeugdmodel
Tekst van het document
gemeente Schiedam
Welzijn, Sport & Participatie Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501
Aan de gemeenteraad van Schiedam
3100 EA Schiedam 14 010 schiedam.nl
uw kenmerk
uw brief van
ons kenmerk
datum
25UIT05639
15 oktober 2025
doorkiesnummer
contact@schiedam.nl onderwerp
Resultaten HHM Rapportage Contract MVS Jeugdmodel
Geachte leden van de gemeenteraad, Aanleiding Eerder dit jaar (25UIT01703) hebben wij u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot het budget voor Mevis. De door Mevis opgestelde businesscase 2024 is als basis gebruikt voor de berekening van een reëel budget voor 2025 en de begroting 2026. Daarnaast besloten de MVS-colleges dat een extern onderzoek moest worden uitgevoerd, om ons meer inzicht te geven in de ontwikkeling/groei van het budget van Mevis en wat dit betekent voor het meerjarenperspectief (2026 en verder). In deze brief geven wij u een toelichting op het bijgevoegde HHM-onderzoek en lichten wij toe welke uitgangspunten wij hanteren voor het budget van Mevis en verdere begrotingen. Vraagstelling HHM-onderzoek Om te verklaren hoe we van het oorspronkelijke budget tot het huidige budget zijn gekomen heeft extern onderzoeksbureau HHM-onderzoek gedaan. De volgende onderzoeksvragen stonden centraal: 1) Waarom wijkt de realisatie van 2024 zo sterk af van de begroting en de realisaties over de voorgaande jaren 2023 en 2022? a) Kijk hierbij naar aantallen unieke cliënten per zorgvorm en de benodigde bezetting van wijkteams. 2) Voer een tariefvergelijking uit van de door Mevis betaalde tarieven over 2024 met die van 2022 en 2023.
a) Hoe verhouden zich de gehanteerde tarieven op productniveau met de landelijke tarieven? 3) Geeft de toegepaste indexatie(methode) per zorgvorm op het budget 2024 en verder afdoende dekking voor de stijging van de tarieven? 4) Geef aan of sprake is van incidentele of structurele afwijkingen. 5) Welke verschillen worden veroorzaakt door exogene (niet door MVS en Mevis beïnvloedbare) factoren?
*25UIT05639*
Resultaten HHM-onderzoek Het onderzoek laat zien dat de kostenstijging (aantal jeugdigen in zorg) ten opzichte van het initiële budget aanzienlijk is, maar goed te verklaren en in lijn met de landelijke trends. Al benoemen zij wel dat hoewel de zorgpopulatie in MVS groeit, deze nog wel lager is dan in Nederland. De onderzoekers stellen dat de uitgaven van Mevis het gevolg zijn van een opeenstapeling van verschillende factoren. De onderzoekers benoemen dat een incidentele compensatie voor de groei in populatie niet passend is omdat deze toename doorwerkt en daarmee structureel is. Daarnaast wordt er benoemd dat de groei van de populatie onderhevig is aan een complexiteit van factoren. Daarmee verklaren zij de omvang van het ter beschikking gestelde budget op basis van de businesscase 2024. De onderzoekers benoemen dat de opstart van een taakgericht contract, zoals de MVSgemeenten en Rogplus hebben gesloten met Mevis, vaak moeilijk is en resultaten pas over een langere periode beoordeeld kunnen worden. Zo is er bijvoorbeeld contractueel vanaf 2025 een inverdieneffect vastgelegd. Daarbij benoemt HHM ook dat een inverdieneffect vaak pas na twee of drie jaar gerealiseerd wordt, maar, in relatie tot landelijke ontwikkelingen die doorgaan (bijv. stijging van aantal jeugdigen in jeugdzorg), ook kan betekenen dat groei van zorggebruik wordt gestabiliseerd of afgeremd.
Tegelijkertijd benoemen de onderzoekers dat dit moeilijk concreet te onderbouwen is omdat ze geen inzicht hebben hoe het gebruik van jeugdhulp zich onder het oude systeem ontwikkeld zou hebben. De onderzoekers doen naar aanleiding van hun onderzoek onderstaande aanbevelingen. Veiligheidsventiel Er is sprake van een taakgerichte populatiebekostiging. Contractueel is bijstelling van het budget mogelijk door onder andere toepassing van het veiligheidsventiel, bedoeld voor onvoorziene of niet (volledig) te beïnvloeden omstandigheden. Dit betreffen dan omstandigheden die niet te wijten zijn aan Mevis en waarbij mitigerende maatregelen niet of slechts deels het beoogde effect hebben gehad, ondanks inspanningen om dit effect te bereiken. De onderzoekers adviseren het veiligheidsventiel aan te scherpen voor wat betreft de populatiegroei. Dat zou mogelijk kunnen in een nader addendum op de vijf partijen overeenkomst. De onderzoekers stellen hiervoor twee benaderingen voor: het monitoren van de gehele populatie binnen de opdracht (aantal jeugdigen in de MVS-gemeenten) of het monitoren van de zorgconsumptie (aantal jeugdigen die zorg en ondersteuning ontvangen). De onderzoekers adviseren gezamenlijk te bepalen op welk moment en op basis van welke gegevens de balans wordt opgemaakt.
Geadviseerd wordt vast te leggen welk percentageverschil er moet zijn voordat wordt nagedacht over financiële compensatie. Productenboek De onderzoekers geven de overweging mee het door Mevis gehanteerde productenboek voor verwijszorg verder te reduceren en te investeren in een nadere uitwerking van de productomschrijvingen en de opbouw van de tarieven om zo de eigen onderhandelingspositie te versterken. Het productenboek bevat een overzicht van de beschikbare voorzieningen en wordt door Mevis gebruikt om de jeugdprofessionals handvatten/een richtlijn te geven bij het indiceren van jeugdhulp.
Nadere analyse top 20% zorggebruikers De onderzoekers adviseren nader onderzoek te doen naar specifieke groepen zorggebruikers. Met behulp van een diepgaande analyse waarmee in kaart wordt gebracht met wat voor soort complexe vraagstukken de doelgroep te maken heeft, geeft dat mogelijkheden om signalen vroegtijdig op te pikken en preventief in te grijpen. Transformatie Het is belangrijk dat we blijven zoeken naar een balans tussen de transformatieopdracht en het budget, zodat het MVS Jeugdmodel stapsgewijs doorontwikkeld kan worden. Beinvloedbare factoren zoals sterke wijkteams, het inzetten van collectief aanbod en digitalisering zijn hier van invloed op. Hoewel het budget de uitvoering van de opdracht mogelijk moet maken, moet het budget niet in die mate leidend zijn dat de transformatieopdracht in het geding komt. De focus moet de transformatie zijn en het doel om fasegewijs te werken aan sterke lokale teams, die 80% van de ondersteuningsvragen opvangen. Het is belangrijk dat de gemeenten lokaal blijven werken aan een sterke pedagogische basis en we samen blijven werken aan de beweging naar minder specialistische hulp en meer hulp en ondersteuning door de wijkteams en in de sociale basis.
Oordeel HHM-onderzoek Het HHM-onderzoek is door de financiële werkgroep (MVS) beoordeeld en wordt als waardevolle aanvulling beschouwd op eerder uitgevoerd Significant onderzoek en juridisch onderzoek. Het bestuur van Rogplus onderschrijft de conclusies van het rapport en onderschrijft de aanbevelingen. Opvolging HHM-onderzoek Op volgende wijze geven wij invulling aan de aanbevelingen. Veiligheidsventiel Er is contractueel met Mevis een taakgericht populatie gebonden budget afgesproken. Dit houdt in dat Mevis één budget krijgt waarbinnen zij de vrijheid heeft te schuiven met budgetten om de opdracht uit te voeren. Contractueel is echter ook afgesproken dat het gestelde budget reëel moet zijn, daarbij zijn gemeenten risicodrager, gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het dekken van gemaakte zorgkosten. Eerder is uit juridisch onderzoek gebleken dat het veiligheidsventiel voldoet als herzieningsclausule in het kader van het aanbestedingsrecht. Het veiligheidsventiel is opgenomen in het contract omdat de Jeugdwet een open-einde regeling is. Zonder veiligheidsventiel zouden alle risico’s van een groter beroep op jeugdzorg bij Mevis liggen. Dit wordt in de rechtspraak als onaanvaardbaar beoordeeld. Het ventiel zetten we, volgens contract, in bij onvermijdbare of niet beïnvloedbare ontwikkelingen, aan de hand van een businesscase.
De ervaringen van de afgelopen twee jaar die we hebben opgedaan met het bijstellen van het budget hebben inderdaad laten zien dat de toename in aantallen (cliënten die een beroep op jeugdhulp doen) een lastig te voorspellen en te beïnvloeden factor is. De landelijke toename in zorgconsumptie is binnen onze MVS-gemeenten, hoewel lager, ook te zien. Bovenstaande brengt ons tot de conclusie het budget jaarlijks te corrigeren voor het daadwerkelijke aantal jeugdigen dat zorg en ondersteuning ontvangt.
Hier staat tegenover dat Mevis laat zien dat zij alle mogelijke inspanningen heeft geleverd ten behoeve van de transformatieopdracht; het bouwen van sterke wijkteams waardoor de verwijszorg zal afnemen. Monitoring Omdat, zoals eerder benoemd, de gemaakte zorgkosten voor rekening van de gemeenten zijn, is het van belang dat de gemeenten tijdig voorzien worden van up-to-date informatie. Er zijn daarom afspraken gemaakt met Rogplus en Mevis dat de MVS-financials periodiek de ontwikkeling van het budget beoordelen en dat parallel daaraan gesprekken rondom de transformatie worden gevoerd die iets zeggen over de balans tussen de transformatieopdracht en het budget. Maandelijks worden er financiële updates gedeeld en zorgen we ervoor dat verrassingen niet achteraf komen en wij betere voorspellingen kunnen doen over de financiële prognose. Addendum op het contract met Mevis Om helderheid te creëren over het budget, en eventuele bijstelling hiervan, wordt er een addendum opgesteld dat vervolgens middels een collegebesluit ter vaststelling wordt voorgelegd aan de vijf betrokken partijen. Afspraken die in het addendum worden opgenomen, zijn: • Correctie stijging populatie groei (veiligheidsventiel) Er wordt jaarlijks een correctie toegepast op de kosten voor de populatie, zijnde het aantal jeugdigen dat zorg en ondersteuning ontvangt.
Dit betekent dat een toename in aantallen en zorgzwaarte zal worden gecorrigeerd en tevens wordt opgenomen in toekomstige begrotingen van Rogplus. Door onder andere de populatie goed te ramen (en daardoor gedeeltelijk niet meer onvoorzien is) kan het (interne bestuurlijke) gesprek over de wenselijkheid en haalbaarheid van verwachte lasten plaatsvinden en is het veiligheidsventiel beperkter nodig (namelijk enkel voor onvoorziene/niet-beïnvloedbare omstandigheden) • Het weerstandsvermogen Initieel is er contractueel afgesproken dat er jaarlijks 2% van het budget als weerstandsvermogen (van de moederorganisaties van Mevis) wordt opgenomen in de kosten voor de uitvoeringsorganisatie. Dit staat los van businesscases en daarover is nu afgesproken dat deze bijdrage wordt vastgesteld op 2% van het initiële budget. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd maar zal dus niet meegroeien met het budget zoals aanvankelijk wel het geval was. Het weerstandsvermogen is voor 2024 vastgesteld op een bedrag van € 1.276.573,62,-. • De uitvoeringsorganisatie (UO) Bij aanvang van opdracht werd afgesproken dat de kosten voor de UO tussen de 8-10% van het ter beschikking gestelde budget mochten bedragen. Inmiddels is er een UO opgebouwd die niet veel verder zou hoeven groeien en bedroeg in 2024 €6,1 miljoen (gebaseerd op het initiële budget). Dat past bij de marge van 8-10% van het initiële budget.
De kosten voor de UO zijn voor 2024 vastgesteld op een bedrag van € 6.100.000,- en wordt jaarlijks geïndexeerd. Productenboek Mevis heeft een productenboek ontwikkeld waarin per zorgproduct is aangegeven welke aanbieders zijn gecontracteerd, wat de voorkeursaanbieders zijn en wat de maximale inzet is in doorlooptijd en intensiteit. Met dit productenboek krijgen jeugdprofessionals duidelijke kaders met als beoogd effect dat de gemiddelde waarde per cliënt daalt. Deze daling is in 2025 waargenomen. Met meer beschikbare data kan in de toekomst het zorgaanbod verder aangescherpt worden.
Tijdens de behandeling van de verordening Jeugdhulp MVS 2025 hebben raadsleden verzocht gevolg te geven aan de reikwijdte discussie. Het MVS Jeugdteam heeft met Mevis afgesproken de afbakening van de jeugdhulpplicht te verkennen en te onderzoeken hoe de uitwerking hiervan plaats kan krijgen binnen onze gezamenlijke MVS-verordening Jeugdhulp. Daarnaast is verdere professionalisering van de jeugdhulpprofessionals in de wijkteams nodig om voldoende onderbouwd de verordening uit te kunnen voeren en de beweging van normaliseren waar te maken. Nadere analyse top 20% zorggebruikers Mevis heeft dossiers uit de duurste categorie de afgelopen periode herbeoordeeld om tot afschaling of uitstroom te komen of overdracht te realiseren naar domeinen die voorliggend zijn. De kennis die hieruit voortkomt moet bijdragen aan een structurele aanpak aan de ‘voorkant’ van het hulpverleningsproces. Tegelijkertijd levert deze werkwijze ook een besparing op aan de ‘achterkant’. Transformatie De transformatieopgave jeugdhulp gaat uit van een focus op hervorming van de ‘voorkant’. De Landelijke Hervormingsagenda Jeugd vraagt ons gezamenlijk stappen te nemen ter doorontwikkeling van het jeugdhulpveld, om deze kwalitatief goed maar ook financieel beheersbaar te houden. Met het MVS Jeugdmodel proberen we de ontwikkeling naar sterke lokale wijkteams kracht bij te zetten.
De afgelopen twee jaar is de aandacht te eenzijdig verschoven naar kostenbeheersing aan de ‘achterkant’, dat is ten koste gegaan van de transformatieopdracht. Het is belangrijk hier een goede balans in te vinden omdat over effecten van deze opdracht pas over langere periode een uitspraak gedaan kan worden. Het MVS-jeugdmodel betreft daarbij een bredere transformatie dan de opdracht aan Mevis. We hebben de gezamenlijke opdracht het jeugdhulpveld te hervormen. De gemeenten hebben een belangrijke taak in het versterken van het voorliggend veld en de aanpalende domeinen. De onderzoekers van HHM gaan in hun rapport ook in op de brede transformatie en het partnerschap omdat zij dit bestempelen als belangrijke voorwaarde voor het slagen van ons model. Financieel toekomstperspectief De definitieve jaarstukken 2024 laten zien dat het budget voor Mevis €82,2 miljoen is. Dit budget is als basis gebruikt voor de 1e begrotingswijziging 2025 en de begroting 2026. Provincie Op 3 september heeft Rogplus een brief van de Provincie ontvangen (u heeft hier een afschrift van ontvangen). De Provincie heeft de begroting en de jaarstukken beoordeeld, maar kan nog geen oordeel geven over het structureel en reëel evenwicht. In de begroting zijn aannames opgenomen, zoals het inverdieneffect, die de Provincie niet haalbaar acht.
Het contractueel met Mevis overeengekomen inverdieneffect (vanaf 2025) wordt, gelet op de ervaring van de laatste jaren, tenietgedaan door autonome en niet direct door Mevis beïnvloedbare factoren. De contractuele verplichting blijft bestaan maar de provincie is van mening dat de reële raming moet uitgaan van de totale ontwikkeling van de openeinderegeling Jeugdwet. In plaats van achteraf (beroep op het veiligheidsventiel) budget toe te voegen gebeurt dit nu op aangeven van de provincie aan de voorkant.
Op het moment van dit schrijven werkt Rogplus aan begrotingswijzigingen voor 2025 en 2026, waarin de verwachte jeugdzorguitgaven en de doorwerking van de eindejaars-verwachting 2025 van Mevis worden verwerkt. De Provincie verwacht dat gemeenten hier in hun begrotingen rekening mee houden en zullen hier specifiek op toetsen. Er vinden ook ambtelijke gesprekken plaats over de verwerking van de gestelde eis en de impact die dat heeft. Ten slotte De financiële uitdagingen binnen de jeugdhulp vragen om gezamenlijke inzet en zorgvuldige keuzes. Het is goed nieuws dat in overeenstemming met het advies van de Commissie-Van Ark, het kabinet €728 miljoen heeft vrijgemaakt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg in 2023 en 2024. De €728 miljoen is onderdeel van een breder pakket van circa €3 miljard aan extra middelen met als doel de tekorten in de jeugdzorg op te vangen en een demping te bieden voor de terugval van het gemeentefonds vanaf 2026. Samen met Mevis blijven we werken aan een duurzaam en stabiel jeugdstelsel, waarbij we oog blijven houden voor een gezonde balans tussen de beschikbare middelen en de groeiende zorgvraag.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeester,
C.E. Bos
mr. H.M. Bergmann
Bijlage: 25BIJ02175 HHM Rapportage analyse jeugdhulpbudget gemeente Maassluis, Vlaardingen en Schiedam