07 Collegebrief 15 juni 2022 Zienswijze Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen
Tekst van het document
gemnte Sch ieda m
gemeente Schiedam
team Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid Stadskantoor, Stadserf r Postbus 1501
Aan de gemeenteraad van Schiedam
3100 EA Schiedam 14 010
schiedam.nI
uw kenmerk
uw brief van
ons kenmerk
datum
22U1T04495
15juni 2022
doorkiesnummer
e.maIi
010-2191736
b.hovens@schiedam.nI
onderwerp
Zienswijze Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid
-
Module Ruimte en Wonen
Geachte leden van de gemeenteraad, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 5 mei 2022 de ‘Ontwerp herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen’ ter inzage gelegd, en bieden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. De herziening betreft verschillende onderdelen van het provinciale omgevingsbeleid en omvat regels waar de gemeente bij het vaststellen van een bestemmings plan rekening dient te houden. -
In de eerdere zienswijzen van 8 september 2021 en 2 mei 2022 hebben wij gewezen op de onduidelijkheden die ontstaan door de hoge frequentie waarmee het provinciaal omgevings beleid wordt herzien. Daarbij is verzocht de frequenties van de acftalisafies te beperken. De provincie heeft in februari 2022 geantwoord dat zij de opmerking voor wat betreft de overlappende procedures ter harte neemt en er naar streeft om vergelijkbare herzieningen niet in ontwerp naar buiten te brengen voor de voorafgaande herziening is afgerond. De provincie kiest er, in weerwil van dit antwoord, voor om binnen korte termijn een viertal herzieningen van het provinciaal omgevingsbeleid ter inzage te leggen: de module nestgeluid (februari 2022), de wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (april 2022), de module ruimte en wonen (mei 2022) en de module energietransitie (juni 2022). De frequentie van en samenhang tussen de verschillende herzieningen maakt het proces onoverzichtelijk en zorgt voor onduidelijkheid en onzekerheid bij lopende procedures. Wij hebben besloten een zienswijze in te dienen ten aanzien van de herziening van het omgevingsbeleid.
Het indienen van de zienswijze heeft met name tot doel om bij de provincie wederom aandacht te vragen voor de onduidelijkheid die ontstaat door de hoge frequentie waarmee het provinciale omgevingsbeleid wordt herzien, en het ontbreken van eenduidige integrale beleidskeuzes.
1IIIl1I hfl1 IhIH1h 111h111h 11111111fl111
De zienswijze wordt door Provinciale Staten betrokken bij de besluitvorming over de herziening van het provinciale omgevingsbeleid. Wij gaan ervan uit u met toezending van de zienswijze voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
Bijlage: zienswijze Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen -
gemeente
gemeente Schiedam
Schiedam
team Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Provincie Zuid-Holland Gedeputeerde Staten Postbus 90602 2509 LP ‘S-GRAVENHAGE
Uw kenmerk
Uw brief van
14010
sc ie am.n 1
Ons kenmerk
Datum
22U1T04491
16juni 2022
Doorkiesnummer
010-2191736
b.hovens@schiedam.nl
Onderwerp
Zienswijze Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen -
Geachte mevrouw, heer, Op 5 mei 2022 heeft u de ‘Ontwerp herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen’ ter inzage gelegd (verder: Module). De Module betreft een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, het Omgevingsprogramma Zuid Holland en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Met deze brief maken wij gebruik van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. -
Frequentie herzieningen In onze eerdere zienswijzen van 8 september 2021 en 2 mei 2022 hebben wij u gewezen op de onduidelijkheden die ontstaan door de hoge frequentie waarmee u het provinciaal omgevings beleid herziet. Dit wordt versterkt door er voor te kiezen om vrijwel parallel, en met deze Module gelijktijdig, zowel de huidige als toekomstige omgevingsverordening te wijzigen. Wij hebben u daarom verzocht de frequenties van de actualisaties te beperken en er voor te kiezen om te stoppen met actualisaties van de thans nog geldende Omgevingsverordening Zuid Holland.
Door u is eerder, in de nota van beantwoording van de herziening Omgevingsbeleid 2021, aangegeven dat u de opmerking voor wat betreft de overlappende procedures ter harte neemt. Daarbij streeft u er naar om vergelijkbare herzieningen niet in ontwerp naar buiten te brengen voor de voorafgaande herziening is afgerond. In weerwil hiervan kiest u er voor om nog binnen de termijn om zienswijzen in te dienen ten aanzien van de wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wederom een herziening van het Omgevingsbeleid ter inzage te leggen. Een volgende herziening, de Module Energietransitie, is inmiddels aangekondigd en zal op korte termijn ter inzage worden gebracht. De frequentie van en samenhang tussen de verschillende herzieningen maakt het proces onoverzichtelijk en zorgt voor onduidelijkheid en onzekerheid bij lopende procedures. Voor ons en initiatiefnemers wordt het in steeds grotere mate onduidelijk met welke provinciale regels wij rekening moeten houden en of de provinciale regels bij aanvang van een project nog dezelfde zijn als bij de uiteindelijke verlening van de vergunning.
1 hififl11li i fl1 1 mli fl11111ihlil 1111111 1 fl1 li i
1$
gemeente Schiedam
Om die reden herhalen wij ons eerdere verzoek de frequentie van de actualisaties te beperken en er voor te kiezen om te stoppen met actualisaties van de thans nog geldende Omgevings verordening Zuid-Holland. Wij verzoeken u de wijzigingen die, gelet op de Omgevingswet, gewenst zijn uitsluitend door te voeren in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, die in werking zal treden samen met de Omgevingswet. Daarnaast vragen wij ook aandacht voor een betere participatie in het voortraject dat leidt tot een herziening van uw beleid. Integrale beleidskeuzes Met de Module introduceert u een aanvullende motiveringsvereiste met betrekking tot functiemenging en functiescheiding. Uit de toelichting van deze bepaling volgt dat u bij nieuwe ontwikkelingen ruimte wil laten voor lichtere bedrijfsactiviteiten die te verenigen zijn met de woonfunctie. Om die reden vraagt u te motiveren waarom geen sprake is van functiemenging. Deze bepaling is voor ons aanleiding om aandacht te vragen voor een integrale benadering van uw omgevingsverordening, als bedoeld in de Omgevingswet.
Omgevingsbeleid vraagt om integrale beleidskeuzes, omdat het niet mogelijk is om alle ambities op de schaars beschikbare ruimte te realiseren. De veelal sectorale benadering in de omgevingsverordening biedt naar onze mening onvoldoende ruimte voor maatwerk en een integrale beoordeling, en bemoeilijkt daarmee nodeloos het realiseren van onze gezamenlijke ambities. Wij verzoeken u dan ook om te beoordelen of het stellen van aanvullende regels een bijdrage, of juist een beperking, vormt voor het realiseren van deze beleidskeuzes. Naar onze mening is voor dit laatste bij het stellen van nieuwe regels onvoldoende aandacht De regel inzake functiemenging zien wij als een voorbeeld. Wij hebben samen met u de ambitie om voldoende woningen te realiseren. Woningen die gelet op uw verordening gerealiseerd moeten worden binnen de schaarse ruimte die nog aanwezig is binnen het bestaande stad- en dorpsgebied. Met de regel inzake functiemenging legt u daar een aanvullende claim op, omdat binnen die schaarse ruimte naar uw mening ook ruimte moet zijn voor lichtere bedrijvigheid. Dit vormt daarmee een beperking van de mogelijkheden die wij hebben om de benodigde woningen te bouwen en daarmee het oplossen van de woningnood. Wij zijn van mening dat onvoldoende aandacht is voor de beperkingen die dit oplevert.
De mogelijkheden worden reeds beperkt door de aanvullende sectorale regels die u met de verordening stelt, die onvoldoende ruimte laten voor (integraal) maatwerk. Dit stelt ons in de uitvoering voor een welhaast onmogelijke opgave; bui nagenoeg elke ontwikkeling, hoewel passend binnen onze gezamenlijke beleidsambities, is er altijd wel een provinciale regel waar niet aan wordt voldaan. Een dergelijke werkwijze is onwenselijk, zorgt voor onzekerheid bij ontwikkelaars en vertraging bij de realisatie van de projecten. Huisvesting arbeidsmigranten De Module voorziet in het toevoegen van een artikel inzake de huisvesting van arbeids migranten (artikel 6.iog Omgevingsverordening Zuid-Holland, artikel 7.45i Zuid-Hollandse Omgevingsverordening). In de betreffende regel is bepaald dat een bestemmingsplan die voorziet in de huisvesting van arbeidsmigranten rekening moet houden met de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van de Stichting Normering Flexwonen. Voorts dient de Wet goed verhuurderschap te worden betrokken bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
22U1T04491
Pagina 2
nr’fl’ •W
t
••-••
-
...
. .. .—-..-.
-... -. - .-——- —- .. —....
——-...
.-
.. —
‘t gemeente Schiedam
Uit de Wet ruimtelijke ordening volgt dat in een bestemmingsplan uitslnitend regels kunnen worden gesteld die betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt ook voor het stellen van provinciale regels als bedoeld in artikel 4.1 Wro. De normenset waar u naar verwijst, alsmede de Wet goed verhuurderschap, bevat kwalitatieve vereisten waar woonruimten en verhuurders van dergelijke ruimten aan moeten voldoen. Dit betreft geen regels of aspecten die betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening en dat het daarmee wettelijk niet is toegelaten dergelijke regels in een bestemmingsplan, dan wel de provinciale Omgevingsverordening op te nemen. Wij wijzen u er op dat het, op grond van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2o14:193), niet is toegelaten om bouwkundige eisen te stellen aanvullend op het Bouwbesluit 2012. De normenset omvat, onder andere, (bouw)technische eisen voor de woonruimten van arbeidsmigranten. Voor dergelijke zaken geldt op grond van het Bouwbesluit 2012 reeds een uitputtende regeling. Dit maakt dat het stellen van aanvullende eisen ook om die reden niet is toegelaten. Hoewel wij uw ambities voor een kwalitatief goede huisvesting van arbeidsmigranten onderschrijven, wijzen wij u er op dat de wet geen ruimte biedt voor de manier waarop u dat thans probeert te reguleren. Met het voorliggende voorstel dwingt u ons te handelen in strijd met de wet.
Wij verzoeken u dan ook de betreffende bepalingen niet toe te voegen aan de omgevingsverordening. Grote buitenstedeljke bouwlocaties In onze zienswijze van 2 mei 2022 hebben wij u er reeds op gewezen dat de locatie Polderweg / Schiekade in het kader van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is aangewezen als een grote buitenstedeljke bouwlocatie. Deze aanwijzing wordt overgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hoewel deze aanwijzing ons de ruimte biedt deze locatie te ontwikkelen, blijven wij van mening dat hier geen sprake is van een buitenstedeljk locatie maar van een locatie gelegen binnen het bestaande stad- en dorpsgebied. Wij verzoeken u te onderbouwen en motiveren waarom een locatie die volledig is omsloten door de stedelijke bebouwing van Rotterdam en Schiedam wordt aangemerkt als buitenstedeljk locatie. De samenloop van de verschillende herzieningen dwingt ons er toe deze eerdere zienswijze te herhalen. Dit omdat voor ons onduidelijk is of de ongewijzigde situatie in de thans voorliggende Module betekent dat u niet tegemoet komt aan onze zienswijze of dat u nog niet in de gelegenheid bent geweest hier een oordeel over te vormen. Dit is ook een van de reden waarom wij u oproepen om terughoudend om te gaan met de frequentie van herziening van uw Omgevingsbeleid.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris,
de
7CË. Bos
C.H.J.
(7
22U1T04491
Pagina 3